Letsel opgelopen? Dit is belangrijk om te weten.
Een vordering wegens letsel verjaart in beginsel vijf jaar nadat u bekend bent met de schade en de aansprakelijke persoon.
- Was u minderjarig? Dan gaat die termijn pas lopen op uw achttiende verjaardag.
- Bewaar alles: medische stukken, foto’s, het schadeformulier en uw eigen aantekeningen.
- Wij beoordelen kosteloos of u een zaak heeft en zeggen het eerlijk als dat niet zo is.
Bel 070 450 0300WhatsApp onsStuur uw stukken op
Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.
"Hoeveel smartengeld krijg ik?" is de meestgestelde vraag na letsel, en tegelijk de vraag waarop geen rekensom bestaat. De wet zegt namelijk niet hoeveel, maar hoe.
Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 17 september 2026.
Artikel 6:106 BW: voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding, onder meer wanneer hij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.
"Naar billijkheid" betekent: afgewogen aan de hand van de omstandigheden van uw geval. Er is geen formule, geen tabel met vaste bedragen en geen percentage van uw inkomen. Wat er wel is, is een vergelijkbaarheidstoets, en die kunt u zelf voorbereiden.
Waarom geen vaste rekensom?
Smartengeld vergoedt geen kosten maar leed: pijn, verdriet, gemiste levensvreugde en het verlies van wat u niet meer kunt. Dat laat zich niet optellen zoals een nota. Twee mensen met dezelfde medische diagnose kunnen daarom zeer verschillende bedragen toegekend krijgen, omdat hun leven er anders door is geraakt.
Dat de rechter vergelijkt, is geen gewoonte maar een voorschrift. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 17 november 2000 (ECLI:NL:HR:2000:AA8358) bepaald dat de rechter bij de begroting rekening houdt met alle omstandigheden, in het bijzonder de aard en ernst van het letsel en de gevolgen daarvan voor de betrokkene, en dat hij daarbij tevens dient te letten op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, daaronder begrepen de maximaal toegekende bedragen, met inaanmerkingneming van de sindsdien opgetreden geldontwaarding. Die eerder besliste zaken zijn verzameld in de Smartengeldgids van de ANWB, die in de praktijk als naslagwerk wordt gebruikt. Twee dingen volgen daaruit. Een oud vergelijkingsbedrag mag niet ongecorrigeerd worden overgenomen: de geldontwaarding sinds die uitspraak telt mee. En de rechter mag ook naar buitenlandse ontwikkelingen kijken, al zijn die niet beslissend. Het blijft een vergelijking, geen tarief.
Wees daarom terughoudend met online bedragen. Een genoemd bedrag hoort altijd bij een concreet geval met eigen feiten. Zonder die feiten zegt het niets over uw zaak.
Nieuw sinds 1 januari 2026: de Rotterdamse schaal
De Rechtspraak heeft eind 2025 aanbevelingen vastgesteld voor de begroting van smartengeld op basis van artikel 6:106 BW. De landelijke overleggen van civiele rechters, kantonrechters en strafrechters hanteren daarbij de zogeheten Rotterdamse schaal: een indeling van letsel in categorieen met bijbehorende bandbreedtes, aangevuld met richtlijnen voor onder meer meervoudig letsel, de leeftijd van de benadeelde en de mate van verwijtbaarheid. De aanbevelingen worden sinds 1 januari 2026 gehanteerd en periodiek geevalueerd.
Twee dingen zijn daarbij van belang. Ten eerste zijn deze aanbevelingen niet bindend: zij vormen een hulpmiddel bij de begroting en laten uitdrukkelijk ruimte voor maatwerk. De wettelijke maatstaf blijft de billijkheid van artikel 6:106 BW, en de rechter kan gemotiveerd afwijken. Ten tweede vervangen zij de vergelijking met eerdere zaken niet, maar structureren die: de Smartengeldgids blijft het naslagwerk voor concrete uitspraken.
Wat dit voor u praktisch betekent: presenteer een bandbreedte die aansluit bij de schaal en bij vergelijkbare uitspraken, en onderbouw waarom uw geval binnen die bandbreedte hoger of lager uitkomt. De aanbevelingen zelf staan op rechtspraak.nl.
Peildatum van dit artikel: 15 september 2026. Bedragen, bandbreedtes en fiscale grenzen wijzigen; controleer bij een beslissing de actuele bronnen die onderaan worden genoemd.
Waarop wordt vergeleken?
Deze factoren wegen mee. Werk ze voor uw eigen situatie uit; dat is de kern van uw onderbouwing.
| Factor | Wat wordt beoordeeld | Wat u aanlevert |
|---|---|---|
| Aard en ernst van het letsel | Welk letsel, welke behandelingen, welke ingrepen. | Medische stukken, operatieverslagen, ontslagbrieven. |
| Duur | Hoelang duurde het herstel, en is de eindsituatie bereikt? | Behandelverslagen, fysiotherapierapportage, verklaring van de behandelaar. |
| Blijvende beperkingen | Wat kunt u structureel niet meer, en in welke mate? | Een functionele beperkingenlijst en zo nodig een deskundigenrapport. |
| Gevolgen voor werk en opleiding | Bent u uitgevallen, moest u van functie of opleiding wisselen? | Arbodossier, correspondentie met de werkgever, studiegegevens. |
| Gevolgen voor het priveleven | Hobby’s, sport, sociale contacten, gezinsleven, zelfredzaamheid. | Uw eigen beschrijving met concrete voorbeelden, verklaringen van naasten. |
| Zichtbaarheid | Littekens of ontsierend letsel, en waar op het lichaam. | Gedateerde foto’s. |
| Psychische gevolgen | Bijvoorbeeld angst, herbeleving of somberheid, medisch vastgesteld. | Verwijzing en behandelverslagen van psycholoog of psychiater. |
| Leeftijd | Hoeveel jaren draagt u de gevolgen nog met u mee? | – |
| Omstandigheden van het voorval | De mate van verwijtbaarheid en de opstelling van de aansprakelijke partij nadien. | Politieregistratie, correspondentie. |
Zo bouwt u de vergelijking op
- Beschrijf uw situatie feitelijk. Niet "ik kan bijna niets meer", maar: welke handeling gaat niet meer, hoe vaak deed u dat eerder, en wat doet u nu in plaats daarvan.
- Onderbouw de medische kant. Diagnose, behandelingen en de vastgestelde beperkingen. Medische stukken zijn het sterkste bewijs, maar zij zijn niet het enige: ook een klachtendagboek, verklaringen van naasten of collega’s, een arbodossier, foto’s van zichtbaar letsel en verslagen van een fysiotherapeut of psycholoog kunnen bijdragen. Ontbreken medische stukken, dan blijft het dus niet bij uw woord alleen – maar de bewijspositie is wel zwakker, en bij blijvende beperkingen is een medische vaststelling in de praktijk onmisbaar.
- Maak het verschil zichtbaar. Zet uw leven vóór en ná het voorval naast elkaar op de punten die er voor u toe doen: werk, sport, gezin, zelfredzaamheid.
- Zoek vergelijkbare zaken in de Smartengeldgids, op aard en ernst van het letsel én op de gevolgen. Noteer waarin uw geval afwijkt, in beide richtingen.
- Bouw een bandbreedte, geen enkel bedrag. Onderbouw waarom u binnen die bandbreedte hoger of lager uitkomt.
Houd een dagboek bij zolang u herstelt: pijn, beperkingen, wat u moest afzeggen, hoe het thuis gaat. Achteraf is dat vrijwel niet meer te reconstrueren, en juist die concrete voorbeelden geven uw onderbouwing gewicht.
Wat smartengeld níét is
Smartengeld is één post binnen uw totale schade. Verwar het niet met de rest:
- Vermogensschade omvat zowel geleden verlies als gederfde winst (artikel 6:96 lid 1 BW). Denk aan medische kosten, verlies van arbeidsvermogen, huishoudelijke hulp en reiskosten. Ook redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, en ter verkrijging van voldoening buiten rechte, vallen daaronder (artikel 6:96 lid 2 BW).
- Kosten van derden. Op grond van artikel 6:107 lid 1 sub a BW is de aansprakelijke partij ook verplicht tot vergoeding van kosten die een derde ten behoeve van u heeft gemaakt en die u zelf had kunnen vorderen.
- Affectieschade. Bij ernstig en blijvend letsel kunnen naasten op grond van artikel 6:107 lid 1 sub b BW aanspraak maken op een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld bedrag voor hun eigen leed. De kring van gerechtigden staat in lid 2 en omvat onder meer de echtgenoot of geregistreerd partner en de levensgezel met wie duurzaam een gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd. Dit is een eigen aanspraak van de naaste, niet van u.
Twee dingen die het bedrag kunnen drukken
Eigen schuld. Is de schade mede een gevolg van een omstandigheid die aan u kan worden toegerekend, dan wordt de vergoedingsplicht op grond van artikel 6:101 BW verminderd naar evenredigheid van de mate waarin de omstandigheden aan elke kant tot de schade hebben bijgedragen. Daarna kan een billijkheidscorrectie volgen wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden, die de verdeling weer in uw voordeel kan bijstellen.
Toerekening. Op grond van artikel 6:98 BW komt alleen schade voor vergoeding in aanmerking die in zodanig verband staat met de gebeurtenis dat zij, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als gevolg daarvan kan worden toegerekend. Bij letselschade wordt daar in de regel ruim mee omgegaan, maar het blijft een zelfstandige vraag.
Het moment van vaststellen
Smartengeld wordt bij voorkeur vastgesteld als uw medische eindsituatie voldoende duidelijk is. Is dat nog niet zo, dan is een definitieve afwikkeling riskant: blijkt later dat de beperkingen blijvend zijn, dan is een finale kwijting doorgaans niet meer terug te draaien.
Loopt uw zaak lang, dan kan een voorschot worden gevraagd. Dat is gebruikelijk en staat een latere definitieve vaststelling niet in de weg, zolang dat schriftelijk zo wordt vastgelegd.
Let op de verjaring: bij letselschade verjaart de vordering op grond van artikel 3:310 lid 5 BW door verloop van vijf jaren na de dag volgend op die waarop u bekend werd met zowel de schade als de aansprakelijke persoon. Een absolute termijn van twintig jaar geldt daarbij niet, mits de gebeurtenis op of na 1 februari 2004 plaatsvond. Zie verjaring in medische aansprakelijkheidszaken voor de stuiting.
Belasting en toeslagen: let op dit ene punt
De uitkering zelf wordt niet als inkomen belast. Wat er daarna mee gebeurt, verdient wel aandacht, want zodra het geld op uw rekening staat is het vermogen. Dat kan doorwerken in box 3 en, belangrijker voor veel mensen, in uw toeslagen.
De regeling bijzonder vermogen. Voor bepaalde toeslagen kunt u de Belastingdienst vragen om vermogen niet mee te tellen. Let op het onderscheid – dat is preciezer dan vaak wordt geschreven:
| Wat u vraagt | Voor welke toeslagen | Voorwaarde |
|---|---|---|
| Smartengeld buiten beschouwing laten | Smartengeld kent een eigen uitzondering als bijzonder vermogen. | Het deel van de vergoeding dat als immateriele schadevergoeding is bestemd. Daarom is het van belang dat smartengeld in de vaststellingsovereenkomst apart wordt benoemd met een bedrag. |
| Een letselschade-uitkering buiten beschouwing laten | De Belastingdienst noemt deze bijzondere regeling specifiek bij de zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Zet haar dus niet zonder meer op een lijn met de huurtoeslag: voor de huurtoeslag gelden eigen vermogensregels, en of en hoe de uitzondering daar doorwerkt moet afzonderlijk worden nagegaan. | De hoogte van de letselschadevergoeding moet zijn vastgesteld vóór 11 oktober 2010. Is dat op of na die datum gebeurd, dan telt de uitkering als geheel in beginsel mee – maar kunt u nog steeds vragen het smartengelddeel niet mee te tellen. |
Dat is een reden om smartengeld apart te benoemen in de vaststellingsovereenkomst. Staat er alleen een totaalbedrag, dan is achteraf moeilijk aan te tonen welk deel smartengeld was. Laat de posten dus uitsplitsen: materiële schade en immateriële schade afzonderlijk, met bedragen.
Hoe u het aanvraagt. Met het formulier Verzoek bijzonder vermogen toeslagen of per brief. U heeft daarvoor vijf jaar de tijd, gerekend vanaf het einde van het jaar waarover het verzoek gaat. Voorwaarde is wel dat u voor dat jaar toeslag heeft aangevraagd. U hoeft het bijzonder vermogen maar één keer op te geven.
Bedragen, grenzen en tarieven in box 3 wijzigen jaarlijks, en de regeling verschilt per toeslag. Raadpleeg de uitleg van de Belastingdienst over bijzonder vermogen bij toeslagen en laat u zo nodig bijstaan door een fiscaal adviseur; wij geven hier geen fiscaal advies.
Verder lezen
Gaat het om nekklachten na een aanrijding, zie whiplash na een aanrijding. Is de veroorzaker onbekend of onverzekerd, zie het Waarborgfonds Motorverkeer. Betreft het een medische fout, zie verkeerde diagnose of medische fout bij de tandarts of kaakchirurg.
Over de kosten maken we vooraf een schriftelijke afspraak. Wordt aansprakelijkheid erkend, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 BW in beginsel voor rekening van de aansprakelijke partij; of dat in uw zaak zo uitpakt hangt af van de erkenning en de omvang van de schade, en dat kunnen wij niet vooraf toezeggen.
Wilt u weten wat in uw situatie een realistische bandbreedte is? Neem vrijblijvend contact met ons op en houd uw medische stukken en uw eigen beschrijving van de gevolgen bij de hand.
Veelgestelde vragen
Bestaat er een rekenformule voor smartengeld?
Nee. Artikel 6:106 BW spreekt van een naar billijkheid vast te stellen vergoeding: geen formule, geen vaste tabel, geen percentage van uw inkomen. Uw geval wordt vergeleken met eerder besliste zaken, waarbij de Rechtspraak sinds 1 januari 2026 aanbevelingen op basis van de Rotterdamse schaal hanteert. Die aanbevelingen zijn niet bindend en laten ruimte voor maatwerk. Zie de paragraaf “Waarom geen vaste rekensom” hierboven.
Welke factoren bepalen de hoogte?
Onder meer de aard en ernst van het letsel, de duur van het herstel, blijvende beperkingen, de gevolgen voor werk, opleiding en priveleven, zichtbaar letsel, medisch vastgestelde psychische gevolgen, uw leeftijd en de omstandigheden van het voorval. De tabel in dit artikel noemt per factor wat u kunt aanleveren.
Wanneer wordt smartengeld vastgesteld?
Bij voorkeur wanneer uw medische eindsituatie voldoende duidelijk is; een definitieve afwikkeling met finale kwijting is daarvoor riskant. Duurt uw zaak lang, dan is een voorschot gebruikelijk, mits schriftelijk vastgelegd. Let ondertussen op de verjaringstermijn van vijf jaar bij letselschade.
Waarom leveren vergelijkbare letsels niet altijd hetzelfde bedrag op?
Omdat smartengeld leed vergoedt en niet kosten. Bepalend is hoe uw leven erdoor is geraakt: dezelfde handbeperking pakt anders uit voor een instrumentbouwer dan voor iemand met zittend werk. De vergelijking met eerdere zaken is daarom een vergelijking, geen tarief – ook onder de aanbevelingen van 2026.
Kunnen mijn naasten ook een vergoeding krijgen?
Bij ernstig en blijvend letsel wel: artikel 6:107 lid 1 sub b BW geeft bepaalde naasten recht op een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld bedrag voor affectieschade. De kring van gerechtigden staat in lid 2. Dat is een eigen aanspraak van de naaste en staat los van uw smartengeld.
Moet ik belasting betalen over smartengeld?
De uitkering zelf wordt niet als inkomen belast, maar staat daarna als vermogen op uw rekening en kan meetellen in box 3 en in uw toeslagen. Smartengeld kent een eigen uitzondering als bijzonder vermogen; laat het daarom apart benoemen in de vaststellingsovereenkomst. De bijzondere regeling voor vóór 11 oktober 2010 vastgestelde letselschadevergoedingen noemt de Belastingdienst specifiek bij de zorgtoeslag en het kindgebonden budget; voor de huurtoeslag moet dat afzonderlijk worden nagegaan. Een verzoek kunt u tot vijf jaar na afloop van het betreffende jaar doen, mits u voor dat jaar toeslag heeft aangevraagd.
Bronnen
- Rechtspraak: aanbevelingen voor de begroting van smartengeld (Rotterdamse schaal), vanaf 1 januari 2026
- Belastingdienst: bijzonder vermogen bij toeslagen
- Hoge Raad 17 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8358 (maatstaf voor de begroting van smartengeld)
Peildatum: 15 september 2026.



