Conflict met uw eigen verzekeraar: wat kunt u doen als er niet wordt uitgekeerd?

Advocaten met strijdkracht.

Drag & Drop Files, Choose Files to Upload Je kunt tot 5 bestanden uploaden.

Kies een vestiging

Wij gebruiken uw gegevens alleen om contact met u op te nemen over uw vraag. Lees hoe wij daarmee omgaan in onze privacyverklaring.

Snel hulp nodig?

Verzekeraar wijst af of erkent geen aansprakelijkheid?

Een afwijzing van de verzekeraar is geen eindpunt. De onderbouwing ervan kan worden getoetst en aangevochten.

  • Vraag de afwijzing altijd schriftelijk, met de reden erbij.
  • Let op termijnen in de polisvoorwaarden; die lopen door tijdens de discussie.
  • Stuur ons de polis en de afwijzing, dan kijken wij ernaar.

Bel 070 450 0300WhatsApp onsStuur uw stukken op

Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.

Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 27 september 2026.

Welke hulp heeft u nodig bij uw verzekeraar?

Een conflict over een schade-uitkering vraagt een andere aanpak dan een registratie of discussie met uw rechtsbijstandsverzekeraar. Kies de route die bij uw vraag past:

Bespreek uw verzekeringsgeschil. Vermeld om welke verzekering het gaat, wat de verzekeraar heeft besloten en welke termijn of zitting eraan komt. Voor de verdere beoordeling bespreken we welke polisstukken, brieven en rapporten nodig zijn.

Mijn verzekeraar wil niet uitkeren: wat doe ik nu?

Wijst uw verzekeraar een schadeclaim af of blijft de uitkering uit? Vraag om het besluit, de toepasselijke polisvoorwaarden en de stukken waarop de verzekeraar zich baseert. Arslan Advocaten kan beoordelen of het geschil gaat over dekking, de oorzaak, de schadeomvang of een fraudebeschuldiging. Daarna bespreken we welke reactie of procedure past en welke kosten daarbij horen. Vermeld bij uw aanvraag direct of een termijn of zitting nadert.

Afwijzingen lopen in de praktijk vrijwel altijd langs een van deze zes lijnen:

Grond van de afwijzingWaar het geschil dan feitelijk over gaat
U heeft bij het afsluiten iets niet gemeldof er een mededelingsplicht was, en of er opzet was
De schade valt onder een uitsluitinghoe die uitsluiting moet worden uitgelegd, en of zij op uw situatie past
De schade valt buiten de dekkingsomschrijvingof het voorval wel of niet onder het verzekerde risico valt
U heeft te laat gemeld of onvoldoende meegewerktof de verzekeraar daardoor in een redelijk belang is geschaad
De omvang van de schade wordt betwistde vaststelling door de expert, en uw recht op contra-expertise
Er is een fraudeverdenkingof die verdenking in voldoende mate vaststaat, en of registratie proportioneel is

Verder lezen: Auto gestolen, maar de verzekering betaalt niet: wat kunt u doen?

Welke stappen passen bij uw verzekeringsgeschil?

Begin met het dossier en de precieze afwijzingsgrond. Een interne klacht is doorgaans nodig voordat Kifid uw klacht kan behandelen. Kifid is echter niet in iedere zaak verplicht voordat u naar de rechter kunt. Bij spoed of een naderende termijn moet de passende rechtsingang direct worden beoordeeld.

  1. Verzamel het polisblad, de toepasselijke voorwaarden, het aanvraagformulier, de afwijzing en onderzoeksrapporten.
  2. Scheid discussie over dekking, schadeomvang en registraties; daarvoor kan ander bewijs nodig zijn.
  3. Laat verjaring en eventuele vervaltermijnen controleren en stel uw aanspraak waar nodig tijdig veilig. Bewaar bewijs dat een relevante mededeling de juiste partij bereikte.
  4. Reageer gemotiveerd en doorloop waar passend de interne klachtenprocedure.
  5. Kies op basis van bevoegdheid, spoed, termijnen en kosten tussen verdere correspondentie, Kifid en een gerechtelijke procedure.

Wat is de mededelingsplicht bij het afsluiten van een verzekering?

Vóór het sluiten van de verzekering moet u aan de verzekeraar alle feiten meedelen die u kent of behoort te kennen en waarvan u weet of behoort te begrijpen dat de beslissing van de verzekeraar daarvan afhangt of kan afhangen — dat is de mededelingsplicht van artikel 7:928 lid 1 BW. De gedachte: de verzekeraar kan het risico alleen inschatten met informatie die bij u ligt.

Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 928.

Maar de plicht is begrensd, en die begrenzingen worden zelden genoemd in een afwijzingsbrief. Vier daarvan doen er in de praktijk het meest toe.

BegrenzingWat er in de wet staat
Wat de verzekeraar al weetArtikel 7:928 lid 4 BW: de mededelingsplicht betreft niet feiten die de verzekeraar reeds kent of behoort te kennen, en evenmin feiten die niet tot een voor u ongunstiger beslissing zouden hebben geleid
Strafrechtelijk verledenArtikel 7:928 lid 5 BW: alleen voor zover voorgevallen binnen de acht jaren vóór het sluiten van de verzekering, én alleen als de verzekeraar daarover uitdrukkelijk een vraag heeft gesteld "in niet voor misverstand vatbare termen"
Wat er niet is gevraagdArtikel 7:928 lid 6 BW: is de verzekering gesloten op grond van een vragenlijst van de verzekeraar, dan kan hij zich er niet op beroepen dat vragen niet zijn beantwoord, dat feiten waarnaar niet was gevraagd niet zijn meegedeeld, of dat een in algemene termen vervatte vraag onvolledig is beantwoord — tenzij is gehandeld met het opzet hem te misleiden
Medische keuringenArtikel 7:928 lid 4 BW sluit ook feiten uit waarnaar op grond van de Wet op de medische keuringen geen vragen mogen worden gesteld

Die zesde lid-begrenzing is in de praktijk de belangrijkste. Vrijwel elke consumentenverzekering wordt gesloten op basis van een aanvraagformulier of gezondheidsverklaring — een vragenlijst dus. Heeft de verzekeraar er niet naar gevraagd, dan kan hij het u in beginsel niet tegenwerpen. De rechtbank Midden-Nederland paste dat in 2026 toe en merkte daarbij op dat de verzwijgingsregeling een specialis is van de dwalingsregeling (ECLI:NL:RBMNE:2026:3154).

Er zit ook een harde termijn aan de kant van de verzekeraar. Artikel 7:929 lid 1 BW bepaalt dat hij de gevolgen van een schending "slechts" kan inroepen als hij u binnen twee maanden na de ontdekking op de niet-nakoming wijst, onder vermelding van de mogelijke gevolgen. Gebeurt dat later, of blijft die vermelding achterwege, dan kan het hele beroep op verzwijging daarop stranden.

De verzekeraar zegt dat ik iets heb verzwegen: wat gebeurt er dan?

Niet elke schending van de mededelingsplicht leidt tot een nul-uitkering: de wet kent een gestaffeld stelsel waarin de uitkering onverkort doorgaat, wordt verminderd, of geheel vervalt — en welke trede geldt, hangt af van wat de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken zou hebben gedaan. Dat stelsel staat in artikel 7:930 BW en wordt in afwijzingsbrieven zelden volledig uitgelegd.

De vier tredes:

SituatieGevolgGrondslag
De niet of onjuist meegedeelde feiten zijn van geen belang voor het risico zoals het zich heeft verwezenlijktde uitkering blijft in beginsel onverkort; beoordeel ook de uitzonderingen van lid 4 en lid 5art. 7:930 lid 2 BW
De verzekeraar zou een hogere premie hebben bedongen of tot een lager bedrag hebben geslotende uitkering wordt naar evenredigheid verminderdart. 7:930 lid 3 BW
De verzekeraar zou andere voorwaarden hebben gestelduitkering alsof die voorwaarden in de overeenkomst stondenart. 7:930 lid 3 BW
De verzekeraar zou bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekering hebben geslotengeen uitkeringart. 7:930 lid 4 BW

Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 930.

Artikel 7:930 lid 2 BW kan meebrengen dat de uitkering onverkort blijft wanneer het niet of onjuist meegedeelde feit niet van belang is voor het risico zoals dit zich heeft verwezenlijkt. Dat moet wel samen worden gelezen met de uitzonderingen, waaronder lid 4 voor de situatie waarin de verzekeraar bij juiste informatie helemaal niet zou hebben verzekerd en lid 5 over opzettelijke misleiding. Het ontbreken van een verband met de concrete schade betekent dus niet in alle gevallen dat de verzekeraar moet uitkeren.

Lid 4 kent een tegenwicht: is er geen uitkering omdat de verzekeraar nooit zou hebben gesloten, dan is de verzekeringnemer die te goeder trouw heeft gehandeld ook geen premie verschuldigd.

En het beroep op verzwijging moet worden bewezen. De verzekeraar moet stellen dat u iets had moeten melden, dat u begreep of moest begrijpen dat het van belang was, én wat hij bij kennis van de ware stand van zaken zou hebben gedaan. Dat laatste — zijn acceptatiebeleid — moet hij concreet maken; de enkele stelling "dan hadden wij niet verzekerd" is in beginsel te mager. Het hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in een zaak waarin een bank zich op verzwijging beriep dat wat daartoe naar voren was gebracht niet volstond om dat beroep zonder nadere motivering te honoreren (ECLI:NL:GHARL:2018:11004). Datzelfde hof wees erop dat de mededelingsplicht geen betrekking heeft op feiten die de verzekeraar reeds kent of behoort te kennen.

Ter illustratie. Iemand vult bij het afsluiten van een verzekering een gezondheidsverklaring in en noemt daarin wél zijn knieklachten, maar niet een eerdere behandeling die hij als afgesloten beschouwde. Jaren later meldt hij een aandoening die met geen van beide te maken heeft. De verzekeraar wijst af wegens verzwijging. Waar het dan op draait is niet of er iets ontbrak, maar drie andere vragen: was er naar dit punt gevraagd, is het feit van belang voor het risico zoals dat zich nú heeft verwezenlijkt, en wat zou de verzekeraar bij volledige kennis werkelijk hebben gedaan — niets verzekeren, of verzekeren tegen een andere premie? Op elk van die antwoorden staat een ander gevolg in de wet. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Verder lezen: Claim afgewezen wegens verzwijging: wat nu?

Opzet tot misleiding of een onjuistheid zonder opzet: waarom bepaalt dat alles?

Zonder opzet tot misleiding blijft u in het stelsel van artikel 7:930 BW — met onverkorte, verminderde of aangepaste uitkering; mét opzet tot misleiding vervalt het recht op uitkering volledig, kan de verzekeraar per direct opzeggen en moet een eventuele registratie in het Incidentenregister of EVR afzonderlijk worden beoordeeld. Geen onderscheid maakt in dit rechtsgebied zoveel verschil, en geen wordt zo vaak te makkelijk aangenomen.

Artikel 7:930 lid 5 BW bepaalt dat, in afwijking van de leden 2 en 3, geen uitkering verschuldigd is aan degene "die heeft gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden". Dezelfde term keert terug in artikel 7:929 lid 2 BW (opzegging met dadelijke ingang), artikel 7:928 lid 6 BW (de uitzondering op de vragenlijstbescherming) en artikel 7:941 lid 5 BW (verval bij misleiding tijdens de schadebehandeling).

Maar opzet tot misleiding is een zware maatstaf. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden formuleerde het zo: onder opzet tot misleiding in de zin van artikel 7:930 lid 5 BW dient te worden verstaan dat de verzekeringnemer feiten niet heeft meegedeeld die hij kent of behoort te kennen en waarvan hij weet of behoort te begrijpen dat de beslissing van de verzekeraar daarvan afhangt of kan afhangen, terwijl hij aldus heeft gehandeld met de bedoeling de verzekeraar ertoe te bewegen de overeenkomst aan te gaan (ECLI:NL:GHARL:2023:10091). Er is dus een bedoeling vereist. De rechtbank Zeeland-West-Brabant haalde in dit verband de parlementaire geschiedenis aan, waarin opzet tot misleiding wordt omschreven als handelen "tegen beter weten in" (ECLI:NL:RBZWB:2020:6911).

Wat dus géén opzet tot misleiding is, zonder bijkomende omstandigheden:

  • een vraag verkeerd begrijpen of te beperkt uitleggen;
  • vergeten wat jaren geleden speelde en toen als afgedaan werd beschouwd;
  • een schadeformulier slordig of onvolledig invullen.

Overdrijving van de schadeomvang ligt genuanceerder: dat kan wél tot verval leiden als bewust een onwaarheid is gepresenteerd. De scheidslijn ligt steeds bij de bedoeling, niet bij de onjuistheid op zichzelf.

Waarom dit ertoe doet buiten uw claim. Een vastgestelde opzet tot misleiding is de bouwsteen voor een fraudeconstatering, en daarmee voor registratie in het incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister (EVR). Die registratie raakt in de regel niet alleen deze polis, maar uw hele financiële positie voor jaren.

Hoe worden onduidelijke polisvoorwaarden uitgelegd?

Polisvoorwaarden worden in de regel objectief uitgelegd, en is een eenzijdig door de verzekeraar opgestelde voorwaarde voor meer dan één uitleg vatbaar, dan ligt het in beginsel voor de hand haar in het nadeel van de verzekeraar uit te leggen. Dat laatste heet contra proferentem: wie de tekst schrijft, draagt het risico van de onduidelijkheid.

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad zette dat scherp neer: de uitleg contra proferentem ziet op het geval dat eenzijdig door de verzekeraar opgestelde polisvoorwaarden voor verschillende uitleg vatbaar zijn — zij ziet dus niet op voorwaarden die eenduidig zijn uit te leggen. Kunnen zij verschillend worden uitgelegd, dan ligt het voor de hand dat de voorwaarde in het nadeel van de verzekeraar wordt uitgelegd (ECLI:NL:PHR:2017:185).

Voor consumenten is die regel wettelijk verankerd. Artikel 6:238 lid 2 BW bepaalt dat bedingen in algemene voorwaarden "duidelijk en begrijpelijk" moeten zijn opgesteld en dat bij twijfel over de betekenis "de voor de wederpartij gunstigste uitleg" prevaleert. Daarnaast is zo'n beding op grond van artikel 6:233 BW vernietigbaar als het onredelijk bezwarend is, of als u geen redelijke mogelijkheid is geboden er kennis van te nemen.

Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikelen 233 en 238.

Waar wordt bij die objectieve uitleg naar gekeken? De rechtspraak noemt onder meer de bewoordingen van de bepaling zelf, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van een eventuele toelichting daarbij, de betekenis van het begrip in het algemeen spraakgebruik, en het met de bepaling beoogde doel en de aard van de verzekering (ECLI:NL:PHR:2022:229).

Twee praktische consequenties. Leg de uitsluiting woord voor woord naast uw feitelijke situatie: veel afwijzingen rusten op een uitleg die ruimer is dan de tekst toelaat. En bewaar de voorwaarden die golden bij het afsluiten én bij de schade. Wijzigt de verzekeraar ze ten nadele van u, dan geeft artikel 7:940 lid 4 BW u het recht op te zeggen tegen de ingangsdatum van de wijziging, en in ieder geval gedurende één maand na de mededeling.

Uitsluitingen en eigen risico: waar mag de verzekeraar zich op beroepen?

Een verzekeraar mag zelf de grenzen bepalen waarbinnen hij dekking verleent, maar wie zich op een uitsluiting beroept, moet die uitsluiting ook waarmaken — en het onderscheid tussen de primaire dekkingsomschrijving en een uitsluiting bepaalt hoeveel ruimte er nog is om ertegenin te gaan. Dat onderscheid is technisch, maar het is precies waar dit type zaken op wordt beslist.

De primaire dekkingsomschrijving zegt wat er verzekerd is. Een verzekeraar is in beginsel vrij de grenzen aan te geven waarbinnen hij dekking verleent, en een beroep daarop kan niet worden afgeweerd met de enkele stelling dat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (rechtbank Amsterdam, ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ9979). Een uitsluiting haalt daarentegen iets weg uit een dekking die er in beginsel wél is. Daar is meer ruimte: over de uitleg valt te twisten, en de verzekeraar draagt in beginsel de stelplicht en bewijslast voor de feiten waarop hij zijn beroep baseert.

De uitsluitingen die de meeste geschillen opleveren:

UitsluitingWaar de discussie in de regel over gaat
Opzet en roekeloosheidof de gedraging voldoet aan de omschrijving in de polis, en of die door de verzekeraar wordt bewezen
Alcohol of drugsof het gebruik daadwerkelijk vaststaat en of het beding voldoende bepaald is
Onvoldoende beveiliging of preventiewat er precies was voorgeschreven en of dat kenbaar was gemaakt
Achterstallig onderhoud of slijtageof de schade daardoor is veroorzaakt, of door een verzekerd voorval
Bestaande gebreken of voorafgaande klachtenhet causale verband met de gemelde schade
Niet-nakoming van polisverplichtingenof daarvoor een geldig vervalbeding is en of aan de eisen daarvan is voldaan

Het eigen risico is iets anders dan een uitsluiting: dat is het bedrag dat contractueel voor uw rekening blijft. Discussies daarover gaan zelden over de hoogte en vrijwel altijd over de vraag of het per gebeurtenis, per schadepost of per polisjaar geldt — en of er sprake is van één gebeurtenis of van meerdere. Bij de zorgverzekering geldt daarnaast het wettelijk verplichte eigen risico van de basisverzekering; de hoogte daarvan wordt jaarlijks door de overheid vastgesteld, dus controleer die voor het jaar waarin de kosten zijn gemaakt.

Let op vervalbedingen. Veel polissen bepalen dat het recht op uitkering vervalt als u een verplichting niet nakomt. Voor de meldings- en informatieverplichtingen is die vrijheid wettelijk begrensd: artikel 7:941 lid 4 BW staat toe dat verval "slechts" wordt bedongen voor het geval de verzekeraar daardoor in een redelijk belang is geschaad.

Hoe snel moet ik schade melden bij mijn verzekeraar?

De wet noemt geen vast aantal dagen: u moet melden zodra u van de verwezenlijking van het risico op de hoogte bent of behoort te zijn, en wel "zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is". Dat is de norm van artikel 7:941 lid 1 BW. Polisvoorwaarden noemen daarnaast vaak een concrete termijn — soms 24 uur bij diefstal, soms drie dagen, soms "zo spoedig mogelijk" — en die polistermijn is het eerste wat u moet opzoeken.

De regeling van artikel 7:941 BW is gunstiger dan de meeste mensen denken:

LidWat er staat
1melden zodra u ervan op de hoogte bent of behoort te zijn, "zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is"
2binnen redelijke termijn alle inlichtingen en bescheiden verschaffen die de verzekeraar nodig heeft om zijn uitkeringsplicht te beoordelen
3bij niet-nakoming kan de verzekeraar de uitkering verminderen met de schade die hij daardoor lijdt
4verval van het recht op uitkering kan hij slechts bedingen voor het geval hij daardoor in een redelijk belang is geschaad
5het recht op uitkering vervalt bij niet-nakoming met het opzet de verzekeraar te misleiden, behoudens voor zover die misleiding het verval niet rechtvaardigt

Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 941.

Dit is een van de meest onderschatte bepalingen in het verzekeringsrecht. Te laat melden betekent niet automatisch geen uitkering. De hoofdregel van lid 3 is vermindering met de schade die de verzekeraar daardoor lijdt — het nadeel dat de vertraging hem concreet oplevert. Is er geen nadeel, dan valt er in beginsel niets te verminderen.

Die bescherming is bovendien grotendeels dwingend: artikel 7:943 lid 2 BW bepaalt dat van onder meer artikel 941 leden 1, 2, 4 en 5 niet ten nadele van u kan worden afgeweken. Voor consumenten gaat dat verder — op grond van lid 3 kan ook van de artikelen 928 tot en met 930 BW niet ten nadele worden afgeweken als de verzekeringnemer een natuurlijk persoon is die de verzekering sluit anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Mag ik een eigen expert inschakelen? De contra-expertise

Bent u het oneens over de omvang van verzekerde schade, dan kan een eigen deskundige uitkomst bieden. Artikel 7:959 BW regelt vergoeding van redelijke kosten om de schade vast te stellen. Bij een particuliere schadeverzekering mag een polis die bescherming niet vooraf beperken tot een vast maximum of het honorarium van de expert van de verzekeraar. De noodzaak van de werkzaamheden en de kosten moeten wel redelijk zijn. Een onderzoek naar de vraag of er dekking bestaat, vergt een afzonderlijke beoordeling. Vraag vooraf duidelijkheid over opdracht, begroting en de eventuele bindende werking van de schadevaststelling.

De meeste polissen kennen een vaste structuur voor de schadevaststelling. De rechtbank Amsterdam beschreef die in een brandverzekeringszaak: de omvang van de schade wordt vastgesteld ofwel in onderling overleg, ofwel — bij onderling goedvinden — door één expert, ofwel, als partijen dat wensen, door twee deskundige experts waarvan de verzekerde er één benoemt en de verzekeraar één (ECLI:NL:RBAMS:2025:6246). Bij die derde variant hoort een akte van benoeming: daarin wordt vastgelegd dat de taxatie van beide experts als bewijs van de schadeomvang geldt en dat zij vooraf een derde expert aanwijzen die bij verschil van inzicht binnen de grenzen van beide taxaties bindend beslist (ECLI:NL:RBROT:2017:7416).

Wat u daarvan moet onthouden:

  1. Zeg het op tijd. Vraag om contra-expertise voordat u een definitieve vaststelling accepteert. Welke mogelijkheden daarna resteren, hangt af van de gemaakte afspraken.
  2. Let op de status van de uitkomst. Een taxatie door twee of drie experts is doorgaans bindend voor de omvang van de schade — een voordeel als de uitkomst gunstig is, een risico als u tekent zonder te weten wat u tekent.
  3. Expertise gaat over de hoogte, niet over de dekking. Of er dekking is, is een juridische vraag die daarbuiten staat — laat die niet in de expertise wegzakken.

Ter illustratie. Na een lekkage stelt de expert van de verzekeraar de schade aan vloer en inboedel vast op een uitkomst die de bewoner veel te laag vindt: de aangetaste onderliggende vloerlaag is niet meegenomen en er is uitgegaan van dagwaarde waar de polis nieuwwaarde noemt. Hij tekent, omdat hij denkt dat een expertiserapport een objectief gegeven is. Dat is het niet: het is een taxatie, en de polis gaf hem het recht daar een eigen expert tegenover te zetten en bij verschil een derde expert te laten beslissen. Waar het op draait is dus niet of de eerste taxatie klopte, maar of de in de polis voorgeschreven route naar een tweede oordeel is gevolgd — ondertekening van een bindende vaststelling kan latere betwisting beperken; de resterende mogelijkheden moeten afzonderlijk worden beoordeeld. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Verder lezen: Wat als de experts tot tegenstrijdige conclusies komen?

Verder lezen: Waterschade afgewezen door de verzekeraar: lekkage, onderhoud of toch dekking?

Mag de verzekeraar mijn verzekering opzeggen of royeren?

Opzeggen mag, maar niet vrijelijk: tussentijdse opzegging kan alleen op in de overeenkomst vermelde gronden die van dien aard zijn dat gebondenheid aan de overeenkomst niet meer van de verzekeraar kan worden gevergd, en in beginsel met een opzegtermijn van twee maanden. Dat staat in artikel 7:940 lid 3 BW.

Wat de wet precies regelt:

SituatieRegel
Opzegging om verlenging te verhinderentermijn van twee maanden (art. 7:940 lid 1 BW)
Tussentijdse opzegging door de verzekeraaralleen als die bevoegdheid is bedongen; dan komt u een gelijke bevoegdheid toe. Termijn twee maanden, tenzij jegens de verzekeraar is gehandeld met het opzet tot misleiding. En: alleen op in de overeenkomst vermelde gronden "welke van dien aard zijn dat gebondenheid aan de overeenkomst niet meer van de verzekeraar kan worden gevergd" (art. 7:940 lid 3 BW)
Wijziging van de voorwaarden ten nadele van uu mag opzeggen tegen de ingangsdatum, en in ieder geval gedurende één maand na mededeling (art. 7:940 lid 4 BW)
Persoonsverzekering, verzwaring gezondheidsrisicode verzekeraar kan niet beëindigen of wijzigen op die grond, voor zover die is gelegen in de persoon die de verzekering betreft (art. 7:940 lid 5 BW)
Opzegging na ontdekking van verzwijgingbinnen twee maanden na ontdekking, met dadelijke ingang, mits opzet tot misleiding of: bij kennis van de ware stand van zaken was er geen verzekering gesloten (art. 7:929 lid 2 BW)

Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikelen 929 en 940.

De praktische kern zit in die laatste zin van lid 3. Een opzeggingsgrond moet in de overeenkomst staan én zwaar genoeg zijn. Een verzekeraar die opzegt "omdat u te vaak claimt", zonder dat daar een deugdelijke, in de voorwaarden vermelde grond onder ligt, staat zwakker dan zijn brief suggereert. En let op de volgorde: een opzegging per direct wegens fraude staat of valt met de fraudeconstatering. Het hof Arnhem-Leeuwarden overwoog dat, nu verzekeringsfraude niet was komen vast te staan, de verzekeraar haar opzegging niet op het desbetreffende artikel van haar algemene voorwaarden kon baseren (ECLI:NL:GHARL:2023:10092).

Wat royement voor u betekent, is vaak groter dan het verlies van deze ene polis. Verzekeraars vragen bij een nieuwe aanvraag standaard of u ooit een verzekering geweigerd of opgezegd is. Bevestigend antwoorden leidt regelmatig tot weigering of een fors hogere premie; niet vermelden is zelf een schending van de mededelingsplicht. Vecht een opzegging dus aan op het moment dat zij wordt gedaan, niet pas als u elders geen dekking meer krijgt.

Verder lezen: Wat zijn de gevolgen van royement van uw verzekering?

Registratie in het incidentenregister en het EVR na een fraudeverdenking

Een fraudeconstatering leidt in de regel tot opname in het incidentenregister van de verzekeraar en, bij een zwaardere verdenking, tot registratie in het Extern Verwijzingsregister (EVR) dat voor alle aangesloten financiële instellingen raadpleegbaar is — en die registratie kan uw verzekeringen, financiering en soms werk jarenlang raken. Acht jaar is een maximum binnen het toepasselijke kader; de concrete duur vraagt een individuele beoordeling. Dit is doorgaans het zwaarste gevolg van een verzekeringsgeschil, en het is een aparte procedure met eigen toetsingskaders.

De maatstaf is streng. De rechtbank Rotterdam vatte de vaste rechtspraak samen: een veroordeling door de strafrechter is niet vereist om een beschuldiging van verzekeringsfraude in het EVR en het incidentenregister op te nemen en opgenomen te houden, maar wel is vereist dat de vastgestelde gedragingen een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit opleveren, in die zin dat de te verwerken strafrechtelijke persoonsgegevens in voldoende mate moeten vaststaan — en het is in eerste instantie aan de financiële instelling om daartoe voldoende feiten en omstandigheden aan te voeren (ECLI:NL:RBROT:2021:4684). Daarnaast moet het proportionaliteitsbeginsel in acht zijn genomen: het belang van opname moet prevaleren boven de nadelige gevolgen voor u (ECLI:NL:RBDHA:2025:27216, ECLI:NL:RBNNE:2014:333).

De bewijslast ligt dus bij de verzekeraar, niet bij u. Uw eigen inbreng zit vooral aan de andere kant van de weegschaal: de concrete gevolgen die u ondervindt, onderbouwd met stukken.

→ Uitgebreid, inclusief termijnen en de route naar verwijdering: EVR-registratie laten verwijderen. Wat EVR, IVR, CIS en het incidentenregister van elkaar onderscheidt, leest u in het overzicht van frauderegistraties bij banken en verzekeraars.

Verder lezen: Uw rechten bij een fraudeonderzoek door de verzekeraar

Hoe dien ik een klacht in tegen mijn verzekeraar?

Voor een klacht bij Kifid doorloopt u eerst de interne klachtenprocedure van de financiële dienstverlener en controleert u de behandelvoorwaarden. U kunt een verzekeringsgeschil ook rechtstreeks aan de civiele rechter voorleggen. Kiest u voor een bindend Kifid-advies, dan beoordeelt de rechter uw klacht daarna niet zonder meer opnieuw: toetsing van zo’n advies is beperkt.

Begin met een schriftelijke, als zodanig benoemde formele klacht bij de verzekeraar, met het polisnummer, het standpunt dat u bestrijdt en wat u wilt bereiken. Het Kifid neemt een klacht pas in behandeling nadat de financiële dienstverlener die schriftelijk heeft afgewezen; heeft hij na acht weken nog geen definitief standpunt ingenomen, dan neemt het Kifid de klacht toch in behandeling.

Let op de indieningstermijn. Het reglement noemt er drie, waarvan de voor u gunstigste geldt: tot drie maanden nadat de dienstverlener schriftelijk een definitief standpunt innam — maar alleen als hij u in dat standpunt op die termijn wees; tot één jaar nadat u de klacht voor het eerst aan hem voorlegde; of binnen een redelijke termijn nadat u van de klachtmogelijkheid op de hoogte was of had moeten zijn.

Bron: Reglement Geschillencommissie Kifid, vragen 6 en 7.

KifidCiviele rechter
Voorwaarde voorafinterne klachtenprocedure doorlopengeen algemene verplichting om eerst Kifid te doorlopen
Kosten voor de consumentgeen eigen bijdrage bij de Geschillencommissie; beroep bij de Commissie van Beroep kost een consument wél een bijdragegriffierecht plus kosten van rechtsbijstand
Snelheidmaanden; niet geschikt voor spoedkort geding kan binnen weken
Bewijsleveringop de stukken, beperkt onderzoekgetuigen en deskundigenonderzoek mogelijk
Bindendalleen als u én de dienstverlener dat allebei willen; maakt u geen keuze, dan is de uitspraak niet-bindendja
Beroepcontroleer regel 7, de eisen aan het financiële belang, uitzonderingen en de beroepstermijn van zes wekenhoger beroep volgens de gewone regels
Geschikt vooruitleg van voorwaarden, klachtwaardig handelen, kleinere belangenfraudeverdenkingen, EVR-verwijdering, grote of complexe schades

Bron: Kifid, voorwaarden voor het indienen van een klacht.

Waar de keuze op neerkomt. Gaat het om de uitleg van een polisvoorwaarde of om de zorgvuldigheid van de verzekeraar, dan is het Kifid een goedkope en toegankelijke route. Gaat het om een fraudeverdenking, een EVR-registratie, bewijslevering met getuigen, of om een belang met een harde termijn — een hypotheek die doorgaat, een bedrijf dat stilligt — dan kan de rechter de passende weg zijn. Kifid kan ook bevoegd zijn voor fraude- en EVR-geschillen; beoordeel de concrete behoefte aan spoed en bewijslevering.

Nog drie dingen. Geschillen over een zorg- of ziektekostenverzekering gaan niet naar het Kifid maar naar de SKGZ (Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen). Parallel procederen kan niet: ligt de klacht al bij de rechter of is daarover beslist, dan behandelt het Kifid haar niet. En reken er niet op dat een lopende Kifid-klacht de verjaring stuit — stuit die afzonderlijk met een schriftelijke aanspraak.

Verder lezen: Zo verloopt de Kifid-procedure stap voor stap

Hoe lang heb ik de tijd? Verjaring van een vordering op de verzekeraar

Een rechtsvordering tegen de verzekeraar tot het doen van een uitkering verjaart door verloop van drie jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop u met de opeisbaarheid daarvan bekend bent geworden — dat is artikel 7:942 lid 1 BW. Drie jaar is kort, zeker vergeleken met de vijf jaar die bij letselschade geldt, en de termijn gaat lopen vanaf uw bekendheid met de opeisbaarheid, niet vanaf de afwijzing.

De stuitingsregeling van lid 2 wordt te weinig gebruikt: de verjaring wordt gestuit door een schriftelijke mededeling waarbij op uitkering aanspraak wordt gemaakt. Een nieuwe termijn van drie jaren begint te lopen zodra de verzekeraar de aanspraak erkent of ondubbelzinnig meedeelt dat hij haar afwijst. Bij een aansprakelijkheidsverzekering geldt bovendien lid 3: daar stuit iedere onderhandeling tussen de verzekeraar en de tot uitkering gerechtigde of de benadeelde de verjaring, en begint een nieuwe termijn van drie jaren zodra de verzekeraar erkent of ondubbelzinnig meedeelt dat hij de onderhandelingen afbreekt.

Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 942.

Let op één ding in het bijzonder. Deze regeling geldt sinds 1 juli 2010. Onder het oude recht kende artikel 7:942 BW een aanvullende, veel kortere termijn van zes maanden na een afwijzing bij aangetekende brief. Die korte termijn bestaat in de huidige wet niet meer. Loopt uw zaak al lang, of leest u ergens over "zes maanden na afwijzing", laat dan uitzoeken welk regime op uw geval van toepassing is — de Hoge Raad heeft over dat overgangsrecht moeten oordelen (ECLI:NL:HR:2019:1529). Van artikel 7:942 BW kan op grond van artikel 7:943 lid 2 BW niet ten nadele van u worden afgeweken.

Rechtsbijstandverzekering: mag ik zelf mijn advocaat kiezen?

Ja. Een rechtsbijstandverzekeraar moet in de polis uitdrukkelijk opnemen dat het u vrij staat zelf een advocaat of andere rechtens bevoegde deskundige te kiezen om uw belangen in een gerechtelijke of administratieve procedure te behartigen, of wanneer zich een belangenconflict voordoet. Dat is artikel 4:67 lid 1 van de Wet op het financieel toezicht (Wft), en de Europese rechtspraak legt dat recht ruim uit.

Bron: wetten.overheid.nl, Wet op het financieel toezicht, artikel 4:67.

Wat het Hof van Justitie van de Europese Unie daaraan heeft toegevoegd:

UitspraakWat het betekent
HvJ EU 7 november 2013, C-442/12 (Sneller/DAS)de verzekeraar mag het keuzerecht niet afhankelijk stellen van zijn eigen oordeel dat externe rechtsbijstand nodig is
HvJ EU 7 april 2016, C-460/14 (Massar)ook een bestuursrechtelijke procedure, zoals de ontslagvergunningsprocedure bij het UWV, valt onder het keuzerecht
HvJ EU 14 mei 2020, C-667/18het keuzerecht geldt eveneens bij gerechtelijke en buitengerechtelijke bemiddeling

De Nederlandse rechter past dat kader toe. De rechtbank Den Haag overwoog dat het recht op vrije advocaatkeuze in ieder geval inhoudt dat iemand met een rechtsbijstandverzekering zich mag laten bijstaan door een advocaat van zijn keuze in (de aanloop naar) een ontslagprocedure (ECLI:NL:RBDHA:2023:12005); de rechtbank Gelderland zette hetzelfde kader uiteen aan de hand van artikel 4:67 Wft (ECLI:NL:RBGEL:2023:7059).

Waar het in de praktijk misgaat:

Praktisch: meld uw zaak eerst bij de rechtsbijstandverzekeraar, vraag daarna schriftelijk om toepassing van uw vrije advocaatkeuze én om het geldende kostenmaximum, en schakel de advocaat pas in als dat bevestigd is. Andersom loopt u het risico dat al gemaakte kosten niet worden gedekt.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp'ers: waar gaat het mis?

Bij een AOV draait vrijwel elk geschil om één vraag: arbeidsongeschikt voor wát — voor uw eigen beroep zoals u dat uitoefende, of voor werk in bredere zin — en het antwoord staat niet in de wet maar in uw eigen polisvoorwaarden. Een AOV is een private verzekering: er is geen UWV-kader dat de uitkomst bepaalt. De polis is de norm, en die verschilt per verzekeraar en per generatie voorwaarden.

Hoe zo'n polisdefinitie eruitziet, blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Gelderland over de voorwaarden "AOV Compleet": arbeidsongeschikt bent u als u uw beroep geheel of gedeeltelijk niet meer kunt doen, er sprake is van een medisch objectiveerbare stoornis, de oorzaak ziekte of een ongeval is, en u daarvoor bij een arts bent geweest (ECLI:NL:RBGEL:2025:1321). Elk van die elementen is een zelfstandig aanknopingspunt voor discussie.

De plekken waar het misgaat:

KnelpuntWat er gebeurt
Het verzekerde beroep op het polisbladstaat er "directeur" terwijl u feitelijk uitvoerend meewerkte, dan wordt daaraan getoetst — en andersom (zie ECLI:NL:GHARL:2022:1135, een als stratenmaker verzekerde zzp'er)
"Medisch objectiveerbaar"bij klachten zonder aantoonbare afwijking is dit de kern van het geschil
Eerstejaars- en na-eerstejaarsrisicoveel polissen hanteren na 52 weken een ándere maatstaf; daar sneuvelen uitkeringen
Eenzijdige herbeoordelingde verzekeraar laat u opnieuw beoordelen en verlaagt of stopt de uitkering

Wat een AOV-dossier draagt:

  1. De polisdefinitie letterlijk naast uw situatie leggen. Niet: ben ik ziek. Maar: voldoe ik aan de omschrijving die déze polis geeft.
  2. Een goede beschrijving van uw feitelijke werkzaamheden — welke taken, hoeveel uur, met welke belasting. Zonder die beschrijving toetst de arbeidsdeskundige aan een beroepsprofiel dat niet het uwe is.
  3. De rapportages opvragen en inhoudelijk betwisten. Een verzekeringsarts- of arbeidsdeskundigenrapport is een oordeel, geen feit — en het is aanvechtbaar op inhoud én op de wijze waarop het tot stand kwam.

Ter illustratie. Een zelfstandige met een AOV meldt zich arbeidsongeschikt door rugklachten. Op het polisblad staat als verzekerd beroep de functie die hij bij het afsluiten opgaf, terwijl hij in de jaren daarna vooral zelf uitvoerend werk is gaan doen. Na het eerste jaar stopt de uitkering, omdat de verzekeraar toetst aan het beroep zoals dat op de polis staat. Waar het dan juridisch op draait is niet of de klachten echt zijn, maar aan welke omschrijving getoetst moet worden, en of de polis na 52 weken een andere maatstaf aanlegt dan in het eerste jaar. Dat staat niet in de wet, maar in de voorwaarden — en dat is de eerste plek om te kijken. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Wat is de zorgplicht van mijn tussenpersoon?

Een assurantietussenpersoon moet tegenover zijn opdrachtgever de zorg betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht — en schiet hij daarin tekort, dan kan hij aansprakelijk zijn voor de schade die u daardoor lijdt, ook als de verzekeraar zelf niets te verwijten valt. Dat is een tweede spoor dat regelmatig over het hoofd wordt gezien: naast de vraag of de verzekeraar moet uitkeren, staat de vraag of de adviseur u in de positie heeft gebracht waarin u nu zit.

De maatstaf is vaste rechtspraak (ECLI:NL:PHR:2012:BW1720). De omvang van wat van een tussenpersoon mag worden verwacht, hangt af van enerzijds de overeenkomst en anderzijds de op hem rustende zorgplicht als goed opdrachtnemer op grond van artikel 7:401 BW (ECLI:NL:PHR:2020:688).

Waar die zorgplicht concreet wordt:

  • Bij het afsluiten: heeft hij u gewezen op de reikwijdte van de vragen en op de gevolgen van onvolledige beantwoording?
  • Bij het advies: past de gekozen dekking bij wat u hem over uw situatie heeft verteld, en is hij nagegaan of er dekkingsgaten waren?
  • Bij de schade: heeft hij tijdig gemeld en u geïnformeerd over de termijnen?

Tegelijk is die zorgplicht niet onbegrensd. In dezelfde conclusie werd overwogen dat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam verzekeringsadviseur niet kan worden verwacht dat hij zonder specifieke opdracht inventariseert hoe in contracten met afnemers de risicoverdeling bij incidenten is geregeld (ECLI:NL:PHR:2020:688).

Praktisch: vraag bij een afwijzing het volledige dossier op bij uw tussenpersoon. Daar staat vaak precies wat u wel en niet heeft gemeld, en aan wie.

Wat kost een advocaat verzekeringsrecht?

Dat hangt af van de route: heeft u een rechtsbijstandverzekering, dan kan uw vrije advocaatkeuze de kosten dekken; is een ander aansprakelijk voor uw schade, dan kunnen de redelijke kosten van rechtsbijstand een zelfstandige schadepost zijn; daarnaast bestaan gefinancierde rechtsbijstand en een uurtarief. Wat in elk geval niets kost, is uw situatie laten beoordelen voordat u iets besluit.

FinancieringsvormHoe het werktWaar u op moet letten
Rechtsbijstandverzekeringuw eigen polis dekt de zaak, met vrije advocaatkeuze op grond van artikel 4:67 Wftvraag het kostenmaximum schriftelijk op vóórdat u een advocaat inschakelt
Kosten op een aansprakelijke derdebij aansprakelijkheid van een ander zijn redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte vermogensschade (art. 6:96 lid 2 BW)dubbele redelijkheidstoets; in een procedure gelden de proceskostenregels
Gefinancierde rechtsbijstandtoevoeging via de Raad voor Rechtsbijstand, met eigen bijdrageinkomens- en vermogensgrenzen
Uurtariefbetalendvraag vooraf om een inschatting en om tussentijdse afspraken

Wat een advocaat hier toevoegt: de juiste grond van de afwijzing isoleren, de polisvoorwaarden naast de feiten leggen, de bewijslast op de plek leggen waar die hoort, de termijnen bewaken, en de route kiezen die bij het belang past. Bij ons kunt u uw situatie kosteloos laten beoordelen.

Over dit advies

Arslan Advocaten staat particulieren en ondernemers bij in geschillen met verzekeraars: afgewezen claims, beschuldigingen van verzwijging of fraude, opgezegde polissen, registraties in het incidentenregister en het EVR, en geschillen over arbeidsongeschiktheids- en rechtsbijstandverzekeringen. Wij voeren de onderhandeling met de verzekeraar, dienen klachten in bij het Kifid en procederen waar dat nodig is. Gaat het om de verzekeraar van iemand anders, dan raakt uw zaak aan aansprakelijkheid en, bij letsel, aan letselschade. Wij hebben vestigingen in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Tilburg en Eindhoven. Naast Nederlands spreken wij Turks en Pools.

Bel het kantoor bij u in de buurt — de directe nummers staan hieronder — of stuur ons uw vraag via het contactformulier. Wij laten u weten waar u staat en wat de volgende stap is.

Verzekeringsrecht voor cliënten uit Alkmaar

Woont u in Alkmaar en loopt u vast bij een schadeafwijzing, registratie of uw rechtsbijstandsverzekeraar? Bekijk onze pagina over verzekeringsrechtelijke hulp voor Alkmaar. Wij begeleiden u vanuit ons kantoor in Amsterdam. U vindt er uitleg over de verschillende geschillen, de benodigde stukken en de mogelijke klacht- en vervolgroutes.

Onze vestigingen: bezoekadres en direct telefoonnummer

Elk kantoor heeft een eigen doorkiesnummer. Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk; naast Nederlands spreken wij Turks, Pools en Engels.

VestigingTelefoonBezoekadresE-mail
Den Haag070 4500 300Paletplein 80, 2526 GZ Den Haag[email protected]
Den Haag (Goeverneurlaan)070 4500 300Goeverneurlaan 445, 2523 CB Den Haag[email protected]
Rotterdam010 311 5500Schiedamsedijk 60-A, 3011 EH Rotterdam[email protected]
Amsterdam020 747 0055Pieter Calandlaan 769, 1069 SC Amsterdam[email protected]
Utrecht030 747 0038Atoomweg 63, 3542 AA Utrecht[email protected]
Tilburg013 747 0022Kraaivenstraat 38-10, 5048 AB Tilburg[email protected]
Eindhoven040 711 3099Croy 7C, 5653 LC Eindhoven[email protected]

Weet u niet welke vestiging het handigst is? Bel dan 070 4500 300 of stuur uw vraag via het contactformulier; wij zetten u door naar de juiste collega.

Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies over uw eigen zaak. Aan de genoemde uitgangspunten kunnen geen rechten worden ontleend.

Verdieping per onderwerp

Schade en waardering

Rechtsbijstand

Arbeidsongeschiktheidsverzekering

Overige dekkingsgeschillen

Gerichte uitleg bij uw verzekeringsgeschil