Illustratie bij bestuurdersaansprakelijkheid bij een stichting, vereniging of VvE

Bestuurdersaansprakelijkheid bij een stichting, vereniging of VvE

30 oktober 2026
Foto van Arslan Advocaten

Arslan Advocaten

Snel hulp nodig?
Drag & Drop Files, Choose Files to Upload Je kunt tot 5 bestanden uploaden.

Kies een vestiging

Wij gebruiken uw gegevens alleen om contact met u op te nemen over uw vraag. Lees hoe wij daarmee omgaan in onze privacyverklaring.

Letsel opgelopen? Dit is belangrijk om te weten.

Een vordering wegens letsel verjaart in beginsel vijf jaar nadat u bekend bent met de schade en de aansprakelijke persoon.

  • Was u minderjarig? Dan gaat die termijn pas lopen op uw achttiende verjaardag.
  • Bewaar alles: medische stukken, foto’s, het schadeformulier en uw eigen aantekeningen.
  • Wij beoordelen kosteloos of u een zaak heeft en zeggen het eerlijk als dat niet zo is.

Bel 070 450 0300WhatsApp onsStuur uw stukken op

Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.

Ook een bestuurder van een stichting, vereniging of VvE kan persoonlijk aansprakelijk worden. Sinds de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) op 1 juli 2021 geldt de faillissementsregeling van artikel 2:138 BW in hoofdlijnen ook voor alle stichtingen en verenigingen. Het strengere bewijsvermoeden bij een slechte administratie geldt alleen voor stichtingen en verenigingen die vennootschapsbelasting betalen of een wettelijke jaarrekeningplicht hebben. Voor vrijwilligers is het risico in de praktijk beperkt zolang zij zorgvuldig besturen, besluiten vastleggen en niet met tegenstrijdige belangen meebeslissen.

Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Onur Arslan is sinds 2009 bedrijfsrechtadvocaat en heeft bij internationale advocatenkantoren in Amsterdam en New York ervaring opgedaan als advocaat en faillissementscurator. Inhoudelijk bijgewerkt op 30 oktober 2026 aan de hand van de wettekst en de officiële informatie van de betrokken instanties.

Drie soorten aansprakelijkheid

Wie spreekt u aan? Grondslag Geldt voor
De stichting, vereniging of VvE zelf (interne aansprakelijkheid) Onbehoorlijke taakvervulling, artikel 2:9 BW; een ernstig verwijt is nodig Alle rechtspersonen
De curator bij faillissement Kennelijk onbehoorlijk bestuur als belangrijke oorzaak van het faillissement, artikel 2:138 BW via 2:50a (vereniging) of 2:300a (stichting) Alle verenigingen en stichtingen sinds 1 juli 2021
Een schuldeiser of andere derde (externe aansprakelijkheid) Onrechtmatige daad, artikel 6:162 BW; persoonlijk ernstig verwijt Alle bestuurders

De algemene uitleg over deze routes vindt u in ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid. Hieronder gaan we in op wat anders is bij stichtingen, verenigingen en VvE’s.

Wat veranderde er door de WBTR?

De WBTR trok de regels voor bestuurders van verenigingen en stichtingen gelijk met die voor bv’s en nv’s. Voor deze organisaties zijn vooral drie punten van belang:

  • Faillissementsaansprakelijkheid voor alle verenigingen en stichtingen. Artikel 2:50a lid 1 (vereniging) en 2:300a lid 1 (stichting) verklaren artikel 2:138 lid 1 en leden 3 tot en met 10 van overeenkomstige toepassing. Een curator kan bestuurders dus aanspreken voor het tekort als het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk vervulde en dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is.
  • Bewijsvermoeden alleen voor de “zwaardere” organisaties. Het vermoeden dat een slechte administratie of een niet-gepubliceerde jaarrekening tot onbehoorlijk bestuur leidt (artikel 2:138 lid 2), geldt alleen voor een vereniging met notariële statuten die vennootschapsbelasting betaalt, een stichting die vennootschapsbelasting betaalt, of een organisatie die wettelijk een jaarrekening of gelijkwaardige verantwoording moet opstellen (artikel 2:50a lid 2 en 2:300a lid 2).
  • Tegenstrijdig belang. Een bestuurder met een direct of indirect persoonlijk belang dat tegenstrijdig is met het belang van de organisatie, neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming (artikel 2:44 lid 6 voor verenigingen, 2:291 lid 6 voor stichtingen). Meebeslissen terwijl dat niet mag, maakt een verwijt van onbehoorlijk bestuur een stuk aannemelijker.

Bestuurdersaansprakelijkheid bij een stichting

Stichtingen zijn er in alle soorten: een sportfonds van drie vrijwilligers, een zorginstelling met honderden medewerkers, een stichting administratiekantoor bij een familiebedrijf. Voor alle stichtingen geldt artikel 2:9 BW: een bestuurder moet zijn taak behoorlijk vervullen en is aansprakelijk bij een ernstig verwijt. Iedere bestuurder draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken, ook als de taken zijn verdeeld. U kunt zich alleen disculperen als u geen ernstig verwijt treft en u niet nalatig was in het afwenden van de gevolgen.

Drijft de stichting een onderneming en betaalt zij vennootschapsbelasting, dan gelden in faillissement dezelfde strenge bewijsregels als bij een bv. Een achterstallige of rommelige administratie is dan een groot risico.

Bestuurdersaansprakelijkheid bij een vereniging

Bij een vereniging, zoals een sportclub of beroepsvereniging, legt het bestuur verantwoording af aan de algemene ledenvergadering. Dezelfde regels gelden als bij een stichting: interne aansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW, faillissementsaansprakelijkheid via artikel 2:50a BW en externe aansprakelijkheid bij een persoonlijk ernstig verwijt.

Let op het verschil tussen een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid (statuten bij de notaris) en een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid (geen notariële statuten). Bij die laatste zijn bestuurders hoofdelijk naast de vereniging verbonden voor schulden uit rechtshandelingen die tijdens hun bestuur opeisbaar worden (artikel 2:30 lid 2 BW). Is de vereniging ingeschreven in het Handelsregister, dan kan de schuldeiser de bestuurder alleen aanspreken als hij aannemelijk maakt dat de vereniging zelf niet zal betalen (artikel 2:30 lid 4 BW). Controleer dus of uw vereniging is ingeschreven, en overweeg notariële statuten.

Bestuurdersaansprakelijkheid bij een VvE

Een vereniging van eigenaars (VvE) is een vereniging met rechtspersoonlijkheid. Bestuurders zijn vaak eigenaren die het werk vrijwillig doen. Ook zij kunnen op grond van artikel 2:9 BW worden aangesproken door de VvE, bijvoorbeeld als zij zonder besluit van de vergadering grote uitgaven doen, verzekeringen laten verlopen of noodzakelijk onderhoud laten liggen waardoor schade ontstaat.

In de praktijk spelen claims tegen VvE-bestuurders vooral rond onderhoud, aanbestedingen aan bekenden (tegenstrijdig belang) en het niet uitvoeren van besluiten van de vergadering. Een VvE gaat zelden failliet, omdat de eigenaars moeten bijdragen in de kosten; de faillissementsroute speelt daarom minder.

Zo beperkt u als bestuurder het risico

  1. Lees de statuten en eventuele reglementen: welke besluiten vragen goedkeuring van de ledenvergadering of raad van toezicht?
  2. Leg besluiten en de afweging daarachter schriftelijk vast, juist bij grote uitgaven of risico’s.
  3. Meld een tegenstrijdig belang direct en doe niet mee aan de besluitvorming.
  4. Zorg voor een actuele administratie en stel de jaarstukken op tijd op.
  5. Vraag om decharge na vaststelling van de jaarrekening, wetende dat die alleen dekt wat uit de stukken blijkt; zie decharge verlenen aan een bestuurder.
  6. Controleer of de organisatie een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering heeft en wat die dekt.
  7. Trek tijdig aan de bel als de financiële positie verslechtert en vraag advies.

Fictief voorbeeld: penningmeester van een sportvereniging

De penningmeester van een voetbalvereniging laat een nieuwe kantine bouwen door het bedrijf van zijn zwager, zonder offertes van anderen en zonder besluit van de ledenvergadering, terwijl de statuten dat voor uitgaven boven een bepaald bedrag vereisen. De kosten vallen veel hoger uit en de vereniging komt in de problemen. De vereniging kan de penningmeester aanspreken op grond van artikel 2:9 BW: hij overschreed de statutaire grenzen en had een tegenstrijdig belang. Medebestuurders die ervan wisten en niets deden, lopen ook risico.

Wilt u dat wij meekijken? Bel 070 450 0300 of laat uw gegevens achter via het contactformulier op deze pagina. Houd de statuten, contracten en eventuele termijnen bij de hand.

Veelgestelde vragen

Ben ik als vrijwillig bestuurder ook aansprakelijk?

Ja, de regels maken geen onderscheid tussen betaalde en onbetaalde bestuurders. Wel wordt bij de beoordeling gekeken naar alle omstandigheden, waaronder de aard en omvang van de organisatie.

Kan een schuldeiser van de stichting mij zomaar aanspreken?

Nee. Een schuldeiser moet aantonen dat u persoonlijk een ernstig verwijt treft, bijvoorbeeld omdat u verplichtingen aanging terwijl u wist dat de organisatie die niet kon nakomen.

Geldt de WBTR ook voor oude stichtingen en verenigingen?

Ja. De aansprakelijkheidsregels gelden sinds 1 juli 2021 voor alle bestaande verenigingen en stichtingen. Voor het aanpassen van de statuten gold een overgangsperiode; volgens de overheid moesten statuten uiterlijk 1 juli 2026 in lijn zijn met de WBTR, onder meer met een regeling voor belet en ontstentenis van bestuurders.

Ben ik als lid van een raad van toezicht ook aansprakelijk?

Ja, ook commissarissen of toezichthouders van verenigingen en stichtingen kunnen worden aangesproken; de wet verklaart de regels voor hen van overeenkomstige toepassing.

Bronnen en juridische basis

Bronnen gecontroleerd op 30 oktober 2026. Regels en rechtspraak kunnen wijzigen; controleer bij twijfel de genoemde officiële bron.

Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies over uw eigen situatie. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend.


Gerelateerde juridische diensten

Deel dit bericht
Facebook
Twitter
LinkedIn
Snel hulp nodig?
Bel WhatsApp Stukken