Illustratie van een advocaat en cliënt die ongevalsfoto's en gele sporen op een vangrail onderzoeken.

ASR beschuldigt automobilist van fraude: rechter wijst onderzoekskosten af

24 oktober 2026
Foto van Arslan Advocaten

Arslan Advocaten

Snel hulp nodig?
Drag & Drop Files, Choose Files to Upload Je kunt tot 5 bestanden uploaden.

Kies een vestiging

Wij gebruiken uw gegevens alleen om contact met u op te nemen over uw vraag. Lees hoe wij daarmee omgaan in onze privacyverklaring.

Uit de praktijk · Eigen zaak · Verzekeringsrecht

Moet u de onderzoekskosten van een verzekeraar betalen zodra deze u van fraude beschuldigt? Nee. Een fraudeverwijt is nog geen bewezen aansprakelijkheid voor die kosten. In een zaak waarin mr. Onur Arslan een automobilist bijstond, wees de rechtbank Midden-Nederland ASR’s vordering van € 7.723,08 aan onderzoekskosten en € 920,99 aan incassokosten af. ASR moest bovendien de proceskosten betalen.

Het vonnis van 23 juni 2021 is bijzonder vanwege de kritiek op het onderzoek. ASR bleef na bepaalde risicosignalen zoeken naar inconsistenties, terwijl het oorspronkelijke vermoeden van een geënsceneerde aanrijding niet werd bewezen. Een mogelijke verklaring voor gele sporen op de auto was onvoldoende onderzocht. De rechter noemde de gang van zaken opmerkelijk en sprak over een ‘volhardende zoektocht’.

Het resultaat in deze eigen zaak

Rechtbank: Midden-Nederland, locatie Utrecht. Datum: 23 juni 2021. ECLI: ECLI:NL:RBMNE:2021:2641. Zaaknummer: 8911993 UC EXPL 20-10138. Gemachtigde van de automobilist: mr. O. Arslan.

De rechter wees de vorderingen van ASR af en veroordeelde de verzekeraar in € 622 proceskosten. Het ging om een succesvol verweer tegen een geldvordering. De rechter beval in dit vonnis niet afzonderlijk om registraties te verwijderen en stelde ook niet de volledige autoschade vast. Dat onderscheid voorkomt dat een gunstige uitspraak een ruimere betekenis krijgt dan de beslissing draagt.

Van aanrijding naar fraudebeschuldiging

De automobilist reed in een zwarte Mercedes die eigendom was van zijn ouders. Hij raakte betrokken bij een botsing met een witte Ford, verzekerd bij ASR. Op het gezamenlijk ingevulde aanrijdingsformulier stond dat de bestuurder van de Ford de bocht te ruim had genomen en op de verkeerde weghelft terechtkwam. De Mercedes werd linksachter geraakt en botste met de rechterzijde tegen een vangrail.

ASR liet onderzoek doen. De verzekeraar vermoedde onder meer dat niet alle beschadigingen bij deze aanrijding waren ontstaan. Ook waren gele sporen op de rechterzijde van de Mercedes aangetroffen. Verder zag ASR verschillen tussen verklaringen over getuigen en het schadeformulier. Uiteindelijk verweet de verzekeraar de automobilist dat hij opzettelijk onjuiste informatie had verstrekt.

De stap van zo’n vermoeden naar een terugbetalingsverplichting is echter niet vanzelfsprekend. ASR moest in de procedure duidelijk maken welke onrechtmatige gedraging werd verweten, welke kosten daardoor waren ontstaan en waarom juist de automobilist daarvoor aansprakelijk zou zijn. Het verweer richtte zich daarom niet alleen op de technische bevindingen, maar ook op de juridische grondslag en de volgorde waarin het onderzoek was uitgevoerd.

Gele sporen: een alternatief dat nader onderzoek verdiende

Een opvallend onderdeel van het dossier was het gele materiaal op de auto. Eerst was onderzocht of dat van een bergingsauto afkomstig kon zijn. Die materialen bleken niet overeen te komen. De automobilist had vervolgens zelf op de locatie een gele graffitivlek op de vangrail gezien. Bij aanvullend onderzoek werd bevestigd dat daar graffiti aanwezig was, met zwarte laksporen.

Er volgde een beoordeling waarbij de kleuren op het oog werden vergeleken. Een preciezer onderzoek naar de samenstelling van het materiaal bleef echter uit. De kantonrechter vond dat verder onderzoek juist voor de hand lag: de graffiti met zwarte laksporen bood een plausibele alternatieve verklaring voor het materiaal op de Mercedes.

Ook bij de discussie over oudere schade keek de rechter kritisch naar de onderzoeksmethode. Een conclusie over verschillende stootrichtingen was pas later op basis van foto’s getrokken. Bij een eerdere fysieke inspectie was dat niet vastgesteld. Daarmee was niet zonder meer aangetoond dat de automobilist bewust een onjuiste voorstelling had gegeven.

Deze overwegingen laten zien waarom een deskundigenrapport bij een verzekeringsclaim inhoudelijk moet worden gelezen. Een onderzoeksvraag, een mogelijkheid en een bewezen conclusie zijn verschillende dingen. Een aanwijzing die niet bij het oorspronkelijke vermoeden past, verdient eveneens onderzoek.

Waarom artikel 7:941 lid 5 BW hier niet de oplossing bood

ASR zocht aansluiting bij artikel 7:941 lid 5 BW, de bepaling over opzettelijke misleiding binnen de verhouding tussen een verzekeraar en zijn verzekerde. In deze zaak was de automobilist echter geen verzekerde van ASR. Hij was betrokken bij een aanrijding met iemand die bij ASR was verzekerd. De schade werd dus verhaald op de WAM-verzekeraar van de andere verkeersdeelnemer.

De rechtbank maakte dat onderscheid uitdrukkelijk. De sanctie uit de eigen verzekeringsovereenkomst kon niet zomaar op de benadeelde worden toegepast. De rechter verwees daarvoor naar de Hoge Raad. Of de automobilist tegenover ASR onrechtmatig had gehandeld, moest langs de gewone regels van het aansprakelijkheidsrecht worden beoordeeld.

Dat betekent niet dat een benadeelde onjuiste informatie zou mogen verstrekken. Het betekent dat een verzekeraar de juiste juridische grondslag moet gebruiken. Een discussie met uw eigen verzekeraar kan anders liggen dan een claim tegen de verzekeraar van de veroorzaker. Onze uitleg over bewijslast bij verzekeringsfraude gaat verder in op dat onderscheid.

Doorslaggevend: waarom waren de onderzoekskosten gemaakt?

De kantonrechter liet uiteindelijk in het midden of over bepaalde details onwaar was verklaard. ASR had namelijk onvoldoende duidelijk gemaakt dat de gevorderde onderzoekskosten waren veroorzaakt door juist de verklaringen die zij de automobilist verweet.

De aanleiding voor het onderzoek lag eerst bij de aansprakelijkstelling na het ongeval. Vervolgens was aanvullend onderzoek begonnen vanwege risicosignalen, door ASR aangeduid als ‘red flags’. De later bekritiseerde verklaringen waren dus niet zonder meer de oorzaak van alle kosten. Een onderzoek dat al om andere redenen was gestart, kan niet achteraf integraal aan een vermeende onwaarheid worden toegerekend.

De rechter vond geen aanknopingspunten voor het uitlokken of in scène zetten van de aanrijding. Het ontbreken van voldoende causaal verband tussen de verweten gedraging en de kosten vormde de kern van de afwijzing. Een kostenoverzicht is daarom niet genoeg: ook de reden waarom die kosten voor rekening van deze persoon zouden komen, moet deugdelijk zijn onderbouwd.

Was dit volgens de rechter ‘tunnelvisie’?

De uitspraak wordt goed begrepen als een waarschuwing tegen eenzijdig onderzoek. Het woord ‘tunnelvisie’ staat echter niet letterlijk in het vonnis. Wel beschrijft de kantonrechter hoe ASR na risicosignalen naar inconsistenties bleef zoeken en het oorspronkelijke fraudevermoeden niet hard maakte.

De rechter benadrukte bovendien dat beschuldigingen van fraude en poging tot oplichting voorzichtig moeten worden gehanteerd. Ook vergaande registratiemaatregelen vragen terughoudendheid. We beschrijven die kritiek precies, zonder ervan te maken dat de rechter ieder onderdeel van de schadeclaim heeft goedgekeurd of iedere verklaring definitief juist heeft bevonden.

Wat kunt u doen als een verzekeraar onderzoekskosten terugvordert?

Vraag eerst om de grondslag en specificatie. Bewaar de brief waarin betaling wordt verlangd. Laat vaststellen of het gaat om onderzoekskosten, een vast bedrag, terugbetaling van eerdere uitkeringen of meerdere posten. Vraag welke gedraging de verzekeraar aan de vordering ten grondslag legt. Alleen het etiket ‘fraudeonderzoek’ verklaart nog niet waarom u moet betalen.

Maak vervolgens een tijdlijn. Wanneer ontstond het vermoeden, wanneer werd welke verklaring afgelegd en wanneer gaf de verzekeraar opdracht tot onderzoek? Die volgorde kan belangrijk zijn voor het verband tussen uw handelen en de kosten. Bewaar oorspronkelijke berichten en rapportversies, niet alleen losse citaten uit de laatste brief.

Onderzoek het tegenbewijs gericht. In deze zaak waren de gele sporen een concreet aanknopingspunt. In een ander dossier kan het gaan om een foto, eerdere inspectie of verklaring. Wijs aan welke bevinding wordt bestreden en welke bestaande informatie een andere uitleg ondersteunt. Negeer ongunstige stukken niet: ook die moeten worden meegewogen.

Beoordeel registratie en geldvordering afzonderlijk. Een kostenclaim, beëindiging van een verzekering en een registratie kunnen in dezelfde brief staan, maar vragen niet altijd dezelfde aanpak. Lees ook onze artikelen over onderzoekskosten en SODA-vorderingen en het verwijderen van een EVR-registratie.

Veelgestelde vragen

Mag een verzekeraar nooit onderzoekskosten verhalen?

Dat volgt niet uit dit vonnis. De vordering van ASR strandde op de onderbouwing in deze zaak. Of een andere kostenclaim terecht is, hangt onder meer af van de juridische verhouding, de bewezen gedraging en het verband met de kosten.

Zijn risicosignalen voldoende bewijs van fraude?

Een signaal kan aanleiding geven tot onderzoek, maar is niet hetzelfde als bewijs van het verweten handelen. In deze zaak maakten de aangevoerde signalen het vermoeden van een geënsceneerde aanrijding niet waar.

Heeft de rechter de registratie van de cliënt verwijderd?

De registratie kwam in de motivering aan de orde. Het dictum bevatte echter geen afzonderlijke verwijderingsveroordeling. Het toegewezen resultaat was afwijzing van ASR’s vorderingen en een proceskostenveroordeling.

Betekent de afwijzing dat alle opgegeven schade moest worden uitgekeerd?

Nee. Deze procedure ging over de geldvordering van ASR. De rechter stelde niet in hetzelfde dictum een definitief bedrag voor de volledige autoschade vast.

Laat een fraudeverwijt inhoudelijk beoordelen

Ontvangt u een rekening voor een onderzoek waarvan u de grondslag betwist? Arslan Advocaten kan de vordering, het rapport en de bewijspositie beoordelen. Bekijk onze dienstverlening bij geschillen met verzekeraars of leg de brief aan ons voor. Vermeld ook een eventuele reactietermijn.

Bron: Rb. Midden-Nederland 23 juni 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:2641, met name overwegingen 4.3–4.16 en de beslissing. Voor het onderscheid tussen de benadeelde en de eigen verzekerde: HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1103. Dit artikel beschrijft de gepubliceerde uitspraak, geen vastgesteld later vervolg. De illustratie is symbolisch en toont geen echte procesdeelnemers.


Gerelateerde juridische diensten

Deel dit bericht
Facebook
Twitter
LinkedIn
Snel hulp nodig?