U krijgt bericht dat uw verzekering stopt. Voordat u een nieuwe polis zoekt, is er één vraag die alles bepaalt: op welke grond beëindigt de verzekeraar, en heeft hij de voorwaarden die bij die grond horen ook echt gevolgd? Elke grond kent een eigen route, een eigen termijn en een eigen bewijslast.
Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 17 september 2026.
Hieronder staan de vier gronden op een rij, met per grond wie mag opzeggen en wat u moet controleren. Daarna leest u wat een beëindiging betekent voor schade die al is ontstaan, en hoe u bezwaar maakt.
Waarom eindigt de polis? De vier gronden
| Grond | Wie zegt op | Wettelijk kader | Wat u controleert |
|---|---|---|---|
| Einde looptijd of verlenging | Beide partijen | Art. 7:940 lid 1 en 2 BW | Is de opzegtermijn van twee maanden in acht genomen? Is opgezegd tegen het einde van de verzekeringsperiode? |
| Premieachterstand | Verzekeraar | Art. 7:934 BW | Is er een aanmaning geweest na de vervaldag, met vermelding van de gevolgen, en met een termijn van veertien dagen vanaf de dag na ontvangst van die aanmaning? |
| Onjuiste of onvolledige informatie | Verzekeraar | Art. 7:928, 7:929 en 7:930 BW | Heeft de verzekeraar u binnen twee maanden na ontdekking op de niet-nakoming gewezen, met vermelding van de mogelijke gevolgen? Is er sprake van opzet tot misleiding? |
| Tussentijdse opzegging (bijvoorbeeld na schade of fraude) |
Verzekeraar (en, als bedongen, ook u) | Art. 7:940 lid 3 BW | Staat deze opzeggingsgrond letterlijk in de polisvoorwaarden? Is de grond zwaarwegend genoeg? Is de termijn van twee maanden aangehouden? |
Voorwaarden per grond
Einde looptijd: geen vrijbrief voor de verzekeraar
Hier gaat het in veel artikelen mis. Voor u als consument geldt bij de meeste schadeverzekeringen dat de polis na het eerste contractjaar dagelijks opzegbaar is. Dat recht volgt uit de polisvoorwaarden en afspraken binnen de branche, niet uit de wet, en het werkt niet omgekeerd.
De verzekeraar is gebonden aan artikel 7:940 BW. Wil hij verlenging verhinderen, dan moet hij een termijn van twee maanden in acht nemen. Is de overeenkomst aangegaan of verlengd voor meer dan vijf jaar, dan kan tegen het einde van elk vijfde jaar worden opgezegd, opnieuw met die termijn van twee maanden. Bij persoonsverzekeringen komt die bevoegdheid alleen aan u toe, niet aan de verzekeraar.
De verzekeraar heeft dus na het eerste jaar niet dezelfde maandelijkse opzeggingsvrijheid als u.
Premieachterstand: de aanmaning is beslissend
Artikel 7:934 BW is streng en concreet. Het niet betalen van een vervolgpremie kan pas leiden tot beeindiging of schorsing van de overeenkomst of de dekking nadat de schuldenaar na de vervaldag vruchteloos is aangemaand. Die aanmaning moet de gevolgen van uitblijvende betaling vermelden en een termijn geven van ten minste veertien dagen, ingaande op de dag na ontvangst van de aanmaning.
Let op dat laatste: de termijn loopt vanaf de ontvangst, niet vanaf de datum die boven de brief staat. Post doet er dagen over, en een brief die op vrijdag is gedateerd maar op dinsdag arriveert, geeft u dus vier dagen extra. Bewaar daarom de envelop of het tijdstempel van de e-mail. Kifid hanteert deze uitleg consequent; zie de toelichting van Kifid over premieachterstand en beeindiging.
Controleer daarom vier dingen: was er een aanmaning, dateert die van na de vervaldag, stonden de gevolgen van niet-betalen erin, en is de termijn van veertien dagen vanaf ontvangst gerespecteerd? Ontbreekt een van die elementen, dan mist de beeindiging op deze grond een geldige basis. Let op het verschil met de eerste premie: daarvoor geldt deze bepaling niet.
Onjuiste informatie: een getrapt systeem, geen automatische vernietiging
Bij een beroep op de mededelingsplicht wordt vaak gesproken over "vernietiging" van de polis. Dat is niet het kader. De wet werkt getrapt:
- Artikel 7:929 lid 1 BW. Ontdekt de verzekeraar dat niet aan de mededelingsplicht is voldaan, dan kan hij de gevolgen daarvan slechts inroepen als hij u binnen twee maanden na de ontdekking op de niet-nakoming wijst, onder vermelding van de mogelijke gevolgen. Doet hij dat niet, dan vervalt dat beroep.
- Artikel 7:929 lid 2 BW. Alleen bij opzet tot misleiding, of wanneer de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken in het geheel geen verzekering zou hebben gesloten, kan hij binnen twee maanden na ontdekking met dadelijke ingang opzeggen.
- Artikel 7:930 BW. Voor de uitkering geldt een getrapte regeling:
- Lid 2 – niet relevant voor het risico. Zijn de verzwegen feiten niet van belang voor het risico zoals dat zich heeft verwezenlijkt, dan blijft de uitkering onverkort verschuldigd.
- Lid 3 – evenredigheid. Zou de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken een hogere premie of een lagere verzekerde som hebben bedongen, dan wordt de uitkering naar evenredigheid verminderd. Zou hij andere voorwaarden hebben gesteld, dan wordt uitgekeerd alsof die voorwaarden golden.
- Lid 4 – hij zou nooit hebben verzekerd. Alleen als de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken in het geheel geen verzekering zou hebben gesloten, is geen uitkering verschuldigd.
- Lid 5 – opzet tot misleiding. Dit lid wordt vaak vergeten, maar het is minstens zo belangrijk. De regels van lid 2 en lid 3 gelden niet als de verzekeringnemer of de verzekerde heeft gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden. Wordt dat opzet bewezen, dan bestaat er dus geen recht op uitkering – ook niet als de verzwegen feiten voor het verwezenlijkte risico niet van belang waren, en ook niet naar evenredigheid. Dat is een zelfstandige, zware grond, en de bewijslast daarvoor ligt bij de verzekeraar: bloot verzwijgen is niet genoeg, er moet sprake zijn van een op misleiding gerichte bedoeling. Zie bijvoorbeeld Kifid 2025-0701.
Handelde de verzekeringnemer te goeder trouw en is toch geen uitkering verschuldigd op grond van lid 4, dan is hij ook geen premie verschuldigd.
Een onjuistheid op het aanvraagformulier leidt dus niet vanzelf tot het einde van de polis en het verlies van elke aanspraak.
Schade- of fraudesituatie: alleen op vermelde gronden
Wil de verzekeraar tussentijds opzeggen, dan kan dat op grond van artikel 7:940 lid 3 BW alleen op gronden die in de overeenkomst zelf staan vermeld. Heeft hij die bevoegdheid bedongen, dan komt u een gelijke bevoegdheid toe. De termijn is twee maanden, tenzij jegens hem is gehandeld met het opzet tot misleiding. Bij verwezenlijking of dreiging van bijzondere risico’s als bedoeld in artikel 3:38 Wft geldt een afwijkende termijn van zeven dagen.
Een polisbeding alleen is niet genoeg. Artikel 7:940 lid 3 BW verlangt dat de opzegging berust op gronden die van dien aard zijn dat gebondenheid aan de overeenkomst niet meer van de verzekeraar kan worden gevergd. Er is dus een dubbele toets: de grond moet in de polis staan en zwaarwegend genoeg zijn. Een verzekeraar die opzegt na een enkele, gewone schadeclaim – terwijl de voorwaarden dat formeel toestaan – kan daarop stuklopen; de gronden moeten in de omstandigheden werkelijk zwaar wegen. Kifid heeft dat uitgewerkt in uitspraak 2025-0272 (r.o. 3.10). Vraag de verzekeraar daarom niet alleen om het polisartikel, maar ook om een motivering waarom die grond in uw geval zo zwaar weegt.
Zoek de opzeggingsgrond dus letterlijk op in uw voorwaarden. Staat de aangevoerde reden er niet, dan ontbreekt de contractuele basis. Volgt de beëindiging op een fraudeonderzoek, lees dan ook wat uw rechten zijn tijdens zo’n fraudeonderzoek door een verzekeraar. Een beëindiging, een afgewezen claim en een registratie zijn drie afzonderlijke beslissingen: een gebrek in het onderzoek werkt niet automatisch door in alle drie.
Wat gebeurt er met schade die al is ontstaan?
Houd drie data strikt uit elkaar, want ze doen elk iets anders:
- De datum van de gebeurtenis. Wanneer vond het voorval plaats?
- De datum van de claimmelding. Wanneer heeft u het gemeld?
- De datum van beëindiging. Per wanneer stopt de dekking?
Welke datum beslissend is, hangt af van het dekkingstype in uw polis. Bij de gebruikelijke gebeurtenisgebonden dekking is bepalend of de gebeurtenis binnen de looptijd viel; een melding na de einddatum staat dan in beginsel niet in de weg aan uitkering. Bij een claims-made-dekking, die vooral voorkomt bij aansprakelijkheidsverzekeringen, is juist het moment van melden bepalend en kan een melding na de einddatum buiten de dekking vallen.
Zoek in uw voorwaarden op welk moment beslissend is en meld schade zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk. Wordt uw claim daarna alsnog afgewezen, lees dan ons artikel over een schadeclaim die door de verzekeraar is afgewezen.
Controlelijst voor de beëindigingsbrief
Loop de brief punt voor punt na. Ontbreekt een van deze onderdelen, vraag er dan schriftelijk om.
- Staat er één concrete grond genoemd, of blijft het bij een algemene verwijzing naar "de voorwaarden"?
- Wordt het polisartikel genoemd waarop de opzegging berust, en klopt dat artikel met uw polisversie?
- Is de einddatum vermeld, en past die bij de wettelijke of contractuele termijn?
- Bij premieachterstand: is er een aanmaning voorafgegaan, met de gevolgen erin en veertien dagen termijn?
- Bij verzwijging: is de brief binnen twee maanden na de ontdekking verstuurd, en staan de mogelijke gevolgen erin? Wordt er opzet tot misleiding gesteld, en waarop baseert de verzekeraar dat?
- Bij tussentijdse opzegging: is gemotiveerd waarom de grond zo zwaar weegt dat voortzetting niet meer van de verzekeraar kan worden gevergd?
- Is vermeld wat er gebeurt met een lopende of nog te melden schade?
- Is vermeld of er ook een registratie plaatsvindt, en zo ja in welk register en voor welke duur?
Verzoek om motivering. Ontbreekt informatie, vraag dan schriftelijk om: de opzeggingsgrond met vermelding van het polisartikel, de polisversie die volgens de verzekeraar van toepassing is, de datum waarop de verzekeraar stelt de feiten te hebben ontdekt, en een opgave of er een registratie is of wordt gedaan. Vraag om beantwoording binnen een concrete termijn.
Twee dingen tegelijk: bezwaar én nieuwe dekking
Bezwaar maken kost tijd, en ondertussen loopt u zonder dekking rond. Dat is vooral riskant bij een verplichte verzekering, zoals de WA-dekking voor uw auto. Pak daarom beide sporen parallel op.
- Regel dekking. Zoek een nieuwe verzekering, ook als u de beëindiging aanvecht. Wees daarbij eerlijk over de eerdere beëindiging: een nieuwe verzwijging maakt uw positie aanzienlijk slechter. Lukt het niet elders, informeer dan naar de mogelijkheden voor moeilijk verzekerbare risico’s.
- Maak bezwaar. Dien schriftelijk bezwaar in bij de verzekeraar, met de grond die hij noemde, het polisartikel en de reden waarom die grond volgens u niet opgaat. Vraag om een definitief standpunt.
- Kifid of rechter. Blijft de verzekeraar bij zijn besluit, dan kunt u de zaak voorleggen aan het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening of aan de civiele rechter. Let op de termijnen in het actuele Kifid-reglement.
Volgt op de beëindiging ook een registratie, lees dan hoe die registers werken in ons overzicht van frauderegistraties bij banken en verzekeraars. Een registratie is een zelfstandig besluit en vraagt om een eigen bezwaar.
Wat wij voor u kunnen doen
Wij toetsen of de aangevoerde grond aansluit bij de polisvoorwaarden en de wettelijke vereisten, of de vormvoorschriften zijn nageleefd en of de gevolgen voor lopende schade juist zijn ingeschat. Op basis daarvan stellen we het bezwaar op en voeren we zo nodig de procedure.
Over de kosten maken we vooraf een schriftelijke afspraak. In sommige zaken is een kostenvergoeding van de wederpartij mogelijk, maar dat hangt af van de procedure en de uitkomst en kan niet vooraf worden toegezegd.
Neem vrijblijvend contact op als u wilt laten beoordelen of de beëindiging standhoudt.
Beëindiging en een openstaande schadeclaim
Vraag of de verzekeraar alleen toekomstige dekking beëindigt of ook een bestaande claim afwijst. De opzeggrond, opzegtermijn en aanspraak op een eerdere gebeurtenis moeten afzonderlijk worden beoordeeld. Een beëindigde polis maakt iedere oude claim niet automatisch ongeldig.
Controleer welke reden bij een volgende verzekeringsaanvraag moet worden gemeld. Beantwoord nieuwe aanvraagvragen correct en volgens hun precieze formulering. Vraag daarnaast welke registraties zijn gemaakt; polisbeëindiging is niet hetzelfde als EVR-opname.
Een bezwaar moet de concrete opzeggingsgrond en gevolgen behandelen. Lees ook over verzwijging bij de aanvraag en registratieduur.
Veelgestelde vragen
Blijft een eerdere schade gedekt na opzegging?
Dat hangt af van het dekkingstype. Bij de gebruikelijke gebeurtenisgebonden dekking is bepalend of de gebeurtenis binnen de looptijd viel; een melding na de einddatum staat dan in beginsel niet aan uitkering in de weg. Bij een claims-made-dekking, vooral bij aansprakelijkheidsverzekeringen, is juist het moment van melden bepalend. Zoek in uw voorwaarden op welk moment beslissend is en meld schade zo snel als redelijkerwijs mogelijk.
Mag mijn verzekeraar opzeggen na een betalingsachterstand?
Niet zonder de stappen van artikel 7:934 BW. Er moet een aanmaning van na de vervaldag zijn waarin de gevolgen van niet-betalen staan vermeld, met een termijn van ten minste veertien dagen die ingaat op de dag na ontvangst van die aanmaning. Ontbreekt een van die elementen, dan mist de beeindiging of schorsing een geldige basis. Dit geldt voor de vervolgpremie, niet voor de eerste premie.
Kan de verzekeraar tussentijds opzeggen omdat het in de voorwaarden staat?
Niet op het beding alleen. Artikel 7:940 lid 3 BW eist dat de grond in de overeenkomst staat en van dien aard is dat gebondenheid niet meer van de verzekeraar kan worden gevergd. De opzegtermijn is twee maanden, tenzij jegens hem is gehandeld met opzet tot misleiding. Heeft hij die bevoegdheid bedongen, dan komt u een gelijke bevoegdheid toe. Vraag om een motivering waarom de grond in uw geval zwaar genoeg weegt.
Heeft de verzekeraar dezelfde opzegvrijheid als ik?
Nee. Veel consumentenpolissen zijn na het eerste contractjaar dagelijks opzegbaar door u, maar dat recht volgt uit de polisvoorwaarden en branche-afspraken en werkt niet omgekeerd. De verzekeraar is gebonden aan artikel 7:940 BW: tegen het einde van een verzekeringsperiode geldt een termijn van twee maanden, en tussentijds opzeggen kan alleen op vermelde en voldoende zwaarwegende gronden.
Wat als de verzekeraar zich beroept op verzwijging?
Dan geldt het getrapte stelsel van de artikelen 7:929 en 7:930 BW. Hij moet u binnen twee maanden na ontdekking op de niet-nakoming wijzen, met vermelding van de mogelijke gevolgen. Zijn de verzwegen feiten niet van belang voor het verwezenlijkte risico, dan blijft de uitkering onverkort verschuldigd; zou hij een hogere premie hebben bedongen, dan volgt vermindering naar evenredigheid; alleen als hij nooit zou hebben verzekerd, is er geen uitkering.
Geldt dat ook als de verzekeraar mij misleiding verwijt?
Nee, dan ligt het anders. Artikel 7:930 lid 5 BW bepaalt dat de regels over “niet van belang voor het risico” en over evenredige vermindering niet gelden als is gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden. Wordt dat opzet bewezen, dan bestaat er geen recht op uitkering, ook niet gedeeltelijk. De bewijslast daarvoor ligt bij de verzekeraar: verzwijgen alleen is niet genoeg, er moet een op misleiding gerichte bedoeling zijn. Wordt dit u verweten, laat dat dan altijd beoordelen.



