Een brief waarin uw verzekeraar schrijft dat hij fraude vermoedt, zet uw wereld op zijn kop. U heeft een claim ingediend omdat u schade heeft geleden, maar in plaats van een uitkering ontvangt u een brief waarin staat dat uw verzekeraar fraude vermoedt. Dit is een situatie die vaker voorkomt dan u denkt en die verstrekkende gevolgen kan hebben voor uw financiële positie en uw toekomst. In dit artikel leest u precies wat u kunt doen als uw verzekeraar u van fraude beschuldigt, welke rechten u heeft en hoe u zich het beste kunt verweren.
Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Onur Arslan heeft jarenlange ervaring met privaatrechtelijke geschillen, waaronder verzekeringsrechtelijke en BKR-gerelateerde geschillen. Inhoudelijk bijgewerkt op 2 oktober 2026.
Wat betekent een fraudebeschuldiging door uw verzekeraar?
Een beschuldiging van verzekeringsfraude houdt in dat uw verzekeraar vermoedt dat u opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt om een uitkering te verkrijgen waar u geen recht op heeft. Dit kan gaan om het overdrijven van schade, het verzinnen van een schadegebeurtenis of het achterhouden van relevante informatie. Verzekeraars hebben speciale afdelingen die zich bezighouden met het opsporen van mogelijke fraude en zij maken gebruik van geavanceerde onderzoeksmethoden. Het is belangrijk om te beseffen dat een beschuldiging nog geen bewijs is. Verzekeraars stellen soms te snel dat er sprake is van fraude, terwijl er in werkelijkheid sprake kan zijn van een misverstand, een communicatiefout of een verschil van inzicht over de omvang van de schade. Toch moet u een dergelijke beschuldiging altijd serieus nemen, want de gevolgen kunnen enorm zijn.
Gevolgen van een fraudebeschuldiging door de verzekeraar
Als uw verzekeraar u beschuldigt van fraude, kunnen de gevolgen zeer ingrijpend zijn. De verzekeraar kan allereerst besluiten om uw claim volledig af te wijzen.
Daarnaast kan de verzekeraar uw polis per direct beëindigen, waardoor u zonder verzekeringsdekking komt te zitten. Ook kan de verzekeraar u opnemen in zijn eigen Incidentenregister en, als aan de zwaardere eisen van het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI) is voldaan, in zijn Extern Verwijzingsregister (EVR). Een registratie in het EVR heeft verstrekkende consequenties. Andere aangesloten financiële instellingen zien bij een aanvraag dat u erin staat, ook al zien zij niet waarom. Dat kan ertoe leiden dat u moeilijker, of alleen onder andere voorwaarden, een nieuwe verzekering krijgt. Bovendien kan de verzekeraar eerder gedane uitkeringen terugvorderen en in ernstige gevallen zelfs aangifte doen bij de politie.
Registratie in het Extern Verwijzingsregister
Het Extern Verwijzingsregister is onderdeel van het waarschuwingssysteem van financiële instellingen dat in het PIFI is geregeld. Iedere deelnemende instelling heeft een eigen EVR, gekoppeld aan haar Incidentenregister. Voor verzekeraars draait de verwijzingsapplicatie bij Stichting CIS, die daarbij alleen als verwerker optreedt. Andere instellingen krijgen bij een raadpleging alleen een melding dat u in het EVR staat, niet de reden. Een registratie kan maximaal acht jaar blijven staan en heeft gedurende die periode grote invloed op uw mogelijkheden om verzekeringen af te sluiten. Het is daarom van cruciaal belang dat u zich verzet tegen een onterechte registratie.
Als verzekerde heeft u rechten die u beschermen tegen onterechte beschuldigingen. De verzekeraar draagt in beginsel de bewijslast en moet aantonen dat er daadwerkelijk sprake is van fraude. Een vermoeden alleen is onvoldoende. De verzekeraar moet concrete feiten en omstandigheden aanvoeren die de beschuldiging van fraude onderbouwen.
Daarnaast heeft u recht op inzage in het onderzoeksdossier. Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) kunt u de verzekeraar verzoeken om alle persoonsgegevens die over u zijn verzameld in te zien. Dit geldt ook voor onderzoeksrapporten en gespreksverslagen. Door inzage te vragen in het dossier kunt u beoordelen op welke gronden de verzekeraar u van fraude beschuldigt en of deze gronden deugdelijk zijn.
Het proportionaliteitsbeginsel
Verzekeraars zijn gebonden aan het proportionaliteitsbeginsel. Dit betekent dat de maatregelen die de verzekeraar neemt in verhouding moeten staan tot de ernst van de geconstateerde onregelmatigheid. Het volledig royeren van een polis en het registreren in het EVR bij een relatief klein vergrijp kan disproportioneel zijn. De rechter toetst in geschillen regelmatig of de verzekeraar proportioneel heeft gehandeld.
Vijf beslissingen die u uit elkaar moet houden
Een fraudebeschuldiging valt uiteen in een reeks afzonderlijke beslissingen van de verzekeraar. Ze volgen elkaar op, maar ze staan juridisch los van elkaar en worden ook los getoetst — elk met een eigen grondslag en een eigen drempel. Wie ze op één hoop gooit, voert het verkeerde verweer.
| Beslissing | Grondslag en waar het verweer op aangrijpt |
|---|---|
| 1. Het onderzoek een feitenonderzoek, soms met een persoonlijk onderzoek naar u |
De opzet en uitvoering van het onderzoek, de naleving van de privacyregels en de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Verzekeraars (de oude Gedragscode Persoonlijk Onderzoek is per 1 januari 2024 vervallen), uw recht op inzage in de bevindingen en op reactie vóór het besluit. Zie fraudeonderzoek door de verzekeraar. |
| 2. De claimafwijzing weigering van de uitkering |
Art. 7:941 lid 5 BW: verval alleen bij opzet tot misleiding, te bewijzen door de verzekeraar, én “behoudens voor zover deze misleiding het verval niet rechtvaardigt”. Gaat het om een ondergeschikt deel van een overigens terechte claim, dan is volledig verval aanvechtbaar. |
| 3. De polisbeëindiging royement van uw verzekering |
Een eigen grondslag in de polis of in de wet, met een eigen termijn. Bij verzwijging bijvoorbeeld: opzeggen kan alleen binnen twee maanden na ontdekking en alleen in de gevallen van art. 7:929 lid 2 BW. Zie royement van een verzekering. |
| 4. De registratie incidentenregister, EVR, en soms de CIS-databank |
Per register een andere toets. Incidentenregister: de doelomschrijving van art. 4.1.1 PIFI plus proportionaliteit en subsidiariteit (art. 4.1.2). EVR: de zwaardere, cumulatieve eisen van art. 5.2.1 PIFI, waaronder dat het in voldoende mate vaststaat dat u erbij betrokken bent en dat in beginsel aangifte wordt gedaan. CIS-databank: een vertrouwelijke mededeling na royement is iets anders dan een fraudesignaal. Ook de duur is zelfstandig toetsbaar. Zie EVR-registratie verwijderen of verkorten. |
| 5. De vordering terugvordering van uitkeringen en onderzoekskosten, vaak via SODA |
Grondslag en omvang afzonderlijk beoordelen. Een onderzoekskostenclaim volgt niet automatisch uit een fraudeconclusie. Zie onderzoekskosten en SODA betwisten. |
De praktische betekenis: het is heel goed mogelijk dat de claimafwijzing standhoudt terwijl de EVR-registratie sneuvelt, of andersom. Voer daarom per beslissing een eigen, op die grondslag toegesneden verweer, en laat u niet meeslepen in één algemeen betoog dat “er geen fraude was”.
Is er ook strafrechtelijk aangifte gedaan, dan loopt dat als vierde spoor mee. Een sepot of vrijspraak beëindigt de registratie niet vanzelf, maar is wel een zwaarwegend argument; wat daarvoor nodig is, staat in EVR-registratie na vrijspraak of sepot.
Wat wij doen als u zich meldt
- Wij vragen het onderzoeksrapport, het registratiebesluit en de vastgelegde proportionaliteitsafweging op.
- Wij beoordelen per spoor of het besluit stand houdt en waar de onderbouwing tekortschiet.
- Wij voeren het verweer bij de verzekeraar, en zo nodig de klacht bij Kifid of de procedure bij de rechter.
- Bij tijdsdruk, bijvoorbeeld een lopende hypotheekaanvraag, beoordelen wij of een kort geding zinvol is.
Uw zaak wordt behandeld door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Wij spreken naast Nederlands ook Turks, Pools en Engels.
Wat kunt u doen als de verzekeraar u beschuldigt van fraude?
Het eerste en belangrijkste advies is: reageer niet overhaast. Onderneem geen actie zonder eerst juridisch advies in te winnen. Alles wat u zegt of schrijft kan tegen u worden gebruikt in een later stadium. Hieronder vindt u een overzicht van de stappen die u kunt ondernemen.
Stap 1: Neem de beschuldiging serieus
Hoe onterecht de beschuldiging ook mag voelen, neem deze altijd serieus. Negeer brieven of oproepen van de verzekeraar niet. Door niet te reageren kan de verzekeraar eenzijdig maatregelen treffen zonder dat u uw kant van het verhaal heeft kunnen toelichten.
Stap 2: Verzamel alle relevante documenten
Zorg ervoor dat u alle documenten die betrekking hebben op uw verzekering en uw claim bij elkaar zoekt. Denk aan polisvoorwaarden, correspondentie met de verzekeraar, schademeldingen, foto’s en eventuele getuigenverklaringen. Deze documenten vormen de basis voor uw verweer tegen de fraudebeschuldiging.
Stap 3: Vraag inzage — en weet wat u kunt krijgen
Artikel 15 AVG geeft recht op inzage in de persoonsgegevens die over u worden verwerkt. Dat is niet hetzelfde als een recht op het volledige onderzoeksdossier: artikel 41 UAVG laat weigering toe, onder meer in het belang van de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten en ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen (zie ook art. 9.3.4 PIFI). De instelling moet zo’n weigering wel vastleggen en motiveren, en die motivering is toetsbaar.
Vraag daarom gericht om: het onderzoeksrapport en de daarin vastgelegde onderzoeksmethode (art. 3.2.4 PIFI), het registratiebesluit met de grondslag en de duur, de vastgelegde proportionaliteitsafweging over opname én over de duur, de beslissing over aangifte (art. 5.2.3 PIFI) en het overzicht van bevragingen (art. 9.6.2 PIFI). De instelling antwoordt binnen een maand, met de mogelijkheid die met twee maanden te verlengen.
Stap 4: Schakel tijdig een advocaat in
Een advocaat met ervaring in verzekeringsrecht kan uw situatie beoordelen en u adviseren over de beste strategie. Een advocaat kan namens u communiceren met de verzekeraar, bezwaar maken tegen een EVR-registratie en indien nodig een procedure starten bij de rechter of het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid). Het is raadzaam om zo vroeg mogelijk juridische hulp in te schakelen om uw positie zo sterk mogelijk te maken.
Verweer tegen een beschuldiging van verzekeringsfraude
Er zijn verschillende verweergronden die u kunt aanvoeren wanneer uw verzekeraar u van fraude beschuldigt. Welk verweer het meest kansrijk is, hangt af van de specifieke omstandigheden van uw zaak. Hieronder worden de meest voorkomende verweergronden besproken.
Onvoldoende bewijs van fraude
De verzekeraar moet aantonen dat u opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt. Als de verzekeraar slechts beschikt over vermoedens of indirect bewijs, kan dit onvoldoende zijn om de beschuldiging te onderbouwen. Een ervaren advocaat kan de bewijsvoering van de verzekeraar kritisch beoordelen en zwakke punten blootleggen.
Misverstand of communicatiefout
In veel gevallen is er helemaal geen sprake van opzettelijke fraude, maar van een misverstand. Mogelijk heeft u een vraag op het aanvraagformulier verkeerd begrepen of heeft u informatie niet vermeld omdat u niet wist dat deze relevant was. Een goede onderbouwing van het misverstand kan de beschuldiging van fraude weerleggen.
Disproportionele maatregelen
Zelfs als de verzekeraar kan aantonen dat er een onregelmatigheid heeft plaatsgevonden, moeten de getroffen maatregelen proportioneel zijn. Het registreren in het EVR voor acht jaar vanwege een kleine fout is mogelijk niet gerechtvaardigd. De rechter kan de registratieduur verkorten of de registratie geheel ongedaan maken als deze niet in verhouding staat tot het vergrijp.
De rol van het Kifid bij fraudebeschuldigingen
Het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening behandelt klachten van consumenten tegen financiële dienstverleners, waaronder verzekeraars. Als u er met uw verzekeraar niet uitkomt, kunt u een klacht indienen bij het Kifid. De Geschillencommissie van Kifid doet uitspraak. Voor consumenten is die uitspraak niet-bindend, tenzij u en de verzekeraar allebei voor bindend advies kiezen. Dit is vaak een snellere en goedkopere route dan een procedure bij de rechtbank, hoewel het raadzaam is om ook bij een Kifid-procedure juridische bijstand te zoeken.
Termijnen en verjaring
Bij een fraudebeschuldiging door uw verzekeraar is het belangrijk om te letten op termijnen. Beroept de verzekeraar zich op onjuiste informatie bij het sluiten van de verzekering, dan moet hij u binnen twee maanden na ontdekking daarop wijzen. Alleen binnen die twee maanden kan hij de verzekering wegens opzet tot misleiding met dadelijke ingang opzeggen (artikelen 7:929 en 7:930 BW). Gaat het om fraude bij een schademelding, dan volgen de gevolgen voor de polis uit de polisvoorwaarden en artikel 7:941 lid 5 BW. Vordert de verzekeraar een eerdere uitkering terug als onverschuldigd betaald, dan verjaart die vordering in beginsel vijf jaar nadat hij het bestaan van de vordering en u als ontvanger kende, en in ieder geval twintig jaar nadat de vordering ontstond (artikel 3:309 BW). Uw eigen vordering op uitkering verjaart drie jaar nadat u met de opeisbaarheid bekend werd; een schriftelijke aanspraak stuit die termijn en na een ondubbelzinnige afwijzing begint een nieuwe termijn van drie jaar (artikel 7:942 BW). Een advocaat kan u adviseren of de verzekeraar tijdig heeft gehandeld en of bepaalde vorderingen mogelijk zijn verjaard.
Bescherming van uw privacy tijdens het onderzoek
Tijdens een fraudeonderzoek door de verzekeraar worden er veel persoonsgegevens verzameld. De verzekeraar is gebonden aan de privacywetgeving en mag niet meer gegevens verzamelen dan noodzakelijk is voor het onderzoek. Een persoonlijk onderzoek, bijvoorbeeld door een recherchebureau, mag alleen als het in verhouding staat tot het doel en er geen minder ingrijpende manier is om de feiten vast te stellen (proportionaliteit en subsidiariteit). Als u vermoedt dat uw privacy is geschonden tijdens het onderzoek, kunt u hierover een klacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens.
Wanneer is er wel sprake van verzekeringsfraude?
Het is goed om te weten wanneer er juridisch gezien daadwerkelijk sprake is van verzekeringsfraude. Artikel 7:941 lid 5 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat het recht op uitkering vervalt als de verzekerde een onjuiste voorstelling van zaken geeft met het opzet de verzekeraar te misleiden. Er moet dus sprake zijn van opzet tot misleiding. Het per ongeluk verstrekken van onjuiste informatie valt hier in principe niet onder. De grens tussen een vergissing en opzettelijke misleiding is niet altijd scherp. De omstandigheden van het geval spelen een belangrijke rol bij de beoordeling. Een rechter kijkt onder meer naar de aard van de onjuiste informatie, de mate waarin de verzekerde had moeten weten dat de informatie onjuist was en de mogelijke financiële voordelen die de verzekerde probeerde te behalen.
Tips om problemen met uw verzekeraar te voorkomen
Voorkomen is beter dan genezen. Om te voorkomen dat u in een situatie terechtkomt waarin uw verzekeraar u van fraude beschuldigt, is het verstandig om altijd eerlijk en volledig te zijn bij het invullen van aanvraagformulieren en schademeldingen. Bewaar kopieën van alle correspondentie en maak foto’s van schade voordat u deze laat herstellen. Meld schade zo snel mogelijk en geef altijd een eerlijke opgave van de waarde van beschadigde of gestolen goederen.
Juridische bijstand en toevoeging
Veel mensen zien af van juridische hulp omdat zij denken dat een advocaat te duur is. Wist u dat u mogelijk in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand? Als uw inkomen beperkt is, kunt u via de Raad voor Rechtsbijstand een toevoeging aanvragen. Dit betekent dat de overheid het grootste deel van de advocaatkosten voor haar rekening neemt. U betaalt dan slechts een beperkte eigen bijdrage. Zo is juridische hulp ook toegankelijk als u niet over een groot budget beschikt.
Een fout corrigeren zonder nieuwe onduidelijkheid
Beschrijf welke mededeling onjuist was, wat de juiste informatie is en hoe de fout ontstond. Voeg het oorspronkelijke bewijs toe. Een duidelijke correctie is iets anders dan achteraf een nieuw document maken dat als origineel wordt gepresenteerd.
Een aangepaste factuur kan een legitieme correctie zijn wanneer zichtbaar blijft wat is gewijzigd en waarom. Een vervalst bedrag of bewust onjuiste datum vraagt een andere beoordeling. Voor een fraudeverwijt moet het vereiste opzet worden onderbouwd; niet iedere administratieve fout is bewuste misleiding.
Vraag de verzekeraar welke verklaring en welk gevolg hij precies aan de fout verbindt. Lees ook over bewijslast en inzage in het onderzoeksrapport.
Schakel tijdig juridische hulp in
Een beschuldiging van verzekeringsfraude kan uw leven ingrijpend beïnvloeden. Van het verlies van uw verzekeringsdekking tot een jarenlange registratie die u belemmert bij het afsluiten van nieuwe verzekeringen. Het is daarom van groot belang dat u zich niet neerlegt bij een onterechte beschuldiging. Een advocaat kan het verschil maken tussen een onterechte registratie die jaren blijft staan en een succesvolle verdediging van uw rechten.
Heeft uw verzekeraar u beschuldigd van fraude en wilt u weten wat uw mogelijkheden zijn? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek. Onze advocaten behandelen geschillen met verzekeraars en helpen u graag om uw positie te versterken. Wij beoordelen uw situatie, adviseren u over de beste aanpak en staan u bij in de communicatie met uw verzekeraar. Wacht niet te lang, want snelheid is bij fraudebeschuldigingen vaak cruciaal.
Lees ook
Hulp nodig bij een fraudebeschuldiging? Onze advocaat voor EVR- en CIS-registraties beoordeelt kosteloos het besluit en de onderbouwing van uw verzekeraar en zegt u of verweer kans maakt. Alles daarna is betaald werk; wat een vervolgstap kost, hoort u vooraf. Bij een laag inkomen toetsen wij bij de intake of een toevoeging via de Raad voor Rechtsbijstand mogelijk is. Neem vrijblijvend contact op.



