Artikel 5 Wegenverkeerswet (WVW) en aansprakelijkheid bij verkeersongevallen

18 november 2025
Foto van Arslan Advocaten

Arslan Advocaten

Snel hulp nodig?
Drag & Drop Files, Choose Files to Upload Je kunt tot 5 bestanden uploaden.

Kies een vestiging

Wij gebruiken uw gegevens alleen om contact met u op te nemen over uw vraag. Lees hoe wij daarmee omgaan in onze privacyverklaring.

Letsel opgelopen? Dit is belangrijk om te weten.

Een vordering wegens letsel verjaart in beginsel vijf jaar nadat u bekend bent met de schade en de aansprakelijke persoon.

  • Was u minderjarig? Dan gaat die termijn pas lopen op uw achttiende verjaardag.
  • Bewaar alles: medische stukken, foto’s, het schadeformulier en uw eigen aantekeningen.
  • Wij beoordelen kosteloos of u een zaak heeft en zeggen het eerlijk als dat niet zo is.

Bel 070 450 0300WhatsApp onsStuur uw stukken op

Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.

Letsel door gevaarlijk verkeersgedrag?

Een verkeersovertreding is een belangrijke aanwijzing, maar niet hetzelfde als civiele aansprakelijkheid. Die loopt via artikel 6:162 BW en – tegen gemotoriseerd verkeer – via artikel 185 WVW.

  • Wij stellen de toedracht vast en spreken de juiste partij aan.
  • Wij bewaken de verjaringstermijnen en vragen voorschotten aan.
  • Wij maken vooraf schriftelijk afspraken over de kosten.

Bel 070 450 0300Laat uw zaak beoordelen

Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.

Artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 verbiedt gedrag waardoor gevaar op de weg wordt veroorzaakt of het verkeer wordt gehinderd. Dat geldt voor alle weggebruikers: automobilisten, motorrijders, fietsers en voetgangers. Raakt u gewond bij een ongeval waarbij die norm is overtreden, dan kan dat de basis vormen voor een schadeclaim – maar de weg daarnaartoe loopt anders dan vaak wordt gedacht.

Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 17 september 2026.

Wat staat er in artikel 5 WVW?

Artikel 5 WVW is een kapstokartikel. De norm luidt dat het een ieder verboden is zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt, of dat het verkeer wordt gehinderd of kan worden gehinderd. Omdat de formulering zo ruim is, valt er veel onder: bumperkleven, rijden met de telefoon in de hand, geen voorrang verlenen, door rood rijden (ook als fietser), te hard rijden in een onoverzichtelijke situatie, rijden onder invloed, of plotseling oversteken zonder te kijken. Bepalend is of het gedrag objectief gevaar of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken.

Artikel 5, 5a en 6 WVW naast elkaar

Hier gaat het in veel artikelen mis. Er zijn drie bepalingen, en artikel 6 is ruimer dan vaak wordt geschreven.

Bepaling Waar het over gaat Soort feit en strafmaximum
Artikel 5 WVW Gevaar of hinder veroorzaken op de weg – er hoeft geen ongeval of letsel te zijn ontstaan; de mogelijkheid volstaat. Overtreding. Hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete (art. 177 WVW), eventueel met ontzegging van de rijbevoegdheid.
Artikel 5a WVW Zeer gevaarlijk rijgedrag waardoor levensgevaar of ernstige schade voor de gezondheid van een ander te duchten is. De wet somt gedragingen op, zoals aanmerkelijk te hard rijden, bumperkleven, gevaarlijk inhalen, spookrijden, door rood rijden en rijden onder invloed – waarbij het gaat om een combinatie of ernstige mate daarvan. Misdrijf. Ingevoerd per 1 januari 2020 om het gat tussen artikel 5 en 6 te dichten: er hoeft geen ongeval te hebben plaatsgevonden.
Artikel 6 WVW Door schuld een verkeersongeval veroorzaken. En hier de correctie: het gaat niet alleen om de dood of zwaar lichamelijk letsel. Ook letsel dat tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden oplevert, valt onder artikel 6. Een gebroken pols met enkele weken uitval kan dus al binnen het bereik vallen; het OM maakt dat onderscheid ook in de Richtlijn voor strafvordering verkeersongevallen. Misdrijf. De strafmaat loopt sterk uiteen met de ernst van het letsel en de mate van schuld (van aanmerkelijke onvoorzichtigheid tot roekeloosheid), en wordt verhoogd bij bijvoorbeeld alcohol of ernstige snelheidsovertreding.

Strafrecht en civiel recht zijn twee verschillende sporen

Dit onderscheid is de kern van dit artikel. Een boete of veroordeling zegt iets over de strafrechtelijke beoordeling; uw schadevergoeding loopt langs een andere weg.

  • Artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad) is de civiele grondslag. Het overtreden van een verkeersnorm zoals artikel 5 WVW of een RVV-bepaling levert een sterk argument op dat onrechtmatig is gehandeld, maar u moet daarnaast schade, causaal verband en toerekenbaarheid stellen en bij betwisting bewijzen.
  • Artikel 185 WVW is de bijzondere regeling voor ongevallen waarbij een motorrijtuig is betrokken en een niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer schade lijdt. Die geeft u een veel sterkere positie – zie hieronder.
  • Een sepot of vrijspraak in het strafrecht betekent niet dat er civielrechtelijk geen aansprakelijkheid is: in het civiele recht geldt een andere maatstaf en een andere bewijslast. Omgekeerd is een veroordeling een sterk bewijsmiddel, maar geen automatische aansprakelijkheid.
  • U kunt zich als benadeelde partij voegen in het strafproces, maar alleen voor een vordering die zich leent voor eenvoudige behandeling. Bij complexe letselschade verwijst de strafrechter u doorgaans naar de civiele rechter.

Wat de RVV-regels wel en niet betekenen

Kop-staartbotsing: artikel 19 RVV

Een bestuurder moet zijn voertuig tot stilstand kunnen brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover die vrij is. Bij een achteropbotsing wijst dat meestal richting de achteroprijder. Maar automatisch is het niet. Het gerechtshof Den Haag oordeelde in ECLI:NL:GHDHA:2025:316 (r.o. 6.3-6.5) dat de enkele omstandigheid dat iemand achterop reed geen omkering van de bewijslast rechtvaardigt: de toedracht moet worden vastgesteld. Plotseling en zonder noodzaak remmen, niet werkende remlichten of achteruitrijden kunnen tot een andere verdeling leiden op grond van artikel 6:101 BW. “In vrijwel alle gevallen een volledige vergoeding” is dus te stellig.

Oversteekplaats: artikel 49 RVV geldt bij een zebrapad

Artikel 49 lid 2 RVV verplicht bestuurders voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan over te steken voor te laten gaan. Let op: het gaat om een voetgangersoversteekplaats in de zin van het RVV – de gemarkeerde zebra. Niet elke plek waar mensen oversteken is dat. Een middengeleider, een verlaagde stoeprand, een kruising zonder markering of een zogeheten “informele oversteek” valt niet onder artikel 49; daar gelden de gewone voorrangs- en zorgvuldigheidsregels. Ontbreekt de zebra, dan blijft artikel 5 WVW en de algemene zorgvuldigheidsnorm over, plus – bij een motorrijtuig – artikel 185 WVW.

Bescherming van fietsers en voetgangers: hoe de 50%- en 100%-regel werken

Artikel 185 WVW maakt de eigenaar of houder van een motorrijtuig aansprakelijk voor schade van niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers, tenzij hij overmacht aannemelijk maakt. De rechtspraak heeft daar twee vaste regels aan verbonden:

Situatie Regel Uitzondering
Kind jonger dan 14 jaar 100%-regel: de schade wordt in beginsel volledig vergoed, ook als het kind zelf een fout maakte. Alleen bij opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van het kind. Die maatstaf is zeer zwaar en wordt zelden gehaald.
14 jaar of ouder 50%-regel: ten minste de helft van de schade komt voor rekening van de kant van het motorrijtuig, ook bij eigen schuld. Over het meerdere beslist de causale verdeling van artikel 6:101 BW, gevolgd door een eventuele billijkheidscorrectie. Overmacht. Daarvan is pas sprake als de bestuurder rechtens geen enkel verwijt treft en de fout van de ander zo onwaarschijnlijk was dat hij daarmee redelijkerwijs geen rekening hoefde te houden. Daarnaast geldt ook hier de uitzondering voor opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van de benadeelde.
Geen motorrijtuig betrokken (fiets tegen voetganger, fiets tegen fiets) Artikel 185 WVW geldt niet. De grondslag is dan artikel 6:162 BW, met de normale bewijslast en eigen schuld. –

Let op de volgorde bij de 50%-regel: eerst de causale verdeling, dan de billijkheidscorrectie, met 50% als ondergrens. Het is dus niet zo dat u eerst 50% krijgt en daarbovenop nog een deel van de resterende helft. Zie HR 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1426, r.o. 3.6.

Dat u als fietser door rood reed, sluit een vergoeding dus niet uit – maar het is evenmin zo dat de uitkomst daarmee vaststaat. Rijdt u zelf op een speedpedelec, dan geldt deze bescherming niet: dat is een bromfiets, en dus een motorrijtuig. Een gewone e-bike of fatbike die aan de eisen voldoet (trapondersteuning tot 25 km/u, maximaal 250 watt) valt wel onder de bescherming.

Wat u doet na een verkeersongeval

  1. Zorg eerst voor veiligheid en medische hulp. Bel bij letsel 112 en laat u onderzoeken, ook bij lichte klachten – dat is belangrijk voor uw gezondheid en voor het latere verband tussen ongeval en letsel.
  2. Vul het Europees schadeformulier in, bij voorkeur gezamenlijk en ondertekend. Erken geen schuld die u niet kunt overzien.
  3. Leg de toedracht vast: foto’s van de eindpositie, de schade, de weginrichting en eventuele verkeersborden, plus de gegevens van getuigen.
  4. Vraag om een politieregistratie bij letsel, doorrijden of een betwiste toedracht. Vraag later het proces-verbaal op.
  5. Bewaar alle bonnen en bewijsstukken en houd een klachtendagboek bij.
  6. Stel de tegenpartij schriftelijk aansprakelijk en stuit daarmee de verjaring.
  7. Vraag een voorschot op de reeds vaststaande schade, en teken pas voor finale kwijting als het medisch beeld stabiel is.

De aansprakelijkheidsbrief

In de brief vermeldt u wat er is gebeurd (datum, tijd, plaats en toedracht), welke klachten en welk letsel u heeft, een overzicht van uw schadeposten, de grondslag waarop u aansprakelijk stelt – artikel 6:162 BW en, waar van toepassing, artikel 185 WVW – een verzoek om een voorschot, en de mededeling dat u de brief mede verstuurt om de verjaring te stuiten. Verstuur aangetekend of per e-mail met ontvangstbevestiging en bewaar een kopie.

Welke schade kunt u verhalen?

Materiele schade: medische kosten en eigen risico, reiskosten naar behandelaars, schade aan voertuig, fiets, kleding of bril, verlies van inkomen en – bij blijvende beperkingen – verlies aan verdienvermogen, studievertraging, huishoudelijke hulp en mantelzorg. Daarnaast smartengeld voor pijn, angst, psychische klachten en gederfde levensvreugde (art. 6:106 BW), door de rechter naar billijkheid begroot.

Denk ook aan minder voor de hand liggende posten: gemiste onregelmatigheidstoeslag, kosten voor kinderopvang, parkeerkosten bij ziekenhuisbezoek, hulpmiddelen en woningaanpassingen, en wettelijke rente over de schade.

Verjaring

Een vordering op de aansprakelijke partij verjaart vijf jaar na de dag volgend op die waarop u bekend bent geworden met zowel de schade als de aansprakelijke persoon (art. 3:310 BW). Spreekt u uw eigen verzekeraar aan, bijvoorbeeld onder een schadeverzekering inzittenden, dan geldt een termijn van drie jaar (art. 7:942 BW). Beide zijn schriftelijk te stuiten. Is de veroorzaker onbekend of onverzekerd, denk dan aan het Waarborgfonds Motorverkeer, met eigen voorwaarden: bij een gezien voertuig met onbekend kenteken wordt aangifte binnen 48 uur verlangd, in andere gevallen maximaal veertien dagen om actie te ondernemen.

Wat wij doen – en wat het kost

Wij stellen de toedracht en de aansprakelijkheid vast, brengen uw schade volledig in kaart, voeren de communicatie met de verzekeraar en vragen voorschotten aan. Ons kantoor behandelt letselschadezaken naast andere rechtsgebieden; wij zijn geen kantoor dat uitsluitend verkeersslachtoffers bijstaat, maar letselschade is wel een vast onderdeel van onze praktijk.

Over de kosten zijn wij vooraf duidelijk. Redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte zijn op grond van artikel 6:96 lid 2 BW verhaalbaar op de aansprakelijke partij, mits de aansprakelijkheid vaststaat of wordt erkend en de kosten de dubbele redelijkheidstoets doorstaan. Proceskosten in een gerechtelijke procedure vormen een afzonderlijk risico. Een “maximale schadevergoeding” kunnen wij niet garanderen; wat wij wel doen, is zorgen dat geen schadepost over het hoofd wordt gezien en dat u niet te vroeg tekent.


Lees ook

Veelgestelde vragen

Is overtreding van artikel 5 WVW een misdrijf?

Nee, het is een overtreding: hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete (art. 177 WVW), eventueel met ontzegging van de rijbevoegdheid. Artikel 5a (zeer gevaarlijk rijgedrag) en artikel 6 (een ongeval door schuld) zijn wel misdrijven.

Geldt artikel 6 WVW alleen bij zwaar letsel of overlijden?

Nee. Artikel 6 ziet ook op letsel dat tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden oplevert. Een botbreuk met enkele weken uitval kan dus al binnen het bereik vallen. De strafmaat loopt wel sterk uiteen met de ernst van het letsel en de mate van schuld.

Ben ik automatisch aansprakelijk als ik een verkeersregel heb overtreden?

Niet automatisch. Een overtreding van artikel 5 WVW of een RVV-bepaling is een sterk argument dat onrechtmatig is gehandeld, maar civiele aansprakelijkheid vraagt daarnaast om schade, causaal verband en toerekenbaarheid (art. 6:162 BW). Omgekeerd betekent een sepot of vrijspraak niet dat er civielrechtelijk geen aansprakelijkheid is.

Krijg ik na een achteropaanrijding altijd alles vergoed?

Meestal wijst artikel 19 RVV richting de achteroprijder, maar automatisch is het niet: de toedracht moet worden vastgesteld en een achteropbotsing keert de bewijslast niet om. Plotseling remmen zonder noodzaak, niet werkende remlichten of achteruitrijden kunnen tot een andere verdeling leiden op grond van artikel 6:101 BW.

Geldt de voorrangsregel voor voetgangers overal waar ik oversteek?

Nee. Artikel 49 RVV geldt bij een voetgangersoversteekplaats: de gemarkeerde zebra. Bij een middengeleider, een verlaagde stoeprand of een informele oversteek geldt die regel niet; daar gelden de gewone voorrangs- en zorgvuldigheidsregels, en bij een motorrijtuig daarnaast artikel 185 WVW.

Hoe werkt de 50%-regel precies?

Bij een ongeval tussen een motorrijtuig en een niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer van 14 jaar of ouder komt ten minste de helft van de schade voor rekening van de kant van het motorrijtuig, tenzij de bestuurder overmacht aannemelijk maakt. Over het meerdere beslist de causale verdeling van artikel 6:101 BW, gevolgd door een eventuele billijkheidscorrectie. De 50% is dus een ondergrens, geen opstapje waar nog een deel bovenop komt. Voor kinderen jonger dan 14 geldt in beginsel 100%, behoudens opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid.

Is juridische hulp bij een verkeersongeval kosteloos?

Niet onvoorwaardelijk. Redelijke buitengerechtelijke kosten zijn verhaalbaar op de aansprakelijke partij (art. 6:96 lid 2 BW), maar alleen als de aansprakelijkheid vaststaat of wordt erkend en voor zover de kosten de dubbele redelijkheidstoets doorstaan. Proceskosten in een procedure vormen een afzonderlijk risico. Wij maken de afspraken vooraf schriftelijk.


Gerelateerde juridische diensten

Deel dit bericht
Facebook
Twitter
LinkedIn
Snel hulp nodig?
Bel WhatsApp Stukken