URL: https://arslan.nl/diensten/familierecht/
Geschreven door Gülcan Alkilic, advocaat familierecht bij Arslan & Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor personen- en familierecht. Laatst bijgewerkt: 1 september 2026.
Waar begint u? Uw situatie in één overzicht
Familierecht is het rechtsgebied dat gaat over de juridische band tussen mensen die tot elkaar in een familierelatie staan — en die band raakt aan bijna alles: uw kind, uw naam, uw geld, uw huis en wat er na uw overlijden gebeurt.
| Uw situatie | Waar u verder leest |
|---|---|
| Ik ga scheiden, of we hebben ruzie over alimentatie, gezag of de woning | Scheiden, alimentatie, gezag en de woning — met een link naar de aparte pagina |
| Ik wil mijn kind erkennen, of mijn partner wil dat | Hoe erkent u een kind |
| Ik twijfel of ik de vader ben, of ik wil juist erkend worden als vader | Vaderschap ontkennen of laten vaststellen |
| Mijn kind moet een andere achternaam krijgen | De achternaam van een kind wijzigen |
| Ik wil het kind van mijn partner adopteren | Adoptie in hoofdlijnen |
| Jeugdzorg is bij ons betrokken en er dreigt een maatregel | Ondertoezichtstelling: wat het is en wie beslist |
| Mijn kind wordt of is uit huis geplaatst | Uithuisplaatsing: wat u ertegen kunt doen |
| Mijn kind heeft een eigen stem nodig in de procedure | De bijzondere curator |
| Mijn vader, moeder of kind kan zijn eigen zaken niet meer regelen | Curatele, bewind en mentorschap |
| Ik ben onterfd, of ik krijg minder dan mijn broers en zussen | De legitieme portie |
| Er is een erfenis met schulden, of ik weet niet wat erin zit | Verwerpen en beneficiair aanvaarden |
| Wij gaan trouwen of samenwonen en willen iets vastleggen | Huwelijkse voorwaarden en het samenlevingscontract |
| Wij hebben een geregistreerd partnerschap en willen ermee stoppen | Geregistreerd partnerschap |
| Mijn zaak heeft een buitenlandse kant | Internationaal familierecht |
| Mijn kind is zonder mijn toestemming naar het buitenland gebracht | Internationale kinderontvoering |
| Ik weet niet of ik dit kan betalen | Wat kost een familierechtadvocaat |
Scheiden, alimentatie, gezag en de woning
Alles wat met een echtscheiding zelf te maken heeft — de procedure, partner- en kinderalimentatie, ouderlijk gezag, de omgangsregeling, het ouderschapsplan, de verdeling van de woning en de verevening van pensioen — behandelen wij op een aparte, uitgebreide pagina. Loopt uw vraag daarover, dan vindt u daar de uitleg per onderdeel, inclusief het stappenplan en de veelgemaakte fouten: echtscheiding.
Hoe erkent u een kind, en wat verandert er dan?
Erkenning is de handeling waarmee iemand die niet automatisch ouder is, juridisch ouder van het kind wordt; sinds 1 januari 2023 krijgt de erkenner in beginsel ook meteen het gezamenlijk gezag. Zonder erkenning bestaat er tussen die persoon en het kind juridisch niets.
Artikel 1:203 BW bepaalt dat erkenning geschiedt bij een akte van de ambtenaar van de burgerlijke stand of bij notariële akte, en dat zij gevolg heeft vanaf het tijdstip waarop zij is gedaan.
Toestemming is de kern van de regeling. Artikel 1:204 BW verklaart de erkenning nietig wanneer zij is gedaan zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de moeder als het kind nog geen zestien is, of zonder de toestemming van het kind zelf als dat twaalf jaar of ouder is. Weigert de moeder, dan kan de rechtbank haar toestemming vervangen op verzoek van de verwekker of van de biologische vader die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat — tenzij dat de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt of de ontwikkeling van het kind in het gedrang komt.
Het gezagspunt verdient aparte nadruk, omdat het recent is veranderd. Artikel 1:251b BW bepaalt dat de moeder en de erkenner het gezag gezamenlijk uitoefenen, behoudens uitzonderingen: er is al een voogd, de gezagsvoorziening ontbreekt, of de erkenner had eerder al gezag. Bovendien oefent de moeder het gezag alléén uit wanneer uit de akte blijkt dat zij en de erkenner dat samen hebben verklaard, of wanneer de rechtbank vervangende toestemming voor de erkenning heeft gegeven. Bron: Burgerlijk Wetboek Boek 1, artikelen 203, 204 en 251b, wetten.overheid.nl.
Ter illustratie. Twee ouders wonen samen en zijn niet getrouwd. De vader heeft het kind bij de geboorte erkend en staat op de geboorteakte. Jaren later loopt de relatie stuk en wil de moeder met het kind naar een andere stad verhuizen. De vader gaat ervan uit dat hij daar iets over te zeggen heeft, omdat hij op de akte staat. Of dat zo is, hangt niet af van de erkenning maar van het gezag: dat zijn twee verschillende dingen, en of het gezag destijds is meegekomen hangt af van het jaar van erkenning en van wat er in de akte en in het gezagsregister staat. Dat is het eerste wat in zo'n dossier moet worden uitgezocht, nog voor er over de verhuizing wordt gesproken. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.
Vaderschap ontkennen of juist laten vaststellen
Het vaderschap dat door huwelijk of geregistreerd partnerschap is ontstaan kan worden ontkend, een erkenning kan worden vernietigd, en het ouderschap van iemand die niet wil erkennen kan door de rechtbank worden vastgesteld — maar aan alle drie hangen strikte termijnen.
Ontkenning. Artikel 1:200 BW laat toe dat het vaderschap dat volgt uit huwelijk of geregistreerd partnerschap wordt ontkend op de grond dat de man niet de biologische vader is, door de vader, de moeder of het kind zelf. Twee blokkades: er kan niet worden ontkend als de man vóór het huwelijk of partnerschap van de zwangerschap wist, en evenmin als hij heeft ingestemd met een daad die de verwekking tot gevolg kan hebben gehad — tenzij de moeder hem over de verwekker heeft bedrogen. De termijnen verschillen per verzoeker:
| Wie ontkent | Termijn |
|---|---|
| De moeder | binnen één jaar na de geboorte van het kind |
| De vader | binnen één jaar nadat hij bekend is geworden met het feit dat hij vermoedelijk niet de biologische vader is |
| Het kind | binnen drie jaar nadat het daarmee bekend is geworden; werd het daarmee tijdens zijn minderjarigheid bekend, dan tot uiterlijk drie jaar na het bereiken van de meerderjarigheid |
Vernietiging van een erkenning. Is het ouderschap door erkenning ontstaan, dan loopt het langs artikel 1:205 BW. Het kind kan vernietiging vragen, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid plaatsvond. De erkenner kan dat alleen als hij door bedreiging, dwaling, bedrog of — tijdens zijn minderjarigheid — door misbruik van omstandigheden tot de erkenning is bewogen; de moeder als zij op diezelfde gronden tot haar toestemming is bewogen. Bij bedreiging of misbruik geldt een jaar nadat die invloed is opgehouden te werken, bij bedrog of dwaling een jaar na de ontdekking; voor het kind opnieuw drie jaar.
Gerechtelijke vaststelling. Wil de biologische vader niet erkennen, dan kan het ouderschap op grond van artikel 1:207 BW door de rechtbank worden vastgesteld — ook als hij is overleden. Het verzoek kan worden gedaan door de moeder, tenzij het kind al zestien is, en door het kind zelf; vaststelling is uitgesloten als het kind al twee ouders heeft. De moeder moet haar verzoek indienen binnen vijf jaar na de geboorte, of binnen vijf jaar nadat identiteit en verblijfplaats van de vermoedelijke verwekker haar bekend zijn geworden. Voor het kind noemt de wet geen vervaltermijn. Bron: Burgerlijk Wetboek Boek 1, artikelen 200, 205 en 207, wetten.overheid.nl.
De achternaam van een kind wijzigen
Een achternaam van een minderjarige wordt niet door de rechter gewijzigd maar bij koninklijk besluit, op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger, en de belangrijkste voorwaarde is een aaneengesloten periode van verzorging en opvoeding: drie jaar bij een kind van twaalf jaar of ouder, vijf jaar bij een jonger kind.
De grondslag is artikel 1:7 BW: de geslachtsnaam kan op verzoek van de betrokkene of zijn wettelijke vertegenwoordiger door de Koning worden gewijzigd. De gronden staan in het Besluit geslachtsnaamswijziging. Artikel 3 van dat besluit noemt voor minderjarigen vier routes: naar de naam van de ouder wiens naam het kind niet heeft, na ontbinding van huwelijk of partnerschap of na verbreking van de samenleving; naar de naam van de levensgezel van de ouder; naar de naam van een of beide pleegouders; en in al die gevallen ook naar een combinatie van de huidige naam met die van de ouder, levensgezel of pleegouder. Steeds geldt dezelfde eis: de verzorging en opvoeding moet ten minste drie jaar onafgebroken en onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek hebben geduurd — vijf jaar bij een kind dat nog geen twaalf is. Worden verzoeken voor meerdere kinderen uit hetzelfde gezin gedaan zodat zij dezelfde naam krijgen en is een van hen nog geen twaalf, dan geldt de langere termijn voor allemaal. Bron: Besluit geslachtsnaamswijziging, artikel 3, wetten.overheid.nl.
Voornaam is iets anders. Wijziging van de voornamen loopt wél via de rechtbank (artikel 1:4 lid 4 BW). Daarnaast kunnen ouders op grond van artikel 1:5 BW bij erkenning, huwelijk of partnerschapsregistratie kiezen voor de namen van beide ouders in een vrij te bepalen volgorde — maar dat is een keuze op dát moment, geen vervanging van de procedure hierboven.
Adoptie in hoofdlijnen
Adoptie is een uitspraak van de rechtbank waarbij de familierechtelijke betrekking met de oorspronkelijke ouder wordt vervangen door die met de adoptant, en zij wordt alleen uitgesproken als vaststaat dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in die hoedanigheid te verwachten heeft.
Artikel 1:227 BW bepaalt dat adoptie geschiedt door een uitspraak van de rechtbank, op verzoek van twee personen tezamen of van één persoon alleen. Twee personen samen kunnen alleen verzoeken als zij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek met elkaar hebben samengeleefd. Adopteert iemand het kind van zijn echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel — stiefouderadoptie —, dan geldt diezelfde eis van drie jaar samenleven met die ouder, tenzij het kind binnen hun relatie is of wordt geboren.
De voorwaarden staan in artikel 1:228 BW: het kind is op de dag van het eerste verzoek minderjarig; een kind van twaalf jaar of ouder mag bij het verhoor niet van bezwaren blijken, en ook een jonger kind dat tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat is wordt gehoord; de adoptant is ten minste achttien jaar ouder dan het kind; geen van de ouders spreekt het verzoek tegen; de adoptant heeft het kind ten minste een jaar verzorgd en opgevoed; en de ouder of ouders hebben niet of niet langer het gezag — bij stiefouderadoptie ligt het gezag juist bij die ouder, alleen of samen met de adoptant. Bron: Burgerlijk Wetboek Boek 1, artikelen 227 en 228, wetten.overheid.nl.
Voor interlandelijke adoptie geldt een geheel eigen stelsel met een eigen wettelijk en bemiddelingskader, en het beleid daarover is de afgelopen jaren ingrijpend gewijzigd; overweegt u die route, laat u dan eerst informeren over de stand van zaken op dat moment.
Ondertoezichtstelling: wat is het, en wie beslist erover?
Een ondertoezichtstelling is een maatregel waarbij de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stelt van een gecertificeerde instelling omdat het kind in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd; het gezag van de ouders blijft bestaan, maar wordt beperkt.
Artikel 1:255 lid 1 BW eist drie dingen tegelijk: de minderjarige groeit zodanig op dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd; de zorg die nodig is om die bedreiging weg te nemen wordt door de ouders niet of onvoldoende geaccepteerd; en de verwachting is gerechtvaardigd dat de ouders binnen een — gelet op de persoon en de ontwikkeling van het kind — aanvaardbaar te achten termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding weer kunnen dragen.
Het verzoek komt van de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie; doet de raad het niet, dan is ook een ouder of de opvoeder in wiens gezin het kind woont daartoe bevoegd. De maatregel duurt ten hoogste een jaar (artikel 1:258 BW) en kan telkens met ten hoogste een jaar worden verlengd, mits nog steeds aan de grond is voldaan (artikel 1:260 BW).
Wat de beschikking moet bevatten. Artikel 1:255 lid 4 BW verplicht de kinderrechter de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige te vermelden, en de daarop afgestemde duur. Een beschikking die alleen algemeenheden noemt, voldoet daar niet aan — en die concrete bedreigingen zijn de meetlat waarlangs een latere verlenging wordt beoordeeld. Bron: Burgerlijk Wetboek Boek 1, artikelen 255, 258 en 260, wetten.overheid.nl.
Uithuisplaatsing: wie beslist, en wat kunt u ertegen doen?
Een uithuisplaatsing berust op een machtiging van de kinderrechter, wordt uitgevoerd door de gecertificeerde instelling, geldt voor ten hoogste een jaar en kan op uw verzoek door diezelfde kinderrechter geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken of bekort.
Artikel 1:265b lid 1 BW bepaalt dat de kinderrechter de gecertificeerde instelling kan machtigen het kind gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen, indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. De duur staat in artikel 1:265c BW: ten hoogste een jaar, telkens met ten hoogste een jaar te verlengen. Datzelfde artikel bevat een bepaling die in de praktijk wordt vergeten: een machtiging vervalt indien zij na verloop van drie maanden niet ten uitvoer is gelegd.
Wat u concreet kunt doen. Artikel 1:265d BW geeft de ouder met gezag, de minderjarige van twaalf jaar of ouder en de opvoeder in wiens gezin het kind woont drie wegen. U kunt de gecertificeerde instelling wegens gewijzigde omstandigheden verzoeken de uithuisplaatsing te beëindigen of te bekorten; die moet daarop binnen twee weken schriftelijk beslissen. U kunt zich rechtstreeks tot de kinderrechter wenden, die de machtiging geheel of gedeeltelijk kan intrekken of bekorten. En u kunt op elke verlengingszitting verweer voeren. Bron: Burgerlijk Wetboek Boek 1, artikelen 265b, 265c en 265d, wetten.overheid.nl.
Daarnaast staat er een instrument in het procesrecht dat te weinig wordt gebruikt. Artikel 810a lid 2 Rv bepaalt dat de rechter in zaken over ondertoezichtstelling of beëindiging van het gezag op verzoek van een ouder en na overleg met die ouder een deskundige benoemt, mits dat mede tot de beslissing van de zaak kan leiden en het belang van het kind zich er niet tegen verzet. Lid 3 bepaalt dat het bedrag dat die deskundige toekomt ten laste van 's Rijks kas door de griffier wordt betaald; van de ouder kan een bijdrage worden gevraagd. Kortom: u kunt een eigen, onafhankelijk onderzoek vragen tegenover dat van de raad.
De spoedmachtiging. Wordt uw kind van de ene op de andere dag weggehaald, dan is er vrijwel altijd beslist zonder dat u eerst bent gehoord. Artikel 800 lid 3 Rv bepaalt dat zo'n beschikking alleen aanstonds kan worden gegeven indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige, en dat zij haar kracht verliest na verloop van twee weken, tenzij de belanghebbenden binnen die termijn in de gelegenheid zijn gesteld hun mening kenbaar te maken. Artikel 809 lid 3 Rv bevat dezelfde termijn ten aanzien van het kind zelf, en lid 1 verplicht de rechter niet te beslissen dan nadat een kind van twaalf jaar of ouder zijn mening heeft kunnen geven. Bron: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikelen 800, 809 en 810a, wetten.overheid.nl.
Het perspectiefbesluit. Op enig moment neemt de gecertificeerde instelling een standpunt in over de vraag of uw kind nog naar huis terugkeert. De Hoge Raad oordeelde op 1 september 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1148) dat de wet niet voorziet in een zelfstandige rechtsgang waarin zo'n perspectiefbesluit als zodanig aan de rechter kan worden voorgelegd, en dat de geschillenregeling van artikel 1:262b BW daarvoor niet bedoeld is; het is aan de wetgever om die rechtsingang te creëren. Wel kan de rechter een perspectiefbesluit beoordelen voor zover dat noodzakelijk is voor beslissingen en verzoeken die daaruit voortvloeien of daarmee samenhangen. Praktisch: het besluit zelf kunt u niet los aanvechten, maar op de eerstvolgende zitting over verlenging of gezagsbeëindiging staat het wél ter beoordeling.
Ter illustratie. Een moeder krijgt op een vrijdagmiddag te horen dat haar kind diezelfde dag elders wordt ondergebracht. Zij is niet gehoord en heeft geen stuk gezien. In de weken daarna hoort zij niets meer en gaat zij ervan uit dat de beslissing vaststaat tot de volgende zitting over een jaar. Juridisch ligt dat anders. Een beschikking die zonder verhoor is gegeven verliest na twee weken haar kracht als belanghebbenden niet in die termijn in de gelegenheid zijn gesteld hun mening te geven. En ook daarna kan zij de gecertificeerde instelling wegens gewijzigde omstandigheden verzoeken de plaatsing te beëindigen of te bekorten, of zich rechtstreeks tot de kinderrechter wenden met het verzoek de machtiging in te trekken. De vraag is dus niet óf er iets kan, maar welke weg in haar situatie het snelst iets oplevert. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.
De bijzondere curator: een eigen stem voor het kind
Een bijzondere curator is een vertegenwoordiger die de rechter benoemt wanneer de belangen van het kind botsen met die van zijn ouders of voogd, en die het kind vervolgens zowel in als buiten rechte vertegenwoordigt.
Artikel 1:250 BW bepaalt dat de rechtbank — of, gaat het om het vermogen van de minderjarige, de kantonrechter, of, als de zaak al loopt, de rechter die haar behandelt — een bijzondere curator benoemt wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van de minderjarige de belangen van de gezagsdragende ouders of van de voogd in strijd zijn met die van de minderjarige. De rechter doet dat als hij het in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, waarbij hij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking neemt, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve. Bron: Burgerlijk Wetboek Boek 1, artikel 250, wetten.overheid.nl.
De klassieke gevallen: een verhard conflict over omgang of hoofdverblijf waarin het kind klem zit; een afstammingszaak waarin het kind een eigen belang heeft dat niet samenvalt met dat van de ouder die procedeert; een erfenis of schadevergoeding die aan het kind toekomt en door de ouder wordt beheerd. De bijzondere curator is geen hulpverlener en geen bemiddelaar: hij brengt naar voren wat het kind zelf vindt en nodig heeft, ook wanneer dat geen van beide ouders uitkomt.
Curatele, bewind en mentorschap: wat is het verschil?
Bewind gaat over geld en goederen, mentorschap over verzorging en behandeling, en curatele over beide tegelijk; curatele is de zwaarste maatregel omdat de betrokkene daardoor handelingsonbekwaam wordt.
| Bewind | Mentorschap | Curatele | |
|---|---|---|---|
| Waarover | de goederen van de betrokkene | verzorging, verpleging, behandeling, begeleiding | vermogen én persoon |
| Wetsartikel | 1:431 BW | 1:450 BW | 1:378 BW |
| Handelingsbekwaamheid | blijft in stand | onbevoegd in de genoemde aangelegenheden | onbekwaam, behoudens uitzonderingen |
| Wie treedt op | de bewindvoerder, binnen zijn taak | de mentor | de curator |
Bewind. Artikel 1:431 BW laat een bewind instellen over goederen van een meerderjarige die tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, of — voor bepaalde tijd — als gevolg van verkwisting of problematische schulden. De bewindvoerder vertegenwoordigt de rechthebbende (artikel 1:441 lid 1 BW), maar niet onbeperkt: voor onder meer beschikken over een onder bewind staand goed, geld lenen, de rechthebbende als borg verbinden en het aangaan van een schikking boven € 700 heeft hij toestemming van de rechthebbende nodig, of machtiging van de kantonrechter. Bron: Burgerlijk Wetboek Boek 1, artikelen 431 en 441, wetten.overheid.nl.
Mentorschap. Artikel 1:450 BW: mentorschap is mogelijk als een meerderjarige door zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of wordt bemoeilijkt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. Artikel 1:453 lid 5 BW bevat een belangrijke begrenzing: verzet de betrokkene zich tegen een handeling van ingrijpende aard, dan kan die slechts plaatsvinden indien zij kennelijk nodig is om ernstig nadeel te voorkomen.
Curatele. Artikel 1:378 BW stelt drie eisen. De meerderjarige neemt zijn belangen niet behoorlijk waar of brengt zijn veiligheid of die van anderen in gevaar; dat komt door zijn lichamelijke of geestelijke toestand dan wel door gewoonte van drank- of drugsmisbruik; en — de eis die het vaakst wordt vergeten — een voldoende behartiging van die belangen kan niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening worden bewerkstelligd. Kan het met bewind en mentorschap samen, dan hoort er dus geen curatele te komen.
Wordt curatele uitgesproken, dan is de betrokkene onbekwaam rechtshandelingen te verrichten voor zover de wet niet anders bepaalt (artikel 1:381 lid 2 BW). Hij is wel bekwaam te handelen met toestemming van zijn curator, en om over gelden die de curator hem voor levensonderhoud gaf overeenkomstig die bestemming te beschikken. In zaken van curatele is hij bovendien zelf bekwaam in rechte op te treden en beroep in te stellen — hij mag dus zelf tegen zijn eigen ondercuratelestelling procederen.
De legitieme portie: wat als u bent onterfd?
Bent u kind van de erflater, dan kunt u ook na een onterving aanspraak maken op de legitieme portie: een geldvordering ter grootte van de helft van wat u bij versterf zou hebben gekregen — maar die aanspraak vervalt als u haar niet binnen vijf jaar na het overlijden inroept.
Artikel 4:63 BW omschrijft de legitieme portie als het gedeelte van de waarde van het vermogen van de erflater waarop de legitimaris in weerwil van giften en uiterste wilsbeschikkingen aanspraak kan maken. Legitimarissen zijn de afstammelingen die door de wet als erfgenaam tot de nalatenschap worden geroepen; de echtgenoot en andere familieleden zijn dus géén legitimaris. Artikel 4:64 BW bepaalt de omvang: de helft van de waarde waarover de legitieme porties worden berekend, gedeeld door het aantal kinderen en andere in de wet genoemde achtergelaten personen. Artikel 4:65 BW zegt waarover die berekening gaat: over de waarde van de goederen van de nalatenschap, vermeerderd met de in aanmerking te nemen giften en verminderd met bepaalde schulden.
Twee termijnen die u niet mag missen. Artikel 4:85 BW: de aanspraak vervalt als de legitimaris niet binnen een door een belanghebbende gestelde redelijke termijn, en uiterlijk vijf jaren na het overlijden, heeft verklaard dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen. Daarnaast: staat negen maanden na het overlijden niet vast in hoeverre de echtgenoot van de erflater aanspraak maakt op vestiging van een vruchtgebruik, dan vervalt het deel van de vordering dat ten laste van die echtgenoot zou komen, tenzij de legitimaris binnen die negen maanden aan de echtgenoot heeft verklaard zijn legitieme te willen ontvangen. Let ook op artikel 4:63 lid 3 BW: de legitimaris die de nalatenschap verwerpt verliest zijn recht op de legitieme portie — tenzij hij bij de verklaring van verwerping tevens verklaart dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen. Eén zin die ontbreekt, kost het hele recht. Bron: Burgerlijk Wetboek Boek 4, artikelen 63 tot en met 65 en 85, wetten.overheid.nl.
Ter illustratie. Een vader overlijdt en heeft in zijn testament één van zijn drie kinderen onterfd. Dat kind hoort het pas maanden later, gaat ervan uit dat een testament nu eenmaal het laatste woord is, en onderneemt niets. Dat is te vroeg opgegeven: een onterfd kind blijft legitimaris en houdt een geldvordering ter grootte van de helft van zijn wettelijk erfdeel, berekend over een vermogen waarbij ook eerdere giften meetellen. Maar het recht moet wél worden ingeroepen, en die aanspraak vervalt na vijf jaar — eerder nog als een belanghebbende een kortere redelijke termijn stelt of als de echtgenoot van de erflater in beeld is. De vraag is hier dus niet of er iets is, maar of er op tijd iets wordt gedaan. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.
Een erfenis aanvaarden, verwerpen of beneficiair aanvaarden
U kunt een nalatenschap zuiver aanvaarden, verwerpen of aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving — dat laatste heet beneficiair aanvaarden en is de veilige middenweg als u niet weet of er schulden zijn.
De keuze staat in artikel 4:190 BW: zij kan alleen onvoorwaardelijk en zonder tijdsbepaling worden gedaan, kan geen deel van het erfdeel betreffen, en is onherroepelijk — zij werkt terug tot het openvallen van de nalatenschap en kan niet wegens dwaling worden vernietigd. Artikel 4:191 BW: de keuze wordt gedaan door een verklaring ter griffie van de rechtbank van het sterfhuis, die in het boedelregister wordt ingeschreven.
De valkuil zit in artikel 4:192 lid 1 BW. Een erfgenaam aanvaardt zuiver wanneer hij zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt, doordat hij overeenkomsten aangaat die strekken tot vervreemding of bezwaring van goederen van de nalatenschap of deze op andere wijze aan het verhaal van schuldeisers onttrekt. U kunt dus zuiver aanvaarden zonder ooit een formulier te tekenen. Wees daarom voorzichtig met alles wat op wegnemen, verkopen of verdelen lijkt zolang de keuze niet is gemaakt.
Voor kinderen geldt een eigen beschermingsregel. Artikel 4:193 BW: een wettelijke vertegenwoordiger kan voor het kind niet zuiver aanvaarden en heeft voor verwerping een machtiging van de kantonrechter nodig; laat hij de termijn van drie maanden verlopen, dan geldt de nalatenschap als beneficiair aanvaard. Een minderjarige kan dus nooit met de schulden van een erfenis worden opgezadeld. Bron: Burgerlijk Wetboek Boek 4, artikelen 190 tot en met 193, wetten.overheid.nl.
Huwelijkse voorwaarden en het samenlevingscontract
Huwelijkse voorwaarden regelen wat er met uw vermogen gebeurt binnen een huwelijk of geregistreerd partnerschap en moeten op straffe van nietigheid bij notariële akte worden aangegaan; een samenlevingscontract regelt de afspraken tussen mensen die samenwonen zonder huwelijk, en kent geen wettelijk basisregime waarop u kunt terugvallen.
Trouwt u zonder voorwaarden, dan ontstaat van rechtswege een gemeenschap van goederen (artikel 1:94 lid 1 BW). Sinds de wetswijziging die op 1 januari 2018 in werking trad is dat een beperkte gemeenschap: het tweede lid zondert onder meer uit wat krachtens erfopvolging, making, lastbevoordeling of gift is verkregen, en pensioenrechten waarop de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding van toepassing is. Voor huwelijken van vóór die datum geldt het oude, ruimere regime — bij een scheiding is het jaar van trouwen daarom een van de eerste dingen die worden nagegaan.
Huwelijkse voorwaarden kunnen op grond van artikel 1:114 BW zowel vóór als tijdens het huwelijk worden gemaakt; artikel 1:115 BW eist een notariële akte op straffe van nietigheid. Artikel 1:116 BW voegt daaraan toe dat bepalingen uit huwelijkse voorwaarden aan derden die daarvan onkundig waren alleen kunnen worden tegengeworpen als zij waren ingeschreven in het openbaar huwelijksgoederenregister. Niet-ingeschreven voorwaarden werken dus wel tussen u beiden, maar niet tegenover een schuldeiser die er niets van wist. Bron: Burgerlijk Wetboek Boek 1, artikelen 94, 114, 115 en 116, wetten.overheid.nl.
Samenwonen is juridisch iets heel anders. Voor samenwoners bestaat geen wettelijk vermogensregime, geen wettelijke onderhoudsplicht na het uiteengaan, en geen automatisch erfrecht. Wat u niet zelf regelt, is dus niet geregeld. Een samenlevingscontract legt daarom vast wat in een huwelijk uit de wet zou volgen: wat van wie is, wie in de gezamenlijke woning mag blijven en tegen welke vergoeding, hoe de kosten van de huishouding worden verdeeld, of er bij het einde iets verrekend wordt, en — omdat veel pensioenregelingen een notarieel contract als voorwaarde stellen — het partnerpensioen. Voor erfrecht is bovendien een testament nodig; samenwoners erven niet van elkaar.
Geregistreerd partnerschap: wat is het, en hoe eindigt het?
Een geregistreerd partnerschap komt in gevolgen sterk overeen met een huwelijk, maar het eindigt eenvoudiger: hebben de partners geen gezamenlijke kinderen onder hun gezag, dan kan het zonder rechter worden beëindigd.
Artikel 1:80a BW regelt de registratie bij akte van de ambtenaar van de burgerlijke stand; vermogensrechtelijk gelden dezelfde regels als bij het huwelijk. Artikel 1:80c BW noemt de manieren waarop het eindigt: door de dood, bij vermissing, met wederzijds goedvinden, door ontbinding op verzoek van de partners of een van hen, en door omzetting in een huwelijk.
Beëindiging met wederzijds goedvinden werkt zo: beide partners en een of meer advocaten of notarissen ondertekenen en dateren een verklaring waaruit blijkt dat en wanneer zij een overeenkomst over de beëindiging hebben gesloten, en de ambtenaar van de burgerlijke stand schrijft die in. Artikel 1:80d BW bepaalt wat die overeenkomst ten minste moet bevatten: de verklaring van beide partners dat hun partnerschap duurzaam ontwricht is en dat zij het willen beëindigen. Daarnaast — niet op straffe van nietigheid — regelt zij het levensonderhoud, de woning en inboedel, de verdeling of verrekening van het vermogen en de pensioenrechten.
De uitzondering staat in artikel 1:80c lid 3 BW: deze route is niet mogelijk als de partners gezag uitoefenen over een of meer van hun gezamenlijke kinderen, of op grond van de wet gezamenlijk gezag over een of meer kinderen uitoefenen. Zijn er kinderen onder gezag, dan gaat het dus altijd via de rechter, met een ouderschapsplan — net als bij een echtscheiding. Bron: Burgerlijk Wetboek Boek 1, artikelen 80a, 80c en 80d, wetten.overheid.nl.
Internationaal familierecht: welke rechter, en welk recht?
Zodra uw situatie een buitenlandse kant heeft — een nationaliteit, een woonplaats, vermogen of een kind over de grens — vallen er twee vragen uiteen die mensen doorgaans als één vraag stellen: welke rechter is bevoegd, en welk recht past die rechter toe.
| Onderwerp | Waar het antwoord in beginsel vandaan komt |
|---|---|
| Bevoegdheid bij scheiding en ouderlijke verantwoordelijkheid binnen de EU | Verordening (EU) 2019/1111 |
| Welk recht op de scheiding zelf | het internationaal privaatrecht; Nederlands recht is vaak het uitgangspunt, maar geen automatisme |
| Huwelijksvermogensrecht | hangt sterk af van het jaar van trouwen en van nationaliteit en woonplaats destijds |
| Alimentatie | eigen Europese en verdragsregels voor bevoegdheid, toepasselijk recht en inning over de grens |
| Erkenning van een buitenlandse uitspraak | eigen regels per verdrag of verordening; erkenning gaat niet vanzelf |
| Kinderontvoering | het Haagse verdrag van 1980 en de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering |
Ons kantoor voert dit type zaken in het Nederlands, Turks en Pools. Dat is hier geen bijzaak: in internationale familiezaken gaat er meer mis in de vertaling van stukken en in het contact met familie in het buitenland dan in het recht zelf.
Internationale kinderontvoering: mijn kind is meegenomen
Wordt een kind zonder toestemming naar het buitenland gebracht of niet teruggebracht, dan is dat juridisch een internationale kinderontvoering, en voor teruggeleiding naar Nederland is in eerste aanleg uitsluitend de kinderrechter van de rechtbank Den Haag bevoegd.
Artikel 11 lid 1 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering bepaalt dat, onverminderd de bevoegdheid van de voorzieningenrechter Den Haag in kort geding, in eerste aanleg uitsluitend de kinderrechter van de rechtbank Den Haag bevoegd is tot kennisneming van alle zaken over de gedwongen afgifte van een internationaal ontvoerd kind aan degene aan wie het gezag toekomt en over de teruggeleiding van dat kind over de Nederlandse grens. Artikel 13 lid 1 voegt daaraan toe dat afgifte en teruggeleiding slechts mogelijk zijn krachtens een daartoe strekkend rechterlijk bevel, en lid 2 dat de rechter het verzoek bij voorrang behandelt, met gesloten deuren, en niet beslist dan nadat het kind in de gelegenheid is gesteld zijn mening kenbaar te maken. De wet geldt voor kinderen die de leeftijd van zestien jaar nog niet hebben bereikt; bereikt een kind die leeftijd terwijl het verzoek loopt, dan wordt de behandeling ambtshalve gestaakt (artikel 3). Bron: Uitvoeringswet internationale kinderontvoering, artikelen 3, 11 en 13, wetten.overheid.nl.
Wat u bij een dreigende of net voltrokken ontvoering meteen kunt doen:
- Leg vast wanneer u wat hebt gemerkt, en bewaar alle berichten en reisdocumenten.
- Doe aangifte bij de politie en meld het bij de centrale autoriteit.
- Zorg dat volstrekt duidelijk is wie het gezag heeft; zonder bewijs van gezag staat elk verzoek stil.
- Laat de bevoegdheidsvraag beoordelen voordat u in het buitenland een procedure begint.
- Wacht niet af. Bij dit onderwerp werkt tijdsverloop structureel in het nadeel van de achterblijvende ouder.
Wat kost een familierechtadvocaat?
Kunt u de kosten van een advocaat niet of niet volledig dragen, dan kunt u in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand via de Raad voor Rechtsbijstand; u betaalt dan een eigen bijdrage waarvan de hoogte afhangt van uw inkomen en vermogen. Wij beoordelen kosteloos of u daarvoor in aanmerking komt en vragen de toevoeging voor u aan.
Komt u niet in aanmerking, dan werken wij met een vooraf besproken kosteninschatting en waar mogelijk met vaste prijsafspraken per fase. Heeft u een rechtsbijstandverzekering, laat dan altijd nagaan of uw polis familierecht dekt en of u zelf een advocaat mag kiezen — dat keuzerecht is ruimer dan verzekeraars het vaak presenteren.
Wat een gespecialiseerde advocaat in dit rechtsgebied toevoegt, is vooral tempo en volgorde. In familiezaken is de belangrijkste beslissing zelden de inhoudelijke: het is de keuze welk verzoek u wanneer indient, bij welke rechter, en met welk bewijs erbij. Wie dat verkeerd doet, verliest niet zijn gelijk maar zijn tijd — en tijd is in dit rechtsgebied vrijwel altijd het schaarste goed.
Over dit advies
Arslan & Arslan Advocaten behandelt familierechtzaken vanuit kantoren in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Tilburg en Eindhoven. Wij staan ouders bij in jeugdbeschermingszaken, voeren afstammings- en naamsprocedures, begeleiden adopties en verdelingen, en treden op in erfrechtelijke geschillen en in internationale familiezaken. Naast Nederlands spreken wij Turks en Pools.
**Bel [070 450 0300](tel:+31704500300) of stuur ons uw vraag via het contactformulier.** Wij laten u weten waar u staat en wat de volgende stap is.
Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies over uw eigen zaak. Aan de genoemde uitgangspunten kunnen geen rechten worden ontleend.