Twee experts, twee rapporten, twee bedragen die honderden of duizenden euro’s uit elkaar liggen. Wat dan? Anders dan vaak wordt gesuggereerd, verandert dat niets aan wie wat moet bewijzen. Wat er wél verandert is de bewijswaardering: de rechter moet kiezen welk rapport hij overtuigend vindt, en dat is precies waar u invloed op heeft.
Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 20 september 2026.
Bewijslast en bewijswaardering zijn niet hetzelfde
De bewijslastverdeling volgt uit artikel 150 Rv: wie zich beroept op de rechtsgevolgen van door hem gestelde feiten, draagt daarvan de bewijslast. In een dekkingsgeschil betekent dat: u stelt en bewijst dat het voorval onder de dekking valt en hoe groot uw schade is; de verzekeraar bewijst de feiten die zijn verweer dragen — een uitsluiting, verzwijging, opzet.
Tegenstrijdige rapporten schuiven die verdeling niet om. Er ontstaat geen omkering van de bewijslast doordat uw expert iets anders concludeert. Wat er gebeurt, speelt zich af in de waardering van het bewijs: de rechter is vrij in de waardering en weegt beide rapporten op hun inhoud, onderbouwing en totstandkoming. Dat is een belangrijk verschil, want het bepaalt waar u uw energie in steekt — niet in een juridisch betoog over bewijslast, maar in de kwaliteit en de controleerbaarheid van uw rapport.
Waarop rapporten worden gewogen
- Uitgangspunten. Welke feiten heeft de expert aangenomen, en waarop baseert hij die? Rapporten lopen vaak uiteen doordat zij van een andere feitelijke aanname vertrekken, niet door een andere vakinhoudelijke beoordeling.
- Onderzoek ter plaatse. Heeft de expert de schade zelf gezien, en wanneer? Een rapport dat op foto’s berust weegt lichter dan een eigen waarneming.
- Controleerbaarheid. Zijn de calculatie, de gehanteerde normen en de bronnen opgenomen, zodat een derde ze kan narekenen?
- Beantwoording van de vraagstelling. Geeft het rapport antwoord op de vraag die voorlag, of op een andere?
- Onafhankelijkheid en deskundigheid. Wat is de achtergrond van de expert op dit specifieke schadegebied, en wat is zijn verhouding tot de opdrachtgever?
Over dat laatste punt nog iets: er bestaat in Nederland geen wettelijke certificeringsplicht voor schade-experts. Inschrijving in het register van het NIVRE is gangbaar maar vrijwillig, en voor bij het Verbond van Verzekeraars aangesloten expertiseorganisaties geldt de Gedragscode Expertiseorganisaties. Beoordeel een expert dus op zijn aantoonbare ervaring met dít type schade en op de kwaliteit van zijn rapport, en niet op de aanname dat hij “wettelijk gecertificeerd” zou moeten zijn.
Eerst: waarover lopen de rapporten uiteen?
Zet de twee rapporten naast elkaar en bepaal precies waar het verschil zit. Dat bepaalt de route.
| Waarover het verschil gaat | Route |
|---|---|
| De hoogte van de schade — herstelkosten, dagwaarde, afschrijving, gevolgschade | De regeling uit uw polis: overleg tussen de experts, en bij een impasse een derde deskundige die bindend advies uitbrengt. |
| De oorzaak — storm of achterstallig onderhoud, inbraak of eigen toedoen | Feitelijk én juridisch. Vaak nog wel via de experts, maar zodra de oorzaak de dekking bepaalt, ligt de beslissing bij de verzekeraar en zo nodig bij Kifid of de rechter. |
| De dekking — een uitsluiting, een clausule, een beroep op verzwijging | Geen expertisekwestie. Hier helpt geen derde deskundige; de route loopt via bezwaar, Kifid of de rechter. |
Deze scheiding is meer dan theorie. Een akte van taxatie stelt de omvang van de schade vast en verplicht de verzekeraar niet zonder meer tot uitbetaling; hij kan daarna nog steeds dekking weigeren. Zie second opinion bij schade-expertise.
De derde deskundige uit uw polis
Vrijwel elke polis voorziet erin dat de twee experts bij een impasse gezamenlijk een derde deskundige benoemen. Die brengt doorgaans een bindend advies uit in de zin van artikel 7:900 BW: partijen zijn daaraan gebonden als aan een vaststellingsovereenkomst.
Dat is een ingrijpende stap. Een bindend advies is maar beperkt aantastbaar: alleen als gebondenheid daaraan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn in verband met de inhoud of de wijze van totstandkoming (art. 7:904 BW). Denk aan een ernstig motiveringsgebrek, of aan een deskundige die één partij niet heeft gehoord.
Verwar dit niet met arbitrage. Arbitrage valt onder de artikelen 1020 en volgende Rv, leidt tot een arbitraal vonnis en kent eigen vernietigingsgronden (art. 1065 Rv) en een eigen termijn. Sommige polissen noemen de derde expert “arbiter” terwijl de regeling materieel een bindend advies is. Lees dus wat er staat, en let vooral op de opdrachtformulering: gaat de derde deskundige alleen over de schadeomvang, of ook over de dekking? Dat bepaalt waaraan u zich bindt.
Voor de rechter: artikel 194 Rv
Komt de zaak bij de rechter, dan kan die ambtshalve of op verzoek van partijen een onafhankelijke deskundige benoemen (art. 194 Rv). Partijen mogen zich uitlaten over de persoon van de deskundige en over de vraagstelling — en dat is het moment waarop u het meest kunt sturen. Een scherp geformuleerde vraag levert een bruikbaar rapport op; een vage vraag niet.
Het rapport van een door de rechter benoemde deskundige weegt in de regel zwaar, maar is geen eindoordeel: partijen mogen de bevindingen gemotiveerd bestrijden, en de rechter moet op die bezwaren ingaan. Wilt u vóór een procedure al duidelijkheid, dan kunt u een voorlopig deskundigenbericht verzoeken (art. 202 Rv); dat kan een procedure voorkomen of juist onderbouwen.
De redelijke kosten die u maakt om de schade vast te stellen, blijven ondertussen op grond van artikel 7:959 lid 1 BW ten laste van de verzekeraar komen — ook als daardoor de verzekerde som wordt overschreden, en ongeacht de uitkomst.
Wat u concreet doet
- Vraag beide rapporten volledig op, inclusief bijlagen, foto’s en calculaties. Een samenvatting volstaat niet.
- Maak een verschillenlijst. Punt voor punt: welk uitgangspunt, welk bedrag, welke onderbouwing. Vaak blijkt het verschil tot twee of drie posten terug te voeren.
- Laat uw expert gericht reageren op de afwijkende punten, met bronvermelding, in plaats van een tweede volledig rapport te laten schrijven.
- Herstel niets zolang de discussie loopt, en bewaar het beschadigde materiaal.
- Beoordeel de polisregeling vóórdat u instemt met een derde deskundige: bindend advies of arbitrage, en wat is de opdracht?
- Leg alles schriftelijk vast. Telefonische toezeggingen over kosten of over de opdracht helpen u later niet.
- Bewaak de verjaring: drie jaar vanaf de dag na uw bekendheid met de opeisbaarheid, te stuiten met een schriftelijke aanspraak op uitkering (art. 7:942 BW). Een lopende expertisediscussie stuit die termijn niet automatisch.
Veelgestelde vragen
Verschuift de bewijslast als de rapporten elkaar tegenspreken?
Nee. De bewijslastverdeling van artikel 150 Rv blijft ongewijzigd: u bewijst dekking en omvang, de verzekeraar bewijst de feiten die zijn verweer dragen. Wat tegenstrijdige rapporten beïnvloeden is de bewijswaardering — de rechter weegt welk rapport hem overtuigt, op grond van de uitgangspunten, de onderbouwing en de controleerbaarheid.
Moet een schade-expert gecertificeerd zijn?
Er bestaat geen wettelijke certificeringsplicht. Inschrijving in het NIVRE-register is gangbaar maar vrijwillig, en voor aangesloten expertiseorganisaties geldt de Gedragscode Expertiseorganisaties van het Verbond van Verzekeraars. Beoordeel een expert daarom op aantoonbare ervaring met dit type schade en op de kwaliteit van zijn rapport.
Is de derde deskundige een arbiter of een bindend adviseur?
In de gebruikelijke polisregeling een bindend adviseur (art. 7:900 BW), aantastbaar via de smalle toets van artikel 7:904 BW. Echte arbitrage valt onder de artikelen 1020 en volgende Rv, met eigen vernietigingsgronden. Lees de polisbepaling en de opdracht vóórdat u instemt.
Kan de rechter een eigen deskundige benoemen?
Ja, ambtshalve of op verzoek van partijen (art. 194 Rv). Partijen mogen zich uitlaten over de persoon en de vraagstelling. Het rapport weegt zwaar, maar partijen mogen het gemotiveerd bestrijden. Vóór een procedure kunt u ook een voorlopig deskundigenbericht verzoeken (art. 202 Rv).
Wie betaalt bij tegenstrijdige expertises?
De redelijke kosten tot het vaststellen van de schade komen op grond van artikel 7:959 lid 1 BW ten laste van de verzekeraar, ongeacht de uitkomst, mits zij de dubbele redelijkheidstoets doorstaan. De kosten van een door de rechter benoemde deskundige worden voorgeschoten volgens de beslissing van de rechter en komen uiteindelijk in de proceskostenveroordeling terecht.
Expertise bij uw verzekering
De inhoud van uw bezwaar hangt af van het soort verzekering en de vraag die de expert moest beantwoorden. Bij een woningbrand gaat het om de vaststelling en vergoeding van brandschade. Bij een auto kan discussie bestaan over een te lage dagwaarde bij total loss. Een verschil tussen de werkelijke waarde en het verzekerde bedrag vraagt om controle van de korting wegens onderverzekering.
Gaat uw geschil over een arbeidsongeschiktheidsverzekering, lees dan hoe u bezwaar tegen een verzekeringsarts of arbeidsdeskundige bij de AOV onderbouwt. Daar spelen uw beperkingen, beroepswerkzaamheden en de polisdefinitie een andere rol dan bij de waardering van zaakschade.
Lees ook
- Second opinion bij schade-expertise
- Een civiele procedure tegen uw verzekeraar
- De Kifid-procedure uitgelegd
- Bezwaar tegen verzekeraar
Hulp nodig?
Liggen er twee rapporten die elkaar tegenspreken? Wij analyseren waar het verschil werkelijk zit, beoordelen of instemmen met een derde deskundige verstandig is en bepalen welke route bij uw dossier past. Neem contact op met onze verzekeringsrechtadvocaten.



