URL: https://arslan.nl/diensten/letselschade/
Geschreven door Onur Arslan, advocaat letselschade bij Arslan & Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 31 augustus 2026.
Wat is letselschade precies?
Letselschade is alle schade die u lijdt doordat u door toedoen van een ander lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen — van medische kosten en gemist inkomen tot de vergoeding voor het leed zelf. Het woord dekt dus twee heel verschillende dingen tegelijk: uw financiële nadeel én uw persoonlijke leed.
Die tweedeling is de basis van elk dossier. Uw materiële schade is alles wat in geld is uit te drukken en met stukken is te onderbouwen: het eigen risico, de fysiotherapeut, de reiskosten, de uren huishoudelijke hulp, het loon dat u misloopt en het inkomen dat u de rest van uw loopbaan niet meer zult verdienen. Uw immateriële schade — in de volksmond smartengeld — is de vergoeding voor de pijn, de angst, het verdriet en de dingen die u niet meer kunt doen zoals daarvoor.
Wat mensen structureel verkeerd inschatten, is de verhouding tussen die twee. Bij ernstig letsel is het smartengeld doorgaans het kleinste onderdeel van de claim: verlies van arbeidsvermogen over een volledige loopbaan, levenslange zorg en woningaanpassing overtreffen het in de regel ruimschoots. Wie alleen op het smartengeldbedrag onderhandelt, laat het grootste deel van zijn schade liggen.
De wet werkt met dezelfde tweedeling. Artikel 6:95 lid 1 BW bepaalt dat de te vergoeden schade bestaat uit vermogensschade en ander nadeel, dat laatste "voor zover de wet op vergoeding hiervan recht geeft". Voor letselschade geeft artikel 6:106 BW dat recht: wie lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast, heeft recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat.
Bron: Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikelen 6:95 en 6:106, wetten.overheid.nl.
Wanneer heeft u recht op een letselschadevergoeding?
U heeft in beginsel recht op vergoeding wanneer een ander aansprakelijk is voor het ongeval, u letsel heeft opgelopen, en er schade is die aan die gebeurtenis kan worden toegerekend. Drie voorwaarden dus: aansprakelijkheid, letsel en causaal verband. Ontbreekt er één, dan komt u niet aan een vergoeding toe — hoe ingrijpend het ongeval verder ook was.
Aansprakelijkheid kan op twee manieren ontstaan. Bij schuldaansprakelijkheid moet de ander iets verkeerd hebben gedaan: door rood rijden, geen veiligheidsinstructie geven, een verkeerde diagnose stellen. Bij risicoaansprakelijkheid is dat niet nodig — de wet legt de verantwoordelijkheid neer bij degene die het risico in het leven roept of ervan profiteert, ook zonder verwijt. De bezitter van een dier is bijvoorbeeld aansprakelijk voor de schade die het dier aanricht (artikel 6:179 BW), zonder dat hem iets te verwijten hoeft te vallen.
Causaal verband is in de praktijk vaker het strijdpunt dan de aansprakelijkheid zelf. Artikel 6:98 BW bepaalt dat alleen schade voor vergoeding in aanmerking komt "die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de schuldenaar berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend". Praktisch vertaald: de verzekeraar zal vragen of uw rugklachten écht van de aanrijding komen, en niet van de rug waarmee u al jaren rondliep. Hoe vroeger en vollediger uw klachten medisch zijn vastgelegd, hoe zwakker dat verweer wordt.
Wat níét vereist is, en waar veel misverstand over bestaat: u hoeft geen aangifte te hebben gedaan, de tegenpartij hoeft niet strafrechtelijk veroordeeld te zijn (een sepot betekent niet dat er civielrechtelijk niets te halen valt), er hoeft geen zichtbare afwijking op een scan te staan, en u hoeft niet volledig onschuldig te zijn — ook met een deel eigen schuld blijft er in de regel een aanspraak over.
Wat kost een letselschadeadvocaat?
Staat de aansprakelijkheid van een ander vast, dan komen de redelijke kosten van uw rechtsbijstand in beginsel voor rekening van de aansprakelijke partij, als zelfstandige schadepost naast uw overige schade. Dat is het meest onderbelichte feit in de hele letselschadepraktijk. Mensen zien af van deskundige bijstand omdat ze denken dat die onbetaalbaar is, terwijl de wet die kosten juist onder de te vergoeden schade schaart.
De grondslag is artikel 6:96 lid 2 BW. Als vermogensschade komen mede voor vergoeding in aanmerking: (a) redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade, (b) redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, en (c) redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Onder b en c vallen de kosten van uw advocaat, uw medisch adviseur en een eventuele rekenkundige. Zij zijn dus geen aftrekpost op uw vergoeding, maar een post erbovenop.
De eerlijke kanttekeningen — en die zijn er. Wij noemen ze expliciet, omdat een pagina die belooft dat het "altijd niets kost" u geen dienst bewijst.
| Situatie | Wat er met uw kosten gebeurt |
|---|---|
| Aansprakelijkheid erkend | uw redelijke kosten worden in beginsel door de aansprakelijke partij gedragen, als schadepost naast uw schade |
| Aansprakelijkheid nog niet erkend | er is nog geen partij die betaalt; over deze fase moet u vooraf afspraken maken met uw advocaat |
| Aansprakelijkheid definitief afgewezen en niet aan te vechten | er is geen aansprakelijke partij, dus ook geen partij die uw kosten draagt |
| Deel eigen schuld | wordt uw schadevergoeding met een percentage verminderd, dan werkt die vermindering in beginsel op dezelfde wijze door in de vergoeding van uw buitengerechtelijke kosten |
| De zaak gaat naar de rechter | in een procedure gelden de gewone proceskostenregels; artikel 6:96 lid 3 BW schakelt sub b en c uit voor zover artikel 241 Rv van toepassing is |
| Deelgeschilprocedure | eigen regime: de rechter begroot uw kosten op grond van artikel 1019aa Rv als schadepost, niet als proceskosten |
Verder geldt de dubbele redelijkheidstoets: het moet redelijk zijn geweest dát u kosten maakte, én de omvang van die kosten moet redelijk zijn. Rechters formuleren dat als de eis dat "het maken van kosten in de gegeven omstandigheden redelijk dient te zijn" en dat "de omvang van de verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk zal moeten zijn om vergoeding van de schade te verkrijgen" (zie onder meer Rechtbank Overijssel 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5111). Een verzekeraar die uw kostenopgave betwist, doet dat vrijwel altijd langs deze lijn — en dat is een discussie over uren en uurtarief, niet over uw recht op vergoeding als zodanig.
Ter illustratie. Een fietser wordt aangereden door een auto die een parkeervak uitdraait. Hij houdt er een gebroken pols aan over en denkt dat hij zich geen advocaat kan veroorloven, dus regelt hij het zelf met de verzekeraar. Wat hij niet weet, is dat de kosten van rechtsbijstand een eigen schadepost zijn: erkent de verzekeraar de aansprakelijkheid, dan komen de redelijke kosten van zijn advocaat in beginsel voor rekening van de aansprakelijke partij, náást zijn overige schade. De vraag is dus niet of hij het kan betalen, maar of de aansprakelijkheid vaststaat — en wat er is afgesproken over de fase waarin dat nog niet zo is. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.
Daarnaast bestaan er andere financieringsvormen, die elkaar deels overlappen: een rechtsbijstandverzekering, gefinancierde rechtsbijstand via de Raad voor Rechtsbijstand (met inkomens- en vermogensgrenzen en een eigen bijdrage), kosteloze voeging in het strafproces bij een misdrijf, een aanvraag bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven, of gewoon een uurtarief.
Over de rechtsbijstandverzekering nog dit. Heeft u een rechtsbijstandpolis, dan betekent dat niet dat u het met de jurist van de verzekeraar moet doen. Op grond van artikel 4:67 Wft moet de polis uitdrukkelijk bepalen dat u zelf een advocaat mag kiezen wanneer uw belangen in een gerechtelijke of administratieve procedure moeten worden behartigd, of wanneer er een belangenconflict is. Het Hof van Justitie legt dat ruim uit: de verzekeraar mag dat keuzerecht niet afhankelijk maken van zijn eigen oordeel dat externe bijstand nodig is (HvJ EU 7 november 2013, C-442/12, Sneller/DAS).
Wat betekent 'no cure no pay' bij letselschade?
'No cure no pay' betekent bij letselschadebureaus meestal dat u alleen betaalt als er resultaat is, maar dan wel een percentage van úw schadevergoeding; bij een advocaat loopt de vergoeding in de regel via artikel 6:96 lid 2 BW, waarbij de aansprakelijke partij betaalt en er dus niets van uw vergoeding afgaat. Dat verschil is voor de cliënt het hele punt: in het ene model wordt uw schadevergoeding kleiner, in het andere niet.
Zet de twee naast elkaar:
| Afdrachtmodel ('no cure no pay') | Vergoeding op grond van art. 6:96 lid 2 BW | |
|---|---|---|
| Wie betaalt de bijstand | u, uit uw eigen vergoeding | de aansprakelijke partij, naast uw vergoeding |
| Vorm | een afgesproken percentage van de opbrengst | de daadwerkelijk gemaakte redelijke kosten |
| Effect op uw netto-uitkering | verlagend, en hoe hoger de uitkomst hoe meer u afdraagt | in beginsel geen verlaging |
| Prikkel | snelheid en volume kunnen zwaarder gaan wegen dan de laatste euro | de kosten volgen het werk dat nodig is |
| Wie toetst de hoogte | uw eigen contract | de rechter en de wederpartij, langs de dubbele redelijkheidstoets |
| Als er niets binnenkomt | u betaalt niets | er is geen aansprakelijke partij die betaalt; over die fase maakt u vooraf afspraken |
Voor advocaten is het afdrachtmodel bovendien niet vrij toegestaan. Artikel 7.7 van de Verordening op de advocatuur bepaalt: "Het staat de advocaat niet vrij overeen te komen, dat: a. slechts bij het behalen van een bepaald gevolg honorarium in rekening wordt gebracht, of b. het honorarium een evenredig deel zal bedragen van de waarde van het door zijn bijstand te bereiken gevolg." Het tweede lid van dat artikel laat een uitzondering toe, maar alleen in de gevallen waarin aan de voorwaarden van de verordening zelf is voldaan — het is dus een strak gereguleerde uitzondering, geen vrij verdienmodel. Daarnaast staat artikel 7.10 van diezelfde verordening de advocaat toe met zijn cliënt af te spreken dat hij geen honorarium in rekening brengt als het financiële resultaat voor de cliënt nihil of minder is.
Bron: Verordening op de advocatuur, artikelen 7.7 en 7.10, wetten.overheid.nl.
Waarom de wettelijke route voor u in de regel gunstiger is, in één zin: bij een percentage-afspraak deelt u uw schadevergoeding, bij artikel 6:96 lid 2 BW niet. In een dossier waarin uiteindelijk een substantieel bedrag wordt uitgekeerd, is dat verschil geen detail maar een van de grootste posten in de hele afwikkeling. Vraag daarom altijd door op één punt: gaat de vergoeding voor de bijstand van mijn schadevergoeding af, of komt zij daarbovenop?
Let ook op de bewoordingen. "Gratis" en "u betaalt nooit iets" zijn geen juridische begrippen en dekken zelden de fase waarin de aansprakelijkheid nog niet vaststaat. Wij beloven dat daarom niet. Wat wij wél doen: uw situatie kosteloos beoordelen en u vooraf uitleggen wie in úw zaak welke kosten draagt, en vanaf welk moment.
Wat is het verschil tussen een letselschadeadvocaat, een letselschadebureau en een letselschadejurist?
Alleen een advocaat mag u vertegenwoordigen in een civiele procedure bij de rechtbank, is onderworpen aan tuchtrecht en aan een verplichte beroepsopleiding en beroepsaansprakelijkheidsverzekering; de titels 'letselschadejurist' en 'letselschadebureau' zijn niet beschermd en zeggen op zichzelf niets over opleiding of toezicht. Dat is het harde, controleerbare onderscheid. Alle andere verschillen zijn gradaties.
| Advocaat | Letselschadebureau of -jurist | |
|---|---|---|
| Titel beschermd | ja, ingeschreven op het tableau | nee, iedereen mag zich zo noemen |
| Procesbevoegdheid rechtbank | ja, ook verplicht bij de civiele rechter buiten kantonzaken | nee, moet dan een advocaat inschakelen |
| Tuchtrecht | ja, deken en tuchtcollege | niet wettelijk; hooguit via een keurmerk |
| Verplichte permanente opleiding | ja | afhankelijk van het keurmerk |
| Beroepsaansprakelijkheidsverzekering | verplicht | niet wettelijk verplicht |
| Geheimhouding en verschoningsrecht | ja | nee |
| Beloningsmodel | resultaatafhankelijk honorarium in beginsel verboden (art. 7.7 Voda) | afdrachtmodel is toegestaan |
Wanneer maakt het echt uit? Niet in elke zaak. Een eenvoudige kop-staartbotsing met erkende aansprakelijkheid, licht letsel en een snel herstel loopt bij een deugdelijk bureau prima. Het verschil begint te tellen zodra de aansprakelijkheid wordt betwist, u eigen schuld tegengeworpen krijgt, er blijvend letsel of blijvende uitval van werk is, de klachten niet objectiveerbaar zijn (whiplash, hersenletsel, psychisch letsel), er een medische expertise komt, de zaak vastloopt, of er een kind bij betrokken is dan wel iemand is overleden. In die dossiers is de dreiging van een procedure een reëel onderhandelingsinstrument, en een wederpartij weet precies wie wel en wie niet zelf naar de rechter kan.
Ter illustratie. Een automobiliste houdt na een kop-staartbotsing nekklachten over. Het bureau dat haar bijstaat werkt op basis van een percentage van de opbrengst; de verzekeraar erkent de aansprakelijkheid maar werpt haar tegen dat de klachten ook van haar bestaande rugklachten kunnen komen. Twee dingen gaan hier tegelijk spelen. Ten eerste: wordt er straks een bedrag uitgekeerd, dan gaat het afgesproken percentage van háár vergoeding af, terwijl de wettelijke route de kosten juist bij de aansprakelijke partij legt. Ten tweede: als de discussie over de klachten vastloopt, kan alleen een advocaat de zaak zelf aan de civiele rechter voorleggen. De vraag die zij moet stellen is dus niet wie het aardigst klinkt, maar wie er betaalt en wie er kan procederen. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.
Ons kantoor combineert beide werelden: naast advocaten werken bij ons ook NIVRE-geregistreerde letselschade-experts. Daardoor gaan de juridische lijn en de schadeberekening niet langs elkaar heen, maar zitten ze in hetzelfde dossier.
Welke schade kunt u claimen bij letselschade?
U kunt alle schade claimen die redelijkerwijs aan het ongeval is toe te rekenen — niet alleen medische kosten en gemist loon, maar ook huishoudelijke hulp, verlies van zelfwerkzaamheid, studievertraging, aanpassingen en de kosten van uw rechtsbijstand. De lijst is breder dan vrijwel iedereen zelf bedenkt, en wat niet wordt opgevoerd, wordt in de regel ook niet vergoed.
| Schadepost | Wat eronder valt |
|---|---|
| Verlies van arbeidsvermogen | gemist inkomen nu en in de toekomst, misgelopen promoties, lagere pensioenopbouw, gemiste overuren en bonussen |
| Medische kosten | eigen risico, eigen bijdragen, behandelingen, medicatie, hulpmiddelen, niet-vergoede zorg |
| Huishoudelijke hulp | wat u zelf niet meer kunt doen, ook als familie het onbetaald overneemt |
| Verzorging en verpleging | mantelzorg, thuiszorg, begeleiding, toezicht |
| Verlies van zelfwerkzaamheid | klussen, tuinonderhoud en reparaties die u voorheen zelf deed |
| Aanpassingen | woning, auto, fiets, werkplek |
| Reiskosten | naar behandelaars, ziekenhuis, expertises en uw advocaat |
| Studievertraging | bij scholieren en studenten, inclusief later intreden op de arbeidsmarkt |
| Zaakschade | kapotte fiets, helm, bril, telefoon, kleding |
| Smartengeld | de vergoeding voor het leed zelf |
| Wettelijke rente | over de schade, vanaf het moment waarop die is ontstaan |
| Buitengerechtelijke kosten | advocaat, medisch adviseur, rekenkundige, arbeidsdeskundige |
| Affectie- en shockschade | voor naasten, onder eigen wettelijke voorwaarden |
Twee posten worden het vaakst vergeten. De eerste is verlies van zelfwerkzaamheid: dat u de schutting niet meer zelf zet en de zolder niet meer isoleert, is schade, ook al is er nooit een rekening voor betaald. De tweede is hulp van naasten: uren die uw partner, ouder of buurvrouw voor u maakt, hoeven niet onvergoed te blijven omdat zij ze niet factureren. Houd daarom vanaf dag één een schrift bij waarin u noteert wie u wanneer hoeveel uur heeft geholpen. Dat schrift is later vaak overtuigender dan een juridisch betoog.
Ter illustratie. Een man raakt bij een aanrijding gewond aan zijn schouder en kan een jaar lang niet klussen. Zijn zwager zet de schutting die hij zelf zou plaatsen, en zijn dochter doet wekelijks de boodschappen. Omdat er geen rekening is gestuurd, voert hij die posten niet op. Toch is dat schade: verlies van zelfwerkzaamheid en hulp van naasten zijn zelfstandige schadeposten, ook als niemand ervoor heeft gefactureerd. De vraag is niet of er betaald is, maar of is vastgelegd wie wat wanneer heeft overgenomen. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.
Smartengeld verdient een eigen toelichting. Het wordt naar billijkheid vastgesteld op basis van alle omstandigheden van het geval: aard en ernst van het letsel, de duur van het herstel, blijvende beperkingen, uw leeftijd en de gevolgen voor werk, gezin en sociaal leven. Er is geen tarief per letseltype en geen rekenmachine. Wij zetten de factoren, de rol van de Smartengeldgids en de bedragen bij affectie- en shockschade uitgebreid uiteen op onze pagina over smartengeld.
Hoe verloopt een letselschadezaak, stap voor stap?
In beginsel meldt u het ongeval, stelt u de aansprakelijke partij schriftelijk aansprakelijk, wordt uw letsel medisch in kaart gebracht en volgt er een onderhandelingstraject met de verzekeraar dat in de meeste gevallen eindigt in een schikking. Slechts een klein deel van de zaken komt uiteindelijk bij de rechter.
- Melden en vastleggen. Politie bij een verkeersongeval of misdrijf, de werkgever en zo nodig de Nederlandse Arbeidsinspectie bij een bedrijfsongeval. Foto's, getuigen, en meteen naar de huisarts of de spoedeisende hulp.
- Aansprakelijkstelling. Een schriftelijke brief waarin u de wederpartij aansprakelijk stelt, de toedracht omschrijft en tegelijk de verjaring stuit. De formulering van die brief bepaalt vaak waar de discussie de rest van het traject over gaat.
- Reactie en erkenning. De verzekeraar erkent, wijst af of vraagt om nader onderzoek. In de letselschadepraktijk gelden gedragsafspraken over de termijnen waarbinnen gereageerd moet worden.
- Medisch traject. Uw medisch adviseur beoordeelt uw situatie. Bij verschil van inzicht volgt een onafhankelijke medische expertise, bij voorkeur met een gezamenlijk gekozen deskundige en een gezamenlijk vastgestelde vraagstelling. Die vraagstelling stuurt de uitkomst; onderteken haar niet zonder er invloed op te hebben gehad.
- Voorschot. Bij erkende aansprakelijkheid is een voorschot gebruikelijk, zodat u niet jarenlang op de eindafwikkeling hoeft te wachten. Vraag er actief om — het gebeurt lang niet altijd uit zichzelf.
- Schaderegeling en onderhandeling. Uw schadeposten worden onderbouwd, zo nodig met een rekenkundig rapport voor het verlies van arbeidsvermogen, en er wordt onderhandeld.
- Deelgeschil. Loopt het vast op één afgebakend punt, dan kan de rechter daarover beslissen zonder dat de hele zaak wordt uitgeprocedeerd.
- Bodemprocedure. Blijft het geschil onoplosbaar, dan resteert de gewone procedure bij de rechtbank.
- Vaststellingsovereenkomst. De afwikkeling wordt vastgelegd, in de regel met finale kwijting. Daarna is de zaak in beginsel gesloten, ook voor schade die u toen nog niet kende.
Hoe lang duurt dat? Dat hangt vrijwel volledig af van uw medische verloop, niet van de juridische kant. De schade wordt in de regel pas definitief begroot als de medische eindtoestand is bereikt: het punt waarop verdere verbetering of verslechtering niet meer wordt verwacht. Bij licht letsel dat volledig herstelt kan een dossier binnen enkele maanden rond zijn; bij blijvend letsel duurt het jaren, en dat is meestal in uw voordeel. Bestaat er twijfel over de toekomst, dan kan een nauwkeurig geformuleerd voorbehoud in de vaststellingsovereenkomst worden opgenomen, zodat een specifiek benoemde verslechtering later alsnog kan worden geclaimd.
Waarom is het eerste bod van de verzekeraar zelden het eindbod?
Een verzekeraar behartigt het belang van zijn verzekerde en van zijn eigen schadelast, en een eerste bod is in de praktijk een openingsbod — geen berekening van wat u toekomt. Dat is geen verwijt: het is de rol die een verzekeraar in dit systeem heeft. Het wordt pas een probleem wanneer een slachtoffer denkt dat de schaderegelaar aan zijn kant staat.
| Wat u tegenkomt | Wat erachter zit |
|---|---|
| Snel bod, kort na het ongeval | uw letsel is nog niet uitgekristalliseerd; vroeg afkopen is goedkoper |
| Bod "inclusief alles" | smartengeld en materiële schade worden vermengd, zodat niet meer te zien is wat waarvoor is |
| Nadruk op eigen schuld | een deel van de schade wordt afgetrokken; die verdeling is onderhandelbaar |
| Verzoek om een brede medische machtiging | toegang tot uw volledige voorgeschiedenis, om een alternatieve verklaring te vinden |
| Persoonlijk onderzoek | druk opbouwen; hieraan zijn strikte grenzen gesteld |
| Verzoek om finale kwijting | de zaak sluiten voordat het verloop bekend is |
| Verwijzing naar een lage vergelijkingszaak | de zaken die hoger uitvallen worden niet genoemd, en er wordt niet geïndexeerd |
Wat u hiertegen kunt doen, is minder ingewikkeld dan het lijkt. Onderteken niets zolang uw medische situatie nog verandert. Laat elk bod uitsplitsen per schadepost — een bod dat niet gespecificeerd is, is niet te beoordelen en dus ook niet te accepteren. En geef geen ongelimiteerde medische machtiging af: de omvang van wat wordt verstrekt is onderhandelbaar en loopt in de regel via een medisch adviseur.
Bij welke ongevallen kunt u letselschade claimen?
Bij vrijwel elk ongeval waarvoor een ander aansprakelijk is: in het verkeer, op het werk, in de zorg, door een dier, door een gebrekkige zaak of door geweld. De maatstaf voor de schade is telkens dezelfde; wat verschilt is de weg naar de aansprakelijkheid.
| Ongevalstype | Wie in beginsel aansprakelijk is | Wat de zaak bepaalt |
|---|---|---|
| Verkeersongeval | de eigenaar of houder van het motorrijtuig en zijn WA-verzekeraar | artikel 185 WVW 1994 |
| Bedrijfsongeval | de werkgever of de inlener | artikel 7:658 BW, zorgplicht en bewijslast |
| Medische fout | de zorgaanbieder, vaak het ziekenhuis | normschending en causaliteit, blijkend uit een deskundigenoordeel |
| Ongeval door een dier | de bezitter van het dier | artikel 6:179 BW, risicoaansprakelijkheid |
| Gebrekkige zaak of opstal | de bezitter of beheerder | artikelen 6:173 en 6:174 BW |
| Geweldsmisdrijf | de dader; daarnaast het Schadefonds Geweldsmisdrijven | strafproces en civiele vordering lopen parallel |
Verkeersongeval. Het grootste deel van de praktijk. Artikel 185 lid 1 WVW 1994 legt op de eigenaar of houder van een motorrijtuig de verplichting de schade te vergoeden van niet door dat motorrijtuig vervoerde personen of zaken, "tenzij aannemelijk is dat het ongeval is te wijten aan overmacht". Dat is een risicoaansprakelijkheid, bedoeld om de ongemotoriseerde verkeersdeelnemer bijzondere bescherming te geven. Het artikel geldt niet bij een botsing tussen twee rijdende motorrijtuigen (lid 3). De bekende 50%- en 100%-vuistregels ten gunste van fietsers en voetgangers staan níét in de wet zelf: die zijn in de rechtspraak van de Hoge Raad ontwikkeld. Meer hierover op onze pagina's over whiplash — het meest voorkomende letsel na een aanrijding van achteren.
Bedrijfsongeval. Hier is uw positie wettelijk sterk. Artikel 7:658 lid 2 BW maakt de werkgever aansprakelijk voor schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij zijn zorgplicht is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. De bewijslast ligt dus bij de werkgever. Lid 4 breidt die bescherming uit tot degene die arbeid laat verrichten door iemand met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft — waaronder in beginsel uitzendkrachten en ingeleende zzp'ers. Zie verder onze pagina over bedrijfsongevallen en, voor de arbeidsrechtelijke kant, uitzendkrachten.
Medische fout. Het moeilijkste type dossier, omdat een slechte uitkomst nog geen fout is: de vraag is of de zorgverlener heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot zou hebben gedaan. Dat oordeel komt in de regel van een onafhankelijke deskundige, en daarnaast moet worden aangetoond dat u zonder die fout beter af was geweest. Alles hierover staat op onze pagina over medische fouten.
Ongeval door een dier. Artikel 6:179 BW: de bezitter van een dier is aansprakelijk voor de door het dier aangerichte schade, tenzij aansprakelijkheid ook zou hebben ontbroken wanneer hij de gedraging in zijn macht zou hebben gehad. Bij een hondenbeet of een schrikkend paard is de aansprakelijkheid dus vaak snel gegeven, en verschuift de discussie naar eigen schuld.
Gebrekkige zaak of opstal. Een loszittende stoeptegel, een kapotte trapleuning, een gebrekkig speeltoestel. De artikelen 6:173 en 6:174 BW leggen die aansprakelijkheid bij de bezitter of beheerder; bij openbare wegen bij het overheidslichaam dat voor de staat van de weg moet zorgen. Foto's op de dag zelf zijn hier vaak doorslaggevend, omdat het gebrek binnen een week gerepareerd kan zijn.
Geweldsmisdrijf. Naast een civiele vordering tegen de dader kunt u zich kosteloos voegen als benadeelde partij in het strafproces. Daarnaast bestaat het Schadefonds Geweldsmisdrijven, dat ook uitkeert wanneer de dader onbekend of onvermogend is — een tegemoetkoming met eigen letselcategorieën en een eigen aanvraagtermijn, geen volledige schadevergoeding.
Wat is een deelgeschilprocedure?
Een deelgeschil is een korte, gerichte procedure waarin u de rechter over één afgebakend geschilpunt laat beslissen, zodat de onderhandelingen daarna weer verder kunnen — zonder dat u de hele zaak hoeft uit te procederen. Het is het belangrijkste instrument om een vastgelopen dossier weer los te trekken.
De grondslag staat in artikel 1019w lid 1 Rv: houdt iemand een ander aansprakelijk voor schade door dood of letsel, dan kan ieder van hen — of kunnen zij gezamenlijk — de rechter ook vóórdat de zaak ten principale aanhangig is verzoeken te beslissen over een geschil "omtrent of in verband met een deel van hetgeen ter zake tussen hen rechtens geldt en waarvan de beëindiging kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst". Dat laatste is de toets: het moet aannemelijk zijn dat een beslissing op dit punt de onderhandelingen vlot trekt. Op grond van lid 3 kan het verzoek ook worden gedaan wanneer u rechtstreeks betaling van een verzekeraar verlangt.
Typische deelgeschillen zijn: staat de aansprakelijkheid vast, welk percentage eigen schuld geldt, welke deskundige wordt benoemd en met welke vraagstelling, moet er een voorschot worden betaald, en wat is een redelijke vergoeding van de buitengerechtelijke kosten.
Het kostenaspect is wat het deelgeschil bijzonder maakt. Op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv begroot de rechter de kosten aan de zijde van degene die schade door dood of letsel lijdt in de beschikking, en neemt daarbij alle redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking. Lid 2 bepaalt uitdrukkelijk dat die kosten gelden als kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 BW — dus als schadepost, niet als proceskosten. In de praktijk betekent dat: ook wanneer uw verzoek wordt afgewezen, worden uw kosten in beginsel begroot. Alleen als de procedure "volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld" hoeft de rechter dat niet te doen (zie bijvoorbeeld Rechtbank Midden-Nederland 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4755).
Twee kanttekeningen. Ten eerste toetst de rechter de opgevoerde uren en het uurtarief kritisch; matiging komt regelmatig voor. Ten tweede staat tegen de beschikking op een deelgeschil in beginsel geen hoger beroep open (artikel 1019bb Rv), behoudens de bijzondere route van artikel 1019cc lid 3 Rv. Een deelgeschil is dus snel en relatief goedkoop, maar de uitkomst ligt daarmee in de regel ook vast.
Bron: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikelen 1019w, 1019x, 1019aa en 1019bb, wetten.overheid.nl.
Hoe lang heeft u de tijd om letselschade te claimen?
Bij schade door letsel of overlijden geldt één termijn: vijf jaar, te rekenen vanaf de dag na die waarop u zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend bent geworden. De absolute grens van twintig jaar die bij andere schadevorderingen geldt, is bij letsel- en overlijdensschade uitdrukkelijk niet van toepassing. Dat volgt uit artikel 3:310 lid 5 BW, dat op dit punt afwijkt van de hoofdregel van lid 1.
De termijn begint dus niet automatisch op de dag van het ongeval. Bij letsel dat pas later blijkt, of bij een aansprakelijke partij die pas later bekend wordt, kan hij later gaan lopen.
| Situatie | Waar de termijn in beginsel begint |
|---|---|
| Verkeersongeval met bekende tegenpartij | bij het ongeval |
| Letsel dat pas later aan het licht komt | bij bekendheid met zowel de schade als de aansprakelijke |
| Minderjarig slachtoffer | artikel 3:310 lid 5 BW: de vijfjaarstermijn gaat pas lopen op de dag na het bereiken van de meerderjarigheid |
| Letsel door een misdrijf | artikel 3:310 lid 4 BW: de vordering tegen de dader verjaart niet zolang het recht tot strafvordering niet is vervallen |
| Rechtstreekse vordering op de WAM-verzekeraar | artikel 6 WAM geeft u een eigen recht; artikel 10 lid 1 WAM laat die vordering verjaren door verloop van drie jaar te rekenen van het feit waaruit de schade is ontstaan |
| Gebrekkig product | artikel 6:191 BW: drie jaar na bekendheid, en hoe dan ook tien jaar nadat de producent het product in het verkeer bracht |
Stuiten is eenvoudig en verstandig. Een schriftelijke mededeling waarin u zich ondubbelzinnig uw recht op nakoming voorbehoudt, doet in beginsel een nieuwe termijn ingaan. Doe dat per aangetekende post of e-mail met leesbevestiging en bewaar het bewijs. Twijfelt u of uw zaak nog op tijd is, laat dat dan beoordelen vóórdat u iets anders onderneemt: een verjaarde vordering is niet te redden, hoe sterk de zaak inhoudelijk ook is.
Wat als u zelf ook een fout heeft gemaakt?
Eigen schuld sluit uw aanspraak in de regel niet uit, maar verdeelt de schade — en die verdeling kan door de billijkheid worden gecorrigeerd, soms tot nul. Veel slachtoffers melden zich niet omdat zij denken dat een eigen misstap het einde van de zaak is. Dat klopt zelden.
Artikel 6:101 lid 1 BW bepaalt dat de vergoedingsplicht wordt verminderd door de schade te verdelen "in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen", met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt, of de vergoedingsplicht geheel vervalt of juist in stand blijft, "indien de billijkheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist". Er zijn dus twee stappen: eerst de causale verdeling, dan de billijkheidscorrectie.
Die tweede stap is voor slachtoffers vaak beslissend. De ernst van het letsel, het feit dat de wederpartij verzekerd is, de bijzondere bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers en de aard van de gemaakte fouten kunnen ertoe leiden dat een slachtoffer met een eigen fout toch een groot deel of zelfs de volledige schade vergoed krijgt.
Let er wel op dat een eigenschuldpercentage in beginsel over de hele linie doorwerkt: ook de vergoeding van uw buitengerechtelijke kosten wordt in de regel met datzelfde percentage verminderd. Dat is precies de reden waarom een verzekeraar vroeg in het traject een percentage op tafel legt — en waarom u dat niet zonder onderbouwing zou moeten aanvaarden.
Wat moet u zelf doen na een ongeval?
Leg alles vast wat er over een jaar niet meer te reconstrueren is, ga direct naar een arts ook als het meevalt, en teken niets voordat u weet wat u tekent. De meeste schade in een letselschadedossier wordt niet aangericht door de tegenpartij, maar door beslissingen die het slachtoffer in de eerste weken zelf neemt.
Direct: laat u medisch onderzoeken, ook bij lichte klachten — vastlegging op dag één is later goud waard. Zorg voor officiële vastlegging (proces-verbaal, Europees schadeformulier, ongevalsmelding bij de werkgever), noteer namen en telefoonnummers van getuigen, maak foto's van de situatie en van uw letsel, en bewaar beschadigde kleding, de fiets of de helm. Dat is bewijsmateriaal, geen afval.
In de weken daarna: meld al uw klachten volledig bij de huisarts — "het gaat wel" belandt in het dossier en wordt jaren later tegen u gebruikt. Houd een dagboek bij met klachten, beperkingen en wie u hoeveel uur helpt, bewaar alle bonnen en reiskosten in één map, stel de aansprakelijke partij schriftelijk aansprakelijk en stuit daarmee de verjaring. Wees terughoudend op sociale media: foto's van een vakantie of een feest worden in dossiers gebruikt als tegenbewijs voor gestelde beperkingen.
Voor de afwikkeling: onderteken niets zolang uw medische situatie nog verandert, laat elk bod uitsplitsen per schadepost, geef geen ongelimiteerde medische machtiging af, en laat de gevolgen voor toeslagen en uitkeringen vooraf beoordelen — een uitgekeerd bedrag telt in beginsel mee als vermogen. Laat de vaststellingsovereenkomst nalezen voordat u tekent; met finale kwijting sluit u de zaak in beginsel definitief.
Wat maakt een goede letselschadeadvocaat?
Niet de omvang van het kantoor of de plaats in een ranglijst, maar of hij uw schade volledig in kaart brengt, de medische lijn stuurt en bereid is te procederen als de onderhandeling vastloopt. Er bestaat geen officiële lijst van "beste letselschadeadvocaten"; wat er op internet circuleert is in de regel reclame of een betaalde vermelding.
Wat u wél objectief kunt nagaan:
| Vraag | Waarom het ertoe doet |
|---|---|
| Is het een advocaat, ingeschreven op het tableau? | alleen dan tuchtrecht, procesbevoegdheid en verplichte verzekering |
| Doet hij overwegend of uitsluitend letselschade? | dit vak draait op ervaring met medische dossiers en schadeberekening |
| Werkt hij met een eigen medisch adviseur en rekenkundige? | zonder die twee blijft uw schade onderbouwd op gevoel |
| Gaat er iets van uw vergoeding af? | het verschil tussen een afdrachtmodel en artikel 6:96 lid 2 BW |
| Heeft hij ervaring met deelgeschillen en bodemprocedures? | een wederpartij weet wie wel en wie niet naar de rechter gaat |
| Krijgt u één vast aanspreekpunt? | een dossier dat jaren loopt, verdraagt geen wisselende behandelaars |
En één vraag die u vooral aan uzelf moet stellen: begrijpt u wat er in uw dossier gebeurt? Wie u alleen belt met goed nieuws, houdt iets achter.
Waar zit een letselschadeadvocaat bij u in de buurt?
Wij behandelen letselschadezaken vanuit zes vestigingen, maar de plaats van het kantoor bepaalt uw zaak niet: het overgrote deel van een letselschadedossier verloopt schriftelijk, en de bevoegde rechter volgt in de regel de woonplaats van de wederpartij, niet die van uw advocaat. Een kantoor in de buurt is prettig voor het eerste gesprek en voor de momenten waarop u iemand tegenover u wilt zien; noodzakelijk voor de kwaliteit van uw dossier is het niet.
| Vestiging | Telefoon | Pagina |
|---|---|---|
| Den Haag | 070 450 0300 | letselschadeadvocaat Den Haag |
| Rotterdam | 010 311 5500 | letselschadeadvocaat Rotterdam |
| Amsterdam | 020 747 0055 | letselschadeadvocaat Amsterdam |
| Utrecht | 030 747 0038 | letselschadeadvocaat Utrecht |
| Tilburg | 013 747 0022 | letselschadeadvocaat Tilburg |
| Eindhoven | 040 711 3099 | letselschadeadvocaat Eindhoven |
Woont u buiten deze steden, dan is dat geen belemmering: wij behandelen zaken door heel Nederland en het eerste gesprek kan telefonisch. Naast Nederlands spreken wij Turks en Pools, wat in medische dossiers een verschil maakt dat lastig te overschatten is: klachten beschrijven in een taal die u niet volledig beheerst, kost bewijskracht.
Uw situatie in het bijzonder
| Onderwerp | Waar het om draait | Verder lezen |
|---|---|---|
| Smartengeld | de hoogte, de factoren en de rol van de Smartengeldgids | smartengeld |
| Whiplash | klachten zonder zichtbare afwijking aannemelijk maken | whiplash |
| Medische fout | normschending, causaliteit en het deskundigentraject | medische fouten |
| Bedrijfsongeval | de zorgplicht van de werkgever en de bewijslast | bedrijfsongeval |
| Uitzendkracht of ingeleende zzp'er | uw positie tegenover inlener en uitzendbureau | uitzendkrachten |
| Beëindiging van uw dienstverband na langdurige uitval | wat u tekent en wat u opgeeft | vaststellingsovereenkomst |
| Ontslag na twee jaar ziekte | waar u recht op heeft | transitievergoeding |
Over dit advies
Arslan & Arslan Advocaten behandelt letselschadezaken vanuit kantoren in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Tilburg en Eindhoven. Naast advocaten werken bij ons NIVRE-geregistreerde letselschade-experts, zodat de juridische lijn en de schadeberekening in hetzelfde dossier samenkomen. Naast Nederlands spreken wij Turks en Pools. Wij beoordelen uw situatie kosteloos en leggen u vooraf uit wie in úw zaak welke kosten draagt, en vanaf welk moment.
**Bel [070 450 0300](tel:+31704500300) of stuur ons uw vraag via het contactformulier.** Wij laten u weten waar u staat en wat de volgende stap is.
Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies over uw eigen zaak. Aan de genoemde uitgangspunten kunnen geen rechten worden ontleend.