Bent u ziek, dan moet uw werkgever in beginsel 104 weken lang minimaal 70% van uw loon doorbetalen (artikel 7:629 BW). De eerste 52 weken is dat ten minste het voor u geldende wettelijk minimumloon. Stopt of vermindert hij de betaling, dan moet hij u dat onverwijld hebben laten weten, met de reden erbij — doet hij dat niet, dan kan hij zich er later niet meer op beroepen.
Wat u nu kunt doen
- Vraag schriftelijk om de reden van de loonstop of opschorting, en om de datum waarop u die is meegedeeld.
- Vraag een deskundigenoordeel aan bij het UWV over uw arbeidsongeschiktheid of over uw re-integratie-inspanningen.
- Stel uw werkgever schriftelijk in gebreke en eis het achterstallige loon, met een concrete betaaltermijn.
- Verzamel uw loonstroken, arbeidsovereenkomst, cao, alle e-mails en de verslagen van de bedrijfsarts.
- Blijf ondertussen meewerken aan controle en re-integratie — weigeren is zelf een grond om het loon te stoppen.
Hoeveel loon moet mijn werkgever doorbetalen?
Minimaal 70% van uw loon, gedurende ten hoogste 104 weken, en de eerste 52 weken ten minste het minimumloon dat voor u geldt. Dat staat in artikel 7:629 lid 1 BW. Er geldt een bovengrens: over het deel van uw loon boven het maximumdagloon uit de Wet financiering sociale verzekeringen hoeft niet te worden doorbetaald. In uw contract mag zijn afgesproken dat de eerste twee dagen onbetaald blijven (wachtdagen), maar meer dan twee dagen mag niet.
Kan een cao meer regelen dan 70%?
Ja, en dat gebeurt vaak: veel cao's schrijven 100% in het eerste ziektejaar voor en bijvoorbeeld 70% in het tweede. De wet is een bodem, geen plafond — afwijken ten nadele van u mag vrijwel niet, afwijken ten gunste van u mag altijd. Kijk dus eerst welke cao op u van toepassing is en wat daar over ziekte staat. Ook uw eigen arbeidsovereenkomst of een personeelsreglement kan een hoger percentage bevatten.
Wanneer mag mijn werkgever het loon écht stopzetten?
Alleen in de gevallen van artikel 7:629 lid 3 BW: onder meer als u zonder deugdelijke grond passende arbeid weigert, uw genezing belemmert, niet meewerkt aan redelijke re-integratievoorschriften of aan het plan van aanpak, of als u de ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt. In die gevallen vervalt uw recht op loon over de tijd dat die situatie duurt. Herstelt u uw gedrag, dan herleeft het recht vanaf dat moment — een loonstop is geen straf met terugwerkende kracht over de hele periode. Ook hier geldt de mededelingsplicht van lid 7.
Opschorten en stopzetten — wat is het verschil?
Opschorten betekent uitstel van betaling, stopzetten betekent verlies van het recht op loon; het zijn twee verschillende bevoegdheden met verschillende gronden. Opschorten mag uw werkgever op grond van lid 6 uitsluitend als u zich niet houdt aan zijn schriftelijk gegeven redelijke controlevoorschriften — u bent niet bereikbaar, u komt niet op het spreekuur van de bedrijfsarts. Blijkt daarna dat u wel degelijk ziek was, dan moet het opgeschorte loon alsnog volledig worden betaald. Bij een loonstop op grond van lid 3 krijgt u dat loon niet meer.
Dat onderscheid wordt in de praktijk vaak door elkaar gehaald. In een uitspraak van de rechtbank Limburg (ECLI:NL:RBLIM:2019:2590) had een werkgever het over "opschorting", terwijl de aangevoerde grond in lid 3 stond; de kantonrechter overwoog dat van opschorting alleen sprake kan zijn als de verzuimvoorschriften van lid 6 niet worden nageleefd.
Ter illustratie. Een werknemer meldt zich ziek en mist twee keer een afspraak bij de bedrijfsarts. De werkgever schrijft dat hij "het loon stopzet". Later blijkt uit het oordeel van de bedrijfsarts dat de werknemer al die tijd arbeidsongeschikt was. Omdat het gemiste spreekuur een controlevoorschrift betreft, kon de werkgever de betaling hooguit opschorten — en opgeschort loon moet alsnog worden voldaan zodra de ziekte vaststaat. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.
Wat is een deskundigenoordeel en waarom heb ik het nodig?
Zonder verklaring van een door het UWV benoemde deskundige wijst de rechter uw loonvordering in beginsel af (artikel 7:629a BW). Die verklaring gaat over de vraag of u verhinderd was uw werk of ander passend werk te doen, of over de nakoming van uw re-integratieverplichtingen. De uitzondering geldt als uw werkgever de arbeidsongeschiktheid helemaal niet betwist, of als het overleggen van de verklaring redelijkerwijs niet van u kan worden gevergd. Vraag het oordeel dus tijdig aan: het kost weken en zonder dat stuk staat u met lege handen.
Welke termijnen gelden er?
Uw vordering tot loonbetaling verjaart na vijf jaar, gerekend vanaf de dag na de dag waarop de betaling opeisbaar werd (artikel 3:308 BW). Wordt het loon te laat betaald en is dat aan uw werkgever te wijten, dan heeft u daarnaast recht op de wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW: vanaf de vierde werkdag na de betaaldag 5% per dag, daarna 1% per dag, met een maximum van de helft van het verschuldigde bedrag. De rechter kan die verhoging matigen. Meer over het opeisen zelf leest u op onze pagina over de loonvordering.
Wanneer het misgaat
U laat het maandenlang lopen. Het loon staat niet op uw rekening, u wacht op een oplossing, en ondertussen loopt de achterstand op terwijl uw werkgever zich beroept op stilzwijgende instemming. Reageer schriftelijk, meteen.
U stapt naar de rechter zonder deskundigenoordeel. Dan volgt in beginsel een afwijzing op grond van artikel 7:629a BW — en die tijd bent u kwijt.
U stopt met meewerken uit protest. Niet verschijnen bij de bedrijfsarts of re-integratie weigeren geeft uw werkgever alsnog een grond om het loon op te schorten of te stoppen. Hoe onterecht de eerste loonstop ook was: blijf uw eigen verplichtingen nakomen.
Uw situatie voorleggen
Bel 070 450 0300 of stuur uw stukken via arslan.nl/contact. Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Wij hebben zes vestigingen en helpen u ook in het Turks, Pools en Engels.