Bewijslast bij verzekeringsfraude – wie moet wat bewijzen?

23 maart 2026
Foto van Arslan Advocaten

Arslan Advocaten

Foto van Arslan Advocaten

Arslan Advocaten

Snel hulp nodig?

Kies een vestiging

Bewijslast bij verzekeringsfraude – wie moet wat bewijzen?

De bewijslast bij verzekeringsfraude is een van de meest bepalende factoren in geschillen tussen verzekerden en verzekeraars. Wanneer een verzekeraar u beschuldigt van fraude en op die grond uw claim afwijst, rijst onmiddellijk de vraag: wie moet wat bewijzen? Moet u aantonen dat u niet heeft gefraudeerd, of moet de verzekeraar bewijzen dat u wel heeft gefraudeerd? Het antwoord op deze vraag kan het verschil maken tussen een succesvolle verdediging en een verloren zaak. In dit artikel wordt uitgelegd hoe de bewijslast bij verzekeringsfraude is verdeeld, welke eisen aan het bewijs worden gesteld en hoe u hiermee uw voordeel kunt doen.

Het uitgangspunt: de verzekeraar draagt de bewijslast

Het Nederlandse bewijsrecht gaat uit van de hoofdregel dat degene die zich beroept op het rechtsgevolg van bepaalde feiten, de bewijslast draagt van die feiten. Bij verzekeringsfraude betekent dit in de kern dat de verzekeraar die stelt dat er fraude is gepleegd, dit moet bewijzen. De bewijslast bij verzekeringsfraude ligt dus in beginsel bij de verzekeraar. Concreet houdt dit in dat de verzekeraar moet aantonen dat de verzekerde opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven met het doel de verzekeraar te misleiden. Het enkele vermoeden van fraude is onvoldoende. De verzekeraar moet concrete feiten en omstandigheden aanvoeren die de beschuldiging van fraude onderbouwen. Slaagt de verzekeraar hier niet in, dan kan hij de uitkering niet op grond van fraude weigeren.

Artikel 7:941 lid 5 BW: het wettelijk kader

De wettelijke basis voor het weigeren van een uitkering wegens fraude is artikel 7:941 lid 5 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel bepaalt dat het recht op uitkering vervalt indien de verzekeringnemer of de tot uitkering gerechtigde een verplichting als bedoeld in de voorgaande leden niet is nagekomen met het opzet de verzekeraar te misleiden. De kernwoorden zijn hier “opzet de verzekeraar te misleiden”. Het is niet voldoende dat de verstrekte informatie onjuist was; de verzekeraar moet bewijzen dat de onjuiste informatieverstrekking opzettelijk was en gericht op misleiding.

Wat moet de verzekeraar bewijzen?

De bewijslast bij verzekeringsfraude brengt voor de verzekeraar een aantal specifieke

bewijsverplichtingen met zich mee.

Onjuiste of onvolledige informatieverstrekking

Ten eerste moet de verzekeraar aantonen dat de verzekerde daadwerkelijk onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt. Dit kan gaan om het overdrijven van de schade, het verzinnen van een schadegebeurtenis, het achterhouden van relevante informatie bij de schademelding of het vervalsen van documenten. De verzekeraar moet de onjuistheid onderbouwen met concrete

bewijsmiddelen zoals documentanalyse.

expertiserapporten,

getuigenverklaringen,

technisch

onderzoek

of

Opzet tot misleiding

Het bewijs van opzet tot misleiding is voor de verzekeraar doorgaans het lastigste onderdeel. Opzet is een innerlijke gesteldheid die niet direct waarneembaar is. De verzekeraar moet uit de feiten en omstandigheden afleiden dat de verzekerde de intentie had om te misleiden. Hierbij wordt gekeken naar factoren zoals de aard en omvang van de onjuistheid, de mate waarin de verzekerde had moeten weten dat de informatie onjuist was, eventuele financiële motieven en het gedrag van de verzekerde tijdens het onderzoek.

Causaal verband

De verzekeraar moet ook aannemelijk maken dat er een verband bestaat tussen de onjuiste informatieverstrekking en de verzochte uitkering. Als de onjuiste informatie geen invloed heeft op het recht op uitkering of de hoogte daarvan, is er mogelijk geen sprake van misleiding in de zin van de wet.

De bewijslast van de verzekerde

Hoewel de primaire bewijslast bij de verzekeraar ligt, heeft ook de verzekerde een bewijspositie. De verzekerde draagt in beginsel de bewijslast voor het bestaan van de verzekerde gebeurtenis en de omvang van de schade. Dit betekent dat u als verzekerde moet aantonen dat er een gedekt schadevoorval heeft plaatsgevonden en wat de omvang van de schade is. In de praktijk leidt dit tot een wisselwerking. Als de verzekerde aantoont dat er een gedekt evenement heeft plaatsgevonden, verschuift de aandacht naar de verzekeraar die moet bewijzen dat er desondanks sprake is van fraude. De bewijslast bij verzekeringsfraude is dus geen eenrichtingsverkeer maar een dynamisch proces waarbij beide partijen hun stellingen moeten onderbouwen.

Bewijsmiddelen die de verzekeraar gebruikt

Verzekeraars maken gebruik van diverse bewijsmiddelen om fraude aan te tonen. Het kennen van deze bewijsmiddelen helpt u om uw verweer voor te bereiden.

Expertiserapporten De verzekeraar schakelt regelmatig experts in om de oorzaak en de omvang van de schade te beoordelen. Een brand-expert kan vaststellen of een brand al dan niet is aangestoken, een auto-expert kan beoordelen of de schade past bij het opgegeven scenario en een bouwkundig expert kan de omvang van bouwschade vaststellen. De conclusies van deze experts spelen een belangrijke rol in de bewijsvoering van de verzekeraar.

Getuigenverklaringen Verklaringen van getuigen, buren, collega’s of andere betrokkenen kunnen door de verzekeraar worden gebruikt om de schademelding te weerleggen. Ook verklaringen die de verzekerde zelf

heeft afgelegd tijdens een vraaggesprek met de onderzoekers van de verzekeraar kunnen als bewijs dienen, met name als deze verklaringen tegenstrijdigheden bevatten.

Technisch en digitaal bewijs

Verzekeraars maken in toenemende mate gebruik van technisch en digitaal bewijs. Denk aan camerabeelden, GPS-gegevens, telefoongegevens, bankafschriften en sociale media. Als iemand claimt dat zijn auto is gestolen terwijl de GPS-gegevens laten zien dat de auto naar een bepaalde locatie is gereden, vormt dit krachtig bewijs voor de verzekeraar.

Observaties en persoonlijk onderzoek

In sommige gevallen laat de verzekeraar de verzekerde observeren door een recherchebureau. De resultaten van observaties kunnen worden gebruikt als bewijs, mits het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek. Observaties die in strijd met deze gedragscode zijn verkregen, kunnen als onrechtmatig bewijs worden aangemerkt.

Verweer tegen het bewijs van de verzekeraar

Als de verzekeraar bewijs aanvoert voor verzekeringsfraude, heeft u verschillende mogelijkheden om dit bewijs te betwisten.

Contra-expertise

U kunt een eigen deskundige inschakelen die een contra-expertise uitvoert. Als de contra-expert tot andere conclusies komt dan de expert van de verzekeraar, verzwakt dit de bewijspositie van de verzekeraar. Een verschil van inzicht tussen experts kan voldoende zijn om twijfel te zaaien over de juistheid van de conclusies van de verzekeraar.

Betwisting van de betrouwbaarheid

U kunt de betrouwbaarheid van het bewijs van de verzekeraar betwisten. Als het expertiserapport methodologische gebreken vertoont, als getuigenverklaringen tegenstrijdig zijn of als technisch bewijs op onjuiste wijze is verkregen, kunt u dit aanvoeren als verweer. Een ervaren advocaat kan de bewijsvoering van de verzekeraar kritisch analyseren en zwakke punten identificeren.

Onrechtmatig verkregen bewijs

Als het bewijs op onrechtmatige wijze is verkregen, bijvoorbeeld door observaties zonder redelijk vermoeden van fraude of door schending van de privacy, kunt u aanvoeren dat dit bewijs buiten beschouwing moet worden gelaten. De rechter weegt in dat geval af of het gebruik van het bewijs, ondanks de onrechtmatige verkrijging, toch gerechtvaardigd is in het licht van de omstandigheden.

Het verschil tussen civielrechtelijk en strafrechtelijk bewijs

Het is belangrijk om te weten dat de bewijslast bij verzekeringsfraude in civiele procedures anders werkt dan in strafrechtelijke procedures. In het strafrecht geldt het principe dat fraude “buiten redelijke twijfel” moet worden bewezen. In het civiele recht hanteert de rechter een lager bewijsniveau: het bewijs moet voldoende overtuigend zijn, maar absolute zekerheid is niet vereist.

Dit betekent dat een verzekeraar in een civiele procedure soms kan slagen in zijn bewijs waar een strafrechtelijke veroordeling niet haalbaar zou zijn.

Omkering van de bewijslast

In uitzonderlijke gevallen kan de rechter besluiten om de bewijslast om te keren. Dit houdt in dat niet de verzekeraar moet bewijzen dat er fraude is gepleegd, maar dat de verzekerde moet bewijzen dat er geen fraude is gepleegd. Omkering van de bewijslast kan plaatsvinden als er zodanig sterke aanwijzingen voor fraude zijn dat het niet redelijk zou zijn om van de verzekeraar nog meer bewijs te verlangen. In de praktijk komt omkering van de bewijslast bij verzekeringsfraude echter niet vaak voor en de rechter legt dit instrument terughoudend uit.

De rol van het Kifid bij bewijsgeschillen

Het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening speelt een belangrijke rol in geschillen over de bewijslast bij verzekeringsfraude. Bij het Kifid kunt u terecht als u het niet eens bent met de wijze waarop de verzekeraar het bewijs heeft verzameld of de conclusies die daaruit zijn getrokken. De geschillencommissie van het Kifid beoordeelt of de verzekeraar voldoende bewijs heeft aangedragen en of dit bewijs op rechtmatige wijze is verkregen. Het Kifid heeft in talrijke uitspraken geoordeeld over de bewijslast bij verzekeringsfraude en biedt daarmee een waardevolle bron van houvast voor verzekerden die worden beschuldigd van fraude. Een procedure bij het Kifid is doorgaans laagdrempeliger en sneller dan een gang naar de rechtbank. Bovendien zijn de kosten voor de verzekerde beperkt. Het is echter wel raadzaam om ook bij een Kifid-procedure juridische bijstand te zoeken, omdat de bewijsrechtelijke aspecten van fraudezaken specialistische kennis vereisen. Een advocaat kan u helpen om uw verweer optimaal te onderbouwen en de zwakke punten in de bewijsvoering van de verzekeraar bloot te leggen.

Bewijs verzamelen voor uw eigen verweer

Naast het betwisten van het bewijs van de verzekeraar is het van belang om zelf actief bewijs te verzamelen dat uw standpunt ondersteunt. Dit kan bestaan uit getuigenverklaringen van personen die de schadegebeurtenis hebben waargenomen, fotos of videobeelden die de schade documenteren, facturen en bonnen die de waarde van beschadigde goederen aantonen en medische rapportages bij letselschade. Hoe beter u uw eigen bewijspositie opbouwt, hoe sterker uw verweer tegen de fraudebeschuldiging van de verzekeraar. Het is verstandig om al in een vroeg stadium te beginnen met het verzamelen en veiligstellen van bewijs. Bewijs kan na verloop van tijd verloren gaan: getuigen vergeten details, digitale gegevens worden overschreven en fysiek bewijs kan verdwijnen. Door direct na de schadegebeurtenis zorgvuldig bewijs te documenteren en te bewaren, versterkt u uw positie aanzienlijk voor het geval de verzekeraar later een fraudeonderzoek instelt.

Gesubsidieerde rechtsbijstand

Een geschil over de bewijslast bij verzekeringsfraude vereist specialistische juridische kennis. Als uw inkomen beperkt is, kunt u mogelijk in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand. De Raad voor Rechtsbijstand verleent toevoegingen aan mensen met een laag inkomen, waardoor de overheid het grootste deel van de advocaatkosten betaalt. U betaalt dan slechts een beperkte eigen bijdrage. Zo is deskundige juridische hulp ook bereikbaar als u geen groot budget heeft.

Laat uw zaak beoordelen door een specialist

De bewijslast bij verzekeringsfraude is een complex juridisch onderwerp dat grote invloed heeft op

de uitkomst van uw geschil met de verzekeraar. Een gespecialiseerde advocaat kan beoordelen of de verzekeraar voldoende bewijs heeft voor zijn fraudebeschuldiging, of het bewijs op rechtmatige wijze is verkregen en welke verweergronden in uw situatie het meest kansrijk zijn. Bent u beschuldigd van verzekeringsfraude en wilt u weten hoe sterk de bewijspositie van uw verzekeraar is? Neem contact met ons op voor een vrijblijvende beoordeling. Onze advocaten analyseren het beschikbare bewijs, beoordelen uw verweergronden en adviseren u over de beste strategie om uw recht op uitkering veilig te stellen.

Lees ook

Hulp nodig van een advocaat?

Onze advocaten zijn gespecialiseerd in letselschade en strafrecht.

Hulp nodig? Onze verzekeringsrecht advocaat helpt u graag verder. Neem vrijblijvend contact op voor een gratis eerste advies.


Gerelateerde juridische diensten

Deel dit bericht

Facebook
Twitter
LinkedIn

Categorieën

Verzekeringsrecht

Recente Berichten

Snel hulp nodig?

Kies een vestiging