Letsel opgelopen? Dit is belangrijk om te weten.
Een vordering wegens letsel verjaart in beginsel vijf jaar nadat u bekend bent met de schade en de aansprakelijke persoon.
- Was u minderjarig? Dan gaat die termijn pas lopen op uw achttiende verjaardag.
- Bewaar alles: medische stukken, foto’s, het schadeformulier en uw eigen aantekeningen.
- Wij beoordelen kosteloos of u een zaak heeft en zeggen het eerlijk als dat niet zo is.
Bel 070 450 0300WhatsApp onsStuur uw stukken op
Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.
De wet eist niet dat een veiligheidsinstructie in uw eigen taal wordt gegeven. De wet eist dat de instructie doeltreffend is. Begreep u niet wat er van u werd verwacht en had de werkgever dat kunnen weten, dan is de instructie in beginsel niet doeltreffend geweest, ook al lag er een getekend formulier. Een handtekening onder een Nederlandstalig document bewijst dat u hebt getekend, niet dat u het hebt begrepen.
English: Read this article in English: Safety instructions and language: was the explanation actually effective?
Türkçe: Bu makaleyi Türkçe okuyun: Güvenlik talimatları ve dil: açıklama gerçekten etkili miydi?
Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Inhoudelijk gecontroleerd op 17 september 2026 aan de hand van de wettekst op wetten.overheid.nl.
Wat de wet van een instructie vraagt
Twee bepalingen werken hier samen.
Artikel 7:658 lid 1 BW verplicht de werkgever de maatregelen te treffen en de aanwijzingen te geven die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat u in de uitoefening van uw werk schade lijdt. Artikel 8 van de Arbeidsomstandighedenwet werkt dat uit: de werkgever zorgt dat werknemers doeltreffend worden ingelicht over de werkzaamheden, de daaraan verbonden risico’s en de maatregelen daartegen. Hij moet er bovendien op toezien dat de instructies worden nageleefd.
In dat woord “doeltreffend” zit het hele geschil. Doeltreffend betekent: afgestemd op wie er voor u staat. Een ervaren monteur heeft aan een half woord genoeg. Een uitzendkracht die vandaag voor het eerst achter een machine staat en het Nederlands niet beheerst, heeft iets anders nodig.
Papier versus praktijk
Werkgevers wijzen na een ongeval vaak op documenten: een ondertekend introductieformulier, een veiligheidsboekje, een e-learning met een afvinkvakje. Die stukken tellen mee, maar zijn niet beslissend. De vraag is of de instructie in de concrete werksituatie voldoende was.
| Wat er vaak ligt | Wat de rechter wil weten |
|---|---|
| Getekend veiligheidsformulier | Wat is er feitelijk verteld en getoond? In welke taal? Door wie? |
| Veiligheidsboekje in het Nederlands | Beheerste de werknemer die taal voldoende om de tekst te begrijpen? |
| Pictogrammen bij de machine | Waren die zichtbaar vanaf de werkplek en gingen ze over dit risico? |
| Algemene introductiedag | Was er instructie voor déze machine en déze taak? |
| “Hij was ervaren” | Waaruit blijkt die ervaring, en gold die ook voor dit type werk? |
| Instructie bij indiensttreding | Is die herhaald toen het werk of het materieel veranderde? |
Een voorbeeld uit het magazijn
Een uitzendkracht wordt op zijn tweede dag gevraagd een elektrische pallettruck te gebruiken omdat het druk is. Hij krijgt te horen: “hier is de knop, rijden maar.” Er is geen instructie over remweg, over rijden met zicht belemmerd door de last, en niet over de looproute waar collega’s lopen. Er wordt niet gecontroleerd of hij het begrijpt. Bij het achteruitrijden raakt hij een collega.
De werkgever zal wijzen op het introductieformulier dat de uitzendkracht op dag één tekende. Dat formulier ging over algemene huisregels, niet over dit arbeidsmiddel. Dan is het verweer dun: er was geen instructie voor deze taak, geen demonstratie en geen toezicht.
Voor gemotoriseerde transportmiddelen komt daar iets bij. Het Arbobesluit eist dat mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving worden bediend door werknemers die daartoe een specifieke deskundigheid bezitten (artikel 7.17c lid 1 Arbobesluit). Kan de werkgever niet laten zien hoe u die deskundigheid had verkregen, dan staat hij in beginsel zwak.
Hoe ver gaat de zorgplicht bij dagelijkse handelingen?
De zorgplicht is ruim, maar niet absoluut. Bij de beoordeling of een gevaarlijke situatie onrechtmatig is, wegen rechters sinds het Kelderluik-arrest vier gezichtspunten: hoe groot is de kans dat iemand niet oplet, hoe groot is de kans op een ongeval, hoe ernstig zijn de gevolgen, en hoe bezwaarlijk was het om maatregelen te nemen (Hoge Raad 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079).
Dat laatste punt is in taalsituaties belangrijk. Een instructie in een begrijpelijke taal geven, laten voordoen en laten terugvertellen kost weinig. Juist omdat de maatregel zo eenvoudig is, weegt het nalaten ervan zwaar.
Tegelijk geldt: de werkgever hoeft niet te waarschuwen tegen elk alledaags risico. Bij handelingen die iedereen kent, mag hij ervan uitgaan dat een werknemer normale voorzichtigheid betracht. Het verschil zit in het bijzondere risico van de werkplek.
Instructie vervangt geen technische veiligheid
Een begrijpelijke instructie is belangrijk, maar zij is niet het enige wat de werkgever moet regelen. De Arbeidsomstandighedenwet gaat ervan uit dat gevaren zoveel mogelijk bij de bron worden aangepakt, bijvoorbeeld met afscherming van een machine of een gescheiden looproute. Pas waar dat redelijkerwijs niet kan, komen andere maatregelen in beeld (artikel 3 lid 1 Arbowet). Een machine zonder nodige afscherming wordt dus niet veilig door een extra waarschuwing of een vertaald formulier. Laat daarom naast de uitleg ook de werkplek, de middelen, het toezicht en de werkorganisatie onderzoeken.
Omgekeerd bewijst het ontbreken van een vertaling niet zonder meer dat het ongeval daardoor is ontstaan. De werkgever kan aanvoeren dat het ongeval ook met een begrijpelijke instructie zou zijn gebeurd. Of dat verweer slaagt, hangt af van de feiten. Hoe concreter vaststaat welke uitleg ontbrak en welke handeling tot het ongeval leidde, hoe beter dat verband te beoordelen is.
Wat u kunt vastleggen over de instructie
- Wie gaf de instructie, in welke taal en hoe lang duurde die?
- Werd het voorgedaan, of alleen verteld?
- Werd gecontroleerd of u het begreep, bijvoorbeeld door u het te laten herhalen?
- Was er een tolk, een collega die vertaalde, of materiaal in uw taal?
- Hebt u een kopie gekregen van wat u ondertekende? Zo niet, vraag die op.
- Stond er iemand bij toen u het werk voor het eerst deed?
- Veranderde het werk of het materieel na de instructie?
Bent u uitzendkracht, vraag dan zowel bij het uitzendbureau als bij de inlener naar de stukken. Het uitzendbureau moet u vóór aanvang een document met de risico’s op de werkplek geven; de inlener geeft de instructie op de vloer.
Maak het verband met de taal zo concreet mogelijk. Benoem welke specifieke instructie ontbrak of onbegrijpelijk was, in plaats van achteraf alleen te stellen dat u ‘niets begreep’ als sommige onderdelen wel duidelijk waren. Leg vast welke talen u op het moment van de uitleg begreep en hoe goed, bijvoorbeeld aan de hand van uw opleiding, eerdere banen of de intake bij het uitzendbureau. Bewaar appberichten, video’s en werkinstructies in de oorspronkelijke vorm, naast een eventuele vertaling. Vraag getuigen om hun eigen waarneming, bijvoorbeeld dat de uitleg alleen mondeling in het Nederlands werd gegeven en dat niemand vertaalde.
Hulp bij een dossier over instructie en taal
Wordt uw claim afgewezen met de mededeling dat u “voldoende geïnstrueerd” was? Laat beoordelen wat er feitelijk is gebeurd. Wij vragen de instructiedocumenten, de risico-inventarisatie en het onderhoudslogboek op en leggen die naast uw eigen verklaring.
Stelt de werkgever dat u de instructie bewust negeerde, lees dan meer over eigen schuld en bewuste roekeloosheid bij een bedrijfsongeval.
Bel 070 450 0300 of stuur uw vraag via het contactformulier.
Veelgestelde vragen
Moet mijn werkgever de instructie in mijn eigen taal geven?
De wet schrijft geen taal voor, maar eist dat de voorlichting doeltreffend is. Begrijpt u de taal onvoldoende, dan is een uitsluitend Nederlandstalige instructie in beginsel niet doeltreffend, tenzij de uitleg op een andere manier wel overkwam, bijvoorbeeld door voordoen, vertaling of controle van begrip.
Ik heb een veiligheidsformulier getekend. Ben ik dan kansloos?
Nee. Een handtekening bewijst dat u iets hebt ondertekend, niet dat de instructie toereikend en begrijpelijk was. Wat er feitelijk is verteld en getoond, is bepalend.
Zijn pictogrammen voldoende als instructie?
Pictogrammen zijn een aanvulling, geen vervanging. Zij waarschuwen voor een gevaar maar leggen niet uit hoe u veilig werkt. Voor onder meer heftrucks en andere mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving eist het Arbobesluit dat de bediener een specifieke deskundigheid bezit.
Ik ben uitzendkracht. Wie moet mij instrueren?
Beiden. Het uitzendbureau moet u vooraf informeren over de risico’s op de werkplek; de inlener geeft de instructie en houdt toezicht op de vloer. Beiden kunnen aansprakelijk zijn, de inlener via artikel 7:658 lid 4 BW.
Moet een instructie worden herhaald?
Als het werk, het materieel of de risico’s veranderen wel. Ook bij werk waarbij routine tot onoplettendheid leidt, mag van de werkgever worden verwacht dat hij blijft instrueren en toezicht houdt.
Lees ook
- Bedrijfsongeval: wanneer is uw werkgever aansprakelijk?
- Bedrijfsongeval als uitzendkracht: wie is aansprakelijk?
- Heftruck- of shovelongeluk op het werk: wie betaalt de schade?
- Aansprakelijkheid voor uw bedrijfsongeval afgewezen
Lees verder over dit onderwerp
- Werkgever onverzekerd of failliet: kunt u uw schade nog verhalen?
- Werkgever aansprakelijk stellen bij een bedrijfsongeval
- Vallen van hoogte: het meest voorkomende bedrijfsongeval
Bronnen en juridische basis
- Artikel 7:658 BW (zorgplicht, aanwijzingen en aansprakelijkheid).
- Artikel 8 Arbeidsomstandighedenwet (voorlichting, onderricht en toezicht op naleving).
- Arbeidsomstandighedenbesluit, hoofdstuk 7 (arbeidsmiddelen; artikel 7.17c: specifieke deskundigheid voor de bediening van mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving).
- Hoge Raad 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079 (Kelderluik-criteria).
Bronnen gecontroleerd op 17 september 2026.
Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies over uw eigen situatie. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend.



