WIA: bezwaar tegen de beoordeling van uw arbeidsongeschiktheid

Kies een vestiging

Snel hulp nodig?

Beslissing van UWV of gemeente? Let op de termijn.

U heeft in beginsel zes weken om bezwaar te maken. Daarna staat de beslissing vast.

  • Heeft u de stukken nog niet? Dien pro forma bezwaar in en vul de gronden later aan.
  • De datum op de brief telt, niet de dag waarop u hem las.
  • Wij schrijven het bezwaar en vragen uw volledige dossier op.

Direct naar uw situatie: In beroep tegen het UWV

Bel 070 450 0300Stuur uw stukken op

Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.

Geschreven door Ömür Arslan, advocaat sociaal zekerheidsrecht bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor huurrecht en sociaal zekerheidsrecht. Laatst bijgewerkt: 1 september 2026.

Hoe werkt een WIA-beoordeling eigenlijk?

Na 104 weken ziekte beoordeelt het UWV op basis van een verzekeringsgeneeskundig én een arbeidskundig onderzoek wat u met uw resterende mogelijkheden nog per uur zou kunnen verdienen, en dat bedrag wordt afgezet tegen wat u vóór uw ziekte per uur verdiende — het verschil is uw arbeidsongeschiktheidspercentage. Dat is de hele beoordeling in één zin, en het is meteen de reden waarom zoveel mensen zich er niet in herkennen: het gaat niet over de vraag of u ziek bent, en ook niet over de vraag of u uw eigen werk nog kunt doen.

De wachttijd staat in artikel 23 lid 1 van de Wet WIA: "Voordat de verzekerde aanspraak kan maken op een uitkering op grond van deze wet geldt voor hem een wachttijd van 104 weken." Die 104 weken worden opgebouwd uit perioden van ongeschiktheid die elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen (artikel 23 lid 3 Wet WIA). Wie een halfjaar ziek is geweest, drie weken heeft gewerkt en daarna opnieuw uitvalt, telt die eerste periode dus mee. Dat kan betekenen dat uw einde wachttijd eerder ligt dan u dacht.

Dat de beoordeling op twee onderzoeken rust, staat in artikel 6 lid 1 Wet WIA en wordt herhaald in artikel 2 lid 1 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Eerst stelt een verzekeringsarts vast wat u nog kunt; daarna zoekt een arbeidsdeskundige daar functies bij en rekent uit wat u daarmee zou verdienen.

Twee bepalingen in artikel 6 verklaren het overgrote deel van de onbegrip achteraf:

  • Artikel 6 lid 2 Wet WIA: bij het vaststellen van de arbeidsongeschiktheid "wordt buiten beschouwing gelaten of de verzekerde de arbeid feitelijk kan verkrijgen". Of er werkelijk een werkgever is die u aanneemt, is dus geen onderdeel van de beoordeling. Het gaat om theoretische verdiencapaciteit.
  • Artikel 6 lid 3 Wet WIA: onder arbeid wordt verstaan "alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is". Niet uw beroep, niet uw opleidingsniveau, niet uw salarisniveau: alle algemeen geaccepteerde arbeid.

Daarom kan iemand die zijn eigen vak nooit meer kan uitoefenen toch onder de 35% uitkomen. Niet omdat het UWV vindt dat hij beter is, maar omdat er ander werk bestaat waarin hij volgens de rekensom nog voldoende zou kunnen verdienen.

De aanvraag doet u zelf, en op tijd. Op grond van artikel 64 lid 2 Wet WIA stelt het UWV u uiterlijk op de dag waarop de wachttijd 89 weken heeft geduurd schriftelijk in kennis van de mogelijkheid een aanvraag te doen. Op grond van lid 3 doet u die aanvraag "uiterlijk elf weken voor afloop van de wachttijd". Blijft de kennisgeving uit, dan geldt op grond van lid 6 een vangnet: uw aanvraag wordt geacht tijdig te zijn ingediend, of u krijgt vier weken na een latere kennisgeving. Reken daar niet op — te laat aanvragen kan de ingangsdatum van uw uitkering raken, en dat is een verlies dat achteraf zelden nog te repareren is.

Bron: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, geraadpleegd via wetten.overheid.nl.

Wanneer krijg ik wel een WIA-uitkering en wanneer niet?

U krijgt in beginsel alleen een WIA-uitkering als u door ziekte of gebrek nog ten hoogste 65% van uw maatmaninkomen per uur kunt verdienen; komt u boven die grens uit, dan bent u minder dan 35% arbeidsongeschikt en bestaat er geen recht op een uitkering. Die drempel is de hardste in het hele sociale zekerheidsrecht, en zij kent geen glijdende schaal: 34% levert niets op, 35% levert een uitkering op.

De begrippen komen rechtstreeks uit de wet:

Begrip Wat het betekent Grondslag
Wachttijd 104 weken voordat aanspraak kan bestaan artikel 23 lid 1 Wet WIA
Maatmaninkomen wat gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar u werkte of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen artikel 1 Wet WIA
Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt (IVA) duurzaam slechts in staat ten hoogste 20% van het maatmaninkomen per uur te verdienen artikel 4 lid 1 Wet WIA
Gedeeltelijk arbeidsgeschikt (WGA) slechts in staat ten hoogste 65% van het maatmaninkomen per uur te verdienen, maar niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt artikel 5 Wet WIA
Minder dan 35% arbeidsongeschikt geen recht op een WIA-uitkering volgt uit de artikelen 5, 47 en 54 Wet WIA

Let op de formulering "per uur". De vergelijking gebeurt op uurbasis, niet op maandbasis. Wie vóór zijn ziekte veertig uur werkte en nu nog twintig uur aankan, is daarmee niet automatisch 50% arbeidsongeschikt: als het uurloon in de geselecteerde functies gelijk is aan zijn maatmaninkomen per uur, kan het percentage op nul uitkomen. Pas als er ook een medische urenbeperking is vastgesteld, telt het verlies aan uren mee in de berekening.

Wat er verandert boven de 80%. Wie nog ten hoogste 20% van zijn maatmaninkomen per uur kan verdienen, is volledig arbeidsongeschikt. Is dat óók duurzaam, dan volgt een IVA-uitkering; is het dat niet, dan een WGA-uitkering op basis van de klasse 80–100%. Dat onderscheid — volledig versus volledig én duurzaam — is het tweede grote geschilpunt in WIA-zaken.

Wat is het verschil tussen IVA en WGA?

De IVA is de uitkering voor wie volledig én duurzaam arbeidsongeschikt is en bedraagt 75% van het maandloon; de WGA is de uitkering voor wie gedeeltelijk arbeidsgeschikt is of wel volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt, en die kent een opbouw in fasen waarvan de hoogte mede afhangt van of u werkt. Het verschil in besteedbaar inkomen tussen beide is op de lange termijn groot, en de IVA legt bovendien geen verplichtingen op om te re-integreren.

IVA WGA
Voorwaarde volledig én duurzaam arbeidsongeschikt (ten hoogste 20% verdiencapaciteit) gedeeltelijk arbeidsgeschikt (ten hoogste 65% verdiencapaciteit) of volledig maar niet duurzaam
Grondslag recht artikel 47 Wet WIA artikel 54 Wet WIA
Hoogte 75% van het maandloon 70% (eerste twee maanden 75%) van het maandloon minus verrekend inkomen, in de loongerelateerde fase
Na de eerste fase ongewijzigd loonaanvullingsuitkering óf vervolguitkering, afhankelijk van of u aan de inkomenseis voldoet
Re-integratieverplichtingen in beginsel niet ja
Herbeoordeling in beginsel beperkt, maar niet uitgesloten regelmatig

De hoogte van de IVA staat in één zin in artikel 51 Wet WIA: "De arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt per kalendermaand 75% van het maandloon."

Waarom dit onderscheid zo vaak fout gaat. Het UWV kan een verzekerde volledig arbeidsongeschikt achten en tegelijk vinden dat verbetering niet is uitgesloten. Dan volgt een WGA-uitkering van 80–100%, en dat voelt in het eerste jaar nauwelijks anders. Het verschil openbaart zich pas later: bij de WGA volgen herbeoordelingen, verplichtingen en — als u niet aan de inkomenseis voldoet — op enig moment een vervolguitkering op minimumloonniveau. Wie meent dat zijn situatie duurzaam is, moet daarom niet wachten tot dat moment maar meteen bezwaar maken tegen de duurzaamheidsbeoordeling.

Ter illustratie. Een werknemer met een progressieve aandoening wordt na twee jaar ziekte volledig arbeidsongeschikt geacht. Hij krijgt een WGA-uitkering in de klasse 80–100% en denkt dat hij daarmee is "afgekeurd". In de motivering staat één zin over de duurzaamheid: er zou nog een behandeling openstaan waarvan verbetering wordt verwacht. Zijn behandelend specialist had echter al beschreven dat die behandeling in zijn geval niet op herstel van belastbaarheid is gericht. Waar het juridisch op draait is niet of hij volledig arbeidsongeschikt is — dat staat vast — maar of de inschatting van de herstelkansen deugdelijk is onderbouwd. Dat is precies het punt dat over vijf jaar niet meer met terugwerkende kracht te maken is. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Wat betekent "duurzaam" bij de IVA?

Duurzaam betekent volgens de wet een medisch stabiele of verslechterende situatie, en daarnaast een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat — het gaat dus om een prognose, niet om hoe ernstig uw klachten vandaag zijn. Dat staat in artikel 4 leden 2 en 3 Wet WIA, en dat onderscheid tussen ernst en prognose is waar vrijwel elk IVA-geschil op vastloopt.

De Centrale Raad van Beroep hanteert dat kader onverkort. In ECLI:NL:CRVB:2022:892 vatte de Raad het samen: op grond van het tweede lid wordt onder duurzaam verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie, en volgens het derde lid wordt daaronder mede verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat; in die zaak lag vervolgens de vraag voor of de betrokkene op de datum in geding geen benutbare mogelijkheden had, zodat op grond van artikel 47 Wet WIA recht op een IVA- in plaats van een WGA-uitkering bestond.

De verzekeringsarts moet zich daarover een eigen oordeel vormen. In ECLI:NL:RBZWB:2022:4172 overwoog de rechtbank, onder verwijzing naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad, dat de verzekeringsarts zich een oordeel moet vormen over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 4 Wet WIA, waarbij hij een inschatting moet maken van de herstelkansen in de zin van een verbetering van de functionele mogelijkheden; het gaat om een inschatting van de toekomstige ontwikkeling van de arbeidsbeperkingen.

Het UWV gebruikt daarbij een intern beoordelingskader. In ECLI:NL:RBMNE:2025:6809 beschreef de rechtbank dat kader als volgt: van duurzame arbeidsongeschiktheid is sprake als verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten of niet of nauwelijks te verwachten is.

Waar het misgaat. De redenering "er loopt nog een behandeling, dus verbetering is niet uitgesloten" is op zichzelf onvoldoende. In ECLI:NL:CRVB:2018:3666 speelde precies dat: het enkele feit dat iemand zeer beperkt belastbaar is, maakt nog niet dat alleen daarom al geen kans op herstel bestaat — maar omgekeerd geldt dat de arts wél inzichtelijk moet maken wáárom een concrete behandeling in dit geval tot verbetering van de arbeidsmogelijkheden zou leiden. Een verwijzing naar een therapie zonder onderbouwing waarom die de belastbaarheid vergroot, is een motiveringsgebrek.

En in ECLI:NL:CRVB:2011:BP3493 oordeelde de Raad dat informatie die pas in beroep of hoger beroep bekend wordt, mag worden betrokken bij de beoordeling voor zover die betrekking heeft op de datum in geding; dat de verzekeringsarts die informatie destijds nog niet kende, staat daar niet aan in de weg. Dat is praktisch van groot belang: het latere beloop van uw ziekte kan gebruikt worden om te laten zien dat de toenmalige prognose niet houdbaar was.

Wat u concreet aandraagt bij een IVA-betoog:

  • een brief van de behandelend specialist over de prognose, niet over de diagnose;
  • of behandeling gericht is op herstel van belastbaarheid, dan wel uitsluitend op klachtenverlichting of stabilisatie;
  • of er behandelingen zijn uitbehandeld, gestaakt of medisch niet meer geïndiceerd;
  • het beloop over de jaren: is er in de periode voorafgaand aan de beoordeling verbetering geweest, of niet;
  • of het gaat om een aandoening met een naar zijn aard progressief verloop.

Ik ben minder dan 35% arbeidsongeschikt verklaard: wat nu?

Onder de 35% bestaat er geen recht op een WIA-uitkering, en dat blijft ook zo als u met uw beperkingen feitelijk geen werk vindt — maar de weg naar een uitkering is daarmee niet dicht: het percentage zelf is aanvechtbaar, en er bestaan afgebakende regelingen om alsnog binnen te komen. Deze uitslag is de meest voorkomende in de WIA en tegelijk de meest bestreden.

De hardheid zit in de rekensom. Boven de 35%-grens telt elke euro die de arbeidsdeskundige aan verdiencapaciteit toerekent rechtstreeks door, en rond die grens is de uitkomst zeer gevoelig voor kleine correcties: één functie die alsnog ongeschikt blijkt, één uur verschil in de urenbeperking, of een maatmanloon dat te laag is vastgesteld, kan het percentage over de grens tillen. Precies daarom lonen bezwaren die rond deze grens spelen: het gaat vaak om enkele procentpunten die op één aanwijsbaar punt berusten.

Wat er wél mogelijk blijft:

Route Wat het inhoudt Grondslag
Bezwaar tegen het percentage aanvechten van de FML, de geduide functies of het maatmanloon artikelen 6:7 e.v. Awb; zie de sectie over bezwaar
Toename van beperkingen binnen vijf jaar wordt u binnen vijf jaar alsnog gedeeltelijk arbeidsgeschikt of volledig en duurzaam arbeidsongeschikt uit dezelfde oorzaak, dan kan het recht alsnog ontstaan artikelen 48 lid 1 en 55 lid 1 Wet WIA
Toename uit een andere oorzaak dan geldt een veel kortere termijn van vier weken artikelen 48 lid 1 onder c en 55 lid 1 onder c Wet WIA
WW wie werkloos is en aan de voorwaarden voldoet, kan een WW-uitkering aanvragen Werkloosheidswet
Ontslagbescherming het opzegverbod tijdens ziekte en de re-integratieplicht van de werkgever lopen niet automatisch af met de WIA-beslissing zie ontslag en ziekte

Die vijfjaarstermijn uit de artikelen 48 en 55 Wet WIA is onderbelicht en waardevol. Wie onder de 35% blijft steken en in de jaren daarna verder achteruitgaat door dezelfde aandoening, kan alsnog in de WIA komen — mits het verband met de oorspronkelijke uitval aannemelijk is. Blijf uw klachten in die periode dus medisch laten vastleggen, ook als er op dat moment niets te halen valt. Zonder dossieropbouw is de toename over vier jaar niet meer te bewijzen.

Ter illustratie. Een medewerkster valt uit met chronische pijnklachten en wordt na twee jaar op 33% arbeidsongeschiktheid gezet. Zij besluit geen bezwaar te maken, omdat zij "toch niet tegen het UWV op kan". Twee jaar later gaat het duidelijk slechter en meldt zij zich opnieuw. Waar het dan juridisch op draait is of de verslechtering voortkomt uit dezelfde oorzaak als waarvoor zij destijds uitviel — bij dezelfde oorzaak geldt een termijn van vijf jaar, bij een andere oorzaak slechts vier weken. De vraag die beantwoord moet worden is dus niet alleen hoe ziek zij nu is, maar of er over die tussenliggende jaren een medisch dossier ligt waaruit het verband blijkt. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Hoe wordt mijn arbeidsongeschiktheidspercentage berekend?

Het percentage is het verschil tussen uw maatmaninkomen per uur en wat u volgens de geduide functies nog per uur kunt verdienen, uitgedrukt als percentage van het maatmaninkomen — en het loon dat daarbij wordt gebruikt is dat van de middelste van de drie functies. Dat laatste is de bepaling die de meeste mensen niet kennen en die het meest te controleren valt.

Het maatmaninkomen is in artikel 1 Wet WIA omschreven als "hetgeen gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan met arbeid gewoonlijk verdienen". In de praktijk wordt daarvoor uw eigen loon vóór uitval genomen, herleid tot een bedrag per uur. Artikel 7 van het Schattingsbesluit bepaalt welk loonbegrip daarbij geldt.

De rekenkant staat in artikel 10 lid 1 van het Schattingsbesluit: bij de berekening van wat u met arbeid kunt verdienen wordt uitgegaan van de urenomvang van de in aanmerking genomen arbeid, "tenzij betrokkene voor een geringer aantal uren belastbaar is, in welk geval van dit aantal wordt uitgegaan", en wordt "het loon van de middelste van de in artikel 9, onderdeel a, bedoelde functies" in aanmerking genomen.

Waar u het maatmaninkomen op controleert:

Punt Waarom het telt
De urenomvang van uw eigen werk een te hoog aantal maatmanuren verlaagt uw maatmaninkomen per uur en daarmee uw percentage
Structureel overwerk werkte u structureel meer dan contractueel, dan hoort dat in beginsel in het maatmaninkomen
Ploegentoeslag, onregelmatigheidstoeslag, vaste toeslagen vaste looncomponenten horen mee te tellen
Vakantiebijslag en extra periodiek salaris artikel 11a van het Schattingsbesluit kent een eigen correctieregeling
De peilperiode welk tijdvak vóór uitval is gebruikt, en is dat representatief
Loonkostensubsidie verrichtte u werk waarvoor uw werkgever loonkostensubsidie ontving wegens verminderde loonwaarde, dan wordt daar op grond van artikel 6 lid 2 Wet WIA rekening mee gehouden

Dat het maatmaninkomen een reëel geschilpunt is en niet een formaliteit, laat ECLI:NL:CRVB:2026:745 zien: daar draaide de zaak om de vraag welke urenomvang aan het maatmaninkomen van een zelfstandig chauffeur ten grondslag mocht worden gelegd, waarbij de arbeidsdeskundige zich op het rijtijdenbesluit had gebaseerd en het maatmaninkomen was berekend door de gemiddelde winst in de drie boekjaren vóór het jaar van uitval te delen door een factor van uren maal weken. Een verschil in aangenomen urenomvang werkt in zo'n berekening rechtstreeks door in het percentage.

Wat u zelf kunt doen: vraag altijd de arbeidsdeskundige rapportage én de functieomschrijvingen op. Daarin staat welk maatmaninkomen per uur is gehanteerd, welke drie functies zijn geselecteerd, welk uurloon aan elk daarvan is gekoppeld en welke functie als middelste is gebruikt. Zonder die stukken is de rekensom niet te controleren, en een rekensom die u niet kunt controleren, kunt u ook niet weerleggen.

Wat doet de verzekeringsarts, en wat is de functionele mogelijkhedenlijst?

De verzekeringsarts stelt vast welke beperkingen u in arbeid ondervindt en in welke mate u belastbaar bent, en legt dat vast in een functionele mogelijkhedenlijst — een gestandaardiseerd formulier met rubrieken dat de arbeidsdeskundige vervolgens als harde randvoorwaarde gebruikt. Die lijst, in de praktijk de FML genoemd, is het scharnier van uw hele dossier: alles wat er niet in staat, bestaat verderop in de procedure niet.

Wat het onderzoek moet doen, staat in artikel 3 van het Schattingsbesluit. Het strekt ertoe vast te stellen of u ten gevolge van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling ongeschikt bent tot werken (lid 1). Daarbij onderzoekt de verzekeringsarts of sprake is van vermindering of verlies van lichamelijke of psychische structuur of functie, die vermindering of verlies van normale gedragingen en activiteiten en van normale sociale rolvervulling tot gevolg heeft (lid 2). Vervolgens stelt hij vast welke beperkingen u in uw functioneren in arbeid ondervindt en in welke mate u belastbaar bent voor arbeid (lid 3). Bij een IVA-beoordeling stelt hij op grond van lid 4 bovendien vast of die gevolgen duurzaam zijn.

Artikel 4 van het Schattingsbesluit stelt daaraan kwaliteitseisen die u letterlijk kunt gebruiken als toetssteen:

  • de gebruikte onderzoeksmethoden, argumentatie, bevindingen en conclusies worden schriftelijk vastgelegd;
  • een door een andere verzekeringsarts uitgevoerd onderzoek zal tot dezelfde bevindingen en conclusies kunnen leiden (reproduceerbaarheid);
  • de redeneringen en conclusies zijn vrij van innerlijke tegenspraak.

Die derde eis is in de praktijk de meest vruchtbare. Een rapport waarin de arts in de anamnese noteert dat u na een uur activiteit moet gaan liggen, en in de FML geen enkele beperking op duurbelastbaarheid opneemt, is innerlijk tegenstrijdig — en dat is een juridisch argument, geen medisch.

De urenbeperking. Dit is het onderdeel met de grootste financiële impact, omdat het rechtstreeks doorwerkt in de rekensom van artikel 10 van het Schattingsbesluit. Het UWV toetst dit aan een eigen standaard over duurbelastbaarheid in arbeid. In ECLI:NL:CRVB:2016:2460 werd een medische urenbeperking tot vier uur per dag, twintig uur per week aanvaard "vanwege uit het ziektebeeld voortvloeiende energetische beperkingen en daarnaast uit preventief oogpunt, gelet op de medische voorgeschiedenis en intensieve behandeling". In ECLI:NL:RBMNE:2025:163 overwoog de rechtbank dat de standaard weliswaar signaleert dat een urenbeperking anti-revaliderend kan zijn, maar dat bij deconditionering als gevolg van ziekte of behandeling wel degelijk ruimte bestaat voor een geringe urenbeperking, en dat uitputting kan ontstaan door een te groot energiegebruik.

Er zijn dus in beginsel drie ingangen voor een urenbeperking: een energetische, een preventieve en een die volgt uit de beschikbaarheid voor arbeid (bijvoorbeeld door de tijd die behandeling opeist). Wordt er geen urenbeperking aangenomen terwijl u daar wel op heeft aangedrongen, vraag dan om een motivering langs die drie lijnen.

Wat u praktisch doet vóór het spreekuur:

  1. Zet uw klachten per dagdeel op papier, met concrete voorbeelden van wat u bent gestopt met doen — niet met bijvoeglijke naamwoorden, maar met activiteiten en tijdsduren.
  2. Neem recente brieven van behandelaars mee, of stuur ze vooraf in met een begeleidende brief waarin u aangeeft op welk punt in de FML ze zien.
  3. Bagatelliseer niet. "Het gaat wel" belandt in het rapport en werkt jarenlang door.
  4. Vraag na afloop het rapport én de FML op en lees ze regel voor regel — niet alleen de conclusie.
  5. Reageer op elk punt waar u het niet mee eens bent afzonderlijk, met de rubrieknaam erbij.

De arbeidsdeskundige en de geduide functies: waarom passen die vaak niet?

De arbeidsdeskundige selecteert uit een geautomatiseerd bestand ten minste drie verschillende in Nederland uitgeoefende functies die elk ten minste drie arbeidsplaatsen vertegenwoordigen, en juist daar ontstaan de fouten: functies die op één of meer punten de vastgestelde belastbaarheid overschrijden worden toch geschikt geacht, zonder dat wordt uitgelegd waarom. Dit is inhoudelijk het meest kansrijke aanvalspunt van een WIA-bezwaar, en het vraagt geen medische kennis — alleen nauwkeurigheid.

De eisen staan in artikel 9 van het Schattingsbesluit. In aanmerking wordt genomen die algemeen geaccepteerde arbeid waarmee u per uur het meest kunt verdienen, "waaronder mede wordt begrepen arbeid waarvoor bekwaamheden nodig zijn die algemeen gebruikelijk zijn en binnen zes maanden kunnen worden verworven". Onder die bekwaamheden worden ten minste verstaan "mondelinge beheersing van de Nederlandse taal en eenvoudig computergebruik". Verder:

Eis uit artikel 9 Schattingsbesluit Waar u op controleert
Ten minste drie verschillende functies zijn het er echt drie, en zijn ze werkelijk verschillend
Elke functie ten minste drie arbeidsplaatsen staat dat aantal in de rapportage
Functiegegevens niet ouder dan 48 maanden op de datum van de beschikking verouderde functiegegevens zijn onbruikbaar
Bekwaamheden binnen zes maanden te verwerven tenzij u die door ziekte of gebrek niet kúnt verwerven
Geen arbeid die alleen kan met voorzieningen die redelijkerwijs niet van een werkgever te vergen zijn onderdeel c
Geen arbeid met een functionele leeftijdsgrens die u passeert of nog niet bereikt onderdeel d
Geen arbeid die meer dan incidenteel tussen 0.00 en 6.00 uur wordt verricht onderdeel f, tenzij uw maatman ook nachtwerk deed
Urenomvang niet hoger dan waarvoor u belastbaar bent onderdeel b

De signaleringen. Het geautomatiseerde systeem markeert per functie de punten waarop de belasting mogelijk uw vastgestelde mogelijkheden overschrijdt. De arbeidsdeskundige mag zo'n functie toch geschikt achten, maar niet stilzwijgend. De Centrale Raad van Beroep heeft daar een vaste lijn over. In ECLI:NL:CRVB:2006:AY9973 overwoog de Raad dat door het systeem aangebrachte signaleringen "van een afzonderlijke toelichting te worden voorzien" dienen, waarbij in voorkomende gevallen voorafgaand overleg met de verzekeringsarts noodzakelijk zal zijn; de motivering hoeft niet altijd even uitvoerig te zijn, maar zij moet er zijn. In ECLI:NL:CRVB:2008:BC5366 bevestigde de Raad dat de arbeidsdeskundige "niet zonder motivering door het systeem aangebrachte signaleringen 'M' mocht omzetten in een 'G'", en dat alle signaleringen van een afzonderlijke toelichting moeten worden voorzien waaruit blijkt waarom de betreffende functies toch als passend kunnen worden aangemerkt.

In ECLI:NL:CRVB:2006:AY9971 legde de Raad uit waarom dat zo streng is: het systeem heeft weliswaar interne functies als communicatiemiddel tussen verzekeringsarts en arbeidsdeskundige en als voorselectie, maar het UWV gebruikt de resultaten ervan óók naar buiten toe, om de medische en arbeidskundige beoordeling inzichtelijk te maken — en daarmee ter voldoening aan de plicht om besluiten deugdelijk te motiveren.

Zo pakt u dit aan, stap voor stap:

  1. Vraag de volledige arbeidsdeskundige rapportage op, inclusief het overzicht van signaleringen en de volledige functiebelastinggegevens.
  2. Leg de FML naast elke functie, rubriek voor rubriek.
  3. Noteer per functie elk punt waarop de belasting uw vastgestelde mogelijkheden raakt of overschrijdt.
  4. Kijk of daar een afzonderlijke toelichting bij staat, en of die toelichting werkelijk uitlegt waarom het toch kan.
  5. Controleer de formele eisen: drie functies, drie arbeidsplaatsen per functie, functiegegevens niet ouder dan 48 maanden, geen nachtwerk als uw maatman geen nachtwerk deed.
  6. Valt één functie weg, laat dan opnieuw rekenen: het loon van de middelste functie bepaalt de uitkomst, dus het schrappen van één functie kan het percentage aanzienlijk verschuiven.

Ter illustratie. Een productiemedewerker krijgt drie functies geduid: een eenvoudige assemblagefunctie, een functie als inpakker en een administratieve functie. In zijn functionele mogelijkhedenlijst staat een beperking op reiken en op boven schouderhoogte actief zijn. Bij twee van de drie functies staat op precies die punten een signalering, met daarnaast alleen de opmerking dat de belasting "acceptabel" wordt geacht. Waar het juridisch op draait is niet of hij zich ziek genoeg voelt, maar of het besluit deugdelijk is gemotiveerd: elke signalering moet afzonderlijk zijn toegelicht, en die toelichting moet duidelijk maken waarom de belasting in die concrete functie binnen zijn mogelijkheden blijft. De vraag die beantwoord moet worden is dus of de rapportage die toelichting bevat — en wat er van de rekensom overblijft als een van de functies alsnog afvalt. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Hoe breng ik mijn eigen medische informatie in, en heb ik wel gelijke kansen?

Het UWV mag zijn beslissing baseren op de rapporten van zijn eigen verzekeringsartsen mits die zorgvuldig tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende begrijpelijk zijn; het is aan u om aannemelijk te maken dat daaraan niet is voldaan, en daarvoor is in beginsel informatie van een arts of medisch behandelaar nodig. Dat is de maatstaf die in vrijwel elke uitspraak terugkomt, en het is meteen de reden waarom een bezwaar dat alleen beschrijft hoe ziek u zich voelt, zelden slaagt.

De rechtbank formuleerde het in ECLI:NL:RBMNE:2026:3013 zo: het UWV mag besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid baseren op medische rapporten van verzekeringsartsen; die rapporten moeten op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende begrijpelijk zijn. Om voldoende aannemelijk te maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in beginsel informatie van een arts of medisch behandelaar nodig. Belangrijk detail uit diezelfde overweging: niet-medisch geschoolden kunnen wél aannemelijk maken dat niet aan de zorgvuldigheids- en consistentie-eisen is voldaan. U heeft dus geen arts nodig om te betogen dat het rapport innerlijk tegenstrijdig is of dat de signaleringen niet zijn toegelicht — alleen om te betogen dat de medische inschatting inhoudelijk onjuist is.

Wapengelijkheid. Dat het UWV over eigen artsen beschikt en u niet, is een structurele scheefheid. De bestuursrechter toetst dat aan het beginsel van equality of arms, ontleend aan het arrest Korošec van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De Centrale Raad van Beroep verwoordde de kern in ECLI:NL:CRVB:2021:982: "De kern van het beginsel van de equality of arms is erin gelegen dat slechts als er evenwicht bestaat tussen partijen met betrekking tot de mogelijkheid om bewijsmateriaal aan te dragen, de bestuursrechter in staat is een onafhankelijk en onpartijdig oordeel te geven. Als de betrokkene (medische) stukken in het geding brengt, moet de bestuursrechter beoordelen of deze stukken een redelijke mogelijkheid vormen voor betrokkene om de bestuursrechter van zijn standpunt te overtuigen." Dezelfde lijn volgt uit ECLI:NL:CRVB:2023:418.

In ECLI:NL:CRVB:2018:763 spitste het beroep op Korošec zich toe op de stelling dat de rechtbank zich had moeten laten adviseren door een onafhankelijk deskundige, omdat de rechter zelf niet medisch deskundig is en bij een medisch geschil een zuivere afweging moet kunnen maken zonder te veel te leunen op rapporten van deskundigen die in dienst zijn van het bestuursorgaan.

Wanneer benoemt de rechtbank een deskundige? Als u twijfel heeft gezaaid over de juistheid van de medische beoordeling. In ECLI:NL:RBMNE:2024:7092 formuleerde de rechtbank het zo: bij de vraag of tot benoeming moet worden overgegaan, gaat het erom of eiseres met de aangevoerde beroepsgronden en de ingebrachte medische informatie twijfel heeft gezaaid over de juistheid van de medische beoordeling. En in ECLI:NL:RBMNE:2024:6181 werd benoeming juist afgewezen omdat het rapport zorgvuldig en inzichtelijk was en er geen twijfel was gerezen. Twijfel zaaien is dus het doel; gelijk krijgen op alle punten is dat niet.

Praktisch, in volgorde van effectiviteit:

Middel Wat het oplevert
Brieven van behandelend specialisten over beperkingen en prognose het meest gebruikte en meest overtuigende materiaal
Een rapport van een eigen verzekeringsarts of arbeidsdeskundige het zwaarste middel; kostbaar, maar het spreekt dezelfde taal als het UWV
Aanwijzen van innerlijke tegenspraak in het UWV-rapport vergt geen arts en raakt artikel 4 van het Schattingsbesluit rechtstreeks
Aanwijzen van niet-toegelichte signaleringen vergt geen arts en raakt de motiveringsplicht
Uitdrukkelijk verzoek aan de rechtbank om een onafhankelijk deskundige juist wanneer u een eigen rapport niet kunt betalen — benoem dat dan met zoveel woorden

Kunt u geen eigen deskundige bekostigen, schrijf dat dan expliciet in uw beroepschrift en verbind daaraan het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het zwijgend achterwege laten van eigen medisch materiaal wordt anders uitgelegd als het ontbreken van tegenbewijs.

Hoe hoog is mijn WGA-uitkering, en waarom loont werken?

De WGA begint in beginsel met een loongerelateerde uitkering van 75% van uw maandloon in de eerste twee maanden en 70% daarna; loopt die af, dan krijgt u een loonaanvullingsuitkering als u ten minste de helft van uw resterende verdiencapaciteit verdient, en anders een vervolguitkering die is gebaseerd op het minimumloon en op uw arbeidsongeschiktheidsklasse. Dat verschil tussen loonaanvulling en vervolguitkering is voor de meeste mensen het grootste financiële feit uit hun hele dossier.

Fase 1 — de loongerelateerde uitkering. U komt daarvoor in aanmerking als u aan de referte-eis voldoet: op grond van artikel 58 lid 1 onder a Wet WIA in de 36 kalenderweken onmiddellijk voorafgaand aan het einde van de loondoorbetaling ten minste 26 kalenderweken ten minste één arbeidsuur per week hebben gehad. De duur staat in artikel 59 Wet WIA: ten minste drie en ten hoogste 24 maanden, opgebouwd aan de hand van uw arbeidsverleden — een maand per kalenderjaar arbeidsverleden tot en met tien jaar, en daarboven een halve maand per kalenderjaar gelegen na 2015 en een maand per kalenderjaar van vóór 2016. De hoogte staat in artikel 61 lid 1 Wet WIA: 0,75 × (maandloon minus verrekend inkomen, gecorrigeerd voor het gemaximeerde dagloon) over de eerste twee maanden, en 0,7 × dezelfde formule vanaf de derde maand.

Fase 2 — de inkomenseis. Na afloop van de loongerelateerde uitkering splitst de weg zich. Artikel 60 lid 2 Wet WIA bepaalt: "De inkomenseis wordt vastgesteld op de dag dat recht ontstaat op een WGA-uitkering en is voor de verzekerde die in staat is met arbeid meer dan 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, gelijk aan 50% van de resterende verdiencapaciteit." Verdient u per kalendermaand ten minste dat bedrag, dan krijgt u een loonaanvullingsuitkering; verdient u minder, dan een vervolguitkering.

Voor wie ten hoogste 20% van zijn maatmaninkomen per uur kan verdienen geldt op grond van artikel 60 lid 3 Wet WIA in beginsel géén inkomenseis. Wie volledig arbeidsongeschikt is maar niet duurzaam, valt dus niet terug op de vervolguitkering zolang die situatie voortduurt.

Fase 2a — de loonaanvullingsuitkering. Verdient u ten minste uw overblijvende verdiencapaciteit — op grond van artikel 61 lid 3 Wet WIA gelijk aan twee maal de inkomenseis — dan is de uitkering even hoog als de loongerelateerde uitkering vanaf de derde maand (artikel 61 lid 2). Verdient u ten minste 50% van, maar minder dan die overblijvende verdiencapaciteit, dan geldt de formule van artikel 61 lid 4, met een bodem uit lid 5.

Fase 2b — de vervolguitkering. Deze is op grond van artikel 62 lid 1 Wet WIA het uitkeringspercentage maal het minimumloon per maand (of het maandloon als dat lager is). De percentages staan in artikel 61 lid 6 Wet WIA:

Arbeidsongeschiktheidsklasse Uitkeringspercentage
0–35% 0%
35–45% 28%
45–55% 35%
55–65% 42%
65–80% 50,75%
80% of meer 70%

Dat percentage wordt dus niet toegepast op uw eigen loon maar op het minimumloon. Daarin zit de klap: wie een goed inkomen had en niet aan de inkomenseis voldoet, valt na afloop van de loongerelateerde fase terug op een fractie van het minimumloon. Dat is de reden waarom werken in de WGA daadwerkelijk loont — niet als aansporing bedoeld, maar als rekenkundig gegeven.

Nog twee bepalingen die zelden ter sprake komen:

  • Artikel 63 Wet WIA: verkeert de verzekerde die nog ten hoogste 20% kan verdienen in een blijvende of voorlopig blijvende toestand van hulpbehoevendheid die geregeld oppassing en verzorging nodig maakt, dan wordt de WGA-uitkering verhoogd door vermenigvuldiging met ten hoogste de factor 100/70 (en 100/75 gedurende de eerste twee maanden van de loongerelateerde uitkering). Deze verhoging vindt geen toepassing als de verzekerde in een inrichting is opgenomen en de verblijfskosten ten laste van een zorgverzekering komen.
  • Artikel 63a Wet WIA: wie op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op een arbeidsongeschiktheids- of WGA-uitkering, heeft recht op een jaarlijkse tegemoetkoming, die het UWV ambtshalve in het derde kwartaal verstrekt. Het bedrag wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd; controleer de actuele hoogte bij het UWV.

Bron: Wet WIA, artikelen 58 tot en met 63a, geraadpleegd via wetten.overheid.nl.

Wat gebeurt er bij een herbeoordeling als mijn percentage omlaag gaat?

Bij een herbeoordeling stelt het UWV uw mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw vast, en zakt u daarbij onder de 35%, dan eindigt uw WGA-uitkering in beginsel twee maanden later — of een jaar later als de verlaging komt doordat u met werken meer dan 65% van uw maatmaninkomen per uur verdient. Die twee uitlooptermijnen staan in de wet en worden in de praktijk regelmatig verkeerd toegepast.

Artikel 56 lid 2 Wet WIA: in afwijking van de hoofdregel eindigt het recht op een WGA-uitkering van de verzekerde wiens mate van arbeidsongeschiktheid lager is dan 35%, twee maanden na de dag dat hij niet langer gedeeltelijk arbeidsgeschikt is, doch niet eerder dan op de dag dat de loongerelateerde uitkering eindigt. Artikel 56 lid 3 Wet WIA verlengt dat tot één jaar wanneer de verlaging komt doordat de verzekerde met arbeid meer verdient dan 65% van het maatmaninkomen per uur. De uitleg van dat derde lid is niet vanzelfsprekend; in ECLI:NL:CRVB:2019:211 was juist die uitleg inzet van het geschil, en had het UWV zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat een herbeoordeling alleen aan de orde kan komen bij een gestelde toename van beperkingen.

Blijft u boven de 35% maar zakt uw klasse, dan wijzigt de uitkering. Artikel 61 lid 7 Wet WIA bevat daarbij een belangrijke rem: de hoogte wordt pas herzien nadat een wijziging in de mate van arbeidsongeschiktheid ten minste twee kalendermaanden heeft voortgeduurd. Dezelfde regel geldt op grond van artikel 62 lid 4 voor de vervolguitkering, en artikel 60 lid 2 kent een vergelijkbare regel voor de herziening van de inkomenseis.

Herleving. Eindigt uw recht en gaat u daarna alsnog achteruit, dan kan het recht herleven. Artikel 57 Wet WIA hanteert dezelfde structuur als de artikelen 48 en 55: vijf jaar wanneer de gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak, en slechts vier weken bij een andere oorzaak.

Waar u bij een verlagingsbesluit op let:

  1. Is er werkelijk opnieuw verzekeringsgeneeskundig én arbeidskundig onderzoek gedaan, of is er alleen "op papier" herbeoordeeld?
  2. Wat is er medisch veranderd ten opzichte van de vorige FML, en is die verandering onderbouwd? Een verbetering aannemen zonder aanwijsbare grond is een motiveringsgebrek.
  3. Zijn de nieuwe functies opnieuw getoetst aan de nieuwe FML, of zijn oude functies hergebruikt?
  4. Klopt de ingangsdatum, gelet op de uitlooptermijn van artikel 56 lid 2 of lid 3?
  5. Is de tweemaandenregel van artikel 61 lid 7 toegepast?

En let op terugvordering. Op grond van artikel 76 lid 1 Wet WIA herziet of trekt het UWV beschikkingen in als de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld; op grond van lid 3 kan het daarvan afzien als daarvoor dringende redenen zijn. Wordt er tegelijk teruggevorderd of een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht van artikel 27 Wet WIA, maak dan tegen elk onderdeel afzonderlijk bezwaar — ook tegen de terugvordering en de boete, want die staan of vallen met het onderliggende besluit.

Wat is de rol van mijn werkgever, en wat betekent een loonsanctie?

Twee jaar lang draagt uw werkgever de loondoorbetaling en samen met u de re-integratie; vindt het UWV bij de toets aan het einde van de wachttijd dat hij zonder deugdelijke grond te weinig heeft gedaan, dan verlengt het die loondoorbetaling met ten hoogste 52 weken — de loonsanctie. Voor u als werknemer is dat in de regel gunstig: uw inkomen loopt door en de WIA-beoordeling schuift op.

De grondslag is artikel 25 lid 9 Wet WIA: het UWV verlengt het tijdvak waarin de verzekerde recht heeft op loon op grond van artikel 7:629 BW "opdat de werkgever zijn tekortkoming ten aanzien van de bedoelde verplichtingen of re-integratie-inspanningen kan herstellen", waarbij de verlenging ten hoogste 52 weken bedraagt. Twee termijnen zijn hard: de beschikking wordt uiterlijk zes weken vóór afloop van de wachttijd gegeven (lid 10), en verlenging vindt niet plaats als zij niet vóór afloop van de wachttijd is gegeven (lid 11). Omdat het besluit belastend is voor de werkgever, rust de bewijslast bij het UWV — zie ECLI:NL:RBZWB:2026:2648.

Krijgt de werkgever een loonsanctie, dan wordt de behandeling van uw WIA-aanvraag op grond van artikel 64 lid 7 Wet WIA opgeschort, en op grond van lid 8 hervat zodra de tekortkoming is hersteld, op uw verzoek bij beëindiging van de dienstbetrekking, of ten minste zes weken voordat het tijdvak van 52 weken verstrijkt.

Vrijwillige verlenging. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de loondoorbetaling in overleg te verlengen. Artikel 24 lid 1 Wet WIA: na afloop van de wachttijd wordt het tijdvak waarin de verzekerde recht heeft op loon op gezamenlijk verzoek van de verzekerde en de werkgever door het UWV verlengd, tenzij zich een uitzondering voordoet of zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten. Dat kan zinvol zijn wanneer een re-integratietraject bijna is geslaagd, maar het verschuift ook de datum van uw beoordeling — laat dat vooraf doorrekenen, want het is een besluit waarop u niet zomaar terugkomt.

Wat de werkgeversverplichtingen voor u betekenen: het re-integratieverslag dat uw werkgever bij de aanvraag meestuurt is óók voor uw eigen dossier van belang. Daarin staat wat er is geprobeerd, welk werk passend werd geacht en waarom dat niet lukte. Vraag een afschrift op, en geef bij het UWV uw eigen visie op de re-integratie schriftelijk mee — die visie hoort in het verslag te zitten. Over ontslag, opzegverboden en de positie van een zieke werknemer schreven wij een aparte pagina: ontslag en ziekte.

Ik ben zestig of ouder: geldt er een andere beoordeling?

Voor mensen die op het moment van einde wachttijd zestig jaar of ouder zijn, bestaat een tijdelijke vereenvoudigde beoordeling waarbij een arbeidsdeskundige de aanvraag afhandelt zonder onderzoek door een verzekeringsarts — maar alleen als u én uw (ex-)werkgever daarmee instemmen. Die maatregel is ingevoerd om de wachttijden bij het UWV terug te dringen en is tijdelijk van aard.

De hoofdlijn, zoals het UWV die zelf beschrijft: de arbeidsdeskundige neemt contact op met u en met uw (ex-)werkgever, legt de vereenvoudigde beoordeling uit en gebruikt de bestaande re-integratie- en Ziektewetgegevens. Beide partijen moeten ermee instemmen. Wie daarbij ten hoogste 65% van het oude loon kan verdienen, krijgt in de regel de maximale WGA-uitkering — 70% van het WIA-maandloon — zonder medische beoordeling. Een IVA-uitkering blijft mogelijk voor wie tot de pensioenleeftijd niet meer kan werken. De herinvoering van de maatregel loopt volgens het UWV van 1 september 2025 tot 1 september 2027.

Bedenk wel wat u inruilt. Zonder verzekeringsgeneeskundig onderzoek is er geen FML, en zonder FML ligt er geen medisch fundament waarop u later kunt terugvallen — bijvoorbeeld bij een IVA-betoog of bij een herbeoordeling. De snelheid is echt, maar zij heeft een prijs. Wie meent duurzaam volledig arbeidsongeschikt te zijn, doet er in de regel verstandig aan zich juist wél medisch te laten beoordelen. Laat die afweging maken vóórdat u instemt; instemming achteraf intrekken is lastig.

Bron: UWV, informatie over de vereenvoudigde WIA-beoordeling voor 60-plussers.

Het UWV wijst mijn WIA af: hoe maak ik bezwaar en hoeveel tijd heb ik?

Tegen een WIA-beslissing maakt u schriftelijk bezwaar bij het UWV, in beginsel binnen zes weken na de dag waarop de beslissing is bekendgemaakt; laat u die termijn verlopen, dan staat de beslissing vast, hoe onjuist die inhoudelijk ook is. De termijn volgt uit artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht en begint op grond van artikel 6:8 lid 1 Awb te lopen met ingang van de dag na de bekendmaking — dus in de regel de dag na de datum boven de brief.

De volledige procedure — hoe een bezwaarschrift eruitziet, wat een pro-formabezwaar is, hoe de hoorzitting verloopt, hoe u in beroep gaat bij de rechtbank en in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, en wat dat kost — staat uitgebreid op onze pagina bezwaar tegen een beslissing van het UWV. Lees die pagina naast deze; hier beperken wij ons tot wat specifiek voor de WIA anders is.

Wat in een WIA-bezwaar anders is dan in andere UWV-zaken:

Punt Wat u moet doen
U bestrijdt twee rapporten, niet één richt u afzonderlijk op het verzekeringsgeneeskundig rapport én op de arbeidskundige rapportage
Het dossier is groot en technisch vraag meteen het volledige dossier op: FML, rapportages, functieomschrijvingen, signaleringenoverzicht, berekening
De verzekeringsarts bezwaar en beroep bouwt voort op de primaire arts gebreken in het eerste rapport werken door in de heroverweging; zie ECLI:NL:RBOVE:2026:2817, waarin de rechtbank oordeelde dat eerder vastgestelde inconsistenties doorwerkten in de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en het besluit in zoverre onzorgvuldig tot stand was gekomen
Medisch tegenbewijs kost tijd vraag brieven bij behandelaars zo vroeg mogelijk op; dien zo nodig pro forma in en vul later aan
Er zijn vaak meerdere besluiten tegelijk maak tegen elk onderdeel afzonderlijk bezwaar: percentage, ingangsdatum, uitkeringsvorm, terugvordering, boete
Uw inkomen valt weg tijdens de procedure bezwaar schorst de beslissing in beginsel niet; kijk naar de voorlopige voorziening bij de rechtbank

Let op één specifieke valkuil. Gaat het geschil niet over uw WIA-percentage maar over het al dan niet voortbestaan van ongeschiktheid tot werken in de Ziektewet — bijvoorbeeld een hersteldverklaring — dan geldt op grond van artikel 75k van de Ziektewet in beginsel een bezwaartermijn van twee weken in plaats van zes. Lees dus altijd de rechtsmiddelenclausule onderaan de beslissing, en handel binnen twee weken als u twijfelt.

Mijn arbeidsongeschiktheid komt door een ongeval: wat betekent dat?

Is uw arbeidsongeschiktheid het gevolg van een ongeval waarvoor een ander aansprakelijk is, dan lopen er twee trajecten naast elkaar: de WIA-beoordeling door het UWV en uw schadeclaim op de aansprakelijke partij — en de uitkomst van het eerste werkt rechtstreeks door in het tweede. Wie die samenhang niet ziet, kan in het ene traject weggeven wat in het andere de kern van zijn zaak is.

De verbinding zit in het verlies van arbeidsvermogen. Bij letselschade is dat doorgaans de grootste schadepost: het inkomen dat u zonder ongeval had verdiend, minus wat u nu nog ontvangt. Uw WIA-uitkering hoort in die berekening thuis als inkomen dat u wél ontvangt. Dat betekent tweeërlei:

  • Een hogere WIA-uitkering verkleint uw letselschadeclaim niet, maar verplaatst haar. Het geld komt uit een andere kas; het inkomensverlies dat overblijft, blijft voor rekening van de aansprakelijke partij. Er is dus geen reden om in het WIA-traject terughoudend te zijn "omdat er toch een claim loopt".
  • De omgekeerde fout is schadelijker. Wordt u door het UWV op minder dan 35% gezet, dan zal de aansprakelijkheidsverzekeraar dat oordeel in de regel aanhalen als bewijs dat u nog kunt werken. Een niet-bestreden WIA-beslissing gaat zo een eigen leven leiden in uw schadedossier, jaren nadat de bezwaartermijn is verstreken.

Let daarnaast op de verschillende maatstaven. Het UWV beoordeelt theoretische verdiencapaciteit in algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij op grond van artikel 6 lid 2 Wet WIA buiten beschouwing blijft of u dat werk feitelijk kunt krijgen. In het letselschadetraject gaat het juist wél om uw feitelijke verdiencapaciteit op de arbeidsmarkt, in uw eigen situatie, met uw eigen opleiding en arbeidsverleden. Die twee uitkomsten mogen dus uiteenlopen, en dat verschil is uit te leggen — mits u het uitlegt. Wat u in het ene dossier over uw beperkingen verklaart, moet consistent zijn met wat u in het andere verklaart; inconsistentie is het meest gebruikte verweer in beide trajecten.

Ook praktisch is er overlap: dezelfde medische stukken, dezelfde behandelaars, dezelfde beschrijving van wat u niet meer kunt. Het loont om die dossiers in samenhang op te bouwen in plaats van twee keer los. Over aansprakelijkheid, schadeposten en de omgang met verzekeraars leest u meer op onze pagina over letselschade.

Wat kunt u zelf doen? Een praktische volgorde

De meeste WIA-dossiers worden niet gewonnen of verloren op de hoorzitting, maar in de weken rond het spreekuur van de verzekeringsarts en in de zorgvuldigheid waarmee de arbeidskundige rapportage wordt nagelopen. Dit is de volgorde die in de praktijk het meeste verschil maakt.

Vóór de beoordeling:

  1. Houd vanaf het begin van uw ziekte een eenvoudig dossier bij: klachten, behandelingen, wat u bent gestopt met doen, welke hulp u krijgt.
  2. Bewaar het re-integratieverslag en alle stukken van de bedrijfsarts.
  3. Vraag uw behandelaars tijdig om een brief over beperkingen en prognose — niet alleen over de diagnose.
  4. Dien uw aanvraag uiterlijk elf weken vóór afloop van de wachttijd in (artikel 64 lid 3 Wet WIA).
  5. Bereid het spreekuur voor met concrete voorbeelden en tijdsduren, niet met algemene bewoordingen.

Na de beslissing, binnen de eerste dagen:

  1. Zoek de datum bovenaan de brief en tel er zes weken bij op. Zet die datum in uw agenda.
  2. Vraag onmiddellijk het volledige dossier op: het verzekeringsgeneeskundig rapport, de FML, de arbeidskundige rapportage, de functieomschrijvingen, het overzicht van signaleringen en de berekening van het percentage.
  3. Dien zo nodig een pro-formabezwaar in en vul de gronden later aan — een kort en tijdig bezwaarschrift is meer waard dan een uitgebreid en te laat bezwaarschrift.
  4. Loop de FML na op innerlijke tegenspraak met het rapport zelf (artikel 4 Schattingsbesluit).
  5. Loop elke geduide functie na op signaleringen en op de formele eisen van artikel 9 van het Schattingsbesluit.
  6. Controleer het maatmaninkomen: urenomvang, toeslagen, structureel overwerk, peilperiode.
  7. Vraag brieven op bij uw behandelaars en dien ze in vóór de hoorzitting, niet erna.
  8. Heeft u nu geen inkomen, kijk dan meteen naar een voorlopige voorziening bij de rechtbank.

Wat u beter niet doet: akkoord gaan met een vereenvoudigde beoordeling zonder de gevolgen te overzien, telefonisch "bezwaar maken" (dat stuit de termijn niet), of uw klachten bij de verzekeringsarts kleiner maken dan ze zijn omdat u zich ongemakkelijk voelt. Dat laatste komt vaker voor dan het omgekeerde, en het is achteraf vrijwel niet te herstellen.

Wanneer heeft u bij een WIA-zaak een advocaat nodig?

Niet elke WIA-beslissing vraagt om een advocaat, maar er zijn situaties waarin het verschil tussen wel en geen deskundige bijstand een uitkering over tientallen jaren betreft. Dit zijn de signalen.

Signaal Waarom het telt
U zit net onder de 35% rond die grens beslissen enkele procentpunten over alles of niets
U bent volledig arbeidsongeschikt maar krijgt WGA in plaats van IVA de duurzaamheidsmotivering is een zelfstandig aanvalspunt
Er is geen urenbeperking aangenomen terwijl u die wel claimde dit werkt rechtstreeks door in de rekensom
Signaleringen bij de geduide functies zijn niet of nauwelijks toegelicht dit raakt de motiveringsplicht en is zonder medische kennis aan te voeren
Het maatmaninkomen lijkt niet te kloppen overwerk, toeslagen en urenomvang worden regelmatig te laag vastgesteld
Uw percentage is bij een herbeoordeling verlaagd let op de uitlooptermijnen van artikel 56 Wet WIA en op de tweemaandenregel
Er ligt naast de beslissing ook een terugvordering of een boete die vragen een ander soort onderbouwing, gericht op verwijtbaarheid en draagkracht
U kunt geen eigen medisch deskundige betalen benoem dat uitdrukkelijk en vraag de rechtbank om benoeming van een onafhankelijke deskundige
Uw arbeidsongeschiktheid komt door een ongeval WIA en letselschade moeten in samenhang worden gevoerd
De termijn loopt bijna af een pro-formabezwaar redt uw zaak; een verstreken termijn niet

Wat een gespecialiseerde advocaat in dit type zaken toevoegt, is minder spectaculair dan verwacht en tegelijk beslissend: het dossier compleet opvragen, de FML naast elke functie leggen, de signaleringen nalopen, de rekensom controleren en het medisch tegenbewijs gericht laten aansluiten op de punten waar het rapport rammelt. Bij ons kunt u uw beslissing kosteloos laten beoordelen voordat u iets besluit — en dat kan het beste binnen de eerste weken na de brief.

Kort overzicht: de WIA in twaalf regels

Onderwerp Kern Grondslag
Wachttijd 104 weken artikel 23 lid 1 Wet WIA
Aanvraag uiterlijk elf weken vóór afloop van de wachttijd artikel 64 lid 3 Wet WIA
Basis van de beoordeling verzekeringsgeneeskundig én arbeidskundig onderzoek artikel 6 lid 1 Wet WIA; artikel 2 Schattingsbesluit
Wat meetelt als arbeid alle algemeen geaccepteerde arbeid; of u het werk kunt krijgen telt niet mee artikel 6 leden 2 en 3 Wet WIA
Drempel minder dan 35% arbeidsongeschikt geeft geen recht artikelen 5, 47 en 54 Wet WIA
IVA volledig én duurzaam; 75% van het maandloon artikelen 4, 47 en 51 Wet WIA
WGA ten hoogste 65% verdiencapaciteit artikelen 5 en 54 Wet WIA
Loongerelateerde uitkering 3 tot 24 maanden; 75% eerste twee maanden, daarna 70% artikelen 59 en 61 Wet WIA
Inkomenseis 50% van de resterende verdiencapaciteit artikel 60 lid 2 Wet WIA
Vervolguitkering uitkeringspercentage per klasse maal het minimumloon artikelen 61 lid 6 en 62 Wet WIA
Functieduiding ten minste drie functies, elk ten minste drie arbeidsplaatsen, gegevens niet ouder dan 48 maanden artikel 9 Schattingsbesluit
Bezwaartermijn in beginsel zes weken artikelen 6:7 en 6:8 Awb

Uw situatie voorleggen

Heeft u een WIA-beslissing ontvangen waarmee u het niet eens bent, dan telt vooral snelheid: de termijn loopt, en het dossier opvragen kost tijd. Bel 070 450 0300 of leg uw vraag voor via arslan.nl/contact. Wij hebben vestigingen in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Tilburg en Eindhoven, en ons kantoor spreekt ook Turks en Pools.