Artikel 5 WVW: gevaarlijk rijgedrag en gevolgen

28 december 2025
Foto van Arslan Advocaten

Arslan Advocaten

Snel hulp nodig?
Drag & Drop Files, Choose Files to Upload Je kunt tot 5 bestanden uploaden.

Kies een vestiging

Wij gebruiken uw gegevens alleen om contact met u op te nemen over uw vraag. Lees hoe wij daarmee omgaan in onze privacyverklaring.

Artikel 5 WVW verbiedt gedrag waardoor gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt, of waardoor het verkeer wordt of kan worden gehinderd. Een ongeval is dus niet vereist. Voor een beoordeling zijn de concrete gedraging, plaats, verkeersdrukte, zicht, snelheid en overige omstandigheden van belang.

Geschreven door Melanie Schulpen, advocaat strafrecht en bestuursrecht bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor strafrecht (en jeugdstrafrecht) en bestuursrecht. Laatst bijgewerkt: 17 september 2026.

Bent u als verdachte gehoord, heeft u een strafbeschikking ontvangen of moet u voor de rechter verschijnen? Controleer dan eerst welk gedrag precies wordt verweten en op welk bewijs het gestelde gevaar of de hinder berust.

Wat staat in artikel 5 Wegenverkeerswet?

De officiële tekst van artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 bevat een algemene gevaar- en hinderbepaling. De bepaling is niet beperkt tot één specifieke verkeersovertreding. Daarom moet uit het dossier blijken welk concreet gedrag in de gegeven situatie gevaar of hinder opleverde of kon opleveren.

Wanneer kan artikel 5 WVW worden toegepast?

Voorbeelden kunnen zijn: door rood rijden terwijl ander verkeer nadert, onvoldoende afstand houden, gevaarlijk inhalen, onverwacht hard remmen, geen voorrang verlenen of met onaangepaste snelheid rijden. Een voorbeeld is geen automatische veroordeling. De gedraging moet altijd in samenhang met de werkelijke verkeerssituatie worden beoordeeld.

Welk bewijs is belangrijk?

  • de exacte gedraging die in de tenlastelegging of strafbeschikking staat;

  • processen-verbaal en verklaringen van verbalisanten of getuigen;

  • camera-, dashcam- of telefoonbeelden;

  • snelheids-, afstands- of locatiegegevens;

  • verkeersdrukte, wegindeling, zicht, weer en tijdstip;

  • de omschrijving van het veroorzaakte of mogelijke gevaar of de hinder.

Een verweer kan zich bijvoorbeeld richten op de betrouwbaarheid of volledigheid van het bewijs, de feitelijke verkeerssituatie en de vraag of het gestelde gevaar of de hinder voldoende concreet is onderbouwd.

Verschil tussen artikel 5, artikel 5a en artikel 6 WVW

Artikel 5 WVW: gevaar of hinder

Artikel 5 is de algemene bepaling over gevaar en hinder. Het gaat om de concrete verkeersgedraging en de omstandigheden waarin die plaatsvond.

Artikel 5a WVW: opzettelijk zeer gevaarlijk rijgedrag

Artikel 5a WVW heeft een zwaardere en specifiekere drempel. Het gaat om het opzettelijk in ernstige mate schenden van verkeersregels, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Niet iedere zaak onder artikel 5 voldoet aan deze vereisten.

Artikel 6 WVW: ongeval door schuld

Artikel 6 WVW ziet op een verkeersongeval dat aan de schuld van de verdachte te wijten is en waardoor een ander overlijdt of lichamelijk letsel oploopt. Een ongeval met letsel leidt niet automatisch tot bewezen schuld; de rechter beoordeelt het geheel van gedragingen en omstandigheden.

Mogelijke straf en rijbewijsgevolgen

Overtreding van artikel 5 WVW is een overtreding, geen misdrijf. De strafbepaling staat in artikel 177 WVW:

  • Hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie. In de praktijk volgt vrijwel altijd een geldboete, maar hechtenis is wettelijk mogelijk – bijvoorbeeld bij recidive of bij een zeer ernstige gedraging.
  • Ontzegging van de rijbevoegdheid in de wettelijk omschreven gevallen (artikel 179 WVW), voor ten hoogste twee jaar. Ook het Openbaar Ministerie kan in een strafbeschikking een ontzegging opleggen, van ten hoogste zes maanden en alleen nadat u bent gehoord (artikel 257a en 257c Sv).
  • Bijkomende straffen zoals verbeurdverklaring komen bij deze bepaling zelden voor.

De eis en de uiteindelijke sanctie hangen af van de bewezen gedraging, de gevolgen, de omstandigheden en uw persoonlijke situatie. De OM-richtlijn voor verkeersongevallen en gevaarlijk verkeersgedrag (2022R004) geeft het Openbaar Ministerie daarvoor uitgangspunten.

En het CBR? Dat is een aparte route

Naast de strafzaak kan het CBR een bestuursrechtelijke maatregel opleggen: een educatieve maatregel, een onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid, of – in zware gevallen – ongeldigverklaring van het rijbewijs. Houd daarbij drie dingen uit elkaar:

  • Een CBR-maatregel volgt niet automatisch op iedere overtreding van artikel 5 WVW. De politie doet een mededeling aan het CBR alleen in de gevallen die de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid noemt, bijvoorbeeld bij een zeer forse snelheidsovertreding, rijden onder invloed of aanwijzingen voor onvoldoende rijvaardigheid.
  • De CBR-procedure is geen straf maar een maatregel in het belang van de verkeersveiligheid. Zij loopt parallel aan de strafzaak en kan ook doorgaan bij vrijspraak of sepot.
  • Tegen een besluit van het CBR staat bezwaar open, in beginsel binnen zes weken, en daarna beroep bij de bestuursrechter. Die termijn staat los van uw strafzaak – laat hem niet verlopen omdat u op de strafzitting wacht.

Strafzaak en schadeclaim zijn verschillende vragen

De strafrechtelijke beoordeling gaat over het verkeersfeit en de mogelijke sanctie. De civielrechtelijke vraag wie schade na een ongeval moet vergoeden, volgt een ander juridisch kader. Een overtreding van artikel 5 WVW bepaalt daarom niet zonder meer de volledige aansprakelijkheid of omvang van de schadevergoeding.

Wat doet u na een proces-verbaal of strafbeschikking?

Begin met vaststellen welk stuk u heeft gekregen; dat bepaalt de route en de termijn.

Wat u ontving Wat het is Uw route en termijn
Beschikking op grond van de Wet Mulder (administratieve verkeersboete van het CJIB) Een administratieve sanctie voor lichte verkeersovertredingen, zonder strafblad. Beroep bij de officier van justitie, binnen zes weken na de dagtekening van de beschikking. Daarna kan beroep bij de kantonrechter volgen.
Strafbeschikking van het Openbaar Ministerie Een buitengerechtelijke afdoening van een strafbaar feit. Betalen betekent aanvaarden – en kan gevolgen hebben voor uw justitiële documentatie. Verzet bij het Openbaar Ministerie, binnen veertien dagen (artikel 257e Sv). Die termijn begint bij uitreiking in persoon, of – als de beschikking is toegezonden – vanaf het moment waarop zich een omstandigheid voordoet waaruit blijkt dat u met de strafbeschikking bekend bent. Bij toezending zonder bekendheid kan de termijn later beginnen, maar reken daar niet op: stel verzet in zodra u de beschikking heeft, en betaal in de tussentijd niet.
Dagvaarding om voor de politierechter of kantonrechter te verschijnen De zaak wordt door de rechter behandeld. Geen verzettermijn; u kunt verschijnen en verweer voeren. Vraag het dossier tijdig op bij de griffie of via een advocaat.
Alleen een proces-verbaal, nog geen beslissing De zaak ligt bij het OM; er volgt nog een beslissing. Verzamel nu al bewijs. Beelden en getuigen zijn na enkele weken vaak niet meer te achterhalen.

Let op bij verzet: door verzet vervalt de strafbeschikking niet automatisch. Het Openbaar Ministerie kan de zaak intrekken of alsnog voor de rechter brengen; in dat laatste geval kan de rechter een hogere of een lagere straf opleggen dan in de strafbeschikking stond. Laat dat afwegen voordat u verzet instelt.

Verder

  • Noteer alle ontvangst- en beslistermijnen uit de brief of beschikking.
  • Bewaar beelden, routegegevens en gegevens van getuigen.
  • Vraag het dossier op of laat dit beoordelen.
  • Reageer niet uitsluitend op een algemene herinnering aan het incident; vergelijk uw verklaring met het concrete verwijt en het bewijs.
  • Kreeg u ook een brief van het CBR, behandel die als een aparte zaak met een eigen bezwaartermijn.

Hoe kan een advocaat helpen?

Een advocaat kan de tenlastelegging, bewijsconstructie, kwalificatie onder artikel 5, 5a of 6 WVW en mogelijke rijbewijsgevolgen beoordelen. Ook kan worden nagegaan of het gestelde gevaar voldoende concreet is en welke persoonlijke omstandigheden voor de afdoening relevant zijn. Vrijspraak, sepot of een lichtere sanctie kan nooit vooraf worden gegarandeerd.

Veelgestelde vragen

Wat verbiedt artikel 5 WVW?

Gedrag waardoor gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt, of waardoor het verkeer wordt of kan worden gehinderd. De concrete gedraging en de verkeerssituatie zijn bepalend; uit het dossier moet blijken welk gedrag in die situatie gevaar of hinder opleverde of kon opleveren.

Moet er een ongeval zijn gebeurd?

Nee. Artikel 5 WVW ziet ook op gedrag waardoor gevaar of hinder kán ontstaan. Een ongeval is dus geen voorwaarde. Omgekeerd leidt een ongeval niet automatisch tot een bewezen overtreding: ook dan moet de concrete gedraging worden vastgesteld.

Wat is het verschil tussen artikel 5, 5a en 6 WVW?

Artikel 5 is de algemene gevaar- en hinderbepaling en is een overtreding. Artikel 5a betreft het opzettelijk in ernstige mate schenden van verkeersregels waardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten is – een misdrijf met een veel hogere drempel. Artikel 6 ziet op een ongeval dat aan uw schuld te wijten is en waardoor een ander overlijdt of letsel oploopt; ook dat is een misdrijf.

Welke straf kan ik krijgen?

Artikel 177 WVW kent voor deze overtreding hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie. In de praktijk volgt meestal een geldboete. De rechter kan daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen van ten hoogste twee jaar (artikel 179 WVW); het Openbaar Ministerie kan dat in een strafbeschikking voor ten hoogste zes maanden, nadat u bent gehoord.

Raak ik automatisch mijn rijbewijs kwijt?

Nee. Een ontzegging van de rijbevoegdheid kan alleen worden opgelegd door de rechter of, voor ten hoogste zes maanden, door het Openbaar Ministerie in een strafbeschikking nadat u bent gehoord, en alleen in de wettelijk omschreven gevallen. Daarnaast kan het CBR een eigen maatregel opleggen – een cursus, een onderzoek of ongeldigverklaring – maar ook dat gebeurt niet automatisch: de politie doet daarvoor alleen een mededeling in de gevallen die de regeling noemt. De CBR-procedure loopt los van de strafzaak en kent een eigen bezwaartermijn van zes weken.

Ik heb een strafbeschikking gekregen. Wat kan ik doen?

U kunt binnen veertien dagen verzet instellen bij het Openbaar Ministerie (artikel 257e Sv). Die termijn begint bij uitreiking in persoon, of vanaf het moment waarop blijkt dat u met de beschikking bekend bent. Betaal niet in de tussentijd: betalen geldt als aanvaarden. Houd er rekening mee dat de zaak na verzet alsnog voor de rechter kan komen, die ook een hogere straf kan opleggen.

Officiële bronnen

Lees ook


Gerelateerde juridische diensten

Deel dit bericht
Facebook
Twitter
LinkedIn
Snel hulp nodig?