Een afgewezen schadeclaim begint altijd bij één vraag: op welke grond wijst de verzekeraar af? Die grond bepaalt welke stukken u nodig heeft, wie wat moet bewijzen en welke route zin heeft. Een algemeen bezwaar "omdat het niet klopt" komt zelden ergens.
Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 17 september 2026.
Hieronder vindt u de vijf gronden die in de praktijk vrijwel alle afwijzingen dekken, met per grond de stukken die ertoe doen. Daarna leest u wie wat moet bewijzen, hoe u een bezwaar opbouwt en welke keuze u bij Kifid maakt.
Waarom is de claim afgewezen?
| Afwijzingsgrond | Wat de verzekeraar stelt | Stukken die u nodig heeft |
|---|---|---|
| Gebeurtenis niet aangetoond | Het is niet komen vast te staan dat het voorval heeft plaatsgevonden zoals u stelt. | Foto’s, politieregistratie of aangifte, getuigenverklaringen, een tijdlijn, locatiegegevens, reparatienota’s. |
| Uitsluiting in de polis | Deze schade is uitgesloten, bijvoorbeeld door opzet, roekeloosheid of ontbrekende preventiemaatregelen. | De polisversie die gold op de datum van de gebeurtenis, het clausuleblad, en bewijs dat u wel aan de voorwaarde voldeed (certificaat, onderhoudsbewijs). |
| Te late melding of informatie | U heeft niet zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk gemeld, of niet alle gevraagde inlichtingen verstrekt. | De meldingsdatum, de correspondentie, een verklaring waarom eerder melden niet mogelijk was, en bewijs dat de verzekeraar niet in een redelijk belang is geschaad. |
| Schadeomvang | De hoogte van de schade is niet onderbouwd of te hoog begroot. | Aankoopbewijzen, offertes, taxatie, nota’s, foto’s voor en na, en zo nodig een contra-expertise. |
| Fraude of opzet tot misleiding | U heeft bewust onjuiste informatie verstrekt. | Het volledige onderzoeksdossier, uw eigen verklaring, de correspondentie, en bewijs dat afwijkingen een andere verklaring hebben. |
Staat er in de brief meer dan een grond, vraag dan schriftelijk welke grond dragend is. Dat scheelt u werk en dwingt de verzekeraar tot een duidelijk standpunt. Maar reken er niet op dat hij daarmee juridisch vastzit aan uitsluitend die grond: een verzekeraar mag zich in beginsel ook later nog op een andere weigeringsgrond beroepen, zeker als die berust op feiten die pas later bekend werden. Alleen als hij een grond ondubbelzinnig heeft prijsgegeven, of als u door het wisselen van standpunt aantoonbaar in uw belang bent geschaad, kan een beroep op een nieuwe grond afstuiten op de redelijkheid en billijkheid. Behandel het antwoord dus als een procesvoordeel, niet als een garantie – en bewaar alle correspondentie waarin standpunten worden gewisseld.
Wie moet wat bewijzen?
De hoofdregel van artikel 150 Rv is dat wie zich op de rechtsgevolgen van feiten beroept, die feiten moet stellen en zo nodig bewijzen. Praktisch betekent dat:
- U stelt en onderbouwt dat zich een gedekte gebeurtenis heeft voorgedaan en wat de omvang van uw schade is.
- De verzekeraar stelt en bewijst dat een uitsluiting van toepassing is, of dat u een verplichting niet bent nagekomen en dat daaraan het door hem ingeroepen gevolg verbonden is.
Niet elke tekortkoming heeft hetzelfde gevolg. Artikel 7:941 BW werkt getrapt, en dat wordt vaak over één kam geschoren:
- U moet de verwezenlijking van het risico melden zodra u daarvan op de hoogte bent of behoort te zijn, zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is (lid 1), en binnen redelijke termijn de inlichtingen en bescheiden verschaffen die de verzekeraar nodig heeft om zijn uitkeringsplicht te beoordelen (lid 2).
- Komt u dat niet na, dan kan de verzekeraar de uitkering verminderen met de schade die hij daardoor lijdt (lid 3). Dat is dus geen verval van het hele recht.
- Volledig verval van het recht op uitkering kan hij alleen bedingen voor het geval hij in een redelijk belang is geschaad (lid 4). Ontbreekt dat nadeel, dan houdt het beroep geen stand.
- Het recht vervalt wel bij niet-nakoming met het opzet de verzekeraar te misleiden, maar ook dan niet voor zover die misleiding het verval niet rechtvaardigt (lid 5).
Een dag te laat melden is dus iets anders dan een onjuiste opgave met misleidingsopzet. Dat onderscheid is vaak het hele geschil.
Beroept de verzekeraar zich op verzwijging bij het aangaan van de polis, dan geldt het aparte stelsel van de artikelen 7:928 tot en met 7:930 BW, met een evenredigheidsregeling voor de uitkering. Zie daarvoor ons artikel over de situatie waarin de verzekeraar de polis beëindigt.
Wordt u fraude verweten, dan is dat een zelfstandige beschuldiging met een eigen bewijslast en een eigen procedure. Lees hoe zo’n onderzoek hoort te verlopen in ons artikel over het fraudeonderzoek door een verzekeraar. Let op: afwijzing van de claim, beëindiging van de polis en registratie in een waarschuwingsregister zijn drie afzonderlijke besluiten. Elk vraagt om een eigen bezwaar.
Contra-expertise: uw tegenwicht bij een rapport
Wijst de verzekeraar af op basis van een expertiserapport – over de oorzaak van brand, lekkage of een bouwkundig gebrek – dan bent u niet gebonden aan de conclusies van de door hem aangewezen expert. U kunt een eigen, onafhankelijke contra-expert inschakelen.
Wie betaalt dat? Vaak de verzekeraar – en niet begrensd door een polismaximum
Hier zit een regel die veel mensen niet kennen. Artikel 7:959 lid 1 BW bepaalt dat de redelijke kosten tot vaststelling van de schade ten laste komen van de verzekeraar, ook als daardoor de verzekerde som wordt overschreden. Daar komt bij dat artikel 7:963 lid 6 BW die bepaling voor consumenten van dwingend recht voorziet: van artikel 7:959 lid 1 kan niet ten nadele van een verzekeringnemer of verzekerde die een natuurlijke persoon is en niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf worden afgeweken.
Dat betekent concreet: staat er in uw polis een maximumbedrag voor contra-expertise – bijvoorbeeld “tot het bedrag van de kosten van onze eigen expert” of een vast plafond – dan is dat beding tegenover een consument niet zonder meer houdbaar. Zijn de werkelijke kosten redelijk en zien zij op de vaststelling van de schade, dan komen zij voor rekening van de verzekeraar, ook boven dat maximum. Kifid heeft dat bevestigd, onder meer in uitspraak 2022-0992 (r.o. 3.7).
Let op het onderscheid: schadevaststelling of dekkingsvraag
De wettelijke regeling ziet op kosten tot vaststelling van de schade: de vraag hoe groot de schade is. Dat is iets anders dan onderzoek naar de dekkingsvraag: of het voorval uberhaupt onder de polis valt, of een uitsluiting opgaat, of hoe de oorzaak juridisch moet worden geduid. Kosten die uitsluitend zien op die dekkingsvraag vallen niet onder artikel 7:959 lid 1 BW; die zijn hooguit te verhalen als buitengerechtelijke kosten of via een proceskostenveroordeling, en dan onder andere voorwaarden.
In de praktijk lopen die twee door elkaar: een rapport over de oorzaak van een brand zegt vaak iets over beide. Laat uw contra-expert daarom in zijn opdracht en in zijn declaratie onderscheiden welk deel ziet op de vaststelling van de omvang van de schade. Dat maakt het verhalen van die kosten aanzienlijk eenvoudiger.
Praktisch
Zoek het polisartikel over contra-expertise op voordat u opdracht geeft, leg de kostenafspraak schriftelijk vast en meld de verzekeraar vooraf dat u een contra-expert inschakelt. Laat de expert vooral ingaan op de punten waar het rapport hiaten vertoont: welke feiten zijn niet onderzocht, welke alternatieve oorzaak is niet uitgesloten, en is uw eigen lezing meegewogen. Doe dit tijdig: bewijs verdwijnt zodra reparaties zijn uitgevoerd.
Uw bezwaar opstellen
Gebruik dit stramien. Het dwingt de verzekeraar om per punt te reageren.
- Claimnummer en polisnummer. Plus de datum van de gebeurtenis en de datum van de afwijzingsbrief.
- De bestreden reden. Citeer letterlijk de grond die de verzekeraar noemt. Noemt hij er meer, benoem ze dan afzonderlijk en genummerd.
- Het polisartikel. Noem het artikel waarop hij zich beroept en de polisversie die gold op de datum van de gebeurtenis. Klopt die versie niet, benoem dat dan als zelfstandig punt.
- De feiten. Zet een korte, chronologische tijdlijn neer: wat gebeurde er, wanneer, wie was erbij, wanneer heeft u gemeld, wat is er daarna besproken.
- Het bewijs. Verwijs per feit naar een genummerde bijlage. Niet "zie bijlagen", maar "zie bijlage 3, foto van de meterkast".
- De gewenste herbeoordeling. Formuleer expliciet wat u vraagt: volledige uitkering, een genoemd bedrag, of een gemotiveerde heroverweging binnen een concrete termijn. Vraag ook om een schriftelijk definitief standpunt, want dat heeft u nodig voor Kifid.
Kifid of de rechter: een keuze met gevolgen
Komt u er met de verzekeraar niet uit, dan zijn er twee routes. Ze sluiten elkaar in de praktijk grotendeels uit, dus kies bewust.
Kifid. U legt de klacht voor aan het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening, nadat u eerst de interne klachtenprocedure heeft doorlopen. Heeft de verzekeraar na acht weken nog geen definitief standpunt ingenomen, dan neemt Kifid de klacht al in behandeling terwijl die procedure nog loopt. Voor consumenten is de behandeling kosteloos; alleen kleinzakelijke ondernemers betalen een eigen bijdrage. Belangrijker is de keuze tussen een bindende en een niet-bindende uitspraak:
- Bij een bindende uitspraak zijn u en de verzekeraar eraan gebonden en kan nakoming zo nodig via de rechter worden afgedwongen. De rechter toetst zo’n uitspraak daarna nog slechts marginaal: alleen als gebondenheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Uw zaak wordt dan niet opnieuw ten gronde behandeld.
- Bij een niet-bindende uitspraak houdt u de gang naar de civiele rechter open.
Belangrijk: uw keuze alleen is niet genoeg. Een bindend advies berust op een overeenkomst, en die vereist in beginsel dat beide partijen zich daaraan hebben onderworpen. In de praktijk gebeurt dat doordat de verzekeraar zich – via haar aansluiting bij Kifid en de toepasselijke voorwaarden – vooraf aan bindend advies heeft gebonden. Heeft zij dat niet gedaan, dan kan uw enkele keuze de uitspraak niet bindend maken en resteert een niet-bindend advies. Controleer dat dus vooraf: staat in uw polisvoorwaarden dat de verzekeraar zich aan bindend advies van Kifid onderwerpt, en is zij als zodanig geregistreerd?
Daarnaast kent bindend advies grenzen. Het reglement kent onder meer een bovengrens voor het financiele belang waarboven de Geschillencommissie niet bindend kan adviseren, en er zijn zaken die zich niet lenen voor behandeling. Zoek die grenzen op in het Reglement Geschillencommissie Kifid (zie in het bijzonder de regels 6 en 7 over de interne klacht en de termijnen, en 16 tot en met 19 over bindend advies en kosten), en controleer of er inmiddels een nieuwere versie geldt.
De termijnen op een rij
Het reglement kent drie termijnen naast elkaar; de voor u gunstigste geldt.
| Termijn | Wanneer die loopt | Voorwaarde |
|---|---|---|
| Drie maanden | Vanaf het moment dat de verzekeraar schriftelijk een definitief standpunt heeft ingenomen. | Alleen als zij u in dat standpunt op deze termijn heeft gewezen. Doet zij dat niet, dan geldt deze termijn niet tegen u. |
| Een jaar | Vanaf het moment dat u de klacht voor het eerst aan de verzekeraar heeft voorgelegd. | – |
| Redelijke termijn | Nadat u op de hoogte was of had moeten zijn van de mogelijkheid te klagen. | – |
| Acht weken | Heeft de verzekeraar na acht weken nog geen definitief standpunt, dan neemt Kifid de klacht al in behandeling terwijl de interne procedure nog loopt. | – |
Als indieningsdatum geldt de datum waarop Kifid de klacht ontvangt. Bij overschrijding kan de voorzitter de klacht toch behandelen als u daarvan geen verwijt valt te maken. Kifid streeft naar behandeling binnen twaalf maanden – een streven, geen toezegging. Voor consumenten is de behandeling kosteloos; kleinzakelijke ondernemers betalen een eigen bijdrage. Controleer de termijnen altijd in het actuele reglement. De procedure zelf beschrijven wij stap voor stap in ons artikel over de Kifid-procedure.
De civiele rechter. U kunt de zaak ook direct aan de rechter voorleggen. Die beoordeelt het geschil volledig, en er is ruimte voor getuigen en deskundigenonderzoek. Daar staan griffierecht en proceskosten tegenover.
Let op de verjaring, dat is een aparte klok
Klachttermijnen en verjaring zijn twee verschillende dingen, en het is een veelgemaakte fout om alleen op het eerste te letten.
Op grond van artikel 7:942 BW verjaart een rechtsvordering tegen de verzekeraar tot het doen van een uitkering door verloop van drie jaren, te rekenen vanaf de dag na die waarop u met de opeisbaarheid bekend bent geworden. De verjaring wordt gestuit door een schriftelijke mededeling waarin u aanspraak maakt op uitkering. Erkent de verzekeraar de aanspraak, of wijst hij die ondubbelzinnig af, dan begint een nieuwe termijn van drie jaren te lopen vanaf de dag daarna.
Bij een aansprakelijkheidsverzekering geldt een afwijkende regel: daar wordt de verjaring gestuit door iedere onderhandeling tussen de verzekeraar en de tot uitkering gerechtigde of de benadeelde, en begint een nieuwe termijn te lopen zodra de verzekeraar erkent of ondubbelzinnig meedeelt dat hij de onderhandelingen afbreekt.
Bewaar dus altijd een kopie van uw schriftelijke aanspraak en van de afwijzingsbrief, met datum.
Wat wij voor u kunnen doen
Wij beoordelen de afwijzingsgrond tegen de polisversie die op de gebeurtenisdatum gold, toetsen of de verzekeraar zijn stelplicht en bewijslast waarmaakt, stellen het bezwaar op en adviseren over de keuze tussen Kifid en de rechter. Waar nodig schakelen we een contra-expert in.
Over de kosten maken we vooraf een schriftelijke afspraak. Of een deel van uw kosten op de wederpartij kan worden verhaald, hangt af van de procedure en de uitkomst en kunnen we niet vooraf toezeggen.
Neem vrijblijvend contact op om uw afwijzing te laten beoordelen.
Uitsluiting, late melding of ontbrekend bewijs
Vraag de verzekeraar of hij de gebeurtenis niet verzekerd vindt, een uitsluiting toepast of uw bewijs onvoldoende vindt. Die redenen vragen verschillende reacties. Bij een uitsluiting moet het exacte beding worden gekoppeld aan de feiten. Bij ontbrekend bewijs moet duidelijk zijn welke informatie nodig is.
Een late melding leidt niet in iedere situatie automatisch tot volledig verval van uitkering. De toepasselijke meldplicht, polis en wettelijke gevolgen moeten worden beoordeeld. Vraag welk redelijk belang door de vertraging is geraakt en of onderzoek nog mogelijk is. De regels over informatie na schade staan in artikel 7:941 BW.
Kennismaking en verdere behandeling
Een eerste contact over uw zaak is niet hetzelfde als een opdracht voor volledige behandeling. Voor onderzoek, correspondentie, deskundigen en een procedure worden de kosten en mogelijke financiering vooraf besproken. Een rechtsbijstandsverzekering, kostenverhaal op een andere partij of gesubsidieerde rechtsbijstand kan relevant zijn, maar geldt niet automatisch voor iedere zaak.
Stuur de afwijzing, polis en belangrijkste bewijsstukken mee. Lees ook over verjaring en kosten en een second opinion.
Veelgestelde vragen
Welke stukken moet ik bij mijn bezwaar voegen?
Dat hangt af van de grond waarop is afgewezen; zie de tabel bovenaan dit artikel. Kort samengevat: bij een betwiste gebeurtenis bewijs van het voorval, bij een uitsluiting de polisversie van de gebeurtenisdatum plus bewijs dat u wel aan de voorwaarde voldeed, bij de schadeomvang nota’s, offertes en zo nodig een contra-expertise, en bij te late melding een verklaring waarom u niet eerder kon melden en waarom de verzekeraar daardoor niet in een redelijk belang is geschaad.
Wie betaalt mijn contra-expert?
Vaak de verzekeraar. Artikel 7:959 lid 1 BW bepaalt dat de redelijke kosten tot vaststelling van de schade voor zijn rekening komen, ook boven de verzekerde som, en artikel 7:963 lid 6 BW maakt dat voor consumenten dwingend recht. Een polismaximum voor contra-expertise is tegenover een consument dus niet zonder meer houdbaar. Let wel op het onderscheid: kosten die uitsluitend zien op de dekkingsvraag vallen hier niet onder. Laat uw expert dat in zijn declaratie onderscheiden.
Is een verzekeraar gebonden aan de reden die hij noemt?
Niet automatisch. Vragen welke grond dragend is, dwingt hem tot een duidelijk standpunt en levert u een procesvoordeel op, maar hij mag zich in beginsel later ook op een andere weigeringsgrond beroepen, zeker bij nieuw gebleken feiten. Alleen als hij een grond ondubbelzinnig heeft prijsgegeven, of als u door het wisselen aantoonbaar bent benadeeld, kan dat afstuiten op de redelijkheid en billijkheid.
Kan ik na Kifid mijn claim opnieuw aan de rechter voorleggen?
Dat hangt af van de aard van de uitspraak. Bij een bindende uitspraak toetst de rechter nog slechts marginaal en wordt uw zaak niet opnieuw ten gronde beoordeeld; bij een niet-bindende uitspraak houdt u de gang naar de civiele rechter open. Let op: bindend advies vereist dat beide partijen zich daaraan hebben onderworpen. Heeft de verzekeraar dat niet gedaan, dan kan uw keuze alleen de uitspraak niet bindend maken. Ook kent het reglement grenzen, waaronder een bovengrens voor het financiele belang.
Binnen welke termijn moet ik naar Kifid?
Er gelden drie termijnen naast elkaar en de voor u gunstigste geldt: drie maanden na een schriftelijk definitief standpunt (mits daarin op die termijn is gewezen), een jaar na het eerst voorleggen van de klacht aan de verzekeraar, of een redelijke termijn nadat u van de klachtmogelijkheid wist of had moeten weten. Heeft de verzekeraar na acht weken nog geen definitief standpunt, dan neemt Kifid de klacht al in behandeling. Voor consumenten is de behandeling kosteloos.
Hoelang heb ik om mijn aanspraak geldend te maken?
Naast de klachttermijnen loopt een aparte verjaringstermijn van drie jaar (art. 7:942 BW), te rekenen vanaf de dag na die waarop u met de opeisbaarheid bekend bent geworden. De verjaring wordt gestuit door een schriftelijke mededeling waarin u aanspraak maakt op uitkering; wijst de verzekeraar ondubbelzinnig af, dan begint een nieuwe termijn van drie jaar. Klachttermijn en verjaring zijn dus twee losse klokken.



