Het Waarborgfonds Motorverkeer vergoedt schade door een motorrijtuig wanneer de veroorzaker onbekend, onverzekerd, gestolen of onvindbaar is (artikel 25 WAM). Bij een onbekende dader moet u aantonen dat u redelijkerwijs alles heeft gedaan om hem te achterhalen: aangifte binnen 48 uur als u het voertuig zag, en in de overige gevallen actie binnen 14 dagen. Een eigen risico geldt alleen bij een onbekende dader en alleen voor schade aan zaken – niet voor letselschade.
Bent u aangereden door een bestuurder die is doorgereden, of door iemand die niet verzekerd bleek? Dan kunt u in bepaalde gevallen terecht bij het Waarborgfonds Motorverkeer. Het fonds is geen verzekering en ook geen vangnet voor elke schade: de toegang is geregeld in artikel 25 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM), en die kent duidelijke voorwaarden.
Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 19 september 2026.
Hieronder staat wanneer het fonds openstaat, welk bewijs u nodig heeft en welke termijn er loopt. Let vooral op die laatste: die is korter dan veel mensen denken.
Past mijn schade bij het fonds?
| Situatie | Grondslag | Belangrijkste voorwaarde |
|---|---|---|
| De aansprakelijke persoon is onbekend (doorrijder) | Artikel 25 lid 1 sub a WAM | Het fonds vergoedt niet als aannemelijk is dat u zelf niet heeft gedaan wat redelijkerwijs van u kon worden verwacht om vast te stellen wie het was |
| Het motorrijtuig was niet verzekerd | Artikel 25 lid 1 sub b WAM | De verplichting tot verzekering is niet nagekomen |
| Gestolen of met geweld toegeëigend motorrijtuig | Artikel 25 lid 1 sub c WAM | De verzekeraar, de Staat of een vrijgestelde is daarvoor niet aansprakelijk |
| Vrijstelling van de verzekeringsplicht | Artikel 25 lid 1 sub d WAM | Op grond van artikel 17 lid 3 of artikel 18 WAM is geen verzekering gesloten |
Deze kaart is niet uitputtend. Artikel 25 WAM kent meer gevallen en uitzonderingen dan hierboven passen, en het fonds hanteert daarnaast eigen voorwaarden die periodiek worden aangepast. Herkent u uw situatie hier niet in, dan betekent dat dus niet dat het fonds gesloten is; laat het dan beoordelen.
In alle gevallen geldt dat er burgerrechtelijke aansprakelijkheid moet bestaan voor de door het motorrijtuig veroorzaakte schade. Het fonds treedt in de plaats van een aansprakelijke partij; het vergoedt niet zomaar iedere schade die u in het verkeer oploopt.
Wat het fonds niet dekt. Op grond van artikel 26 WAM is het fonds onder meer niet aansprakelijk voor schade boven de wettelijk vastgestelde maximumbedragen, en niet voor schade aan zaken die door het motorrijtuig werden vervoerd.
Raadpleeg voor de actuele voorwaarden, bedragen en formulieren altijd de website van het Waarborgfonds Motorverkeer zelf. De regeling wordt periodiek aangepast en de bedragen worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.
Wat telt als motorrijtuig?
De definitie in artikel 1 WAM is ruim: alle rij- of voertuigen die bestemd zijn om anders dan langs spoorstaven over de grond te worden voortbewogen, uitsluitend of mede door een mechanische kracht die op of aan het voertuig zelf aanwezig is, dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders. Ook wat aan het voertuig is gekoppeld, of na koppeling is losgeraakt zolang het nog niet buiten het verkeer tot stilstand is gekomen, telt mee.
Trek daar geen te snelle conclusies uit. Auto’s, motoren, bromfietsen, snorfietsen en scooters vallen er zonder meer onder. Bij nieuwere voertuigen ligt het genuanceerder en hangt het af van de constructie, de maximumsnelheid, het vermogen en de vraag of voor dat voertuig een verzekeringsplicht geldt:
- Speed pedelecs worden als bromfiets aangemerkt en zijn verzekeringsplichtig.
- Gewone e-bikes met trapondersteuning tot 25 km/u vallen daar in beginsel buiten.
- Fatbikes zijn geen eigen categorie. Bepalend is of het exemplaar technisch nog een fiets met trapondersteuning is of feitelijk een bromfiets. Opgevoerde exemplaren kunnen in de tweede categorie vallen.
- Elektrische steps zijn in Nederland grotendeels niet toegelaten op de openbare weg; hun status verschilt per type en per toelating.
Is de status van het voertuig onduidelijk, laat dat dan beoordelen voordat u een aanvraag indient. Het is geen formaliteit: het bepaalt of het fonds überhaupt bevoegd is.
Onbekende dader: wat u moet aantonen
Dit is het meest voorkomende geval en tegelijk het strengst. Artikel 25 lid 1 sub a WAM bevat een tenzij-clausule: het fonds kan afwijzen als aannemelijk is dat u niet heeft gedaan wat redelijkerwijs van u kon worden verwacht om de aansprakelijke persoon te achterhalen.
Onderneem daarom direct het volgende, en leg vast dat u het gedaan heeft:
- Doe direct aangifte of melding bij de politie, en let op de termijn. Het fonds werkt met twee concrete termijnen: heeft u het voertuig wel gezien maar bleef het kenteken onbekend, dan verwacht het fonds dat u binnen 48 uur aangifte doet. In de overige gevallen – bijvoorbeeld schade die u pas later ontdekt – geldt dat u binnen 14 dagen actie moet ondernemen om de veroorzaker te achterhalen. Vraag om een registratienummer en bewaar het proces-verbaal of de melding. De actuele voorwaarden staan op wbf.nl.
- Noteer alles wat u van het voertuig weet: kleur, merk, type, een deel van het kenteken, opvallende kenmerken, rijrichting.
- Zoek getuigen. Vraag naam en telefoonnummer ter plaatse; achteraf zijn ze vrijwel niet meer te vinden.
- Vraag camerabeelden op. Denk aan omliggende winkels, tankstations, woningen met deurbelcamera’s en dashcams van andere weggebruikers. Doe dat meteen, want beelden worden vaak binnen enkele dagen overschreven.
- Leg de plaats vast. Foto’s van de situatie, remsporen, lakresten, glas en de schade zelf, met datum en locatiegegevens.
- Doe navraag in de omgeving en leg vast wanneer en bij wie.
Nog een voorwaarde die vaak wordt vergeten. Artikel 26 lid 5 WAM bepaalt dat het fonds slechts aansprakelijk is als u aantoont dat u alle bekende aansprakelijke personen, en hun verzekeraars, tot betaling heeft aangemaand. Is er wél een bekende partij, dan moet u die dus eerst schriftelijk aanspreken en dat kunnen bewijzen.
Bewijschecklist
- Datum, tijdstip en exacte plaats van het ongeval
- Politieregistratie of proces-verbaal met nummer
- Getuigenverklaringen met contactgegevens
- Foto’s van het voertuig, de schade, de locatie en eventuele sporen
- Camerabeelden of het bewijs dat u die tijdig heeft opgevraagd
- Medische stukken bij letsel, vanaf het eerste contact met huisarts of spoedeisende hulp
- Schadecalculatie, reparatienota’s of taxatierapport
- Kopieën van de aanmaningen aan bekende aansprakelijke partijen en hun verzekeraars
Eigen risico: alleen bij onbekende dader en alleen bij zaakschade
Hier ontstaat vaak verwarring. Artikel 26 lid 4 WAM bepaalt dat het fonds in het geval van een onbekende aansprakelijke persoon voor schade aan uw zaken slechts aansprakelijk is voor zover die schade méér bedraagt dan een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld bedrag.
Twee consequenties:
- Het eigen risico geldt niet bij letselschade. Voor letsel wordt geen drempelbedrag afgetrokken.
- Het geldt niet in de andere gevallen van artikel 25, zoals een bekende maar onverzekerde bestuurder.
Het bedrag is € 250. Dat staat in artikel 1 van het Besluit bedrag eigen risico aanspraken op het Waarborgfonds Motorverkeer: het bedrag bedoeld in artikel 26 lid 4 WAM wordt vastgesteld op € 250. Deze versie van het besluit geldt sinds 11 juni 2007 en is sindsdien niet gewijzigd. Omdat het bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld, kan het in beginsel worden aangepast; controleer het daarom bij een concrete claim.
De wet voegt daaraan toe dat voor dat drempeldeel ook geen aansprakelijkheid ontstaat doordat een andere benadeelde de vordering tot vergoeding daarvan verkrijgt. U kunt het eigen risico dus niet omzeilen door de vordering over te dragen.
Termijnen: drie klokken, en ze verschillen
| Waartegen | Termijn | Vanaf wanneer | Grondslag |
|---|---|---|---|
| Het Waarborgfonds | Drie jaar | Het feit waaruit de schade is ontstaan, dus vanaf het ongeval zelf | Artikel 10 lid 1 WAM, via artikel 26 lid 7 WAM |
| De aansprakelijke persoon zelf (bij letsel) | Vijf jaar | De dag na die waarop u bekend werd met zowel de schade als de aansprakelijke persoon | Artikel 3:310 lid 5 BW |
| Aangifte bij de politie (voertuig gezien, kenteken onbekend) | 48 uur | Het ongeval | Voorwaarde van het fonds, geen wettelijke verjaringstermijn |
| Actie ondernemen om de dader te achterhalen (overige gevallen) | 14 dagen | Het moment waarop u de schade ontdekte | Voorwaarde van het fonds |
Let op het verschil in startmoment. De termijn van drie jaar tegenover het fonds loopt vanaf het ongeval, niet vanaf het moment waarop u de schade of de gevolgen ontdekte. Bij letsel dat zich pas later openbaart, kan die termijn daardoor eerder verstrijken dan de termijn tegenover de dader. Wacht dus niet af tot uw medische situatie is uitgekristalliseerd; meld tijdig en houd de aanspraak in stand.
Handelingen die de verjaring tegenover een verzekerde stuiten, stuiten op grond van artikel 10 lid 4 WAM ook de verjaring tegenover de verzekeraar. Laat bij twijfel tijdig een stuitingsbrief uitgaan.
Eigen schuld wordt apart beoordeeld
Een aanrijding leidt niet zonder meer tot volledige vergoeding. Heeft uw eigen gedrag aan de schade bijgedragen, dan kan de vergoeding op grond van artikel 6:101 BW worden verminderd naar de mate waarin de omstandigheden aan elke kant hebben bijgedragen, waarna nog een billijkheidscorrectie kan volgen.
De bijzondere bescherming voor ongemotoriseerden. Voor voetgangers en fietsers geldt tegenover de bestuurder van een motorrijtuig artikel 185 WVW, met in de rechtspraak ontwikkelde regels: voor kinderen tot veertien jaar geldt in beginsel een verstrekkende bescherming, en voor volwassen ongemotoriseerden een ondergrens in de verdeling, behoudens opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid.
Werkt die bescherming ook door bij het fonds? Ja, want het fonds beoordeelt dezelfde aansprakelijkheidsvraag. Artikel 25 lid 1 WAM begint met de voorwaarde dat er een burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de door een motorrijtuig veroorzaakte schade bestaat. Welke aansprakelijkheid dat is, bepaalt het gewone aansprakelijkheidsrecht, en daar hoort artikel 185 WVW bij. Het fonds treedt in feite in de plaats van de aansprakelijke bestuurder en meet de aansprakelijkheid dus naar dezelfde maatstaf. Was de doorrijder aansprakelijk geweest als hij bekend was, dan is het fonds dat in beginsel ook.
Twee kanttekeningen die in veel artikelen ontbreken. Ten eerste is dit geen automatische regel van honderd procent vergoeding in alle gevallen; het gaat om een verdeling die van de omstandigheden afhangt. Ten tweede verandert de doorwerking niets aan de eigen beperkingen van het fonds: de maximumbedragen van artikel 22 WAM, het eigen risico van artikel 26 lid 4 WAM voor zaakschade bij een onbekende dader, de uitsluiting van vervoerde zaken in artikel 26 lid 3 WAM, en de verplichting van artikel 26 lid 5 WAM om alle bekende aansprakelijke personen en hun verzekeraars eerst zelf aan te manen. Bij een onbekende bestuurder komt daar een praktisch punt bij: u moet aannemelijk maken dát er aansprakelijkheid zou hebben bestaan, en dat is zonder tegenpartij lastiger te onderbouwen. De juridische maatstaf blijft gelijk, uw bewijspositie is zwaarder.
Aanvraag en bezwaar
- Meld de schade bij het fonds via het meldingsformulier op wbf.nl/schade-melden, en voeg uw bewijsstukken toe volgens de checklist hierboven. Lukt melden online niet, dan kunt u het formulier ook per post indienen; vraag het fonds dan om een ontvangstbevestiging.
- Beschrijf feitelijk wat u heeft gedaan om de dader te achterhalen, met datums. Dat is bij een onbekende veroorzaker het beslissende punt.
- Houd letsel en zaakschade gescheiden in uw opgave: er gelden andere regels, en het drempelbedrag raakt alleen de zaakschade.
- Wordt uw verzoek afgewezen, vraag dan om een schriftelijke, gemotiveerde beslissing met vermelding van de grond. Op basis daarvan kunt u aanvullend bewijs aanleveren of de beslissing laten toetsen. Uiteindelijk kunt u het geschil aan de civiele rechter voorleggen, met inachtneming van de driejaarstermijn.
Gaat het om letsel, lees dan ook onze artikelen over smartengeld berekenen en, bij nekklachten na een aanrijding, over whiplash na een aanrijding. Leest u liever Turks over aansprakelijkheid na een scooterongeval, zie dan Hollanda’da scooter kazası (Turkstalig).
Twijfelt u of uw situatie onder het fonds valt, of nadert de driejaarstermijn? Neem vrijblijvend contact met ons op en houd de politieregistratie en uw schadestukken bij de hand.
Veelgestelde vragen
Binnen welke termijn moet ik het Waarborgfonds inschakelen?
Er lopen twee soorten termijnen door elkaar. Voor uw aanspraak op het fonds geldt een verjaringstermijn van drie jaar, die loopt vanaf het ongeval zelf en niet vanaf het moment waarop u de gevolgen ontdekte. Daarnaast stelt het fonds voorwaarden aan uw eigen inspanning: heeft u het voertuig gezien maar bleef het kenteken onbekend, doe dan binnen 48 uur aangifte; in de overige gevallen moet u binnen 14 dagen actie ondernemen om de veroorzaker te achterhalen. Wacht dus niet tot uw medische situatie is uitgekristalliseerd.
Welk bewijs is nodig als de veroorzaker onbekend is?
Het fonds kan afwijzen als aannemelijk is dat u niet heeft gedaan wat redelijkerwijs van u kon worden verwacht om de aansprakelijke te achterhalen. Zorg daarom voor een politieregistratie met nummer, getuigenverklaringen met contactgegevens, foto’s van de plek, de sporen en de schade, en camerabeelden of het bewijs dat u die tijdig heeft opgevraagd. Leg ook vast wanneer u wat heeft gedaan; de data zijn hier net zo belangrijk als de stukken zelf.
Geldt er een eigen risico bij het Waarborgfonds?
Alleen bij een onbekende veroorzaker en alleen voor schade aan zaken: het fonds vergoedt die schade voor zover die meer bedraagt dan een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld drempelbedrag (artikel 26 lid 4 WAM). Voor letselschade geldt dat drempelbedrag niet. Is de veroorzaker wel bekend maar onverzekerd, dan speelt de drempel evenmin. Controleer het actuele bedrag op wbf.nl.
Kan eigen schuld invloed hebben op de vergoeding?
Ja. Het fonds beoordeelt dezelfde aansprakelijkheidsvraag als een verzekeraar, inclusief de verdeling bij eigen schuld (artikel 6:101 BW) en de billijkheidscorrectie. Bent u fietser of voetganger, dan werkt de bescherming van artikel 185 WVW ook tegenover het fonds door: als volwassene in beginsel ten minste 50% en voor kinderen tot veertien jaar een verdergaande bescherming, behoudens opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid. Dat is geen automatische volledige vergoeding en het verandert niets aan de eigen beperkingen van het fonds.
Val ik onder het fonds als ik door een fatbike of e-bike ben aangereden?
Dat hangt af van het voertuig. Het fonds is er voor schade veroorzaakt door een motorrijtuig in de zin van de WAM. Een gewone e-bike met trapondersteuning tot 25 km/u valt daar in beginsel buiten; een speedpedelec is een bromfiets en valt er wel onder. Bij een fatbike is bepalend of het exemplaar technisch nog een fiets is of feitelijk een bromfiets, bijvoorbeeld doordat hij is opgevoerd. Laat de status beoordelen voordat u een aanvraag indient: daarvan hangt af of het fonds bevoegd is.



