Letselschade door een paard en aansprakelijkheid bij een paardrijongeval

11 september 2026
Foto van Arslan Advocaten

Arslan Advocaten

Snel hulp nodig?
Drag & Drop Files, Choose Files to Upload Je kunt tot 5 bestanden uploaden.

Kies een vestiging

Wij gebruiken uw gegevens alleen om contact met u op te nemen over uw vraag. Lees hoe wij daarmee omgaan in onze privacyverklaring.

Een val van een paard, een trap of een beet kan ernstig letsel veroorzaken. Voor schadevergoeding is niet altijd nodig dat de eigenaar zelf een fout heeft gemaakt. Het Nederlandse recht kent een bijzondere aansprakelijkheid voor schade door dieren. Wie u moet aanspreken en of de volledige schade wordt vergoed, hangt echter af van de omstandigheden en de rol van het paard bij het ongeval.

English: Read this article in English: Injury caused by a horse and liability for a horse riding accident

Türkçe: Bu makaleyi Türkçe okuyun: Atın neden olduğu kişisel yaralanma ve binicilik kazasında sorumluluk

Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 22 september 2026.

Bij een manege kunnen de bezitter, bedrijfsmatige gebruiker en instructeur verschillende rollen hebben. Ook de vraag of u deelnam aan een les of zelfstandig reed is relevant. In dit artikel leest u welke informatie nodig is, waarom eigen risico niet alles beslist en welke schadeposten na een paardrijongeval aandacht verdienen.

In het kort

  • De bezitter van een paard is in beginsel aansprakelijk voor schade die het dier aanricht, ook zonder eigen fout: dat is risicoaansprakelijkheid.
  • Wordt het paard in de uitoefening van een bedrijf gebruikt, bijvoorbeeld door een manege, dan verschuift die aansprakelijkheid naar dat bedrijf. Let op het criterium: het gaat om gebruiken in de bedrijfsuitoefening, niet om enkel stallen. Een pensionstal die alleen onderdak biedt terwijl de eigenaar het paard zelf berijdt en verzorgt, gebruikt het paard niet in haar bedrijf — dan blijft de particuliere bezitter aansprakelijk.
  • Ook een val zonder trap of beet kan onder die regeling vallen, als het paard onberekenbaar reageerde.
  • Bij paardrijles komt een deel van het risico in de regel voor rekening van de ruiter, maar de aansprakelijkheid vervalt daarmee niet; een vaste verdeling van vijftig procent bestaat niet.
  • Een handtekening onder ‘eigen risico’ sluit een claim niet vanzelf uit; de tekst en de omstandigheden bepalen wat is afgesproken.

De bijzondere aansprakelijkheid voor dieren

De hoofdregel van artikel 6:179 BW betreft aansprakelijkheid van de bezitter voor schade die door een dier wordt aangericht. Deze regeling hangt samen met het eigen, onberekenbare gedrag van het dier. Zij is niet beperkt tot situaties waarin de bezitter wist dat het paard gevaarlijk was of nalatig heeft gehandeld.

De toepasselijkheid moet wel worden onderzocht. Wat deed het paard precies en hoe ontstond daardoor het letsel? Een paard dat schrikt, op hol slaat of onverwacht trapt kan andere vragen oproepen dan schade die volledig voortvloeit uit een menselijke handeling waarbij het dier alleen een instrument is. De wet kent bovendien een uitzondering die juridisch moet worden beoordeeld.

Het gaat om bezit in juridische zin, niet uitsluitend om wie toevallig de teugels vasthield of op het paspoort staat. Bij twijfel over de verantwoordelijke persoon zijn eigendoms-, gebruiks- en stallingafspraken relevant. Een correcte aansprakelijkstelling begint met het vaststellen van die rollen.

Wie spreekt u aan: bezitter, bedrijf of instructeur?

Bij een paardrijongeval zijn vaak drie partijen in beeld, met elk een eigen grondslag. Ze sluiten elkaar niet uit — u kunt er meer dan één aanspreken.

Partij Grondslag Wanneer in beeld? Is een fout nodig? Waar let u op
De bezitter van het paard Art. 6:179 BW — risicoaansprakelijkheid voor de eigen energie van het dier Bij schade door de eigen energie van het dier, met inachtneming van de wettelijke uitzondering van art. 6:179 BW en eventueel art. 6:181 BW Nee Bezitter is niet hetzelfde als eigenaar op papier: het gaat om wie het dier voor zichzelf houdt. Vraag naar de aansprakelijkheidsverzekering particulieren (AVP)
Het bedrijf dat het paard gebruikt (manege, instructiebedrijf, verhuurder) Art. 6:181 BW — de aansprakelijkheid van art. 6:179 verschuift naar de bedrijfsmatige gebruiker Als het paard wordt ingezet in de bedrijfsuitoefening: lessen, verhuur, buitenritten Nee Een pensionstal die alleen stalt, gebruikt het paard níet in haar bedrijf; dan blijft de bezitter aansprakelijk
De instructeur of begeleider Art. 6:162 BW — eigen onzorgvuldigheid; via art. 6:170 BW kan de manege voor zijn fout aansprakelijk zijn Ongeschikt paard toegewezen, onvoldoende instructie, te zware oefening, ondeugdelijk materiaal, geen toezicht Ja Vraag om het lesplan, het niveau van de groep en de reden waarom juist dit paard aan u werd toegewezen
De eigenaar of beheerder van de accommodatie Art. 6:174 BW — gebrekkige opstal Kapotte bodem, losse hekken, onveilige stalindeling Nee Bij bedrijfsmatig gebruik verschuift ook dit via art. 6:181 BW naar de exploitant
Weet u niet welke partij het is, stel dan alle betrokkenen schriftelijk aansprakelijk en stuur elk een kopie. Dat houdt uw termijnen veilig terwijl de rolverdeling wordt uitgezocht.

Wanneer een manege of bedrijfsmatige gebruiker in beeld komt

Wordt een paard gebruikt in de uitoefening van een bedrijf, dan kan artikel 6:181 BW meebrengen dat de aansprakelijkheid bij de bedrijfsmatige gebruiker ligt. Een manege die een paard inzet voor rijlessen kan daarom een andere positie hebben dan een particulier die het dier alleen stalt.

Niet iedere stalhouder is automatisch de bedrijfsmatige gebruiker van ieder aanwezig paard. Onderzoek wie de activiteit organiseerde, wie het paard voor die activiteit inzette en hoe de afspraken luidden. Een bord met de naam van de manege is niet voldoende om de juridische verhouding volledig vast te stellen.

Vraag om de gegevens van de betrokken organisatie en verzekeraar. Bewaar lesreservering, betalingsbewijs, huurafspraak of andere documenten over het gebruik. Zo kan worden beoordeeld welke partij op welke grond moet worden aangesproken en wordt voorkomen dat een claim bij de verkeerde rechtspersoon blijft liggen.

Vallen van een paard zonder trap of beet

Een claim is niet alleen mogelijk bij rechtstreeks contact zoals een trap of beet. Ook een val kan zijn veroorzaakt door eigen gedrag van het paard. Denk aan plotseling bokken, steigeren of een onverwachte schrikreactie. De concrete toedracht en relatie met de val zijn dan belangrijk.

Daartegenover kan een val ook ontstaan door een fout van de ruiter, ongeschikt materiaal of meerdere samenwerkende oorzaken. Dat vraagt een afzonderlijke beoordeling. De enkele mededeling dat u van het paard bent gevallen zegt nog niet welke aansprakelijkheidsgrond van toepassing is.

Noteer wat er direct vóór de val gebeurde. Werd een oefening uitgevoerd, reageerde het paard op iets en welke instructie kreeg u? Getuigen, lesverslagen en camerabeelden kunnen dit verduidelijken. Probeer onderscheid te maken tussen wat u zelf waarnam en wat u later van anderen hoorde.

Een trap of beet tijdens verzorgen of begeleiden

Ook naast het rijden kan letsel ontstaan, bijvoorbeeld tijdens poetsen, voeren, opzadelen of het begeleiden van een paard. De bijzondere dierenregeling kan relevant zijn, maar de omstandigheden blijven van belang. Wie het dier gebruikte en in welke context de activiteit plaatsvond, moet worden vastgesteld.

Een eerder incident of bekende onrust kan aanvullende informatie geven. Voor risicoaansprakelijkheid is echter niet steeds vereist dat het paard al eerder iets vergelijkbaars had gedaan. Laat een afwijzing die alleen zegt dat het paard normaal rustig is daarom inhoudelijk beoordelen.

Uw eigen gedrag kan eveneens een rol spelen. Welke instructies waren gegeven en kon u het risico begrijpen? Bij kinderen, beginners of personen zonder ervaring kunnen andere omstandigheden wegen dan bij een professionele verzorger. Er is geen standaarduitkomst voor iedere trap of beet.

De instructeur en de zorgvuldigheid van de les

Naast aansprakelijkheid voor het dier kan een tekortkoming in begeleiding worden onderzocht. Paste het paard bij het niveau van de ruiter? Was de oefening geschikt en werd voldoende uitleg gegeven? Was er aanleiding om in te grijpen? Een instructeur heeft een andere rol dan alleen de bezitter van het paard.

Bewaar informatie over uw ervaring en de manier waarop die vooraf is besproken. Een beginner die een eerste les boekt mag een andere opbouw verwachten dan een ervaren ruiter tijdens een gevorderde training. Ook leeftijd, groepsgrootte en bijzondere beperkingen kunnen relevant zijn, zonder dat één factor automatisch aansprakelijkheid bepaalt.

Een val tijdens een les bewijst niet dat de instructeur onvoldoende zorgvuldig was. Wel moet een concreet verwijt serieus worden onderzocht. Vraag om een feitelijke reactie op de instructie en veiligheidsmaatregelen in plaats van alleen een algemene verwijzing naar de risico’s van paardrijden.

De afspraken rond het gebruik van het paard

Bij een paardrijongeval kunnen meerdere afspraken door elkaar lopen. U volgt bijvoorbeeld les op een manege, maar rijdt op een paard van een derde. Of u verzorgt tegen een vergoeding een paard zonder zelf eigenaar te zijn. Leg daarom vast wie het dier feitelijk gebruikte, in welk verband en welke afspraken daarover bestonden.

Bewaar lesbevestigingen, betaalbewijzen, huur- of verzorgafspraken en berichten over de inzet van het paard. Deze stukken kunnen helpen bij de vraag welke partij juridisch in beeld komt. De naam op een factuur is nuttig, maar hoeft niet alle verantwoordelijkheden volledig te beschrijven.

Noteer ook wie instructies gaf en welke informatie over uw ervaring bekend was. Een les voor beginners kan andere praktische verwachtingen oproepen dan een rit van ervaren deelnemers. Dat betekent niet dat ervaring aansprakelijkheid automatisch uitsluit of juist bewijst. De omstandigheden moeten in samenhang worden beoordeeld.

Als materiaal na het ongeval wordt vervangen, vraag dan om de toestand en reden daarvan vast te leggen. Trek niet zonder onderzoek de conclusie dat vervanging een erkenning van een gebrek is. Foto’s, onderhoudsinformatie en verklaringen kunnen helpen om de betekenis te beoordelen.

Geef uw belangenbehartiger ten slotte alle relevante voorwaarden, ook wanneer daarin ‘eigen risico’ staat. De geldigheid, uitleg en werking van zo’n bepaling vragen een afzonderlijke beoordeling. Het is niet verstandig om uitsluitend op basis van die woorden af te zien van onderzoek naar een mogelijke schadeclaim.

Zadels teugels en ander materiaal

Als materiaal breekt of losraakt, kan naast dierenaansprakelijkheid een andere grondslag relevant zijn. Denk aan gebrekkig materiaal, onvoldoende controle of onjuiste afstelling. Wie verantwoordelijk is, hangt af van eigendom, gebruik, onderhoud en de gemaakte afspraken.

Leg het materiaal zo mogelijk vast en vraag het te bewaren. Noteer welk onderdeel faalde en wie het heeft aangebracht of gecontroleerd. Een reparatie kan bewijs veranderen; een tijdig verzoek tot bewaring helpt om later onderzoek mogelijk te houden. Raak geen onveilige situatie opnieuw aan om het voorval te reconstrueren.

Ook hier is het oorzakelijke verband belangrijk. Een versleten onderdeel dat niets met de val te maken had, is niet automatisch de juridische oorzaak. De beoordeling moet aangeven hoe het gestelde gebrek aan het ongeval heeft bijgedragen en welke partij daarvoor verantwoordelijk was.

Deelname op eigen risico sluit een claim niet vanzelf uit

Maneges en organisatoren gebruiken soms voorwaarden over eigen risico of aansprakelijkheid. Zo’n bepaling moet worden beoordeeld op inhoud, toepasselijkheid en juridische houdbaarheid. Een algemene zin op een bord betekent niet automatisch dat alle aanspraken zijn vervallen.

Vraag de voorwaarden op die golden toen u de les of activiteit boekte. Bewaar ook de bevestiging en informatie die u vooraf kreeg. Bij een consument kunnen regels over algemene voorwaarden van belang zijn. Een eigenrisicobeding kan niet los worden beoordeeld van de verhouding tussen partijen en het concrete verwijt.

Het feit dat paardrijden risico’s kent kan wel betekenis hebben voor de schadeverdeling. Dat is echter een andere vraag dan een volledige uitsluiting van aansprakelijkheid. Laat de verzekeraar precies uitleggen waarop de afwijzing of vermindering is gebaseerd.

Eigen schuld bij een paardrijongeval

Wanneer omstandigheden aan de zijde van het slachtoffer mede tot de schade hebben bijgedragen, kan eigen schuld aan de orde komen. Daarbij wordt gekeken naar de oorzakelijke bijdragen en de verdere omstandigheden. Vrijwillige deelname aan paardrijden leidt niet automatisch in iedere zaak tot hetzelfde percentage vermindering.

Ervaring, instructies, gedrag van het paard, de aard van de les en eventuele veiligheidsmaatregelen kunnen relevant zijn. Ook de ernst van fouten en persoonlijke omstandigheden kunnen bij de juridische beoordeling worden betrokken. Een percentage zonder uitleg is daarom onvoldoende om het voorstel goed te beoordelen.

Vraag of de wederpartij aansprakelijkheid erkent maar een deel van de schade bij u laat, of aansprakelijkheid helemaal betwist. Dat verschil bepaalt welke vragen nog openstaan. Een discussie over de verdeling mag niet verhullen dat eerst de juiste grondslag en feiten moeten worden vastgesteld.

Welke schade na een paardrijongeval kan meetellen

Bij aansprakelijkheid kan letselschade bestaan uit niet elders vergoede medische kosten, vervoer, hulp thuis en inkomensverlies. Bij ernstig letsel kunnen woningaanpassingen, langdurige zorg en hulpmiddelen nodig zijn. De schade moet worden gekoppeld aan de beperkingen die door het ongeval zijn veroorzaakt.

Een werknemer verzamelt loon- en verzuimgegevens; een zelfstandige moet onder meer laten zien welke opdrachten en resultaten zijn beïnvloed. Niet iedere omzetdaling is zonder meer ongevalsschade. Ook bij ernstige letsels blijft een onderbouwde vergelijking met de situatie zonder ongeval nodig.

Smartengeld ziet op pijn, beperkingen en verlies van levensvreugde. Het kan ook gaan om het wegvallen van paardrijden als belangrijke bezigheid. Er bestaat geen vast bedrag voor een val of trap. De medische en persoonlijke gevolgen bepalen hoe de immateriële schade wordt beoordeeld.

Ernstig letsel en toekomstige behoeften

Een paardrijongeval kan tot langdurige of blijvende beperkingen leiden. Dan is het belangrijk om naast de acute fase ook de toekomst in beeld te brengen. Welke zorg, begeleiding, hulpmiddelen en aanpassingen zijn nodig? Welke werkzaamheden zijn duurzaam mogelijk? De antwoorden vragen vaak meerdere deskundigheden.

Een medisch deskundige kan beperkingen en prognose beoordelen; een arbeidsdeskundige onderzoekt de betekenis voor werk. Bij zorg of woningaanpassing kunnen andere deskundigen nodig zijn. Een totaalbedrag zonder die onderbouwing kan belangrijke behoeften missen of op onrealistische aannames berusten.

Publieke voorzieningen en verzekeringsvergoedingen moeten in samenhang worden bekeken. Niet iedere behoefte wordt door één partij betaald en dubbele vergoeding moet worden voorkomen. Tegelijk hoeft u niet zelf met een onverklaard financieel gat te blijven zitten. Vraag om een overzicht van behoefte, voorziening en resterende schade.

Verzekeringen en de verhouding tussen betrokken partijen

De bezitter of manege kan een aansprakelijkheidsverzekering hebben. Dekking is een aparte vraag naast juridische aansprakelijkheid. Een discussie tussen verzekeraar en verzekerde betekent niet automatisch dat de schadeclaim tegen de aansprakelijke partij verdwijnt. Wel kan de praktische verhaalbaarheid aandacht vragen.

U kunt zelf een ongevallenverzekering, rechtsbijstandverzekering of andere dekking hebben. Meld het incident volgens de polisvoorwaarden en bewaar reacties. Een ongevallenuitkering is doorgaans niet hetzelfde als vergoeding van uw volledige letselschade. Laat beoordelen hoe verschillende betalingen zich tot elkaar verhouden.

Spreek niet zonder controle af dat u met een beperkte verzekeringsuitkering alle aanspraken opgeeft. Vraag waarop de betaling ziet en welke rechten eventueel worden beëindigd. Dat is vooral belangrijk wanneer de medische gevolgen nog niet duidelijk zijn.

Fictief voorbeeld van een val tijdens rijles

Een beginnende ruiter valt nadat een lespaard onverwacht bokt. De manege stelt dat iedereen op eigen risico rijdt. Voor de beoordeling worden het gebruik van het paard, de lesafspraken, instructie en toedracht onderzocht. Dit voorbeeld is fictief en zegt niets over een specifieke manege.

De bijzondere dierenregeling kan relevant zijn, naast een mogelijke vraag over begeleiding. Vervolgens moet worden bekeken of omstandigheden aan de zijde van de ruiter invloed hebben op de schadeverdeling. Een standaardpercentage wordt niet zonder onderzoek aangenomen.

Voor de schade worden medische gegevens, werkuitval en hulpbehoefte verzameld. Als aansprakelijkheid en een deel van de schade voldoende vaststaan, kan een voorschot worden besproken. Een definitieve regeling volgt pas wanneer de gevolgen voldoende kunnen worden begroot of onzekerheden zorgvuldig zijn verwerkt.

Bewijschecklist voor een paardrijongeval

  • Noteer het paard, de locatie, datum en betrokken personen.
  • Bewaar reservering, betaling, lesinformatie en voorwaarden.
  • Leg vast wie het paard bezat en bedrijfsmatig gebruikte, voor zover bekend.
  • Vraag getuigen om hun eigen waarnemingen te beschrijven.
  • Laat beelden en relevant materiaal zo snel mogelijk bewaren.
  • Verzamel medische informatie en een overzicht van kosten en beperkingen.

Beschrijf ook uw ervaring en de vooraf gegeven instructies. Volledige informatie voorkomt dat later onverwachte feiten opduiken. Laat tijdig beoordelen welke partijen moeten worden aangeschreven en welke termijnen of polisvoorwaarden relevant zijn.

De wettelijke regeling voor schade door dieren

Bij een paardrijongeval draait het om een bijzondere risicoaansprakelijkheid:

  • Artikel 6:179 BW de bezitter van een dier is aansprakelijk voor de door het dier aangerichte schade. De gedachte is dat de eigen energie en onberekenbaarheid van een dier een risico vormen dat voor rekening van de bezitter komt. Een fout van de bezitter is niet vereist.
  • Artikel 6:181 BW wordt het dier in de uitoefening van een bedrijf gebruikt, dan verschuift de aansprakelijkheid van artikel 6:179 BW naar degene die dat bedrijf uitoefent. Bij een manege of instructiebedrijf dat het paard inzet voor lessen of verhuur is dat de onderneming. Bij een pensionstal ligt dat anders: die stalt het paard doorgaans alleen en gebruikt het niet zelf in haar bedrijf, zodat de particuliere bezitter aansprakelijk blijft. Beslissend is wie het dier feitelijk in zijn bedrijfsvoering inzet. Lid 2 voegt daar nog iets aan toe: stelt een bedrijf het dier ter beschikking voor gebruik in het bedrijf van een ander, dan wordt díe ander als de aansprakelijke aangemerkt.
  • Artikel 6:162 BW daarnaast kan een instructeur of manege zelfstandig onrechtmatig hebben gehandeld, bijvoorbeeld door een ongeschikt paard toe te wijzen, onvoldoende instructie te geven of ondeugdelijk materiaal te gebruiken.
  • Artikel 6:101 BW eigen schuld. Het enkele feit dat u vrijwillig en met toestemming op het paard zat, is volgens de Hoge Raad niet voldoende om de aansprakelijkheid van de eigenaar te laten vervallen (HR 25 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7010, Manege Nieuw Amstelland). Gaat het om een rijles en valt niemand onzorgvuldigheid te verwijten, dan vloeit uit aard en strekking van de overeenkomst in de regel wel voort dat het onberekenbare gedrag van het paard deels voor risico van de ruiter komt. Hoever die vermindering gaat, hangt af van de overeenkomst en de verdere omstandigheden; een vast percentage bestaat niet.
  • Artikel 6:106 BW smartengeld bij lichamelijk letsel.

De artikelen zijn gecontroleerd op wetten.overheid.nl. Wie u moet aanspreken hangt af van bezit, bedrijfsmatig gebruik en de rol van de instructeur; die vraag verdient onderzoek voordat u een afwijzing accepteert.

Veelgestelde vragen over schade door paarden

Is de eigenaar altijd aansprakelijk als een paard trapt?

Niet altijd. De bijzondere regeling voor dieren kan van toepassing zijn, maar bezit, bedrijfsmatig gebruik, toedracht en wettelijke voorwaarden moeten worden onderzocht. Soms ligt de aansprakelijkheid bij een bedrijfsmatige gebruiker in plaats van de particuliere bezitter.

Geldt bij rijles automatisch vijftig procent eigen schuld?

Nee. Er bestaat geen universeel percentage voor iedere rijles. De verdeling hangt af van de omstandigheden, waaronder gedrag, ervaring, instructies en de juridische grondslag. Een voorgestelde vermindering moet inhoudelijk worden toegelicht.

Kan de instructeur naast de manege verantwoordelijk zijn?

Een tekortkoming in begeleiding kan een afzonderlijke grondslag opleveren. Welke partij daarop wordt aangesproken hangt af van de arbeids- en contractverhouding. Het onderzoek moet concrete instructies en veiligheidsmaatregelen beoordelen, niet alleen het feit dat iemand viel.

Wordt mijn gemiste inkomen vergoed?

Bij aansprakelijkheid kan inkomensschade meetellen voor zover deze door het letsel is veroorzaakt. Onderbouw werkuitval en financiële gevolgen. Ontvangen loon, uitkeringen en andere relevante inkomsten worden betrokken bij de berekening.

Kan ik een voorschot krijgen voor zorgkosten?

Dat kan als aansprakelijkheid en de betreffende schade voldoende duidelijk zijn. Dien een onderbouwd verzoek in met begrotingen en ontvangen vergoedingen. Een voorschot hoeft geen finale regeling te zijn; controleer de afspraken.

Wie is de bezitter van het paard?

Doorgaans degene die het paard voor zichzelf houdt, meestal de eigenaar. Staat het paard in een pensionstal of wordt het door een manege in lessen ingezet, dan kan naast of in plaats van de bezitter de bedrijfsmatige gebruiker aansprakelijk zijn op grond van artikel 6:181 BW. Vraag daarom naar eigendom, stallingsovereenkomst en het gebruik van het paard.

Ik ben gevallen zonder dat het paard trapte of beet, kan ik dan claimen?

Mogelijk wel. De regeling ziet op schade die door de eigen energie van het dier is aangericht, bijvoorbeeld een paard dat schrikt, steigert of onverwacht uitbreekt. Houd twee vragen uit elkaar. Ging het om de eigen energie van het dier, dan is de grondslag van artikel 6:179 BW in beginsel gegeven — ook als de beweging voorzienbaar was. Dat een ruiter op bepaalde bewegingen bedacht moet zijn, speelt vervolgens een rol bij de eigen schuld van artikel 6:101 BW en bij het risico dat uit aard en strekking van een lesovereenkomst voortvloeit. Dat kan de vergoeding verminderen, maar laat de risicoaansprakelijkheid niet vervallen. Alleen als de schade helemaal niet door de eigen energie van het dier is veroorzaakt — het paard deed precies wat u commandeerde en u verloor uw evenwicht — komt de grondslag zelf in beeld. De toedracht is bepalend.

Is mijn claim kansloos door het ondertekende exoneratieformulier?

Niet zonder meer. Beoordeeld moet worden wat er precies staat, of het beding is overeengekomen, of het redelijk is en of het in de gegeven omstandigheden kan worden ingeroepen. Tegenover een consument houdt een ruime uitsluiting van aansprakelijkheid voor letsel lang niet altijd stand. Laat de tekst beoordelen.

Bespreek uw paardrijongeval met Arslan Advocaten

Arslan Advocaten kan onderzoeken welke partij mogelijk aansprakelijk is en welke informatie nodig is voor uw claim. Neem lesafspraken, voorwaarden, gegevens van het paard en medische correspondentie mee. Wij bespreken de mogelijke aanpak en de bijbehorende kostenafspraken.

Lees ook onze algemene informatie over letselschade of neem contact op voor uw eigen situatie.

Verwante artikelen

Bronnen en verdere uitleg


Gerelateerde juridische diensten

Deel dit bericht
Facebook
Twitter
LinkedIn
Snel hulp nodig?