Bedrijfsongeval: wanneer is uw werkgever aansprakelijk, en waar heeft u recht op?

Kies een vestiging

Snel hulp nodig?

URL: https://arslan.nl/diensten/bedrijfsongeval/

Geschreven door Onur Arslan, advocaat letselschade bij Arslan & Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 31 augustus 2026.

Wat is een bedrijfsongeval precies?

Een bedrijfsongeval — in de wet arbeidsongeval genoemd — is een ongewilde, plotselinge gebeurtenis die een werknemer overkomt in verband met het verrichten van arbeid en die vrijwel onmiddellijk schade aan de gezondheid tot gevolg heeft, met ziekteverzuim of de dood als resultaat. Die omschrijving staat letterlijk in de begripsbepalingen van de Arbeidsomstandighedenwet, en zij is ruimer dan de meeste mensen denken.

Bron: artikel 1 lid 3 Arbeidsomstandighedenwet, wetten.overheid.nl.

Let op het element in verband met het verrichten van arbeid: niet alleen ongevallen op de werkvloer tellen mee, maar ook die op locatie, onderweg voor het werk, bij een klant of tijdens een bedrijfsuitje. "Bedrijfsongeval" en "arbeidsongeval" betekenen in de praktijk hetzelfde; voor uw rechtspositie maakt het geen verschil welk woord u gebruikt.

Wat er níét onder valt is de beroepsziekte: schade die geleidelijk ontstaat door het werk — gehoorschade, rugklachten door jarenlang tillen, longziekte na blootstelling aan stoffen. Dat is geen ongeval, maar de aansprakelijkheidsgrondslag is dezelfde: ook daar draait het om de zorgplicht van de werkgever. Alleen is het verband tussen werk en klachten daar het lastigste onderdeel, terwijl dat bij een ongeval doorgaans vanzelf spreekt.

Typische bedrijfsongevallen: vallen van hoogte, aanrijding door een heftruck, beknelling in een machine, snijden aan onbeschermd gereedschap, uitglijden over een natte vloer, vallende voorwerpen, elektrocutie, brand- en chemische letsels, en agressie door derden — dat laatste vooral in de zorg, het onderwijs, de beveiliging en het openbaar vervoer.

Wanneer is de werkgever aansprakelijk voor een bedrijfsongeval?

De werkgever is in beginsel aansprakelijk voor de schade die u in de uitoefening van uw werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij zijn zorgplicht is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van uw opzet of bewuste roekeloosheid. Dat is geen interpretatie: het staat vrijwel woordelijk zo in de wet.

Artikel 7:658 lid 2 BW luidt: "De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer."

Bron: artikel 7:658 lid 2 BW, wetten.overheid.nl.

Lees dat woord "tenzij hij aantoont" nog een keer. Daar zit de kern van deze pagina. De wetgever heeft de bewijslast bewust bij de werkgever gelegd, omdat de werkgever de werkplek inricht, het materieel kiest, de instructies geeft en het toezicht organiseert — en omdat hij, anders dan u, over de documentatie beschikt: de risico-inventarisatie, de instructieformulieren, het onderhoudslogboek, de keuringsrapporten.

Wie Wat moet worden aangetoond
U als werknemer dat u schade heeft geleden, en dat u die schade heeft geleden in de uitoefening van uw werkzaamheden
De werkgever dat hij zijn zorgplicht is nagekomen, of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van uw opzet of bewuste roekeloosheid

U hoeft dus niet aan te wijzen welke fout de werkgever precies heeft gemaakt — dat lukt een werknemer ook zelden.

Zo formuleren rechters het ook. De rechtbank Overijssel vatte de norm in 2026 samen: om aan te tonen dat zij aan de zorgplicht heeft voldaan, moet de werkgever "stellen en zo nodig bewijzen dat zij alle maatregelen heeft genomen en alle aanwijzingen heeft gegeven die redelijkerwijs nodig zijn om de schade te voorkomen", waarbij artikel 7:658 lid 1 BW "een ruime zorgplicht" inhoudt en "een hoog veiligheidsniveau" eist van de werkruimte, de werktuigen en gereedschappen en van de organisatie van de werkzaamheden.

Bron: Rechtbank Overijssel, ECLI:NL:RBOVE:2026:5111.

Bovendien is deze bescherming dwingend recht. Artikel 7:658 lid 3 BW bepaalt dat van de leden 1 en 2 en van wat titel 3 van Boek 6 over de aansprakelijkheid van de werkgever bepaalt, niet ten nadele van de werknemer kan worden afgeweken. Een clausule in uw contract, een huisreglement of een handtekening onder een formulier waarin u "aansprakelijkheid uitsluit", houdt dus in beginsel geen stand.

Hoe bewijs ik aansprakelijkheid na een bedrijfsongeval?

In de meeste zaken hoeft u de fout van de werkgever niet te bewijzen: u hoeft aannemelijk te maken dát u letsel heeft opgelopen in de uitoefening van uw werkzaamheden, waarna het aan de werkgever is om zich vrij te pleiten. Dat is de belangrijkste boodschap van deze pagina, en het is precies het punt waarop de meeste werknemers afhaken voordat zij zijn begonnen.

Wij spreken regelmatig mensen die jaren na een ongeval bellen met dezelfde zin: "Ik dacht dat ik toch niet kon bewijzen dat het zijn schuld was." Begrijpelijk — bij een verkeersongeval werkt het inderdaad zo — maar bij een bedrijfsongeval is de bewijslast juist omgekeerd.

De omkering geldt voor de vraag of de werkgever tekortschoot, níét voor de vraag óf u letsel opliep tijdens het werk. Dat laatste moet u stellen en bij betwisting bewijzen — maar let op hoe licht die eis is. De rechtbank Rotterdam verwoordde het zo: "in het algemeen zal daartoe voldoende zijn dat komt vast te staan dat het ongeval hem is overkomen op de werkplek". U hoeft de exacte toedracht niet te reconstrueren, en in het algemeen ook niet aan te wijzen welke specifieke veiligheidsnorm is geschonden — dat zou de bescherming die artikel 7:658 lid 2 BW juist beoogt, uithollen.

Bron: Rechtbank Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2017:8541.

Het punt dat de meeste werkgevers niet zien aankomen: blijft onduidelijk hóé het ongeval precies gebeurde, dan pakt dat niet uit in uw nadeel maar in het hunne. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch drukte het onomwonden uit: "Onduidelijkheid omtrent de toedracht van het ongeval betekent derhalve een ruimere bewijslast voor de werkgever."

Bron: Gerechtshof 's-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2021:3717.

"Niemand heeft het zien gebeuren, dus ik sta zwak" is bij een bedrijfsongeval dus doorgaans onjuist.

Twee correcties op dat gunstige beeld, omdat wij u geen te mooi verhaal willen verkopen:

  • Voert de werkgever concrete feitelijke gegevens aan — instructieformulieren, keuringsrapporten, toezichtsregistraties — dan mag van u worden verlangd dat u die betwisting concreet motiveert. Bewijzen hoeft u die feiten niet, maar een kale ontkenning volstaat evenmin.
  • Slaagt de werkgever niet in zijn bewijs, dan staat het causaal verband met het ongeval in beginsel vast. Hij kan dan nog ontkomen door te bewijzen dat nakoming van de zorgplicht het ongeval niet zou hebben voorkomen — waarbij een onduidelijke toedracht opnieuw in zijn nadeel werkt.

Wat uw dossier sterk maakt:

Bewijsmiddel Waarom het weegt
Melding bij de Arbeidsinspectie en het onderzoek dat daarop volgt een onafhankelijke reconstructie door een toezichthouder zonder belang bij de uitkomst
Interne ongevalsregistratie de werkgever moet die wettelijk bijhouden — vraag om een afschrift
Getuigenverklaringen van collega's noteer namen dezelfde dag; collega's vertrekken en herinneringen vervagen
Foto's vóór het opruimen en melding bij bedrijfsarts en huisarts een medisch dossier waarin het ongeval van meet af aan als oorzaak staat
De risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) ontbreekt die, of staat het risico er niet in, dan is dat een sterk gegeven

Vraag schriftelijk — per e-mail, zodat u een datum heeft — om een kopie van de ongevalsmelding, het interne onderzoeksrapport en het rapport van de Arbeidsinspectie.

Wat houdt de zorgplicht van de werkgever concreet in?

De zorgplicht verplicht de werkgever de werkruimte, werktuigen en gereedschappen zo in te richten en te onderhouden, en zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken, als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Dat is de tekst van artikel 7:658 lid 1 BW, en hij bestrijkt vier gebieden tegelijk.

Bron: artikel 7:658 lid 1 BW, wetten.overheid.nl.

Onderdeel Wat dat in de praktijk betekent
Veilige werkplek inrichting, vluchtwegen, verlichting, vloeren, afscherming van gevaarlijke zones, werken op hoogte, orde en netheid
Deugdelijk materieel machines met de vereiste beveiliging, gekeurd gereedschap, deugdelijke steigers en ladders, onderhoud en tijdige vervanging, geschikte beschermingsmiddelen
Instructie begrijpelijke uitleg over risico's en werkwijze — ook aan nieuwe, jonge en tijdelijke krachten, en in een taal die de werknemer beheerst
Toezicht erop toezien dat de instructie ook daadwerkelijk wordt nageleefd; instructie geven en vervolgens wegkijken is niet genoeg

Dat laatste is in de rechtspraak keer op keer beslissend. Een werkgever die aantoont dat hij een veiligheidsinstructie gaf, is er daarmee nog niet: hij moet ook aannemelijk maken dat hij toezag op naleving — juist omdat het een ervaringsfeit is dat werknemers in de dagelijkse routine minder voorzichtig worden.

Twee begrenzingen horen erbij. De norm is wat redelijkerwijs nodig is: artikel 7:658 BW beoogt geen absolute waarborg tegen elk ongeval en maakt de werkgever niet tot verzekeraar van zijn personeel. En bij alledaagse handelingen zonder bijzonder gevaar wordt de zorgplicht terughoudender ingevuld dan bij werken met machines, op hoogte of met gevaarlijke stoffen. Hoe groter het gevaar, hoe zwaarder de eisen aan preventie, instructie en toezicht — en bij een nieuwe of tijdelijke kracht ligt de lat hoger, niet lager.

Ik heb zelf een fout gemaakt — kan ik dan nog schadevergoeding krijgen?

In beginsel ja. Een gewone onoplettendheid, een inschattingsfout of een moment van routineus onvoorzichtig werken staat een claim niet in de weg: alleen opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer bevrijdt de werkgever. Dit is het misverstand dat de meeste claims doodslaat voordat ze zijn ingediend.

In het algemene schadevergoedingsrecht wordt de vergoeding wél verminderd wanneer de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan het slachtoffer kan worden toegerekend — artikel 6:101 BW, de eigenschuldregel. Maar bij een bedrijfsongeval heeft de wetgever die weg in artikel 7:658 lid 2 BW bewust afgesneden. De werkgever komt er niet met "de werknemer lette niet op": hij moet opzet of bewuste roekeloosheid aantonen, én dat de schade daarvan in belangrijke mate het gevolg is.

Rechters maken dat onderscheid uitdrukkelijk. In een uitspraak van de rechtbank Rotterdam uit 2025 stond vast dat de werkneemster "onzorgvuldig/onoplettend" was geweest — zij werkte snel omdat zij zich wilde bewijzen — maar dat leverde geen opzet of bewuste roekeloosheid op. De kantonrechter overwoog: "Het feit dat de werknemer mede schuldig is aan het ontstaan van een ongeval is niet relevant, nu in de tekst van artikel 7:658 BW is bepaald dat de schade het gevolg moet zijn van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer, hetgeen iets anders is dan het gevolg van medeschuld van de werknemer."

Bron: Rechtbank Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2025:9448.

Waarom die keuze van de wetgever? Omdat men uitgaat van het ervaringsfeit dat werknemers die dagelijks hetzelfde werk doen, minder voorzichtig worden. Dat is geen zwakte van de individuele werknemer maar een voorspelbaar gevolg van routine — en daar moet de werkgever bij het inrichten van het werk juist rekening mee houden.

Concreet: u vergat uw handschoenen, u nam een kortere route langs de machine, u sloeg onder tijdsdruk een stap over, u overtrad een voorschrift. In beginsel is dat allemaal geen beletsel. De vraag verschuift dan naar of de werkgever daarop toezag — en bij tijdsdruk zelfs naar de vraag of díé tijdsdruk hem is aan te rekenen.

Ter illustratie. Een medewerker van een distributiecentrum stapt aan het eind van een drukke dienst over een pallet in plaats van eromheen te lopen, en verstuikt zijn enkel. Hij meldt het ongeval niet en claimt niets, omdat hij vindt dat het zijn eigen domme fout was. Juridisch is dat de verkeerde vraag. Onoplettendheid of een routineuze kortere route is geen opzet en geen bewuste roekeloosheid; de werkgever komt daar niet mee vrij. Wat wél onderzocht moet worden, is of de looproutes vrij waren, of daarop werd toegezien en of de werkdruk die kortere route in de hand werkte. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Wat wél kan meespelen: bij een aanvullende grondslag naast artikel 7:658 BW — bijvoorbeeld bij een verkeersongeval waarvoor een verzekeringsverplichting geldt — kan eigen schuld in beperkte mate wel een rol spelen. Laat uw situatie daarom beoordelen in plaats van zelf te concluderen dat u kansloos bent.

Wanneer is er sprake van opzet of bewuste roekeloosheid?

Van bewuste roekeloosheid is pas sprake als de werknemer zich onmiddellijk vóór het ongeval daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van zijn gedraging — niet als hij het had moeten of kunnen weten. Die maatstaf is streng, subjectief en wordt in de praktijk zelden gehaald.

De Hoge Raad formuleerde dit in zijn arrest van 20 september 1996 (ECLI:NL:HR:1996:ZC2142, Pollemans/Hoondert). De kern: pas als de werknemer zich tijdens het verrichten van zijn onmiddellijk aan het ongeval voorafgaande gedraging van het roekeloze karakter daarvan daadwerkelijk bewust is, is sprake van bewust roekeloos handelen. En uitdrukkelijk óók: de omstandigheid dat de werknemer herhaaldelijk was gewaarschuwd, is op zichzelf niet voldoende om dat bewustzijn aan te nemen.

Bron: Hoge Raad 20 september 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2142, rechtspraak.nl.

Wat de werkgever aanvoert Waarom dat in beginsel onvoldoende is
"Hij was gewaarschuwd" een waarschuwing bewijst niet dat u zich op dát moment bewust was van het gevaar
"Het stond in het veiligheidsreglement" een reglement kennen is iets anders dan zich op dat moment bewust zijn
"Hij had beter moeten weten" dat is verwijtbaarheid, niet bewustzijn — de maatstaf is subjectief
"Hij deed het al jaren zo" routine wijst juist op verminderde oplettendheid, en dat werkt niet in uw nadeel

Daarbij komt een tweede horde voor de werkgever: ook als bewuste roekeloosheid vaststaat, moet de schade daarvan in belangrijke mate het gevolg zijn. Twee zelfstandige eisen, allebei door hem te bewijzen. Van opzet is pas sprake wanneer de werknemer het letsel heeft gewild; dat komt vrijwel nooit voor.

Bedrijfsongeval melden: wat moet de werkgever, en wat als hij het niet doet?

De werkgever moet arbeidsongevallen die leiden tot de dood, blijvend letsel of een ziekenhuisopname direct melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie, en daarnaast een lijst bijhouden van gemelde ongevallen en van ongevallen met meer dan drie werkdagen verzuim. Die plicht staat in artikel 9 van de Arbeidsomstandighedenwet.

Artikel 9 lid 1 Arbowet: "De werkgever meldt arbeidsongevallen die leiden tot de dood, een blijvend letsel of een ziekenhuisopname direct aan de daartoe aangewezen toezichthouder en rapporteert hierover desgevraagd zo spoedig mogelijk aan deze toezichthouder." Lid 2 voegt daaraan toe dat hij een lijst bijhoudt van de gemelde ongevallen én van arbeidsongevallen die hebben geleid tot een verzuim van meer dan drie werkdagen, met de aard en datum van het ongeval.

Bron: artikel 9 Arbeidsomstandighedenwet, wetten.overheid.nl.

Melden gaat via de Nederlandse Arbeidsinspectie, telefonisch op 0800 51 51 of via het meldformulier op nlarbeidsinspectie.nl. Een dodelijk ongeval moet altijd telefonisch worden gemeld; daarvoor is de inspectie dag en nacht bereikbaar. Twijfelt uw werkgever of het ongeval meldingsplichtig is, dan is het uitgangspunt van de inspectie: melden, en de inspectie beoordeelt het.

Bron: Nederlandse Arbeidsinspectie, melden van een arbeidsongeval.

Waarom dit voor ú beslissend kan zijn. De melding leidt in de regel tot een onderzoek ter plaatse, kort na het ongeval, terwijl de situatie nog niet is opgeruimd en betrokkenen zich alles nog herinneren. Het rapport dat daaruit volgt is vaak het zwaarste stuk in het dossier.

En als het ongeval niet is gemeld? Dat komt vaker voor dan u zou verwachten.

  1. U kunt het zelf melden. Ook een werknemer, familielid of getuige kan een ongeval melden. Doe dat snel — het rendement van een onderzoek neemt met de dag af.
  2. Het niet-melden werkt in beginsel niet in uw nadeel. De meldplicht rust op de werkgever; het ontbreken van een melding maakt uw claim niet ongeldig. Het schendt wel een wettelijke plicht, waarvoor de Arbeidsinspectie een bestuurlijke boete kan opleggen. Wij noemen bewust geen bedrag: de hoogte hangt af van de overtreding, de bedrijfsomvang en de omstandigheden.
  3. Het maakt uw bewijspositie zwaarder, niet onmogelijk. U valt terug op getuigen, uw eigen interne melding, het medisch dossier en de documentatie die de werkgever alsnog moet produceren.

Meld het ongeval hoe dan ook intern, schriftelijk en op de dag zelf. Een e-mail of WhatsApp-bericht aan uw leidinggevende met datum, tijd, plaats, toedracht en klachten is later een van uw sterkste stukken. Ga niet naar huis met de mededeling "het gaat wel"; die zin belandt in het dossier en wordt jaren later tegen u gebruikt.

Bedrijfsongeval als uitzendkracht: wie is aansprakelijk?

Bij een bedrijfsongeval van een uitzendkracht kan zowel het bedrijf waar u feitelijk werkt (de inlener) als het uitzendbureau aansprakelijk zijn — de inlener op grond van artikel 7:658 lid 4 BW, het uitzendbureau als formele werkgever op grond van diezelfde zorgplicht. U mag beide aanspreken en hoeft niet eerst uit te zoeken wie van de twee "het meest fout" zat.

Artikel 7:658 lid 4 BW: "Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt." De wet wijst voor die vordering uitdrukkelijk de kantonrechter als bevoegde rechter aan.

Bron: artikel 7:658 lid 4 BW, wetten.overheid.nl.

De gedachte erachter: de vrijheid van een ondernemer om te kiezen of hij het werk laat doen door eigen mensen of door ingeleende krachten, mag niet van invloed zijn op de bescherming tegen ongevallen. Een rechtbank vatte het in 2025 zo samen: het artikellid is er juist voor de situatie dat "een uitgezonden of ingeleende werknemer naast zijn of haar formele werkgever ook de inlener kan aanspreken voor schade die hij of zij lijdt in de uitoefening van opgedragen werkzaamheden".

Bron: Rechtbank Den Haag, ECLI:NL:RBDHA:2025:16240.

De consequentie: dezelfde omgekeerde bewijslast geldt tegenover de inlener. Die is aansprakelijk tenzij hij aantoont dat hij zijn zorgplicht is nagekomen of dat er sprake was van uw opzet of bewuste roekeloosheid.

Sterker nog: de zorgplicht tegenover een uitzendkracht is niet lichter maar zwaarder. U bent nieuw op de werkplek, kent de gewoonten niet, krijgt vaker het werk dat vaste krachten liever niet doen, en durft minder snel te weigeren. De inlener moet ermee rekening houden dat u de risico's nog niet kent.

Vraag In beginsel het antwoord
Wie spreek ik aan? de inlener, het uitzendbureau, of beide — kiezen hoeft niet, en beide aanspreken is vaak juist verstandig
Verandert de bewijslast? nee, die blijft omgekeerd — ook tegenover de inlener
Wat als mijn contract eindigt door de ziekte? dan valt u in de regel terug op een Ziektewet-uitkering via het UWV in plaats van loondoorbetaling
Blijft mijn schadeclaim bestaan? ja; het inkomensverlies dat de uitkering níét dekt, is een schadepost

Ter illustratie. Een uitzendkracht wordt op zijn tweede dag in een magazijn achter een palletwagen gezet. Instructie krijgt hij nauwelijks; de vaste collega's weten waar de drukke kruising zit, hij niet. Er gaat iets mis en hij raakt geblesseerd. Het uitzendbureau verwijst naar de inlener, de inlener verwijst naar het bureau. Hij hoeft die ruzie niet te beslechten: het bedrijf waar hij feitelijk werkte kan naast het bureau worden aangesproken, en tegenover beide geldt dezelfde omgekeerde bewijslast. De vraag is of instructie en toezicht zijn afgestemd op iemand die de werkplek nog niet kent. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Dat laatste verklaart waarom uitzendkrachten na een bedrijfsongeval financieel het hardst worden geraakt. Eindigt uw uitzendovereenkomst tijdens ziekte op de afgesproken einddatum, dan zakt uw inkomen naar in de regel 70% van uw dagloon. Het verschil met wat u zou hebben verdiend, is schade die u kunt vorderen.

*Lees verder: uw rechten als uitzendkracht.*

Bedrijfsongeval als zzp'er of onderaannemer: bent u ook beschermd?

Ook een zzp'er of onderaannemer kan zich op artikel 7:658 lid 4 BW beroepen, mits hij voor zijn veiligheid afhankelijk was van degene voor wie hij de werkzaamheden verrichtte en die werkzaamheden binnen diens beroeps- of bedrijfsuitoefening vielen. Dat het woord "zzp'er" niet in de wet staat, betekent dus niet dat u buiten de bescherming valt.

De Hoge Raad werkte dit uit in zijn arrest van 23 maart 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BV0616, Davelaar/Allspan). Daarin ging het om iemand die zonder dienstbetrekking werkzaamheden verrichtte aan een vezelverwerkingsmachine en daarbij zijn rechterbeen boven de knie verloor. Bepalend is of de opdrachtgever een zorgplicht heeft jegens iemand die voor zijn veiligheid van hem afhankelijk is, en of de werkzaamheden behoren tot de beroeps- of bedrijfsuitoefening van die opdrachtgever.

Bron: Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0616, rechtspraak.nl.

Of het in uw geval opgaat, hangt af van de omstandigheden: werkte u op de locatie, met het materieel en onder de veiligheidsorganisatie van de opdrachtgever, werd uw werk door hem aangestuurd, en was u in staat zich zelf tegen dit risico te beschermen?

Een bruikbare vuistregel uit de rechtspraak: ging het om arbeid die de opdrachtgever ook door eigen werknemers had kunnen laten verrichten, dan valt die arbeid al snel binnen zijn beroeps- of bedrijfsuitoefening en daarmee binnen het bereik van lid 4. Op die grond werd een inlener aansprakelijk gehouden jegens iemand met wie hij geen arbeidsovereenkomst had. Bron: Gerechtshof 's-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2010:BP8468.

Voor zzp'ers is er een tweede reden dit serieus te nemen: u heeft geen loondoorbetaling en meestal geen recht op een uitkering na twee jaar ziekte. Zonder arbeidsongeschiktheidsverzekering valt uw inkomen na een ongeval direct weg. De vraag of er een aansprakelijke opdrachtgever is, weegt voor een zzp'er dus financieel vaak veel zwaarder dan voor een werknemer.

Ongeval onderweg: geldt dat ook als bedrijfsongeval?

Een verkeersongeval dat u overkomt tijdens het werk valt in beginsel onder de bescherming van de werkgever; woon-werkverkeer valt daar in de regel juist buiten. Het onderscheid is scherp en het bepaalt of u een claim heeft.

Voor verkeersongevallen tijdens het werk geldt naast artikel 7:658 BW een aanvullende grondslag: uit het goed werkgeverschap van artikel 7:611 BW vloeit een verplichting voort om te zorgen voor een behoorlijke verzekering voor werknemers die in de uitoefening van hun werkzaamheden aan het wegverkeer deelnemen — omdat de werkgever het verkeersgedrag van anderen nu eenmaal niet kan beheersen.

Uitspraak Wat er is beslist
HR 1 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB6175 de werkgever moet zorgen voor een behoorlijke verzekering voor werknemers die als deelnemer aan het wegverkeer in de uitoefening van hun werkzaamheden schade kunnen lijden
HR 12 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3129 (Maatzorg) die verplichting geldt óók voor werknemers die per fiets aan het verkeer deelnemen, en voor voetgangers bij een ongeval waarbij een voertuig betrokken is
HR 11 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR5215 (TNT) de verzekeringsverplichting is beperkt tot verkeersongevallen; een algemene verzekeringsplicht voor álle arbeidsongevallen bestaat niet

Bron: rechtspraak.nl, de genoemde arresten.

Uit dat laatste arrest volgt ook de grens: een postbezorger die te voet uitgleed zonder dat er een voertuig bij betrokken was, viel buiten de verzekeringsverplichting. De verzekering hoeft bovendien geen dekking te bieden voor schade door opzet of bewuste roekeloosheid. Gebruikt u uw eigen auto voor het werk, dan kan de werkgever ook aan de verplichting voldoen door u financieel in staat te stellen zelf een behoorlijke verzekering te sluiten.

Woon-werkverkeer. Het reguliere reizen tussen huis en de vaste werkplek geldt in beginsel niet als het verrichten van arbeid, en valt daarom in de regel buiten artikel 7:658 BW en buiten de verzekeringsverplichting. Dat ligt anders wanneer het reizen zelf onderdeel van het werk is — van klant naar klant, van de ene bouwplaats naar de andere, of vervoer dat de werkgever organiseert.

Belangrijk: valt uw ongeval buiten de werkgeversaansprakelijkheid, dan zit u niet zonder claim. Is een andere weggebruiker aansprakelijk, dan loopt uw vordering via diens WA-verzekeraar — met, voor fietsers en voetgangers, een bijzondere beschermde positie ten opzichte van motorrijtuigen.

Welke schade kunt u vorderen na een bedrijfsongeval?

U kunt in beginsel uw volledige schade vorderen: het inkomen dat u nu en in de toekomst misloopt, uw medische kosten, huishoudelijke hulp, aanpassingen, reiskosten, de kosten van uw rechtsbijstand, en daarnaast smartengeld voor het leed zelf. Bij ernstig letsel is het verlies van arbeidsvermogen doorgaans veruit de grootste post — vele malen groter dan het smartengeld.

Schadepost Toelichting
Verlies van arbeidsvermogen het verschil tussen wat u zonder ongeval zou hebben verdiend en wat u nu ontvangt, inclusief gemiste promoties en pensioenopbouw, tot aan uw pensioenleeftijd
Medische kosten eigen risico, eigen bijdragen, behandelingen buiten het basispakket, medicatie, hulpmiddelen
Huishoudelijke hulp wat u zelf niet meer kunt, ook als uw partner of familie het overneemt
Verzorging, aanpassingen en reiskosten mantelzorg door naasten, aanpassing van woning, auto of werkplek, ritten naar behandelaars
Zelfwerkzaamheid klussen, tuin en onderhoud die u niet meer zelf kunt doen
Omscholing en re-integratie wat nodig is om ander werk te kunnen doen
Buitengerechtelijke kosten de redelijke kosten van uw advocaat en medisch adviseur
Smartengeld de vergoeding voor pijn, verdriet en gederfde levensvreugde

Wij noemen bewust geen standaardbedragen. "Wat krijg ik voor een gebroken been" laat zich niet beantwoorden: twee mensen met exact hetzelfde letsel kunnen ver uit elkaar liggen, omdat de een zijn beroep kan hervatten en de ander niet. Bedragen die op internet circuleren zijn vrijwel altijd óf te hoog — waardoor teleurstelling volgt — óf te laag, waardoor mensen een slecht bod accepteren.

*Lees verder over de vergoeding voor het leed zelf: smartengeld bij letselschade.*

Twee punten die vaak worden gemist:

  • Een vaststellingsovereenkomst kan uw claim afsnijden. Gaat u met een vso uit dienst, dan blijft de letselschadeclaim in beginsel bestaan — maar alleen als die niet onder een finale kwijting is meegenomen. Laat een vso daarom altijd nalezen vóórdat u tekent. Zie: vaststellingsovereenkomst en transitievergoeding.
  • Uw werkgever heeft zelf ook een vordering. Betaalt hij uw loon door terwijl een ander aansprakelijk is, dan heeft hij op grond van artikel 6:107a lid 2 BW een eigen regresrecht op die ander, tot ten hoogste het bedrag waarvoor die zonder de loondoorbetalingsplicht aansprakelijk zou zijn.

Wie betaalt het eigen risico bij een bedrijfsongeval?

Het eigen risico van uw zorgverzekering wordt eerst gewoon bij u in rekening gebracht, maar het is een schadepost die u in beginsel kunt verhalen op de aansprakelijke partij. Er bestaat geen regeling waardoor het eigen risico bij een bedrijfsongeval automatisch vervalt — dat is het misverstand achter deze veelgestelde vraag.

Hoe het loopt:

  1. Uw zorgverzekeraar vergoedt de behandeling uit het basispakket en verrekent daarbij uw verplicht eigen risico: in 2026 € 385 per jaar voor verzekerden van 18 jaar en ouder. Bron: Rijksoverheid, eigen risico zorgverzekering. Dat bedraag betaalt u dus eerst zelf.
  2. Staat de aansprakelijkheid vast, dan neemt u het betaalde eigen risico op als schadepost. Bewaar de afrekening van uw zorgverzekeraar.
  3. Loopt de behandeling over de jaargrens — en dat gebeurt bij letsel vrijwel altijd — dan geldt dat voor élk kalenderjaar waarin behandelingen plaatsvinden.
  4. Heeft u vrijwillig een hoger eigen risico gekozen, dan is het verhaalbare deel in de regel het verplichte deel; over het vrijwillige deel kan discussie ontstaan, omdat u daar zelf voor koos in ruil voor een lagere premie.

De zorgverzekeraar verhaalt daarnaast de door hém betaalde kosten rechtstreeks op de aansprakelijke partij. Dat loopt buiten u om en gaat niet ten koste van uw claim.

Bedrijfsongeval: wat moet u doen? Stappenplan

Het belangrijkste gebeurt in de eerste dagen: laat het ongeval vastleggen, laat uw letsel medisch vastleggen, en stel de werkgever schriftelijk aansprakelijk voordat de werkplek is opgeruimd en herinneringen vervagen. Vrijwel elke zaak die wij later niet meer kunnen redden, is in die eerste week verloren gegaan.

Op de dag zelf:

  1. Zorg voor medische hulp, ook als de klachten meevallen. Vertel de arts uitdrukkelijk dat het om een ongeval op het werk gaat.
  2. Meld het ongeval bij uw leidinggevende én schriftelijk, met datum, tijd, plaats, toedracht en klachten.
  3. Vraag of het bij de Nederlandse Arbeidsinspectie is gemeld. Zo niet, en gaat het om blijvend letsel of een ziekenhuisopname, meld het dan zelf via 0800 51 51.
  4. Maak foto's van de plek, de machine, het gereedschap, de vloer, de verlichting en van uw letsel — vóórdat er wordt opgeruimd.
  5. Noteer namen én telefoonnummers van getuigen.
  6. Bewaar beschadigde kleding, schoenen, helm of gereedschap. Dat is bewijsmateriaal.

In de weken daarna:

  1. Meld al uw klachten volledig bij huisarts en bedrijfsarts. Bagatelliseer niets.
  2. Vraag schriftelijk om een kopie van de ongevalsmelding en het interne onderzoeksrapport.
  3. Stel uw werkgever — en bij inleen ook het uitzendbureau of de inlener — schriftelijk aansprakelijk. Daarmee stuit u tevens de verjaring.
  4. Houd een schadedossier bij: bonnen, facturen, reiskosten, uren hulp van familie.
  5. Begin een dagboek: klachten, beperkingen, wat u niet meer doet, wie u helpt.
  6. Onderteken niets van een verzekeraar zolang uw medische situatie nog verandert.

Wat u níét moet doen: akkoord gaan met een snel bod, een brede medische machtiging tekenen, of een finale kwijting ondertekenen voordat duidelijk is wat er blijvend van het letsel overblijft.

Hoe verhoudt een Ziektewet- of WIA-uitkering zich tot mijn schadeclaim?

Een uitkering vervangt uw schadeclaim niet: zij dekt slechts een deel van uw inkomen, en het verschil tussen wat u zonder ongeval zou hebben verdiend en wat u nu ontvangt, is juist de schade die u op de aansprakelijke partij verhaalt. Dat verschil loopt bij blijvende arbeidsongeschiktheid al snel op tot het grootste bedrag in het dossier.

Fase Wat er in beginsel geldt
Eerste twee jaar ziekte, in dienst uw werkgever betaalt loon door: over een tijdvak van 104 weken 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon, de eerste 52 weken ten minste het wettelijk minimumloon. Veel cao's kennen een hogere aanvulling (artikel 7:629 lid 1 BW)
Contract eindigt tijdens ziekte, of u bent uitzendkracht u valt terug op de Ziektewet: in de regel 70% van uw dagloon, gedurende maximaal 104 weken vanaf de eerste ziektedag (artikel 29 leden 5 en 7 Ziektewet)
Na 104 weken WIA-beoordeling door het UWV
Minder dan 35% arbeidsongeschikt in beginsel geen WIA-uitkering — en juist dán is de civiele schadeclaim uw enige vangnet
35% of meer, niet duurzaam volledig WGA, met een hoogte die van de mate van arbeidsongeschiktheid afhangt
Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt IVA

Bron: artikel 7:629 BW, artikel 29 Ziektewet en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, wetten.overheid.nl.

Drie dingen die hier misgaan:

  • "Ik krijg toch een uitkering, dus ik heb geen schade." Onjuist. 70% van uw loon betekent dat u structureel 30% inlevert, en het dagloon kent bovendien een maximum. Dat verlies is verhaalbare schade.
  • De 35%-grens is een harde klap. Wie op 30% arbeidsongeschikt wordt geschat, krijgt geen WIA maar heeft wel degelijk inkomensverlies — soms voor de rest van zijn loopbaan. Dit is de groep die zonder schadeclaim het diepst valt.
  • Uitkeringen worden verrekend, niet afgetrokken van uw recht. Bij de schadeberekening telt mee wat u aan loon en uitkering ontvangt; wat resteert, blijft uw vordering.

Laat u niet ontmoedigen door de WIA-uitkomst: een lage arbeidsongeschiktheidsschatting is een bestuursrechtelijk oordeel over uw verdiencapaciteit en bindt de civiele rechter niet bij het vaststellen van uw schade.

Hoe lang duurt een letselschadezaak na een bedrijfsongeval?

Een eenvoudige zaak met erkende aansprakelijkheid en volledig herstel kan binnen enkele maanden rond zijn; bij blijvend letsel duurt een dossier in de regel jaren, omdat de schade pas te begroten is als uw medische situatie stabiel is. Dat is frustrerend, maar het is ook uw bescherming: te vroeg afwikkelen betekent dat een latere verslechtering voor uw rekening komt.

De doorlooptijd hangt af van de vraag of de aansprakelijkheid wordt erkend, of uw letsel is uitgekristalliseerd, en of er een medische expertise en een rekenkundige onderbouwing nodig zijn.

Wat u niet hoeft af te wachten: bij erkende aansprakelijkheid is een voorschot gebruikelijk, zodat er geld beschikbaar komt voor lopende kosten en inkomensverlies. Wordt er geen voorschot geboden, vraag er dan uitdrukkelijk om. En loopt het vast op één punt — de aansprakelijkheid, de keuze van de deskundige, de hoogte van een post — dan kan een deelgeschilprocedure de rechter daarover laten beslissen zonder de hele zaak uit te procederen. De rechter begroot daarin de redelijke kosten aan de zijde van degene die letselschade lijdt (artikel 1019aa Rv); die gelden dus als schadepost, niet als proceskosten.

Hoe lang heb ik de tijd? Verjaring na een bedrijfsongeval

Bij letselschade geldt één termijn: vijf jaar, te rekenen vanaf de dag na die waarop u zowel met de schade als met de aansprakelijke persoon bekend bent geworden. De absolute grens van twintig jaar die bij andere schadevorderingen geldt, is bij letsel- en overlijdensschade uitdrukkelijk niet van toepassing. Dat volgt uit artikel 3:310 lid 5 BW.

Bron: artikel 3:310 BW, wetten.overheid.nl.

De termijn begint dus niet automatisch op de dag van het ongeval: bij letsel dat pas later blijkt, of bij een aansprakelijke partij die pas later in beeld komt, kan hij later gaan lopen. Bij beroepsziekten is dat regelmatig het geval.

Stuiten is eenvoudig en verstandig. Een schriftelijke mededeling waarin u zich ondubbelzinnig uw recht op nakoming voorbehoudt, doet in beginsel een nieuwe termijn ingaan. Doe dat aangetekend of per e-mail, en bewaar het bewijs. Veel mensen denken ten onrechte dat een ongeval van drie of vier jaar geleden "te oud" is; dat is het lang niet altijd. Twijfelt u, laat het dan beoordelen vóórdat u iets anders onderneemt — een verjaarde vordering is niet te redden, hoe sterk de zaak inhoudelijk ook is.

Bijzondere situaties: zorginstellingen, taalbarrières en agressie op het werk

De zorgplicht wordt zwaarder naarmate de werkgever meer reden had om met een risico rekening te houden — en dat geldt in het bijzonder voor voorzienbare agressie, voor werknemers die de instructietaal niet beheersen en voor uitzend- en oproepkrachten die de werkvloer nog niet kennen.

Letselschade in een zorginstelling. Zorgmedewerkers lopen letsel op door tillen, door vallen en door agressie van cliënten of bezoekers. Agressie van derden ontslaat de werkgever niet van zijn zorgplicht: is het risico voorzienbaar, dan gaat het erom of er een agressieprotocol was, of er alleen of met tweeën werd gewerkt, of er een alarmvoorziening was, en of er training en toezicht waren.

Bedrijfsongevallen door taalproblemen. Een instructie die de werknemer niet begrijpt, is feitelijk geen instructie. Is Pools, Turks, Roemeens of Arabisch de voertaal in uw team, dan moet de werkgever zich ervan vergewissen dat de veiligheidsinstructie daadwerkelijk is overgekomen — met vertaling, pictogrammen, voorgedaan werk of een tolk. Een handtekening onder een Nederlandstalig formulier bewijst dat niet. Ons kantoor spreekt Turks en Pools, wat bij het uitvragen van de toedracht praktisch verschil maakt.

Hoe kies ik een letselschadeadvocaat na een bedrijfsongeval, en wat kost dat?

Staat de aansprakelijkheid van een ander vast, dan komen de redelijke kosten van uw rechtsbijstand in beginsel voor rekening van de aansprakelijke partij, als zelfstandige schadepost naast uw overige schade. Dat is het meest onderbelichte feit in de letselschadepraktijk: mensen zien af van deskundige bijstand omdat zij denken dat die niet te betalen is, terwijl de wet die kosten juist onder de te vergoeden schade schaart.

De grondslag is artikel 6:96 lid 2 BW, dat als vermogensschade mede aanmerkt: de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Daarbij geldt een dubbele redelijkheidstoets: het moet redelijk zijn dát u kosten maakt, én de omvang ervan moet redelijk zijn. Let op de begrenzing van lid 3: in een gerechtelijke procedure gelden de gewone proceskostenregels.

Bron: artikel 6:96 BW, wetten.overheid.nl.

Twee kanttekeningen: zolang de aansprakelijkheid niet is erkend, is er nog geen partij die betaalt — maak over die fase vooraf afspraken. En bij een deel eigen schuld kan ook een deel van de kosten voor uw rekening blijven.

Waar u op let bij het kiezen Waarom het telt
Specialisatie in letselschade én arbeidsrecht een bedrijfsongeval raakt beide: aansprakelijkheid én uw positie in dienst
Onafhankelijkheid van verzekeraars wie ook voor verzekeraars werkt, zit in dit dossier op twee stoelen
Wordt uw schade volledig in kaart gebracht? verlies van arbeidsvermogen is de grootste post en wordt het vaakst onderschat
Eigen medisch adviseur en rekenkundige zonder die twee is een dossier met blijvend letsel niet te onderbouwen
Duidelijke kostenafspraken vóór erkenning, en taal dat is de enige fase met financiële onzekerheid, en u moet uw eigen dossier kunnen begrijpen

Wanneer u zeker deskundige hulp nodig heeft: als de aansprakelijkheid wordt betwist, als u eigen schuld of bewuste roekeloosheid tegengeworpen krijgt, als er blijvend letsel of blijvende uitval van werk is, als er een medische expertise wordt voorgesteld, of als het bod van de verzekeraar niet is uitgesplitst per schadepost. Een bod dat niet gespecificeerd is, is niet te beoordelen — en dus ook niet te accepteren.

Bij ons kunt u uw situatie kosteloos laten beoordelen voordat u iets besluit.

Over dit advies

Arslan & Arslan Advocaten behandelt letselschadezaken vanuit kantoren in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Tilburg en Eindhoven. Wij staan werknemers, uitzendkrachten en zzp'ers bij na bedrijfsongevallen en beroepsziekten, beoordelen uw situatie kosteloos en werken samen met onafhankelijke medisch adviseurs en rekenkundigen. Naast Nederlands spreken wij Turks en Pools.

**Bel [070 450 0300](tel:+31704500300) of stuur ons uw vraag via het contactformulier.** Wij laten u weten waar u staat en wat de volgende stap is.

Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies over uw eigen zaak. Aan de genoemde uitgangspunten kunnen geen rechten worden ontleend.