Wat kost een rechtszaak als u verliest? Kosten in 2026

22 december 2025
Foto van Arslan Advocaten

Arslan Advocaten

Snel hulp nodig?

Kies een vestiging

Een rechtszaak starten of je ertegen verweren is een ingrijpende beslissing. Of het nu gaat om een zakelijk conflict, een arbeidskwestie, een huurgeschil of een geschil met een contractspartner: procederen kost geld. De vraag die bijna iedereen stelt is: wat gebeurt er als ik de rechtszaak verlies?

Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 17 september 2026.

Kort gezegd betaalt u dan uw eigen advocaatkosten, een deel van de kosten van de tegenpartij en – afhankelijk van het gerecht – ook uw eigen griffierecht. Dat laatste hangt ervan af: bij de kantonrechter betaalt alleen de eisende partij griffierecht, dus wordt u gedagvaard voor een huur- of arbeidszaak, dan betaalt u zelf niets aan de rechtbank. Bij de rechtbank en het gerechtshof betalen beide partijen. Daar bovenop komt vaak de zaak zelf, met rente en incassokosten. In dit artikel leest u per kostenpost wat u kunt verwachten, met de tarieven die in 2026 gelden, drie rekenvoorbeelden en de regelingen die het risico kunnen beperken.

Het korte antwoord. Wie verliest, wordt op grond van artikel 237 Rv in de proceskosten van de tegenpartij veroordeeld. Dat is géén volledige rekening: de rechter berekent het salaris van de advocaat volgens een vast puntenstelsel, het liquidatietarief. Bij de kantonrechter blijft dat meestal onder de duizend euro; bij de rechtbank of in hoger beroep kan het oplopen tot duizenden euro’s. Uw eigen advocaatkosten krijgt u niet vergoed — die blijven volledig voor uw rekening.

Kostencheck in vier vragen

Loop deze vier vragen na, dan weet u binnen een minuut welke posten in uw zaak spelen.

Vraag Wat het bepaalt
1. Welk gerecht? Kanton (vorderingen tot EUR 25.000, huur, arbeid, consumentenkoop en -krediet) of rechtbank. Dat bepaalt de griffierechttabel, het liquidatietarief en of u als verweerder griffierecht betaalt.
2. Bent u eiser of verweerder? Bij kanton betaalt alleen de eiser griffierecht. Bij de rechtbank en het hof betalen beide partijen.
3. Natuurlijke of niet-natuurlijke persoon? Een particulier en een eenmanszaak vallen onder het lagere tarief voor natuurlijke personen. Een vof, cv, bv, nv, stichting of vereniging valt onder het hogere tarief.
4. Wat is het belang van de zaak? Het gevorderde bedrag bepaalt zowel de griffierechtstaffel als de tariefgroep van het liquidatietarief.

Alle bedragen in dit artikel gelden voor 2026. Griffierechten worden jaarlijks per 1 januari geindexeerd, de liquidatietarieven per 1 februari. Controleer bij een beslissing altijd de actuele tabel via de bronlinks onder elke tabel.

1. Uw eigen advocaatkosten: de grootste post

De grootste kostenpost is meestal uw eigen advocaat. Advocaten werken doorgaans met een uurtarief, dat afhangt van ervaring, specialisatie en de complexiteit van de zaak. Hoe langer een procedure duurt en hoe meer processtukken, zittingen en bewijsrondes er nodig zijn, hoe hoger de eindrekening.

Maak daarom vooraf schriftelijke afspraken over:

  • het uurtarief en eventuele kantoorkosten of btw;
  • het voorschot dat u betaalt en wanneer;
  • periodieke kostenoverzichten, zodat u tussentijds kunt bijsturen;
  • een inschatting per processtap — dagvaarding, verweer, zitting, eventueel hoger beroep.

Belangrijk om te beseffen: ook als u wint, krijgt u deze kosten zelden volledig terug. De vergoeding die de rechter toekent is forfaitair en ligt in de praktijk vaak ver onder de werkelijke advocaatkosten. Het kostenrisico van procederen is dus in beide richtingen asymmetrisch.

2. Griffierecht: wat u de rechtbank betaalt

Voor het voeren van een procedure betaalt u griffierecht. De hoogte hangt af van het gerecht, de hoogte van de vordering en of u particulier bent of een rechtspersoon. Eén verschil wordt vaak over het hoofd gezien:

  • Bij de kantonrechter betaalt alleen de partij die de zaak start griffierecht. Wordt u gedagvaard, dan betaalt u zelf niets aan de rechtbank.
  • Bij de rechtbank (handelszaken, kort geding, familie, insolventie) en bij het gerechtshof betalen beide partijen griffierecht — ook wie zich alleen verdedigt.

Griffierecht kantonzaken 2026

Belang van de zaak Natuurlijke persoon
(particulier of eenmanszaak)
Niet-natuurlijke persoon
(vof, bv, nv, stichting)
Onvermogend
Onbepaalde waarde of t/m EUR 500 EUR 93 EUR 139 EUR 93
> EUR 500 t/m EUR 1.500 EUR 233 EUR 350 EUR 93
> EUR 1.500 t/m EUR 2.500 EUR 265 EUR 397 EUR 93
> EUR 2.500 t/m EUR 5.000 EUR 265 EUR 529 EUR 93
> EUR 5.000 t/m EUR 12.500 EUR 265 EUR 559 EUR 93
> EUR 12.500 EUR 753 EUR 1.504 EUR 93

Bron: Rechtspraak – griffierecht kanton, tarieven 2026. Bij kanton betaalt alleen de eiser of verzoeker.

Griffierecht civiele zaken bij de rechtbank 2026

Belang van de zaak Natuurlijke persoon Niet-natuurlijke persoon Onvermogend
Onbepaalde waarde EUR 341 EUR 735 EUR 93
T/m EUR 100.000 EUR 1.414 EUR 3.083 EUR 93
> EUR 100.000 t/m EUR 1.000.000 EUR 2.803 EUR 7.062 EUR 93
> EUR 1.000.000 EUR 2.803 EUR 10.487 EUR 93

Bron: Rechtspraak – griffierecht civiel, tarieven 2026. Hier betalen beide partijen. Is een van de partijen een natuurlijke persoon, dan geldt de hoogste categorie niet.

In hoger beroep bij het gerechtshof liggen de bedragen hoger. Het lage tarief bedraagt EUR 373: dat geldt voor een natuurlijke persoon bij een vordering van onbepaalde waarde of ten hoogste EUR 12.500, en het is tevens het onvermogendentarief in appel. Daarboven loopt het voor natuurlijke personen op tot EUR 2.192, en voor niet-natuurlijke personen tot EUR 14.007. Zie Rechtspraak – griffierecht gerechtshof.

Betaalt u het griffierecht niet binnen vier weken, dan kan de rechter uw verweer buiten beschouwing laten en de vordering toewijzen — terwijl u het griffierecht alsnog moet betalen. Dat is een van de pijnlijkste en meest vermijdbare manieren om een zaak te verliezen.

3. De proceskosten van de tegenpartij: het liquidatietarief

Wie in het ongelijk wordt gesteld, wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de tegenpartij (artikel 237 Rv). Die bestaan uit twee delen:

  • verschotten: het griffierecht van de tegenpartij, de deurwaarderskosten van de dagvaarding, en soms kosten van getuigen of een deskundige;
  • salaris van de advocaat of gemachtigde: een forfaitair bedrag, berekend volgens het liquidatietarief.

Het liquidatietarief werkt met punten. Elke processtap levert punten op: een conclusie of processtuk telt voor 1 punt (maximaal twee), een mondelinge behandeling 1 punt, een getuigenverhoor 1 punt, een incident 1 punt. Die punten worden vermenigvuldigd met een bedrag dat afhangt van het financiële belang van de zaak.

Punttarieven rechtbank (per 1 februari 2026)

Tarief Belang van de zaak Per punt Max. punten
I onder € 10.000 € 554 5
II € 10.000 – € 20.000 en zaken van onbepaalde waarde € 653 6
III € 20.000 – € 40.000 € 836 7
IV € 40.000 – € 98.000 € 1.290 10
V – VIII € 98.000 tot boven € 1.000.000 € 2.051 – € 4.631 geen

In kort geding geldt een vast bedrag: € 760 in eenvoudige zaken zoals kleine huur- en woonruimtegeschillen, € 1.177 in gewone zaken en € 1.766 als de zaak bijzonder complex is.

In hoger beroep liggen de punttarieven hoger: van EUR 912 per punt in tarief I tot EUR 6.609 per punt in de zwaarste categorie. Verliest u ook in appel, dan komt die kostenveroordeling boven op die van de eerste aanleg. Hoeveel het totaal wordt, hangt af van het aantal punten en de tariefgroep; het is dus geen vaste verdubbeling, maar een tweede kostenveroordeling die hoger of lager kan uitvallen dan de eerste.

Bij de kantonrechter: salaris gemachtigde

Kantonzaken (vorderingen tot € 25.000, huur- en arbeidszaken) kennen een eigen staffel, gekoppeld aan de hoofdsom. Een greep uit de tarieven per 1 februari 2026, per punt:

  • hoofdsom t/m € 500: € 87 per punt;
  • t/m € 2.500: € 217 per punt;
  • t/m € 10.000: € 360 per punt;
  • t/m € 20.000: € 432 per punt;
  • t/m € 100.000: € 866 per punt;
  • ontruiming: € 217 per punt.

Een standaard kantonprocedure levert twee punten op. Een verloren huurzaak over een achterstand van EUR 2.000 kost u aan salaris gemachtigde dus doorgaans zo’n EUR 434, plus het griffierecht van de verhuurder en de deurwaarderskosten. Zie het liquidatietarief kanton per 1 februari 2026 en het liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven. De nakosten zijn per 1 februari 2026 bij kanton begroot op EUR 144.

Nakosten, rente en executiekosten

Een kostenveroordeling stopt niet bij het vonnis. Op grond van artikel 237 lid 4 Rv worden ook de nakosten begroot: een forfaitair bedrag voor de afwikkeling, dat hoger wordt zodra het vonnis door de deurwaarder betekend moet worden. Betaalt u niet vrijwillig, dan komen daar wettelijke rente over de proceskosten en executiekosten bij: betekening, beslag op loon, bankrekening of woning. In die fase lopen de kosten het hardst op, terwijl de uitkomst van de zaak al vaststaat.

Twee manieren om te verliezen – met verschillende gevolgen

“Verliezen” betekent niet altijd hetzelfde, en dat maakt voor uw portemonnee veel uit.

Situatie Wat u betaalt
Uw eigen vordering wordt afgewezen
u was eiser
U krijgt niet wat u vorderde, en u wordt veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij. Daarnaast betaalde u uw eigen griffierecht en uw eigen advocaat. Er komt echter geen hoofdsom, rente of incassokosten bij: u hoeft de tegenpartij niets te betalen behalve die proceskosten. Uw verlies bestaat dus uit gemaakte kosten en een gemiste opbrengst.
Een vordering tegen u wordt toegewezen
u was gedaagde
Bovenop de proceskostenveroordeling komt de hoofdsom, de wettelijke rente vanaf de verzuimdatum en eventuele buitengerechtelijke incassokosten, en soms een contractuele boete of dwangsom. Hier kan de rekening dus een veelvoud zijn van de proceskosten. Was het een kantonzaak, dan betaalde u wel geen eigen griffierecht.

Weeg daarom bij het begin niet alleen de kans van slagen, maar ook welke van deze twee scenario’s u loopt. Als verweerder in een kantonzaak is uw kostenrisico doorgaans het laagst; als eiser bij de rechtbank het hoogst.

4. En de zaak zelf: hoofdsom, rente en incassokosten

De proceskosten zijn maar één laag. Verliest u een geldvordering, dan betaalt u daarnaast:

  • de hoofdsom waarvoor u bent veroordeeld;
  • de wettelijke rente, vaak gerekend vanaf de verzuimdatum en dus over een lange periode;
  • buitengerechtelijke incassokosten op grond van artikel 6:96 BW — een wettelijk gestaffeld percentage van de hoofdsom;
  • eventueel contractuele boetes of een dwangsom als u een veroordeling om iets te doen of na te laten niet nakomt.

Een dwangsom verdient extra aandacht: die loopt per dag of per overtreding door, en kan de hoofdsom in korte tijd overtreffen als niet direct wordt gehandeld.

Wordt u aangesproken op schadevergoeding, bijvoorbeeld wegens wanprestatie of onrechtmatig handelen, dan kan de schade bestaan uit vermogensschade zoals winstderving, gemaakte kosten en soms immateriële schade.

Drie rekenvoorbeelden

Voorbeeld 1 — verloren huurzaak bij de kantonrechter (particulier). Een huurder wordt gedagvaard voor € 2.000 huurachterstand en verliest. Hij betaalt: de huurachterstand € 2.000, rente en incassokosten circa € 350, het griffierecht van de verhuurder € 265 (particuliere verhuurder; een verhuurbedrijf betaalt € 397), deurwaarderskosten circa € 110 en salaris gemachtigde 2 × € 217 = € 434. Totaal buiten zijn eigen advocaat: ruim € 3.100. Zelf betaalde hij als gedaagde bij kanton géén griffierecht.

Voorbeeld 2 — verloren handelszaak bij de rechtbank (ondernemer). Een bv procedeert over een vordering van € 60.000 en verliest. Zij betaalt haar eigen griffierecht € 3.083, haar eigen advocaat (in de praktijk al snel € 10.000 tot € 20.000), plus de proceskosten van de wederpartij: diens griffierecht € 3.083 en salaris advocaat volgens tarief IV, bijvoorbeeld 3 punten × € 1.290 = € 3.870. De kostenveroordeling alleen al bedraagt dan bijna € 7.000, los van de hoofdsom en de eigen advocaat.

Voorbeeld 3 — verloren kort geding. Een ondernemer vordert in kort geding nakoming van een overeenkomst en wordt afgewezen. Hij betaalt zijn eigen griffierecht (€ 735 bij onbepaalde waarde voor een rechtspersoon), zijn eigen advocaat, en aan de tegenpartij diens griffierecht plus het vaste salaris van € 1.177 — bij een complexe zaak € 1.766.

Deze bedragen zijn illustratief: het werkelijke aantal punten, de tariefgroep en de deurwaarderskosten verschillen per zaak. Ze laten wel zien waar de orde van grootte ligt.

Wanneer betaalt u wél de volledige kosten van de tegenpartij?

Het liquidatietarief is de hoofdregel, maar er zijn uitzonderingen waarin de rekening veel hoger uitvalt:

  • Intellectuele-eigendomszaken. Op grond van artikel 1019h Rv wordt de verliezer veroordeeld in de redelijke en evenredige werkelijke proceskosten. In merken-, octrooi- en auteursrechtzaken gaat het dan vaak om tienduizenden euro’s.
  • Misbruik van procesrecht of onrechtmatig procederen. Wie een evident kansloze of tergende procedure begint, kan de volledige kosten van de wederpartij verschuldigd zijn.
  • Nodeloos gemaakte kosten. De rechter kan kosten die nodeloos zijn veroorzaakt volledig voor rekening laten van de partij die ze veroorzaakte — ook als die partij de zaak wint.
  • Contractuele bedingen. Algemene voorwaarden bevatten soms een beding voor volledige vergoeding van juridische kosten. Of dat standhoudt, hangt af van de aard van het contract en de wederpartij.

Omgekeerd kan de rechter de kosten compenseren – ieder draagt dan de eigen kosten. Artikel 237 Rv geeft die bevoegdheid onder meer bij procedures tussen echtgenoten, geregistreerde partners, andere levensgezellen, ouders en kinderen, broers en zussen, en wanneer partijen over en weer op onderdelen in het ongelijk zijn gesteld. Let op het woord “kan”: het is geen automatisme en geen recht. In familiezaken gebeurt het vaak, maar de rechter kan ook daar anders beslissen, bijvoorbeeld bij nodeloos procederen. Reken er dus niet op.

Regelingen die uw risico beperken

Gesubsidieerde rechtsbijstand (toevoeging)

Bij een laag inkomen kunt u in aanmerking komen voor een toevoeging. U betaalt dan alleen een eigen bijdrage. In 2026 gelden deze bedragen voor een reguliere toevoeging (peiljaar 2024):

Alleenstaand Gehuwd / samenwonend / eenoudergezin Eigen bijdrage
t/m € 25.200 t/m € 35.000 € 257
€ 25.201 – € 25.900 € 35.001 – € 36.200 € 475
€ 25.901 – € 27.500 € 36.201 – € 37.900 € 678
€ 27.501 – € 29.800 € 37.901 – € 42.400 € 882
€ 29.801 – € 35.400 € 42.401 – € 50.000 € 1.084

In personen- en familierecht gelden hogere eigen bijdragen (€ 448 tot € 1.120). Boven de inkomensgrens bestaat geen recht op een toevoeging; ook een vermogen in box 3 boven de grens van het peiljaar (€ 36.952 in 2024) sluit u uit. Met een toevoeging of een inkomensverklaring betaalt u bovendien het lage griffierecht voor onvermogenden: € 93 bij rechtbank en kanton.

Let op: een toevoeging beschermt u niet tegen een kostenveroordeling. Verliest u, dan moet u de proceskosten van de tegenpartij gewoon zelf betalen.

Rechtsbijstandsverzekering

Een rechtsbijstandsverzekering kan de kosten van uw eigen advocaat dekken en soms ook een kostenveroordeling. Let op de wachttijd, de uitsluitingen, het drempelbedrag en de vraag of u een eigen advocaat mag kiezen. Wordt dekking geweigerd, dan hoeft u dat niet zonder meer te accepteren — lees wat u kunt doen als uw rechtsbijstandsverzekering dekking weigert.

Bijzondere bijstand en matiging

Bij een laag inkomen kunt u bij uw gemeente bijzondere bijstand aanvragen voor het griffierecht. Daarnaast kan de rechter op grond van artikel 237 lid 5 Rv bepalen dat u niet wordt veroordeeld tot een hoger griffierecht dan u zelf verschuldigd was, als dat gelet op de proceshouding van de winnende partij onbillijk zou uitpakken.

Hoe u het kostenrisico vooraf beheerst

De beslissing om te procederen is een financiële afweging naast een juridische. Wat in de praktijk het verschil maakt:

  • Laat het kostenrisico doorrekenen bij verlies, niet alleen bij winst. Vraag om een scenario met de kostenveroordeling erbij.
  • Weeg de proceskansen realistisch. Een zaak met vijftig procent kans en een kostenrisico van € 8.000 is iets anders dan dezelfde kans bij € 800.
  • Bewaak het bewijs. De meeste zaken worden verloren op bewijs, niet op recht. Kosten van een deskundigenonderzoek komen vooraf voor eigen rekening.
  • Onderhandel voordat u dagvaardt. Een schikking waarin ieder de eigen kosten draagt, is bijna altijd goedkoper dan een gewonnen procedure.
  • Overweeg mediation of arbitrage. Mediation is meestal sneller en goedkoper; bij arbitrage geldt een eigen kostenregeling, die niet altijd voordeliger is.
  • Stop op tijd. Hoger beroep verdubbelt het kostenrisico en kent hogere punttarieven en griffierechten.

Naast de financiën telt ook de niet-financiële prijs: procedures duren vaak maanden tot jaren, geven langdurige onzekerheid en kunnen zakelijke relaties en reputatie beschadigen. Voor ondernemers weegt dat soms zwaarder dan de rekening zelf.

Het belang van goed juridisch advies

Bij Arslan Advocaten kijken wij niet alleen naar uw juridische positie, maar ook naar het kostenrisico, de kans van slagen en de alternatieven. Zo weet u vóór de eerste processtap wat een verlies u maximaal kan kosten — en of procederen in uw situatie de verstandigste route is.

Conclusie

Het verliezen van een rechtszaak kost u drie dingen tegelijk: uw eigen advocaatkosten, uw eigen griffierecht en een forfaitair deel van de kosten van de tegenpartij. Bij de kantonrechter blijft die kostenveroordeling meestal beperkt tot enkele honderden euro’s; bij de rechtbank en zeker in hoger beroep loopt zij op tot duizenden euro’s, en in IE-zaken tot de volledige werkelijke kosten. Wie vooraf laat doorrekenen welk scenario hij loopt – een afgewezen eigen vordering of een toewijzing tegen hem, en bij welk gerecht – en het kostenrisico bij verlies in beeld brengt — en de mogelijkheid van een toevoeging, een verzekering of een schikking serieus onderzoekt — neemt de beslissing om te procederen op basis van cijfers in plaats van hoop.


Gerelateerde juridische diensten


Lees ook

Veelgestelde vragen

Wat kost het mij als ik een rechtszaak verlies?

U betaalt uw eigen advocaatkosten en de proceskosten van de tegenpartij: diens griffierecht, deurwaarderskosten en een forfaitair salaris volgens het liquidatietarief. Uw eigen griffierecht betaalt u alleen als u dat verschuldigd was – bij de kantonrechter is dat uitsluitend de eisende partij. Bij kanton gaat het aan salaris vaak om enkele honderden euro’s, bij de rechtbank om duizenden. Was er een vordering tegen u, dan komt daar de hoofdsom met rente en incassokosten bij.

Betaal ik griffierecht als ik alleen verweer voer?

Bij de kantonrechter niet: daar betaalt alleen de partij die de procedure start. Bij civiele zaken bij de rechtbank en bij het gerechtshof betalen beide partijen wel griffierecht, ook wie zich alleen verdedigt. Betaal op tijd: bij te late betaling kan de rechter uw verweer buiten beschouwing laten.

Geldt voor mijn eenmanszaak het bedrijfstarief?

Nee. Een eenmanszaak is geen rechtspersoon en valt daarom onder het tarief voor natuurlijke personen, net als een particulier. Het hogere tarief geldt voor niet-natuurlijke personen: een vof, cv, bv, nv, stichting of vereniging.

Moet ik de volledige advocaatkosten van de tegenpartij betalen?

In de regel niet. De rechter berekent het salaris volgens het liquidatietarief, een puntenstelsel dat losstaat van de werkelijke rekening: bij de rechtbank in 2026 EUR 554 tot EUR 4.631 per punt. Alleen in uitzonderingen wordt de volledige rekening toegewezen, zoals bij intellectuele-eigendomszaken (art. 1019h Rv), misbruik van procesrecht of een geldig contractueel beding.

Kan ik van tevoren weten wat de rechtszaak mij kost?

De kostenveroordeling is redelijk goed in te schatten, omdat griffierechten en liquidatietarieven vaste tabellen volgen. Maar een hard maximum bestaat niet: het aantal punten hangt af van het verloop (extra zittingen, getuigenverhoren, incidenten), er kunnen nakosten, rente en executiekosten bij komen, en uw eigen advocaatkosten lopen met de procedure mee. Vraag om een doorrekening van het scenario waarin u verliest, met een bandbreedte per processtap – niet om een gegarandeerd bedrag.

Ik heb een toevoeging. Loop ik dan geen kostenrisico?

Jawel. Een toevoeging dekt uw eigen advocaatkosten op de eigen bijdrage na, en geeft recht op het lage griffierecht voor onvermogenden van EUR 93 (in hoger beroep EUR 373). Een kostenveroordeling valt daar niet onder: verliest u, dan betaalt u de proceskosten van de tegenpartij zelf. Bespreek dat risico vooraf.

Wat kost het als ik ook in hoger beroep verlies?

In appel gelden hogere griffierechten – voor natuurlijke personen van EUR 373 tot EUR 2.192 – en hogere punttarieven, van EUR 912 tot EUR 6.609 per punt. Die kostenveroordeling komt boven op die van de eerste aanleg. Hoe hoog het totaal wordt, hangt af van het aantal punten en de tariefgroep; het is geen vaste verdubbeling. Hoger beroep is alleen verstandig met een concreet aanknopingspunt tegen het vonnis.

Kan de rechter bepalen dat ieder zijn eigen kosten draagt?

Dat kan. Artikel 237 Rv geeft de rechter die bevoegdheid, onder meer bij procedures tussen echtgenoten, partners, ouders en kinderen, broers en zussen, en wanneer partijen over en weer op onderdelen in het ongelijk zijn gesteld. Het is een bevoegdheid, geen automatisme: ook in familiezaken kan de rechter anders beslissen.

Wat gebeurt er als ik de kostenveroordeling niet kan betalen?

De tegenpartij kan het vonnis laten betekenen en executeren: beslag op loon, uitkering, bankrekening of bezittingen, met inachtneming van de beslagvrije voet. Die kosten komen er nog bij, net als wettelijke rente. Neem bij betalingsonmacht snel contact op voor een betalingsregeling; dat is bijna altijd goedkoper dan een executietraject.

Deel dit bericht
Facebook
Twitter
LinkedIn
Snel hulp nodig?

Kies een vestiging