Aansprakelijkheid: wanneer is iemand aansprakelijk, en wat kunt u vorderen?

Kies een vestiging

Snel hulp nodig?

Letsel opgelopen? Dit is belangrijk om te weten.

Een vordering wegens letsel verjaart in beginsel vijf jaar nadat u bekend bent met de schade en de aansprakelijke persoon.

  • Was u minderjarig? Dan gaat die termijn pas lopen op uw achttiende verjaardag.
  • Bewaar alles: medische stukken, foto’s, het schadeformulier en uw eigen aantekeningen.
  • Wij beoordelen kosteloos of u een zaak heeft en zeggen het eerlijk als dat niet zo is.

Bel 070 450 0300Stuur uw stukken op

Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.

Geschreven door Ömür Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor huurrecht en sociaal zekerheidsrecht. Laatst bijgewerkt: 31 augustus 2026.

Wanneer is iemand aansprakelijk voor uw schade?

Iemand is aansprakelijk wanneer de wet zijn gedraging of zijn positie aanwijst als grond om uw schade te dragen — meestal omdat hij onrechtmatig heeft gehandeld, omdat hij een afspraak niet is nagekomen, of omdat hij bezitter is van een zaak, een dier of een onderneming waaraan de wet het risico koppelt. Aansprakelijkheid is dus geen kwestie van wie het meeste ongelijk heeft, maar van de vraag of er een wettelijke grondslag is om de rekening bij een ander neer te leggen.

Dat onderscheid is het grootste misverstand in de praktijk. Mensen komen bij ons met een verhaal waarin de ander evident fout zat en verwachten dat de zaak daarmee rond is. Omgekeerd komen mensen die zeker weten dat "niemand er iets aan kon doen", en die niet weten dat de wet in een reeks gevallen aansprakelijkheid oplegt zónder dat er iemand een verwijt treft.

Elke schadevordering rust op één van drie stapels:

Grondslag Wanneer Kernartikel
Onrechtmatige daad er is geen contract, of het contract is niet de bron van het probleem artikel 6:162 BW
Wanprestatie er is een overeenkomst en die is niet (goed) nagekomen artikel 6:74 BW
Risicoaansprakelijkheid de wet legt de schade bij een bepaalde persoon, ongeacht schuld artikelen 6:169 tot en met 6:185 BW

Daarnaast bestaan bijzondere regelingen die op één situatie zijn toegesneden: de zorgplicht van de werkgever, de bescherming van fietsers en voetgangers in het verkeer, de aansprakelijkheid van de producent. Die gaan in de regel vóór op de algemene regel, omdat ze de bewijspositie van het slachtoffer bewust verlichten.

Wat is een onrechtmatige daad, en welke vijf vereisten gelden?

Voor een geslaagd beroep op onrechtmatige daad moet aan vijf vereisten zijn voldaan: er is een onrechtmatige gedraging, die aan de dader kan worden toegerekend, er is schade, er is causaal verband tussen de gedraging en die schade, en de geschonden norm strekt tot bescherming tegen schade zoals u die heeft geleden. Ontbreekt er één, dan strandt de vordering — hoe verwijtbaar het gedrag verder ook was.

Die vereisten volgen uit artikel 6:162 BW en het aansluitende artikel 6:163 BW. De wettekst luidt:

Lid 1: "Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden." Lid 2: "Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond." Lid 3: "Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt."

Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 162.

Vereiste Wat het inhoudt Waar de discussie over gaat
Onrechtmatigheid inbreuk op een recht, strijd met een wettelijke plicht, of strijd met de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm of het gedrag de grens van het maatschappelijk aanvaardbare overschreed
Toerekenbaarheid schuld, óf een oorzaak die krachtens wet of verkeersopvattingen voor rekening van de dader komt zelden; wie onzorgvuldig handelt, handelt in de regel ook verwijtbaar
Schade vermogensschade en, waar de wet dat toestaat, ander nadeel de omvang, niet het bestaan
Causaal verband zonder de gedraging was de schade er niet geweest, én de schade is toerekenbaar (artikel 6:98 BW) vaak het zwaarste strijdpunt bij letsel
Relativiteit de geschonden norm strekt tot bescherming tegen déze schade, bij déze persoon vooral bij geschonden overheidsvoorschriften

De relativiteitseis van artikel 6:163 BW wordt het vaakst over het hoofd gezien: een norm beschermt niet iedereen tegen alles. Een voorschrift dat brandgevaar moet voorkomen, biedt in beginsel geen grondslag voor wie door datzelfde verzuim financieel nadeel lijdt dat niets met brand te maken heeft. In letselzaken is dit zelden een obstakel — veiligheidsnormen beschermen juist tegen letsel — maar in zaken tegen overheden en toezichthouders ketst een vordering hier regelmatig op af.

Lid 2 sluit af met "behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond". Noodweer, overmacht of toestemming van de benadeelde kunnen aan de onrechtmatigheid in de weg staan; wie zich daarop beroept, moet die grond wel onderbouwen.

Wanneer is gedrag onrechtmatig? De zorgvuldigheidsnorm en de kelderluikcriteria

Gedrag is onrechtmatig wanneer het in strijd komt met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, en of dat zo is wordt bij gevaarlijke situaties beoordeeld aan de hand van de kelderluikcriteria: de kans dat iemand onoplettend is, de kans op een ongeval, de ernst van de gevolgen en de bezwaarlijkheid van veiligheidsmaatregelen. Het gaat dus niet om de vraag of er iets fout is gegaan, maar of er méér voorzorg mocht worden verwacht.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vatte de norm zo samen: "Bij gevaarzetting gaat het om het in het leven roepen en/of laten voortbestaan van een gevaar voor personen of zaken. (…) Meer in het bijzonder komt in dit verband betekenis toe aan de zogenaamde Kelderluik-criteria: de kans op schade, de aard van de gedraging, de aard en ernst van de eventuele schade en de bezwaarlijkheid en gebruikelijkheid van het nemen van voorzorgsmaatregelen." Niet reeds de enkele mogelijkheid van schade maakt een gedraging onrechtmatig (ECLI:NL:GHARL:2018:9104). De rechtbank Overijssel werkte dezelfde criteria uit in vier vragen: de waarschijnlijkheid dat de vereiste oplettendheid niet in acht wordt genomen, de kans dat daardoor ongevallen ontstaan, de ernst van de gevolgen en de bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen (ECLI:NL:RBOVE:2023:2625).

Waarom dit praktisch zo belangrijk is. De vierde factor — hoe bezwaarlijk was het om het gevaar weg te nemen — is in de onderhandeling het sterkste argument dat een slachtoffer heeft. Een gevaar dat met een lint, een bord, een lamp of een uur werk had kunnen worden weggenomen, is moeilijk te verdedigen. Wij vragen cliënten daarom altijd: wat had er moeten gebeuren om dit te voorkomen, en hoeveel moeite was dat geweest?

Dezelfde criteria gelden bij de vraag of een gebouw of weg gebrekkig is in de zin van artikel 6:174 BW (ECLI:NL:RBGEL:2025:6213). Van professionele partijen mag daarbij meer worden verlangd dan van een particulier (ECLI:NL:GHSHE:2012:BX3010).

Wat is het verschil tussen schuldaansprakelijkheid en risicoaansprakelijkheid?

Bij schuldaansprakelijkheid moet u aantonen dat de ander iets verkeerd heeft gedaan; bij risicoaansprakelijkheid legt de wet de schade bij een bepaalde persoon vanwege zijn positie, ook als hem persoonlijk niets te verwijten valt. Dat verschil bepaalt hoe zwaar uw bewijslast is en waar het gesprek met de verzekeraar over zal gaan.

Schuldaansprakelijkheid Risicoaansprakelijkheid
Grondslag een gedraging die niet door de beugel kan een positie: bezitter, ouder, werkgever, producent
Verwijt nodig ja, in de kern wel nee
Wat u moet stellen wat de ander deed of naliet, en waarom dat onzorgvuldig was dat de wettelijke positie bestaat en dat het risico zich heeft verwezenlijkt
Waar de discussie heen gaat de norm en het verwijt eigen schuld, causaliteit en de omvang van de schade
Typisch voorbeeld door rood rijden, een onveilige werkwijze voorschrijven uw hond bijt, uw dakpan waait op een auto

Risicoaansprakelijkheid is een bewuste keuze van de wetgever: wie het profijt van een zaak, een dier of een onderneming heeft, draagt ook het risico, en kan zich daartegen verzekeren. Bij dieren gaat het om "het gevaar dat schuilt in de eigen energie van het dier en het daarin opgesloten onberekenbare element"; de bezitter "wordt geacht door het bezit het risico op schade impliciet te hebben aanvaard" (ECLI:NL:PHR:2015:2307). Het onderscheid werkt bovendien door aan het einde van de zaak: voor verrekening van voordeel bestaat in het algemeen eerder aanleiding bij een risicoaansprakelijkheid dan bij een aansprakelijkheid die op schuld berust (ECLI:NL:PHR:2022:1132).

Ter illustratie. Iemand loopt langs een tuinhek en wordt gebeten door een hond die zich losrukt. De eigenaar reageert verontwaardigd: het dier heeft nog nooit iets gedaan, hij hield hem netjes aangelijnd, hem valt niets te verwijten. Voor de vraag naar aansprakelijkheid is dat niet doorslaggevend. Bij een dier legt de wet het risico bij de bezitter, juist vanwege het onberekenbare element in de eigen energie van het dier; er hoeft geen verwijt te worden bewezen. Was er geen dier maar bijvoorbeeld een fietser die onoplettend was, dan ligt het anders: dan moet wél worden onderbouwd wát hij deed of naliet en waarom dat onzorgvuldig was. Dezelfde schade, een heel andere bewijsvraag. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Praktisch gevolg: is er een risicoaansprakelijkheid in beeld, dan is dat vrijwel altijd de grondslag waarmee u begint — korter te onderbouwen, en het dwingt de wederpartij meteen in de verdediging. De onrechtmatige daad houdt u er als tweede spoor naast.

Voor welke risicoaansprakelijkheden kunt u iemand aanspreken?

De wet kent een gesloten reeks risicoaansprakelijkheden, waarvan de belangrijkste zien op gebrekkige gebouwen en wegen, gebrekkige roerende zaken, dieren, gebrekkige producten, kinderen, werknemers en ingeschakelde bedrijven. Ze staan bij elkaar in afdeling 6.3.2 van het Burgerlijk Wetboek en hebben één ding gemeen: u hoeft niet te bewijzen dát iemand iets fout deed.

Artikel Waarvoor Wie aansprakelijk is Kern van de bepaling
6:169 BW schade door een kind degene die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent tot 14 jaar volledig; van 14 tot 16 jaar "tenzij hem niet kan worden verweten dat hij de gedraging van het kind niet heeft belet"
6:170 BW fout van een ondergeschikte degene in wiens dienst de ondergeschikte zijn taak vervult vereist dat de kans op de fout door de opdracht is vergroot én dat er zeggenschap was over de gedragingen waarin de fout was gelegen
6:171 BW fout van een niet-ondergeschikte de opdrachtgever alleen als de werkzaamheden ter uitoefening van diens bedrijf worden verricht
6:173 BW gebrekkige roerende zaak de bezitter de zaak voldoet niet aan de eisen die men eraan mag stellen en levert daardoor bijzonder gevaar op; geldt niet voor dieren, schepen en luchtvaartuigen
6:174 BW gebrekkige opstal de bezitter; bij openbare wegen en waterstaatswerken het overheidslichaam dat voor de goede staat moet zorgen opstal = gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd; wie in de openbare registers als eigenaar staat, wordt vermoed bezitter te zijn
6:179 BW schade aangericht door een dier de bezitter van het dier "tenzij aansprakelijkheid (…) zou hebben ontbroken indien hij de gedraging van het dier (…) in zijn macht zou hebben gehad"
6:185 BW gebrekkig product de producent met een gesloten lijst van verweren, waaronder het ontwikkelingsrisicoverweer

Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikelen 169 tot en met 185.

Gebrekkige opstal (6:174 BW) is het artikel achter de losliggende stoeptegel, de kapotte trapleuning en het gebrekkige speeltoestel. Lid 2 wijst bij openbare wegen het overheidslichaam aan dat moet zorgen dat de weg in goede staat verkeert — in de praktijk de gemeente, de provincie of Rijkswaterstaat (ECLI:NL:RBROT:2020:7833). Lid 6 rekent daartoe mede het weglichaam en de weguitrusting, zodat ook bermen, borden en verlichting eronder vallen. Belangrijk: dat een opstal aan de geldende veiligheidsvoorschriften voldoet, "staat niet in de weg aan het oordeel dat de opstal (niettemin) niet aan bedoelde eisen voldoet en derhalve gebrekkig is in de zin van art. 6:174 lid 1 BW" (ECLI:NL:GHARL:2021:4261).

Dieren (6:179 BW). De bezitter van een hond is in beginsel aansprakelijk voor een beet, ook als het dier nooit eerder iets deed. Het artikel geldt niet wanneer het dier optreedt als instrument van degene die het leidt: dan loopt de zaak via artikel 6:162 BW (ECLI:NL:RBALK:2008:BO1353, ECLI:NL:GHARN:2001:AD4954).

Ondergeschikten (6:170 BW) is de reden dat u bij een fout van een werknemer in de regel het bedrijf aanspreekt en niet de werknemer zelf.

Producten (6:185 BW) kent eigen termijnen: de vordering tegen de producent verjaart op grond van artikel 6:191 lid 1 BW door verloop van drie jaar na de dag volgend op die waarop u met de schade, het gebrek en de identiteit van de producent bekend bent geworden of had moeten worden, en vervalt hoe dan ook tien jaar nadat de producent de zaak in het verkeer heeft gebracht (lid 2).

Wanprestatie of onrechtmatige daad: welke grondslag kiest u?

Wanprestatie is het niet nakomen van een verplichting uit een overeenkomst, onrechtmatige daad is het schenden van een norm die voor iedereen geldt — en de keuze tussen beide bepaalt of u eerst moet aanmanen, wat u moet bewijzen en welke schade voor vergoeding in aanmerking komt. Waar er een contract is, staan beide wegen vaak open en is de keuze een tactische.

Artikel 6:74 lid 1 BW: "Iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis verplicht de schuldenaar de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend."

Wanprestatie (6:74 BW) Onrechtmatige daad (6:162 BW)
Vereist een overeenkomst ja nee
Wat u moet stellen wat is afgesproken, en dat dat niet is nagekomen welke norm is geschonden en waarom dat onzorgvuldig was
Toerekening wordt vermoed; de schuldenaar moet zich beroepen op overmacht (artikel 6:75 BW) u moet toerekening stellen, al volgt die vaak uit het gedrag zelf
Ingebrekestelling in beginsel nodig zolang nakoming niet blijvend onmogelijk is (artikel 6:82 BW) niet nodig
Exoneratie in de voorwaarden speelt vaak een rol werkt in de regel door, maar staat verder van de vordering af

Waarom het uitmaakt. Bij wanprestatie vindt lid 1 van artikel 6:74 BW pas toepassing met inachtneming van de regels over verzuim, voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is. Verzuim treedt volgens artikel 6:82 lid 1 BW in wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning "waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld", en nakoming binnen die termijn uitblijft. Wie dat overslaat, kan een op zichzelf sterke vordering verliezen op een vormfout; bij onrechtmatige daad speelt dit niet.

Tegelijk is uw bewijspositie bij wanprestatie vaak gunstiger: u hoeft geen verwijt te bewijzen, en het is aan de schuldenaar om aan te tonen dat de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend (artikel 6:75 BW). Daar staat tegenover dat de contractuele weg langs eventuele exoneratiebedingen loopt.

Bij letselschade is de grondslag meestal geen keuze: er is geen contract met de automobilist die u aanreed. Bij een bedrijfsongeval en bij medische fouten ligt dat anders — daar bestaat een contractuele band én een wettelijke zorgplicht, en worden beide sporen doorgaans naast elkaar aangevoerd.

Causaal verband: wanneer is uw schade een gevolg van de gebeurtenis?

Causaal verband kent twee stappen: eerst de vraag of de schade zonder de gebeurtenis zou zijn uitgebleven — het condicio sine qua non-verband — en daarna de vraag of de schade de aansprakelijke redelijkerwijs kan worden toegerekend, gelet op de aard van de aansprakelijkheid en van de schade. Die tweede stap staat in artikel 6:98 BW en is bij letselschade vaak het echte strijdtoneel.

Artikel 6:98 BW luidt voluit: "Voor vergoeding komt slechts in aanmerking schade die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de schuldenaar berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend."

Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 98.

Stap 1 — condicio sine qua non. Denk de gebeurtenis weg: was de schade er dan ook geweest? Zo ja, dan ontbreekt het verband en houdt het op. Dit is een feitelijke vraag, en het is de vraag waarop verzekeraars in whiplash- en hersenletselzaken hun verweer bouwen.

Stap 2 — toerekening naar redelijkheid. Ook als het feitelijke verband er is, hoeft niet alle schade te worden vergoed. In de rechtspraak zijn gezichtspunten ontwikkeld: naarmate het gevolg naar ervaringsregels waarschijnlijker en beter voorzienbaar is, is toerekening eerder op zijn plaats; naarmate het gevolg verder van de gedraging is verwijderd, is toerekening minder gerechtvaardigd; en de in artikel 6:98 BW genoemde aard van de aansprakelijkheid en van de schade wegen zelfstandig mee (ECLI:NL:PHR:2019:247, ECLI:NL:PHR:2018:998). Deze leer verving de oude adequatieleer, waarin voorzienbaarheid het enige criterium was (ECLI:NL:PHR:2022:246).

Wat dat voor u betekent. Bij letsel- en overlijdensschade wordt in de regel ruim toegerekend: zowel de aard van de aansprakelijkheid — schending van een veiligheidsnorm — als de aard van de schade pleit vóór toerekening. Daarom komen ook onverwacht zware gevolgen doorgaans voor rekening van de aansprakelijke, en wordt een bijzondere kwetsbaarheid in beginsel niet aan het slachtoffer tegengeworpen. Het verweer dat u al klachten had, treft dus niet vanzelf doel; wél kan een verloop dat ook zonder ongeval zou zijn ingetreden de schadeperiode begrenzen.

Eigen schuld: wat als u zelf ook een aandeel had?

Had u zelf een aandeel in het ontstaan van de schade, dan wordt de vergoeding in beginsel verdeeld naar de mate waarin ieders omstandigheden aan de schade hebben bijgedragen — maar de billijkheidscorrectie kan die verdeling wijzigen of zelfs volledig ongedaan maken. Eigen schuld betekent dus niet dat u met lege handen staat.

Artikel 6:101 lid 1 BW bepaalt dat de vergoedingsplicht wordt verminderd door de schade te verdelen "in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt of de vergoedingsplicht geheel vervalt of in stand blijft, indien de billijkheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist."

Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 101.

De beoordeling verloopt in twee ronden:

Ronde Wat er gebeurt Waar het over gaat
1. Causale verdeling de schade wordt verdeeld naar de mate waarin ieders omstandigheden hebben bijgedragen feitelijke bijdrage, niet moraal
2. Billijkheidscorrectie die uitkomst wordt bijgesteld als de billijkheid dat eist ernst van de fouten, aard van de aansprakelijkheid, ernst van het letsel

Bij de correctie weegt niet alleen de uiteenlopende ernst van de fouten mee, maar ook "het gegeven dat de ene betrokkene een verwijt te maken valt, terwijl de bijdrage van de ander op toerekening als 'risico' gebaseerd is" (ECLI:NL:PHR:2025:1132). De billijkheidscorrectie kan zo nodig ambtshalve door de rechter worden toegepast (ECLI:NL:PHR:2013:CA3751).

Ter illustratie. Een fietser wordt aangereden door een auto die geen voorrang verleent. De fietser had zelf geen verlichting aan. De verzekeraar wijst daar meteen op en stelt voor om een fors deel van de schade voor rekening van de fietser te laten. Juridisch gebeurt de beoordeling in twee ronden. Eerst wordt gekeken in welke mate ieders omstandigheden feitelijk aan de schade hebben bijgedragen. Daarna volgt de billijkheidscorrectie, waarin onder meer meeweegt hoe de ernst van de gemaakte fouten zich tot elkaar verhoudt en dat de ene bijdrage op een verwijt berust en de andere op risico. Bij fietsers en voetgangers die door een motorrijtuig worden aangereden geldt bovendien een bijzondere bescherming. Een percentage van de verzekeraar is daarmee een standpunt, geen gegeven. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

In de praktijk gebruiken verzekeraars het percentage eigen schuld als onderhandelingsinstrument: vroeg genoemd, hoog ingezet, zelden onderbouwd. Een percentage is geen vaststaand gegeven maar een standpunt, en het is aanvechtbaar. In een recente zaak kwam de rechter na afweging van de gedragingen over en weer tot een verdeling waarbij 70% van de schade werd toegerekend aan de aangesproken partij (ECLI:NL:RBMNE:2026:5095).

Let op één doorwerkingseffect: wordt de vergoedingsplicht verminderd, dan werkt dat in beginsel in dezelfde mate door in de vergoeding van uw buitengerechtelijke kosten (ECLI:NL:RBMNE:2026:381). In het verkeer geldt bovendien een bijzondere bescherming: fietsers en voetgangers die door een motorrijtuig worden aangereden genieten vergaande bescherming tegen een eigenschuldverweer, en bij kinderen onder de veertien is die nog sterker. Aanvaard zo'n verweer daarom nooit zonder toetsing.

Welke schade wordt vergoed?

Vergoed wordt de vermogensschade — geleden verlies en gederfde winst — en daarnaast ander nadeel dan vermogensschade, maar dat laatste alleen voor zover de wet daar recht op geeft. Dat is de hoofdregel van artikel 6:95 lid 1 BW, en hij verklaart waarom smartengeld geen automatisch gevolg is van elke onrechtmatige daad.

Artikel 6:96 lid 1 BW: "Vermogensschade omvat zowel geleden verlies als gederfde winst." Lid 2 rekent daartoe uitdrukkelijk ook: (a) redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade, (b) redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, en (c) redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Lid 3 bepaalt dat b en c niet gelden voor zover de proceskostenregels van artikel 241 Rv van toepassing zijn.

Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikelen 95 en 96.

Soort schade Voorbeelden Grondslag
Geleden verlies medische kosten, eigen risico, reiskosten, beschadigde zaken, huishoudelijke hulp, woningaanpassing artikel 6:96 lid 1 BW
Gederfde winst gemist inkomen, verlies van arbeidsvermogen nu en in de toekomst, misgelopen omzet artikel 6:96 lid 1 BW
Kosten van schadebeperking maatregelen om erger te voorkomen artikel 6:96 lid 2 sub a BW
Kosten van vaststelling medisch adviseur, arbeidsdeskundige, rekenkundige, expertise artikel 6:96 lid 2 sub b BW
Buitengerechtelijke kosten kosten van rechtsbijstand buiten rechte artikel 6:96 lid 2 sub c BW
Ander nadeel (smartengeld) pijn, verdriet, gederfde levensvreugde artikelen 6:95 en 6:106 BW

Smartengeld komt toe aan wie lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast; daarnaast bij oogmerk om nadeel toe te brengen en bij aantasting van de nagedachtenis van een overledene (artikel 6:106 BW). Het bedrag wordt naar billijkheid vastgesteld — hoe dat in de praktijk gaat, staat op onze pagina over smartengeld.

Wat vaak vergeten wordt: zelfwerkzaamheid, studievertraging, verlies van pensioenopbouw, de uren die familieleden aan verzorging besteden, en hulpmiddelen die pas over jaren nodig zijn. Wat niet is genoteerd, wordt in de regel niet vergoed — houd vanaf dag één een schadedossier bij. Het volledige schaderegelingstraject beschrijven wij op onze pagina over letselschade.

Hoe stelt u iemand aansprakelijk? Wat moet er in de brief staan?

U stelt iemand aansprakelijk met een schriftelijke brief waarin u de gebeurtenis en de toedracht beschrijft, de grondslag van de aansprakelijkheid benoemt, uw schade aankondigt, een reactietermijn stelt en zich uitdrukkelijk uw recht op nakoming voorbehoudt — dat laatste stuit tevens de verjaring. Een aansprakelijkstelling is vormvrij, maar de inhoud bepaalt waar de rest van het traject over gaat.

Onderdeel Waarom
Uw gegevens en die van de wederpartij vastleggen wie wie aanspreekt
Datum, plaats en toedracht het feitencomplex waarop alles rust; schrijf feitelijk, niet verontwaardigd
De grondslag onrechtmatige daad, wanprestatie of het specifieke risicoartikel — noem het artikel
Waarom de ander aansprakelijk is welke norm is geschonden, of welke wettelijke positie hij bekleedt
Uw schade wat u tot nu toe kwijt bent, en dat de schade nog niet volledig bekend is
Voorbehoud van alle rechten uitdrukkelijk, ook voor nog onbekende schade
Stuiting van de verjaring een ondubbelzinnig voorbehoud van uw recht op nakoming
Reactietermijn een redelijke termijn, in de regel enkele weken
Bijlagen proces-verbaal, schadeformulier, foto's, medische stukken, bonnen
Verzendwijze aangetekend of per e-mail met leesbevestiging; bewaar het bewijs

Stuiten is de belangrijkste functie van de brief. Artikel 3:317 lid 1 BW: de verjaring wordt gestuit "door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt". Twee eisen dus: schriftelijk en ondubbelzinnig. Een e-mail waarin u schrijft dat u "erop terugkomt" is geen stuiting. Formuleer expliciet dat u zich uw recht op nakoming van uw vordering tot schadevergoeding voorbehoudt.

Gaat het om wanprestatie, dan moet de brief in beginsel óók een redelijke termijn voor nakoming stellen (artikel 6:82 lid 1 BW): een aansprakelijkstelling zonder termijn brengt geen verzuim teweeg. Stuur de brief aan de aansprakelijke partij zelf, die zijn verzekeraar inschakelt. Bij een verkeersongeval met een motorrijtuig heeft u op grond van artikel 6 lid 1 WAM een eigen recht op de verzekeraar en kunt u die rechtstreeks aanspreken.

Wat u níét moet doen: de toedracht mooier maken dan zij was, schuld erkennen die u niet heeft, of onder tijdsdruk een schadeformulier tekenen waarvan u de tekst niet heeft gelezen. Wat u in de eerste weken opschrijft, komt in elke latere discussie terug.

Wie moet wat bewijzen?

De hoofdregel is dat wie zich beroept op de rechtsgevolgen van door hem gestelde feiten, die feiten ook moet bewijzen — dus u bewijst in beginsel de onrechtmatige gedraging, de schade en het causaal verband — maar op die regel bestaan belangrijke uitzonderingen die uw positie aanzienlijk verlichten. Wie welke last draagt, bepaalt in de praktijk vaker de uitkomst dan het inhoudelijke gelijk.

Artikel 150 Rv: "De partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, draagt de bewijslast van die feiten of rechten, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit."

Bron: wetten.overheid.nl, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 150.

Uitzondering Wat er verschuift Grondslag
Risicoaansprakelijkheid u hoeft geen verwijt te bewijzen, alleen de positie en de verwezenlijking van het risico artikelen 6:169 tot en met 6:185 BW
Wanprestatie de toerekening wordt vermoed; de schuldenaar moet overmacht aantonen artikel 6:75 BW
Zorgplicht van de werkgever de werkgever moet aantonen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen artikel 7:658 lid 2 BW
Verkeersaansprakelijkheid de eigenaar of houder van het motorrijtuig moet overmacht aannemelijk maken artikel 185 WVW 1994
Product de producent moet zich op een van de wettelijke verweren beroepen artikel 6:185 lid 1 BW
Omkeringsregel onder voorwaarden wordt het causaal verband vermoed rechtersrecht
Redelijkheid en billijkheid de rechter kan de last anders verdelen artikel 150 Rv, slot

De omkeringsregel wordt vaak verkeerd begrepen: hij keert de bewijslast niet om. Het gaat om "een bijzondere, uit de redelijkheid en billijkheid voortvloeiende regel volgens welke bepaalde daarin aangeduide, vaststaande dan wel aannemelijk gemaakte, feiten een vermoeden van condicio sine qua non-verband opleveren dat door tegenbewijs kan worden ontkracht" (ECLI:NL:PHR:2012:BX7264). Het is dus een vermoeden waartegen tegenbewijs openstaat. De regel komt in beeld wanneer een norm is geschonden die een specifiek gevaar moet voorkomen en juist dat gevaar zich verwezenlijkt — typisch bij veiligheidsvoorschriften.

Praktisch: zoek altijd eerst of er een bijzondere regeling is die uw bewijspositie verlicht, vóórdat u de algemene onrechtmatige daad opbouwt. Een bedrijfsongeval bouwt u op via de zorgplicht van de werkgever, een aanrijding als fietser via artikel 185 WVW 1994, een hondenbeet via artikel 6:179 BW. Bewaar daarnaast bewijs vanaf dag één: bewijs dat er in week één was en in maand zes niet meer, is de meest voorkomende reden dat een op zichzelf terechte claim strandt.

Hoe lang heeft u de tijd? Verjaring van een schadevordering

Een schadevordering verjaart in beginsel vijf jaar na de dag volgend op die waarop u zowel met de schade als met de aansprakelijke persoon bekend bent geworden, en in ieder geval twintig jaar na de gebeurtenis — maar bij schade door letsel of overlijden geldt die absolute termijn van twintig jaar uitdrukkelijk niet. Dat verschil is bij letselschade van doorslaggevend belang.

Artikel 3:310 lid 1 BW geeft de hoofdregel: vijf jaar na de aanvang van de dag volgend op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, "en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt". Lid 5 wijkt daarvan af: bij "schade door letsel of overlijden" verjaart de vordering "slechts" door verloop van die vijf jaren na bekendheid — de twintigjaarstermijn geldt daar dus niet. Was de benadeelde minderjarig op de dag waarop schade en aansprakelijke bekend werden, dan begint die vijf jaar pas op de dag na het bereiken van de meerderjarigheid.

Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 3, artikel 310.

Situatie Termijn
Gewone schadevordering vijf jaar na bekendheid, en in elk geval twintig jaar na de gebeurtenis (lid 1)
Letsel- of overlijdensschade alleen vijf jaar na bekendheid; géén absolute termijn van twintig jaar (lid 5)
Slachtoffer was minderjarig de vijf jaar begint pas op de dag na het bereiken van de meerderjarigheid (lid 5)
Schade door een strafbaar feit de vordering tegen de dader verjaart niet zolang het recht tot strafvordering niet is vervallen door verjaring of door zijn dood (lid 4)
Rechtstreeks tegen de WAM-verzekeraar drie jaar te rekenen van het feit waaruit de schade is ontstaan (artikel 10 lid 1 WAM)
Tegen de producent van een gebrekkig product drie jaar na bekendheid, en verval na tien jaar na het in het verkeer brengen (artikel 6:191 BW)

Waarom lid 5 zo belangrijk is. Bij letsel dat zich pas na tientallen jaren openbaart — denk aan blootstelling aan gevaarlijke stoffen — zou een absolute termijn van twintig jaar de vordering laten verjaren vóórdat het slachtoffer wist dat hij ziek was. Voor letsel- en overlijdensschade heeft de wetgever die grens daarom laten vervallen. Bij niet-letselschade geldt de twintigjaarstermijn onverkort, ongeacht wat u wist.

Let op de WAM-termijn. De eigen vordering op de verkeersverzekeraar verjaart al na drie jaar, gerekend vanaf het feit zelf — dus zonder bekendheidsvereiste. Artikel 10 lid 4 WAM bepaalt wel dat handelingen die de verjaring tegen de verzekerde stuiten, tevens die tegen de verzekeraar stuiten, en omgekeerd. Stuit daarom altijd bij beide. Twijfelt u of uw zaak nog op tijd is, laat dat dan beoordelen vóórdat u iets anders onderneemt: een verjaarde vordering is niet te redden.

Wat doet de aansprakelijkheidsverzekering, en wat als er geen verzekering is?

De aansprakelijkheidsverzekering van de tegenpartij is in de praktijk uw feitelijke wederpartij: zij beoordeelt de aansprakelijkheid, onderhandelt en betaalt — en bij schade door dood of letsel kunt u onder voorwaarden rechtstreeks betaling aan uzelf verlangen. Wie er verzekerd is en waarvoor, bepaalt daarmee grotendeels het verloop van uw zaak.

Verzekering Dekt in beginsel Waar u op moet letten
Aansprakelijkheidsverzekering particulieren (AVP) schade die een particulier, zijn huisgenoten of huisdieren aan anderen toebrengen opzet is in de regel uitgesloten; motorrijtuigschade loopt via de WAM
WAM-verzekering schade veroorzaakt met een motorrijtuig verplicht; u heeft een eigen recht op de verzekeraar (artikel 6 lid 1 WAM)
Aansprakelijkheidsverzekering bedrijven (AVB) schade toegebracht in de uitoefening van het bedrijf, inclusief werkgeversaansprakelijkheid dekkingsomvang en uitsluitingen verschillen sterk per polis
Beroepsaansprakelijkheidsverzekering vermogensschade door een beroepsfout van bijvoorbeeld een adviseur vaak claims made: het moment van melden telt
Medische aansprakelijkheidsverzekering zorgaanbieders en ziekenhuizen ziekenhuizen zijn centraal aansprakelijk te stellen

De directe actie bij letsel. Artikel 7:954 lid 1 BW geeft u een belangrijk instrument: is de verwezenlijking van het risico bij de verzekeraar gemeld, dan kunt u als benadeelde verlangen dat het bedrag dat de verzekerde ter zake van uw schade "door dood of letsel" te vorderen heeft, rechtstreeks aan ú wordt betaald. Lid 4 bepaalt bovendien dat de verzekerde niet ten nadele van u over die vordering mag beschikken en dat zij in zoverre niet vatbaar is voor beslag door anderen. Dat beschermt u tegen een verzekerde die de uitkering opstrijkt of failliet gaat.

Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 954.

Als er geen verzekering is — een particulier zonder AVP, een uitsluiting die precies deze schade treft, of een opzettelijke daad — zijn dit de routes:

  1. De aansprakelijke persoon zelf aanspreken. Juridisch verandert er niets; alleen de vraag of er iets te halen valt. Een verhaalsonderzoek vooraf voorkomt dat u procedeert tegen een lege huls.
  2. Een tweede aansprakelijke zoeken. Vaak is er meer dan één partij: de werkgever naast de collega (artikel 6:170 BW), de opdrachtgever naast het ingeschakelde bedrijf (artikel 6:171 BW), de wegbeheerder naast de veroorzaker. Zijn meerderen aansprakelijk voor dezelfde schade, dan zijn zij in beginsel hoofdelijk verbonden: u kunt het geheel bij één van hen halen.
  3. Een fonds. Het Waarborgfonds Motorverkeer bij een onverzekerd of onbekend gebleven motorrijtuig; het Schadefonds Geweldsmisdrijven bij een opzettelijk geweldsmisdrijf met ernstig letsel, ook als de dader onbekend of onvermogend is. Beide zijn een tegemoetkoming, geen volledige schadevergoeding.
  4. Uw eigen verzekeringen, of voeging als benadeelde partij in het strafproces, waarbij de rechter een schadevergoedingsmaatregel kan opleggen en de overheid onder voorwaarden voorschiet.

Een verzekeraar die weigert is geen eindstation. Een afwijzing is het standpunt van een partij met een eigen belang, geen rechterlijk oordeel. Vraag altijd om een schriftelijke, gemotiveerde afwijzing: daarin staat waar de zaak inhoudelijk op vastloopt. Loopt het vast op één afgebakend punt, dan kan bij letselschade een deelgeschilprocedure de rechter over dat ene punt laten oordelen zonder de hele zaak uit te procederen.

Bent u als bestuurder of vennoot persoonlijk aansprakelijk?

Een bestuurder van een bv is in beginsel niet persoonlijk aansprakelijk voor schulden van de vennootschap, maar dat verandert wanneer hem persoonlijk een ernstig verwijt te maken valt of wanneer bij faillissement blijkt dat het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld — bij een vennootschap onder firma ligt het anders, want daar is elke vennoot hoofdelijk verbonden. De rechtsvorm bepaalt dus waar het risico ligt.

Situatie Wie draagt het risico Grondslag
Eenmanszaak de ondernemer zelf, met zijn privévermogen geen afgescheiden vermogen
Vennootschap onder firma elke vennoot hoofdelijk, voor de verbintenissen van de vennootschap artikel 18 Wetboek van Koophandel
Bv of nv — normale bedrijfsvoering de vennootschap; de bestuurder in beginsel niet rechtspersoonlijkheid
Bv of nv — onbehoorlijk bestuur intern de bestuurder tegenover de vennootschap, bij ernstig verwijt artikel 2:9 BW
Bv of nv — faillissement iedere bestuurder hoofdelijk jegens de boedel voor het tekort artikel 2:248 BW
Bestuurder die zelf onrechtmatig handelt de bestuurder persoonlijk artikel 6:162 BW

De vof. Artikel 18 van het Wetboek van Koophandel is kort en hard: "In vennootschappen onder eene firma is elk der vennooten, wegens de verbindtenissen der vennootschap, hoofdelijk verbonden." Een schuldeiser kan het volledige bedrag dus bij één vennoot halen, ook als die daar intern maar voor een deel in deelt.

Intern. Artikel 2:9 BW verplicht elke bestuurder tegenover de rechtspersoon tot een behoorlijke vervulling van zijn taak; lid 2 maakt hem voor het geheel aansprakelijk ter zake van onbehoorlijk bestuur, "tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden".

Bij faillissement. Artikel 2:248 lid 1 BW maakt iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort "indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement". Lid 2 bevat een zware bewijsregel: heeft het bestuur niet voldaan aan de administratieplicht (artikel 2:10 BW) of aan de publicatieplicht van de jaarrekening (artikel 2:394 BW), dan stáát onbehoorlijke taakvervulling vast en wordt vermoed dat die een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Lid 3 biedt de individuele bestuurder een disculpatiemogelijkheid, lid 4 geeft de rechter matigingsbevoegdheid.

Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 2, artikelen 9 en 248.

Wordt een bestuurder niet aangesproken op zijn taakvervulling maar op een daarvan losstaande zorgvuldigheidsnorm, dan gelden de gewone regels van onrechtmatige daad: "In het bijzonder is dan niet vereist dat de bestuurder een ernstig verwijt van zijn handelen kan worden gemaakt" (ECLI:NL:RBOVE:2020:2152, onder verwijzing naar het arrest Spaanse Villa). De verhoogde drempel geldt dus niet altijd. Laat de grondslag vroeg beoordelen: de keuze tussen artikel 2:9, artikel 2:248 en artikel 6:162 BW bepaalt wat er bewezen moet worden en door wie.

Voor welke situatie geldt uw zaak? Doorverwijzingen

De regels op deze pagina gelden voor elke aansprakelijkheidsvraag, maar per situatie bestaat er een bijzondere regeling die uw positie sterker maakt dan de algemene onrechtmatige daad. Zoek daarom altijd eerst de bijzondere regeling op.

Uw situatie Wat er bijzonder aan is Lees verder
Letsel na een ongeval het volledige schaderegelingstraject, van melding tot vaststellingsovereenkomst letselschade
Vergoeding voor het leed zelf naar billijkheid vastgesteld, geijkt aan eerder toegewezen zaken smartengeld
Ongeval op het werk de werkgever moet in beginsel aantonen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen bedrijfsongeval
Fout in de zorg de norm van de redelijk handelend en redelijk bekwaam hulpverlener, plus centrale aansprakelijkheid van het ziekenhuis medische fouten

Voor andere onderwerpen waarbij een schadevergoeding of aansprakelijkstelling een rol speelt, kunt u terecht bij onze pagina's over de vaststellingsovereenkomst, de transitievergoeding, de positie van uitzendkrachten, het huurrecht, en het verwijderen van een BKR-registratie of een EVR-registratie.

Wat kost het om een advocaat in te schakelen?

Staat de aansprakelijkheid van een ander vast, dan komen de redelijke kosten van uw rechtsbijstand in beginsel voor rekening van de aansprakelijke partij, als zelfstandige schadepost naast uw overige schade. Dat volgt uit artikel 6:96 lid 2 BW, dat de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte uitdrukkelijk als vermogensschade aanmerkt.

Er geldt wel een dubbele redelijkheidstoets: het moet redelijk zijn dat u kosten maakt, én de omvang ervan moet redelijk zijn. Zolang de aansprakelijkheid niet is erkend is er nog geen partij die betaalt — maak over die fase vooraf afspraken. In een procedure gelden op grond van lid 3 de gewone proceskostenregels van artikel 241 Rv. Daarnaast bestaan andere routes: een rechtsbijstandverzekering, gefinancierde rechtsbijstand via de Raad voor Rechtsbijstand, kosteloze voeging in het strafproces, of een uurtarief.

Signaal Waarom deskundige bijstand dan telt
De aansprakelijkheid wordt betwist of afgewezen zonder erkenning komt u niet aan de schade toe
U krijgt eigen schuld tegengeworpen de verdeling en de billijkheidscorrectie zijn onderhandelbaar
Er is blijvend letsel of blijvende uitval van werk de schade loopt over decennia en moet rekenkundig worden onderbouwd
Er zijn meerdere mogelijke aansprakelijke partijen de keuze van grondslag en wederpartij bepaalt de uitkomst
De verjaringstermijn nadert een verjaarde vordering is niet te redden
Het bod is niet gespecificeerd wat niet is uitgesplitst, is niet te beoordelen
U wordt zelf aansprakelijk gesteld erken niets voordat de grondslag is beoordeeld en uw verzekeraar is ingeschakeld

Over dit advies

Arslan Advocaten behandelt aansprakelijkheids- en schadevergoedingszaken vanuit kantoren in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Tilburg en Eindhoven. Wij staan zowel slachtoffers bij die schade willen verhalen als partijen die aansprakelijk worden gesteld, beoordelen uw situatie kosteloos en werken samen met onafhankelijke medisch adviseurs en rekenkundigen. Naast Nederlands spreken wij Turks en Pools.

Bel 070 450 0300 of stuur ons uw vraag via het contactformulier. Wij laten u weten waar u staat en wat de volgende stap is.

Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies over uw eigen zaak. Aan de genoemde uitgangspunten kunnen geen rechten worden ontleend.