Verjaring verzekeringsclaim

29 maart 2026
Foto van Arslan Advocaten

Arslan Advocaten

Snel hulp nodig?
Drag & Drop Files, Choose Files to Upload Je kunt tot 5 bestanden uploaden.

Kies een vestiging

Wij gebruiken uw gegevens alleen om contact met u op te nemen over uw vraag. Lees hoe wij daarmee omgaan in onze privacyverklaring.

Verjaring is de stille manier waarop een terechte claim alsnog sneuvelt. Voor een vordering op uw verzekeraar geldt een termijn van drie jaar, en het startmoment daarvan wordt vaak verkeerd begrepen. Hieronder staat wanneer de klok gaat lopen, hoe u hem stopt, en waarom er verschillende termijnen naast elkaar kunnen lopen in dezelfde zaak.

Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 17 september 2026.

De termijn: drie jaar vanaf de bekendheid met de opeisbaarheid

Artikel 7:942 lid 1 BW bepaalt dat een rechtsvordering tegen de verzekeraar tot het doen van een uitkering verjaart door verloop van drie jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de tot uitkering gerechtigde met de opeisbaarheid daarvan bekend is geworden.

Dat is bewust anders geformuleerd dan “drie jaar na de schade”. Beslissend is het moment waarop u wist dat u aanspraak kón maken op een uitkering. In veel gevallen valt dat samen met het schadegeval, maar niet altijd: bij een verborgen gebrek, een later ontdekte inbraak of een aandoening die zich pas na jaren openbaart, kan het startmoment later liggen.

Wat het startmoment niet is: het moment waarop de omvang van uw schade vaststaat. Dat is een hardnekkig misverstand, vooral bij letsel- en arbeidsongeschiktheidsclaims. U hoeft niet te weten hoe hoog de schade uiteindelijk wordt om de termijn te laten lopen — en u hoeft dat ook niet te weten om hem te stuiten. Wachten tot een medische eindtoestand is bereikt, is precies hoe claims verjaren.

Voorbeeld. In januari 2023 loopt uw woning brandschade op en u weet meteen dat u aanspraak kunt maken op een uitkering onder uw opstalverzekering. De precieze aanvangsdatum hangt af van de dag waarop u met de opeisbaarheid bekend bent geworden: er is geen vaste start op 1 januari. Wacht niet op de definitieve schadeberekening om uw aanspraak tijdig en aantoonbaar veilig te stellen.

Stuiten: de klok stopt niet vanzelf opnieuw

U stuit de verjaring door een schriftelijke mededeling waarbij op uitkering aanspraak wordt gemaakt (art. 7:942 lid 2 BW). Een enkel telefoontje is onvoldoende, en een brief waarin u alleen vragen stelt ook.

Hier zit de valkuil waar de meeste uitleg de mist ingaat. Een nieuwe termijn van drie jaar begint niet op het moment dat u die brief verstuurt. Volgens artikel 7:942 lid 2 BW begint de nieuwe termijn te lopen op de dag volgend op die waarop de verzekeraar de aanspraak ofwel erkent, ofwel ondubbelzinnig heeft meegedeeld dat hij de aanspraak afwijst. Zolang de verzekeraar niet reageert of ontwijkend antwoordt, blijft de verjaring gestuit — maar op een vage afwijzing kunt u niet bouwen.

Praktisch betekent dat: bewaar de brief én het verzendbewijs, en let bij een afwijzingsbrief scherp op de datum. Vanaf de dag na een ondubbelzinnige afwijzing loopt een volle nieuwe termijn van drie jaar. Dat is de termijn waarbinnen u een procedure aanhangig moet maken.

Bijzondere regel bij aansprakelijkheidsverzekeringen

Gaat het om een aansprakelijkheidsverzekering, dan geldt artikel 7:942 lid 3 BW: de verjaring wordt gestuit door iedere onderhandeling tussen de verzekeraar en de gerechtigde of de benadeelde. Een nieuwe termijn van drie jaar begint pas te lopen op de dag nadat de verzekeraar de aanspraak erkent, of ondubbelzinnig laat weten dat hij de onderhandelingen afbreekt.

Ook hier telt de formulering van de brief. Een mededeling dat de verzekeraar “voorlopig geen aanleiding ziet” of “het dossier sluit in afwachting van nadere informatie” is geen ondubbelzinnig afbreken.

Let op: er lopen vaak twee termijnen naast elkaar

Een schadegeval kent meestal meer dan één wederpartij, en elke vordering heeft haar eigen termijn. Verwar ze niet.

VorderingTermijn en startmoment
Op uw eigen verzekeraar (uitkering onder de polis)3 jaar vanaf de dag na bekendheid met de opeisbaarheid — art. 7:942 lid 1 BW
Op de aansprakelijke partij (schadevergoeding)5 jaar vanaf de dag na bekendheid met zowel de schade als de aansprakelijke persoon, en in elk geval 20 jaar na de gebeurtenis — art. 3:310 BW
Rechtstreeks op de WAM-verzekeraar na een verkeersongeval3 jaar na het ongeval — art. 10 WAM

In één dossier kan uw vordering op de tegenpartij dus nog springlevend zijn terwijl die op uw eigen verzekeraar al is verjaard, of andersom. Controleer altijd beide.

De verzekeraar moet zich er zelf op beroepen

Een detail met grote praktische betekenis: de rechter mag verjaring niet ambtshalve toepassen (art. 3:322 lid 1 BW). De verzekeraar moet er zelf een beroep op doen. Doet hij dat niet, dan blijft de vordering gewoon toewijsbaar, hoe oud zij ook is.

En omgekeerd: een beroep op verjaring kan in uitzonderlijke gevallen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Dat is een hoge drempel en geen routineverweer, maar het bestaat — bijvoorbeeld wanneer de verzekeraar de verzekerde op het verkeerde been heeft gezet over de stand van het dossier.

Wat u concreet doet

  1. Bepaal het startmoment. Wanneer wist u dat u aanspraak kon maken? Leg dat vast, met de stukken die dat ondersteunen.
  2. Stuit schriftelijk, en nu. Eén brief of e-mail waarin u uitdrukkelijk aanspraak maakt op uitkering, met vermelding van polisnummer en schadedatum. Wacht niet tot de schade is uitgerekend.
  3. Bewaar het verzendbewijs. Aangetekend of per e-mail met leesbevestiging; bewaar ook de tekst.
  4. Noteer de datum van een afwijzing. Vanaf de dag daarna loopt een nieuwe termijn van drie jaar.
  5. Herhaal de stuiting als een dossier lang loopt. Een korte jaarlijkse brief kost niets en voorkomt discussie.
  6. Weigert de verzekeraar met een beroep op verjaring? Laat de berekening controleren voordat u het opgeeft; in de praktijk blijkt het startmoment regelmatig later te liggen of blijkt er wel degelijk gestuit te zijn.

Als u het niet eens bent met het beroep op verjaring

Leg uw bezwaar eerst schriftelijk voor aan de verzekeraar, met uw eigen berekening van het startmoment en de stuitingshandelingen. Komt u er niet uit, dan kunt u als consument kosteloos naar Kifid: binnen drie maanden na het definitieve standpunt van de verzekeraar, of binnen een jaar nadat u de klacht voor het eerst voorlegde — de voor u gunstigste termijn geldt. Reageert de verzekeraar niet binnen acht weken, dan kan Kifid de klacht alvast in behandeling nemen. Gaat het om een zorgverzekering, dan is de SKGZ bevoegd en niet Kifid.

Let op de samenloop: een klacht bij Kifid of bij de verzekeraar stuit de verjaring niet automatisch. Zorg dat er daarnaast een schriftelijke aanspraak op uitkering ligt.

Stuiten vraagt voldoende duidelijkheid

Een schriftelijke aanspraak of voorbehoud moet passen bij de vordering en toepasselijke regels. Benoem de juiste wederpartij, gebeurtenis en aanspraak. Bewaar bewijs van verzending en ontvangst. Alleen zeggen dat u “ontevreden” bent, kan onvoldoende duidelijk maken welk recht u handhaaft.

Een stuitingsbrief voor schadevergoeding heeft niet automatisch dezelfde werking voor een ontbindings- of vernietigingsvordering. Ook vervaltermijnen kunnen anders werken dan verjaring. Gebruik daarom geen universeel model zonder de vordering te bepalen.

Klachttermijnen en polisvoorwaarden

Naast verjaring kunnen termijnen gelden voor een interne klacht, Kifid, beroep tegen een uitspraak of een polisgebonden handeling. Een termijn in een afwijzingsbrief moet worden gelezen met de toepasselijke voorwaarden en reglementen. Een interne reactietermijn is niet zonder meer een wettelijke vervaltermijn.

Maak een overzicht van alle mogelijke termijnen en de benodigde handeling. Vraag bij twijfel tijdig juridisch advies. Een verzekeraar die blijft corresponderen, geeft daarmee niet automatisch afstand van een beroep op verjaring.

Wettelijke rente

Rente kan verschuldigd zijn wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Het beginmoment hangt af van de soort verplichting en omstandigheden. Bij letselschade kunnen verschillende schadeposten op verschillende momenten ontstaan. Bij een verzekeringsuitkering spelen opeisbaarheid en verzuim een eigen rol.

Bereken rente daarom per relevante hoofdsom en periode. Het wettelijke percentage kan wijzigen; gebruik de percentages die in de betreffende periode golden. Rente is geen willekeurige opslag op het gevraagde eindbedrag.

Kosten van deskundigen en juridische hulp

Voor schadevaststelling, buitengerechtelijke werkzaamheden en procedures bestaan verschillende regels. De redelijkheid en noodzaak moeten worden onderbouwd. Een procedurekostenveroordeling vergoedt niet automatisch alle werkelijk gemaakte advocaatkosten. De wettelijke basis is onder meer te vinden in Boek 6 BW en Boek 7 BW.

Welke vordering verjaart?

Een vordering op uw eigen verzekeraar, een schadeclaim op een aansprakelijke persoon en een rechtstreekse aanspraak op een WAM-verzekeraar zijn verschillende vorderingen. Zij kunnen andere termijnen en stuitingsregels hebben. De datum van het ongeval is daarom niet altijd het enige relevante vertrekpunt.

Artikel 7:942 BW bevat regels voor de rechtsvordering tegen een verzekeraar tot uitkering. De Hoge Raad heeft het beginmoment bij aansprakelijkheidsverzekering verduidelijkt in ECLI:NL:HR:2025:1686. Laat voor uw dossier vaststellen wanneer de vordering opeisbaar werd en wanneer u daarmee bekend was.

Gerelateerde onderwerpen

Veelgestelde vragen

Wat is de verjaringstermijn voor een verzekeringsclaim?

Drie jaar, gerekend vanaf de dag volgend op die waarop u bekend werd met de opeisbaarheid van de uitkering (art. 7:942 lid 1 BW). Het startmoment is dus uw bekendheid met de aanspraak, niet de datum van het schadegeval en niet het moment waarop de schade is uitgerekend.

Gaat de termijn bij letselschade pas lopen als de omvang bekend is?

Nee. Voor de vordering op uw verzekeraar is bekendheid met de opeisbaarheid beslissend, niet met de omvang. Voor de vordering op de aansprakelijke partij geldt artikel 3:310 BW: vijf jaar vanaf de dag na bekendheid met zowel de schade als de aansprakelijke persoon. Ook daar staat onbekendheid met de exacte hoogte van de schade er niet aan in de weg dat de termijn gaat lopen.

Begint er een nieuwe termijn zodra ik een stuitingsbrief stuur?

Niet op dat moment. De brief stuit de verjaring; de nieuwe termijn van drie jaar begint pas te lopen op de dag nadat de verzekeraar de aanspraak erkent of ondubbelzinnig afwijst (art. 7:942 lid 2 BW). Bij een aansprakelijkheidsverzekering stuit ook iedere onderhandeling, en begint de nieuwe termijn pas na erkenning of na het ondubbelzinnig afbreken van de onderhandelingen (lid 3).

Toetst de rechter zelf of mijn claim verjaard is?

Nee. De rechter past verjaring niet ambtshalve toe (art. 3:322 lid 1 BW); de verzekeraar moet er zelf een beroep op doen. Gebeurt dat niet, dan wordt de vordering gewoon beoordeeld.

Lees ook

Hulp nodig?

Dreigt uw claim te verjaren, of beroept de verzekeraar zich daar al op? Laat het startmoment en de stuitingshandelingen controleren voordat u het opgeeft. Neem contact op met onze verzekeringsrechtadvocaten.


Gerelateerde juridische diensten

Deel dit bericht
Facebook
Twitter
LinkedIn
Snel hulp nodig?