Gewond geraakt op de bouwplaats?
Bij een arbeidsongeval ligt de bewijslast grotendeels bij uw werkgever: hij is aansprakelijk tenzij hij aantoont dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. Dat maakt uw positie sterk – maar het gaat niet vanzelf.
- Wij stellen uw werkgever, en bij inleenwerk ook de inlener, aansprakelijk.
- Wij brengen uw volledige schade in kaart en vragen voorschotten aan.
- Wij bewaken de verjaringstermijn en stuiten die tijdig.
Bel 070 450 0300Laat uw zaak beoordelen
Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.
Na een ongeval op de bouwplaats gaat veiligheid en medische hulp voor. Meld het ongeval daarna bij uw werkgever; bij overlijden, ziekenhuisopname of blijvend letsel moet de werkgever het direct melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Vervolgens stelt u uw werkgever aansprakelijk. Of de kosten van rechtsbijstand verhaalbaar zijn, hangt af van de aansprakelijkheid en van de redelijkheid van die kosten.
Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 17 september 2026.
Werken in de bouw brengt risico’s mee: werken op hoogte, zware materialen, machines en wisselende ploegen op een bouwplaats. Gaat het mis, dan is uw juridische positie vaak sterker dan u denkt – maar er zijn een paar dingen die u snel goed moet doen.
Eerst dit, in deze volgorde
- Veiligheid. Breng uzelf en anderen in veiligheid. Verplaats iemand met letsel alleen als dat zonder extra risico kan, en schakel de machine of het werk stil als er nog gevaar is.
- Medische hulp. Bel bij letsel 112 en laat u onderzoeken, ook als de klachten meevallen. Sommige klachten komen pas dagen later. Medische registratie is bovendien bepalend voor het latere verband tussen ongeval en letsel.
- Meld het ongeval bij uw werkgever, zo snel mogelijk. Vraag om registratie in het ongevallenregister; de werkgever is op grond van artikel 9 lid 2 Arbowet verplicht dat register bij te houden.
- Leg de situatie vast: foto’s van de plek, de machine of het materiaal, de beveiliging (of het ontbreken daarvan), en de gegevens van collega’s die het zagen. Doe dit pas als de eerste twee stappen zijn gedaan – maar wacht ook niet te lang, want een bouwplaats verandert snel.
- Schakel juridische hulp in voordat u een verklaring tekent of met een verzekeraar in gesprek gaat.
Wanneer moet een ongeval bij de Arbeidsinspectie worden gemeld?
“Ernstig ongeval” is een wettelijk begrip. De werkgever moet een arbeidsongeval direct melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie als het leidt tot:
- overlijden;
- ziekenhuisopname – en daaronder valt uitdrukkelijk ook een dagopname; of
- blijvend letsel, zoals amputatie, blindheid, of blijvende schade aan lichaam of geest.
Die meldplicht rust op de werkgever, niet op u. Doet hij het niet, dan riskeert hij een boete – en u kunt het ongeval zelf melden. Een melding leidt vaak tot een onderzoek en een boeterapport of ongevalsrapport; dat rapport kan in uw civiele zaak belangrijk bewijs opleveren. Vraag het op zodra het beschikbaar is. Overigens geldt de registratieplicht in het ongevallenregister voor alle arbeidsongevallen met verzuim, ook de minder ernstige.
De juridische grondslag: artikel 7:658 BW
Hier is een correctie op iets wat vaak wordt geschreven: er bestaat in Nederland geen “Wet arbeidsongevallen”. Dat is een Belgische regeling. In Nederland loopt aansprakelijkheid bij een arbeidsongeval via het Burgerlijk Wetboek en de Arbowet.
| Regeling | Wat die doet |
|---|---|
| Artikel 7:658 lid 1 en 2 BW zorgplicht en aansprakelijkheid | De werkgever moet de werkplek, de werktuigen en het gereedschap zo inrichten en onderhouden, en zodanige maatregelen treffen en aanwijzingen geven, als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer schade lijdt. Lijdt u toch schade in de uitoefening van uw werk, dan is de werkgever aansprakelijk tenzij hij aantoont dat hij die zorgplicht is nagekomen, of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Dat “tenzij” is de kern: de bewijslast ligt bij hem. U hoeft alleen te stellen en aannemelijk te maken dat u schade heeft geleden in de uitoefening van de werkzaamheden. |
| Artikel 7:658 lid 4 BW uitbreiding van de kring | De bescherming geldt ook voor wie buiten dienstbetrekking arbeid verricht in de uitoefening van het beroep of bedrijf van een ander. Daardoor kunnen ook uitzendkrachten, gedetacheerden en – onder voorwaarden – zzp’ers de inlener of opdrachtgever aanspreken. Zie hieronder. |
| Artikel 7:611 BW goed werkgeverschap | Kan een zelfstandige grondslag zijn, bijvoorbeeld bij verkeersdeelname in de uitoefening van het werk: dan kan op de werkgever een plicht rusten een behoorlijke verzekering te sluiten. Ontbreekt die, dan kan hij aansprakelijk zijn voor de schade die daardoor onvergoed blijft. |
| Arbowet en Arbobesluit | Bevatten de concrete veiligheidsvoorschriften: de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), valbeveiliging, persoonlijke beschermingsmiddelen, voorlichting en toezicht. Een aantoonbare overtreding is geen automatische aansprakelijkheid, maar maakt het voor de werkgever veel moeilijker aan te tonen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. |
| WIA en Ziektewet | Sociale zekerheid, geen aansprakelijkheidsregeling. Zij geven u recht op een uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid, maar vergoeden geen letselschade: niet uw smartengeld, niet uw volledige inkomensverlies en niet uw kosten. Wat u uit die uitkeringen ontvangt, wordt bovendien verrekend met uw schadeclaim. Ze staan dus naast uw vordering, niet in plaats daarvan. |
Wat de werkgever moet aantonen
De zorgplicht is vergaand, maar geen absolute waarborg tegen elk ongeval. De werkgever moet rekening houden met het ervaringsfeit dat werknemers door dagelijkse routine niet altijd de nodige voorzichtigheid betrachten. Concrete instructies geven volstaat niet als er geen toezicht op naleving is. Anderzijds hoeft hij niet elk denkbaar risico uit te sluiten. Verweren die u kunt verwachten: er was een RI&E en een veiligheidsinstructie, er was toezicht, er waren beschermingsmiddelen beschikbaar, of de werknemer heeft bewust een beveiliging omzeild. Die laatste stelling – bewuste roekeloosheid – vergt dat u zich onmiddellijk voorafgaand aan het handelen daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter ervan. Die drempel wordt zelden gehaald.
Uitzendkrachten, gedetacheerden en zzp’ers op de bouwplaats
Op een bouwplaats werken vaak mensen van verschillende werkgevers door elkaar. Dat maakt de vraag “wie is aansprakelijk?” belangrijker dan wie uw loonstrook betaalt.
- Uitzendkrachten en gedetacheerden. Het uitzendbureau is uw werkgever en aansprakelijk op grond van lid 1. De inlener is aansprakelijk op grond van lid 4, omdat u arbeid verricht in de uitoefening van zijn bedrijf. Stel daarom beide partijen aansprakelijk; de onderlinge verdeling is hun probleem. De inlener moet bovendien vooraf het relevante deel van de RI&E aan het bureau verstrekken, dat u daarover voorlicht.
- Zzp’ers. Een zelfstandige valt in beginsel buiten het arbeidsrecht, maar de Hoge Raad heeft aanvaard dat lid 4 ook een zzp’er kan beschermen als de werkzaamheden behoren tot de bedrijfsuitoefening van de opdrachtgever en deze invloed had op de arbeidsomstandigheden. Op een bouwplaats is dat vaak het geval. Daarnaast kunnen de hoofdaannemer of andere partijen aansprakelijk zijn op grond van artikel 6:162 BW, en kan de opdrachtgever of bezitter van een gebrekkige opstal of zaak aansprakelijk zijn (art. 6:174 en 6:173 BW).
- Onderaannemers en derden. Werd het ongeval veroorzaakt door een andere partij op de bouwplaats – een kraanmachinist van een ander bedrijf, een gebrekkige steiger van een verhuurder – dan kan ook die partij worden aangesproken.
“De verzekering betaalt” – zo werkt het niet automatisch
Werkgevers in de bouw hebben doorgaans een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB). Dat is prettig, maar het is geen automaat:
- De verzekeraar beoordeelt eerst of de werkgever aansprakelijk is. Meent hij van niet, dan wijst hij af – en dan is uw vordering nog steeds gericht tegen de werkgever, niet tegen de verzekeraar.
- Er kunnen uitsluitingen, een eigen risico of een maximum gelden, of de polis dekt bepaalde werkzaamheden niet.
- Anders dan bij een verkeersongeval heeft u bij een AVB in beginsel geen directe actie tegen de verzekeraar; artikel 7:954 BW geeft alleen een directe betaling bij personenschade onder voorwaarden.
- Is de werkgever failliet of niet verzekerd, dan zijn er soms nog andere routes: de inlener, de hoofdaannemer, een derde, of – bij verkeersdeelname – de verzekeringsplicht van artikel 7:611 BW.
Welke schade kunt u verhalen?
Bij een bouwongeval gaat het vrijwel altijd om meer dan medische kosten. De belangrijkste posten:
- Medische kosten: eigen risico, fysiotherapie, revalidatie, medicatie en hulpmiddelen, ook toekomstige kosten.
- Inkomensverlies: het verschil tussen loondoorbetaling of uitkering en uw oorspronkelijke inkomen, en bij blijvende beperkingen verlies aan verdienvermogen, inclusief pensioenschade.
- Hulp en zorg: huishoudelijke hulp, mantelzorg door familie, kinderopvang en aanpassingen in huis of auto.
- Overige kosten: reiskosten naar behandelaars, parkeerkosten, kosten van omscholing.
- Smartengeld voor pijn, verdriet en gederfde levensvreugde (art. 6:106 BW).
- Wettelijke rente over de schade.
Wat u ontvangt uit de Ziektewet of WIA en uit loondoorbetaling wordt verrekend: de schadevergoeding vult het gat aan, en komt er niet bovenop.
Verjaring: reken niet vanaf de ongevalsdag
Dit misverstand kost mensen hun vordering. De termijn van vijf jaar uit artikel 3:310 BW begint niet op de dag van het ongeval, maar op de dag na die waarop u daadwerkelijk bekend bent geworden met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon. Bij letsel dat zich later openbaart – rugklachten die pas maanden later blijken samen te hangen met het ongeval, of een aansprakelijke partij die pas na het inspectierapport in beeld komt – kan die dag dus later liggen.
Bij letselschade geldt bovendien geen absolute termijn van twintig jaar, mits de gebeurtenis op of na 1 februari 2004 plaatsvond (art. 3:310 lid 5 BW). Wel geldt voor beroepsziekten met een lange latentietijd een eigen problematiek.
Stuiting is eenvoudig maar moet aantoonbaar: een schriftelijke aanmaning, of een ondubbelzinnige schriftelijke mededeling waarin u zich het recht op nakoming voorbehoudt (art. 3:317 BW). Na een geldige stuiting begint een nieuwe termijn van vijf jaar. Doe dat per aangetekende post of per e-mail met ontvangstbevestiging, en bewaar het bewijs. Een telefoongesprek is geen stuiting. Spreekt u een verzekeraar rechtstreeks aan onder een eigen polis, houd dan rekening met de kortere termijn van drie jaar van artikel 7:942 BW.
Als uw werkgever aansprakelijkheid afwijst
Dat komt voor, en het is geen eindpunt. Vraag om een schriftelijke en gemotiveerde afwijzing en om de stukken waarop die berust: de RI&E, de veiligheidsinstructies, het ongevallenregister en het rapport van de Arbeidsinspectie. Juist dat rapport is vaak doorslaggevend. Blijft de afwijzing staan, dan kunt u een deelgeschilprocedure (art. 1019w Rv) starten: een relatief snelle procedure waarin de rechter over een afgebakend geschilpunt – bijvoorbeeld de aansprakelijkheid – beslist, zodat de onderhandelingen daarna vlot kunnen worden voortgezet. De kosten daarvan komen bij een geslaagd deelgeschil in beginsel voor rekening van de aansprakelijke partij.
Wat kost juridische bijstand?
Redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte zijn op grond van artikel 6:96 lid 2 BW verhaalbaar op de aansprakelijke partij. Daarvoor gelden drie voorwaarden: de aansprakelijkheid moet vaststaan of worden erkend, de kosten moeten de dubbele redelijkheidstoets doorstaan, en proceskosten in een gerechtelijke procedure vormen een afzonderlijk risico. Wij leggen daarom vooraf schriftelijk vast wat geldt en wat er gebeurt als de aansprakelijkheid niet wordt erkend – inclusief de vraag of een rechtsbijstandverzekering of gefinancierde rechtsbijstand in beeld komt.
Conclusie
Na een ongeval in de bouw gaat veiligheid en medische hulp voor; daarna telt vastleggen. Uw positie berust op artikel 7:658 BW en de Arbowet, niet op een “Wet arbeidsongevallen”, en de WIA vergoedt uw letselschade niet. De bewijslast dat de zorgplicht is nagekomen ligt bij uw werkgever – een sterke positie, mits u op tijd bent. Reken de verjaring daarom niet vanaf de ongevalsdag maar vanaf uw bekendheid met schade en aansprakelijke persoon, en stuit schriftelijk.
Lees ook
- Aansprakelijkheid van de werkgever voor uitzendkrachten
- Bedrijfsongeval als uitzendkracht: wie is aansprakelijk?
- Verlies aan verdienvermogen
Veelgestelde vragen
Wat moet ik direct doen na een ongeval op de bouwplaats?
Zorg eerst voor veiligheid en medische hulp, ook bij lichte klachten. Meld het ongeval daarna bij uw werkgever en vraag om registratie in het ongevallenregister. Leg vervolgens de situatie vast met foto’s en noteer wie het heeft gezien. Schakel juridische hulp in voordat u een verklaring tekent of met een verzekeraar in gesprek gaat.
Welke ongevallen moeten bij de Arbeidsinspectie worden gemeld?
Ongevallen die leiden tot overlijden, ziekenhuisopname – inclusief dagopname – of blijvend letsel. Die meldplicht rust op de werkgever en het moet direct gebeuren. Alle arbeidsongevallen met verzuim moeten daarnaast worden geregistreerd in het ongevallenregister. Een onderzoek van de inspectie levert vaak belangrijk bewijs op voor uw zaak.
Op welke wet berust de aansprakelijkheid van mijn werkgever?
Op artikel 7:658 BW, aangevuld door de Arbowet en het Arbobesluit. Een “Wet arbeidsongevallen” bestaat in Nederland niet. De werkgever is aansprakelijk tenzij hij aantoont dat hij zijn zorgplicht is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.
Vergoedt de WIA mijn letselschade?
Nee. WIA en Ziektewet zijn sociale zekerheid: zij geven recht op een uitkering bij arbeidsongeschiktheid, maar vergoeden geen smartengeld, geen volledig inkomensverlies en geen kosten. Wat u uit die uitkeringen ontvangt, wordt bovendien verrekend met uw schadeclaim. Ze staan dus naast uw vordering op de aansprakelijke partij.
Ik werk als uitzendkracht of zzp’er. Sta ik ook beschermd?
Ja. Artikel 7:658 lid 4 BW breidt de bescherming uit naar wie buiten dienstbetrekking arbeid verricht in de uitoefening van het bedrijf van een ander. Als uitzendkracht kunt u zowel het uitzendbureau als de inlener aanspreken. Voor zzp’ers geldt de bescherming onder voorwaarden: de werkzaamheden moeten behoren tot de bedrijfsuitoefening van de opdrachtgever en deze moet invloed hebben gehad op de arbeidsomstandigheden.
Betaalt de verzekering van mijn werkgever automatisch?
Nee. De verzekeraar beoordeelt eerst of de werkgever aansprakelijk is en kan afwijzen. Er kunnen uitsluitingen, een eigen risico of een maximum gelden, en bij een aansprakelijkheidsverzekering heeft u in beginsel geen directe actie tegen de verzekeraar. Wordt afgewezen, vraag dan een gemotiveerde reactie met de onderliggende stukken en overweeg een deelgeschilprocedure.
Binnen welke termijn moet ik mijn schade claimen?
De termijn van vijf jaar begint niet op de ongevalsdag, maar op de dag na die waarop u daadwerkelijk bekend bent geworden met zowel de schade als de aansprakelijke persoon (art. 3:310 BW). Bij letselschade geldt geen absolute termijn van twintig jaar voor gebeurtenissen vanaf 1 februari 2004. Stuit schriftelijk en aantoonbaar; spreekt u uw eigen verzekeraar aan, dan geldt een termijn van drie jaar.



