EVR- en CIS-registratie verwijderen: wanneer is een frauderegistratie onrechtmatig?

Kies een vestiging

Snel hulp nodig?

Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan & Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 31 augustus 2026.

Kan een EVR- of CIS-registratie worden verwijderd?

Ja, maar alleen als de registratie onrechtmatig is of onevenredig zwaar uitpakt. Een registratie die feitelijk juist is en aan de eisen van het protocol voldoet, blijft in beginsel staan tot de registratietermijn afloopt. Verwijdering is aan de orde wanneer de feiten de verdenking niet dragen, wanneer de procedurele waarborgen niet zijn nageleefd, of wanneer uw belang bij verwijdering zwaarder weegt dan het belang van de financiële sector bij handhaving.

Dat laatste is in de praktijk de kern van bijna elke zaak. De discussie gaat zelden over de vraag "is er iets gebeurd", en bijna altijd over twee andere vragen: is er genoeg bewijs voor de gestelde fraude, en staat de duur en zwaarte van de registratie in verhouding tot wat er is gebeurd?

Wanneer een verzoek in beginsel kans maakt:

Situatie Kans op verwijdering
De feiten die de verzekeraar of bank aanvoert, kloppen niet groot
Er is wel een onjuistheid, maar geen aantoonbare opzet om te misleiden redelijk tot groot
U bent nooit geïnformeerd over de registratie of niet gehoord redelijk, mede afhankelijk van het protocol
De registratie duurt aantoonbaar langer dan de ernst rechtvaardigt redelijk — dan is verkorting vaak realistischer dan verwijdering
U kunt aantonen dat u geen verzekering, rekening of hypotheek meer krijgt weegt zwaar mee in de afweging
De fraude is erkend, recent en substantieel klein

Let op het verschil tussen verwijderen en verkorten. Wie de registratie zelf niet onderuit krijgt, kan vaak nog wel bereiken dat de duur wordt teruggebracht. In de zoekvraag is "evr registratie verkorten" een aparte, veelgestelde vraag — en het is meestal de realistischere uitkomst.

Wat is het verschil tussen EVR, IVR, CIS en het incidentenregister?

Het zijn vier verschillende registraties met verschillende drempels, verschillende beheerders en verschillende gevolgen. Ze worden in de praktijk door elkaar gehaald, ook door de instellingen die ze aanmaken. Voor uw zaak maakt het verschil uit welke van de vier op u van toepassing is, want de eisen verschillen.

Registratie Voluit Wie beheert of gebruikt Wat het in de kern is Zwaarte
Incidentenregister de financiële instelling zelf, bijgehouden door haar afdeling Veiligheidszaken interne vastlegging van een incident bij die ene instelling; hierin zit het dossier licht, maar de opstap naar de rest
EVR Extern Verwijzingsregister is gekoppeld aan het incidentenregister van de instelling en is raadpleegbaar door alle deelnemers bevat uitsluitend verwijzingsgegevens; op een "hit" volgt navraag bij de instelling die de registratie plaatste zwaar — dit is de registratie met de grootste gevolgen
CIS Centraal Informatie Systeem, beheerd door Stichting CIS verzekeraars en gevolmachtigden schade- en verzekeringsgegevens die verzekeraars onderling delen; het EVR is via CIS raadpleegbaar middel tot zwaar, afhankelijk van de melding
IVR Intern Verwijzingsregister kwam voor in de eerdere versies van het protocol; het geldende PIFI 2021 kent het IVR niet meer niet meer van toepassing

Let op de IVR. Veel pagina's op internet — en veel oudere brieven — spreken nog over een "intern verwijzingsregister" als aparte registratie naast het EVR. In het thans geldende Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen 2021 komt die term niet voor: de structuur is een incidentenregister met een daaraan gekoppeld extern verwijzingsregister. Ziet u in uw stukken toch een verwijzing naar een IVR, vraag de instelling dan expliciet op welke grondslag zij die registratie voert.

De volgorde is niet toevallig. Een EVR-registratie gaat altijd samen met een opname in het incidentenregister van de instelling zelf: het externe register verwijst, het interne register bevat het dossier. Een verzoek dat alleen op het EVR ziet en het incidentenregister onbesproken laat, lost daarom vaak maar de helft van het probleem op. Vraag beide registraties tegelijk op, en bij een verzekeraar ook uw CIS-registraties.

Bron: Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen 2021 (PIFI 2021), artikelen 3.1 en 5.1, en Stichting CIS voor het CIS-register.

Wanneer is een EVR-registratie onrechtmatig?

Als niet aan alle voorwaarden van het protocol is voldaan, of als de registratie de proportionaliteitstoets niet doorstaat. Een EVR-registratie is een ingrijpende maatregel: zij sluit iemand feitelijk uit van een groot deel van het financiële verkeer. De rechtspraak stelt daar hoge eisen aan.

De toets valt in de praktijk uiteen in twee lagen.

Laag 1 — de feitelijke drempel. Artikel 5.2.1 van het protocol stelt drie cumulatieve eisen. De gedraging moet een bedreiging vormen (of hebben gevormd, of kunnen vormen) voor de financiële belangen van cliënten of medewerkers van een financiële instelling, voor de instelling zelf, of voor de continuïteit en integriteit van de financiële sector. Daarnaast moet "in voldoende mate vaststaan" dat de betrokkene bij die gedraging betrokken is — en het protocol voegt daaraan toe dat die vaststelling betekent dat van strafbare feiten in principe aangifte wordt gedaan. En ten derde moet het proportionaliteitsbeginsel in acht worden genomen.

Die aangifte-eis is genuanceerder dan hij lijkt: de toelichting bij het protocol erkent uitdrukkelijk dat er situaties zijn waarin (nog) geen aangifte is gedaan terwijl opname in het EVR toch geboden is. Het ontbreken van aangifte maakt een registratie dus niet zonder meer onrechtmatig. Wél verplicht artikel 5.2.3 de instelling om de afweging om géén aangifte te doen vast te leggen. Is er geen aangifte én is die afweging nergens vastgelegd, dan staat de vraag open of aan het criterium "in voldoende mate staat vast" is voldaan. Een fout in een schadeformulier, een vergeten mededeling of een onhandige verklaring haalt die drempel in beginsel niet.

Laag 2 — de proportionaliteitstoets. Ook als de feiten kloppen, moet de instelling afwegen of registratie — en zo ja, voor hoe lang — in verhouding staat. Daarbij spelen onder meer een rol:

Wegingsfactor Waar het om gaat
Ernst van de gedraging eenmalige onjuistheid of een opgezet plan
Omvang van het benadelingsbedrag een klein bedrag rechtvaardigt in beginsel geen maximale termijn
Mate van opzet bewuste misleiding of onzorgvuldigheid
Herhaling eerste keer of een patroon
Persoonlijke gevolgen geen verzekering, geen bankrekening, geen hypotheek, verlies van werk
Verstreken tijd hoe langer geleden, hoe zwaarder uw belang gaat wegen
Erkenning en herstel is de schade vergoed, is meegewerkt aan het onderzoek

Dit is de sectie waar de meeste zaken worden gewonnen of verloren. Instellingen registreren regelmatig standaard voor de maximale termijn zonder de afweging zichtbaar te maken. Ontbreekt die motivering, dan is dat op zichzelf een aanknopingspunt: wie een ingrijpend besluit neemt, moet kunnen laten zien dat hij de belangen heeft afgewogen.

Ter illustratie. Iemand meldt een schade aan zijn auto en vult daarbij het formulier slordig in: een datum staat verkeerd en een eerdere, kleine schade is niet vermeld. De verzekeraar ziet de onjuistheden, wijst de claim af en registreert voor de volle termijn. Twee vragen liggen dan open. Ten eerste of de vastgestelde feiten dragen dat er opzet tot misleiding was, of dat het om onzorgvuldigheid gaat — dat onderscheid bepaalt of de drempel voor registratie überhaupt is gehaald. Ten tweede, als registratie wél mag: is de gekozen duur afgewogen tegen de omvang van het nadeel, de eenmaligheid en de gevolgen voor betrokkene, en is die afweging ook vastgelegd? Ontbreekt die motivering, dan is dat op zichzelf het aanknopingspunt. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Daarnaast gelden er procedurele waarborgen die het protocol wél dwingend voorschrijft:

Waarborg Waar het staat
U heeft recht op mededeling van de opname, uiterlijk op het moment van de eerste verstrekking artikel 9.1.1 PIFI 2021, in lijn met de artikelen 13 en 14 AVG
Blijft die mededeling achterwege omdat een uitzondering geldt, dan moet u alsnog worden geïnformeerd zodra een toets een "hit" oplevert artikel 9.1.3
De beslissing om verwijzingsgegevens in het EVR op te nemen wordt genomen door de afdeling Veiligheidszaken artikel 5.2.4
De afweging om al dan niet aangifte te doen moet worden vastgelegd artikel 5.2.3
De proportionaliteits- en subsidiariteitsafweging moet worden vastgelegd artikelen 3.2 en 4.1.2
Het achterwege laten van de mededeling moet intern worden vastgelegd door Veiligheidszaken artikel 9.1.2

De rode draad: het protocol eist telkens dat de instelling haar afweging vastlegt. Ontbreekt die vastlegging, dan ontbreekt ook het bewijs dat de afweging heeft plaatsgevonden — en dat is precies wat u in een verzoek of procedure aan de orde stelt.

Hoe lang blijft een EVR- of CIS-registratie staan?

Voor het EVR geldt een maximumtermijn van acht jaar, en het protocol zelf noemt die acht jaar het uitgangspunt. Dat is een belangrijke nuance, want op internet leest u vaak het omgekeerde. De toelichting bij het protocol zegt: "De aard van de Incidenten rechtvaardigt in beginsel een opnameduur van 8 jaar in het EVR. Van deze termijn kan worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, die door de Deelnemer worden beoordeeld."

Dat "evr registratie 8 jaar" een veelgestelde vraag is, komt dus niet doordat instellingen een maximum ten onrechte als standaard hanteren — het protocol staat dat toe. Het aanknopingspunt ligt ergens anders: acht jaar is niet vrijgesteld van de proportionaliteitstoets. Het protocol schrijft uitdrukkelijk voor dat ook ten aanzien van de duur moet worden getoetst of het belang van opname prevaleert boven de nadelige gevolgen voor u. Wie bijzondere omstandigheden aandraagt en onderbouwt, dwingt die toets af — en dat is in de praktijk de route naar verkorting.

Registratie Gebruikelijke duur
EVR verwijdering uiterlijk acht jaar na opname van het gegeven in het incidentenregister; ten aanzien van de duur wordt getoetst aan het proportionaliteitsbeginsel (artikel 5.3.2 PIFI 2021)
Incidentenregister verwijdering uiterlijk acht jaar na opname van het gegeven in het incidentenregister, tenzij zich een nieuwe aanleiding voordoet; ook hier wordt de duur aan het proportionaliteitsbeginsel getoetst (artikel 4.3.3)
IVR niet van toepassing — het geldende protocol kent dit register niet meer
CIS — claimmeldingen vijf jaar vanaf de referentiedatum
CIS — waarborgfondsmeldingen onverzekerden vijf jaar vanaf de referentiedatum
CIS — ontzegging van de rijbevoegdheid vijf jaar vanaf de laatste dag van de ontzegging
CIS — vertrouwelijke mededeling wegens schending van de overeenkomst vijf jaar vanaf de referentiedatum
CIS — vertrouwelijke mededeling wegens niet-betaling drie jaar vanaf de referentiedatum
CIS — EVR-registratie, raadpleegbaar via CIS maximaal acht jaar

Het startmoment is de opname in het incidentenregister, niet de gedraging en niet het moment waarop u het te horen kreeg. Dat is voor uw positie belangrijk: een instelling die pas laat registreert, schuift de gevolgen daarmee jaren vooruit. Zeker wanneer er veel tijd zat tussen het incident en de registratie, is dat zelf een argument in de proportionaliteitstoets.

En let op het woord "uiterlijk". Acht jaar is een bovengrens, geen standaardduur: het protocol schrijft uitdrukkelijk voor dat ook de duur aan het proportionaliteitsbeginsel wordt getoetst. Bovendien geldt artikel 5.3.1: zodra niet langer aan de voorwaarden van artikel 5.2.1 wordt voldaan, moet de instelling de registratie uit zichzelf verwijderen.

Verstreken tijd werkt in uw voordeel. Naarmate de registratie ouder wordt en u aantoonbaar geen nieuwe incidenten heeft, verschuift de balans. Een verzoek dat na vier jaar wordt afgewezen, kan na zes jaar wel slagen. Het loont om een afgewezen verzoek na verloop van tijd opnieuw in te dienen, mits met nieuwe onderbouwing.

Hoe kom ik erachter of ik geregistreerd sta?

Door bij elke betrokken partij afzonderlijk een inzageverzoek te doen. Er is geen enkel loket dat u alle registraties tegelijk laat zien. Dat is de reden dat mensen vaak pas van hun registratie horen wanneer een aanvraag wordt afgewezen.

Ter illustratie. Iemand wil overstappen naar een andere autoverzekeraar en krijgt bij de aanvraag onverwacht een afwijzing, met de mededeling dat er "een melding" op zijn naam staat. Hij wist van niets: er is hem nooit een besluit toegestuurd. Dat is meteen het eerste aanknopingspunt, want de instelling hoort de opname mee te delen, uiterlijk op het moment van de eerste verstrekking. De volgorde is dan: opvragen bij de instelling die de melding deed, en bij een verzekeraar ook bij Stichting CIS, en uitdrukkelijk vragen om de motivering en de vastgestelde duur. Zonder die stukken is er niets om tegenin te brengen. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

  1. Bij de instelling zelf — de bank of verzekeraar die het incident meldde. Vraag om inzage in het incidentenregister én in het besluit tot EVR-registratie, inclusief de motivering en de vastgestelde duur.
  2. Bij Stichting CIS — voor wat er in het CIS-register over u is vastgelegd.
  3. Bij de partij die u afwees — een verzekeraar of geldverstrekker die uw aanvraag afwijst op grond van een registratie, hoort te kunnen zeggen welke bron hij raadpleegde.

Doe die verzoeken schriftelijk en vraag uitdrukkelijk om de onderliggende stukken: het onderzoeksrapport, de correspondentie en de beslissing waarin de duur is bepaald. Zonder die motivering kunt u de proportionaliteitstoets niet aanvechten — en het uitblijven van een motivering is zelf een argument.

Termijnen. Het protocol verplicht de instelling om u onverwijld en in ieder geval binnen een maand na ontvangst van uw verzoek te berichten (artikel 9.3.3). Bij een complex verzoek mag zij die termijn met nog eens twee maanden verlengen, maar dan moet zij u daarvan binnen een maand na ontvangst op de hoogte stellen. Stichting CIS geeft aan dat u uw registraties bij een schriftelijk verzoek binnen een maand kunt inzien; via de webapp (identificatie met Yivi) gaat het sneller.

Het protocol kent één belangrijke uitzondering: inzage kan worden geweigerd in de uitzonderingssituaties van artikel 9.3.4 — onder meer waar dat noodzakelijk is voor de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten. Ook die afweging moet de instelling vastleggen.

Krijg ik nog een autoverzekering met een CIS-registratie?

Vaak niet bij de reguliere verzekeraars, wel via een gespecialiseerde route. Verzekeraars raadplegen het CIS standaard bij een aanvraag. Bij een melding die op fraude of een geroyeerde polis wijst, volgt in de regel een afwijzing of een sterk verzwaarde premie.

Dit is na "verwijderen" het grootste thema in de zoekvraag — en tegelijk het thema waar het kantoor nu het slechtst op staat, rond positie 40. De praktische situatie:

Wat u kunt doen Toelichting
De registratie aanvechten de enige route die het probleem echt oplost
Verkorting vragen realistischer wanneer de feiten vaststaan
Een gespecialiseerde verzekeraar zoeken er zijn partijen die dit segment wel accepteren, tegen een hogere premie
Volledig en juist opgeven verzwijgen van de registratie levert een nieuwe grond op — dit maakt het aantoonbaar erger

Die laatste regel is de belangrijkste van deze pagina. Wie bij een nieuwe aanvraag zijn registratie of royement niet meldt, schendt de mededelingsplicht en riskeert een tweede registratie boven op de eerste. De uitweg loopt via de registratie aanvechten, nooit via de registratie verzwijgen.

Zie ook: royement van uw verzekering en de gevolgen en de mededelingsplicht bij het aangaan van een verzekering.

Wat betekent een EVR-registratie voor mijn hypotheek en bankrekening?

Een EVR-registratie kan een hypotheekaanvraag blokkeren en in het uiterste geval leiden tot opzegging van uw bankrekening. Het EVR is voor geldverstrekkers een zwaarder signaal dan een BKR-registratie: een BKR-registratie zegt iets over uw betaalgedrag, een EVR-registratie over integriteit.

Het onderscheid dat mensen vaak niet kennen:

BKR EVR
Waar het over gaat krediet en betalingsachterstand verdenking van fraude of misleiding
Wie het raadpleegt kredietverstrekkers, hypotheekverstrekkers banken, verzekeraars, hypotheekverstrekkers
Gevolg voor een hypotheek afhankelijk van codering en hersteldatum in de regel afwijzing zolang de registratie loopt
Gevolg voor een bankrekening in beginsel geen kan leiden tot opzegging of weigering

Wie zowel een BKR- als een EVR-registratie heeft, moet ze afzonderlijk aanpakken: het zijn andere registers, andere beheerders en andere toetsingskaders.

→ *Zie ook: wat ziet een hypotheekverstrekker echt: BKR of EVR en BKR-registratie verwijderen.*

Hoe vraag ik verwijdering van een registratie aan?

Eerst gemotiveerd bij de instelling die de registratie plaatste, daarna bij het Kifid of bij de rechter. Het register zelf verwijdert niets op eigen initiatief: Stichting CIS en de beheerder van het EVR voeren uit wat de aangesloten instelling aanlevert. Uw verzoek moet dus naar de bron.

  1. Vraag alle registraties op. U kunt niets aanvechten wat u niet precies kent — inclusief de vastgestelde duur en de motivering.
  2. Dien een gemotiveerd verwijderingsverzoek in bij de instelling. Benoem afzonderlijk: waarom de feiten de verdenking niet dragen, en waarom de registratie hoe dan ook niet in verhouding staat.
  3. Onderbouw uw persoonlijke gevolgen met stukken. Afwijzingsbrieven van verzekeraars, een afgewezen hypotheekaanvraag, een opgezegde bankrekening. Dit is waar de meeste verzoeken op stranden: een verzoek zonder gedocumenteerd nadeel is een verzoek zonder gewicht in de afweging.
  4. Vraag subsidiair om verkorting. Wie alleen volledige verwijdering vraagt, geeft de instelling maar één manier om nee te zeggen.
  5. Bij afwijzing: Kifid of rechter. Zie de volgende sectie.
  6. Bij spoed: een kort geding. Loopt er een concrete hypotheek- of verzekeringsaanvraag met een termijn, dan is een kort geding tot verwijdering een reële route. Snelheid is dan zelf het argument.

Het protocol stelt hier een harde termijn. Op een verzoek tot correctie of wissing (artikel 9.4.2) en op een bezwaar (artikel 9.5.2) moet de instelling u onverwijld en in ieder geval binnen een maand na ontvangst schriftelijk berichten of en in hoeverre zij het honoreert. Wijst zij af, dan moet dat met redenen omkleed gebeuren, en moet zij u wijzen op de geschillenregeling van artikel 10 van het protocol. Bij complexiteit mag de termijn met twee maanden worden verlengd, mits zij u dat binnen de eerste maand laat weten.

Dat is meer dan een formaliteit: een afwijzing zonder motivering is in strijd met het protocol, en dat gegeven neemt u mee naar het Kifid of de rechter.

Kan ik naar het Kifid met een klacht over een frauderegistratie?

Ja, mits u eerst de interne klachtenprocedure van de instelling heeft doorlopen. Het Kifid — het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening — behandelt klachten van consumenten over banken en verzekeraars. De instelling moet eerst zelf de gelegenheid krijgen om de klacht af te handelen; pas als u er samen niet uitkomt of als de instelling niet tijdig reageert, staat de weg naar het Kifid open.

Het protocol regelt dit zelf, in artikel 10. Bij een geschil over de juistheid en rechtmatigheid van de verwerking wendt u zich eerst tot het bestuur of de directie van de betrokken instelling. Leidt dat niet tot een oplossing, dan noemt het protocol vier vervolgroutes: het Kifid; de SKGZ wanneer het geschil een zorg- of ziektekostenverzekering betreft; de Autoriteit Persoonsgegevens; of de bevoegde rechter. Bij een verwerkingsverzoek dat wordt afgewezen, is de instelling bovendien verplicht u op die geschillenregeling te wijzen.

Kifid Rechter
Voorwaarde vooraf interne klachtenprocedure doorlopen geen
Kosten voor de consument het Kifid brengt consumenten geen klachtgeld in rekening griffierecht plus advocaatkosten
Doorlooptijd het Kifid streeft naar afhandeling binnen twaalf maanden; een uitspraak van de Geschillencommissie volgt meestal binnen 90 dagen na de mondelinge behandeling korter in kort geding, langer in bodemprocedure
Indieningstermijn binnen een jaar nadat u de klacht bij de instelling meldde, of binnen drie maanden na haar afwijzingsbrief geen
Bij spoed niet geschikt kort geding is de aangewezen route
Bindend meestal een bindend advies; u geeft op het klachtformulier zelf aan of u bindend of niet-bindend wenst, en de instelling doet dat ook ja

De keuze is grotendeels een tijdvraag. Loopt er geen concrete aanvraag, dan is het Kifid een goedkope route. Staat er een hypotheek of een verzekering op het spel met een harde termijn, dan is een kort geding meestal de enige route die op tijd tot een resultaat leidt.

Bron: Kifid, voorwaarden voor het indienen van een klacht.

Wat als de verzekeraar mij van fraude beschuldigt en onderzoek doet?

Werk mee, maar niet zonder te weten waar u aan toe bent. Het onderzoek dat aan een registratie voorafgaat, is het moment waarop de zaak wordt beslist. Verklaringen die u daar aflegt, komen terug in het registratiebesluit en in een eventuele procedure daarna.

Wat in die fase van belang is:

  • Vraag waar het onderzoek precies over gaat en op welke grondslag het plaatsvindt.
  • Laat u niet onder druk zetten tot een verklaring die u niet volledig overziet. Een gesprek kan worden verzet.
  • Zeg niets waarvan u de juistheid niet kunt controleren. Een slordige verklaring is later moeilijk terug te nemen.
  • Vraag om een verslag van het gesprek en om de gelegenheid daarop te reageren.
  • Weigeren van medewerking is zelden verstandig — dat kan op zichzelf gevolgen hebben voor uw dekking.

Een onderzoek is niet hetzelfde als een vaststelling. En een vaststelling van onjuistheid is niet hetzelfde als een vaststelling van opzet — dat onderscheid is precies wat het verschil maakt tussen wel of geen EVR-registratie.

→ *Uitgebreid: fraudeonderzoek door de verzekeraar en uw rechten en de bewijslast bij verzekeringsfraude.*

Wie moet bewijzen dat er fraude is gepleegd?

In beginsel de instelling die de registratie plaatst. Wie iemand voor jaren uitsluit van het financiële verkeer, moet de feiten die daaraan ten grondslag liggen kunnen aantonen. Een vermoeden, een statistische onwaarschijnlijkheid of een afwijkende schadehistorie is in beginsel onvoldoende.

Dat is een belangrijk vertrekpunt, omdat de praktijk vaak andersom voelt: de registratie ligt er, en van u wordt verwacht dat u uw onschuld aantoont. Juridisch is dat niet de verdeling.

Wat u wél moet onderbouwen, is de andere kant van de weegschaal: uw belang. De gevolgen die u ondervindt, moet u zelf aandragen en met stukken staven. Daar ligt uw bewijslast, en die is met documenten goed te vervullen.

Dat vertrekpunt volgt uit het protocol zelf: artikel 5.2.1 legt de eis dat "in voldoende mate vaststaat" dat u bij de gedraging betrokken bent bij de instelling neer, en artikel 3.2 verplicht haar de proportionaliteits- en subsidiariteitsafweging vast te leggen. Wie moet vastleggen, moet ook kunnen laten zien.

Checklist — voordat u een verzoek indient

  1. Heeft u alle registraties opgevraagd — het incidentenregister van de instelling, het EVR, en bij een verzekeraar ook het CIS?
  2. Kent u de exacte duur die is vastgesteld, en de motivering daarvan?
  3. Is er een onderzoeksrapport, en heeft u dat gezien?
  4. Bent u vooraf geïnformeerd en gehoord?
  5. Dragen de vastgestelde feiten de conclusie dat er opzet tot misleiding was?
  6. Heeft u de proportionaliteitstoets punt voor punt langsgelopen?
  7. Heeft u schriftelijk bewijs van de gevolgen — afwijzingen, opzeggingen, misgelopen hypotheek?
  8. Vraagt u subsidiair om verkorting, naast verwijdering?
  9. Loopt er een aanvraag met een harde termijn? Dan is snelheid zelf een argument.

Uw situatie in het bijzonder

Situatie Waar het om draait Lees verder
Uw polis is geroyeerd royement en registratie zijn twee aparte besluiten royement van uw verzekering
U krijgt geen autoverzekering meer verzwijgen maakt het erger, aanvechten is de uitweg hierboven
Er loopt een hypotheekaanvraag tijd is de beperkende factor; overweeg kort geding *BKR of EVR: wat ziet de hypotheekverstrekker*
U staat ook bij het BKR andere registers, aparte trajecten *BKR-registratie verwijderen*
De verzekeraar doet onderzoek de zaak wordt in deze fase beslist fraudeonderzoek door de verzekeraar
Er loopt ook een strafzaak de strafrechtelijke en civiele beoordeling lopen niet gelijk op *strafrecht: fraude*
U bent op het werk van fraude beschuldigd dat is arbeidsrecht, geen registratierecht ontslag wegens fraude of diefstal

Wat kost het en hoe lang duurt het?

De eerste beoordeling van uw registratie is bij ons kosteloos. Wij lezen het registratiebesluit en zeggen u of aanvechten kans maakt. Een kansloze procedure starten kost u geld zonder resultaat, en dat adviseren wij niet.

Dit zijn de fases, in volgorde van oplopende kosten. U hoort van ons wat een fase kost vóórdat we eraan beginnen, nooit achteraf:

Fase Wat er gebeurt
Beoordeling van het besluit wij lezen het dossier en de onderbouwing van de verzekeraar
Bezwaar bij de verzekeraar gemotiveerd verzoek tot verwijdering of verkorting
Klacht bij het Kifid schriftelijke procedure
Kort geding als er tijdsdruk is, bijvoorbeeld bij een hypotheekaanvraag

Waarom snelheid hier meer uitmaakt dan bij andere registraties: een EVR-registratie loopt in beginsel acht jaar en raakt in die periode uw verzekeringen, uw financiering en soms uw werk tegelijk. Elke maand die u wacht is een maand die u niet terugkrijgt. Bovendien geldt: hoe verser het dossier, hoe beter de feiten nog te reconstrueren zijn. Getuigen herinneren zich meer, stukken zijn nog beschikbaar.

Termijnen. Aan het aanvechten van een registratie zitten termijnen verbonden. Bij het Kifid geldt: indienen binnen een jaar nadat u de klacht bij de instelling meldde, of binnen drie maanden na haar afwijzingsbrief. Voor een verzoek aan de instelling zelf geldt geen vervaltermijn — u kunt uw verzoek in beginsel elk moment doen, en na verloop van tijd opnieuw — maar de instelling moet er binnen een maand op beslissen. Wacht met dat alles niet tot u toevallig tegen de gevolgen aanloopt.

Gefinancierde rechtsbijstand. Bij een laag inkomen kan de Raad voor Rechtsbijstand een deel van de kosten dragen; u betaalt dan een eigen bijdrage.

Rechtsbijstandverzekering. Heeft u er een, controleer dan of registratiegeschillen zijn gedekt — dat is niet altijd het geval, en juist bij een fraudeverdenking sluiten polissen dekking soms uit.

Laat uw registratie beoordelen

Stuur ons het registratiebesluit en de afwijzingen die u heeft ontvangen. Wij zeggen u of verwijdering of verkorting kans maakt, en wat daarvoor nodig is.

Arslan & Arslan Advocaten voert verzekerings- en registratiezaken vanuit kantoren in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Tilburg en Eindhoven. Wij spreken naast Nederlands ook Turks en Pools.

**Bel [070 450 0300](tel:+31704500300) of stuur ons uw vraag via het contactformulier.** Wij laten u weten waar u staat en wat de volgende stap is.