Een kort geding is een spoedprocedure bij de voorzieningenrechter. U vraagt daarin geen definitief oordeel over uw geschil, maar een onmiddellijke voorziening bij voorraad: een maatregel die nu nodig is en die voorlopig geldt.
Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 17 september 2026.
Dat "voorlopig" is het punt waarop de meeste verwachtingen misgaan. Hieronder leest u wat een kort geding wel en niet oplevert.
Wanneer kan het?
Artikel 254 lid 1 Rv: in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, is de voorzieningenrechter bevoegd die te geven.
Er zijn dus twee eisen, en beide moeten zijn vervuld:
- Spoedeisend belang. Waarom kan de uitkomst van een gewone procedure niet worden afgewacht? Dat moet u onderbouwen met feiten en data, niet met de stelling dat het vervelend is. Denk aan een aflopende termijn, een dreigende ontruiming, een blokkade van uw rekening of een executie die op korte termijn plaatsvindt.
- Een voorziening die nu nodig is. De rechter weegt daarbij de belangen van beide partijen.
Spoed kan verlopen. Wacht u maanden nadat het probleem ontstond, dan kan de rechter oordelen dat het spoedeisend belang ontbreekt. Handel dus snel, en leg vast wanneer u wat heeft gedaan.
Niet elke zaak leent zich ervoor. Artikel 256 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter de voorziening weigert als hij oordeelt dat de zaak niet geschikt is om in kort geding te worden beslist. Zaken die uitgebreid feitenonderzoek, getuigenverhoren of deskundigenberichten vragen, vallen daar vaak onder: daarvoor is in een kort geding geen ruimte.
De voorlopige voorziening: wat het wel en niet is
Artikel 257 Rv is kort en beslissend: de beslissingen bij voorraad brengen geen nadeel toe aan de zaak ten principale.
Wat dat betekent:
- Het oordeel is voorlopig. De voorzieningenrechter geeft een inschatting van hoe de bodemrechter zou oordelen; hij beslist het geschil niet definitief.
- Een bodemrechter is niet gebonden aan het oordeel in kort geding en kan tot een andere uitkomst komen.
- Het vonnis werkt wél meteen. Het wordt doorgaans uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en de voorzieningenrechter kan dat op grond van artikel 258 Rv ook ambtshalve doen. U kunt het dus direct executeren.
De keerzijde daarvan. Voert u een vonnis uit dat later in een bodemprocedure wordt teruggedraaid, dan kunt u aansprakelijk zijn voor de schade die de wederpartij daardoor heeft geleden. Executeren gebeurt in zoverre op eigen risico.
Volgt er altijd een bodemprocedure?
Nee. Dit is het hardnekkigste misverstand over het kort geding.
Bij een conservatoir beslag bepaalt de rechter wél een termijn waarbinnen de eis in de hoofdzaak moet worden ingesteld. Maar een gewoon kort geding kent die verplichting niet. In de praktijk gebeurt het volgende:
- Vaak berusten partijen. Het vonnis geeft duidelijkheid en beide partijen laten het daarbij. Er komt dan geen bodemprocedure.
- Soms volgt een schikking, mede op basis van wat de voorzieningenrechter overwoog.
- Soms start één van beide alsnog een bodemprocedure, bijvoorbeeld omdat er een definitief oordeel of een schadevergoeding nodig is die in kort geding niet kan worden verkregen.
Reken dus niet automatisch op een tweede ronde, en ga er evenmin van uit dat het kort geding het laatste woord is.
Wat kunt u vragen, en wat niet?
| Wel geschikt | Meestal niet geschikt |
|---|---|
| Een verbod of een gebod, bijvoorbeeld: staak de publicatie, verwijder de registratie, verleen weer toegang | Een definitieve vaststelling van rechten of aansprakelijkheid |
| Opheffing van een beslag | Een uitgebreide schadebegroting |
| Nakoming van een duidelijke verplichting | Zaken die getuigenverhoren of deskundigenonderzoek vergen |
| Een voorschot op een geldvordering, onder strengere voorwaarden | Geschillen waarin de feiten zwaar worden betwist |
Een geldvordering in kort geding is lastiger. Daarvoor gelden strengere eisen: het bestaan van de vordering moet voldoende aannemelijk zijn, er moet een spoedeisend belang zijn bij betaling nú, en het restitutierisico weegt mee, dus de vraag of u het geld kunt terugbetalen als de bodemrechter anders oordeelt. Verwacht daarom eerder een voorschot dan het volledige bedrag.
Hoe verloopt het?
- Datum aanvragen. Uw advocaat vraagt de voorzieningenrechter om een zittingsdatum. Op aanvraag kan de rechter de dagvaarding bevelen tegen een bepaalde dag en tijd, zo nodig zelfs op een zondag, en kan hij aan die dagbepaling voorwaarden verbinden die uit de dagvaarding moeten blijken.
- Dagvaarden. De wederpartij wordt opgeroepen. In de dagvaarding staan uw vordering, de feiten en de onderbouwing van het spoedeisend belang.
- Stukken indienen. Producties gaan vooraf naar de rechtbank en de wederpartij, meestal tot kort voor de zitting.
- De zitting. Beide partijen lichten hun standpunt toe; de rechter stelt vragen en beproeft vaak een schikking. Er is geen ruimte voor getuigenverhoor.
- Het vonnis. Dat volgt doorgaans binnen enkele weken, en bij grote spoed sneller, soms zelfs direct.
Vertegenwoordiging. Bij de voorzieningenrechter van de rechtbank is bijstand door een advocaat in beginsel verplicht. Bij een kantonzaak, bijvoorbeeld over huur of arbeid, kunt u in beginsel zelf procederen, al is bijstand vaak verstandig.
Eiser of gedaagde: wat verschilt er?
| Eiser (u start) | Gedaagde (u wordt gedagvaard) | |
|---|---|---|
| Initiatief | U vraagt de datum aan en laat dagvaarden | U ontvangt de dagvaarding met de zittingsdatum erin |
| Tijd | U bepaalt zelf wanneer u begint en kunt uw stukken voorbereiden | Vaak zeer kort: soms enkele dagen tot de zitting |
| Wat u moet doen | Het spoedeisend belang en uw vordering onderbouwen | Verweer voeren; verschijnt u niet, dan kan de vordering bij verstek worden toegewezen |
| Vertegenwoordiging bij de rechtbank | Advocaat in beginsel verplicht | Advocaat in beginsel verplicht |
| Vertegenwoordiging bij de kantonrechter | U mag zelf procederen | U mag zelf procederen |
| Kosten | Griffierecht en dagvaardingskosten vooraf; bij verlies mogelijk een proceskostenveroordeling | Griffierecht; bij verlies mogelijk een proceskostenveroordeling |
| Tegenvordering | – | U kunt in beginsel een eis in reconventie instellen |
Bent u gedaagde, kom dan in actie zodra de dagvaarding binnen is. De termijn tot de zitting is kort en u heeft stukken nodig. Verschijn in elk geval, ook als u de vordering deels erkent: bij verstek wordt in beginsel toegewezen wat wordt gevorderd.
Hoe verloopt het, indicatief
Onderstaande volgorde is een indicatie. Er bestaat geen vaste behandelduur: hoe snel het gaat hangt af van de mate van spoed, de beschikbaarheid van de rechtbank en de complexiteit van de zaak.
- Datum aanvragen bij de voorzieningenrechter. Bij grote spoed kan een datum op zeer korte termijn worden bepaald, zo nodig zelfs op een zondag.
- Dagvaarden van de wederpartij, met de vordering, de feiten en de onderbouwing van het spoedeisend belang.
- Stukken indienen, doorgaans tot kort voor de zitting, met afschrift aan de wederpartij.
- Zitting, waarin beide partijen hun standpunt toelichten. Er is geen getuigenverhoor; de rechter beproeft vaak een schikking.
- Vonnis, doorgaans binnen enkele weken en bij grote spoed sneller, soms zelfs direct.
Hoger beroep
Tegen een vonnis in kort geding staat hoger beroep open, maar met een korte termijn. De hoofdregel van artikel 339 lid 1 Rv is drie maanden, maar lid 2 bepaalt uitdrukkelijk dat de termijn van beroep van een vonnis in kort geding vier weken bedraagt, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak.
Twee aandachtspunten. Het instellen van hoger beroep schorst de tenuitvoerlegging niet wanneer het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard; wilt u de executie stoppen, dan is daarvoor een aparte voorziening nodig. En de gedaagde in hoger beroep kan op grond van lid 3 incidenteel beroep instellen, zelfs na afloop van die termijn, maar dan wel op straffe van verval bij de conclusie van antwoord.
Spoeddossier: wat legt u klaar?
Hoe korter de tijd, hoe belangrijker dat dit compleet is. Loop de lijst na voordat u contact opneemt.
- De gewenste voorziening, in één zin: wat moet de rechter precies bevelen of verbieden, jegens wie, en per wanneer?
- Het spoedeisend belang, met datums: welke termijn loopt af, welke maatregel is aangekondigd en per welke dag?
- Het document waaruit die deadline blijkt: de aanzegging, het exploot, de opzegbrief, het financieringsvoorbehoud of de beschikking.
- De onderliggende overeenkomst of de polisvoorwaarden, in de versie die op dat moment gold.
- De correspondentie met de wederpartij, chronologisch, waaruit blijkt dat u het langs minnelijke weg heeft geprobeerd.
- Uw eigen tijdlijn: wanneer ontstond het probleem, wanneer heeft u wat ondernomen? Dit is bepalend, want spoed kan verlopen.
- Bewijsstukken die uw vordering dragen: facturen, foto’s, verklaringen, uitdraaien.
- Gegevens van de wederpartij: volledige naam, adres en zo mogelijk KvK-nummer, nodig om te kunnen dagvaarden.
Voorbeeld (fictief)
Het volgende geval is fictief en dient alleen om te laten zien hoe de onderdelen samenkomen. Er wordt geen uitkomst voorspeld.
Een koper heeft een woning gekocht met een financieringsvoorbehoud dat over drie weken afloopt. De hypotheekaanvraag is afgewezen wegens een registratie waarvan hij stelt dat die onjuist is; de instelling reageerde twee keer niet binnen de gestelde termijn.
Gewenste voorziening: een bevel aan de instelling om de registratie binnen twee dagen te verwijderen. Spoedeisend belang: het voorbehoud vervalt op een genoemde datum, blijkend uit de koopovereenkomst. Onderbouwing: de afwijzingsbrief van de geldverstrekker, het kredietoverzicht, en de correspondentie waaruit blijkt dat de minnelijke weg is beproefd. Waarom kort geding: een bodemprocedure duurt langer dan de resterende drie weken, en de zaak vergt geen getuigenverhoor.
Wat kost een kort geding?
Twee kostenposten staan vast en zijn openbaar: het griffierecht dat u aan de rechtbank betaalt, en het bedrag waarin u bij verlies kunt worden veroordeeld voor de advocaatkosten van de wederpartij. Die twee kunt u vooraf opzoeken. Wat uw eigen advocaat kost, staat daar los van en hangt af van de afspraken die u maakt.
Griffierecht 2026
Welk tarief geldt, hangt af van welke rechter uw zaak behandelt en van wie u bent. Bij de kantonrechter betaalt alleen de eiser griffierecht; bij de rechtbank (handel en familie) betalen eiser en gedaagde.
| Soort zaak | Rechtspersoon | Particulier | Onvermogend |
|---|---|---|---|
| Kanton, onbepaalde waarde of tot € 500 | € 139 | € 93 | € 93 |
| Kanton, meer dan € 12.500 | € 1.504 | € 753 | € 93 |
| Rechtbank, onbepaalde waarde | € 735 | € 341 | € 93 |
| Rechtbank, tot € 100.000 | € 3.083 | € 1.414 | € 93 |
Vraagt u de rechter iets te doen of te stoppen, zonder dat daar een geldbedrag aan hangt, dan is dat een vordering van onbepaalde waarde. Dat is bij een kort geding vaak het geval, en het is meteen de goedkoopste categorie. Een particulier die bij de kantonrechter een verbod of een gebod vraagt, betaalt dus € 93 griffierecht; bij de rechtbank is dat € 341.
Het onvermogenden-tarief van € 93 kunt u nog achteraf krijgen. Kon u bij de start geen toevoeging of inkomensverklaring overleggen door omstandigheden die u redelijkerwijs niet zijn toe te rekenen, en levert u die vóór het eindvonnis alsnog aan, dan wordt het griffierecht op grond van artikel 16 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zaken verlaagd tot dat tarief en stort de griffier het te veel betaalde terug. Wacht daar niet mee: zodra u een toevoeging heeft aangevraagd, meld dat schriftelijk bij de griffie.
Wat u bij verlies aan de tegenpartij kunt moeten betalen
Verliest u, dan kunt u worden veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij. Dat bedrag is niet de werkelijke rekening van hun advocaat, maar een forfaitair bedrag volgens het liquidatietarief. Voor kort gedingen waarin vanaf 1 februari 2026 uitspraak wordt gedaan, gelden deze bedragen voor het salaris van de gemachtigde:
| Zwaarte van de zaak | Kanton | Rechtbank (handel) |
|---|---|---|
| Eenvoudig, of bij verstek | € 577 | € 760 |
| Gemiddeld | € 865 | € 1.177 |
| Complex | € 1.154 | € 1.766 |
Daar komen het griffierecht van de tegenpartij en de nakosten bij, en bij een gelegd beslag een bedrag van € 589 aan beslagkosten. Reken dus niet op één bedrag maar op een optelsom, en bedenk dat het omgekeerd ook geldt: wint u, dan kan de wederpartij in uw kosten worden veroordeeld, opnieuw forfaitair en dus meestal lager dan uw eigen rekening.
De overige posten
- Kosten van dagvaarding door de deurwaarder.
- Kosten van uw eigen rechtsbijstand. Controleer of uw rechtsbijstandsverzekering dekking biedt; bij een gerechtelijke procedure heeft u op grond van artikel 4:67 Wft in beginsel recht op een advocaat van uw keuze. Zie rechtsbijstandsverzekering geweigerd.
- Gesubsidieerde rechtsbijstand. Bij een lager inkomen en vermogen kan een toevoeging mogelijk zijn, met een eigen bijdrage. Dat opent tevens het onvermogenden-tarief voor het griffierecht.
- Executierisico zoals hierboven beschreven.
De genoemde griffierechten zijn de tarieven voor 2026; de liquidatietarieven gelden voor uitspraken vanaf 1 februari 2026 en worden tweejaarlijks geïndexeerd. Controleer bij een lopende zaak altijd het actuele tarief bij de Rechtspraak.
Wanneer is het in uw geval zinvol?
Stel uzelf drie vragen. Kan de uitkomst van een gewone procedure werkelijk niet worden afgewacht, en kunt u dat met data onderbouwen? Is wat u vraagt in één zitting te beoordelen, zonder getuigen of deskundigenonderzoek? En is uw doel een maatregel die nu werkt, in plaats van een definitief oordeel?
Drie keer ja betekent dat een kort geding waarschijnlijk passend is. Twijfelt u bij een van de vragen, laat het dan eerst beoordelen: een afgewezen vordering kost tijd, geld en positie.
Voorbeelden waarin deze route vaak speelt: opheffing van een bankbeslag, verwijdering van een EVR-registratie bij een aflopend financieringsvoorbehoud, een geschil met uw verzekeraar over een afgewezen schadeclaim wanneer er een termijn dreigt te verlopen, een verhuurder die uw waarborgsom blijft vasthouden terwijl u die nodig heeft (zie borg terugkrijgen na einde huur), of een dreigende ontruiming van bedrijfsruimte wegens huurachterstand (zie huurachterstand bedrijfsruimte).
Loopt er een termijn of dreigt er een maatregel? Neem vrijblijvend contact met ons op en houd de stukken en de relevante data bij de hand.
Veelgestelde vragen
Moet ik na een kort geding altijd een bodemprocedure starten?
Nee. Bij een conservatoir beslag bepaalt de rechter wel een termijn waarbinnen de eis in de hoofdzaak moet worden ingesteld, maar een gewoon kort geding kent die verplichting niet. In de praktijk berusten partijen vaak in het vonnis, of komen zij mede op basis daarvan tot een schikking. Soms start één van beide alsnog een bodemprocedure, bijvoorbeeld omdat een definitief oordeel of een schadevergoeding nodig is die in kort geding niet kan worden verkregen. Reken dus niet automatisch op een tweede ronde, maar ga er evenmin van uit dat het kort geding het laatste woord is.
Is een uitspraak in kort geding definitief?
Nee. Artikel 257 Rv bepaalt dat de beslissingen bij voorraad geen nadeel toebrengen aan de zaak ten principale. Het oordeel is voorlopig: de voorzieningenrechter geeft een inschatting van hoe de bodemrechter zou oordelen, en die bodemrechter is er niet aan gebonden. Wat wel geldt, is dat het vonnis meteen werkt: het wordt doorgaans uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat de rechter op grond van artikel 258 Rv ook ambtshalve kan doen. Voert u het uit en wordt het later teruggedraaid, dan kunt u aansprakelijk zijn voor de daardoor geleden schade.
Wanneer is er sprake van spoedeisend belang?
Als de uitkomst van een gewone procedure redelijkerwijs niet kan worden afgewacht, gelet op de belangen van partijen. U moet dat onderbouwen met concrete feiten en data: een aflopende termijn, een dreigende ontruiming, een geblokkeerde rekening of een executie die op korte termijn plaatsvindt. Let erop dat spoed kan verlopen: wacht u maanden nadat het probleem ontstond, dan kan de rechter oordelen dat het spoedeisend belang ontbreekt. Handel dus snel en leg vast wanneer u welke stap heeft gezet.
Kan ik in kort geding betaling van een geldbedrag vorderen?
Dat kan, maar er gelden strengere eisen. Het bestaan van de vordering moet voldoende aannemelijk zijn, er moet een spoedeisend belang bestaan bij betaling nú, en de rechter weegt het restitutierisico mee: kunt u het bedrag terugbetalen als de bodemrechter anders oordeelt? In de praktijk wordt daarom eerder een voorschot toegewezen dan het volledige bedrag. Vergt de zaak bovendien uitgebreid feitenonderzoek of een schadebegroting, dan kan de voorzieningenrechter op grond van artikel 256 Rv oordelen dat de zaak zich niet leent voor kort geding en de voorziening weigeren.
Heb ik als gedaagde een advocaat nodig?
Bij de voorzieningenrechter van de rechtbank is bijstand door een advocaat in beginsel verplicht, ook wanneer u gedaagde bent. Gaat het om een kantonzaak, bijvoorbeeld over huur of arbeid, dan kunt u in beginsel zelf procederen, al is bijstand vaak verstandig omdat er weinig tijd is om verweer voor te bereiden. Verschijn in elk geval: blijft u weg, dan kan de vordering bij verstek worden toegewezen. Bij een lager inkomen en vermogen kan gesubsidieerde rechtsbijstand mogelijk zijn, met een eigen bijdrage; heeft u een rechtsbijstandsverzekering, controleer dan eerst uw dekking.
Wat kost een kort geding?
Twee posten staan vast en zijn openbaar. Het griffierecht voor 2026 bedraagt bij de kantonrechter voor een particulier € 93 bij een vordering van onbepaalde waarde, oplopend tot € 753 boven € 12.500; bij de rechtbank is dat € 341 bij onbepaalde waarde en € 1.414 tot een belang van € 100.000. Voor onvermogenden geldt altijd € 93. Bij de kantonrechter betaalt alleen de eiser, bij de rechtbank betalen eiser en gedaagde beide. Verliest u, dan kunt u worden veroordeeld in de forfaitaire proceskosten van de wederpartij: voor uitspraken vanaf 1 februari 2026 is dat € 577 tot € 1.154 bij kanton en € 760 tot € 1.766 bij de rechtbank, afhankelijk van de zwaarte. Daar komen dagvaardingskosten, nakosten en de kosten van uw eigen advocaat bij.
Kan ik het lagere griffierecht nog krijgen als ik dat bij de start niet heb aangevraagd?
Ja, onder voorwaarden. Kon u bij de heffing geen toevoeging of inkomensverklaring overleggen door omstandigheden die u redelijkerwijs niet zijn toe te rekenen, en overlegt u die vóór het eindvonnis alsnog, dan wordt het griffierecht op grond van artikel 16 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zaken verlaagd tot het tarief voor onvermogenden en stort de griffier het te veel betaalde terug. Meld daarom schriftelijk bij de griffie zodra u een toevoeging heeft aangevraagd, en wacht niet tot de zitting.



