URL: https://arslan.nl/diensten/incasso/
Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan & Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 31 augustus 2026.
Voor wie is deze pagina? Lees eerst dit
Deze pagina behandelt incasso vanuit twee kanten, omdat de vraag "wat mag er?" een ander antwoord heeft naar gelang u de brief ontvangt of verstuurt. Kies uw deel; de twee delen spreken elkaar niet tegen, maar kijken vanaf een andere kant naar dezelfde regels.
| U bent | Ga naar | Uw kernvraag |
|---|---|---|
| Particulier met een incassobrief, deurwaardersbrief of dagvaarding | deel 1 | klopt het bedrag, wat kan er van mij worden afgenomen, hoeveel tijd heb ik |
| Ondernemer met een onbetaalde factuur | deel 2 | hoe krijg ik mijn geld, wat mag ik doorberekenen, wanneer schakel ik wie in |
Eén waarschuwing die voor beiden geldt: termijnen zijn hier hard en kort. Een gemiste rolzitting levert een verstekvonnis op en een verstreken verjaringstermijn is niet te repareren. Negeer geen enkel poststuk in een incassodossier, ook niet als u overtuigd bent dat de vordering nergens op slaat.
Ik krijg een brief van de deurwaarder, wat nu?
Kijk eerst of het een gewone incassobrief is of een exploot: alleen bij een exploot is er een rechter aan te pas gekomen, en pas dan kan er beslag volgen. Reageer in beide gevallen schriftelijk en binnen de gestelde termijn, ook als u de vordering betwist.
| Kenmerk | Incassobrief (buitengerechtelijk) | Exploot (ambtshandeling) |
|---|---|---|
| Uiterlijk | gewone brief of e-mail | opgemaakt stuk met "Heden, de …", uw naam en de handtekening van de gerechtsdeurwaarder |
| Bezorging | post of e-mail | in persoon uitgereikt of in gesloten envelop achtergelaten |
| Wat het is | een verzoek om te betalen | een betekening: dagvaarding, vonnis, beslag of aanzegging |
| Wat eruit kan volgen | niets zonder rechter | een rolzitting, of executie als er al een vonnis is |
| Wie het mag doen | ieder incassobureau | in beginsel alleen een gerechtsdeurwaarder |
Wat u de eerste dagen doet, in deze volgorde:
- Noteer de dag van ontvangst en bewaar de envelop. Bij een veertiendagenbrief is die dag
juridisch bepalend, en dat wordt regelmatig betwist.
- Vraag schriftelijk om een specificatie: de oorspronkelijke schuldeiser, de factuur, de
datum, en de opbouw van hoofdsom, rente en kosten. Een partij die dat niet kan leveren, staat zwak.
- Betwist gemotiveerd en schriftelijk. "Ik ga niet betalen" is geen betwisting; "ik heb
dit nooit ontvangen, zie mijn e-mail van 3 maart" wel.
- Kunt u niet betalen, meld dat actief. Stilte leidt vrijwel altijd tot een dagvaarding,
en die verhoogt de schuld met griffierecht en proceskosten.
Wat u vooral niet moet doen: onder druk een betalingsregeling tekenen waarin u de hele vordering inclusief kosten erkent voordat u heeft gecontroleerd of die kosten terecht zijn. Een erkenning is moeilijk terug te draaien en stuit bovendien de verjaring.
Wat is het verschil tussen een incassobureau en een gerechtsdeurwaarder?
Een incassobureau kan u alleen vragen te betalen; een gerechtsdeurwaarder is een openbaar ambtenaar die daarnaast wettelijk voorbehouden ambtshandelingen mag verrichten — dagvaarden, vonnissen betekenen, beslag leggen en ontruimen. Zonder rechterlijk vonnis kan echter ook de deurwaarder niets van u afnemen. Dit is het meest voorkomende misverstand in dit rechtsgebied, en het wordt actief in stand gehouden.
De taak staat in artikel 2 van de Gerechtsdeurwaarderswet: de gerechtsdeurwaarder is belast met de taken die bij of krachtens de wet, al dan niet bij uitsluiting van ieder ander, aan gerechtsdeurwaarders zijn opgedragen, en in het bijzonder met "het doen van dagvaardingen en andere betekeningen", "het doen van gerechtelijke aanzeggingen, bekendmakingen, protesten en verdere exploten" en "ontruimingen, beslagen, executoriale verkopingen, gijzelingen en andere handelingen, behorende tot of vereist voor de uitvoering van executoriale titels". Bron: Gerechtsdeurwaarderswet, artikel 2, wetten.overheid.nl.
| Incassobureau | Gerechtsdeurwaarder | |
|---|---|---|
| Juridische status | gewoon bedrijf | openbaar ambtenaar |
| Mag aanmanen en bellen | ja | ja |
| Mag dagvaarden en vonnissen betekenen | nee | ja |
| Mag beslag leggen | nee | ja, mits er een executoriale titel is |
| Mag ontruimen | nee | ja, op grond van een vonnis |
| Tuchtrecht | nee | ja, met hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam |
| Toezicht | via het incassoregister | Bureau Financieel Toezicht en de tuchtrechter |
Ter illustratie. Iemand krijgt een brief op briefpapier waarop groot "gerechtsdeurwaarders" staat, over een oude telefoonrekening. De brief kondigt aan dat er "maatregelen" volgen en noemt beslag op loon. Hij gaat ervan uit dat het zover ook echt kan komen en zoekt naar geld om snel te betalen. De vraag is echter eerst een andere: is dit een gewone aanmaning of een exploot? Zolang er geen rechter aan te pas is gekomen en er dus geen executoriale titel ligt, kan ook een gerechtsdeurwaarder niets afnemen — in die fase heeft hij niet meer bevoegdheden dan een incassobureau. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.
De valkuil zit in de overlap. Een deurwaarderskantoor mag naast zijn ambtshandelingen ook gewone incassowerkzaamheden verrichten, voor zover dat de onafhankelijke vervulling van het ambt niet schaadt (artikel 20 lid 3 Gerechtsdeurwaarderswet). Het gevolg: hetzelfde kantoor stuurt u eerst een gewone aanmaning op briefpapier met "gerechtsdeurwaarders" erboven. In díé fase heeft dat kantoor geen enkele bevoegdheid méér dan een incassobureau. De autoriteit die de brief uitstraalt, is er juridisch nog niet.
Sinds 1 april 2024 is incasso wél gereguleerd. De Wet kwaliteit incassodienstverlening verbiedt het verrichten of aanbieden van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zonder registratie, en stelt eisen aan onder meer vakbekwaamheid, de specificatie van de vordering en de omgang met schuldenaren. Voor bestaande bureaus gold een overgangsjaar; de registratieplicht is per 1 april 2025 onverkort van kracht. Het register wordt beheerd door Justis. Bron: Wet kwaliteit incassodienstverlening, wetten.overheid.nl, en Justis.
Dat toezicht heeft tanden. Op 7 juli 2026 oordeelde het gerechtshof Amsterdam over een gerechtsdeurwaarder die een faillissementsaanvraag had aangekondigd voor een consumentenvordering van ongeveer € 200. Het hof achtte niet aannemelijk dat voor zo'n vordering, met een onbekend gebleven steunvordering, werkelijk een faillissement zou worden aangevraagd, en kwalificeerde de aankondiging als oneigenlijke drukuitoefening. De klacht werd gegrond verklaard en er volgde een waarschuwing (ECLI:NL:GHAMS:2026:1998).
Hoe hoog mogen de incassokosten zijn?
Bij een consument zijn de buitengerechtelijke incassokosten wettelijk gemaximeerd via een vaste staffel over de hoofdsom, met een minimum van € 40 en een maximum van € 6.775. Van die regels mag niet ten nadele van de consument worden afgeweken. Alles wat daarbovenop wordt gerekend — "dossierkosten", "administratiekosten", "kosten laatste sommatie" — mist in beginsel een grondslag.
De staffel staat in artikel 2 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten:
| Deel van de hoofdsom | Percentage |
|---|---|
| over de eerste € 2.500 | 15% |
| over de volgende € 2.500 | 10% |
| over de volgende € 5.000 | 5% |
| over de volgende € 190.000 | 1% |
| over het meerdere | 0,5%, met een maximum van € 6.775 |
De vergoeding bedraagt ten minste € 40 (lid 2), en mag met het btw-percentage worden verhoogd als de schuldeiser de hem in rekening gebrachte omzetbelasting niet kan verrekenen en dat nadrukkelijk verklaart (lid 3).
Ter illustratie — hoe de staffel rekent. Blijft bij een consument een hoofdsom van € 1.000 onbetaald, dan valt die volledig binnen de eerste schijf: 15% over € 1.000 geeft een vergoeding van € 150. Bij een hoofdsom van € 3.000 wordt gerekend over twee schijven: 15% over de eerste € 2.500 plus 10% over de resterende € 500, samen € 425. Alleen als de uitkomst onder € 40 zou blijven, geldt het minimum van € 40. Dit is een rekenvoorbeeld bij de wettelijke staffel; het zegt niets over een concrete zaak. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.
Deze bedragen gelden sinds de inwerkingtreding van het Besluit op 1 juli 2012 en zijn sindsdien niet geïndexeerd — er circuleren "geactualiseerde" staffels die het tegendeel suggereren. De wijziging per 1 oktober 2024 raakte de staffel niet; die voegde een aparte regeling voor termijnbetalingen toe. Bron: Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, wetten.overheid.nl, geldende versie.
Twee regels die veel schelen:
- Alle vorderingen samen. Kan een schuldeiser u voor meer dan één vordering aanmanen, dan
moet dat in één aanmaning gebeuren, en worden de hoofdsommen opgeteld (artikel 6:96 lid 7 BW). Twintig losse aanmaningen van € 40 mogen dus niet.
- Termijnbetalingen. Blijven bij een abonnement of huur meerdere termijnen onbetaald, dan
geldt sinds 1 oktober 2024 een lagere regeling voor volgende aanmaningen binnen zes maanden (artikel 6:96 lid 8 BW en artikel 2a van het Besluit), zodat een kleine maandachterstand zich niet vermenigvuldigt in kosten.
Gaat het om een handelsovereenkomst tussen ondernemingen, dan geldt de dwingende consumentenbescherming niet en bedraagt de vergoeding ten minste € 40, zonder aanmaning verschuldigd vanaf de dag na de uiterste betaaldag (artikel 6:96 lid 4 BW).
Wanneer bent u incassokosten verschuldigd? De veertiendagenbrief
Bent u consument, dan zijn incassokosten pas verschuldigd nadat u ná het intreden van het verzuim vruchteloos bent aangemaand om binnen veertien dagen te betalen, in een brief die ook vermeldt wat de gevolgen van niet-betalen zijn en welk bedrag aan kosten wordt gevorderd. Voldoet die brief niet, dan bent u de kosten in beginsel niet verschuldigd — hoe terecht de hoofdsom zelf ook is. Dit is het effectiefste verweer in dit rechtsgebied, en het wordt zelden gevoerd.
De eis staat in artikel 6:96 lid 6 BW: bij een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf kan de vergoeding "eerst verschuldigd worden nadat de schuldenaar na het intreden van het verzuim, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling, waaronder de vergoeding die in overeenstemming met de nadere regels wordt gevorderd, vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen, aanvangende de dag na aanmaning".
De Hoge Raad legde die bepaling uit in een prejudiciële beslissing (ECLI:NL:HR:2016:2704):
- De termijn vangt pas aan **op de dag na die waarop de aanmaning door de schuldenaar is
ontvangen** — niet na verzending, niet na dagtekening. De schuldenaar moet in ieder geval de volle veertien dagen hebben om te betalen zonder dat kosten verschuldigd worden.
- Een veertiendagenbrief met een onjuiste termijn heeft niet het rechtsgevolg dat de
incassokosten verschuldigd worden. De brief mag niet de onjuiste indruk wekken dat de kosten al verschuldigd zijn op een datum waarop de wettelijke termijn nog niet is verstreken.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch vertaalde dat naar concrete bewoordingen: een brief die de kosten aanzegt bij niet-betaling "binnen veertien dagen vanaf de dag nadat deze brief bij u is bezorgd" of "binnen vijftien dagen nadat deze brief bij u is bezorgd" voldoet wél (ECLI:NL:GHSHE:2017:4407).
In de praktijk struikelen schuldeisers hierover. De rechtbank Limburg wees de gevorderde incassokosten af omdat niet was gebleken dat de veertiendagenbrief de gedaagde had bereikt (ECLI:NL:RBLIM:2026:227); andersom worden de kosten toegewezen als de schuldeiser met verzendbewijzen en e-mails onderbouwt dát de brief aankwam en de schuldenaar daar niets tegenover stelt (ECLI:NL:RBNHO:2026:164).
Ter illustratie. Iemand loopt achter op een abonnement en krijgt een aanmaning waarin staat dat hij "binnen veertien dagen na dagtekening van deze brief" moet betalen, en dat er anders kosten bij komen. De brief is gedateerd op een maandag en valt pas een week later op de mat. Hij betaalt niet op tijd en de kosten worden erbij geteld. Juridisch draait het dan niet op de hoofdsom, maar op de formulering: de termijn hoort pas te gaan lopen de dag ná ontvangst, en een brief die de kosten al eerder aanzegt heeft dat rechtsgevolg in beginsel niet. De vraag is dus of deze brief aan de wettelijke eisen voldoet — de hoofdsom zelf staat daarmee niet ter discussie. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.
Kijk dus in de brief naar drie dingen: staat er een termijn van veertien dagen, staat er uitdrukkelijk dat die pas ingaat de dag ná ontvangst of bezorging, en staat het kostenbedrag er concreet in? Ontbreekt er één, dan is er een reëel verweer.
De incassobrief klopt niet, of de kosten zijn onterecht hoog. Wat kunt u doen?
Betwist schriftelijk en gespecificeerd, betaal desnoods het onbetwiste deel onder protest, en laat het op een procedure aankomen als het bureau volhoudt — want juist onterechte incassokosten sneuvelen bij de kantonrechter. Betalen "om ervan af te zijn" is de duurste optie, omdat een betaling als erkenning kan worden uitgelegd.
| Wat u aantreft | Waarom het niet klopt |
|---|---|
| Kosten hoger dan de staffel | het Besluit is bij een consument dwingend; het meerdere is niet verschuldigd |
| Geen of gebrekkige veertiendagenbrief | zonder die brief zijn de kosten in beginsel niet verschuldigd (artikel 6:96 lid 6 BW) |
| Losse dossier- of administratiekosten bovenop | die worden geacht in de forfaitaire vergoeding begrepen te zijn |
| Meerdere aanmaningen van € 40 voor dezelfde schuldeiser | had in één aanmaning gemoeten (artikel 6:96 lid 7 BW) |
| Rente vanaf de factuurdatum bij een consument | rente loopt in beginsel pas vanaf het verzuim |
| Kosten voor het opstellen van de dagvaarding | dat valt onder de proceskostenregeling van artikel 241 Rv |
Dat laatste punt wordt vaak gemist: artikel 6:96 lid 3 BW sluit vergoeding uit "voor zover in het gegeven geval krachtens artikel 241 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de regels betreffende de proceskosten van toepassing zijn". Kosten gemaakt ter voorbereiding van de gedingstukken of ter instructie van de zaak vallen onder het liquidatietarief en mogen niet daarnaast als incassokosten worden gevorderd.
Er is een tweede spoor dat sterker is dan de meeste mensen weten. Staat het incassokostenbeding in algemene voorwaarden, dan moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of dat beding oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG. Een oneerlijk beding moet buiten toepassing worden gelaten, en een daarop gegronde vordering is niet toewijsbaar — ook als u zelf niet verschijnt. Kantonrechters doen deze toets inmiddels standaard bij consumentenzaken (ECLI:NL:RBZWB:2025:1794, ECLI:NL:RBMNE:2026:590). Een verstekvonnis betekent dus niet automatisch dat alles wordt toegewezen.
Klagen kan bij een incassobureau via het incassoregister en de toezichthouder onder de Wki, en bij een gerechtsdeurwaarder via de kamer voor gerechtsdeurwaarders. Een tuchtklacht haalt de vordering niet weg, maar is in de onderhandeling een reëel drukmiddel.
Mag een incassobureau rente berekenen?
Rente mag, maar alleen vanaf het moment dat u in verzuim bent, en alleen tot de wettelijke rente of de rechtsgeldig overeengekomen rente. De praktijk waarin rente wordt gerekend vanaf de factuurdatum terwijl u nooit een aanmaning kreeg, houdt in beginsel geen stand.
Verzuim is het scharnierpunt. Volgens artikel 6:82 lid 1 BW treedt het in wanneer u in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning met een redelijke termijn, en nakoming uitblijft. Artikel 6:83 BW noemt drie gevallen waarin dat zonder ingebrekestelling gebeurt: als een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt zonder nakoming (tenzij die termijn een andere strekking heeft), als de verbintenis uit onrechtmatige daad voortvloeit of tot schadevergoeding strekt en niet terstond wordt nagekomen, en als u zelf laat weten niet te zullen nakomen. Een fatale betaaldatum kan dus volstaan — maar "betaling binnen 14 dagen" op een factuur is niet zonder meer fataal.
| Soort rente | Grondslag | Percentage |
|---|---|---|
| Wettelijke rente (niet-handelstransacties, dus ook consumenten) | artikel 6:119 BW | 4% per jaar, vastgesteld per 1 januari 2026 in het Besluit vaststelling wettelijke rente |
| Wettelijke handelsrente (tussen ondernemingen) | artikel 6:119a BW | 10,4% per jaar per 1 juli 2026, volgens Rijksoverheid |
| Bedongen rente | artikel 6:119 lid 3 BW | een hogere bedongen rente loopt ná het verzuim door in plaats van de wettelijke rente |
Bron: Besluit vaststelling wettelijke rente, wetten.overheid.nl, en Rijksoverheid, "Hoe hoog is de wettelijke rente?". Beide percentages veranderen — de handelsrente wordt op grond van artikel 6:120 lid 2 BW halfjaarlijks afgeleid van de herfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank — dus controleer in een concreet dossier de stand op de datum die voor u geldt.
Eén detail dat op langlopende schulden veel uitmaakt: bij de gewone wettelijke rente wordt op grond van artikel 6:119 lid 2 BW telkens na een jaar het bedrag waarover rente wordt berekend, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde rente. Bij de handelsrente kent de wet die kapitalisatie niet. Ook een bedongen rente in algemene voorwaarden is onderworpen aan de ambtshalve toets op oneerlijke bedingen.
Ik heb een dagvaarding ontvangen. Wat betekent dat en hoeveel tijd heb ik?
Een dagvaarding is een officiële oproep om op een genoemde datum bij de rechtbank te verschijnen. Verschijnt u niet, dan verleent de rechter verstek en wijst hij de vordering in beginsel toe. De gewone dagvaardingstermijn is ten minste een week, dus u heeft weinig tijd.
Artikel 114 Rv: "De gewone termijn van dagvaarding is ten minste een week." Woont u buiten Nederland maar binnen de EU of in een staat die partij is bij het Haags Betekeningsverdrag, dan is die termijn ten minste vier weken; is er geen bekende woonplaats in zo'n staat, dan ten minste drie maanden (artikel 115 Rv).
Artikel 139 Rv regelt wat er gebeurt als u niets doet: verschijnt de gedaagde niet en zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen, dan verleent de rechter verstek "en wijst hij de vordering toe, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt". Die slotzin is uw vangnet, en tegelijk een dun vangnet: de rechter toetst alleen op wat er in het dossier ligt, en uw verweer zit daar niet in als u zwijgt.
Wat u moet weten over de gang van zaken:
- De kantonrechter behandelt op grond van artikel 93 Rv vorderingen tot ten hoogste € 25.000,
de tot de dag van dagvaarding verschenen rente daarbij inbegrepen, en daarnaast — ongeacht het bedrag — zaken over onder meer arbeid, huur, consumentenkoop en consumentenkrediet.
- In kantonzaken kunt u op grond van artikel 79 lid 1 Rv in persoon procederen. Staat er
"kantonrechter" in uw dagvaarding, dan hoeft u geen advocaat om te mógen verweren.
- Als gedaagde in een kantonzaak betaalt u geen griffierecht; alleen de eisende partij betaalt
dat. Bron: Rechtspraak.nl, griffierecht kanton. Er is dus geen financiële drempel om verweer te voeren — precies waarom niet verschijnen zo zonde is. Verliest u, dan volgt wel een proceskostenveroordeling.
Bent u al bij verstek veroordeeld, dan is de zaak niet per definitie voorbij: tegen een verstekvonnis staat verzet open, met een eigen en korte termijn. Laat dat direct beoordelen — die termijn kan al lopen zonder dat u het vonnis heeft gelezen.
Waarop mag beslag worden gelegd, en wat is de beslagvrije voet?
Beslag kan pas nadat een rechter de vordering heeft toegewezen, en er blijft altijd een deel van uw inkomen buiten schot: de beslagvrije voet. Bepaalde zaken zijn bovendien helemaal uitgezonderd — uw inboedel, kleding, voedsel en huisdieren horen daarbij.
Artikel 447 Rv zondert onder meer uit: de inboedel van de bewoonde woning, de kleding van de schuldenaar en zijn huisgenoten, de aanwezige voorraad levensmiddelen, zaken die redelijkerwijs nodig zijn voor de persoonlijke verzorging en de algemene dagelijkse levensbehoeften, zaken die nodig zijn voor de verwerving van de noodzakelijke middelen van bestaan of voor scholing of studie, zaken van hoogstpersoonlijke aard, en gezelschapsdieren. Op zaken die in de gegeven omstandigheden bovenmatig zijn, mag wél beslag worden gelegd. En op grond van artikel 448 Rv geldt de uitzondering niet voor vorderingen die juist zien op de verkoop, vervaardiging of het herstel van die zaak zelf — de keuken die u niet betaalde, mag dus worden uitgewonnen.
De beslagvrije voet is het deel van uw periodieke inkomen waar de beslaglegger van af moet blijven; die is verbonden aan onder meer loon en socialezekerheidsuitkeringen (artikel 475c Rv). De voet wordt door de deurwaarder zelf berekend aan de hand van het belastbaar inkomen uit de polisadministratie, en de vaststelling geldt voor twaalf maanden (artikel 475d Rv). Bij een structurele wijziging van uw omstandigheden moet opnieuw worden gerekend — maar u moet die wijziging wel melden.
Wij noemen hier bewust geen bedragen. De beslagvrije voet hangt af van leefsituatie en inkomen, wordt periodiek aangepast en verandert per 1 januari 2026 opnieuw doordat de regels van de huurtoeslag wijzigen; een getal uit een blog is daardoor vrijwel altijd onjuist voor uw situatie. Controleer uw eigen voet met de officiële rekentool op uwbeslagvrijevoet.nl en leg het resultaat naast wat de deurwaarder toepast. Bron: Rijksoverheid, "Hoe weet ik of mijn beslagvrije voet klopt?".
Twee bepalingen die te weinig worden gebruikt:
- Bankbeslag kent een eigen bescherming. Beslag op geldmiddelen die een natuurlijk persoon bij een
bank aanhoudt, is op grond van artikel 475a lid 5 Rv slechts geldig voor zover het een bedrag overtreft dat is gekoppeld aan de beslagvrije voet gedurende een maand. Een leeggehaalde rekening is dus niet vanzelfsprekend rechtmatig.
- De hardheidsclausule. Leidt toepassing van de rekenregels tot een kennelijk onevenredige hardheid
door een omstandigheid waarmee geen rekening is gehouden, dan kan de kantonrechter de beslagvrije voet op uw verzoek voor een bepaalde termijn verhogen (artikel 475fa Rv). Dat verzoek is laagdrempelig en wordt zelden gedaan.
Wordt de voet aantoonbaar te laag toegepast, dan kan de rechter hem met terugwerkende kracht corrigeren; dat gebeurt ook (zie ECLI:NL:RBAMS:2021:5185). Dreigt ontruiming wegens huurachterstand, lees dan ook onze pagina over huurrecht.
Is mijn schuld verjaard?
De meeste gewone geldvorderingen uit een overeenkomst verjaren na vijf jaar, gerekend vanaf de dag na die waarop de vordering opeisbaar werd. Maar elke schriftelijke aanmaning kan die termijn opnieuw laten beginnen, en na een vonnis geldt twintig jaar. "Ik heb er tien jaar niets van gehoord" is dus zelden op zichzelf voldoende.
| Soort vordering | Termijn | Grondslag |
|---|---|---|
| Nakoming van een verbintenis uit overeenkomst | vijf jaar na de aanvang van de dag volgend op die waarop de vordering opeisbaar werd | artikel 3:307 BW |
| Rente, huur, en al wat bij het jaar of korter moet worden betaald | vijf jaar, idem | artikel 3:308 BW |
| Betaling van de koopprijs bij een consumentenkoop | twee jaar | artikel 7:28 BW |
| Tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak | twintig jaar na de dag volgend op die van de uitspraak | artikel 3:324 BW |
Die tweejaarstermijn bij consumentenkoop is de meest onderschatte bepaling in dit rechtsgebied. Oude webshop- en postorderschulden die na jaren opduiken bij een opkoper van vorderingen, stranden daar geregeld op.
Stuiting is het spiegelbeeld. Op grond van artikel 3:317 lid 1 BW wordt de verjaring gestuit "door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt", waarna een nieuwe termijn begint. De maatstaf is of die mededeling een voldoende duidelijke waarschuwing bevat dat de schuldenaar er ook na het verstrijken van de termijn rekening mee moet houden zijn bewijsmateriaal nodig te hebben om zich te verweren.
Wat óók stuit: een erkenning door u zelf. Een betalingsregeling tekenen, een deelbetaling doen of schriftelijk toegeven dat u iets verschuldigd bent, kan een verjaring die bijna rond was opnieuw laten beginnen. Twijfelt u, doe dan géén betaling en teken geen regeling voordat het is beoordeeld.
Hoe ziet het incassotraject eruit, stap voor stap?
Het traject loopt van eigen aanmaning naar buitengerechtelijke incasso, dan naar een procedure en pas daarna naar executie — en de meeste winst zit in de eerste twee weken, niet in de laatste fase.
| Fase | Wat er gebeurt | Waar u op moet letten |
|---|---|---|
| 1. Eigen aanmaning | u sommeert zelf, schriftelijk, met termijn | bij een consument is dit de veertiendagenbrief, en die moet kloppen |
| 2. Buitengerechtelijke incasso | bureau, deurwaarder of advocaat maant aan | u blijft aansprakelijk voor de juistheid van de aanzegging |
| 3. Beoordeling | betwist de debiteur, of kan hij simpelweg niet betalen? | dit bepaalt de hele vervolgstrategie |
| 4. Dagvaarding en procedure | kanton of rechtbank | een verstekvonnis is snel; een verweerde zaak duurt maanden |
| 5. Executie | beslag op loon, bank, roerende zaken of onroerend goed | zonder verhaal levert executie alleen kosten op |
Fase 3 bepaalt alles. Bij een debiteur die niet kán betalen levert doorprocederen een vonnis op dat u niet kunt verzilveren, plus proceskosten die u voorschiet; daar is een betalingsregeling met erkenning vaak meer waard dan een titel, en is een verhaalsonderzoek de eerste stap. Bij een debiteur die niet wíl betalen of betwist, is doorpakken verstandig en is snelheid het belangrijkste: wie zes maanden blijft aanmanen, geeft hem de tijd zijn vermogen te verplaatsen.
Incassobureau, deurwaarder of advocaat: wie schakelt u wanneer in?
Een incassobureau is geschikt voor volume en onbetwiste vorderingen, een deurwaarder is nodig zodra er betekend of beslagen moet worden, en een advocaat hoort erbij zodra er inhoudelijk verweer komt, het belang groot is of er haast bij is.
| Incassobureau | Gerechtsdeurwaarder | Advocaat | |
|---|---|---|---|
| Onbetwiste facturen in volume | sterk | goed | te zwaar |
| Dagvaarden en betekenen | nee | ja | ja, met deurwaarder |
| Beslag leggen | nee | ja | via de deurwaarder |
| Inhoudelijk verweer voeren | nee | beperkt | ja |
| Kort geding | nee | nee | ja |
| Conservatoir beslag aanvragen | nee | legt het beslag, vraagt het verlof niet aan | ja |
| Faillissementsaanvraag | nee | nee | ja, verplicht |
| Procederen boven € 25.000 | nee | nee | ja, verplicht |
De praktische scheidslijn is de kantongrens van € 25.000 (artikel 93 Rv) en de aard van het verweer. Voor kantonzaken kunt u op grond van artikel 79 lid 1 Rv in persoon procederen en volstaat vaak een deurwaarder; in alle overige zaken kunnen partijen niet in persoon procederen "maar slechts bij advocaat" (artikel 79 lid 2 Rv). En zodra uw debiteur inhoudelijk verweer voert — ondeugdelijke levering, verrekening, een betwiste opdracht — verandert de zaak van een incassokwestie in een bewijskwestie, en daar is een incassobureau niet voor uitgerust.
Aarzel niet als u vermoedt dat uw debiteur vermogen wegsluist of op omvallen staat. Dan is de volgorde omgekeerd: eerst conservatoir beslag, dan pas de discussie.
Welke kosten en rente mag u als ondernemer doorberekenen?
Bij een handelsovereenkomst tussen ondernemingen bent u ten minste € 40 aan invorderingskosten verschuldigd zonder aanmaning, loopt de handelsrente van rechtswege vanaf de dag na de uiterste betaaldag, en gelden de dwingende consumenteneisen niet. Dat maakt zakelijke incasso wezenlijk eenvoudiger dan consumentenincasso — mits uw administratie klopt.
Artikel 6:96 lid 4 BW: bij een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 119a lid 1 of artikel 119b lid 1 bestaat de vergoeding uit ten minste € 40, "zonder aanmaning verschuldigd vanaf de dag volgende op de dag waarop de wettelijke of overeengekomen uiterste dag van betaling is verstreken". Daarvan kan niet ten nadele van de schuldeiser worden afgeweken. Dit is de Nederlandse uitwerking van artikel 6 van Richtlijn 2011/7/EU inzake bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties.
Artikel 6:119a lid 1 BW laat de handelsrente lopen "met ingang van de dag volgend op de dag die is overeengekomen als de uiterste dag van betaling". Is er geen uiterste betaaldag afgesproken, dan gaat de rente van rechtswege lopen na dertig dagen, te rekenen vanaf onder meer de dag na ontvangst van de factuur of na ontvangst van de prestatie. Artikel 6:119b BW doet hetzelfde voor handelsovereenkomsten met een overheidsinstantie.
Voor uw praktijk:
- Zet een uiterste betaaldatum op elke factuur. Zonder die datum valt u terug op de wettelijke
dertigdagenregeling, en dat kost weken rente.
- Beperk lange betaaltermijnen in uw voorwaarden. De richtlijn stelt grenzen aan wat tussen
ondernemingen mag worden afgesproken, en een kennelijk onbillijk beding kan sneuvelen.
- Boven de € 40 is de staffel uw ijkpunt — dezelfde percentages als in deel 1, alleen zonder de
dwingende consumentenbescherming en de veertiendagenbrief.
- Levert u ook aan particulieren, dan geldt daarvoor het strengere regime. Eén incassosjabloon voor
beide groepen is de meest voorkomende oorzaak van afgewezen incassokosten.
Hoe lang duurt incasso, en wanneer is een kort geding of beslag zinvol?
Een onbetwiste kantonzaak kan binnen enkele maanden tot een vonnis leiden; een verweerde zaak duurt aanzienlijk langer. Wie snelheid nodig heeft, komt uit bij het kort geding of bij conservatoir beslag. Die twee worden vaak door elkaar gehaald, terwijl ze verschillende problemen oplossen.
Kort geding. De voorzieningenrechter is op grond van artikel 254 lid 1 Rv bevoegd "in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist". Een geldvordering in kort geding kan, maar de rechter is terughoudend: u moet aannemelijk maken dat de vordering bestaat en dat het spoedeisend is, en er wordt gekeken naar het restitutierisico. Voor een onbetwiste factuur waarbij u alleen ongeduldig bent, is dit niet de route; voor een liquiditeitsprobleem dat uw eigen onderneming bedreigt, kan het dat wel zijn. In zaken die ten gronde bij de kantonrechter horen, is ook de kantonrechter bevoegd zo'n voorziening te geven (artikel 254 lid 5 Rv).
Conservatoir beslag. Dit is het krachtigste middel dat u vóór een vonnis heeft. Op grond van artikel 700 Rv wordt het gelegd na verlof van de voorzieningenrechter, op verzoekschrift. Het verlof wordt in beginsel zonder de wederpartij te horen verleend — het verrassingseffect is het hele punt — en de rechter beslist na summier onderzoek; tegen het verlof staat geen hogere voorziening open. Is er nog geen eis in de hoofdzaak ingesteld, dan wordt het verlof verleend onder de voorwaarde dat dit gebeurt binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn van ten minste acht dagen na het beslag; overschrijding doet het beslag vervallen (artikel 700 lid 3 Rv). Er is dus geen vaste veertiendagentermijn, anders dan vaak wordt geschreven.
Een debiteur met een bevroren bankrekening komt doorgaans binnen dagen aan tafel. Doe het niet lichtvaardig: blijkt de vordering achteraf ongegrond, dan bent u in beginsel aansprakelijk voor de schade die het beslag veroorzaakte. Voor het verlofverzoek is een advocaat vereist.
Kosten. De griffierechten in kantonzaken lopen op met de hoogte van de vordering en verschillen voor natuurlijke en niet-natuurlijke personen; de actuele tarieven staan op rechtspraak.nl. Calculeer in dat alleen de eisende partij griffierecht betaalt, en dat een proceskostenveroordeling zelden uw volledige kosten dekt omdat die volgens het liquidatietarief wordt begroot. Bron: Rechtspraak.nl, griffierecht kanton.
Faillissement aanvragen als incassomiddel: kan dat?
Het kan, maar alleen als er naast uw eigen opeisbare vordering ten minste één andere schuldeiser is en de debiteur werkelijk is opgehouden te betalen. Als pressiemiddel bij een kleine vordering is het niet alleen ongeschikt, maar ook verwijtbaar.
Artikel 1 lid 1 Fw bepaalt dat de schuldenaar "die in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen", op eigen aangifte of op verzoek van een of meer van zijn schuldeisers, bij rechterlijk vonnis in staat van faillissement wordt verklaard. Artikel 6 lid 3 Fw voegt toe dat de faillietverklaring wordt uitgesproken "indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten of omstandigheden, welke aantonen, dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, en, zo een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze".
Het pluraliteitsvereiste staat niet in de wet maar volgt uit de rechtspraak: van die toestand blijkt in het algemeen indien sprake is van pluraliteit van schuldeisers, terwijl ten minste één vordering opeisbaar is (zie ECLI:NL:RBROT:2025:9485 en ECLI:NL:RBROT:2025:9486). De Hoge Raad lichtte dat toe in ECLI:NL:HR:2014:1681: de eis wordt gesteld omdat het faillissement ten doel heeft het vermogen te verdelen onder de gezamenlijke schuldeisers, en met dat doel strookt niet de faillietverklaring van iemand die slechts één schuldeiser heeft. Tegelijk is het bestaan van meer schulden "weliswaar een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde". De steunvordering hoeft niet opeisbaar te zijn en hoeft geen geldsom te betreffen, mits zij ter verificatie kan worden ingediend; een toekomstige vordering volstaat niet.
Wél zinvol: de debiteur betaalt aantoonbaar selectief en heeft meerdere schuldeisers, en uw vordering is substantieel en onbetwist. Niet zinvol: bij een betwiste vordering (de faillissementsrechter is niet de plaats om een geschil uit te vechten), bij een debiteur zonder verhaal, en bij een kleine consumentenvordering — zoals de hierboven besproken tuchtzaak van 7 juli 2026 laat zien (ECLI:NL:GHAMS:2026:1998). Voor de aanvraag is een advocaat vereist (artikel 5 lid 1 Fw).
Mijn debiteur is failliet. Krijg ik nog iets?
U meldt uw vordering aan bij de curator ter verificatie, maar als gewone concurrente schuldeiser staat u achteraan — en in veel faillissementen blijft er voor die groep niets over. Wat u vooraf regelde, bepaalt vrijwel volledig wat u nog krijgt.
Uitgekeerd wordt in grote lijnen: eerst de separatisten (pand- en hypotheekhouders, die hun recht in beginsel kunnen uitoefenen alsof er geen faillissement is), dan de boedelschulden, dan de preferente vorderingen, en pas daarna de concurrente schuldeisers naar evenredigheid. De grondslag is artikel 3:277 lid 1 BW: schuldeisers hebben onderling een gelijk recht om uit de netto-opbrengst te worden voldaan naar evenredigheid van ieders vordering, "behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang" — welke voorrang voortvloeit uit pand, hypotheek en voorrecht (artikel 3:278 lid 1 BW). De rangorde als geheel staat niet in één wetsartikel; zij is in de rechtspraak uitgewerkt.
Aanmelden doet u op grond van artikel 110 lid 1 Fw door of bij de curator, met een schriftelijke verklaring die de aard en het bedrag van de vordering aangeeft, vergezeld van de bewijsstukken en van een opgave of aanspraak wordt gemaakt op voorrecht, pand, hypotheek of retentierecht.
| Instrument | Wat het doet | Waar het staat |
|---|---|---|
| Eigendomsvoorbehoud | u blijft eigenaar tot volledige betaling; de zaak valt buiten de boedel | artikel 3:92 BW |
| Recht van reclame | u vordert een afgeleverde, onbetaalde roerende zaak terug met een schriftelijke verklaring | artikelen 7:39 tot en met 7:44 BW |
| Pandrecht | separatistpositie op voorraad, inventaris of vorderingen | Boek 3 BW |
| Bankgarantie of borgstelling | verhaal buiten de boedel om | overeenkomst |
Het eigendomsvoorbehoud is het meest onderbenutte instrument in het mkb. Op grond van artikel 3:92 lid 1 BW wordt de verkoper die zich de eigendom voorbehoudt totdat een prestatie is voldaan, vermoed zich te verbinden tot overdracht onder opschortende voorwaarde van voldoening. Het moet wel in de overeenkomst of in tijdig ter hand gestelde algemene voorwaarden staan, én uw zaken moeten identificeerbaar zijn bij de curator: wie onbedrukte standaardgoederen levert zonder registratie, heeft juridisch gelijk maar feitelijk niets.
Het recht van reclame vraagt snelheid, maar minder dan vaak wordt gedacht: op grond van artikel 7:44 BW vervalt de bevoegdheid pas wanneer zowel zes weken zijn verstreken nadat de vordering tot betaling opeisbaar werd, als zestig dagen te rekenen vanaf de dag waarop de zaak onder de koper is opgeslagen. Beide termijnen moeten dus zijn verstreken. Wel moet het afgeleverde zich nog in dezelfde staat bevinden als waarin het werd afgeleverd (artikel 7:41 BW).
Naast faillissement bestaat de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA), in werking sinds 1 januari
- Op grond van artikel 370 lid 1 Fw kan een schuldenaar bij wie redelijkerwijs aannemelijk is dat hij
met het betalen van zijn schulden niet zal kunnen voortgaan, een akkoord aanbieden dat de rechtbank kan homologeren; als schuldeiser kunt u daaraan tegen uw wil gebonden raken. De regeling geldt niet voor natuurlijke personen zonder zelfstandig beroep of bedrijf (artikel 369 lid 1 Fw). Voor hen bestaat de wettelijke schuldsaneringsregeling van titel III Fw, die tot een schone lei kan leiden — waarna uw restvordering in beginsel niet meer afdwingbaar is.
Internationale incasso: hoe krijg ik mijn geld uit het buitenland?
Binnen de Europese Unie is incasso aanzienlijk eenvoudiger dan de meeste ondernemers denken: er bestaan twee snelle Europese procedures, en een Nederlands vonnis is in de andere lidstaten uitvoerbaar zonder exequatur. Buiten de EU hangt alles af van de vraag of er een verdrag is — en met veel landen is dat er niet.
| Instrument | Waarvoor | Kern |
|---|---|---|
| Europees betalingsbevel — Verordening (EG) nr. 1896/2006 | onbetwiste, liquide geldvorderingen in grensoverschrijdende burgerlijke en handelszaken | aanvraag via standaardformulier; de verweerder heeft 30 dagen na betekening om verweer te voeren; doet hij dat niet, dan wordt het bevel uitvoerbaar verklaard |
| Europese procedure voor geringe vorderingen — Verordening (EG) nr. 861/2007 | vorderingen tot en met € 5.000, rente en kosten niet meegerekend | schriftelijke procedure via formulieren; de drempel is per 14 juli 2017 verhoogd van € 2.000 naar € 5.000 |
| Brussel I-bis — Verordening (EU) nr. 1215/2012 | bevoegdheid en tenuitvoerlegging | een in een lidstaat gegeven en daar uitvoerbare beslissing is in de andere lidstaten uitvoerbaar zonder verklaring van uitvoerbaarheid (artikel 39) |
| Europees bankbeslag — Verordening (EU) nr. 655/2014 | conservatoir beslag op buitenlandse bankrekeningen | zonder de debiteur vooraf te horen |
Wordt in het Europees betalingsbevel verweer gevoerd, dan is de snelle route voorbij en gaat de zaak in een reguliere procedure verder. Het instrument is dus uitstekend voor debiteuren die niet betalen maar niets te betwisten hebben, en ongeschikt voor echte geschillen.
Welke rechter is bevoegd? De hoofdregel van Brussel I-bis is dat u de debiteur oproept voor de gerechten van de lidstaat waar hij woonplaats heeft (artikel 4). Bij verbintenissen uit overeenkomst kunt u daarnaast kiezen voor de plaats van uitvoering: bij koop van roerende zaken de plaats waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of hadden moeten worden, bij diensten de plaats waar de diensten werden of hadden moeten worden verstrekt (artikel 7 lid 1). Een forumkeuzebeding bespaart u die discussie helemaal.
Buiten de Europese Unie wordt het beeld schraler — precies waar de zoekopdrachten incasso in turkije, incasso in verenigd koninkrijk en buitenlandse incasso vandaan komen.
- Verenigd Koninkrijk. Sinds het einde van de overgangsperiode valt het VK niet meer onder Brussel I-bis.
Het is wel zelfstandig partij bij het Haags Forumkeuzeverdrag 2005, met werking vanaf 1 januari 2021, en bij het Haags Vonnissenverdrag 2019, dat voor het VK op 1 juli 2025 in werking is getreden; voor de EU geldt dat verdrag sinds 1 september 2023. Een geldige forumkeuze in uw contract is hier goud waard.
- Turkije. Er bestaat geen executieverdrag tussen Nederland en Turkije voor civiele vonnissen. De weg is
artikel 431 lid 2 Rv: de zaak wordt hier opnieuw behandeld en beslist, waarbij de Nederlandse rechter onder voorwaarden gewicht kan toekennen aan de buitenlandse beslissing. Let op het onderscheid met arbitrage: Turkije is wél partij bij het Verdrag van New York 1958, zodat een arbitraal vonnis een veel eenvoudiger traject kent. Wie structureel met Turkije handelt, doet er verstandig aan een arbitragebeding te overwegen. Wij spreken Turks en behandelen dit type dossiers.
- Overige landen. Vaak resteert een procedure in het land van de debiteur zelf, met een lokale advocaat.
Dat maakt de afweging tussen doorpakken en afboeken een zakelijke, geen juridische beslissing.
Wat u vooraf kunt regelen en achteraf niet meer: een rechtskeuze, een forumkeuze of arbitragebeding, een eigendomsvoorbehoud dat ook naar buitenlands recht standhoudt, en zekerheden zoals vooruitbetaling, een bankgarantie of een kredietverzekering. Bij internationale handel is de contractfase bepalender voor uw incassopositie dan het incassotraject daarna.
Wanneer heeft u een advocaat nodig bij incasso?
Zodra er inhoudelijk verweer komt, zodra het belang groot is, zodra er haast bij is — en, aan de andere kant, zodra u zelf gedagvaard bent of beslag dreigt.
| Signaal | Waarom nu |
|---|---|
| U heeft een dagvaarding ontvangen | de termijnen zijn kort en niet verschijnen leidt tot verstek |
| Er is beslag gelegd op uw loon of bankrekening | de beslagvrije voet en de bankbeslagbescherming worden regelmatig te laag toegepast |
| De incassokosten wijken af van de staffel | het meerdere is bij een consument in beginsel niet verschuldigd |
| U twijfelt of de vordering verjaard is | doe geen betaling en teken geen regeling voordat dit is beoordeeld |
| Uw debiteur betwist inhoudelijk | de zaak is dan geen incasso meer maar een bewijskwestie |
| U vermoedt dat uw debiteur vermogen wegsluist | conservatoir beslag vraagt een verlof, en snelheid |
| De vordering ligt boven € 25.000 | een advocaat is dan verplicht (artikel 79 lid 2 Rv) |
| Uw debiteur is failliet of zit in het buitenland | termijnen en routes zijn hier bijzonder |
Bent u ondernemer, dan is de eerste vraag niet juridisch maar feitelijk: is er verhaal? Een verhaalsonderzoek vooraf voorkomt dat u een vonnis koopt dat niets waard is.
Checklist
Ontvangt u een incassobrief:
- Is het een gewone brief of een exploot van een gerechtsdeurwaarder, en heeft u de envelop bewaard?
- Heeft u een specificatie van hoofdsom, rente en kosten gekregen?
- Is er een veertiendagenbrief geweest, en klopt de termijnformulering daarin?
- Komen de incassokosten overeen met de staffel, en staan er losse dossierkosten bovenop?
- Vanaf welke datum wordt rente gerekend, en is er verzuim ingetreden?
- Kan de vordering verjaard zijn, en heeft u sindsdien iets erkend of betaald?
- Ligt er een dagvaarding, en wat is de rolzitting? Loopt er beslag, en klopt de beslagvrije voet?
Bent u ondernemer:
- Staat er een uiterste betaaldatum op uw facturen, en zijn uw voorwaarden tijdig ter hand gesteld?
- Gebruikt u een aparte consumentenaanmaning die aan artikel 6:96 lid 6 BW voldoet?
- Heeft u een eigendomsvoorbehoud, en zijn uw zaken identificeerbaar?
- Biedt uw debiteur verhaal, en betwist hij inhoudelijk of kan hij enkel niet betalen?
Over dit advies
Arslan & Arslan Advocaten behandelt incasso- en procesrechtzaken vanuit kantoren in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Tilburg en Eindhoven. Wij staan zowel particulieren bij die met een deurwaarder, beslag of dagvaarding te maken krijgen, als ondernemers die hun vorderingen willen incasseren — in gescheiden dossiers, zodat er geen belangenverstrengeling ontstaat. Wij behandelen ook internationale incasso's, waaronder zaken met een Turkse of Poolse component. Naast Nederlands spreken wij Turks en Pools.
**Bel [070 450 0300](tel:+31704500300) of stuur ons uw vraag via het contactformulier.** Wij laten u weten waar u staat en wat de volgende stap is.
Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies over uw eigen zaak. Bedragen, percentages en termijnen kunnen wijzigen; genoemde bedragen gelden per de daarbij vermelde datum. Aan de genoemde uitgangspunten kunnen geen rechten worden ontleend.
Verwante onderwerpen
| Onderwerp | Waar het om draait | Lees verder |
|---|---|---|
| Huurachterstand en ontruiming | het traject van aanmaning tot ontruiming, en uw verweer | huurrecht |
| BKR-registratie | een achterstand kan tot een codering leiden die uw hypotheek blokkeert | BKR-registratie verwijderen |
| EVR-registratie | registratie na een fraudevermoeden, met verstrekkende gevolgen | EVR-registratie verwijderen |
| Vaststellingsovereenkomst | wat u vastlegt bij een schikking of betalingsregeling | vaststellingsovereenkomst |