Letsel opgelopen? Dit is belangrijk om te weten.
Een vordering wegens letsel verjaart in beginsel vijf jaar nadat u bekend bent met de schade en de aansprakelijke persoon.
- Was u minderjarig? Dan gaat die termijn pas lopen op uw achttiende verjaardag.
- Bewaar alles: medische stukken, foto’s, het schadeformulier en uw eigen aantekeningen.
- Wij beoordelen kosteloos of u een zaak heeft en zeggen het eerlijk als dat niet zo is.
Bel 070 450 0300Stuur uw stukken op
Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.
Moet je betalen voor een fout op je werk?
Meestal niet. De hoofdregel van artikel 7:661 BW is dat je als werknemer niet aansprakelijk bent voor schade die je bij het werk aan je werkgever toebrengt – tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Dat is een hoge drempel.
- Wij beoordelen of je werkgever de schade uberhaupt op jou kan verhalen.
- Wij controleren of een inhouding op je loon binnen de grenzen van artikel 7:632 BW valt.
- Wij reageren namens jou op een factuur of schuldbekentenis.
Bel 070 450 0300Laat je situatie checken
Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.
Je maakt een fout op je werk. Er gaat iets kapot, er ontstaat schade, en je werkgever zegt: “Dit verhalen we op jou.” Veel jongeren met een bijbaan denken dan dat ze moeten betalen. Meestal is dat niet zo. Hieronder staat wat de wet werkelijk zegt, waar de grens ligt, en wat je doet als je werkgever geld eist of inhoudt.
De hoofdregel: artikel 7:661 BW
De grondslag staat in artikel 7:661 BW:
De werknemer die bij de uitvoering van de overeenkomst schade toebrengt aan de werkgever, is te dier zake niet jegens de werkgever aansprakelijk, tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid.
Let op welk artikel dit is. Artikel 7:658 BW wordt hier vaak ten onrechte bij gehaald, maar dat gaat over iets anders: de zorgplicht van de werkgever voor een veilige werkplek, en daarmee over schade die jij oploopt. Voor schade die de werkgever lijdt, is 7:661 BW de bepaling.
De gedachte erachter is eenvoudig: wie werk laat verrichten, draagt het risico dat daarbij iets misgaat. Dat risico hoort bij de bedrijfsvoering en kan doorgaans worden verzekerd of in de prijs worden verwerkt. De bescherming geldt voor iedere werknemer: jongeren, studenten, parttimers, oproepkrachten en uitzendkrachten.
Waar ligt de grens?
| Begrip | Wat het betekent | Waarom de drempel hoog is |
|---|---|---|
| Opzet | Je wilde de schade veroorzaken, of je wist zeker dat die zou ontstaan en deed het toch. | Dit gaat over willens en wetens schade toebrengen – niet over een fout die je had kunnen voorkomen. |
| Bewuste roekeloosheid | Je was je onmiddellijk voorafgaand aan het handelen daadwerkelijk bewust van het roekeloze karakter ervan. | Die maatstaf komt uit de rechtspraak en is feitelijk: het gaat niet om wat je had moeten beseffen, maar om wat je op dat moment werkelijk besefte. Juist in de dagelijkse werkpraktijk – haast, routine, vermoeidheid – wordt dat zelden aangenomen. |
Belangrijk: je werkgever moet die opzet of bewuste roekeloosheid stellen en bij betwisting bewijzen. Hij kan niet volstaan met de mededeling dat je onzorgvuldig was.
Kan je werkgever van deze regel afwijken?
Alleen binnen strakke grenzen. Artikel 7:661 lid 2 BW staat afwijking ten nadele van de werknemer toe bij schriftelijke overeenkomst en slechts voor zover de werknemer ter zake verzekerd is. Twee dingen volgen daaruit:
- Een mondelinge afspraak of een zin in een personeelsapp is niet genoeg.
- Het gaat om een daadwerkelijk afgesloten verzekering die de schade dekt. De redenering “je had verzekerd behoren te zijn” volstaat niet. De rechtbank Rotterdam bevestigde dat in ECLI:NL:RBROT:2025:13114 (r.o. 2.14-2.16). Vraag dus om het polisblad als je werkgever zich op zo’n beding beroept.
Beroept je werkgever zich op een cao? Controleer dan het artikel zelf. Cao’s kennen soms regelingen over eigen bijdragen of schade aan bedrijfsmiddelen, maar een beding dat de wettelijke bescherming verder oprekt dan artikel 7:661 lid 2 toelaat, houdt geen stand. Ga niet af op de mededeling dat “de cao dat nu eenmaal regelt”: vraag om het nummer van de bepaling en lees die na.
Drie vragen die je uit elkaar moet houden
In de praktijk lopen deze drie door elkaar, terwijl elk een eigen antwoord heeft:
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| 1. Mag mijn werkgever mij een factuur sturen? | Ja, dat mag iedereen. Een factuur of aansprakelijkstelling is een standpunt, geen vaststelling. Je hoeft die niet te erkennen en je hoeft er niet op te betalen. Reageer wel: laat schriftelijk weten dat je het bedrag betwist en vraag om onderbouwing. |
| 2. Ben ik werkelijk aansprakelijk? | Alleen bij opzet of bewuste roekeloosheid, of op grond van een geldig afwijkend beding waarvoor daadwerkelijk een verzekering bestaat. Betwist je dat, dan moet je werkgever het bewijzen – zo nodig bij de kantonrechter. |
| 3. Mag het van mijn loon worden afgetrokken? | Dat is een aparte vraag. Ook als je werkelijk schadevergoeding verschuldigd bent, gelden voor verrekening de grenzen van artikel 7:632 BW. En omgekeerd: verrekenen mag niet als je de vergoeding niet verschuldigd bent. |
Inhouden op je loon: wanneer mag dat?
Hier moet een veelgehoorde stelling worden genuanceerd. Het is niet zo dat verrekening altijd jouw toestemming vereist. Artikel 7:632 lid 1 BW geeft een gesloten lijst van posten die de werkgever met het uit te betalen loon mag verrekenen, en daar staat “de door de werknemer verschuldigde schadevergoeding” gewoon bij. Is de vergoeding werkelijk verschuldigd, dan mag verrekening dus zonder jouw instemming – maar met twee harde grenzen:
- De minimumloongrens. Verrekening heeft geen plaats op het deel van je loon tot het bedrag van artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (art. 7:632 lid 2 BW). Er is een uitzondering, en die geldt uitsluitend voor voorschotten die vooraf schriftelijk zijn overeengekomen.
- De gesloten lijst. Staat de post daar niet in – bijvoorbeeld een “boete” die niet aan alle eisen van artikel 7:650 BW voldoet, of een doorbelasting die geen van beide is – dan mag er niet worden verrekend, hoe de post op de strook ook heet.
Daarnaast is inhouden iets anders dan verrekenen. Artikel 7:631 lid 1 BW verklaart een beding waarbij de werkgever het recht krijgt bedragen van het loon in te houden uitdrukkelijk nietig. Een handtekening daaronder maakt dat niet anders. Meer over de verschillende soorten inhoudingen lees je in ons artikel mag je werkgever boetes inhouden op je salaris.
En over instemming: heb je onder druk getekend of “ja” gezegd via de app, dan is dat niet zonder meer bindend. Een verklaring die tot stand is gekomen door misbruik van omstandigheden of bedreiging kan worden vernietigd (art. 3:44 BW). Dat moet je wel tijdig inroepen, en het vraagt onderbouwing.
Uitzendkrachten
Als uitzendkracht ben je werknemer van het uitzendbureau, en artikel 7:661 BW beschermt je op dezelfde manier. Wat er tussen het bureau en de opdrachtgever is afgesproken, gaat jou in beginsel niet aan: dat is een overeenkomst waarbij jij geen partij bent.
Wel een nuancering: of het bureau de schade daadwerkelijk kan doorschuiven naar de inlener of naar zijn eigen aansprakelijkheidsverzekering, hangt af van hun contract en van de polisvoorwaarden. In inleenovereenkomsten staat soms juist het omgekeerde, namelijk dat de inlener schade op het bureau kan verhalen. Ga er dus niet vanuit dat het “toch wel elders terechtkomt”. Voor jou is dat ook niet de kernvraag: die is of jij aansprakelijk bent, en dat is alleen zo bij opzet of bewuste roekeloosheid.
Wat doe je als je werkgever geld eist?
- Ga niet meteen akkoord en betaal niet uit jezelf. Betalen wordt gezien als erkenning en is lastig terug te draaien.
- Vraag schriftelijk om onderbouwing. Op welke grondslag word je aangesproken, om welk voorval gaat het, hoe is het bedrag opgebouwd, en op welke bepaling van je contract of cao baseert je werkgever zich?
- Teken niets. Geen schuldbekentenis, geen verklaring, geen akkoord via de app, zolang je niet weet wat de gevolgen zijn.
- Controleer je loonstrook. Is er al ingehouden? Noteer het bedrag en waar de post staat (voor of na de loonheffing).
- Bewaar alles: berichten, e-mails, roosters, instructies en foto’s van de situatie.
- Blijf gewoon werken. Een geschil over geld is geen reden om het werk neer te leggen; dat verzwakt je positie.
- Laat het beoordelen voordat je betaalt of tekent.
Wat je zelf kunt controleren
- Je arbeidsovereenkomst en het personeelsreglement: staat er een schadebeding, en verwijst dat naar een verzekering?
- De cao: welk artikel wordt aangehaald, en wat staat daar werkelijk?
- De omstandigheden: had je instructie gekregen, werkte je onder tijdsdruk, was het materieel in orde, was er toezicht? Dat zijn precies de punten die bewuste roekeloosheid onwaarschijnlijk maken.
- De verzekering: veel bedrijven hebben een aansprakelijkheids- of bedrijfsschadeverzekering die dit soort schade dekt.
Conclusie
Een fout op je werk leidt in de regel niet tot aansprakelijkheid. Artikel 7:661 BW legt het risico bij de werkgever, tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid – en die drempel wordt zelden gehaald. Afwijken kan alleen schriftelijk en alleen als je daadwerkelijk verzekerd bent. Krijg je toch een factuur of zie je een inhouding op je strook, betwist die dan schriftelijk, vraag om de grondslag en laat het beoordelen voordat je betaalt.
Lees ook
- Mag je werkgever boetes inhouden op je salaris?
- Niet-uitbetaalde uren: wat kun je doen?
- Wie is je werkgever bij een uitzendbureau?
Veelgestelde vragen
Ben ik als werknemer aansprakelijk voor schade op het werk?
Meestal niet. Artikel 7:661 BW bepaalt dat je niet aansprakelijk bent voor schade die je bij de uitvoering van je werk aan je werkgever toebrengt, tenzij die schade een gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid. Je werkgever moet dat stellen en bij betwisting bewijzen.
Wat is bewuste roekeloosheid precies?
Dat je je onmiddellijk voorafgaand aan het handelen daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter ervan. Het gaat dus om wat je op dat moment werkelijk besefte, niet om wat je had moeten beseffen. Haast, routine, onervarenheid of een verkeerde inschatting zijn in de regel geen bewuste roekeloosheid.
Mag mijn werkgever de schade van mijn loon aftrekken?
Alleen als je de schadevergoeding werkelijk verschuldigd bent. Is dat zo, dan staat die post op de gesloten lijst van artikel 7:632 lid 1 BW en is verrekening ook zonder jouw toestemming mogelijk. Wel geldt de grens dat niet mag worden verrekend op het deel van je loon tot het minimumloon, met als enige uitzondering vooraf schriftelijk overeengekomen voorschotten.
Mijn werkgever heeft mij een factuur gestuurd. Moet ik betalen?
Niet zonder meer. Een factuur of aansprakelijkstelling is een standpunt, geen vaststelling. Betwist het bedrag schriftelijk, vraag om de grondslag en om een onderbouwing van het bedrag, en betaal niet uit voorzorg: betalen wordt gezien als erkenning.
Ik heb onder druk iets getekend. Ben ik daaraan gebonden?
Niet noodzakelijk. Een verklaring die tot stand is gekomen door misbruik van omstandigheden of bedreiging kan worden vernietigd (art. 3:44 BW). Dat vraagt wel onderbouwing en je moet het tijdig inroepen. Laat het beoordelen voordat je betaalt.
Gelden voor uitzendkrachten dezelfde regels?
Ja. Je bent werknemer van het uitzendbureau en artikel 7:661 BW beschermt je op dezelfde manier. Of het bureau de schade kan doorschuiven naar de inlener of naar zijn verzekering, hangt af van hun onderlinge contract en van de polis; dat is een kwestie tussen hen en verandert niets aan jouw positie.
Mag een cao bepalen dat ik wel moet betalen?
Alleen binnen de grenzen van artikel 7:661 lid 2 BW: schriftelijk, en slechts voor zover je ter zake daadwerkelijk verzekerd bent. Vraag altijd om het cao-artikel zelf en lees na wat er werkelijk staat, in plaats van af te gaan op de mededeling dat de cao het nu eenmaal zo regelt.



