Hondenbeet en letselschade: wie is aansprakelijk, en waarop heeft u recht?

Kies een vestiging

Snel hulp nodig?

Letsel opgelopen? Dit is belangrijk om te weten.

Een vordering wegens letsel verjaart in beginsel vijf jaar nadat u bekend bent met de schade en de aansprakelijke persoon.

  • Was u minderjarig? Dan gaat die termijn pas lopen op uw achttiende verjaardag.
  • Bewaar alles: medische stukken, foto’s, het schadeformulier en uw eigen aantekeningen.
  • Wij beoordelen kosteloos of u een zaak heeft en zeggen het eerlijk als dat niet zo is.

Bel 070 450 0300Stuur uw stukken op

Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.

URL: https://arslan.nl/diensten/hondenbeet/

Geschreven door Onur Arslan, advocaat letselschade bij Arslan & Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 31 augustus 2026.

Wie is aansprakelijk als een hond bijt?

De bezitter van de hond is in beginsel aansprakelijk voor de schade die het dier aanricht, ook als hem persoonlijk niets te verwijten valt en ook als de hond nooit eerder iets heeft gedaan. Dat staat in artikel 6:179 BW: "De bezitter van een dier is aansprakelijk voor de door het dier aangerichte schade, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij de gedraging van het dier waardoor de schade werd toegebracht, in zijn macht zou hebben gehad." Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 179.

Dit is een risicoaansprakelijkheid, en dat is precies het punt waarop vrijwel iedereen zich vergist. Mensen denken dat zij moeten bewijzen dat de eigenaar onzorgvuldig is geweest: dat hij de hond niet had aangelijnd, dat hij wist dat het dier agressief was, dat hij het hek open had laten staan. Dat hoeft niet. U hoeft alleen aan te tonen dát de hond u heeft gebeten, dat de aangesproken partij de bezitter is, en welke schade u daardoor lijdt.

De reden voor die zware aansprakelijkheid is de onvoorspelbaarheid van een dier. De rechtbank Amsterdam verwoordde het zo: "De ratio van deze risicoaansprakelijkheid is het gevaar dat schuilt in de eigen energie van het dier en het onberekenbare element dat daarin ligt besloten. Daarbij geldt dat het dier de schade zelfstandig moet hebben toegebracht." (ECLI:NL:RBAMS:2024:4843). Wie een dier houdt, aanvaardt dat risico — en het ligt bij hem, niet bij het slachtoffer. In een recentere uitspraak zegt dezelfde rechtbank het nog directer: de eigenaar moet de schade vergoeden "ook als hemzelf geen persoonlijk verwijt kan worden gemaakt" (ECLI:NL:RBAMS:2026:7029).

Praktisch betekent dit dat het antwoord van de eigenaar — "hij doet dat anders nooit", "hij schrok", "hij is nog nooit eerder agressief geweest" — juridisch in beginsel niet ter zake doet. Dat verweer gaat over schuld, en schuld is hier niet de maatstaf.

Wie is de 'bezitter': de eigenaar, de uitlater of de oppas?

Bezitter is degene die de hond voor zichzelf houdt — meestal de eigenaar, maar niet automatisch degene die het dier op het moment van de beet aan de lijn had. De uitlaatservice, de buurvrouw die oppast of het familielid dat een weekend op de hond past, zijn in beginsel géén bezitter: zij houden het dier voor een ander.

De rechtbank Noord-Holland vatte dat samen: "Op grond van de wet worden als bezitter aangemerkt diegenen die het dier voor zich zelf houden. Dat is meestal de eigenaar, maar het kan ook anders zijn." (ECLI:NL:RBNHO:2021:877). De rechtbank Gelderland benadrukte dat het echt om bezit gaat en niet om eigendom: artikel 6:179 BW legt de risicoaansprakelijkheid "expliciet bij de bezitter van een dier en niet bij de eigenaar van een dier" (ECLI:NL:RBGEL:2018:3231).

Wie Aansprakelijk op grond van 6:179?
Eigenaar die de hond zelf houdt ja — de standaardsituatie
Twee partners die de hond samen houden ja, beiden; medebezitters zijn hoofdelijk aansprakelijk (art. 6:180 lid 1 BW)
Uitlaatservice, oppas, logeeradres, buurman in beginsel niet als bezitter; kan wél aansprakelijk zijn wegens eigen onzorgvuldigheid (art. 6:162 BW)
Asiel of opvang dat het dier in bezit heeft genomen mogelijk wel; hangt ervan af of het bezit is overgedragen
Hond gebruikt in de uitoefening van een bedrijf nee — dan de bedrijfsuitoefenaar (art. 6:181 BW, zie hieronder)

Let op de bewijslast. Stelt u de verkeerde partij aansprakelijk, dan strandt uw claim op een formeel punt terwijl u inhoudelijk gelijk had. Wie stelt dat iemand bezitter is, moet dat in beginsel bewijzen (artikel 150 Rv). In een Rotterdamse zaak was dat precies de kern van het geschil: het slachtoffer stelde dat de aangesprokene bezitter was, die betwistte dat, en de bewijslast lag bij het slachtoffer (ECLI:NL:RBROT:2022:348). Noteer daarom altijd naam en adres van degene die de hond hóudt, en niet alleen van degene die er toevallig bij liep. Zijn er meerdere bezitters, dan zijn zij hoofdelijk aansprakelijk (artikel 6:180 lid 1 BW): u kunt de volledige schade bij één van hen neerleggen.

Wat als de hond bedrijfsmatig wordt gebruikt?

Wordt het dier gebruikt in de uitoefening van een bedrijf, dan verschuift de aansprakelijkheid van de bezitter naar degene die dat bedrijf uitoefent. Dat is artikel 6:181 lid 1 BW: worden de in onder meer artikel 179 bedoelde dieren "gebruikt in de uitoefening van een bedrijf, dan rust de aansprakelijkheid uit de artikelen […] 179 op degene die dit bedrijf uitoefent". Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 181.

Waarom die verlegging bestaat, legde de Hoge Raad uit: zij berust erop "dat de benadeelde niet behoort te worden belast met de moeilijkheden die inherent zijn aan het onderzoek naar en de bewijslevering betreffende de identiteit van de schuldenaar, en anderzijds op de eenheid van de onderneming" (ECLI:NL:HR:2011:BP1475). U hoeft dus niet uit te zoeken wie binnen een bedrijf de juridische bezitter is; u spreekt het bedrijf aan. Denk aan een waak- of bewakingshond van een beveiligingsbedrijf, honden bij een hondenschool, kennel of fokkerij, een boerderijhond, of paarden van een manege — de zaak van de Hoge Raad ging over een manegepaard.

Er is een grens. Niet elk dier dat toevallig op een bedrijfsterrein loopt, wordt daarmee "in de uitoefening van een bedrijf gebruikt"; de gezelschapshond van de ondernemer die meegaat naar kantoor is dat in de regel niet. Wordt bedrijfsmatig gebruik niet aangenomen, dan blijft de aansprakelijkheid bij de bezitter rusten (ECLI:NL:RBGEL:2018:3231). Voor u is dit vooral belangrijk omdat een bedrijf vrijwel altijd een aansprakelijkheidsverzekering heeft, en een particulier niet altijd.

Wanneer gaat het beroep op risicoaansprakelijkheid niet op?

Alleen als het gedrag van de hond, zou de bezitter dat in zijn macht hebben gehad, níet onrechtmatig zou zijn geweest — het klassieke voorbeeld is de waakhond die een inbreker aanvalt. Dat is de zogenoemde tenzij-clausule aan het slot van artikel 6:179 BW. Het gaat om een smalle uitzondering: er moet een rechtvaardigingsgrond zijn, zoals noodweer of de verdediging van eigendom tegen een indringer.

De rechtbank Noord-Holland omschreef het zo: aansprakelijkheid ontbreekt "in het geval van een rechtvaardigingsgrond die maakt dat, gesteld dat de bezitter het dier in zijn macht had gehad, er toch geen sprake is van onrechtmatigheid. Bijvoorbeeld de waakhond die een inbreker aanvalt, maakt de bezitter niet aansprakelijk." (ECLI:NL:RBNHO:2021:877). Daarnaast is er een tweede situatie waarin artikel 6:179 BW niet werkt: als het dier niet uit eigen energie handelde. Handelde de hond op commando van een mens, dan is er geen sprake meer van eigen energie en moet de zaak langs de gewone onrechtmatige daad worden beoordeeld. Het gerechtshof Arnhem oordeelde in een zaak over een politiehond dat de beet, ook toen de hond op een niet-aangeleerde manier beet, "het gevolg [is] van het commando en niet van de eigen energie van de hond" (ECLI:NL:GHARN:2010:BN0684).

Dat laatste is voor slachtoffers zelden ongunstig: wie een hond op iemand afstuurt, is in de regel juist rechtstreeks aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW, en pleegt bovendien mogelijk een misdrijf.

Wat géén geldige uitzondering is, en toch voortdurend wordt aangevoerd: "de hond heeft dit nog nooit gedaan", "hij was geschrokken", "ik had hem netjes aangelijnd". Dit zijn argumenten over schuld; bij een risicoaansprakelijkheid missen zij doel.

Wat als ik de hond zelf heb geprikkeld? Eigen schuld

Heeft u zelf bijgedragen aan het ontstaan van het incident, dan kan de vergoedingsplicht worden verminderd, maar bij ernstig letsel werkt de billijkheidscorrectie vaak in uw voordeel. De grondslag is artikel 6:101 lid 1 BW: is de schade mede een gevolg van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend, dan wordt de vergoedingsplicht verminderd door de schade te verdelen "in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt of de vergoedingsplicht geheel vervalt of in stand blijft, indien de billijkheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist." Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 101.

Die bepaling kent dus twee stappen. Eerst de causaliteitsafweging: in welke mate hebben de omstandigheden aan beide kanten bijgedragen aan het ontstaan van de schade? Dat levert een verdeling op, meestal in percentages. Daarna de billijkheidscorrectie: is die uitkomst billijk, gelet op de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten en de overige omstandigheden? De verdeling kan daardoor worden bijgesteld of zelfs geheel vervallen, zodat u alsnog uw volledige schade vergoed krijgt. Bij die eerste stap gaat het uitdrukkelijk niet alleen om verwijtbaar gedrag: de rechtbank Amsterdam overwoog in een hondenbeetzaak dat het gaat om "voor risico van [eiseres] komende omstandigheden die hebben bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval", en dus "niet alleen om eigen gedragingen van [eiseres] waaraan zij schuld heeft" (ECLI:NL:RBAMS:2025:9169).

Omstandigheden die in de praktijk als eigen schuld worden aangevoerd:

Omstandigheid Hoe daar in de regel naar wordt gekeken
Een onbekende hond aaien zonder te vragen kan meewegen, maar zelden zwaar bij een hond in de openbare ruimte
Een duidelijke waarschuwing negeren ("niet aanraken", "hier waakt een hond") weegt zwaarder, zeker bij een bord of een mondelinge waarschuwing
Het dier plagen, slaan of in het nauw drijven kan tot een forse vermindering leiden
Een afgesloten erf of hok betreden zonder toestemming weegt zwaar; hier komt ook de tenzij-clausule in beeld
Tussen twee vechtende honden springen vaak enige eigen schuld, maar de billijkheidscorrectie speelt hier sterk

Waarom de billijkheidscorrectie bij ernstig letsel meestal in uw voordeel uitpakt. Aan de ene kant staat een bezitter op wie een wettelijke risicoaansprakelijkheid rust en die zich daartegen had kunnen verzekeren; aan de andere kant een slachtoffer met blijvend letsel en een op zichzelf begrijpelijke reactie. Hoe ernstiger het letsel en hoe minder verwijtbaar uw gedrag, hoe meer reden er is om de causaliteitsafweging bij te stellen. Een verzekeraar die u zonder onderbouwing een fors eigenschuldpercentage tegenwerpt, slaat die tweede stap eenvoudigweg over — een concreet en aanvechtbaar punt.

Mijn kind is gebeten: geldt eigen schuld dan ook?

Kinderen nemen bij de eigen-schuldvraag een bijzondere positie in: hun gedrag wordt hun in beginsel veel minder snel aangerekend, en bij jonge kinderen wordt de vergoedingsplicht in de praktijk zelden of nauwelijks verminderd. Kinderen worden nu eenmaal aangetrokken door honden, overzien het gevaar niet en kunnen hun gedrag daar niet naar inrichten.

Artikel 6:164 BW bepaalt: "Een gedraging van een kind dat de leeftijd van veertien jaren nog niet heeft bereikt, kan aan hem niet als een onrechtmatige daad worden toegerekend." Bron: wetten.overheid.nl, Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 164. Daarnaast biedt de billijkheidscorrectie van artikel 6:101 BW ruimte om juist bij jonge kinderen tot een andere verdeling te komen, omdat het beperkte inzicht van een kind in het gevaar en het beperkte vermogen zich daarnaar te gedragen meebrengen dat het kind nauwelijks een verwijt treft.

Wat dit praktisch betekent:

  • Het argument "uw kind had de hond niet moeten aaien" is in de regel zwak. Dat een kind dat doet, is voorzienbaar; de bezitter van een dier dat daar niet tegen kan, moet dat voorkomen.
  • De rol van de ouders wordt soms opgeworpen. Een verzekeraar kan stellen dat er onvoldoende toezicht was; dat verweer richt zich in wezen op de ouders en slaagt lang niet altijd.
  • Denk aan de lange termijn. Bij een kind is de medische eindtoestand pas jaren later bereikt en groeit een litteken mee met het lichaam. Vroeg afwikkelen is bijna altijd nadelig.
  • Vergeet de verjaring niet. Die begint bij een minderjarig slachtoffer pas te lopen bij het bereiken van de meerderjarigheid — zie hieronder.

Kinderen ontwikkelen na een bijtincident bovendien regelmatig een langdurige angst voor honden die het dagelijks leven beperkt. Dat is een zelfstandig te vergoeden gevolg en moet in het dossier worden vastgelegd, niet weggewuifd als "dat gaat wel over".

Welke schade kunt u vorderen na een hondenbeet?

U kunt zowel uw financiële schade als uw smartengeld vorderen: medische kosten, gemist inkomen, hulp in huis en reiskosten, én een vergoeding voor de pijn, de littekens, de angst en het verlies aan levensvreugde. Bij een hondenbeet wordt het materiële deel structureel onderschat, omdat de wond zelf vaak binnen enkele weken dicht is terwijl de gevolgen dat niet zijn.

Schadepost Waar u aan moet denken
Medische kosten eigen risico, hechten, antibiotica, tetanus- of rabiësprofylaxe, wondzorg, littekenbehandeling, plastische chirurgie
Verlies van inkomen ziekmelding, gemiste uren, gemiste opdrachten bij zzp'ers
Huishoudelijke hulp wat u met een verbonden hand of arm tijdelijk niet kunt
Reiskosten en beschadigde zaken naar behandelaars; kleding, bril, telefoon, fiets
Psychologische behandeling angstklachten, vermijding, PTSS
Smartengeld pijn, angst, littekens, gederfde levensvreugde
Buitengerechtelijke kosten de redelijke kosten van uw advocaat en medisch adviseur (art. 6:96 lid 2 BW)

Hoeveel smartengeld krijgt u na een hondenbeet? Er bestaat geen tarief per bijtwond. Het smartengeld wordt op grond van artikel 6:106 BW naar billijkheid vastgesteld en geijkt aan eerder toegewezen zaken; bepalend zijn de aard en ernst van het letsel, de plaats op het lichaam, de duur van het herstel, wat er blijvend van overblijft en wat dat in uw leven betekent. Wij noemen op deze pagina bewust geen bedragen: wat op internet circuleert is vrijwel altijd verouderd of uit zijn context gehaald, en een reële inschatting is pas mogelijk als het letsel medisch is uitgekristalliseerd. *Lees verder: smartengeld bij letselschade — hoogte, berekening en procedure.*

Twee gevolgen worden het vaakst vergeten. Het eerste is de angst: veel slachtoffers vermijden na een beet straten, parken en bezoek aan mensen met een hond. Dat is een reële beperking en telt mee. Het tweede is infectie: een infectie of een beschadigde pees kan het herstel van weken naar maanden brengen. Laat beide vastleggen in uw medisch dossier — wat er niet in staat, bestaat in de onderhandeling niet.

Littekens en blijvende ontsiering: waarom u niet te snel moet afwikkelen

Bij littekens weegt niet de medische ernst maar de zichtbaarheid en de permanentie het zwaarst, en omdat een litteken zich nog maanden tot jaren ontwikkelt, moet u wachten met afwikkelen tot de eindtoestand is bereikt. Hondenbeten zitten bovendien vaak op de plekken die er in dit opzicht het meest toe doen: gezicht, hals, onderarmen en handen.

In een Amsterdamse zaak liep een kind door een beet drie bijtwonden op aan het onderbeen; de wonden genazen, "maar [het kind] heeft blijvende littekens, waarvan eentje kuilvormig is" (ECLI:NL:RBAMS:2026:7029). Dat is de kern: de wond geneest, het litteken blijft.

Wat de beoordeling stuurt:

Factor Toelichting
Plaats gezicht, hals en handen zijn permanent zichtbaar en wegen het zwaarst
Aard en omvang lengte, breedte, kleurverschil, verhoogd of juist ingetrokken weefsel
Ontwikkeling hypertrofie of keloïdvorming maakt het beeld blijvend ongunstiger
Correctiemogelijkheden of hersteloperaties het beeld kunnen verbeteren, en tegen welke belasting
Leeftijd bij een kind duren de gevolgen het langst en groeit het litteken mee
Functionele gevolgen zenuw- of peesletsel, gevoelsverlies, bewegingsbeperking
Psychische gevolgen schaamte, vermijding van zwembad, sport en nieuwe contacten

Praktisch: fotografeer het litteken herhaaldelijk, telkens onder vergelijkbare omstandigheden — zelfde afstand, zelfde licht, met een liniaal of muntstuk ernaast als maatstaf, vanaf de eerste wondbehandeling tot het beeld stabiel is.

En dan de belangrijkste regel: teken niets zolang uw situatie nog verandert. Een vaststellingsovereenkomst met finale kwijting sluit de zaak in beginsel definitief af. Blijkt daarna dat een correctie nodig is of dat er zenuwletsel is, dan komt dat voor uw rekening. Is er twijfel over het verloop, dan kan een nauwkeurig geformuleerd voorbehoud worden opgenomen; een vage clausule biedt weinig bescherming.

De hondeneigenaar heeft een aansprakelijkheidsverzekering — en als die er niet is?

In de meeste gevallen loopt de afwikkeling via de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) van de bezitter, die schade door huisdieren in de regel dekt; is er geen verzekering, dan blijft de bezitter persoonlijk aansprakelijk. Dat laatste is juridisch geen probleem, maar praktisch wel: een vonnis tegen iemand zonder vermogen levert weinig op.

In de praktijk stelt u de bezitter schriftelijk aansprakelijk en vraagt u om de gegevens van zijn aansprakelijkheidsverzekeraar. Hij meldt de schade daar — op grond van zijn polis is hij daartoe in de regel verplicht — waarna de verzekeraar de behandeling overneemt. Weigert hij, dan kunt u hem rechtstreeks aanspreken en zo nodig dagvaarden.

Is er geen verzekering, dan zijn dit de routes die overblijven:

Route Kanttekening
Rechtstreeks vorderen van de bezitter altijd mogelijk; laat vooraf onderzoeken of er inkomen of vermogen is
Een betalingsregeling bij een particulier zonder vermogen vaak de realistische uitkomst; leg die schriftelijk vast
Uw eigen rechtsbijstandverzekering voor de kosten van bijstand; let op de dekking voor letselschade
Uw eigen zorgverzekering voor medische kosten; uw verzekeraar kan die zelf op de bezitter verhalen
Voeging in het strafproces alleen als er een strafbaar feit is, bijvoorbeeld als de hond bewust op iemand is afgestuurd
Schadefonds Geweldsmisdrijven alleen bij een opzettelijk geweldsmisdrijf met ernstig letsel; een gewoon bijtincident valt hier niet onder

In de al aangehaalde Amsterdamse zaak was dit precies de situatie: de aangesproken hondeneigenaar "heeft geen wettelijke aansprakelijkheidsverzekering" (ECLI:NL:RBAMS:2026:7029). De aansprakelijkheid stond niet ter discussie — de vraag was of er betaald kon worden. Laat daarom vroeg beoordelen of doorprocederen zinvol is; soms is een goed vastgelegde regeling verstandiger dan een onverhaalbaar vonnis.

Geldt dit ook voor paarden, katten en vee?

Artikel 6:179 BW geldt voor elk dier, niet alleen voor honden: de bezitter van een paard, een kat, een koe of een ander dier is op dezelfde grond in beginsel aansprakelijk voor de schade die het dier aanricht. De wettekst spreekt eenvoudig van "een dier".

  • Paarden. Een groot deel van de rechtspraak over artikel 6:179 BW gaat over paarden: trappen, bijten, schrikken tijdens een les of buitenrit. Speelt een manege of ander bedrijf een rol, dan verschuift de aansprakelijkheid vaak naar dat bedrijf (artikel 6:181 BW; ECLI:NL:HR:2011:BP1475). Let op de gevolgen van een deelnemings- of stallingsovereenkomst: contractuele regels en artikel 6:179 BW kunnen in beginsel naast elkaar van toepassing zijn (ECLI:NL:HR:2001:AB1335).
  • Katten. Krabben en bijten vallen onder dezelfde regel. Een kattenbeet in een hand raakt gemakkelijk een pees of gewricht en infecteert snel.
  • Vee. Loslopend of uitgebroken vee valt eveneens onder artikel 6:179 BW; bij een agrarisch bedrijf komt daar artikel 6:181 BW bij.
  • Honden onderling. Wordt uw hond gebeten door een andere hond, dan is de bezitter daarvan in beginsel aansprakelijk voor uw dierenartskosten (ECLI:NL:RBAMS:2024:5434). Dat is zaakschade; voor uw eigen letsel gelden de regels uit de rest van deze pagina.

Wat moet u direct doen na een hondenbeet?

Laat de wond dezelfde dag medisch behandelen, leg alles vast met foto's, noteer de gegevens van de bezitter en van getuigen, en meld het incident. De eerste 48 uur bepalen in de praktijk hoe sterk uw dossier later is.

Direct:

  1. Laat de wond beoordelen door de huisarts, de huisartsenpost of de spoedeisende hulp — ook bij een ogenschijnlijk kleine wond. Een hondenbeet is een besmette wond en het infectierisico is aanzienlijk. Laat uw tetanusstatus controleren; ging het om een onbekende hond of een beet in het buitenland, vraag dan ook naar rabiës.
  2. Zorg dat het incident in uw medisch dossier komt als beet door een hond, met datum. Dat is later het bewijs van de toedracht.
  3. Fotografeer de wond voordat die verbonden wordt, en daarna met regelmaat — plus de hond en de plaats van het incident.
  4. Noteer de gegevens van de bezitter: naam, adres, telefoonnummer, en of hij een aansprakelijkheidsverzekering heeft. Vraag uitdrukkelijk of hij de bezitter is of het dier voor een ander uitliet.
  5. Noteer getuigen met naam en telefoonnummer; die zijn na een week vaak onvindbaar.

In de dagen daarna:

  1. Meld het incident bij de politie en bij de gemeente. Gemeenten hebben op grond van hun plaatselijke verordening bevoegdheden na een bijtincident — denk aan een aanlijn- of muilkorfgebod. Een melding levert bovendien een onafhankelijke vastlegging van de toedracht op.
  2. Stel de bezitter schriftelijk aansprakelijk. Omschrijf de toedracht, houd u het recht op vergoeding uitdrukkelijk voor en vraag om zijn verzekeringsgegevens. Daarmee stuit u ook de verjaring.
  3. Bewaar bewijsmateriaal en houd een schadedossier bij: beschadigde kleding, bonnen, facturen, reiskosten, gemiste uren en de hulp die u van anderen krijgt.
  4. Ga niet in gesprek over bedragen voordat u weet wat uw letsel gaat doen, en teken niets.

Hoe lang heb ik de tijd? Verjaring

Bij letselschade geldt één termijn: vijf jaar, te rekenen vanaf de dag na die waarop u zowel met de schade als met de aansprakelijke persoon bekend bent geworden — en de absolute grens van twintig jaar die bij andere schadevorderingen geldt, is bij letsel- en overlijdensschade uitdrukkelijk niet van toepassing. Dat volgt uit artikel 3:310 lid 5 BW, dat op dit punt afwijkt van de hoofdregel van lid 1.

Twee bijzonderheden zijn bij een hondenbeet vaak relevant. Was het slachtoffer minderjarig? Dan gaat de termijn van vijf jaar op grond van hetzelfde artikellid pas lopen op de dag na het bereiken van de meerderjarigheid. Een kind dat op zijn zesde is gebeten, heeft dus in beginsel tot zijn drieëntwintigste — ruim, maar het bewijs verdampt intussen wel: getuigen verhuizen, foto's raken kwijt. Was er een strafbaar feit? Werd de hond bewust op iemand afgestuurd, dan verjaart de vordering tegen de dader op grond van artikel 3:310 lid 4 BW niet zolang het recht tot strafvordering niet is vervallen.

Stuiten is eenvoudig en verstandig. Een schriftelijke mededeling waarin u zich ondubbelzinnig uw recht op nakoming voorbehoudt, doet in beginsel een nieuwe termijn ingaan; bewaar het verzendbewijs. Twijfelt u of uw zaak nog op tijd is, laat dat dan beoordelen vóórdat u iets anders onderneemt: een verjaarde vordering is niet te redden, hoe sterk de zaak inhoudelijk ook is.

Wat kost een letselschadeadvocaat bij een hondenbeet?

Staat de aansprakelijkheid van een ander vast, dan komen de redelijke kosten van uw rechtsbijstand in beginsel voor rekening van de aansprakelijke partij, als zelfstandige schadepost naast uw overige schade. De grondslag is artikel 6:96 lid 2 BW, dat onder meer de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte als vermogensschade aanmerkt. Daarbij geldt een dubbele redelijkheidstoets: het moet redelijk zijn dat u kosten maakt, én de omvang van die kosten moet redelijk zijn.

Een hondenbeetzaak met erkende aansprakelijkheid kost u dus in beginsel niets. Zolang de aansprakelijkheid nog niet is erkend, is er nog geen partij die betaalt; over die fase maken wij vooraf afspraken. Heeft u een rechtsbijstandverzekering, dan mag u bij een gerechtelijke of administratieve procedure zelf een advocaat kiezen (artikel 4:67 Wft).

Wat een gespecialiseerde advocaat hier toevoegt, is niet ingewikkelder dan dit: de juiste partij aanspreken, de schade volledig in kaart brengen in plaats van alleen de dokterskosten, een eigenschuldverweer op zijn merites beoordelen, en het smartengeld onderbouwen met vergelijkingszaken die werkelijk op de uwe lijken. Bij ons kunt u uw situatie kosteloos laten beoordelen voordat u iets besluit.

Over dit advies

Arslan & Arslan Advocaten behandelt letselschadezaken vanuit kantoren in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Tilburg en Eindhoven. Wij beoordelen uw situatie kosteloos, werken samen met onafhankelijke medisch adviseurs en staan slachtoffers bij van letsel door dieren, verkeersongevallen, bedrijfsongevallen, medische fouten en geweldsmisdrijven. Naast Nederlands spreken wij Turks en Pools.

**Bel [070 450 0300](tel:+31704500300) of stuur ons uw vraag via het contactformulier.** Wij laten u weten waar u staat en wat de volgende stap is.

Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies over uw eigen zaak. Aan de genoemde uitgangspunten kunnen geen rechten worden ontleend.