Ondernemingsrecht: bestuurdersaansprakelijkheid, aandeelhoudersgeschillen en faillissement

Kies een vestiging

Snel hulp nodig?

Een zakelijk geschil of vraag over uw onderneming?

Bij zakelijke conflicten geldt: hoe eerder u erbij bent, hoe meer opties er zijn. Termijnen en contractuele bedingen bepalen vaak de uitkomst.

  • Leg afspraken en klachten schriftelijk vast, ook als het nog goed gaat.
  • Controleer uw contract op vervaltermijnen en klachtplichten voordat u reageert.
  • Bel of stuur de stukken op, dan bespreken we de mogelijkheden.

Bel 070 450 0300Stuur uw stukken op

Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.

Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 31 augustus 2026.

Deze pagina gaat over drie situaties: een bestuurder die persoonlijk wordt aangesproken, aandeelhouders die niet meer door één deur kunnen, en een onderneming die niet meer betaalt — de uwe of die van uw afnemer. Per onderwerp: wat de wet zegt, waar de discussie over gaat en wat u nu moet doen.

Eén waarschuwing vooraf: de geschillenregeling voor aandeelhouders is per 1 januari 2025 ingrijpend gewijzigd en de artikelnummers zijn verschoven. Veel van wat online over uitstoting en uittreding staat, verwijst nog naar de oude regeling. Hieronder staat de geldende tekst.

Wanneer ben ik als bestuurder persoonlijk aansprakelijk?

Als bestuurder bent u in beginsel niet persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap; dat wordt pas anders wanneer u persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt — tegenover de vennootschap zelf op grond van artikel 2:9 BW, of tegenover een derde op grond van onrechtmatige daad. Het ondernemingsrisico ligt bij de vennootschap; de drempel om daar doorheen te breken is hoog. Er lopen drie sporen naast elkaar, elk met een eigen eiser, norm en bewijslast.

Spoor Wie spreekt aan Grondslag Kern van de norm
Interne aansprakelijkheid de vennootschap zelf artikel 2:9 BW onbehoorlijke taakvervulling waarvan u een ernstig verwijt te maken valt
Externe aansprakelijkheid een schuldeiser of andere derde artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad) persoonlijk ernstig verwijt tegenover die derde
Aansprakelijkheid in faillissement de curator, namens de gezamenlijke schuldeisers artikel 2:248 BW kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak is van het faillissement

Interne aansprakelijkheid. Artikel 2:9 lid 1 BW bepaalt dat elke bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden is tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Lid 2 voegt daaraan toe dat elke bestuurder verantwoordelijkheid draagt voor de algemene gang van zaken en "voor het geheel aansprakelijk [is] terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden". Bron: artikel 2:9 BW, wetten.overheid.nl.

De aansprakelijkheid is dus collectief — het hele bestuur, ook voor het domein van een medebestuurder — en de uitweg individueel. Wie zich wil disculperen moet aanwijzen dat de taak bij een ander lag én dat hij zelf niet heeft stilgezeten. Een bestuurder die intern heeft gewaarschuwd en dat schriftelijk vastlegde, staat wezenlijk anders dan een bestuurder die zich beroept op onwetendheid.

De holding beschermt niet. Artikel 2:11 BW bepaalt dat de aansprakelijkheid van een rechtspersoon-bestuurder "tevens hoofdelijk [rust] op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is": zij schuift door naar de natuurlijke persoon achter de personal holding. Is de aansprakelijkheid van de holding gebaseerd op onrechtmatige daad, dan kan de bestuurder daarachter wel stellen en zo nodig bewijzen dat hém persoonlijk geen ernstig verwijt treft (ECLI:NL:RBZWB:2017:7468).

De uitkeringstest. Een uitkering aan aandeelhouders — dividend, terugbetaling, inkoop — moet op grond van artikel 2:216 lid 2 BW door het bestuur worden goedgekeurd, en het bestuur weigert die goedkeuring als het weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de vennootschap daarna haar opeisbare schulden niet meer kan betalen. Gaat dat mis, dan zijn de bestuurders die dat wisten of behoorden te voorzien op grond van lid 3 hoofdelijk verbonden voor het tekort dat door de uitkering is ontstaan, met wettelijke rente vanaf de dag van de uitkering. Ook de aandeelhouder die de uitkering ontving terwijl hij dat wist of behoorde te voorzien, moet terugbetalen tot ten hoogste het ontvangen bedrag. Een dividendbesluit uit goede tijden waarvan achteraf blijkt dat de liquiditeit het niet droeg, is daarmee een onderschat risico.

Wanneer kan een schuldeiser mij persoonlijk aanspreken voor een onbetaalde factuur?

Alleen wanneer u persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt — in de praktijk vooral wanneer u een verplichting aanging terwijl u wist of behoorde te begrijpen dat de vennootschap die niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden, of wanneer u betalingen zo hebt gestuurd dat juist deze schuldeiser onbetaald bleef. Het enkele feit dat een factuur onbetaald blijft, levert nooit bestuurdersaansprakelijkheid op. Ook niet als de bv leeg is.

De rechtbank Den Haag: "Voor een dergelijke bestuurdersaansprakelijkheid geldt een hoge drempel. Daarvoor is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval." (ECLI:NL:RBDHA:2026:14022.)

Binnen die norm worden twee gevalstypen onderscheiden:

Gevalstype Waar het om draait Wat de schuldeiser moet stellen
De Beklamel-situatie u ging namens de vennootschap een verbintenis aan dat u bij het aangaan wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet zou kunnen nakomen én geen verhaal zou bieden
De frustratie van verhaal (Ontvanger/Roelofsen) u bewerkstelligde of liet toe dat de vennootschap haar verplichting niet nakwam dat u wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat die handelwijze tot niet-nakoming en tot het ontbreken van verhaal zou leiden

De maatstaf van het tweede gevalstype komt uit HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (Ontvanger/Roelofsen), onder meer toegepast in ECLI:NL:GHARL:2022:5669.

Belangrijk voor de verdediging: betalingsonmacht is op zichzelf geen ernstig verwijt. Het hof Arnhem-Leeuwarden overwoog dat van een persoonlijk ernstig verwijt "in het algemeen geen sprake [zal] zijn als sprake is van betalingsonmacht van de vennootschap" (ECLI:NL:GHARL:2026:30). Wie eerlijk in de problemen komt en dat ook zo communiceert, staat dus sterker dan wie blijft bestellen terwijl de deur al dicht is.

Wat een dossier tegen een bestuurder sterk maakt: doorbestellen nadat de bestuurder wist dat de kas leeg was; selectief betalen, vooral aan gelieerde partijen of aan de bestuurder zelf; activa overhevelen naar een nieuwe vennootschap; aanmaningen onbeantwoord laten terwijl de onderneming feitelijk al was gestaakt.

Ter illustratie. Een leverancier levert nog twee keer aan een bv die al maanden achterloopt met betalen. De bestuurder blijft bestellen terwijl hij weet dat er niets meer binnenkomt en dat de vennootschap deze rekeningen niet zal kunnen voldoen. De leverancier blijft na het faillissement met lege handen achter en vraagt zich af of hij de bestuurder zelf kan aanspreken. De vraag is dan niet of het slecht is afgelopen, maar of de bestuurder bij het aangaan van die laatste bestellingen wist of behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement: wanneer spreekt de curator mij aan?

In faillissement is iedere bestuurder op grond van artikel 2:248 lid 1 BW hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in de boedel wanneer het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld én aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Dat is een zwaardere norm dan gewoon slecht ondernemen: het gaat om handelen waartoe geen redelijk denkend bestuurder zou zijn overgegaan.

De rechtbank Arnhem: "Bij onbehoorlijk besturen is er niet alleen maar sprake van een tekortschieten, maar van handelen waartoe een redelijk denkend bestuurder niet over had kunnen gaan." (ECLI:NL:RBARN:2005:AU2334.)

Het bewijsvermoeden: hier wordt de zaak beslist

Artikel 2:248 lid 2 BW draait de bewijslast om zodra de administratie niet op orde is of de jaarrekening te laat is gedeponeerd. De tekst laat aan duidelijkheid niets te wensen over: heeft het bestuur niet voldaan aan zijn verplichtingen uit artikel 2:10 of artikel 2:394 BW, dan "heeft het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement". Alleen "een onbelangrijk verzuim wordt niet in aanmerking genomen".

Dat is een dubbele klap:

  1. Het onbehoorlijk bestuur staat vast; daartegen staat geen tegenbewijs open (zie ECLI:NL:GHDHA:2025:2783, onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis).
  2. Het causaal verband wordt vermoed. Dat vermoeden is wél te ontzenuwen: de bestuurder moet aannemelijk maken dat andere, van buiten komende oorzaken tot het faillissement hebben geleid. Dat kan lukken — zie ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6199.

De twee verplichtingen waar het om gaat

Verplichting Wat de wet eist Bron
Administratieplicht een zodanige administratie voeren en bewaren "dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend"; bewaartermijn zeven jaar artikel 2:10 BW
Deponeringsplicht de jaarrekening moet uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar openbaar zijn gemaakt bij het handelsregister artikel 2:394 lid 3 BW

Let op: de termijn van dertien maanden die u online nog vaak leest — en die in oudere uitspraken terecht wordt genoemd — is niet meer de geldende termijn. Voor het opmaken geldt artikel 2:210 lid 1 BW: binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar, door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden te verlengen met ten hoogste vijf maanden. Bron: artikelen 2:210 en 2:394 BW, wetten.overheid.nl.

Is bij een bv iedere aandeelhouder tevens bestuurder, dan geldt ondertekening van de jaarrekening door alle bestuurders en commissarissen op grond van artikel 2:210 lid 5 BW tevens als vaststelling — mits alle overige vergadergerechtigden in de gelegenheid zijn gesteld daarvan kennis te nemen en met die wijze van vaststelling hebben ingestemd, en de statuten dit niet uitsluiten.

Wat de wet u nog wél biedt

Verweer of begrenzing Inhoud
Disculpatie (lid 3) niet aansprakelijk is de bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling niet aan hem te wijten is én dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen af te wenden
Matiging (lid 4) de rechter kan het bedrag verminderen als het hem bovenmatig voorkomt, gelet op aard en ernst van het onbehoorlijk bestuur, andere oorzaken van het faillissement en de wijze van afwikkeling; ook per individuele bestuurder, gelet op de tijd dat hij in functie was
Driejaarstermijn (lid 6) de vordering kan alleen worden ingesteld op grond van onbehoorlijke taakvervulling in de periode van drie jaren vóór het faillissement
Kwijting helpt niet (lid 6) een aan de bestuurder verleende kwijting staat aan de vordering niet in de weg; verrekenen met een vordering op de vennootschap mag evenmin
Feitelijk beleidsbepaler (lid 7) met een bestuurder wordt gelijkgesteld "degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder"

Dat laatste is het spiegelbeeld van de holdingconstructie: een formeel ontslag of een uitschrijving bij de Kamer van Koophandel beschermt u niet als u feitelijk aan de knoppen bent blijven zitten. Omgekeerd kan een aandeelhouder die zich intensief met het bestuur bemoeit langs deze weg alsnog worden aangesproken.

De curator begint zijn onderzoek vrijwel altijd bij de administratie en het handelsregister — de goedkoopste route naar het bewijsvermoeden. Artikel 68 lid 2 Fw draagt hem uitdrukkelijk op te bezien of er onregelmatigheden zijn die het faillissement mede hebben veroorzaakt, de vereffening bemoeilijken of het tekort hebben vergroot. Verzamel bij een faillissement dus meteen uw administratie en deponeringsbewijzen en lever die compleet aan.

Aandeelhoudersconflict in een bv: welke routes zijn er?

Bij een aandeelhoudersgeschil bestaan er in beginsel vier routes: onderhandelen op basis van de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst, uitstoting van de ander, uittreding van uzelf, en de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer — waarbij de eerste route in de praktijk verreweg het snelst en het goedkoopst is. Welke route past, hangt af van wat u wilt bereiken: van de ander af, zelf eruit, of de onderneming weer bestuurbaar krijgen.

Route Wat u ermee bereikt Waar u het aanhangig maakt Kernvoorwaarde
Statuten en aandeelhoudersovereenkomst een geregelde exit, prijsbepaling, blokkering, patstellingsclausule onderhandeling, eventueel arbitrage dat het contract er is en werkt
Uitstoting de ander moet zijn aandelen overdragen Ondernemingskamer, artikel 2:336a BW de ander schaadt het belang van de vennootschap ernstig
Uittreding u wordt uitgekocht Ondernemingskamer, artikel 2:343 BW u bent zodanig in uw rechten of belangen geschaad dat voortduren niet meer van u kan worden gevergd
Enquête onderzoek naar het beleid, plus onmiddellijke voorzieningen Ondernemingskamer, artikel 2:345 BW gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen

Begin bij de papieren. In veel bv's is er nooit een aandeelhoudersovereenkomst gekomen, of bestaat die uit een oud model dat nooit is aangepast. Daarom ontsporen deze conflicten: er is geen afgesproken uitweg, en dan blijft alleen de rechter over. Bevatten de statuten of een overeenkomst wél een geschillenregeling, dan geldt artikel 2:337 lid 1 BW: op een daarin opgenomen afwijking van de wettelijke regeling kan geen beroep worden gedaan voor zover die de overdracht van aandelen onmogelijk of uiterst bezwaarlijk maakt. Lid 2 laat toe dat dit soort geschillen aan arbitrage wordt onderworpen.

Een terugkerend twistpunt is de aandeelhouderslening: geld dat een aandeelhouder in de onderneming stak zonder vastlegging of het lening of kapitaal was. Bij een breuk wordt dat een zelfstandig geschil bovenop het aandelengeschil. Leg zulke stortingen vast op het moment dat u ze doet.

Ter illustratie. Twee vennoten hebben ieder de helft van de aandelen. Ze zijn het over vrijwel niets meer eens, de een houdt de ander uit de administratie en besluiten komen niet meer tot stand. De een wil eruit, maar er is geen koper te vinden en over de prijs komen ze niet nader. De vraag is dan welke route past: uittreden en de ander laten betalen, of de ander uitstoten omdat diens gedrag de vennootschap schaadt. Dat onderscheid bepaalt wie welk verwijt moet onderbouwen. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Als aandeelhouder uit een bv stappen: hoe werkt uittreding?

Wie als aandeelhouder door gedragingen van medeaandeelhouders zodanig in zijn rechten of belangen is geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd, kan de Ondernemingskamer op grond van artikel 2:343 lid 1 BW bevelen dat die medeaandeelhouders zijn aandelen overnemen. Dat is de uittredingsvordering, en sinds 1 januari 2025 loopt die rechtstreeks bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam in plaats van bij de gewone rechtbank.

Drie punten uit de vernieuwde regeling die u in oudere uitleg niet terugvindt.

1. U kunt ook de vennootschap zelf aanspreken. Artikel 2:343 lid 1, tweede zin, BW laat de Ondernemingskamer bevelen dat de vennootschap de aandelen overneemt, op grond van gedragingen van medeaandeelhouders óf van de vennootschap zelf. Dat helpt wanneer uw medeaandeelhouder privé geen geld heeft maar de onderneming wel; de kapitaalbeschermingsregels van de artikelen 2:98 en 2:207 BW blijven gelden.

2. De prijs kan naar boven worden bijgesteld. Artikel 2:343 lid 3 BW laat desverzocht "een billijke verhoging" toe in verband met gedragingen van de verweerder of van anderen, indien aannemelijk is dat die hebben geleid tot een waardevermindering die niet, of niet volledig, voor uw rekening behoort te blijven. Wie de bv eerst leeghaalt en u daarna tegen de gedaalde waarde wil uitkopen, komt daar dus niet zonder meer mee weg.

3. De ander krijgt de kans het op te lossen. Op grond van lid 5 kan de Ondernemingskamer haar beslissing aanhouden als de vennootschap of medeaandeelhouders maatregelen op zich nemen waardoor uw nadeel wordt weggenomen of beperkt.

Hoe de prijs tot stand komt. Bij toewijzing benoemt de Ondernemingskamer in beginsel deskundigen die schriftelijk over de prijs berichten (artikel 2:339 lid 1 BW). Dat kan achterwege blijven als partijen het eens zijn, of als statuten of overeenkomst een duidelijke maatstaf bevatten (lid 3). Met zo'n contractuele maatstaf houdt de Ondernemingskamer op grond van artikel 2:340 lid 3 BW echter géén rekening voor zover die tot een kennelijk onredelijke prijs zou leiden. Een oude clausule die uw aandelen op nominale waarde afrekent, is dus niet het eindstation.

Tijd en kosten. Een deskundigenwaardering kost geld en maanden. De Ondernemingskamer bepaalt bij dezelfde beschikking wie die kosten draagt en kan die ook bij de vennootschap leggen of over partijen verdelen (artikel 2:340 lid 1 BW). Een uittredingsprocedure kost in de regel meer tijd dan een onderhandelde exit.

Een medeaandeelhouder uitkopen of uitstoten: kan dat gedwongen?

Ja, maar alleen als die aandeelhouder door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig schaadt of heeft geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld, en alleen op verzoek van aandeelhouders die samen ten minste een derde van het geplaatste kapitaal verschaffen. Dat is de uitstotingsvordering van artikel 2:336a lid 1 BW.

Ook hier is de regeling per 1 januari 2025 verruimd. De maatstaf spreekt nu van gedragingen "al dan niet in hoedanigheid van aandeelhouder" die het belang van de vennootschap "zodanig schaadt of heeft geschaad". Gedrag buiten de hoedanigheid van aandeelhouder — wangedrag als werknemer, concurrentie via een andere vennootschap — telt daarmee mee, en door "of heeft geschaad" ook gedrag uit het verleden dat inmiddels is gestaakt.

Let op wat de norm niet is: het gaat om schade aan het belang van de vennootschap, niet aan uw belang als medeaandeelhouder. Een verschil van inzicht over de koers is op zichzelf geen grond voor uitstoting. Wie zélf klem zit, moet uittreden (artikel 2:343 BW).

  • Het verzoek kan niet worden ingediend door de vennootschap zelf of door een dochtermaatschappij (artikel 2:336a lid 2 BW).
  • De Ondernemingskamer kan haar beslissing aanhouden als de vennootschap of aandeelhouders maatregelen op zich nemen waardoor het nadeel van de vennootschap wordt weggenomen of beperkt (lid 5).
  • Samenhangende vorderingen tussen dezelfde partijen — of tussen een partij en de vennootschap — kunnen in dezelfde procedure worden meegenomen, met een verzoekschrift (lid 6). Dat scheelt een tweede procedure over bijvoorbeeld een rekening-courantschuld of een schending van een concurrentiebeding.
  • Vanaf de betekening van het verzoekschrift tot de beschikking onherroepelijk is, kan de verweerder zijn aandelen in beginsel niet vervreemden, verpanden of bezwaren met vruchtgebruik (artikel 2:338 lid 1 BW). Er kan ook een voorlopige voorziening worden gevraagd, die met de meeste spoed wordt behandeld (lid 3).

Het moment van indienen doet er dus toe: het verzoekschrift bevriest de aandelenpositie van de tegenpartij.

Wanneer heeft een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer zin?

Een enquête heeft zin wanneer u de feiten niet rond krijgt en de onderneming ondertussen onbestuurbaar of onveilig is: de Ondernemingskamer wijst het verzoek toe zodra blijkt van gegronde redenen om aan een juist beleid of juiste gang van zaken te twijfelen, en kan hangende de procedure onmiddellijke voorzieningen treffen die de patstelling doorbreken. Die toewijzingsmaatstaf staat in artikel 2:350 lid 1 BW; de bevoegdheid tot onmiddellijke voorzieningen in artikel 2:349a lid 2 BW.

De werkelijke waarde zit voor de meeste ondernemers niet in het onderzoek maar in die voorzieningen: tijdelijke benoeming van een onafhankelijke bestuurder, schorsing van een bestuurder, of tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer — waardoor het stemrecht bij een derde ligt en een blokkerende aandeelhouder de vennootschap niet langer kan lamleggen. Ook vóórdat een onderzoek is gelast kan dat, maar dan geldt op grond van artikel 2:349a lid 3 BW de extra eis van gegronde redenen naar het voorlopig oordeel van de Ondernemingskamer.

Bent u ontvankelijk? Daar sneuvelen verzoeken op. Voor een bv of nv met een geplaatst kapitaal van maximaal € 22,5 miljoen zijn op grond van artikel 2:346 lid 1 onder b BW bevoegd: houders van aandelen of certificaten die alleen of samen ten minste een tiende gedeelte van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, óf rechthebbend zijn op aandelen of certificaten tot een nominale waarde van € 225.000, of zoveel minder als de statuten bepalen. Boven € 22,5 miljoen geldt op grond van onderdeel c een honderdste gedeelte. Ook de rechtspersoon zelf kan een enquête verzoeken (onderdeel e), en in faillissement kan dat bovendien de curator (artikel 2:346 lid 3 BW).

Kosten en risico. Wordt het verzoek toegewezen, dan stelt de Ondernemingskamer het maximumbedrag van het onderzoek vast en betaalt de rechtspersoon de onderzoekskosten (artikel 2:350 lid 3 BW). Wordt het afgewezen én oordeelt zij dat het niet op redelijke grond is gedaan, dan kan de rechtspersoon op grond van lid 2 schadevergoeding vorderen. Een enquête als drukmiddel zonder onderbouwing is dus niet zonder risico.

En daarna. Blijkt uit het verslag van wanbeleid, dan kunnen binnen twee maanden na nederlegging ter griffie voorzieningen worden gevraagd (artikel 2:355 BW). Artikel 2:356 BW somt die limitatief op: schorsing of vernietiging van besluiten; schorsing of ontslag van bestuurders of commissarissen; tijdelijke aanstelling van bestuurders of commissarissen; tijdelijke afwijking van de statuten; tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer; en ontbinding van de rechtspersoon.

Wat de enquête niet doet: zij kent geen schadevergoeding toe en stelt geen aansprakelijkheid vast. Wel levert het verslag feitenmateriaal op dat in een latere aansprakelijkheidsprocedure zwaar weegt.

Wanneer is een besluit van de algemene vergadering nietig of vernietigbaar?

Een besluit dat in strijd is met de wet of de statuten is in beginsel nietig — het heeft nooit bestaan; een besluit dat tot stand is gekomen in strijd met de regels over besluitvorming, met de redelijkheid en billijkheid of met een reglement is vernietigbaar en blijft geldig totdat de rechter het vernietigt. Dat onderscheid staat in de artikelen 2:14 en 2:15 BW, en het bepaalt wat u moet doen en hoeveel tijd u heeft.

Nietig (artikel 2:14 BW) Vernietigbaar (artikel 2:15 BW)
Grond strijd met de wet of de statuten, tenzij uit de wet iets anders voortvloeit strijd met regels over de totstandkoming van besluiten; strijd met de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW; strijd met een reglement
Werking van rechtswege geen besluit geldig totdat de rechter vernietigt
Actie nodig in beginsel niet, maar een verklaring voor recht schept duidelijkheid vordering bij de rechtbank van de woonplaats van de rechtspersoon
Termijn geen vervalt een jaar na het einde van de dag waarop aan het besluit voldoende bekendheid is gegeven of de belanghebbende ervan kennis heeft genomen of is verwittigd
Reparatie bekrachtiging alleen in het geval van artikel 2:14 lid 2 BW bevestiging mogelijk bij een gebrek in de totstandkoming (artikel 2:15 lid 6 BW)

Die vervaltermijn van een jaar (artikel 2:15 lid 5 BW) is hier de belangrijkste regel. Wie te laat is, is het besluit kwijt — hoe gebrekkig het ook tot stand kwam. In conflicten waarin maanden opgaan aan mailwisselingen is dat een reëel risico.

De klassieke gebreken: te late of onjuiste oproeping, oproeping naar het verkeerde adres, het onderwerp niet agenderen, het passeren van een vergadergerechtigde die geen stemrecht heeft maar wel gehoord moet worden, en besluitvorming buiten vergadering zonder dat aan de voorwaarden is voldaan. Het lijken formaliteiten; het zijn de aangrijpingspunten waarop een aandeelhoudersbesluit onderuitgaat.

Let ten slotte op artikel 2:210 lid 3 BW: vaststelling van de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder of commissaris. Kwijting is een apart besluit — en helpt de bestuurder in faillissement hoe dan ook niet tegen een vordering op grond van artikel 2:248 BW.

De statutair bestuurder ontslaan: waarom dat anders werkt dan gewoon ontslag

Een statutair bestuurder kan te allen tijde worden geschorst en ontslagen door het orgaan dat bevoegd is tot benoeming — in de regel de algemene vergadering — en daarvoor is géén toestemming van het UWV of ontbinding door de kantonrechter nodig. Dat volgt uit artikel 2:244 lid 1 BW in samenhang met artikel 7:671 lid 1 onder e BW, dat de bestuurder van een rechtspersoon uitzondert van het vereiste van schriftelijke instemming of voorafgaande toestemming.

De reden staat in artikel 2:244 lid 3 BW: "Een veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen vennootschap en bestuurder kan door de rechter niet worden uitgesproken." Omdat herstel is uitgesloten, vervalt de reden voor de preventieve toets. Het vennootschapsrechtelijke ontslag beëindigt in beginsel ook de arbeidsovereenkomst. Dat betekent niet dat de vennootschap vrij spel heeft:

  • De transitievergoeding is gewoon verschuldigd wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Zie transitievergoeding.
  • Een billijke vergoeding kan aan de orde zijn wanneer de opzegging ernstig verwijtbaar is.
  • De opzegtermijn en eventuele contractuele afspraken — bonus, concurrentiebeding, vrijwaring, bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering — blijven onverkort gelden.
  • De besluitvorming moet kloppen. Een ontslagbesluit dat is genomen zonder correcte oproeping, zonder dat de bestuurder is gehoord over het voorgenomen ontslag, of zonder dat hij zijn raadgevende stem heeft kunnen uitbrengen, is aantastbaar langs de weg van de artikelen 2:14 en 2:15 BW. Hier ligt in de praktijk de meeste onderhandelingsruimte, aan beide kanten van de tafel.
  • In de statuten kan een versterkte meerderheid zijn voorgeschreven; die mag op grond van artikel 2:244 lid 2 BW niet verder gaan dan twee derde van de uitgebrachte stemmen, die meer dan de helft van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.

Bent u tegelijk aandeelhouder én statutair bestuurder, dan lopen twee verhoudingen door elkaar: uw bestuursfunctie kan met een meerderheidsbesluit eindigen, uw aandeelhouderschap niet. Ontslag en aandeelhoudersgeschil moeten dan in één traject worden opgelost — anders bent u uw functie kwijt en zit u nog jaren vast als minderheidsaandeelhouder zonder invloed.

Meer over de arbeidsrechtelijke kant: ontslag en vaststellingsovereenkomst.

Het faillissement van een debiteur aanvragen: werkt dat als incassomiddel?

Als drukmiddel werkt het regelmatig, als verhaalsmiddel zelden: een faillissementsaanvraag levert u in de regel een boedel op waarin concurrente schuldeisers weinig tot niets ontvangen, terwijl de aanvraag zelf wel snel en relatief goedkoop is. De keuze is dus tactisch, niet juridisch.

Artikel 1 lid 1 Fw bepaalt dat de schuldenaar die in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, op eigen aangifte of op verzoek van een of meer schuldeisers failliet wordt verklaard. Artikel 6 lid 3 Fw voegt de toets toe: de faillietverklaring volgt indien summierlijk blijkt van feiten of omstandigheden die die toestand aantonen, en — bij een verzoek van een schuldeiser — ook van diens vorderingsrecht. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch formuleerde die dubbele toets als summierlijk gebleken (1) ten tijde van de aanvraag bestaande vorderingsrechten van de verzoekende schuldeisers en (2) de toestand dat de schuldenaar heeft opgehouden te betalen (ECLI:NL:GHSHE:2025:2287).

Wat u nodig heeft:

Vereiste Toelichting
Een eigen vorderingsrecht dat summierlijk moet blijken; een serieus en gemotiveerd betwiste vordering leent zich hier slecht voor, omdat de faillissementsrechter geen ruimte heeft voor een uitvoerig debat
Een steunvordering de toestand van "opgehouden te betalen" veronderstelt dat er meer dan één schuldeiser is; in de regel moet u dus een tweede onbetaalde schuldeiser kunnen aanwijzen
Advocaat de aanvraag wordt door een advocaat ingediend

Het pluraliteitsvereiste is geen formaliteit: met het doel van het faillissement — verdeling van het vermogen onder de gezamenlijke schuldeisers — strookt niet de faillietverklaring van iemand die slechts één schuldeiser heeft (conclusie ECLI:NL:PHR:2023:834). In de praktijk wordt soms genoegen genomen met aannemelijk gemaakte andere onbetaalde schulden, bijvoorbeeld blijkend uit een gedeponeerde jaarrekening met sterk opgelopen kortlopende schulden (vergelijk ECLI:NL:RBMNE:2026:4523).

Is uw vordering betwist, kies dan een andere route. De faillissementsrechter beoordeelt summierlijk. Bij inhoudelijk verweer loopt u een reëel risico op afwijzing plus kostenveroordeling — en heeft u uw debiteur gewaarschuwd. Een bodemprocedure, kort geding of conservatoir beslag is dan effectiever.

Wordt er onder druk van de aanvraag betaald? Artikel 47 Fw laat vernietiging toe van de voldoening van een opeisbare schuld wanneer wordt aangetoond dat de ontvanger wist dat het faillissement al was aangevraagd, of dat de betaling het gevolg was van overleg dat ten doel had die schuldeiser boven anderen te begunstigen. Een betaling die u ná uw aanvraag binnenhaalt, kan de curator dus terugvorderen.

Voor de reguliere route: incasso.

Mijn eigen onderneming kan de rekeningen niet meer betalen: wat nu?

Het moment waarop u moet handelen ligt vóór het moment waarop u geen geld meer heeft: vanaf het punt waarop u weet of behoort te begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet zal nakomen en geen verhaal zal bieden, wordt elke nieuwe verplichting die u aangaat een persoonlijk risico. Dat is de Beklamel-norm uit de paragraaf hierboven — en de reden dat doorgaan en hopen dat het draait de duurste beslissing is die een bestuurder in nood kan nemen.

Wat er in die fase moet gebeuren:

  1. Breng administratie en deponering op orde. De goedkoopste verzekering tegen artikel 2:248 lid 2 BW die er bestaat. Loopt u achter, dan is dit de eerste actie.
  2. Stop met selectief betalen. Betalingen aan uzelf, uw holding of gelieerde partijen terwijl derden onbetaald blijven, is het patroon waar curator én schuldeiser meteen op aanslaan.
  3. Ga geen verplichtingen aan die u redelijkerwijs niet kunt nakomen, en wees eerlijk tegenover leveranciers.
  4. Leg de besluitvorming vast. Notulen, prognoses, adviezen en de overwegingen achter uw keuzes vormen later uw dossier; achteraf reconstrueren lukt niet.
  5. Onderzoek of er een alternatief is. Een onderhandeld akkoord met schuldeisers, herfinanciering, verkoop van een bedrijfsonderdeel of een wettelijk gefaciliteerd dwangakkoord kunnen aan de orde zijn. Of dat kans van slagen heeft, hangt af van de aard van de schulden en van de operationele levensvatbaarheid; dat moet per geval worden beoordeeld.
  6. Laat u adviseren vóórdat u aangifte doet. Eigen aangifte raakt uw persoonlijke positie, uw personeel en lopende contracten.

Uw contracten. Het faillissement beëindigt lopende overeenkomsten niet automatisch. Bij wederkerige overeenkomsten die nog niet (volledig) zijn nagekomen, kan de wederpartij de curator op grond van artikel 37 Fw een redelijke termijn stellen om zich uit te spreken over gestanddoening; verklaart hij zich niet bereid, dan verliest hij het recht nakoming te vorderen, en verklaart hij zich wél bereid, dan moet hij zekerheid stellen. Voor twee contracten geldt een eigen regime:

Contract Regel Bron
Huur (en pacht) zowel curator als verhuurder kan tussentijds opzeggen; een termijn van drie maanden is in elk geval voldoende. Vanaf de dag van faillietverklaring is de huurprijs boedelschuld artikel 39 Fw
Arbeidsovereenkomst de curator kan opzeggen (en de werknemer ook), met inachtneming van de geldende termijnen, maar in elk geval kan worden opgezegd met een termijn van zes weken. Vanaf de dag van faillietverklaring zijn loon en samenhangende premieschulden boedelschuld artikel 40 Fw

Voor de artikelen 37, 39 en 40 Fw heeft de curator machtiging van de rechter-commissaris nodig (artikel 68 lid 3 Fw). Bent u het niet eens met een handeling van de curator, dan kunt u als schuldeiser of gefailleerde op grond van artikel 69 Fw bij de rechter-commissaris opkomen; die beslist binnen drie dagen, na de curator te hebben gehoord.

Doorstart. Artikel 7:666 BW bepaalt dat de regels over overgang van onderneming — waaronder artikel 7:663 BW, dat rechten en verplichtingen uit arbeidsovereenkomsten van rechtswege doet overgaan op de verkrijger — niet van toepassing zijn wanneer de werkgever failliet is verklaard en de onderneming tot de boedel behoort. De koper neemt dus niet automatisch het personeel over. Rond die regel is de laatste jaren veel te doen geweest; laat een concrete doorstart vooraf toetsen, want de gevolgen van een misrekening liggen bij de koper.

Wie krijgt wat in een faillissement? De rangorde in hoofdlijnen

Het uitgangspunt is dat alle schuldeisers een gelijk recht hebben om naar evenredigheid van hun vordering te worden voldaan — behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang, en die uitzonderingen zijn in de praktijk zo omvangrijk dat voor gewone handelscrediteuren vaak weinig overblijft. Die hoofdregel staat in artikel 3:277 lid 1 BW: schuldeisers worden, na voldoening van de kosten van executie, uit de netto-opbrengst voldaan naar evenredigheid van ieders vordering.

Voorrang vloeit op grond van artikel 3:278 BW voort uit pand, hypotheek en voorrecht en uit de andere in de wet aangegeven gronden; voorrechten ontstaan alleen uit de wet. Artikel 3:279 BW voegt toe: pand en hypotheek gaan boven voorrecht, tenzij de wet anders bepaalt. In hoofdlijnen wordt het geld dan zo verdeeld:

Categorie Toelichting
Separatisten pand- en hypotheekhouders — banken, leasemaatschappijen, leveranciers met een pandrecht — kunnen hun recht in beginsel uitoefenen alsof er geen faillissement is
Boedelschulden onder meer het salaris van de curator, en op grond van de artikelen 39 en 40 Fw de huur en het loon vanaf de dag van faillietverklaring
Preferente vorderingen vorderingen met een wettelijk voorrecht, waaronder die van de Belastingdienst en het UWV
Concurrente vorderingen alle overige schuldeisers, naar evenredigheid — in de praktijk vaak het sluitstuk waar niets meer voor is
Achtergestelde vorderingen vorderingen die op grond van artikel 3:277 lid 2 BW bij overeenkomst een lagere rang hebben gekregen

Als leverancier wordt uw positie bepaald op het moment dat u de overeenkomst sluit, niet op het moment dat uw klant failliet gaat. Een eigendomsvoorbehoud, pandrecht, bankgarantie of vooruitbetalingsafspraak is het verschil tussen separatist en concurrent — en de enige plek waar u dit risico kunt beïnvloeden.

Mijn werkgever gaat failliet: wat neemt UWV over?

UWV neemt op grond van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet een deel van de betalingsverplichting over: het loon over ten hoogste dertien weken vóór het einde van de dienstbetrekking, het loon over ten hoogste de opzegtermijn, en het vakantiegeld, de vakantiebijslag en bepaalde aan derden verschuldigde bedragen over ten hoogste het voorafgaande jaar. Dit is de loongarantieregeling, ook wel faillissementsuitkering genoemd.

Artikel 61 WW geeft recht op uitkering wanneer de werknemer loon, vakantiegeld of vakantiebijslag te vorderen heeft van een werkgever "die in staat van faillissement is verklaard, aan wie surséance van betaling is verleend, ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is, of die anderszins verkeert in de blijvende toestand dat hij heeft opgehouden te betalen". Er hoeft dus geen faillissement te zijn: blijvende betalingsonmacht volstaat.

Artikel 64 lid 1 WW omschrijft wat wordt overgenomen:

Onderdeel Wat wordt overgenomen
a het loon over ten hoogste dertien weken onmiddellijk voorafgaand aan het einde van de dienstbetrekking (door ontbinding, met wederzijds goedvinden, van rechtswege, of de dag van opzegging)
b het loon over ten hoogste de geldende opzegtermijn, waarbij de termijn van artikel 40 Fw — zes weken — niet wordt overschreden
c het vakantiegeld, de vakantiebijslag en de bedragen die de werkgever in verband met de dienstbetrekking aan derden verschuldigd is, over ten hoogste het jaar onmiddellijk voorafgaand aan het einde van de onder a of b bedoelde termijn

De uitkering is gemaximeerd: voor het loondeel per kalendermaand ten hoogste 100/108 deel van anderhalf maal het maximumdagloon van artikel 17 lid 1 van de Wet financiering sociale verzekeringen, vermenigvuldigd met 21,75 (artikel 64 lid 4 WW). UWV vermeldt die grens als "maximaal 150% van het maximumdagloon". Bronnen: artikelen 61 en 64 Werkloosheidswet, wetten.overheid.nl; UWV, uitkering wegens betalingsonmacht aanvragen.

Drie punten die misgaan:

  • Meld u op tijd. Artikel 63 WW verplicht de werknemer aangifte te doen bij UWV binnen een week na de dag waarop hij het loon normaal had moeten ontvangen, en binnen een week na de dag waarop hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn geworden dat de werkgever in die toestand verkeert. UWV waarschuwt daarnaast dat een te vroeg ingediende aanvraag wordt afgewezen.
  • Was uw dienstverband al geëindigd voordat de werkgever in die toestand kwam te verkeren, dan bestaat er in beginsel geen recht — tenzij zich een van de uitzonderingen van artikel 62 WW voordoet, waaronder een duidelijke samenhang tussen de omstandigheden die tot het einde van het dienstverband leidden en die welke tot de betalingsonmacht hebben geleid.
  • De transitievergoeding staat niet in de opsomming van artikel 64 WW. UWV neemt die dus in beginsel niet over. Wie daar aanspraak op heeft, is aangewezen op indiening van die vordering in het faillissement, met alle onzekerheid over uitkering die daarbij hoort. Zie voor de vergoeding zelf transitievergoeding.

Bedrijfsovername: waar gaat het mis bij due diligence en garanties?

In de meeste geschillen na een overname blijkt niet dat de koper te weinig heeft onderzocht, maar dat wat hij vond niet is vertaald naar de koopovereenkomst: het risico is wél gezien en niet belegd. Due diligence en garanties zijn communicerende vaten: wat u onderzoekt en accepteert, voert u daarna moeilijker als tegenvaller op; wat u niet onderzocht maar wél gegarandeerd kreeg, is contractueel afgedekt.

Buiten wat partijen zelf afspreken, is de wettelijke ondergrond beperkt:

  • Dwaling, artikel 6:228 BW: een overeenkomst die onder invloed van dwaling is gesloten en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar wanneer de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, wanneer die u had behoren in te lichten over wat zij wist of behoorde te weten, of wanneer beide partijen van dezelfde onjuiste veronderstelling uitgingen. Lid 2 begrenst dat: een dwaling die voor uw rekening behoort te blijven, telt niet.
  • De klachtplicht, artikel 6:89 BW: op een gebrek in de prestatie kunt u geen beroep meer doen als u niet binnen bekwame tijd na ontdekking — of nadat u het redelijkerwijs had moeten ontdekken — heeft geprotesteerd. Hierop breken kopers stuk die maandenlang intern beraadslagen.

Wat er in koopovereenkomsten misgaat:

Onderwerp Waar het misloopt
Verhouding onderzoek en garantie een algemene bepaling dat de koper "bekend is met alles wat in de dataroom stond" holt garanties uit; leg vast dat kennis uit het onderzoek de garanties niet aantast, behalve voor uitdrukkelijk benoemde punten
Vrijwaringen voor bekende, benoembare risico's — een lopend geschil, een fiscale positie, een milieukwestie — hoort een vrijwaring, niet een garantie
Drempels en plafonds de-minimis, drempelbedragen en aansprakelijkheidsplafonds bepalen of een claim praktisch nog iets waard is; een plafond van enkele procenten van de koopsom maakt de garantie vooral decoratief
Termijnen garantietermijnen die korter zijn dan de periode waarin het risico zich pleegt te openbaren — fiscaal en arbeidsrechtelijk speelt dat vaak pas na jaren
Zekerheid zonder escrow, bankgarantie of earn-out is uw claim niet meer waard dan de verhaalspositie van de verkoper na de transactie
Aandelen of activa bij een activa/passiva-transactie neemt u in beginsel geen vennootschapsschulden over, maar heeft u wel te maken met overgang van onderneming (artikel 7:663 BW) voor het personeel
Sleutelpersonen en klanten zonder concurrentie- en relatiebeding en zonder change-of-control-toets op grote contracten koopt u een onderneming die kan leeglopen

De volgorde die werkt: eerst de risico's uit het onderzoek benoemen, dan per risico kiezen tussen prijsaanpassing, vrijwaring, garantie of opschortende voorwaarde, en pas daarna de tekst schrijven. Wie eerst een model pakt en dan onderzoekt, krijgt een overeenkomst waarin de gevonden risico's nergens terugkomen.

Incasso van zakelijke vorderingen: wat kunt u vorderen?

Bij een handelsovereenkomst tussen ondernemingen loopt de wettelijke handelsrente in beginsel van rechtswege, ook zonder ingebrekestelling: vanaf de dag na de overeengekomen uiterste betaaldag, en bij gebreke daarvan vanaf dertig dagen na ontvangst van de factuur of van de prestatie. Dat staat in artikel 6:119a BW, dat de handelsovereenkomst omschrijft als de overeenkomst om baat tussen ondernemers of rechtspersonen die een of meer partijen verplicht iets te geven of te doen.

Twee bepalingen om te gebruiken:

  • Handelsrente is hoger dan de gewone wettelijke rente en loopt samengesteld: op grond van artikel 6:119a lid 3 BW wordt het bedrag waarover de rente wordt berekend telkens na afloop van een jaar vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde rente.
  • Voor overheidsdebiteuren geldt een eigen regime, artikel 6:119b BW, met in beginsel dezelfde systematiek.

Wat een zakelijke incasso laat slagen is zelden het rentepercentage. Het zijn: een vordering die deugdelijk is onderbouwd met opdracht, levering en factuur; algemene voorwaarden die aantoonbaar vóór of bij het sluiten van de overeenkomst zijn verstrekt; en snelheid. Elke maand die u wacht, verslechtert uw verhaalspositie tegenover schuldeisers die wél doorpakken.

Bij een debiteur die niet betwist maar niet betaalt, is beslag vaak effectiever dan aanmanen; bij inhoudelijk verweer is de gang naar de rechter onvermijdelijk en een faillissementsaanvraag juist de verkeerde route. Zie verder incasso.

Wanneer schakelt u een advocaat ondernemingsrecht in?

Op het moment dat u nog kunt kiezen — niet op het moment dat een termijn dreigt te verlopen of een curator zich meldt. Dit rechtsgebied kent een aantal harde grenzen die achteraf niet meer te repareren zijn.

Situatie Waarom er tijdsdruk op zit
U wilt een aandeelhoudersbesluit aanvechten de bevoegdheid tot vernietiging vervalt na een jaar (artikel 2:15 lid 5 BW)
Uw onderneming loopt achter met deponeren het bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW ontstaat automatisch en werkt terug over drie jaren
U overweegt een faillissementsaanvraag een betwiste vordering leidt tot afwijzing plus kostenveroordeling, en u heeft uw debiteur gewaarschuwd
U bent net ontslagen als statutair bestuurder de arbeidsrechtelijke vervaltermijnen zijn kort en herstel van de arbeidsovereenkomst is uitgesloten
U wordt persoonlijk aangesproken door een schuldeiser uw verweer wordt bepaald door documenten uit de periode vóór de aanspraak; die moeten er nu zijn
Er ligt een intentieverklaring voor een overname wat daarin al is dichtgetimmerd, krijgt u in de koopovereenkomst zelden nog open
De onderneming is onbestuurbaar onmiddellijke voorzieningen bij de Ondernemingskamer kunnen snel, maar vragen een onderbouwd verzoek

Wat wij doen is meestal minder spectaculair dan de procedure zelf: de feiten en documentatie op orde brengen, beoordelen welke route uw doel werkelijk dient, en kosten en doorlooptijd afzetten tegen wat er te halen valt. In aandeelhoudersconflicten geldt bijna zonder uitzondering dat een onderhandelde exit sneller en goedkoper is dan een procedure — maar dat een geloofwaardige procedurele stok nodig is om die onderhandeling op gang te krijgen.

Over dit advies

Arslan Advocaten adviseert en procedeert voor ondernemers vanuit kantoren in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Tilburg en Eindhoven: bestuurdersaansprakelijkheid, aandeelhoudersgeschillen en de enquêteprocedure, faillissement en doorstart, bedrijfsovername en zakelijke incasso. Naast Nederlands spreken wij Turks en Pools.

Bel 070 450 0300 of leg uw situatie voor via het contactformulier. Wij laten u weten waar u staat, welke termijnen lopen en wat de eerstvolgende stap is.

Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies over uw eigen zaak. Aan de genoemde uitgangspunten kunnen geen rechten worden ontleend.