Inverzekeringstelling, bewaring en gevangenhouding zijn drie verschillende dingen, met elk hun eigen maximumduur en hun eigen beslisser. Wie ze door elkaar haalt, rekent zich rijk of arm. Hieronder de volledige tijdlijn, van de aanhouding tot de zitting, zoals die in het Wetboek van Strafvordering staat.
Verantwoordelijke advocaat: Melanie Schulpen, advocaat strafrecht en bestuursrecht bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor strafrecht (en jeugdstrafrecht) en bestuursrecht. Laatst redactioneel bijgewerkt: 22 september 2026.
De tijdlijn in één overzicht
| Fase en beslisser | Maximale duur |
|---|---|
| Ophouden voor onderzoek (hulp)officier van justitie — art. 56a lid 2 Sv | 9 uur bij een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, anders 6 uur; de uren tussen 00.00 en 09.00 tellen niet mee |
| Inverzekeringstelling (hulp)officier van justitie — art. 57 en 58 Sv | 3 dagen |
| Verlenging inverzekeringstelling officier van justitie — art. 58 lid 2 Sv | eenmaal, 3 dagen, alleen bij dringende noodzakelijkheid |
| Voorgeleiding rechter-commissaris rechter-commissaris — art. 59a lid 1 Sv | uiterlijk 3 dagen en 18 uur na de aanhouding |
| Bewaring rechter-commissaris, op vordering van de officier van justitie — art. 63 en 64 lid 1 Sv | 14 dagen |
| Gevangenhouding raadkamer van de rechtbank — art. 65 en 66 leden 1 en 3 Sv | 90 dagen, verlengingen meegerekend |
Bewaring duurt ten hoogste veertien dagen. Voor de gevangenhouding vóór de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting geldt in beginsel maximaal negentig dagen, verlengingen meegerekend. Dit is geen algemene eindtermijn tot de inhoudelijke behandeling. Het onderzoek ter terechtzitting kan beginnen met een pro-formazitting. De rechtbank kan de voorlopige hechtenis daarna laten voortduren en moet deze periodiek opnieuw beoordelen. Daarom kan ook buiten terrorismestrafzaken langer voorarrest voorkomen. Een algemene maximumduur van 180 dagen bestaat niet. Voor verdenking van een terroristisch misdrijf kent artikel 66 Sv daarnaast een bijzondere verlengingsregeling vóór de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting.
Inverzekeringstelling: wie beslist en waarom
Na de aanhouding wordt u voorgeleid aan de hulpofficier van justitie, die beslist over het ophouden voor onderzoek. Loopt die termijn af en is verder onderzoek nodig, dan kan de (hulp)officier van justitie u in verzekering stellen (art. 57 lid 1 Sv). Dat kan alleen bij een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (art. 58 lid 1 Sv) en alleen in het belang van het onderzoek.
De inverzekeringstelling duurt maximaal drie dagen. De verlenging met nogmaals maximaal drie dagen wordt gegeven door de officier van justitie, niet door de rechter-commissaris, en alleen bij dringende noodzakelijkheid (art. 58 lid 2 Sv). Zodra het onderzoeksbelang het toelaat, moet uw invrijheidstelling worden gelast (art. 57 lid 5 en 58 lid 3 Sv).
Tijdens de inverzekeringstelling kan de officier van justitie beperkingen opleggen: geen bezoek, geen telefoon, geen post. Dat mag alleen voor zover volstrekt noodzakelijk voor het onderzoek of de orde (art. 62 Sv). Het contact met uw advocaat valt daarbuiten.
De voorgeleiding bij de rechter-commissaris
Uiterlijk binnen drie dagen en achttien uur na de aanhouding wordt u voor de rechter-commissaris geleid (art. 59a lid 1 Sv). Die toetst of de inverzekeringstelling rechtmatig is. Oordeelt hij van niet, dan beveelt hij uw onmiddellijke invrijheidstelling (art. 59a lid 5 Sv). U kunt bij dat verhoor zelf om invrijheidstelling verzoeken en uw advocaat mag aanwezig zijn en het woord voeren.
Vaak vordert de officier van justitie op datzelfde moment de bewaring. De rechter-commissaris beslist daarover afzonderlijk. Een bevel tot bewaring geldt voor ten hoogste veertien dagen (art. 64 lid 1 Sv).
Bewaring en gevangenhouding zijn niet hetzelfde
- Bewaring — bevolen door de rechter-commissaris, maximaal veertien dagen (art. 63 en 64 Sv). Dit is de eerste fase van de voorlopige hechtenis.
- Gevangenhouding — bevolen door de raadkamer van de rechtbank, nadat de bewaring loopt of is verlopen. Maximaal negentig dagen, waarbij de termijn ten hoogste tweemaal kan worden verlengd maar het totaal die negentig dagen niet te boven gaat (art. 65 en 66 Sv).
- Gevangenneming — hetzelfde instrument, maar bevolen buiten een lopende bewaring om, bijvoorbeeld na de aanvang van het onderzoek op de zitting (art. 65 lid 2 Sv).
Is de zaak binnen die negentig dagen op zitting gekomen, dan blijft het bevel van kracht tot zestig dagen na de einduitspraak (art. 66 lid 2 Sv). Dat is de reden dat zaken soms “pro forma” op zitting komen: om de termijn te bewaken terwijl het onderzoek nog loopt.
Wanneer mag voorlopige hechtenis eigenlijk?
Er moet aan twee eisen zijn voldaan. Ten eerste een geval: het feit moet vallen onder art. 67 Sv (kort gezegd misdrijven met een strafbedreiging van vier jaar of meer, plus een limitatieve lijst andere feiten). Ten tweede een grond uit art. 67a Sv:
- Vluchtgevaar, blijkend uit bepaalde gedragingen of persoonlijke omstandigheden.
- Geschokte rechtsorde, alleen bij een feit waarop twaalf jaar gevangenisstraf of meer staat.
- Recidivegevaar, bij ernstig te verwachten nieuwe misdrijven of bij bepaalde vermogens- en geweldsdelicten binnen vijf jaar na een eerdere onherroepelijke veroordeling.
- Onderzoeksgrond: de vrijheidsbeneming is in redelijkheid nodig om de waarheid aan de dag te brengen.
Ontbreekt de grond, dan moet u worden vrijgelaten, ook als het feit ernstig is. Juist op dit punt valt met een goed onderbouwd verweer vaak winst te behalen.
Eruit komen: opheffing en schorsing
U zit niet machteloos vast tot de zitting. Er zijn twee routes. Opheffing vraagt u als de gronden voor de voorlopige hechtenis zijn weggevallen. Schorsing betekent dat het bevel blijft bestaan maar niet wordt uitgevoerd, onder voorwaarden die u aanvaardt (art. 80 Sv). Denk aan een meldplicht, een contactverbod, elektronisch toezicht, een borgsom of een opnameplek in een behandelinstelling.
Wat een schorsingsverzoek kansrijk maakt, is concreetheid: een vast woonadres, een werkgever die u terugverwacht, opvang voor kinderen, een behandelaanbod dat al is geregeld. Dat zijn precies de stukken die familie kan aanleveren terwijl de verdachte zelf vastzit.
Achteraf: vergoeding na onterecht vastzitten
Eindigt de zaak zonder oplegging van straf of maatregel, dan kunt u de rechter om een vergoeding uit ’s Rijks kas vragen voor de schade door de ondergane inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis, inclusief het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat (art. 533 Sv). Het verzoek moet worden ingediend binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak (art. 533 lid 3 Sv). Die termijn wordt in de praktijk vaak gemist.
Wat kunt u doen?
- Laat direct een advocaat inschakelen; de belangrijkste keuzes vallen in de eerste uren.
- Noteer het tijdstip van de aanhouding, aankomst op het politiebureau en alle bevelen tot vrijheidsbeneming. De verschillende termijnen hebben niet allemaal hetzelfde beginpunt; laat de advocaat de werkelijke tijdlijn per fase controleren.
- Maak gebruik van uw zwijgrecht tot u uw advocaat heeft gesproken (art. 29 lid 2 Sv).
- Vermijd contact met medeverdachten; dat voedt de onderzoeksgrond voor voorlopige hechtenis.
- Laat familie vast bewijsstukken verzamelen voor een schorsingsverzoek: woonadres, arbeidscontract, zorgtaken, behandeltraject.
Bij Arslan Advocaten kunt u ons bereiken op 010 311 5500 (Rotterdam), 020 747 00 55 (Amsterdam) of 070 4500 300 (Den Haag).
Wat familie praktisch kan aanleveren
Bewaar de bekende gegevens over de aanhouding, de betrokken instantie en de advocaat. Medische bijzonderheden of noodzakelijke medicatie moeten tijdig bij de verantwoordelijke instantie onder de aandacht komen. Vraag welke praktische informatie de advocaat nodig heeft en wie contactpersoon kan zijn.
De advocaat kan vanwege vertrouwelijkheid en eventuele beperkingen niet altijd de inhoud van het dossier delen. Een familielid is ook niet automatisch gerechtigd namens de verdachte alle keuzes te maken. Overleg over werk, zorg of begeleiding kan nuttig zijn, maar moet aansluiten op de wensen en procesbelangen van de cliënt.
Zoek geen contact met medeverdachten of getuigen om verhalen gelijk te trekken. Leg bestaande informatie vast zonder die te wijzigen. Meer praktische uitleg staat bij een familielid dat is aangehouden.
Minderjarigen en jongvolwassenen
Bij minderjarigen gelden bijzondere waarborgen en verdient de ontwikkeling van de jongere aandacht. De rollen van de jongere, ouders en advocaat moeten helder zijn. Leeftijd, school, begeleiding en een veilige verblijfssituatie kunnen relevant zijn voor de beoordeling van een alternatief.
Bij jongvolwassenen kan eveneens aandacht nodig zijn voor ontwikkeling en begeleiding, maar leeftijd alleen geeft geen automatische aanspraak op een bepaalde regeling. Lees verder over jeugdstrafrecht en bespreek de omstandigheden met de behandelend advocaat.
Wilt u weten hoe een verzoek tot invrijheidstelling onder voorwaarden wordt opgebouwd, lees dan onze uitleg over schorsing van de voorlopige hechtenis aanvragen.
Veelgestelde vragen
Bestaat er een maximum van 180 dagen voorlopige hechtenis?
Nee. Er is geen algemene grens van 180 dagen voor voorlopige hechtenis. Bewaring duurt maximaal veertien dagen. De reguliere grens van negentig dagen voor gevangenhouding ziet op de fase vóór de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting. Na een pro-formazitting kan de voorlopige hechtenis voortduren onder rechterlijke toetsing, ook buiten terrorismestrafzaken. De inhoudelijke behandeling hoeft dan nog niet te zijn begonnen.
Wie verlengt de inverzekeringstelling?
De officier van justitie, eenmaal en met maximaal drie dagen, alleen bij dringende noodzakelijkheid (art. 58 lid 2 Sv). De rechter-commissaris verlengt de inverzekeringstelling niet; die toetst bij de voorgeleiding of zij rechtmatig is en beslist afzonderlijk over de bewaring.
Wat is het verschil tussen bewaring en gevangenhouding?
Bewaring wordt bevolen door de rechter-commissaris en duurt maximaal veertien dagen (art. 64 Sv). Gevangenhouding wordt daarna bevolen door de raadkamer van de rechtbank en duurt vóór de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting in beginsel maximaal negentig dagen, verlengingen meegerekend (art. 66 Sv). Na een pro-formazitting kan voorlopige hechtenis voortduren onder rechterlijke toetsing. Het zijn twee opeenvolgende fasen van de voorlopige hechtenis, met verschillende rechters.
Kan ik schadevergoeding krijgen als ik word vrijgesproken?
Eindigt de zaak zonder oplegging van straf of maatregel, dan kunt u de rechter om vergoeding vragen voor de schade door de ondergane vrijheidsbeneming (art. 533 Sv). Dien het verzoek in binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak; die termijn is hard. Lees ook wanneer u schadevergoeding na vrijspraak of sepot kunt aanvragen.
Kost een strafrechtadvocaat mij geld?
Bijstand via de toepasselijke piketregeling is in beginsel kosteloos, maar de financiering hangt af van het feit, uw positie en het soort bijstand. Voor verhoorsbijstand bij een feit waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten geldt een wettelijke uitzondering. Bij ambtshalve bijstand tijdens voorlopige hechtenis wordt vooraf doorgaans geen eigen bijdrage gevraagd; na een onherroepelijke veroordeling kan onder de wettelijke voorwaarden kostenverhaal volgen. Bij een reguliere toevoeging kan wel een inkomensafhankelijke eigen bijdrage gelden. Kiest u voor betaalde bijstand, dan maken wij vooraf afspraken over het tarief.
Spreekt Arslan Advocaten mijn taal?
Onze advocaten spreken Nederlands, Turks, Pools en Engels. Wij kunnen u in uw eigen taal bijstaan.
Hulp nodig van een advocaat?
Onze advocaten zijn gespecialiseerd in strafrecht en fraude. Lees ook over uw rechten bij aanhouding, wat te doen als een familielid is aangehouden en de kosten van een strafrechtadvocaat.



