Aangehouden of opgeroepen? Lees dit eerst.
U heeft zwijgrecht, en recht op een gesprek met een advocaat vóórdat u wordt verhoord.
- Niet antwoorden is een recht, geen teken van schuld.
- Een dagvaarding is geen veroordeling. Er valt vaak meer te doen dan u denkt.
- Bel ons meteen. In strafzaken telt snelheid.
Bel 070 450 0300Stuur uw stukken op
Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.
Geschreven door Melanie Schulpen, advocaat strafrecht bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor strafrecht (en jeugdstrafrecht) en bestuursrecht. Laatst bijgewerkt: 31 augustus 2026.
Ik ben aangehouden door de politie — wat moet ik nu weten?
Twee dingen, en ze zijn belangrijker dan al het andere op deze pagina: u bent niet verplicht te antwoorden, en u heeft recht op een advocaat vóór en tijdens het politieverhoor. Wacht op die advocaat en verklaar niets voordat u hem heeft gesproken. Alles wat u in de eerste uren zegt, komt in het proces-verbaal en gaat de rest van de zaak mee — ook als u het later anders bedoelde, ook als u dacht dat u zichzelf aan het vrijpleiten was.
De wet regelt beide rechten uitdrukkelijk. Artikel 29 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de verdachte niet tot antwoorden is verplicht en dat hem dat vóór de aanvang van het verhoor moet worden meegedeeld. Artikel 28 lid 1 Sv geeft de verdachte het recht zich te laten bijstaan door een raadsman. Bent u aangehouden, dan krijgt u die rechten bovendien schriftelijk: artikel 27c lid 3 Sv schrijft voor dat de aangehouden verdachte onverwijld na zijn aanhouding, en in ieder geval vóór het eerste verhoor, schriftelijk mededeling krijgt van onder meer het recht op rechtsbijstand, het zwijgrecht, het recht op inzage in de processtukken, de termijn waarbinnen hij voor de rechter-commissaris wordt geleid en het recht om iemand van zijn vrijheidsbeneming in kennis te laten stellen. Dat document is de "verklaring van rechten" waar mensen naar zoeken. Beheerst u het Nederlands niet of onvoldoende, dan moet die mededeling in een voor u begrijpelijke taal gebeuren (artikel 27c lid 4 Sv).
Bron: Wetboek van Strafvordering, artikelen 27c, 28 en 29, wetten.overheid.nl.
Wat u in de eerste uren praktisch kunt doen:
| Wat | Waarom het telt |
|---|---|
| Zeg dat u gebruikmaakt van uw zwijgrecht | u hoeft dat niet te motiveren en het mag niet tegen u worden gebruikt als bewijs van schuld |
| Vraag om een advocaat en noem er een als u die heeft | u mag een voorkeur opgeven (artikel 39 lid 2 Sv); heeft u er geen, dan wordt de piketadvocaat aangewezen |
| Lees de schriftelijke mededeling van rechten en houd hem | daarin staat waarvan u wordt verdacht en wat de vervolgstappen zijn |
| Vraag of iemand mag worden gewaarschuwd | het recht om een derde in kennis te laten stellen staat in artikel 27e Sv |
| Onderteken niets wat u niet volledig begrijpt | een handtekening onder een verklaring is later moeilijk te relativeren |
| Onthoud tijdstippen | het moment van aanhouding bepaalt alle termijnen die hierna volgen |
Wat u beter niet doet: uitleggen "hoe het echt zat" om de zaak op te lossen. In de verhoorkamer weet u niet wat er in het dossier zit, wat medeverdachten hebben verklaard of welke camerabeelden er zijn. Uw advocaat kan dat in de regel wel deels achterhalen. Een verklaring die u aflegt zonder dat inzicht, kan feiten bevestigen die anders bewezen hadden moeten worden.
Wat is het zwijgrecht en wat is de cautie?
Het zwijgrecht houdt in dat u als verdachte niet verplicht bent antwoord te geven, en de cautie is de mededeling die de politie u daarover vóór elk verhoor moet doen: "u bent niet verplicht te antwoorden". Beide staan in artikel 29 Sv, dat bovendien voorschrijft dat de verhorende ambtenaar zich onthoudt van alles wat de strekking heeft een verklaring te verkrijgen waarvan niet kan worden gezegd dat zij in vrijheid is afgelegd, en dat de cautie in het proces-verbaal wordt opgenomen.
Het zwijgrecht wordt in de praktijk vaak verkeerd begrepen. Drie misverstanden:
- "Zwijgen wordt tegen mij gebruikt." Zwijgen is een recht; het mag op zichzelf niet als bewijs van schuld worden gebruikt. Wel geldt dat wanneer er belastend bewijs ligt dat om een verklaring schreeuwt, het uitblijven van elke uitleg in de latere bewijsredenering een rol kan spelen. Dat is precies waarom de afweging wanneer u wel verklaart, een tactische afweging is die u samen met een advocaat maakt — en niet alleen, om drie uur 's nachts.
- "Ik moet in elk geval mijn kant van het verhaal vertellen." Uw kant van het verhaal kan ook later, als het dossier bekend is: bij de rechter-commissaris, in een aanvullend verhoor, of ter zitting. Wat vroeg is gezegd, is niet meer terug te nemen.
- "Het zwijgrecht geldt overal." Nee. U moet zich wel identificeren op grond van de Wet op de identificatieplicht, en bij bepaalde verkeerscontroles gelden eigen verplichtingen, zoals meewerken aan een blaastest. Het zwijgrecht ziet op vragen over het feit, niet op alles.
Let op de grens van het verhoor. De cautie is verplicht bij een verhoor: vragen over uw betrokkenheid bij een strafbaar feit. Het informele gesprek in de politieauto, in de wachtruimte of "even off the record" is dat formeel niet, maar wat u daar zegt kan wel in een proces-verbaal van bevindingen terechtkomen. Praktische regel: vanaf het moment dat u verdachte bent, is er geen gesprek met opsporingsambtenaren dat geen gevolgen kan hebben.
Waarom is verklaren zonder overleg met een advocaat vrijwel altijd een slecht idee?
Omdat u op dat moment het dossier niet kent, terwijl uw verklaring wel voor de hele zaak wordt vastgelegd — en omdat de wet u uitdrukkelijk de gelegenheid geeft om eerst met een advocaat te overleggen én hem bij het verhoor aanwezig te laten zijn. Dat overleg vooraf heet het consultatierecht; de aanwezigheid tijdens het verhoor heet verhoorbijstand.
De regeling is concreet. Artikel 28c Sv bepaalt dat de aangehouden verdachte voor wie een raadsman beschikbaar is, in de gelegenheid wordt gesteld om vóór het eerste verhoor gedurende ten hoogste een half uur met hem te spreken, en dat de hulpofficier van justitie die termijn op verzoek met ten hoogste een half uur kan verlengen. Artikel 28d Sv geeft de verdachte het recht te verzoeken dat zijn raadsman het verhoor bijwoont en daaraan deelneemt; wordt zo'n verzoek afgewezen, dan moeten de gronden daarvoor in het proces-verbaal worden vermeld.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch verwoordde het uitgangspunt als volgt: vanaf 22 december 2015 heeft een aangehouden verdachte het recht op aanwezigheid en bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie, de zogenoemde verhoorbijstand (Gerechtshof 's-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2020:1380). In diezelfde zaak stelde het hof vast dat uit het proces-verbaal niet kon worden afgeleid dat de verdachte uitdrukkelijk of stilzwijgend ondubbelzinnig afstand had gedaan van het consultatierecht — en juist dat punt, of er wel geldig afstand is gedaan, is achteraf regelmatig het scharnier van een verweer.
Wordt een van deze rechten geschonden, dan kan dat een vormverzuim opleveren in de zin van artikel 359a Sv. De rechter kan daaraan verbinden dat de straf wordt verlaagd, dat de resultaten van het onderzoek niet mogen bijdragen aan het bewijs, of — in het uiterste geval — dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is. Welk gevolg passend is, hangt af van het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor is veroorzaakt (artikel 359a lid 2 Sv). Dat is geen automatisme, en het is precies het soort verweer dat staat of valt met wat er in het proces-verbaal is vastgelegd.
Er is één uitzondering waar u op moet letten. Bij een aanhouding voor een feit waarvoor géén voorlopige hechtenis is toegelaten, wijst de raad voor rechtsbijstand niet uit zichzelf een raadsman aan: u wordt dan in de gelegenheid gesteld zelf contact op te nemen met een gekozen advocaat (artikel 28b lid 3 Sv). En is de advocaat niet binnen twee uur beschikbaar, dan kan de hulpofficier beslissen dat met het verhoor wordt begonnen — maar alléén als u alsnog afstand doet van uw recht op rechtsbijstand (artikel 28b lid 4 Sv). Doet u die afstand niet, dan is er geen twee-uursregel die het verhoor rechtvaardigt.
Hoelang mag de politie mij vasthouden?
Na de aanhouding mag u ten hoogste negen uur worden opgehouden voor onderzoek bij een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, en ten hoogste zes uur bij andere strafbare feiten; de tijd tussen middernacht en negen uur 's ochtends telt daarbij niet mee. Dat staat in artikel 56a lid 2 Sv. Daarna moet u in vrijheid worden gesteld of in verzekering worden gesteld (artikel 56a lid 3 Sv).
Die nachtregel verklaart waarom mensen het gevoel hebben veel langer te hebben vastgezeten dan de wet toestaat. Wordt u om elf uur 's avonds aangehouden, dan loopt er één uur, staat de klok vervolgens negen uur stil, en loopt de rest van de termijn pas de volgende ochtend door.
Het ophouden voor onderzoek dient volgens artikel 56a lid 4 Sv mede de identificatie van de verdachte, de voorbereiding van het verhoor, het verhoor zelf en het in persoon uitreiken van mededelingen over het vervolg van de strafzaak.
| Fase | Maximale duur | Wie beslist | Wettelijke grondslag |
|---|---|---|---|
| Ophouden voor onderzoek | 9 uur (VH-feit) of 6 uur (overige), nacht 00.00–09.00 telt niet mee | (hulp)officier van justitie | art. 56a Sv |
| Inverzekeringstelling | 3 dagen | (hulp)officier van justitie | art. 57 en 58 Sv |
| Verlenging inverzekeringstelling | eenmaal 3 dagen, bij dringende noodzakelijkheid | officier van justitie | art. 58 lid 2 Sv |
| Voorgeleiding rechter-commissaris | uiterlijk 3 dagen en 18 uur na de aanhouding | rechter-commissaris toetst | art. 59a lid 1 Sv |
| Bewaring | 14 dagen | rechter-commissaris | art. 63 en 64 Sv |
| Gevangenhouding | 90 dagen (inclusief verlengingen) | raadkamer van de rechtbank | art. 65 en 66 Sv |
Bron: Wetboek van Strafvordering, artikelen 56a tot en met 66, wetten.overheid.nl.
Inverzekeringstelling kan niet zomaar. Artikel 58 lid 1 Sv bepaalt dat het bevel alleen wordt gegeven bij een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. En zodra het onderzoeksbelang het toelaat, moet de invrijheidstelling worden gelast (artikelen 57 lid 5 en 58 lid 3 Sv). Een inverzekeringstelling "voor de zekerheid" laten voortduren terwijl er niets meer wordt onderzocht, is dus niet toegestaan — en dat is een van de punten waarop uw advocaat bij de rechter-commissaris kan aanslaan.
Is inverzekeringstelling voorlopige hechtenis?
Nee. Inverzekeringstelling is een korte vrijheidsbeneming door het Openbaar Ministerie in het belang van het onderzoek; voorlopige hechtenis is de langere vrijheidsbeneming die door een rechter wordt bevolen en bestaat uit bewaring, gevangenneming en gevangenhouding. Ze volgen elkaar in de praktijk vaak op, maar het zijn juridisch twee verschillende dingen, met verschillende beslissers en verschillende toetsen.
| Inverzekeringstelling | Voorlopige hechtenis | |
|---|---|---|
| Wie beslist | (hulp)officier van justitie | rechter-commissaris (bewaring), rechtbank (gevangenhouding) |
| Duur | 3 dagen, eenmaal verlengbaar met 3 dagen | bewaring 14 dagen, gevangenhouding tot 90 dagen |
| Waarvoor | het belang van het onderzoek | de gevallen van art. 67 Sv en de gronden van art. 67a Sv |
| Rechterlijke toets | achteraf, door de rechter-commissaris (art. 59a Sv) | vooraf, door de rechter |
| Grondslag | art. 57 en 58 Sv | art. 63 tot en met 67a Sv |
Voor voorlopige hechtenis moet aan drie voorwaarden tegelijk zijn voldaan.
Ten eerste: een geval. Artikel 67 Sv somt op wanneer een bevel tot voorlopige hechtenis mogelijk is: bij een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving vier jaar gevangenisstraf of meer is gesteld, bij een reeks met name genoemde misdrijven uit het Wetboek van Strafrecht en enkele bijzondere wetten, en bij een verdachte van wie geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland kan worden vastgesteld terwijl op het feit gevangenisstraf is gesteld.
Ten tweede: ernstige bezwaren. Artikel 67 lid 3 Sv bepaalt dat voorlopige hechtenis alleen mogelijk is wanneer uit feiten of omstandigheden blijkt van ernstige bezwaren tegen de verdachte. Dat is een zwaardere maatstaf dan het redelijk vermoeden van schuld dat voor een aanhouding volstaat: er moet een stevige, uit het dossier blijkende verdenking liggen. Alleen bij verdenking van een terroristisch misdrijf geldt voor de bewaring een uitzondering (artikel 67 lid 4 Sv).
Ten derde: een grond. Artikel 67a Sv noemt limitatief de gronden: ernstig gevaar voor vlucht, of een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid. Dat laatste is nader ingevuld: de geschokte rechtsorde bij feiten waarop twaalf jaar of meer staat, het recidivegevaar bij feiten waarop zes jaar of meer staat, een bijzondere recidivegrond bij onder meer diefstal, verduistering, oplichting en mishandeling binnen vijf jaar na een eerdere onherroepelijke veroordeling daarvoor, de snelrechtgrond bij bepaalde feiten op een voor het publiek toegankelijke plaats of tegen personen met een publieke taak, en ten slotte de onderzoeksgrond: dat de voorlopige hechtenis in redelijkheid noodzakelijk is om anders dan door verklaringen van de verdachte de waarheid aan de dag te brengen.
Het anticipatiegebod is het meest onderschatte verweer. Artikel 67a lid 3 Sv bepaalt dat een bevel tot voorlopige hechtenis achterwege blijft wanneer ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat bij veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zal worden opgelegd, of dat de verdachte door de hechtenis langer vastzit dan de straf zou duren. Bij first offenders en bij feiten waarvoor in de praktijk zelden onvoorwaardelijke detentie volgt, is dat vaak het sterkste argument voor invrijheidstelling of schorsing.
Wat doet de rechter-commissaris, en wanneer zie ik hem?
De rechter-commissaris is de onafhankelijke rechter die in het vooronderzoek toetst of uw vrijheidsbeneming rechtmatig is; u moet uiterlijk binnen drie dagen en achttien uur na uw aanhouding voor hem worden geleid om te worden gehoord. Die termijn staat in artikel 59a lid 1 Sv en wordt gerekend vanaf het tijdstip van de aanhouding — niet vanaf het moment van de inverzekeringstelling.
Bij dat verhoor mag u zich laten bijstaan door uw advocaat, die de nodige opmerkingen mag maken (artikel 59a lid 3 Sv). U kunt de rechter-commissaris bij die gelegenheid uitdrukkelijk om uw invrijheidstelling verzoeken (artikel 59a lid 4 Sv). Oordeelt hij de inverzekeringstelling onrechtmatig, dan beveelt hij de onmiddellijke invrijheidstelling (artikel 59a lid 5 Sv).
Vaak worden twee dingen op dezelfde zitting behandeld: de toets van artikel 59a Sv én de vordering van de officier van justitie tot bewaring. Wijst de rechter-commissaris die vordering toe, dan geldt een termijn van ten hoogste veertien dagen (artikel 64 lid 1 Sv). Wil het Openbaar Ministerie u daarna langer vasthouden, dan moet de raadkamer van de rechtbank de gevangenhouding bevelen; die duurt maximaal negentig dagen, verlengingen meegeteld (artikel 66 lid 1 en lid 3 Sv). Binnen die negentig dagen moet de zaak inhoudelijk op zitting komen.
Wat uw advocaat hier doet, bepaalt vaak de rest van de zaak. Bij de rechter-commissaris komt voor het eerst het dossier op tafel, wordt duidelijk waar het onderzoek op stoelt, en kan om schorsing van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden worden gevraagd. Iemand die geschorst zijn zitting afwacht, staat in vrijwel elk opzicht sterker dan iemand die maanden in voorarrest zit: hij kan werken, zijn woning en gezinssituatie in stand houden, en die omstandigheden wegen mee in de strafmaat.
Ik heb een dagvaarding gekregen — wat betekent dat en wat moet ik doen?
Een dagvaarding is de officiële oproeping om als verdachte op een strafzitting te verschijnen, met daarin de tenlastelegging: de precieze omschrijving van wat u wordt verweten. Laat hem meteen door een advocaat bekijken en laat de zaak niet op zijn beloop; niet verschijnen betekent in de regel dat de rechter buiten uw aanwezigheid beslist.
Wat er volgens artikel 261 Sv in moet staan: een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd, ongeveer wanneer en waar het zou zijn begaan, de wettelijke voorschriften waarbij het feit strafbaar is gesteld, en de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. Tussen de dag van betekening van de dagvaarding en de zittingsdag moeten in beginsel ten minste tien dagen liggen (artikel 265 lid 1 Sv). Is die termijn niet in acht genomen en verschijnt u niet, dan schorst de rechtbank het onderzoek; verschijnt u wel en vraagt u uitstel in het belang van uw verdediging, dan wordt het onderzoek in beginsel geschorst (artikel 265 lid 3 Sv).
Wat u concreet doet na ontvangst:
- Noteer de zittingsdatum en de termijn. Tien dagen is de wettelijke ondergrens; in de praktijk is de tijd om te reageren korter dan hij lijkt.
- Lees de tenlastelegging woord voor woord. Daar staat niet "diefstal", maar een uitgeschreven omschrijving met tijd, plaats en omstandigheden. Alles wat daarin staat moet bewezen worden; wat er niet in staat, doet niet mee.
- Vraag de processtukken op. Het recht op kennisneming van de processtukken staat in de artikelen 30 tot en met 34 Sv en wordt genoemd in de mededeling van rechten van artikel 27c Sv.
- Schakel een advocaat in vóór de zitting, niet op de ochtend zelf. Onderzoekswensen — getuigen horen, een deskundige, aanvullend onderzoek — moeten tijdig worden opgegeven, anders is het te laat.
- Verschijn. Uw persoonlijke omstandigheden wegen mee in de straf. Een rechter die u niet heeft gezien, kan daar niets mee.
- Verzamel wat uw situatie toont. Arbeidscontract, loonstroken, bewijs van behandeling of schuldhulp, een verklaring van uw werkgever: dit is vaak doorslaggevender voor de strafmaat dan het juridische debat.
Bent u het niet eens met de dagvaarding zelf? Er zijn beperkte mogelijkheden om vóór de zitting bezwaar te maken tegen de dagvaarding. Of dat in uw geval kansrijk is, hangt sterk van het dossier af; laat het beoordelen in plaats van het te veronderstellen.
Ik heb een strafbeschikking gekregen — heeft verzet zin?
Een strafbeschikking is een straf die de officier van justitie zelf oplegt, zonder tussenkomst van een rechter, en u kunt daartegen binnen veertien dagen verzet doen. Betaalt u zonder na te denken, dan accepteert u een schuldvaststelling die op uw justitiële documentatie komt te staan — daarom heeft verzet vaker zin dan mensen denken.
De regeling staat in de artikelen 257a tot en met 257f Sv. Artikel 257a lid 1 Sv bepaalt dat de officier van justitie een strafbeschikking kan uitvaardigen bij een overtreding of bij een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving niet meer dan zes jaar gevangenisstraf is gesteld. Opgelegd kunnen worden: een taakstraf van ten hoogste honderdtachtig uren, een geldboete, onttrekking aan het verkeer, de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, en een rijontzegging van ten hoogste zes maanden (artikel 257a lid 2 Sv). Gevangenisstraf kan niet bij strafbeschikking worden opgelegd.
Bron: Openbaar Ministerie, informatie over de strafbeschikking, en het Wetboek van Strafvordering, artikel 257a, wetten.overheid.nl.
De verzettermijn. Artikel 257e lid 1 Sv: verzet kan binnen veertien dagen nadat het afschrift in persoon aan u is uitgereikt, dan wel nadat zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de strafbeschikking u bekend is. Voor een strafbeschikking met een geldboete van niet meer dan € 340 wegens een overtreding die ten hoogste vier maanden vóór toezending is gepleegd, geldt daarnaast een ruimere termijn: tot uiterlijk zes weken na toezending. Verzet kan niet meer worden gedaan als u vrijwillig aan de strafbeschikking heeft voldaan — betalen is dus afstand doen van uw recht op verzet.
Verzet doet u bij het parket dat in de strafbeschikking staat vermeld; dat kan in persoon, schriftelijk bij een ondertekende brief aan de officier van justitie, door een advocaat die verklaart daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn, of langs elektronische weg (artikel 257e leden 2 tot en met 4 Sv). Vervolgens brengt de officier van justitie het verzet en de stukken bij de rechter, tenzij hij de strafbeschikking intrekt (artikel 257f lid 1 Sv). Uw zaak wordt dan alsnog op een gewone strafzitting behandeld.
Waarom verzet vaak zin heeft:
| Reden | Toelichting |
|---|---|
| Er komt geen rechter aan te pas | de officier van justitie is de vervolgende partij én de straffende partij; pas na verzet oordeelt een onafhankelijke rechter |
| De gevolgen zijn breder dan de boete | een strafbeschikking wordt geregistreerd en kan een verklaring omtrent het gedrag in de weg staan |
| De feitsomschrijving kan onjuist zijn | wat er precies staat bepaalt of het feit u kan worden verweten |
| De officier kan zelf terugkomen | artikel 257e lid 9 Sv laat toe dat de strafbeschikking wordt ingetrokken of gewijzigd |
| Het horen kan zijn overgeslagen | bij een taakstraf, rijontzegging of gedragsaanwijzing moet u zijn gehoord en bereid zijn verklaard (art. 257c lid 1 Sv); bij betalingsverplichtingen boven € 2.000 moet u zijn gehoord, bijgestaan door een raadsman (art. 257c lid 2 Sv) |
Eén waarschuwing. Na verzet oordeelt de rechter zelfstandig over de zaak; hij is niet gebonden aan de straf die de officier van justitie had gekozen. Verzet is dus niet risicoloos, en of het in uw geval verstandig is, hangt af van het dossier. Laat dat beoordelen binnen de veertien dagen — niet erna.
Gedagvaard voor de politierechter? Wie behandelt welke zaak
De politierechter is de alleensprekende strafrechter voor eenvoudige zaken en mag niet meer dan één jaar gevangenisstraf opleggen; zwaardere of ingewikkelder zaken gaan naar de meervoudige kamer met drie rechters, en overtredingen komen in beginsel bij de kantonrechter. Wie uw zaak behandelt, zegt dus iets over hoe zwaar het Openbaar Ministerie de zaak inschat.
| Rechter | Samenstelling | Wat daar wordt behandeld | Strafmaximum |
|---|---|---|---|
| Kantonrechter | één rechter | in beginsel overtredingen, en het misdrijf van art. 314 Sr bij meerderjarigen (art. 382 Sv) | de op de overtreding gestelde straf |
| Politierechter | één rechter | zaken die naar het aanvankelijke oordeel van het OM van eenvoudige aard zijn, ook wat betreft bewijs en toepassing van de wet (art. 368 Sv) | ten hoogste één jaar gevangenisstraf (art. 369 lid 1 Sv) |
| Meervoudige kamer | drie rechters | zwaardere en complexere misdrijfzaken | geen bijzondere begrenzing |
Bron: Wetboek van Strafvordering, artikelen 368, 369 en 382, en de Wet op de rechterlijke organisatie, artikel 51, wetten.overheid.nl.
De politierechter doet in de regel direct na de behandeling mondeling uitspraak. Dat is prettig — u weet meteen waar u aan toe bent — maar het betekent ook dat het hele verweer in één zitting moet passen, vaak binnen een half uur tot een uur.
De politierechter kan de zaak doorschuiven. Artikel 369 lid 2 Sv bepaalt dat hij de zaak naar de meervoudige kamer verwijst als hij oordeelt dat die haar moet behandelen, en dat hij dat in elk geval doet wanneer terbeschikkingstelling (artikel 37a Sr) of de ISD-maatregel (artikel 38m Sr) in overweging moet worden genomen. Andersom komt ook voor: een zaak die op de meervoudige zitting eenvoudig blijkt, kan alsnog door de politierechter worden afgedaan.
Denk niet: "het is maar de politierechter." Een jaar gevangenisstraf is een jaar. Bovendien staan in die zittingszaal vaak ook een vordering van de benadeelde partij, een rijontzegging of een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op het spel, met gevolgen die veel langer doorwerken dan de zitting zelf.
Hoe verloopt een strafzitting, en wat wordt er van mij verwacht?
De zitting is openbaar en volgt een vaste volgorde: de rechter stelt vast wie u bent, de officier van justitie leest de tenlastelegging voor, de zaak wordt inhoudelijk besproken, het slachtoffer kan spreken, de officier eist een straf, uw advocaat pleit, en u heeft als laatste het woord. Van u wordt niets méér verwacht dan aanwezig zijn en antwoorden op wat u wilt beantwoorden — het zwijgrecht geldt ook op zitting.
Dat de behandeling in het openbaar plaatsvindt, staat in artikel 269 lid 1 Sv; de rechtbank kan gehele of gedeeltelijke behandeling met gesloten deuren bevelen, onder meer in het belang van de goede zeden, de openbare orde, de belangen van minderjarigen of de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen.
De rechter beslist aan het eind volgens een vast schema. Eerst de formele vragen van artikel 348 Sv: is de dagvaarding geldig, is de rechter bevoegd, is de officier van justitie ontvankelijk, en zijn er redenen de vervolging te schorsen? Daarna de inhoudelijke vragen van artikel 350 Sv: is bewezen dat u het feit heeft begaan, welk strafbaar feit levert dat op, bent u strafbaar, en welke straf of maatregel wordt opgelegd? Dat schema is de ruggengraat van elk pleidooi.
Praktische aandachtspunten:
- Kom op tijd en kom netjes. Het klinkt banaal; het is het eerste wat de rechter van u ziet.
- Antwoord op de vraag die gesteld wordt. Lange uitweidingen kosten de goodwill die u nodig heeft bij de strafmaat.
- Bereid uw laatste woord voor. Dat is uw enige onbegrensde moment. Erkenning waar die past, en concreet wat u sindsdien heeft veranderd, doet meer dan een pleidooi over de feiten.
- Neem uw stukken mee. Bewijs van werk, behandeling, schuldregeling of een stabiele woonsituatie hoort niet alleen genoemd, maar overgelegd te worden.
- Reken op uitloop. Zittingen lopen vrijwel altijd uit; neem de hele dag vrij.
Welke straffen en maatregelen kan de rechter opleggen?
De wet kent vier hoofdstraffen — gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf en geldboete — plus bijkomende straffen en een reeks maatregelen, en de rechter kan die vrijwel altijd geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk opleggen. Wat er in uw zaak realistisch is, hangt af van het feit, uw documentatie en uw persoonlijke omstandigheden; oriëntatiepunten uit de rechtspraak geven daarbij richting, maar de rechter is daar niet aan gebonden.
De hoofdstraffen staan in artikel 9 Sr. Bijkomende straffen zijn ontzetting van bepaalde rechten, verbeurdverklaring en openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Enkele grenzen die vaak van belang zijn:
| Straf of maatregel | Kern | Grondslag |
|---|---|---|
| Taakstraf | onbetaalde arbeid, ten hoogste 240 uren | art. 22c Sr |
| Geldboete | zes categorieën, met een wettelijk maximum per categorie dat elke twee jaar wordt geïndexeerd | art. 23 Sr |
| Voorwaardelijke straf | mogelijk bij gevangenisstraf tot twee jaar geheel, en bij twee tot vier jaar voor een deel van ten hoogste twee jaar | art. 14a Sr |
| Schadevergoedingsmaatregel | betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, mogelijk voor zover u civielrechtelijk aansprakelijk bent | art. 36f Sr |
| Terbeschikkingstelling | bij een stoornis ten tijde van het feit en een misdrijf met vier jaar of meer, op advies van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, waaronder een psychiater | art. 37a Sr |
Bron: Wetboek van Strafrecht, artikelen 9, 14a, 22c, 23, 36f en 37a, wetten.overheid.nl.
Wij noemen op deze pagina bewust geen bedragen per boetecategorie en geen "gebruikelijke" strafhoogtes per delict. De boetebedragen worden periodiek geïndexeerd, en getallen die op internet circuleren zijn daardoor snel verouderd. Belangrijker nog: de spreiding binnen één delictsoort is zo groot dat een gemiddelde u eerder misleidt dan helpt.
Waar de meeste winst zit, is niet in de kwalificatie maar in de modaliteit. Een voorwaardelijke straf in plaats van een onvoorwaardelijke, een taakstraf in plaats van detentie, of bijzondere voorwaarden die aansluiten bij een behandeling die u al volgt: dat is doorgaans het speelveld waarop een strafzaak wordt gewonnen of verloren.
Wat betekent een veroordeling voor mijn strafblad en mijn VOG?
Een veroordeling en ook een strafbeschikking komen in de justitiële documentatie te staan, en dat kan een verklaring omtrent het gedrag in de weg staan — maar niet elk strafbaar feit blokkeert elke VOG, want beoordeeld wordt of het feit, indien herhaald, aan het doel waarvoor de VOG wordt gevraagd in de weg zou staan.
De maatstaf staat in de wet. Artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens omschrijft de VOG als een verklaring dat uit onderzoek naar het gedrag van betrokkene, gelet op het risico voor de samenleving in verband met het doel waarvoor de afgifte is gevraagd en na afweging van het belang van betrokkene, niet is gebleken van bezwaren. Artikel 35 lid 1 Wjsg bepaalt dat de afgifte wordt geweigerd indien in de justitiële documentatie een strafbaar feit is vermeld dat, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving en de overige omstandigheden van het geval, aan dat doel in de weg zal staan. Feiten die zijn afgedaan met een onherroepelijke vrijspraak worden niet in het oordeel betrokken (artikel 35 lid 3 Wjsg).
De standaard terugkijktermijn bij de beoordeling van een VOG-aanvraag is vier jaar, met uitzonderingen waarin langer of onbeperkt wordt teruggekeken — onder meer bij zedendelicten en bij bepaalde functies. Worden binnen de terugkijktermijn relevante gegevens gevonden, dan worden ook relevante gegevens daarbuiten in de belangenafweging betrokken. Bron: Justis, terugkijktermijnen en beoordeling van een VOG-aanvraag.
De terugkijktermijn is iets anders dan de bewaartermijn. Hoelang uw gegevens in de justitiële documentatie blijven staan, is geregeld in artikel 4 Wjsg en loopt bij misdrijven in beginsel van twintig jaar (bij misdrijven waarop minder dan zes jaar staat) tot dertig jaar (bij zes jaar of meer), met verlenging bij een volgende veroordeling en aanzienlijk langere termijnen bij zeer zware feiten en zedenmisdrijven. Uw strafblad verdwijnt dus niet zodra de VOG-terugkijktermijn is verstreken; het weegt alleen niet langer op dezelfde manier mee.
Wat dit praktisch betekent: een strafbeschikking accepteren omdat "het maar een boete is", kan jaren later een baan in de zorg, het onderwijs, de beveiliging of de financiële sector kosten. Weegt u het risico op een VOG-weigering mee vóórdat u betaalt of vóórdat u ter zitting kiest voor een snelle afdoening — daarna is die keuze gemaakt.
Hoger beroep in het strafrecht: welke termijn geldt?
Hoger beroep moet in de regel binnen veertien dagen na de einduitspraak worden ingesteld, en u doet dat door een verklaring op de griffie van het gerecht dat het vonnis heeft gewezen — of via uw advocaat, die verklaart daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn. Deze termijn is fataal: te laat is te laat, hoe sterk uw zaak inhoudelijk ook is.
Artikel 408 lid 1 Sv koppelt de termijn van veertien dagen na de einduitspraak aan de situaties waarin u wist of moest weten wanneer de zitting was: de dagvaarding is aan u in persoon betekend, u bent op de zitting verschenen, of er heeft zich anderszins een omstandigheid voorgedaan waaruit voortvloeit dat de zittingsdag u tevoren bekend was. In andere gevallen geldt op grond van artikel 408 lid 2 Sv een termijn van veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak u bekend is.
De wijze van instellen staat in de artikelen 449 en 450 Sv: een verklaring op de griffie, of door tussenkomst van een advocaat die verklaart bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn, dan wel van een schriftelijk bij bijzondere volmacht gemachtigde. Voor een aangehouden verdachte kan het ook per aangetekende brief aan diezelfde griffie (artikel 449 lid 2 Sv).
Niet elke zaak is vatbaar voor hoger beroep. Bij overtredingen staat op grond van artikel 404 lid 2 Sv geen hoger beroep open wanneer met toepassing van artikel 9a Sr geen straf of maatregel werd opgelegd, of wanneer geen andere straf werd opgelegd dan een geldboete tot ten hoogste € 50 (bij meerdere boetes: gezamenlijk € 50). Ook geldt dat u alleen in beroep kunt van de feiten waarvan u niet volledig bent vrijgesproken.
Bron: Wetboek van Strafvordering, artikelen 404, 408, 449 en 450, wetten.overheid.nl.
Praktisch: stel het hoger beroep in en beslis daarna. U kunt het beroep later nog intrekken; u kunt een verstreken termijn niet herstellen. Het gerechtshof behandelt de zaak opnieuw, en dat betekent ook dat de uitkomst zowel gunstiger als ongunstiger kan uitvallen dan in eerste aanleg. Die afweging maakt u met uw advocaat — binnen de veertien dagen.
Doorrijden na een aanrijding: wat is precies strafbaar?
Strafbaar is niet het ongeval zelf, maar het verlaten van de plaats van het ongeval terwijl u weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat er letsel of schade aan een ander is toegebracht — tenzij u ter plaatse behoorlijk de gelegenheid heeft geboden om uw identiteit vast te stellen. Dat is de kern van artikel 7 van de Wegenverkeerswet 1994, en het is precies de reden waarom een briefje achter de ruitenwisser met uw naam en telefoonnummer u in beginsel buiten dit verbod houdt, terwijl wegrijden zonder iets achter te laten dat niet doet.
Artikel 7 lid 1 WVW 1994 verbiedt het verlaten van de plaats van het ongeval indien daarbij, naar de betrokkene weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een ander is gedood of letsel is toegebracht (onderdeel a), schade aan een ander is toegebracht (onderdeel b), of een gewonde in hulpeloze toestand wordt achtergelaten (onderdeel c). Lid 2 bevat de uitzondering: het verbod geldt niet voor degene die op de plaats van het ongeval behoorlijk de gelegenheid heeft geboden tot vaststelling van zijn identiteit en, als hij een motorrijtuig bestuurde, ook van de identiteit van dat motorrijtuig.
De strafbedreiging verschilt sterk naar gelang het gevolg. Op grond van artikel 176 WVW 1994 wordt overtreding van artikel 7 lid 1 onderdelen a en c bestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of een geldboete van de vierde categorie; overtreding van onderdeel b — de variant waarbij alleen schade is toegebracht — met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de derde categorie.
Twee naburige bepalingen komen in deze zaken vaak mee: artikel 5 WVW 1994 (het veroorzaken van gevaar of hinder op de weg) en artikel 6 WVW 1994 (het door schuld veroorzaken van een verkeersongeval met de dood, zwaar lichamelijk letsel of letsel met tijdelijke ziekte of verhindering tot gevolg). Het verschil tussen artikel 5 en artikel 6 — gevaarzetting tegenover verwijtbare schuld met letselgevolg — is in de praktijk het belangrijkste twistpunt in verkeersstrafzaken, omdat het de strafmaat en de rijontzegging bepaalt.
Bron: Wegenverkeerswet 1994, artikelen 5, 6, 7 en 176, wetten.overheid.nl.
Doet u aangifte omdat u zelf bent aangereden en de tegenpartij is doorgereden? Meld het zo snel mogelijk, noteer kenteken, kleur, merk en richting, en vraag omstanders om hun gegevens. Voor uw eigen schade loopt daarnaast een civiel spoor. Is er letsel, dan geldt de bijzondere bescherming van verkeersslachtoffers; lees daarvoor verder op onze pagina over smartengeld bij letselschade.
Jeugdstrafrecht: wat is anders voor jongeren?
Voor wie ten tijde van het feit twaalf jaar of ouder maar nog geen achttien was, geldt een eigen sanctiestelsel met eigen maxima; daarnaast kan de rechter het jeugdstrafrecht toepassen op jongvolwassenen tot drieëntwintig jaar. Beneden de twaalf jaar is strafvervolging niet mogelijk.
Artikel 77a Sr schakelt voor twaalf- tot achttienjarigen de gewone sanctiebepalingen uit en verklaart de bijzondere bepalingen van de artikelen 77d tot en met 77gg van toepassing. De vrijheidsstraf heet dan jeugddetentie, en de maxima staan in artikel 77i Sr: voor wie ten tijde van het misdrijf nog geen zestien was ten hoogste twaalf maanden, en overigens ten hoogste vierentwintig maanden.
Artikel 77c Sr bevat het adolescentenstrafrecht: bij een jongvolwassene die ten tijde van het feit achttien maar nog geen drieëntwintig jaar was, kan de rechter recht doen volgens het jeugdstrafrecht als hij daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan. Andersom kan bij een zestien- of zeventienjarige onder omstandigheden het volwassenenstrafrecht worden toegepast.
Procedureel gelden extra waarborgen. Is een minderjarige verdachte aangehouden, dan wordt de raad voor rechtsbijstand direct in kennis gesteld opdat een raadsman wordt aangewezen (artikel 489 lid 1 Sv) — bij jeugdigen is dat dus niet afhankelijk van de vraag of het feit voorlopige hechtenis toelaat. Bij inverzekeringstelling wordt bovendien de raad voor de kinderbescherming onverwijld ingelicht, die zo spoedig mogelijk rapporteert; de officier van justitie slaat op die rapportage acht voordat hij bewaring vordert (artikel 490 leden 1 en 2 Sv).
Bron: Wetboek van Strafrecht, artikelen 77a, 77c en 77i, en Wetboek van Strafvordering, artikelen 489 en 490, wetten.overheid.nl.
Voor ouders is één ding belangrijk: het feit dat een jeugdzaak "licht" wordt afgedaan, betekent niet dat er geen registratie plaatsvindt. Ook een jeugdige veroordeling of strafbeschikking komt in de justitiële documentatie en kan jaren later bij een VOG-aanvraag opduiken. Dat is precies waarom de keuze tussen accepteren en verweer voeren ook bij jeugdzaken een advocaat verdient.
Mijn spullen zijn in beslag genomen — krijg ik ze terug?
Voorwerpen mogen in beslag worden genomen als ze kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer; is dat belang er niet meer, dan moet het beslag worden beëindigd en het voorwerp worden teruggegeven. Blijft teruggave uit, dan kunt u een klaagschrift indienen bij de rechtbank.
De grondslag voor inbeslagneming staat in artikel 94 Sv. Van elke inbeslagneming wordt een kennisgeving opgemaakt en aan degene bij wie is beslagen wordt zoveel mogelijk een bewijs van ontvangst afgegeven (artikel 94 lid 3 Sv). Vervolgens beslist de (hulp)officier van justitie over het voortduren van het beslag; is het strafvorderlijk belang niet of niet meer aanwezig, dan beëindigt hij het beslag en geeft hij het voorwerp onverwijld terug (artikel 116 lid 1 Sv).
Blijft dat uit, dan biedt artikel 552a Sv de weg: belanghebbenden kunnen zich schriftelijk beklagen over de inbeslagneming en over het uitblijven van een last tot teruggave. Het klaagschrift moet zo spoedig mogelijk worden ingediend; is er nog geen vervolging ingesteld, dan in elk geval binnen twee jaar na de inbeslagneming (artikel 552a lid 4 Sv). Loopt de zaak wel, dan is het klaagschrift niet-ontvankelijk als het wordt ingediend meer dan drie maanden nadat de vervolgde zaak tot een einde is gekomen (artikel 552a lid 3 Sv).
Let op de afstandsverklaring. Artikel 116 lid 2 Sv laat toe dat u schriftelijk afstand doet van een voorwerp, waarna het kan worden vernietigd of aan een ander kan worden teruggegeven. Zo'n verklaring wordt in de praktijk snel voorgelegd, soms in dezelfde stapel papieren als de rest. Teken haar niet zonder te weten wat u weggeeft: een auto, een telefoon of contant geld is daarna in beginsel weg.
Ik ben slachtoffer: aangifte, voeging en het Schadefonds
Als slachtoffer kunt u aangifte doen, u met uw schadevordering voegen in de strafzaak tegen de verdachte, en bij een geweldsmisdrijf een tegemoetkoming aanvragen bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven — die drie sporen kunnen naast elkaar lopen.
Aangifte. Aangifte kan mondeling of schriftelijk bij de bevoegde ambtenaar; een mondelinge aangifte wordt op schrift gesteld en na voorlezing ondertekend, en u ontvangt een kopie van de aangifte of van het proces-verbaal daarvan (artikel 163 Sv). Begrijpt of spreekt u het Nederlands onvoldoende, dan wordt u in staat gesteld aangifte te doen in een taal die u wel begrijpt, of krijgt u taalkundige bijstand.
Wordt er niet vervolgd? Dan kan de rechtstreeks belanghebbende daarover schriftelijk beklag doen bij het gerechtshof — ook wanneer de vervolging plaatsvindt door het uitvaardigen van een strafbeschikking (artikel 12 Sv). Dat is de zogenoemde artikel 12-procedure.
Voeging als benadeelde partij. Wie rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, kan zich met zijn vordering tot schadevergoeding voegen in het strafproces (artikel 51f lid 1 Sv); dat kan ook voor een deel van de vordering. Bij overlijden of letsel kunnen ook bepaalde nabestaanden en naasten zich voegen (artikel 51f lid 2 Sv). Voegen is kosteloos, en wijst de rechter de vordering toe, dan kan hij daarnaast de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr opleggen: de veroordeelde moet dan aan de staat betalen, die het bedrag doorbetaalt aan u.
Die maatregel kent een voorschotregeling. Artikel 6:4:2 lid 7 Sv bepaalt dat wanneer de veroordeelde acht maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis niet of niet volledig heeft betaald, de staat het resterende bedrag aan het slachtoffer uitkeert en het vervolgens zelf op de veroordeelde verhaalt. Op grond van artikel 4:14 lid 2 van het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen geldt daarbij in beginsel een maximum van € 5.000, dat vervalt bij veroordelingen voor een reeks gewelds- en zedenmisdrijven — daar wordt het volledige bedrag voorgeschoten.
De belangrijkste beperking is de onevenredige belasting. Artikel 361 lid 3 Sv bepaalt dat de rechtbank de benadeelde partij geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk kan verklaren wanneer behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert; de vordering kan dan alleen nog bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. De rechtbank Noord-Holland vatte het criterium zo samen: op grond van artikel 361 lid 3 Sv kan de rechter bepalen dat de vordering geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk is indien de behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert (ECLI:NL:RBNHO:2026:7635). In de praktijk raakt dit vooral complexe letselschade met een discussie over causaliteit of over toekomstige schade — precies het type zaak dat in een strafzitting van een uur niet uit te zoeken valt.
Spreekrecht. Bij de in artikel 51e Sv genoemde misdrijven — kort gezegd feiten waarop acht jaar of meer staat, plus een reeks met name genoemde delicten — kunt u ter zitting een verklaring afleggen. Het voornemen daartoe meldt u vóór de zitting schriftelijk aan de officier van justitie.
Schadefonds Geweldsmisdrijven. Bent u slachtoffer van een opzettelijk geweldsmisdrijf met ernstig letsel, dan kunt u een tegemoetkoming aanvragen, ook als de dader onbekend of onvermogend is. De aanvraagtermijn staat in artikel 7 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven: tien jaar na de dag waarop het misdrijf is gepleegd (bij nabestaanden: tien jaar na de dag van overlijden), met een uitzondering voor een aanvraag die zo spoedig is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd. Het fonds werkt met zes letselcategorieën, met tegemoetkomingen van € 1.000, € 2.500, € 5.000, € 10.000, € 20.000 en € 35.000; naasten en nabestaanden krijgen een vast bedrag van € 5.000. Het is een tegemoetkoming, geen volledige schadevergoeding, en wordt in de regel verrekend met wat u later van de dader ontvangt.
Loopt uw zaak ook civielrechtelijk — bijvoorbeeld omdat er blijvend letsel is — lees dan verder op onze pagina over smartengeld bij letselschade, waar de schadeposten, de verjaringstermijnen en het onderscheid tussen affectieschade en shockschade uitgebreid aan de orde komen.
Wat kost een strafrechtadvocaat? Piket, toevoeging en gekozen raadsman
Wordt u aangehouden, dan is de bijstand van de piketadvocaat in beginsel kosteloos; kiest u zelf een advocaat, dan hangen de kosten af van of u in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand of dat u op uurtarief betaalt. Het idee dat u zich in de eerste uren geen advocaat kunt veroorloven, is een van de duurste misverstanden in het strafrecht.
De grondslag staat in artikel 43 van de Wet op de rechtsbijstand: in de gevallen waarin krachtens het Wetboek van Strafrecht of het Wetboek van Strafvordering voor een verdachte een raadsman door het bestuur van de raad voor rechtsbijstand wordt aangewezen of op last van de rechter wordt toegevoegd, is die bijstand kosteloos. Die kosteloosheid geldt niet voor de bijstand tijdens het verhoor bedoeld in artikel 28d Sv bij een feit waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten.
Eén nuance die zelden wordt genoemd. Artikel 43 lid 3 Wrb bepaalt dat wanneer een raadsman is aangewezen krachtens de artikelen 39, 40 of 41 Sv en de uitspraak onherroepelijk is geworden, het bestuur van de raad voor rechtsbijstand het bedrag van de vergoeding kan vorderen van de veroordeelde wiens financiële draagkracht de in artikel 34 Wrb genoemde bedragen overschrijdt. "Kosteloos" betekent dus: kosteloos op het moment dat u het nodig heeft, met een mogelijke naheffing als u wordt veroordeeld én voldoende draagkracht heeft.
| Vorm | Hoe het werkt | Waar u op moet letten |
|---|---|---|
| Piketadvocaat | wordt aangewezen door de raad voor rechtsbijstand na melding van uw aanhouding (art. 39 Sv) | u kunt een voorkeur voor een bepaalde advocaat opgeven (art. 39 lid 2 Sv) |
| Aanwijzing bij bewaring of gevangenneming | wordt aangewezen zodra bewaring of gevangenneming is bevolen of gevorderd (art. 40 Sv) | de piketaanwijzing eindigt met het aflopen van de inverzekeringstelling (art. 39 lid 4 Sv); voor het vervolg is een nieuwe aanwijzing of toevoeging nodig |
| Toevoeging (gefinancierde rechtsbijstand) | via de Raad voor Rechtsbijstand, met een eigen bijdrage | inkomens- en vermogensgrenzen; laat tijdig aanvragen |
| Gekozen raadsman op uurtarief | u kiest zelf en betaalt zelf | vraag vooraf om een inschatting van het aantal uren per fase en om tussentijdse afspraken |
| Wisselen van advocaat | op verzoek van de verdachte of de raadsman kan een andere raadsman worden aangewezen (art. 44 lid 3 Sv) | doe dat vroeg, niet vlak voor de zitting |
Piketadvocaat of gekozen raadsman? De piketadvocaat is een strafrechtadvocaat met dienst, die u in de eerste uren bijstaat. Dat is geen mindere bijstand — maar hij kent uw zaak nog niet en zijn aanwijzing eindigt van rechtswege met de inverzekeringstelling. Wilt u dat één advocaat uw zaak van begin tot eind doet, geef dan bij uw aanhouding zijn naam op, of regel na uw invrijheidstelling meteen wie het overneemt.
Wanneer heeft u zeker een strafrechtadvocaat nodig?
Bij elke aanhouding, en bij elke dagvaarding of strafbeschikking waarvan de gevolgen verder reiken dan het bedrag dat erop staat. Dit zijn de signalen waarbij het verschil tussen wel en geen deskundige bijstand het grootst is.
| Signaal | Waarom het telt |
|---|---|
| U zit vast en er komt een verhoor | het consultatierecht en de verhoorbijstand zijn juist hier bepalend |
| Het OM vordert bewaring of gevangenhouding | de gevallen, de ernstige bezwaren en de gronden zijn allemaal aanvechtbaar |
| Uw baan vraagt een VOG | een schijnbaar kleine afdoening kan uw beroep raken |
| Er is letsel of een benadeelde partij | naast de straf loopt een schadevordering met eigen regels |
| U bent minderjarig of jongvolwassen | het jeugdstrafrecht en het adolescentenstrafrecht kennen eigen maxima en waarborgen |
| U begrijpt het Nederlands onvoldoende | u heeft recht op vertolking en op vertaling van kernstukken |
| Er is rijbevoegdheid in het geding | een rijontzegging raakt vaak direct uw werk |
| Er zijn spullen in beslag genomen | de klaagschriftprocedure kent eigen termijnen |
| U overweegt te betalen of te tekenen | betalen van een strafbeschikking is afstand doen van verzet |
| U wilt in hoger beroep | de termijn van veertien dagen is fataal |
Veelgemaakte fouten van verdachten:
- Verklaren voordat u een advocaat heeft gesproken. Dit is de fout die achteraf het vaakst onherstelbaar blijkt.
- Afstand doen van rechtsbijstand om "het sneller af te handelen". De twee uur die u wint, kost u vaak de zaak.
- De strafbeschikking betalen. Betalen is afstand doen van de bevoegdheid tot verzet (artikel 257e lid 1 Sv).
- De dagvaarding laten liggen. De zaak gaat door, ook zonder u.
- Niet verschijnen op de zitting. Uw persoonlijke omstandigheden komen dan niet op tafel.
- Een afstandsverklaring tekenen over inbeslaggenomen goederen. Wat weg is, is in beginsel weg.
- De beroepstermijn laten verlopen. Veertien dagen, en er is geen coulance.
- Social media. Berichten en foto's belanden in dossiers, ook jaren later.
- Met medeverdachten afstemmen. Dat levert een nieuw strafbaar feit op en versterkt de verdenking.
- Denken dat een kleine zaak geen gevolgen heeft. De registratie, de VOG en de recidivegrond van artikel 67a Sv werken jaren door.
Checklist: wat te doen, in welke volgorde
Bent u aangehouden:
- Maak gebruik van uw zwijgrecht en zeg dat ook.
- Vraag om een advocaat; noem er een als u een voorkeur heeft.
- Lees de schriftelijke mededeling van rechten (artikel 27c Sv) en houd hem.
- Laat iemand waarschuwen.
- Noteer het tijdstip van aanhouding en van elk verhoor.
- Verklaar niets voordat u uw advocaat heeft gesproken.
Bent u in verzekering gesteld:
- Bespreek met uw advocaat wat u bij de rechter-commissaris wilt zeggen.
- Verzoek zo nodig uitdrukkelijk om invrijheidstelling (artikel 59a lid 4 Sv).
- Verzamel via uw naasten wat uw persoonlijke situatie onderbouwt: werk, woning, zorgtaken, behandeling.
Heeft u een strafbeschikking of dagvaarding ontvangen:
- Noteer de datum van ontvangst en reken de termijn uit — veertien dagen bij verzet.
- Laat het stuk beoordelen vóórdat u betaalt.
- Vraag de processtukken op.
- Geef onderzoekswensen tijdig op.
- Regel uw stukken voor de zitting: arbeidscontract, behandelverklaring, schuldregeling.
Na de uitspraak:
- Vraag meteen wat er precies is opgelegd en wanneer het onherroepelijk wordt.
- Beslis binnen veertien dagen over hoger beroep; stel het zo nodig in en beslis daarna.
- Laat beoordelen wat de uitspraak betekent voor uw VOG en voor eventuele vervolgprocedures.
Over dit advies
Arslan Advocaten staat verdachten en slachtoffers bij vanuit kantoren in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Tilburg en Eindhoven. Wij zijn bereikbaar voor aanhoudingen en verhoren, staan u bij bij de rechter-commissaris, in raadkamer en op zitting, en behandelen verzet tegen strafbeschikkingen en hoger beroep. Naast Nederlands spreken wij Turks en Pools.
Bel 070 450 0300 of stuur ons uw vraag via het contactformulier. Zit u of zit een naaste vast, bel dan direct — in de eerste uren valt de meeste schade te voorkomen.
Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies over uw eigen zaak. Aan de genoemde uitgangspunten kunnen geen rechten worden ontleend.