Bedrijfsrecht: juridische vragen van ondernemers, op één plek beantwoord

Advocaten met strijdkracht.

Kies een vestiging

Snel hulp nodig?

Een zakelijk geschil of vraag over uw onderneming?

Bij zakelijke conflicten geldt: hoe eerder u erbij bent, hoe meer opties er zijn. Termijnen en contractuele bedingen bepalen vaak de uitkomst.

  • Leg afspraken en klachten schriftelijk vast, ook als het nog goed gaat.
  • Controleer uw contract op vervaltermijnen en klachtplichten voordat u reageert.
  • Bel of stuur de stukken op, dan bespreken we de mogelijkheden.

Bel 070 450 0300Stuur uw stukken op

Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.

Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 1 september 2026.

Waar staat u? Kies uw situatie

Bedrijfsrecht is geen afgebakend rechtsgebied maar een verzameling vragen die elke ondernemer vroeg of laat krijgt. Onderstaande tabel wijst u door naar de sectie of de pagina waar uw situatie wordt behandeld.

Uw situatie Waar u verder leest
U moet een contract opstellen of tekenen Wat moet er in een zakelijk contract staan?
U wilt weten of uw algemene voorwaarden gelden Wanneer gelden mijn algemene voorwaarden?
De ander levert niet, te laat of ondeugdelijk Wanprestatie, en wat doet u, en in welke volgorde?
Uw factuur wordt niet betaald incasso
U start of beëindigt een samenwerking met een compagnon Samenwerken met een compagnon: vof, maatschap of bv?
U werkt met zzp'ers of bent er zelf een Schijnzelfstandigheid: welk risico loopt u als opdrachtgever?
U huurt of verhuurt een bedrijfspand 290- of 230a-bedrijfsruimte en huurrecht
U koopt of verkoopt een onderneming Een onderneming overnemen: activa-passiva of aandelen?
Iemand gebruikt uw bedrijfsnaam of merk Handelsnaam en merk
Conflict met een medeaandeelhouder, of u wordt privé aangesproken als bestuurder Bestuurdersaansprakelijkheid en ondernemingsrecht
Er speelt een conflict met personeel arbeidsrecht

Wat moet er in een zakelijk contract staan?

Een contract komt in beginsel al tot stand door aanbod en aanvaarding, dus ook zonder handtekening en zonder papier — de vraag is nooit óf u iets bent overeengekomen, maar wát precies, en dat is wat u vastlegt. Dat staat in artikel 6:217 lid 1 BW: een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Vormvereisten zijn er meestal niet. Een akkoord per e-mail, in een appgesprek of aan de telefoon bindt u.

Het contract is dus geen formaliteit maar een bewijsstuk: het legt vast wat er is afgesproken toen beide partijen nog goede zin hadden.

Wat er in de regel in hoort:

Onderdeel Waarom het ertoe doet
Partijen, exact de juiste rechtspersoon met KvK-nummer; niet de handelsnaam alleen
De prestatie wat wordt geleverd, in welke hoeveelheid, kwaliteit en specificatie
Termijn wanneer, en of die termijn een fatale termijn is
Prijs en betaaltermijn inclusief of exclusief btw, en de gevolgen van te late betaling
Duur en opzegging vaste duur of doorlopend, opzegtermijn, tussentijdse opzegging
Aansprakelijkheid en overmacht of die wordt beperkt, tot welk bedrag, en wat geldt als nakoming buiten iemands schuld onmogelijk wordt
Geheimhouding en intellectuele eigendom wat vertrouwelijk is, en wie eigenaar wordt van wat er gemaakt wordt
Toepasselijk recht en bevoegde rechter vooral bij buitenlandse partijen bepalend voor de kosten van een conflict
Algemene voorwaarden dat ze van toepassing zijn én dat u ze heeft verstrekt

De fouten die wij het vaakst zien:

  1. De verkeerde partij op papier. Contracteren met "Jansen Bouw" terwijl er drie bv's met die handelsnaam zijn. Blijkt de contractspartij een lege holding, dan heeft u een vordering op niets. Controleer rechtsvorm en KvK-nummer.
  2. De prestatie te vaag omschreven. "Het bouwen van een website" is geen omschrijving. Zonder specificatie valt er ook geen tekortkoming aan te wijzen.
  3. Geen fatale termijn. Een leverdatum in het contract is niet automatisch fataal. Bedoelt u dat overschrijding direct verzuim oplevert, leg dat dan uitdrukkelijk vast.
  4. Algemene voorwaarden wel genoemd, niet verstrekt. De meest voorkomende en de duurste fout. Zie de volgende sectie.
  5. Een aansprakelijkheidsbeperking die niet aansluit. Beperken tot "de factuurwaarde" terwijl de schade in de tonnen kan lopen is niet per definitie ongeldig, maar wordt bij ernstige verwijten in de regel wél aangevochten.
  6. Een modelcontract uit een andere branche kopiëren, waardoor bepalingen ontstaan die nergens op slaan en ontbreekt wat u juist nodig had.
  7. Vergeten wat er gebeurt bij het einde. Wie krijgt de data, de broncode, de klantenlijst, de voorraad? Dat regelt u aan het begin of nooit.

Wat u moet doen: controleer vóór het tekenen wie de contractspartij is, wat er precies geleverd wordt, wanneer, en wat er gebeurt als dat niet lukt. Ontbreekt een van die vier, dan is het contract niet af.

Wanneer gelden mijn algemene voorwaarden?

Uw algemene voorwaarden gelden pas als u ze vóór of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand heeft gesteld; verwijzen naar voorwaarden die u niet heeft meegestuurd maakt de bedingen erin vernietigbaar. Dat volgt uit artikel 6:233 onder b BW, dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar maakt "indien de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen".

Artikel 6:234 BW vult in wanneer u die mogelijkheid heeft geboden: door de voorwaarden vóór of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand te stellen, of — als dat redelijkerwijs niet mogelijk is — vooraf bekend te maken dat ze ter inzage liggen of bij een Kamer van Koophandel of een griffie zijn gedeponeerd, met de mededeling dat ze op verzoek worden toegezonden. Lid 2 staat de elektronische variant toe, mits de voorwaarden zo beschikbaar worden gesteld dat de wederpartij ze kan opslaan voor latere kennisneming; komt de overeenkomst niet langs elektronische weg tot stand, dan is daarvoor op grond van lid 3 haar uitdrukkelijke instemming vereist.

Vertaald: een link in de voettekst van uw e-mail is zwak, een pdf als bijlage bij de offerte is sterk. Wat níet nodig is, is dat de ander de voorwaarden gelezen heeft — artikel 6:232 BW bindt de wederpartij ook als u begreep of moest begrijpen dat zij de inhoud niet kende. Het gaat om de gebóden mogelijkheid.

Ter illustratie. Een installatiebedrijf zet al jaren onder zijn offertes: "Op al onze offertes zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, in te zien op onze website." Na een geschil over een mislukte installatie beroept het zich op de aansprakelijkheidsbeperking in die voorwaarden. De afnemer vernietigt dat beding, omdat de voorwaarden nooit zijn meegestuurd terwijl meesturen bij een e-mailofferte heel goed kon. De rest van het contract blijft staan; alleen de beperking valt weg, en daarmee het dak boven de aansprakelijkheid. De vraag is dus niet of de voorwaarden goed geschreven zijn, maar of ze op tijd de deur uit zijn gegaan. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

De zwarte en de grijze lijst

De zwarte lijst (artikel 6:236 BW) bevat bedingen die tegenover een consument altijd als onredelijk bezwarend worden aangemerkt; de grijze lijst (artikel 6:237 BW) bevat bedingen die vermóéd worden onredelijk bezwarend te zijn, waarbij de gebruiker het tegendeel mag bewijzen. Beide lijsten gelden volgens hun aanhef uitsluitend bij een overeenkomst tussen een gebruiker en "een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf" — dus in de consumentenrelatie, niet tussen ondernemers onderling.

Zwarte lijst (6:236 BW) Grijze lijst (6:237 BW)
Rechtsgevolg onredelijk bezwarend, punt vermoeden van onredelijk bezwarend
Tegenbewijs niet mogelijk mogelijk, door de gebruiker
Voorbeelden uit de wettekst het uitsluiten of beperken van de ontbindings- of opschortingsbevoegdheid van de wederpartij; het verkorten van een wettelijke verjarings- of vervaltermijn tot minder dan een jaar een beding dat de gebruiker bevrijdt van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding; dat zijn verplichtingen wezenlijk beperkt ten opzichte van wat de wederpartij redelijkerwijs mocht verwachten; dat haar verrekeningsbevoegdheid uitsluit

Voor ondernemers onderling geldt de open norm van artikel 6:233 onder a BW: een beding is vernietigbaar als het, gelet op de aard en overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand kwamen, de wederzijds kenbare belangen en de overige omstandigheden, onredelijk bezwarend is. In de rechtspraak wordt daarbij soms aangeknoopt bij de lijsten — de zogeheten reflexwerking — vooral bij een kleine ondernemer in een consumentachtige positie. Een garantie is dat niet. En let op artikel 6:235 lid 1 BW: een rechtspersoon die zijn jaarrekening openbaar heeft gemaakt en een partij bij wie vijftig of meer personen werkzaam zijn, kunnen zich op deze vernietigingsgronden niet beroepen.

Battle of forms: van wie gelden de voorwaarden?

Verwijzen aanbod en aanvaarding elk naar eigen algemene voorwaarden, dan gelden in beginsel die van de eerste verwijzing — tenzij de tweede partij de voorwaarden van de eerste uitdrukkelijk van de hand heeft gewezen. Artikel 6:225 lid 3 BW zegt het letterlijk: aan de tweede verwijzing komt geen werking toe, "wanneer daarbij niet tevens de toepasselijkheid van de in de eerste verwijzing aangegeven algemene voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen".

Wie op een inkooporder reageert met een orderbevestiging waarin alleen staat "onze leveringsvoorwaarden zijn van toepassing", heeft niets bereikt: de inkoopvoorwaarden van de klant gelden. Wie erbij schrijft "de toepasselijkheid van uw inkoopvoorwaarden wijzen wij uitdrukkelijk van de hand", heeft de strijd wél aangegaan.

Wat u moet doen: stuur de voorwaarden als bijlage mee bij elke offerte en opdrachtbevestiging, laat de ontvangst uit de correspondentie blijken, en zet in uw standaard-orderbevestiging de uitdrukkelijke afwijzing van andermans voorwaarden. Verkoopt u ook aan particulieren, dan heeft u vaak twee sets nodig.

Wanprestatie: wat kunt u doen als de ander zich niet aan de afspraak houdt?

Elke tekortkoming in de nakoming verplicht de tekortschietende partij tot vergoeding van de schade, tenzij de tekortkoming haar niet kan worden toegerekend — maar zolang nakoming nog mogelijk is, ontstaat dat recht pas als zij in verzuim is. Dat is de kern van artikel 6:74 BW, waarvan lid 2 bepaalt dat lid 1 bij niet blijvend onmogelijke nakoming slechts toepassing vindt met inachtneming van de paragraaf over verzuim.

Die tweetrapsraket wordt het vaakst over het hoofd gezien. Boze e-mails, telefoontjes en een aangekondigde "claim" brengen iemand niet in verzuim.

Ingebrekestelling en verzuim

Artikel 6:82 lid 1 BW: het verzuim treedt in wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen die termijn uitblijft. Lid 2 geeft een variant voor het geval hij tijdelijk niet kan nakomen of uit zijn houding blijkt dat aanmanen nutteloos zou zijn: dan volstaat een schriftelijke mededeling waaruit blijkt dat hij voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk wordt gesteld.

Een bruikbare ingebrekestelling bevat vier dingen: wat er is afgesproken, wat er niet is nagekomen, wat u alsnog verlangt, en binnen welke concrete termijn. "Zo spoedig mogelijk" is geen termijn.

Soms hoeft het helemaal niet. Artikel 6:83 BW noemt drie gevallen waarin het verzuim zonder ingebrekestelling intreedt:

  • a. wanneer een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt zonder dat de verbintenis is nagekomen, tenzij blijkt dat de termijn een andere strekking heeft — de fatale termijn;
  • b. wanneer de verbintenis voortvloeit uit onrechtmatige daad of strekt tot schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:74 lid 1, en niet terstond wordt nagekomen;
  • c. wanneer u uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat hij zal tekortschieten.

Onderdeel c is het nuttigst: schrijft uw leverancier dat hij niet gaat leveren, dan is hij in verzuim zonder dat u nog iets hoeft te sturen. Onderdeel a verklaart waarom het loont leverdata uitdrukkelijk als fataal aan te merken.

Ontbinding

Artikel 6:265 lid 1 BW geeft bij iedere tekortkoming de bevoegdheid de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, "tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt". Lid 2: voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat die bevoegdheid pas wanneer de schuldenaar in verzuim is.

Twee praktische gevolgen. Ten eerste is de drempel laag: het uitgangspunt is dat elke tekortkoming ontbinding rechtvaardigt, en het is aan de tegenpartij om zich op de uitzondering te beroepen. Ten tweede is gedeeltelijke ontbinding vaak verstandiger dan volledige — u wilt de mislukte module terug, niet het hele project. Ontbinden is geen schadevergoeding: het bevrijdt beide partijen van hun verplichtingen en verplicht tot ongedaanmaking van wat al is gepresteerd. Een schadevordering op grond van artikel 6:74 BW kan daarnaast bestaan.

Schadevergoeding en de klachtplicht

Vergoed wordt in beginsel de schade die het gevolg is van de tekortkoming. Daaronder vallen op grond van artikel 6:96 lid 2 BW ook de redelijke kosten ter beperking van schade, ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte, met de dubbele redelijkheidstoets: het maken van de kosten én de omvang ervan moeten redelijk zijn. Let op lid 3: in een procedure geldt het liquidatietarief van artikel 241 Rv.

Eén valkuil verdient bijzondere aandacht. Artikel 6:89 BW: de schuldeiser kan op een gebrek in de prestatie geen beroep meer doen "indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar terzake heeft geprotesteerd". Wat "bekwame tijd" is hangt af van de omstandigheden — maar wie maanden stil blijft, riskeert dat zijn hele vordering hierop afketst, hoe gegrond de klacht inhoudelijk ook was.

Wat u moet doen: klaag schriftelijk zodra u het gebrek ontdekt, stel daarna schriftelijk in gebreke met een concrete termijn, en bepaal pas dán of u nakoming, ontbinding of schadevergoeding wilt.

Uw leverancier of afnemer komt niet na: wat doet u, en in welke volgorde?

De volgorde bepaalt uw positie: eerst klagen, dan in gebreke stellen, dan uw eigen prestatie opschorten, en pas daarna ontbinden of schade vorderen — wie stappen overslaat, verliest rechten die hij niet meer terugkrijgt.

  1. Leg vast wat er mis is. Foto's, meetrapporten, e-mails, een verslag van het telefoongesprek — dezelfde week nog.
  2. Klaag schriftelijk, en snel (artikel 6:89 BW). Eén e-mail waarin u benoemt wat er niet klopt stelt de klachtplicht veilig.
  3. Controleer contract en voorwaarden. Een fatale termijn, klachttermijn, aansprakelijkheidsbeperking of arbitragebeding bepaalt uw route. En gelden de voorwaarden van de ander eigenlijk wel — zijn ze u ter hand gesteld?
  4. Stel schriftelijk in gebreke met een concrete, redelijke termijn (artikel 6:82 lid 1 BW), tenzij een van de gevallen van artikel 6:83 BW zich voordoet.
  5. Overweeg opschorting. Zolang de ander niet nakomt, mag u uw eigen verplichting in beginsel opschorten. Dat is uw sterkste drukmiddel — mits proportioneel. Onterecht opschorten maakt ú de tekortschietende partij.
  6. Kies uw remedie. Nakoming afdwingen, gedeeltelijk of geheel ontbinden, of schadevergoeding vorderen. Dat is een strategische keuze: bij een schaarse leverancier is nakoming meer waard dan geld.
  7. Beperk uw schade. De kosten daarvan zijn op grond van artikel 6:96 lid 2 onder a BW zelf weer een schadepost; vervangende inkoop tegen een hogere prijs kunt u in beginsel doorbelasten.
  8. Bewaak de verjaring, en weeg kort geding tegen bodemprocedure. Heeft u snel een voorziening nodig — levering, opheffing van beslag, staking van een gedraging — dan is een kort geding vaak de aangewezen weg.

Gaat het puur om een onbetaalde factuur, dan is de route korter: aanmanen, wettelijke handelsrente op grond van artikel 6:119a BW en incassokosten, en zo nodig een incassoprocedure of faillissementsaanvraag als drukmiddel. Dat traject staat uitgewerkt op onze pagina over incasso.

Ter illustratie. Een groothandel bestelt machineonderdelen met levering "week 14". In week 16 is er nog niets; hij belt drie keer, koopt duurder in bij een ander en stuurt de leverancier de meerkosten. Die weigert. Het geschil draait dan niet op de vraag of te laat is geleverd, maar op twee eerdere punten: was "week 14" een fatale termijn in de zin van artikel 6:83 onder a BW, en is er ooit schriftelijk in gebreke gesteld met een termijn? Zijn beide antwoorden nee, dan was er bij de vervangende inkoop nog geen verzuim en staat de vordering op losse schroeven — terwijl één e-mail in week 15 dat had voorkomen. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Wat u moet doen: zet stap 2 en stap 4 vandaag op papier, ook als u nog hoopt dat het goed komt. Ze kosten u niets en ze houden elke route open.

Samenwerken met een compagnon: vof, maatschap of bv?

In een vennootschap onder firma is elke vennoot hoofdelijk aansprakelijk voor álle schulden van de vennootschap — ook voor verplichtingen die uw compagnon zonder u is aangegaan, en ook met uw privévermogen. Dat staat onverbloemd in artikel 18 van het Wetboek van Koophandel: "In vennootschappen onder eene firma is elk der vennooten, wegens de verbindtenissen der vennootschap, hoofdelijk verbonden."

Hoofdelijk betekent: de schuldeiser mag het hele bedrag bij één van u opeisen. Hij hoeft niet te verdelen, hij hoeft niet eerst bij de vennootschap aan te kloppen, en hij kiest degene die het meeste te verhalen biedt. Wie daarna te veel heeft betaald, moet dat zelf op zijn medevennoot verhalen.

Daar komt artikel 17 WvK bij: elke vennoot die daarvan niet is uitgesloten is bevoegd ten name van de vennootschap te handelen en haar aan derden te verbinden, behoudens handelingen die niet tot de vennootschap behoren of waartoe de vennoten volgens de overeenkomst onbevoegd zijn. Uw compagnon kan u dus binden, en een beperking van die bevoegdheid werkt tegen derden in beginsel alleen als die kenbaar is — inschrijving in het handelsregister is daarom bescherming, geen plichtpleging.

Vof Maatschap Bv
Rechtspersoon; notaris nodig nee; nee nee; nee ja; ja
Aansprakelijkheid vennoten/aandeelhouders hoofdelijk voor het geheel (art. 18 WvK) in beginsel voor gelijke delen in beginsel geen privéaansprakelijkheid, behoudens bestuurdersaansprakelijkheid
Vertegenwoordiging elke vennoot, tenzij uitgesloten (art. 17 WvK) volgens de maatschapsovereenkomst bestuur, volgens de statuten
Typisch gebruikt door handel en ambacht vrije beroepen vrijwel elke groeiende onderneming

De Wet modernisering personenvennootschappen, die vof en maatschap zou vervangen door de openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid, is nog niet in werking getreden en heeft nog geen vastgestelde invoeringsdatum. Tot dat moment geldt onverkort het regime van het Wetboek van Koophandel. Bron: KVK, over de wijziging van de regels voor vof, cv en maatschap.

Wat in een samenwerkings- of vennootschapsovereenkomst hoort: inbreng, winst- en verliesverdeling, wie waarover beslist en vanaf welk bedrag met z'n tweeën, non-concurrentie en geheimhouding, wat er gebeurt bij ziekte of arbeidsongeschiktheid, een geschillenregeling, en — het onderdeel dat vrijwel altijd ontbreekt — een uittredingsregeling: hoe wordt de waarde bepaald, in hoeveel termijnen wordt uitbetaald, en wie houdt de handelsnaam en de klantenkring.

Loopt het conflict al en gaat het om een bv met medeaandeelhouders, dan gelden andere instrumenten — geschillenregeling, enquêteprocedure, uitstoting en uittreding. Die staan uitgewerkt op onze pagina over ondernemingsrecht.

Wat u moet doen: heeft u een vof zonder schriftelijke vennootschapsovereenkomst, laat er dan een opstellen vóórdat er een conflict is — daarna is elke afspraak een onderhandeling. Weegt het aansprakelijkheidsrisico zwaar, laat dan beoordelen of omzetting naar een bv verstandig is.

Schijnzelfstandigheid: welk risico loopt u als opdrachtgever?

Werkt een zzp'er feitelijk als werknemer, dan is er in beginsel een arbeidsovereenkomst — ongeacht wat er in de opdrachtovereenkomst staat — en het financiële risico daarvan ligt bij u als opdrachtgever, niet bij de zzp'er. De wettelijke maatstaf is artikel 7:610 lid 1 BW: de arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de werknemer zich verbindt in dienst van de werkgever tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Wat partijen hun afspraak nóemen is daarbij niet doorslaggevend; het gaat om de overeengekomen rechten en verplichtingen en om hoe daar feitelijk uitvoering aan wordt gegeven.

De Hoge Raad heeft in het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:443) een reeks niet-limitatieve gezichtspunten gegeven die bij die beoordeling van belang kunnen zijn:

Gezichtspunt Wat het in de praktijk betekent
Aard en duur van de werkzaamheden incidenteel project of structureel meedraaien
Hoe werkzaamheden en werktijden worden bepaald eigen indeling of ingeroosterd worden
Inbedding in de organisatie en de bedrijfsvoering hetzelfde werk als het vaste personeel
Verplichting het werk persoonlijk uit te voeren mag hij zich vrij laten vervangen
Hoe de contractuele regeling tot stand kwam onderhandeld of standaardcontract
Hoe de beloning wordt bepaald en uitgekeerd, en de hoogte ervan eigen tarief en facturen, of een vast bedrag per periode
Loopt de werkende commercieel risico investeringen, aansprakelijkheid, geen werk is geen inkomen
Gedraagt hij zich in het economisch verkeer als ondernemer meerdere opdrachtgevers, acquisitie, eigen presentatie

Geen enkel gezichtspunt is beslissend; het is de weging van het geheel.

Wat de handhaving betekent

Het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst is per 1 januari 2025 vervallen; sindsdien kan de dienst bij geconstateerde schijnzelfstandigheid correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen. In 2025 werden nog geen verzuim- en vergrijpboetes opgelegd. Vanaf 1 januari 2026 kunnen wel vergrijpboetes worden opgelegd; verzuimboetes legt de Belastingdienst in 2026 nog niet op. Naheffen met terugwerkende kracht kan in beginsel niet verder terug dan 1 januari 2025 — tenzij sprake is van kwaadwillendheid of een gegeven aanwijzing niet is opgevolgd; dan kan tot vijf jaar terug worden nageheven. Bron: Belastingdienst, Arbeidsrelaties en handhaving door de Belastingdienst.

Het fiscale spoor is niet het enige. Wordt achteraf een arbeidsovereenkomst aangenomen, dan kan de werkende zich ook civielrechtelijk op het arbeidsrecht beroepen: ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte, vakantiedagen en soms pensioenaanspraken.

Ter illustratie. Een bedrijf huurt al vier jaar dezelfde interim-medewerker in op factuurbasis. Hij staat op het weekrooster, gebruikt een bedrijfslaptop en een intern e-mailadres, doet hetzelfde werk als twee collega's in loondienst en heeft in die jaren geen andere opdrachtgever gehad. In de opdrachtovereenkomst staat uitdrukkelijk dat partijen geen arbeidsovereenkomst beogen. Die zin doet weinig: bepalend zijn de overeengekomen rechten en verplichtingen en de feitelijke uitvoering. Inbedding, roostering en het ontbreken van commercieel risico wijzen hier dezelfde kant op. De vraag is dus niet hoe het contract heet, maar of de praktijk daarbij past — en bij wie de rekening ligt als dat niet zo is. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Wat u moet doen: loop uw opdrachtrelaties na op de gezichtspunten hierboven, met bijzondere aandacht voor langdurige inzet op een functie die ook door vast personeel wordt vervuld. Herschrijf niet alleen het contract — de feitelijke uitvoering telt zwaarder dan de tekst.

Huurt u 290- of 230a-bedrijfsruimte, en waarom maakt dat uit?

Valt uw pand onder artikel 7:290 BW, dan geniet u forse huurbescherming met termijnen van vijf plus vijf jaar en een beperkte lijst opzeggingsgronden; valt het onder artikel 7:230a BW, dan heeft u geen minimumtermijn en alleen ontruimingsbescherming. Dat verschil bepaalt vrijwel alles aan uw positie als huurder, en het volgt niet uit wat er boven de huurovereenkomst staat maar uit wat er feitelijk in het pand gebeurt.

Artikel 7:290 lid 2 BW omschrijft 290-bedrijfsruimte — in de wandeling middenstandsbedrijfsruimte — als een gebouwde onroerende zaak die krachtens de huurovereenkomst is bestemd voor een kleinhandelsbedrijf, een restaurant- of cafébedrijf, een afhaal- of besteldienst of een ambachtsbedrijf, "een en ander indien in de verhuurde ruimte een voor het publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening aanwezig is". Daarnaast vallen het hotel- en het kampeerbedrijf eronder. Alles wat gebouwd is en géén woonruimte en géén 290-bedrijfsruimte is, valt onder artikel 7:230a BW: kantoren, praktijkruimten, opslagloodsen, werkplaatsen zonder publiekstoegang.

290-bedrijfsruimte 230a-bedrijfsruimte
Typisch winkel, restaurant, café, afhaalzaak, kapper, hotel kantoor, praktijk, loods, opslag, showroom zonder winkelfunctie
Duur en verlenging vijf jaar of de langere overeengekomen duur, van rechtswege verlengd met vijf jaar (art. 7:292 BW) vrij overeen te komen; geen wettelijke verlenging
Opzegtermijn ten minste één jaar, bij exploot of aangetekende brief (art. 7:293 lid 2 BW) volgens contract
Opzeggingsgronden verhuurder limitatief tegen het einde van de eerste termijn: slechte bedrijfsvoering van de huurder, of dringend eigen gebruik (art. 7:296 lid 1 BW); daarna een belangenafweging (lid 3) geen wettelijke grondeis
Bescherming bij einde de huur loopt door tot de rechter beslist ontruimingsbescherming: telkens ten hoogste een jaar, tot maximaal drie jaar (art. 7:230a lid 5 BW)
Afwijken ten nadele huurder alleen met goedkeuring van de rechter (art. 7:291 BW) in beginsel toegestaan

Twee bepalingen verdienen uitlichting. Artikel 7:291 BW maakt de 290-regeling semidwingend: afwijken ten nadele van de huurder kan alleen als de rechter het beding heeft goedgekeurd, en die goedkeuring wordt alleen gegeven als het beding de rechten van de huurder niet wezenlijk aantast of diens maatschappelijke positie zodanig is dat hij de bescherming in redelijkheid niet behoeft. En artikel 7:230a lid 1 BW eist dat het verzoek om verlenging van de ontruimingstermijn wordt ingediend binnen twee maanden na het tijdstip waartegen schriftelijk ontruiming is aangezegd. Die twee maanden zijn hard; gemist is de bescherming weg.

De kwalificatie is geen kwestie van etiketteren. In de rechtspraak wordt feitelijk beoordeeld of er een "voor het publiek toegankelijk lokaal" aanwezig is: een ruimte waar publiek vrij in en uit kan lopen, waarbij dat publiek ook enigszins beperkt mag zijn, terwijl een verkooppunt dat alleen voor een selecte groep toegankelijk is daar niet onder valt. Een atelier, showroom of praktijkruimte kan daardoor aan beide kanten van de streep vallen. Meer over huurbescherming, gebreken, huurachterstand en ontruiming leest u op onze pagina over huurrecht.

Wat u moet doen: bepaal vóór ondertekening onder welk regime uw pand valt; wijkt de overeenkomst ten nadele van u af van de 290-regeling, controleer dan of de rechter dat beding heeft goedgekeurd. Krijgt u een ontruimingsaanzegging voor 230a-ruimte, reken dan meteen de tweemaandstermijn uit.

Een onderneming overnemen: activa-passiva of aandelen?

Bij een activa-passivatransactie koopt u afzonderlijke vermogensbestanddelen en laat u de rechtspersoon met zijn verleden achter; bij een aandelentransactie koopt u de vennootschap inclusief alle schulden, claims en risico's die u niet kent. Dat is niet alleen een fiscale of structurele keuze — het bepaalt wie het verleden draagt.

Activa-passiva Aandelen
Wat u koopt geselecteerde bezittingen en schulden de vennootschap als geheel
Onbekende schulden en claims blijven in beginsel achter bij de verkoper gaan mee over
Contracten en vergunningen gaan alleen over met medewerking van de wederpartij; vergunningen vaak opnieuw aanvragen blijven bij de vennootschap, maar let op change-of-controlbedingen
Personeel gaat van rechtswege over bij overgang van onderneming blijft in dienst van dezelfde werkgever
Notaris alleen bij onroerend goed ja, levering bij notariële akte
Voorkeur van in de regel de koper in de regel de verkoper

Overgang van onderneming: het personeel gaat mee

Wie denkt bij een activatransactie het personeel te kunnen laten liggen, komt bedrogen uit. Artikel 7:663 BW: door de overgang van een onderneming gaan de rechten en verplichtingen die op dat tijdstip voor de werkgever voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst van rechtswege over op de verkrijger. De oude werkgever blijft daarnaast nog een jaar na de overgang hoofdelijk verbonden voor de nakoming van de verplichtingen die vóór dat tijdstip zijn ontstaan.

Wanneer daarvan sprake is, volgt uit artikel 7:662 lid 1 BW: overgang is de overgang, ten gevolge van een overeenkomst, een fusie of een splitsing, van "een economische eenheid die haar identiteit behoudt" — een geheel van georganiseerde middelen, bestemd tot het ten uitvoer brengen van een al dan niet hoofdzakelijk economische activiteit. Of de identiteit behouden blijft, wordt feitelijk beoordeeld: gaan bedrijfsmiddelen, personeel, klantenkring en activiteit als samenhangend geheel over?

Rechten en arbeidsvoorwaarden gaan mee zoals ze zijn — anciënniteit, salaris, secundaire voorwaarden. Artikel 7:665 BW voegt toe dat de arbeidsovereenkomst als beëindigd op initiatief van de wérkgever geldt wanneer de overgang een aanmerkelijke wijziging van de arbeidsvoorwaarden ten nadele van de werknemer tot gevolg heeft en de overeenkomst om die reden op verzoek van de werknemer eindigt. Meer daarover op onze pagina over arbeidsrecht.

Waar een overname in de praktijk op misgaat

  • Geen of te oppervlakkig due diligence. Contracten, lopende geschillen, pensioenverplichtingen, vergunningen, huur en IE-rechten worden niet gecontroleerd — en blijken achteraf de reden dat de prijs te hoog was.
  • Garanties en vrijwaringen zonder tanden. Een garantie is pas iets waard met een claimtermijn die lang genoeg is, een drempel die laag genoeg is, en verhaalszekerheid zoals escrow of een bankgarantie.
  • Change-of-controlbedingen over het hoofd zien. Belangrijke klantcontracten kunnen bij een aandelenoverdracht opzegbaar worden; dan koopt u een onderneming waarvan de omzet mag vertrekken.
  • De sleutelmedewerkers niet vastleggen, terwijl in een dienstverlenende onderneming juist daar de waarde zit.
  • Vergeten dat het personeel meekomt, en dat een ondernemingsraad of cao eigen verplichtingen rond informeren en raadplegen meebrengt.

Wat u moet doen: kies de transactievorm pas nadat het due diligence loopt. Laat de intentieverklaring opstellen door iemand die weet welke bepalingen daarin al bindend worden — exclusiviteit, geheimhouding en kostenverdeling zijn dat vaak wél, ook als de rest "onder voorbehoud" heet.

Iemand gebruikt uw handelsnaam of uw merk: wat kunt u doen?

Handelsnaamrecht ontstaat door de naam feitelijk te voeren en beschermt tegen verwarring bij het publiek; merkrecht ontstaat pas door registratie en beschermt de aanduiding van uw waren of diensten — dat zijn twee verschillende rechten met twee verschillende toetsen.

Artikel 5 van de Handelsnaamwet verbiedt het voeren van een handelsnaam die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, al rechtmatig door een ander werd gevoerd, of die daarvan slechts in geringe mate afwijkt, "een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is". Drie elementen dus: ouder gebruik, gelijkende naam, en verwarringsgevaar — beoordeeld naar de aard van de ondernemingen en hun vestigingsplaats. Twee gelijknamige kappers in verschillende provincies leveren daarom niet vanzelf inbreuk op; twee gelijknamige aannemers in dezelfde regio eerder wel.

Artikel 5a Handelsnaamwet dekt de kruising: het is verboden een handelsnaam te voeren die het merk van een ander bevat, of een aanduiding die daarvan slechts in geringe mate afwijkt, voor zover daardoor bij het publiek verwarring over de herkomst van de waren te duchten is.

Belangrijk: inschrijving in het handelsregister geeft u géén recht op de naam — het register toetst niet op rechten van anderen. Uw positie ontleent u aan het feitelijke, oudere gebruik: facturen, advertenties, uw website en het moment waarop u begon. Voor een sterkere positie is een merkregistratie de aangewezen route, omdat die een zelfstandig recht geeft voor de klassen waarvoor u inschrijft.

Wat u moet doen: leg vast sinds wanneer u de naam voert en waar de verwarring uit blijkt (verkeerd geadresseerde e-mails, klanten die het navragen). Stuur daarna een gemotiveerde sommatie met een concrete termijn. Blijft die zonder gevolg, dan is een kort geding vaak de effectiefste route — verwarring laat zich niet met een schadevergoeding achteraf repareren.

Kan ik als bestuurder privé aansprakelijk worden gesteld?

Als bestuurder bent u in beginsel niet privé aansprakelijk voor schulden van de vennootschap, maar dat uitgangspunt vervalt bij onbehoorlijke taakvervulling waarvan u persoonlijk een ernstig verwijt te maken valt. Tegenover de vennootschap zelf geldt artikel 2:9 BW: elke bestuurder is gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak en is voor het geheel aansprakelijk ter zake van onbehoorlijk bestuur, "tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden".

In faillissement komt daar artikel 2:248 BW bij: is het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk vervuld en is aannemelijk dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement, dan is iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in de boedel. Lid 2 bevat de bewijsval die het vaakst fataal is: is de administratieplicht of de publicatieplicht van de jaarrekening niet nagekomen, dan stáát onbehoorlijke taakvervulling vast en wordt vermoed dat die een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Daarnaast bestaat aansprakelijkheid tegenover individuele schuldeisers op grond van onrechtmatige daad, bijvoorbeeld wanneer een bestuurder een verplichting aangaat terwijl hij wist of behoorde te begrijpen dat de vennootschap die niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden. Dit onderwerp is samen met aandeelhoudersconflicten, de enquêteprocedure en faillissement uitgewerkt op onze pagina over ondernemingsrecht.

Wat u moet doen: deponeer de jaarrekening tijdig, houd de administratie op orde en leg besluiten schriftelijk vast. Wordt het krap, laat u dan vroeg adviseren over wat u nog wel en niet meer mag aangaan — dat moment ligt eerder dan de meeste bestuurders denken.

Wanneer schakelt u een advocaat in, en wat kost dat?

Zakelijke geschillen worden zelden duurder door een advocaat en vaak duurder door te lang wachten: de meeste rechten die verloren gaan, gaan verloren in de weken waarin nog niets op papier stond.

De signalen waarbij bijstand in de regel loont: er is een sommatie of ingebrekestelling binnengekomen; u wilt zelf opschorten of ontbinden; er wordt een aansprakelijkheidsbeperking tegengeworpen; er speelt een conflict met een compagnon; u staat op het punt te tekenen bij een overname; er is beslag gelegd of gedreigd met faillissement; uw huurovereenkomst wordt opgezegd; of de Belastingdienst stelt vragen over uw zzp-inzet.

Over de kosten: in zakelijke geschillen wordt in de regel op uurbasis gewerkt, met vaste prijzen voor afgebakend werk zoals het opstellen of doorlichten van een contract of een set algemene voorwaarden. Buitengerechtelijke kosten kunnen op grond van artikel 6:96 lid 2 BW onder omstandigheden op de wederpartij worden verhaald; in een procedure geldt op grond van lid 3 het liquidatietarief van artikel 241 Rv, dat doorgaans lager ligt dan de werkelijke kosten. Heeft u een rechtsbijstandverzekering, dan moet de polis op grond van artikel 4:67 Wft uitdrukkelijk bepalen dat u zelf een advocaat mag kiezen bij een gerechtelijke of administratieve procedure of bij een belangenconflict.

Wat u moet doen: vraag vooraf om een inschatting, en leg het geschil voor voordat u zelf een onomkeerbare stap zet — een ontbindingsbrief is niet terug te nemen.

Over dit advies

Arslan Advocaten staat ondernemers bij vanuit kantoren in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Tilburg en Eindhoven. Wij stellen contracten en algemene voorwaarden op en beoordelen die, voeren commerciële geschillen, begeleiden samenwerkingen en overnames, en procederen waar dat nodig is. Naast Nederlands spreken wij Turks en Pools.

Bel 070 450 0300 of stuur ons uw vraag via het contactformulier. Wij laten u weten waar u staat en wat de volgende stap is.

Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies over uw eigen zaak. Aan de genoemde uitgangspunten kunnen geen rechten worden ontleend.