Mag uw werkgever boetes inhouden op uw salaris?

24 december 2025
Foto van Arslan Advocaten

Arslan Advocaten

Snel hulp nodig?

Kies een vestiging

Er wordt iets van uw loon afgetrokken en u weet niet of dat mag. Dat hangt volledig af van wat er wordt ingehouden. De wet kent per soort inhouding eigen eisen, en die verschillen sterk.

Zoek daarom eerst op uw loonstrook op hoe de post heet, en loop daarna de tabel hieronder na.

Vier soorten inhouding naast elkaar

Soort inhouding Waar het op berust Kernvoorwaarde
Disciplinaire boete Art. 7:650 BW plus een boetebeding in uw arbeidsovereenkomst. Voorschrift en bedrag staan vooraf schriftelijk vast; de bestemming is vermeld en komt niet aan de werkgever ten goede.
Schadevergoeding Art. 7:661 BW. Opzet of bewuste roekeloosheid, tenzij schriftelijk anders is afgesproken en u daarvoor daadwerkelijk verzekerd bent.
Verkeersboete De WAHV-beschikking aan de kentekenhouder, plus uw afspraak met de werkgever. Een geldige afspraak, en de gedraging moet aan u toe te rekenen zijn. Zie de aparte paragraaf hieronder: hiervoor geldt een bijzondere benadering.
Voorschot of te veel betaald loon Art. 7:632 lid 1 sub c en d BW. Bij een voorschot moet dat schriftelijk blijken. Te veel betaald loon mag worden teruggehaald.

En dat is pas de helft van het verhaal. Voor het verrekenen met uw loon gelden eigen grenzen:

Soort inhouding Verrekening met loon Minimumloongrens
Disciplinaire boete Toegestaan, maar alleen met een schriftelijk bewijs dat het bedrag, het tijdstip, de reden en het overtreden voorschrift vermeldt (art. 7:632 lid 1 sub b BW). Daarnaast geldt een grens van een tiende van het in geld vastgestelde loon per loonbetaling. Geldt
Schadevergoeding Toegestaan, mits u de vergoeding werkelijk verschuldigd bent. Geldt
Verkeersboete Alleen als de post kwalificeert als schadevergoeding of als een boete die aan artikel 7:650 BW voldoet. Geldt
Voorschot of te veel betaald loon Toegestaan. Geldt, behalve bij een voorschot dat vooraf schriftelijk is overeengekomen.

Twee vragen die u apart moet stellen. Ten eerste: is de vordering zelf geldig? En ten tweede: mag die met uw loon worden verrekend? Een vordering kan geldig zijn terwijl verrekening met het loon toch niet mag.

De disciplinaire boete: strenge eisen

Artikel 7:650 BW stelt aan een boetebeding zulke eisen dat veel bedingen in de praktijk niet houdbaar zijn. Elk beding dat in strijd is met dit artikel is nietig.

  1. Schriftelijk. De overeenkomst waarbij boete wordt bedongen wordt schriftelijk aangegaan.
  2. Voorschrift én bedrag vooraf vermeld. In de arbeidsovereenkomst moeten zowel de voorschriften staan op overtreding waarvan boete is gesteld, als het bedrag van de boete. Een algemene bepaling dat de werkgever "een boete kan opleggen" voldoet niet.
  3. Vast bedrag. Iedere bedongen boete is op een bepaald bedrag gesteld, uitgedrukt in de geldsoort waarin het loon is vastgesteld.
  4. Bestemming vermeld, en niet voor de werkgever. De overeenkomst vermeldt nauwkeurig de bestemming van de boete. Die mag niet onmiddellijk of middellijk strekken tot persoonlijk voordeel van de werkgever zelf of van degene die bevoegd is de boete op te leggen.
  5. Maximum per week. Binnen een week mag aan de werknemer niet meer aan gezamenlijke boetes worden opgelegd dan zijn in geld vastgestelde loon voor een halve dag. Geen afzonderlijke boete mag hoger zijn dan dat bedrag.

De uitzondering. Alleen bij werknemers van wie het in geld vastgestelde uurloon meer bedraagt dan het voor hen geldende minimumloon, mag bij schriftelijke overeenkomst worden afgeweken van de leden 3, 4 en 5. Is dat gebeurd, dan blijft de rechter bevoegd de boete op een lager bedrag te bepalen als die hem bovenmatig voorkomt. Verdient u het minimumloon, dan gelden die eisen dus onverkort.

Niet allebei. Artikel 7:651 BW: de mogelijkheid een boete op te leggen laat het recht op schadevergoeding onverlet, maar de werkgever mag ter zake van hetzelfde feit niet én boete heffen én schadevergoeding vorderen. Een beding dat daarvan afwijkt is nietig. Ziet u voor één voorval zowel een boete als een schadepost, dan is dat een concreet aanknopingspunt.

Schade: wanneer bent u aansprakelijk?

De hoofdregel van artikel 7:661 BW beschermt u. Voor schade die u bij het uitvoeren van uw werk aan uw werkgever toebrengt, bent u niet aansprakelijk, tenzij die schade een gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid.

Daarvan kan alleen bij schriftelijke overeenkomst worden afgeweken, en dan nog uitsluitend voor zover u ter zake verzekerd bent (art. 7:661 lid 2 BW). Let op dat woord: het gaat om een daadwerkelijk afgesloten verzekering die de schade dekt. De redenering “u had verzekerd behoren te zijn” is dus onvoldoende. De rechtbank Rotterdam heeft dat bevestigd in ECLI:NL:RBROT:2025:13114 (r.o. 2.14-2.16): zonder aantoonbare verzekering houdt een afwijkend schadebeding geen stand. Vraag dus om het polisblad als uw werkgever zich op zo’n beding beroept.

Praktisch: een ongeluk, een vergissing of onhandigheid is normaal gesproken geen opzet en geen bewuste roekeloosheid. De drempel ligt hoog. Uw werkgever moet die opzet of bewuste roekeloosheid bovendien stellen en bij betwisting bewijzen.

Verkeersboetes

Een verkeersboete wordt opgelegd aan de kentekenhouder. Rijdt u in een auto van de zaak, dan is dat doorgaans uw werkgever, en die ontvangt de beschikking. Of hij die aan u mag doorbelasten, hangt van twee dingen af:

  • Is er een geldige afspraak? Vaak staat er iets in de arbeidsovereenkomst, de autoregeling of het personeelsreglement. Zoek die bepaling letterlijk op en controleer of ze duidelijk maakt wat wordt doorbelast en op welke grondslag.
  • Is de gedraging aan u toe te rekenen? Reed u zelf, en betreft het een gedraging waarvoor u verantwoordelijk was? Bij een pool- of deelauto is dat lang niet altijd vast te stellen.

De bijzondere benadering van verkeersboetes

Hier wijkt het recht af van de gewone regel over schade op het werk. De Hoge Raad heeft in HR 13 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC8791 geoordeeld over WAHV-sancties die aan de werkgever als kentekenhouder worden opgelegd voor gedragingen van de werknemer. Kern daarvan:

  • Het gaat om een sanctie die naar zijn aard de bestuurder treft, maar die administratief bij de kentekenhouder terechtkomt. De werkgever kan de sanctie in beginsel op de werknemer verhalen, ook zonder dat sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid in de zin van artikel 7:661 BW.
  • Dat verhaal is niet onbegrensd. Er moet een duidelijke afspraak zijn, de gedraging moet aan de werknemer toe te rekenen zijn, en de uitkomst moet in de omstandigheden redelijk zijn – denk aan overtredingen die het gevolg zijn van een door de werkgever opgelegde planning of werkdruk.
  • Verhalen is nog iets anders dan verrekenen met het loon. Daarvoor blijft de gesloten lijst van artikel 7:632 lid 1 BW gelden, inclusief de minimumloongrens.

De omschrijving op uw loonstrook is niet beslissend. Of uw werkgever de post nu “boete”, “schade” of “doorbelasting” noemt: het juridische regime volgt uit de aard van de vordering, niet uit het etiket. Een verkeersboete wordt dus niet een disciplinaire boete in de zin van artikel 7:650 BW doordat er “boete” boven staat, en niet een schadevergoeding doordat er “schade” boven staat. Vraag daarom altijd om de grondslag en om de bepaling waarop uw werkgever zich baseert, en beoordeel die op inhoud.

De kwalificatievraag beslecht zichzelf zodra er wordt verrekend. Wil uw werkgever het bedrag van uw loon aftrekken, dan moet de post vallen binnen de gesloten lijst van artikel 7:632 lid 1 BW. Dat betekent: ofwel schadevergoeding die u werkelijk verschuldigd bent, ofwel een boete die aan alle eisen van artikel 7:650 BW voldoet, met het schriftelijke bewijs erbij. Een doorbelasting die alleen op een autoregeling berust en geen van beide is, staat niet in dat rijtje en mag dus niet met uw loon worden verrekend, hoe de regeling hem ook noemt. Betaalt u vrijwillig, dan ligt dat anders; wordt er ingehouden, dan is de grondslagvraag doorslaggevend.

Bent u het met de boete zelf niet eens, dan is dat een aparte procedure tegen de opgelegde beschikking, die losstaat van de discussie met uw werkgever.

Verrekening: wat mag met uw loon?

Artikel 7:632 lid 1 BW is een gesloten lijst. Behalve bij het einde van de arbeidsovereenkomst is verrekening door de werkgever met het uit te betalen loon slechts toegestaan met:

  • de door u verschuldigde schadevergoeding;
  • boetes die u volgens artikel 7:650 BW verschuldigd bent, mits de werkgever een schriftelijk bewijs afgeeft dat het bedrag van iedere boete vermeldt, en de tijd waarop en de reden waarom zij is opgelegd, met opgave van de overtreden bepaling van een schriftelijk aangegane overeenkomst;
  • voorschotten op het loon, in geld verstrekt, mits daarvan schriftelijk blijkt;
  • het bedrag van hetgeen op het loon te veel is betaald;
  • de huurprijs van een woning, ruimte, grond of werktuigen die de werkgever u schriftelijk heeft verhuurd voor gebruik in eigen bedrijf.

Staat uw post niet in dit rijtje, dan mag er niet worden verrekend. Ontbreekt bij een boete het schriftelijke bewijs met bedrag, tijdstip, reden én het overtreden voorschrift, dan mist de verrekening haar grondslag; vraag dat stuk dus expliciet op.

De minimumloongrens. Lid 2 bepaalt dat verrekening geen plaats heeft op het deel van het loon tot het bedrag bedoeld in artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Kortom: onder het minimumloon mag niet worden gezakt. Er is één uitzondering, en die geldt uitsluitend voor voorschotten, mits vooraf schriftelijk met u overeengekomen.

En bij boetes geldt nog een tweede grens. De slotzin van artikel 7:632 lid 2 BW bepaalt dat de werkgever bij elke loonbetaling niet meer dan een tiende deel van het in geld vastgestelde loon mag verrekenen met wat hij aan boetes zou kunnen vorderen. Dat betekent niet dat een boete nooit in een keer mag worden verrekend: blijft het bedrag binnen dat tiende deel en zakt u niet onder het minimumloon, dan mag het gewoon ineens. Is de boete hoger, dan moet de verrekening over meer loonbetalingen worden gespreid. Reken het dus na: bij een in geld vastgesteld loon van EUR 2.600 is de grens EUR 260 per loonbetaling.

Inhouden is iets anders dan verrekenen. Artikel 7:631 lid 1 BW verklaart een beding waarbij de werkgever het recht krijgt enig bedrag van het loon op de betaaldag in te houden nietig. U kunt hem wel een schriftelijke, te allen tijde herroepelijke volmacht geven om uit uw loon betalingen in uw naam te verrichten, maar die bevoegdheid geldt niet voor het deel van het loon tot het minimumloonbedrag.

Wat u doet bij een inhouding

  1. Vraag schriftelijk om de grondslag. Om welke post gaat het, op welke bepaling berust die, en om welk voorval? Bij een boete: vraag om het schriftelijke bewijs met bedrag, tijdstip, reden en het overtreden voorschrift.
  2. Zoek de bepaling op in uw arbeidsovereenkomst, cao of personeelsreglement en controleer of het voorschrift én het bedrag daar vooraf in staan.
  3. Controleer de grenzen: zakt uw loon onder het minimumloon, en is het weekmaximum van een halve dagloon overschreden?
  4. Controleer op dubbeltelling: wordt voor hetzelfde feit zowel een boete als schadevergoeding gerekend?
  5. Maak schriftelijk bezwaar en vraag om terugbetaling, met een concrete termijn. Vermeld dat u het bedrag betwist en dat dit geen erkenning inhoudt.
  6. Blijf werken. Een geschil over loon is geen reden om het werk neer te leggen; dat verzwakt uw positie.

Wordt uw loon over een langere periode niet volledig betaald, dan kan daarnaast de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW aan de orde zijn wegens te late betaling. Laat dat meenemen in de beoordeling.

Loopt uw contract af terwijl er nog een inhouding openstaat, controleer dan ook uw aanspraken bij het einde; zie tijdelijk contract niet verlengd. Blijft uw werkgever bij zijn standpunt en dreigt er een executie of een andere spoedeisende situatie, dan kan een kort geding aan de orde zijn.

Speelt er naast de inhouding ook een discussie over uw uren of arbeidsomvang, zie dan het rechtsvermoeden van arbeidsomvang. Loopt het uit op een beëindiging, zie ontslag via UWV of VSO. Voor loon, inhoudingen en de rest van het dienstverband, zie arbeidsrecht.

Wordt er iets van uw loon afgetrokken en klopt dat volgens u niet? Neem vrijblijvend contact met ons op en houd uw loonstroken, arbeidsovereenkomst en het personeelsreglement bij de hand.


Voorbeeld: wat betwist u precies?

Bereken alleen het bedrag dat u rechtstreeks betwist, en niet uw hele nettoloon. Dat maakt uw brief concreet en voorkomt discussie over de rest van de strook.

Uitgangspunten (fictief). Bruto maandloon EUR 2.600. Onder de netto inhoudingen staat een post “boete gedragsregels EUR 150”. De overige posten zijn de gebruikelijke wettelijke inhoudingen.

Let op bruto en netto. Een boete of schadepost wordt doorgaans netto ingehouden: er wordt EUR 150 minder aan u uitbetaald, terwijl uw brutoloon ongewijzigd blijft. Vorder dan ook EUR 150 netto – hetzelfde bedrag dat is ingehouden – en niet EUR 150 bruto. Vordert u bruto terwijl netto is ingehouden, dan ontstaat discussie over de omvang. Staat de post juist boven de loonheffing en is uw brutoloon verlaagd, dan vordert u het bedrag wel bruto. Kijk dus op de strook waar de post staat.

Regel op de loonstrook Bedrag Uw reactie
Brutoloon EUR 2.600,00 Niet betwist
Wettelijke inhoudingen (loonheffing, premies) volgens strook Niet betwist
Boete gedragsregels (netto-inhouding) EUR 150,00 Betwist
Netto uitbetaald volgens strook Te laag met het betwiste bedrag

Wat u vordert: EUR 150,00 netto, zijnde precies het bedrag dat op uw nettoloon is ingehouden en niets anders. Ligt uw uitbetaalde loon door deze inhouding onder het minimumloon, meld dat dan als zelfstandig punt: verrekening mag op grond van artikel 7:632 lid 2 BW niet plaatsvinden op het deel van het loon tot het bedrag van artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Is de boete opgelegd zonder dat u een schriftelijk bewijs kreeg met het bedrag, het tijdstip, de reden en het overtreden voorschrift, dan mist de verrekening haar grondslag op grond van artikel 7:632 lid 1 sub b BW. Vraag dat stuk dus expliciet op.


Voorbeeldbrief: terugvordering van een inhouding

Stuur per e-mail met ontvangstbevestiging of aangetekend, en bewaar een kopie. Alles binnen het kader hieronder kunt u overnemen; vervang wat tussen vierkante haken staat.

Betreft: bezwaar tegen inhouding op mijn loon van [maand]
Naam, personeelsnummer, datum

Geachte [naam],

Op mijn loonstrook van [maand] is een bedrag van € [bedrag] ingehouden onder de omschrijving "[omschrijving]". Tegen deze inhouding maak ik bezwaar.

Ik verzoek u mij schriftelijk mee te delen op welke grondslag is ingehouden en op welke bepaling van mijn arbeidsovereenkomst, cao of personeelsreglement u zich baseert. [Kies wat van toepassing is: Betreft het een boete in de zin van artikel 7:650 BW, dan verzoek ik u mij het schriftelijke bewijs te verstrekken dat op grond van artikel 7:632 lid 1 sub b BW is vereist, met vermelding van het bedrag van de boete, het tijdstip en de reden waarom zij is opgelegd, en met opgave van het overtreden voorschrift. / Betreft het een schadevergoeding, dan verzoek ik u te onderbouwen waaruit blijkt dat sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid als bedoeld in artikel 7:661 BW.]

Zolang die onderbouwing ontbreekt, betwist ik de inhouding en verzoek ik u het bedrag van € [bedrag] alsnog aan mij uit te betalen, binnen veertien dagen na dagtekening van deze brief. Voor zover nodig stel ik u hierbij in gebreke.

Deze brief betreft uitsluitend de genoemde inhouding en houdt geen erkenning in van enig verwijt.

Met vriendelijke groet,
[naam]

Rente en wettelijke verhoging zijn aparte aanspraken. Beoordeel ze los van elkaar en van uw hoofdvordering. Over te laat betaald loon kan de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW aan de orde zijn; die kan door de rechter worden gematigd. Daarnaast kan wettelijke rente verschuldigd zijn vanaf het moment van verzuim. Neem beide pas op nadat is vastgesteld dat het loon daadwerkelijk te laat of te weinig is betaald, en vermeld ze afzonderlijk in uw brief.

Veelgestelde vragen

Mag mijn werkgever zomaar een boete opleggen?

Nee. Artikel 7:650 BW stelt strenge eisen: het beding is schriftelijk, in de arbeidsovereenkomst staan zowel het voorschrift als het bedrag van de boete, de bestemming van de boete is vermeld en komt niet aan de werkgever ten goede, en in een week mag niet meer worden opgelegd dan uw loon over een halve dag. Een beding dat daarmee in strijd is, is nietig. Verdient u meer dan het minimumloon, dan kan schriftelijk van enkele eisen worden afgeweken, maar de rechter kan een bovenmatige boete matigen.

Mag een boete in een keer van mijn loon worden afgetrokken?

Dat mag, zolang twee grenzen worden gerespecteerd. De verrekening mag per loonbetaling niet meer bedragen dan een tiende deel van uw in geld vastgestelde loon (art. 7:632 lid 2 BW), en uw loon mag niet onder het minimumloon zakken. Blijft de boete binnen die grenzen, dan mag zij ineens; is zij hoger, dan moet de verrekening worden gespreid.

Ben ik aansprakelijk voor schade die ik op het werk veroorzaak?

Meestal niet. Artikel 7:661 BW bepaalt dat u niet aansprakelijk bent, tenzij de schade een gevolg is van uw opzet of bewuste roekeloosheid. Die drempel ligt hoog: een vergissing of ongeluk voldoet daar in de regel niet aan. Afwijken kan alleen schriftelijk en uitsluitend voor zover u ter zake daadwerkelijk verzekerd bent; “u had verzekerd behoren te zijn” is niet genoeg.

Mag een verkeersboete op mijn salaris worden ingehouden?

Voor WAHV-boetes geldt een bijzondere benadering. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een werkgever een aan hem als kentekenhouder opgelegde sanctie voor een gedraging van de werknemer in beginsel op die werknemer kan verhalen, ook zonder opzet of bewuste roekeloosheid. Wel moet er een duidelijke afspraak zijn, moet de gedraging aan u toe te rekenen zijn en moet de uitkomst redelijk zijn. Verhalen is bovendien iets anders dan verrekenen met uw loon: daarvoor blijft de gesloten lijst van artikel 7:632 lid 1 BW gelden, met de minimumloongrens.

Bepaalt de omschrijving op mijn loonstrook welke regels gelden?

Nee. Of uw werkgever de post “boete”, “schade” of “doorbelasting” noemt, maakt juridisch niet uit: het regime volgt uit de aard van de vordering, niet uit het etiket. Vraag daarom altijd schriftelijk om de grondslag en om de bepaling waarop uw werkgever zich baseert.

Mag mijn loon onder het minimumloon zakken door een inhouding?

In beginsel niet. Verrekening heeft geen plaats op het deel van het loon tot het bedrag van artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (art. 7:632 lid 2 BW). De enige uitzondering geldt voor voorschotten die vooraf schriftelijk zijn overeengekomen. Zakt uw uitbetaalde loon toch onder het minimumloon, dan is dat een zelfstandig punt van bezwaar.

Maakt mijn handtekening iedere looninhouding geldig?

Nee. Artikel 7:631 lid 1 BW verklaart een beding waarbij de werkgever het recht krijgt bedragen van het loon in te houden uitdrukkelijk nietig; ondertekening maakt dat niet anders. U kunt wel een schriftelijke, te allen tijde herroepelijke volmacht geven om uit uw loon betalingen in uw naam te verrichten, maar niet voor het deel tot het minimumloon. Ook een boetebeding in strijd met artikel 7:650 BW blijft nietig, ook als u het heeft getekend.


Gerelateerde juridische diensten

Deel dit bericht
Facebook
Twitter
LinkedIn
Snel hulp nodig?

Kies een vestiging