Bezwaar tegen een beslissing van het UWV: wat moet u doen, en hoeveel tijd heeft u?

Kies een vestiging

Snel hulp nodig?

Beslissing van het UWV? Let op de termijn.

U heeft in beginsel zes weken om bezwaar te maken. Daarna staat de beslissing vast.

  • Heeft u de stukken nog niet? Dien pro forma bezwaar in en vul de gronden later aan.
  • De datum op de brief telt, niet de dag waarop u hem las.
  • Wij schrijven het bezwaar en vragen uw volledige dossier op.

Bel 070 450 0300Stuur uw stukken op

Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.

URL: https://arslan.nl/diensten/bezwaar-uwv/

Geschreven door Ömür Arslan, advocaat sociaal zekerheidsrecht bij Arslan & Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor huurrecht en sociaal zekerheidsrecht. Laatst bijgewerkt: 1 september 2026.

Ik ben het niet eens met een beslissing van het UWV: wat moet ik nu doen?

U maakt schriftelijk bezwaar bij het UWV, en dat moet in beginsel binnen zes weken na de dag waarop de beslissing is bekendgemaakt — anders staat de beslissing vast, hoe onjuist die inhoudelijk ook is. Dat is de enige zin op deze pagina die u vandaag hoeft te onthouden. Al het andere kan later; deze termijn niet.

De termijn staat in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb): "De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken." Wanneer hij begint, staat in artikel 6:8 lid 1 Awb: met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. In de praktijk is dat de dag na de datum boven de brief van het UWV — niet de dag waarop u de brief las, en niet de dag waarop de uitkering stopte.

Wat u vandaag concreet doet, in deze volgorde:

  1. Zoek de datum bovenaan de beslissing op en tel daar zes weken bij op. Schrijf die einddatum op. Dat is uw deadline.
  2. Controleer of er in de brief een afwijkende termijn staat. Bij beslissingen over ziekte en arbeidsongeschiktheid geldt in bepaalde gevallen een kortere termijn van twee weken — zie de volgende sectie. Het UWV vermeldt onderaan de beslissing welke termijn geldt en waar het bezwaarschrift heen moet.
  3. Dien bezwaar in, ook als u de gronden nog niet compleet heeft. Een kort, tijdig bezwaarschrift is meer waard dan een uitgebreid, te laat bezwaarschrift. Zie de sectie over het pro-formabezwaar.
  4. Bewaar het bewijs van verzending.
  5. Heeft u nu geen inkomen, kijk dan meteen ook naar de voorlopige voorziening bij de rechtbank — die loopt naast het bezwaar en is bedoeld voor precies deze situatie.

Twee dingen gaan vaak mis. Bellen met het UWV is geen bezwaar maken: een telefoongesprek, een bericht in Mijn UWV of een klacht stuit de termijn niet. En bezwaar maken schorst de beslissing in beginsel niet: is uw uitkering stopgezet, dan blijft die stopgezet zolang het bezwaar loopt, tenzij u een voorlopige voorziening vraagt en die wordt toegewezen.

Bron: Algemene wet bestuursrecht, artikelen 6:7 en 6:8, geraadpleegd via wetten.overheid.nl.

Hoeveel tijd heb ik precies om bezwaar te maken tegen het UWV?

In beginsel zes weken, te rekenen vanaf de dag na de bekendmaking van de beslissing; bij een geschil van geneeskundige aard over het al dan niet bestaan of voortbestaan van ongeschiktheid tot werken is die termijn op grond van de Ziektewet echter twee weken. Die uitzondering is de belangrijkste valkuil van het hele sociale zekerheidsrecht, en zij treft juist mensen die ziek zijn.

De uitzondering staat in artikel 75k van de Ziektewet: in afwijking van artikel 6:7 Awb bedraagt de termijn in een geschil als bedoeld in artikel 75j ZW twee weken, tenzij het geschil betrekking heeft op een beoordeling als bedoeld in artikel 19ab ZW. Artikel 75j omschrijft die geschillen als geschillen van geneeskundige aard over het al dan niet bestaan of voortbestaan van ongeschiktheid tot werken. Praktisch: gaat de beslissing erover of u ziek bent — bijvoorbeeld een hersteldverklaring — dan moet u er in de regel binnen twee weken op reageren.

De Centrale Raad van Beroep past die termijn ook toe. In ECLI:NL:CRVB:2026:923 overwoog de Raad dat de bezwaartermijn in een geschil over het bestaan of voortbestaan van ongeschiktheid tot werken twee weken bedraagt en op grond van artikel 6:8 lid 1 Awb aanvangt met ingang van de dag na de bekendmaking. In die zaak was het bezwaar te laat; het beroep op ziekte en een bevalling met complicaties werd onvoldoende geacht en het bezwaar bleef niet-ontvankelijk.

Situatie Termijn in beginsel Grondslag
Beslissing over WW of WIA (weigering, korting, percentage, terugvordering, boete) zes weken artikel 6:7 Awb
Beslissing over de Ziektewet die geen medisch geschil is zes weken artikel 6:7 Awb
Geschil van geneeskundige aard over het bestaan of voortbestaan van ongeschiktheid tot werken, zoals een hersteldverklaring twee weken artikel 75k Ziektewet
Beroep bij de rechtbank, en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep zes weken artikelen 6:7 en 6:24 Awb

Wanneer is uw bezwaar op tijd? Op grond van artikel 6:9 Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend als het vóór het einde van de termijn is ontvangen; bij verzending per post ook als het vóór het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Die postregel is een vangnet, geen strategie: hij helpt u niet als u de datum van terpostbezorging niet kunt bewijzen.

Bent u te laat? Dan is de zaak niet automatisch verloren, maar wel een stuk moeilijker. Artikel 6:11 Awb bepaalt dat niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest — een strenge toets. Uit de rechtspraak volgt bovendien dat een reden die pas ná de termijn opkomt een inmiddels niet-verschoonbare overschrijding niet alsnog verschoonbaar maakt, en dat ook een gewijzigd juridisch inzicht daarvoor onvoldoende is (ECLI:NL:GHSHE:2017:4891). Wie te laat is moet concreet en met stukken onderbouwen waarom hij in die specifieke weken redelijkerwijs niet in staat was bezwaar te maken. Laat dat beoordelen voordat u zelf iets indient.

Hoe moet een bezwaarschrift tegen het UWV eruitzien?

Een bezwaarschrift moet ondertekend zijn en ten minste uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen het is gericht en de gronden van het bezwaar bevatten. Die eisen staan limitatief in artikel 6:5 lid 1 Awb. Meer hoeft niet; minder mag niet.

Praktisch vertaald hoort er dit in: uw naam, adres, geboortedatum en burgerservicenummer (het BSN is geen wettelijke eis maar voorkomt vertraging); de dagtekening; het kenmerk en de datum van de beslissing en om welke wet het gaat; waarom u het er niet mee eens bent en wat u wilt dat het UWV beslist; dat u gehoord wilt worden; een verzoek om vergoeding van de kosten van het bezwaar, dat vóór de beslissing op bezwaar moet zijn gedaan (artikel 7:15 lid 3 Awb); en uw handtekening.

Wat een bezwaarschrift sterk maakt, is niet de lengte maar de precisie. Op grond van artikel 7:11 lid 1 Awb vindt, als het bezwaar ontvankelijk is, op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats — uw gronden bepalen dus mede de omvang van die heroverweging. Schrijft u alleen "ik ben het er niet mee eens", dan krijgt u een even algemeen antwoord. Benoemt u dat de verzekeringsarts een specifieke behandelaarsbrief niet heeft meegewogen, dan moet daarop worden ingegaan, want de beslissing op bezwaar moet op grond van artikel 7:12 lid 1 Awb berusten op een deugdelijke motivering.

Drie vuistregels die in de praktijk het meeste verschil maken. Wees feitelijk, niet verontwaardigd: wat de beoordeling verandert is een datum die niet klopt, een dienstverband dat is overgeslagen of een diagnose die ontbreekt. Stuur stukken mee of kondig ze aan — behandelaarsbrieven, loonstroken, de arbeidsovereenkomst, correspondentie met uw werkgever. En betwist de feiten en de conclusie apart: veel beslissingen kloppen feitelijk maar trekken een conclusie die daar niet uit volgt.

En als de gronden nog ontbreken? Dan kan het UWV het bezwaar niet meteen niet-ontvankelijk verklaren. Artikel 6:6 Awb bepaalt dat een bezwaar niet-ontvankelijk kan worden verklaard als niet is voldaan aan artikel 6:5, "mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn". Dat is de wettelijke basis onder het pro-formabezwaar.

Ik haal de termijn bijna niet: wat is een pro-formabezwaar?

Een pro-formabezwaar is een kort, tijdig ingediend bezwaarschrift waarin u aangeeft bezwaar te maken en de gronden later aan te vullen; het UWV moet u dan op grond van artikel 6:6 Awb een termijn geven om dat verzuim te herstellen. Het is het instrument voor precies de situatie waarin de meeste mensen verkeren: de termijn loopt af, het dossier is nog niet compleet en er is nog geen advocaat gesproken.

Zo'n bezwaarschrift kan kort zijn, maar moet ondertekend zijn en het bestreden besluit omschrijven — dat laatste is essentieel. Een hersteltermijn voor het aanvullen van de gronden (artikel 6:5 lid 1 onder d) ziet namelijk niet mede op het ontbreken van een omschrijving van het besluit (onder c); het bezwaar bleef in dat geval niet-ontvankelijk (ECLI:NL:RBROT:2018:5102). Zorg dus dat glashelder is tégen welke beslissing u opkomt, met kenmerk en datum.

Wat u minimaal opschrijft:

Hierbij maak ik bezwaar tegen uw beslissing van (datum) met kenmerk (kenmerk), waarbij (korte omschrijving: mijn WW-uitkering is geweigerd, of: mijn WIA-uitkering is vastgesteld op een lager percentage dan ik verwachtte). Ik ben het met deze beslissing niet eens. De gronden van mijn bezwaar zal ik zo spoedig mogelijk aanvullen; ik verzoek u mij daarvoor een termijn te stellen. Ik wil graag worden gehoord en ontvang graag een afschrift van alle op de zaak betrekking hebbende stukken. Tevens verzoek ik u de kosten die ik in verband met de behandeling van dit bezwaar redelijkerwijs moet maken, te vergoeden.

Twee waarschuwingen. Een pro-formabezwaar is geen vrijbrief: het UWV mag het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren als u de gestelde hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, en die termijn is doorgaans kort. En het verschuift de beslistermijn: op grond van artikel 7:10 lid 2 Awb wordt die opgeschort vanaf de dag na het herstelverzoek tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de termijn ongebruikt is verstreken.

Wat gebeurt er op de hoorzitting bij het UWV, en hoe bereidt u zich voor?

Voordat het UWV op uw bezwaar beslist, moet het u in de gelegenheid stellen te worden gehoord; dat is een recht, en het is in de regel verstandig om er gebruik van te maken. Dat volgt uit artikel 7:2 lid 1 Awb: voordat een bestuursorgaan op het bezwaar beslist, stelt het belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord.

Van horen kan worden afgezien in de gevallen van artikel 7:3 Awb: bij een kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond bezwaar, als u verklaart geen gebruik te willen maken van het hoorrecht, als u niet binnen een gestelde redelijke termijn verklaart dat u gehoord wilt worden, of als volledig aan het bezwaar tegemoet wordt gekomen. Let op dat vierde geval: reageert u niet op de uitnodiging, dan raakt u het hoorrecht kwijt.

Een hoorzitting is geen rechtszitting. U zit tegenover een medewerker van de afdeling bezwaar; bij een medische zaak is er in de regel ook een verzekeringsarts bezwaar en beroep bij. Dat is vaak het enige moment waarop die arts u zelf ziet en spreekt — en dat weegt door in zijn rapport.

Inzage in het dossier. Op grond van artikel 7:4 Awb worden de op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen ter inzage gelegd en kunnen belanghebbenden tot tien dagen voor het horen nadere stukken indienen. Voor medische geschillen in de zin van artikel 75j ZW geldt een gunstiger regime: op grond van artikel 75l ZW kunt u nog tijdens het horen nadere stukken indienen, en worden de stukken vooraf toegezonden of ten minste twee dagen voor de zitting ter inzage gelegd.

Hoe u zich voorbereidt:

  1. Vraag het dossier op zodra u bezwaar maakt, niet een week voor de zitting. Het rapport van de verzekeringsarts en dat van de arbeidsdeskundige zijn de twee stukken waar het om draait.
  2. Lees de functionele mogelijkhedenlijst regel voor regel en noteer per beperking of die klopt met wat u op een slechte dag kunt — niet met wat u op uw beste dag kunt. Loop daarna de voorbeeldfuncties na op belasting die u niet aankunt.
  3. Verzamel informatie van uw behandelaars, gericht op belastbaarheid en beloop, niet alleen op diagnose.
  4. Zet uw punten op één A4 en neem iemand mee. U mag zich laten bijstaan; bij een medisch of arbeidskundig geschil is dat zelden overbodig.

Mijn WW is geweigerd: ben ik verwijtbaar werkloos?

U bent verwijtbaar werkloos als aan de werkloosheid een dringende reden ten grondslag ligt en u daarvan een verwijt kan worden gemaakt, of als u zelf ontslag heeft genomen zonder dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet van u kon worden gevergd. Dat staat in artikel 24 lid 2 van de Werkloosheidswet, dat voor de dringende reden verwijst naar artikel 7:678 BW.

De verplichting zelf staat in artikel 24 lid 1 WW: de werknemer voorkomt dat hij verwijtbaar werkloos wordt, en dat hij werkloos is of blijft doordat hij in onvoldoende mate probeert passende arbeid te verkrijgen, aangeboden passende arbeid niet aanvaardt of door eigen toedoen niet verkrijgt of behoudt, of eisen stelt die het verkrijgen van passend werk belemmeren. Wordt lid 1 onder a geschonden, dan brengt het UWV op grond van artikel 27 lid 1 WW een bedrag blijvend op de uitkering in mindering — in de praktijk de volledige weigering — tenzij het niet nakomen de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten; in dat geval wordt de helft in mindering gebracht over ten hoogste 26 weken.

Het etiket van het ontslag is niet beslissend. De vraag is niet hoe de werkgever of de rechter het ontslag heeft genoemd, maar of er materieel een dringende reden was en of u daarvan een verwijt te maken valt; de Centrale Raad van Beroep beoordeelt dat zelfstandig (zie ECLI:NL:CRVB:2015:193 en ECLI:NL:CRVB:2017:3755, waarin de blijvend gehele weigering in stand bleef). Dat werkt beide kanten op: dat een werkgever "dringende reden" schrijft maakt het er nog geen, en dat een ontslag later is omgezet in een ontslag wegens ongeschiktheid sluit niet uit dat het UWV alsnog een dringende reden aanneemt.

De vaststellingsovereenkomst. Wie meewerkt aan een beëindiging met wederzijds goedvinden neemt daarmee niet zonder meer zelf ontslag in de zin van artikel 24 lid 2 onder b WW — maar de tekst van die overeenkomst bepaalt in hoge mate wat het UWV ervan vindt. De WW-toets hoort dus al aan de onderhandelingstafel thuis, niet pas bij de aanvraag. Zie vaststellingsovereenkomst en ontslag en ziekte.

Ter illustratie. Een werknemer tekent een beëindigingsovereenkomst nadat de sfeer op de afdeling maandenlang is verslechterd. In de overeenkomst staat dat partijen uit elkaar gaan "op initiatief van werknemer". Hij denkt daar niets van, want de vergoeding is geregeld. Bij de WW-aanvraag wordt hem tegengeworpen dat hij het dienstverband zelf heeft beëindigd zonder dat voortzetting redelijkerwijs niet van hem kon worden gevergd. Waar het juridisch op draait is niet de sfeer op de afdeling, maar de vraag van wie het initiatief kwam en of er een aan de werknemer te verwijten reden aan de beëindiging ten grondslag lag — en die vraag wordt beantwoord aan de hand van de tekst die hij zelf heeft ondertekend. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Voldoe ik aan de wekeneis, en wat als ik te laat aanvroeg?

Recht op WW ontstaat in beginsel als u in de 36 kalenderweken onmiddellijk voorafgaand aan de eerste werkloosheidsdag in ten minste 26 kalenderweken ten minste één arbeidsuur per kalenderweek heeft gehad. Dat is de wekeneis van artikel 17 WW, letterlijk: "Recht op uitkering ontstaat voor de werknemer indien hij in 36 kalenderweken onmiddellijk voorafgaand aan de eerste dag van werkloosheid in ten minste 26 kalenderweken ten minste één arbeidsuur per kalenderweek heeft."

Twee nuances doen bezwaren regelmatig slagen. Artikel 17a WW bepaalt dat bepaalde weken bij het vaststellen van die 36 weken buiten beschouwing blijven — onder meer weken waarin u wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid geen arbeid kon verrichten, en weken van onbetaald verlof tot een maximum van 78 kalenderweken; de referteperiode schuift daardoor naar achteren, waardoor eerder gewerkte weken alsnog meetellen. En het gaat om kalenderweken met ten minste één arbeidsuur, niet om een minimum aantal uren of een aaneengesloten dienstverband: korte klussen, oproepdiensten en uitzendweken tellen mee. Reken het gehanteerde arbeidsverleden dus na tegen uw eigen loonstroken en contracten.

De aanvraagtermijn. Op grond van artikel 26 lid 1 onder b WW moet de werknemer binnen één week na het intreden van zijn werkloosheid bij het UWV een aanvraag indienen. Die week wordt vaak gemist, bijvoorbeeld omdat men eerst de afwikkeling met de werkgever wil afronden. Het niet nakomen daarvan kan op grond van artikel 27 lid 3 WW leiden tot een tijdelijke of blijvende, gehele of gedeeltelijke weigering; wat de gevolgen in uw geval zijn hangt af van de reden van de vertraging en de mate van verwijtbaarheid. Vraag bij twijfel liever te vroeg aan dan te laat.

Bron: Werkloosheidswet, artikelen 17, 17a, 24, 26 en 27, geraadpleegd via wetten.overheid.nl.

Mijn WW is gekort of stopgezet, en het UWV vordert terug

Korting, stopzetting en terugvordering zijn drie afzonderlijke beslissingen met elk hun eigen grondslag en hun eigen bezwaartermijn — en tegen elk daarvan kunt u afzonderlijk opkomen. Ze komen vaak in één envelop, en dat is precies waarom mensen er één bezwaar tegen maken en de rest laten liggen.

Beslissing Grondslag Waar het inhoudelijk om gaat
Maatregel: blijvende of tijdelijke korting artikel 27 WW is een verplichting uit artikel 24, 25 of 26 WW geschonden, en in welke mate valt u dat te verwijten
Herziening of intrekking van de toekenning artikel 22a WW was de toekenning achteraf bezien onjuist, en waarom
Terugvordering van het te veel betaalde artikel 36 WW is het bedrag juist berekend, en over welke periode
Bestuurlijke boete artikel 27a WW is de inlichtingenplicht geschonden, en hoe verwijtbaar was dat

Terugvordering is in beginsel verplicht. Artikel 36 lid 1 WW bepaalt dat de uitkering die als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 22a of 27 onverschuldigd is betaald, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, door het UWV wordt teruggevorderd. Het UWV heeft daarin weinig ruimte. Waar de ruimte wél zit: in de vraag of het onderliggende besluit klopt, en over welke periode en tot welk bedrag is teruggevorderd. Wordt de maatregel in bezwaar aangetast, dan valt de grond onder de terugvordering weg. Daarnaast kent artikel 36 lid 3 WW een afgebakende regeling om van (verdere) terugvordering af te zien, onder meer als de betrokkene vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan of ten minste 50% van de restsom in één keer aflost; laat beoordelen of u eronder valt voordat u een betalingsregeling tekent.

Maak dus bezwaar tegen elke beslissing in de brief, ook tegen de terugvordering zelf, en vraag om een specificatie per maand. Wat niet per periode is uitgesplitst, is niet te controleren — en dus ook niet te weerleggen.

WIA: hoe wordt mijn arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld?

Uw mate van arbeidsongeschiktheid wordt bepaald door te vergelijken wat u vóór uw ziekte per uur verdiende met wat u met uw resterende mogelijkheden nog kunt verdienen; die beoordeling wordt gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig én een arbeidskundig onderzoek. Dat laatste staat met zoveel woorden in artikel 6 lid 1 van de Wet WIA.

De begrippen die uw uitkering bepalen:

Begrip Definitie Grondslag
Wachttijd 104 weken, voordat aanspraak op een WIA-uitkering kan bestaan artikel 23 lid 1 Wet WIA
Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt (IVA) duurzaam slechts in staat om met arbeid ten hoogste 20% van het maatmaninkomen per uur te verdienen artikel 4 lid 1 Wet WIA
Duurzaam een medisch stabiele of verslechterende situatie; ook een situatie waarin op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat artikel 4 leden 2 en 3 Wet WIA
Gedeeltelijk arbeidsgeschikt (WGA) slechts in staat ten hoogste 65% van het maatmaninkomen per uur te verdienen, maar niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt artikel 5 Wet WIA
Minder dan 35% arbeidsongeschikt geen recht op een WIA-uitkering volgt uit de artikelen 5, 47 en 54 Wet WIA

Daaruit volgt de drempel waar de meeste geschillen over gaan: wie minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht, krijgt geen WIA-uitkering. Dat verschil ontstaat in de rekensom van de arbeidsdeskundige, niet in de diagnose van de arts.

Een tweede scharnierpunt is het onderscheid tussen WGA en IVA. Bent u volledig arbeidsongeschikt, dan is de vervolgvraag of dat ook duurzaam is; de Raad beoordeelt dat aan de hand van artikel 4 Wet WIA en de prognose van de verzekeringsarts over de kans op herstel. In ECLI:NL:CRVB:2018:3885 stond precies die vraag centraal: was de arbeidsongeschiktheid op de datum in geding volledig én duurzaam, zodat recht op een IVA- in plaats van een WGA-uitkering bestond. Wie volledig arbeidsongeschikt is verklaard maar een WGA-uitkering krijgt, doet er verstandig aan de duurzaamheidsmotivering apart te bekijken.

Ter illustratie. Een werkneemster is na twee jaar ziekte volledig uitgeput en gaat ervan uit dat zij een uitkering krijgt omdat zij haar eigen werk onmogelijk nog kan doen. Zij ontvangt een beslissing waarin staat dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus geen recht op WIA heeft. Waar het juridisch op draait is niet of zij haar eigen functie nog aankan, maar wat zij volgens de geselecteerde voorbeeldfuncties nog per uur zou kunnen verdienen, afgezet tegen haar maatmaninkomen. De vraag die beantwoord moet worden is dus of de belasting in die functies past bij de beperkingen die de verzekeringsarts heeft vastgesteld — een arbeidskundige vraag, niet een medische. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

De aanvraag. Het UWV stelt u op grond van artikel 64 lid 2 Wet WIA uiterlijk op de dag waarop de wachttijd 89 weken heeft geduurd schriftelijk in kennis van de mogelijkheid een aanvraag te doen; op grond van lid 3 doet u die aanvraag uiterlijk elf weken vóór afloop van de wachttijd. Te laat aanvragen kan de ingangsdatum van uw uitkering raken.

De verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige: waarom is hun rapport bepalend?

Het UWV mag zijn beslissing in beginsel baseren op de rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, mits die zorgvuldig tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies er logisch uit voortvloeien — en het is aan u om aannemelijk te maken dat daaraan niet is voldaan. Die maatstaf wordt in de rechtspraak steeds in vrijwel dezelfde bewoordingen herhaald; zie onder meer ECLI:NL:RBMNE:2026:5938, waarin de rechtbank daaraan toevoegt dat voor het aannemelijk maken dat de medische beoordeling onjuist is "in principe een rapport van een arts nodig" is, en dat de manier waarop iemand zijn gezondheidsklachten zelf ervaart daarvoor onvoldoende is.

Daar zit de kern van waarom bezwaren in medische zaken stranden: mensen schrijven op hoe ziek zij zijn, en dat is juridisch niet het bewijsmiddel dat telt. Wat wél telt:

Aanval op het rapport Wat u concreet moet laten zien
Onzorgvuldige totstandkoming er is geen lichamelijk onderzoek gedaan, geen informatie bij behandelaars opgevraagd, of het spreekuur was zo kort dat de klachten niet in kaart konden komen
Inconsistentie de vastgestelde beperkingen stroken niet met de eigen bevindingen van de arts elders in het rapport
Onvoldoende motivering een gemotiveerd bezwaar tegen de functionele mogelijkhedenlijst is niet inhoudelijk beantwoord
Verkeerde functieduiding de geselecteerde voorbeeldfuncties vragen een belasting die de vastgestelde beperkingen overschrijdt
Verkeerd maatmaninkomen het loon waarmee wordt vergeleken klopt niet met uw feitelijke situatie vóór uitval

Een effectief punt is dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het rapport van de primaire arts grotendeels overneemt: gebreken werken dan door in de heroverweging. In ECLI:NL:RBOVE:2026:2817 oordeelde de rechtbank dat, nu de verzekeringsarts bezwaar en beroep voortbouwde op de rapportage van de primaire arts en daar grotendeels bij aansloot, de eerder vastgestelde inconsistenties ook in diens rapportage doorwerkten en het bestreden besluit in zoverre onzorgvuldig tot stand was gekomen.

Wapengelijkheid. Dat het UWV eigen artsen inzet en u niet, is een structurele scheefheid. De Centrale Raad van Beroep toetst dat aan het beginsel van equality of arms uit het arrest Korošec van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De kern is, in de bewoordingen van de Raad in ECLI:NL:CRVB:2023:418, dat de bestuursrechter alleen een onafhankelijk oordeel kan geven als er evenwicht bestaat tussen partijen wat betreft de mogelijkheid bewijsmateriaal aan te dragen; de rechter moet daarom beoordelen of de betrokkene voldoende ruimte heeft gehad de bevindingen van de verzekeringsartsen te betwisten, bijvoorbeeld door zelf medische stukken in te dienen. In ECLI:NL:CRVB:2019:1141 beriep de betrokkene zich daarop omdat zij om financiële redenen geen eigen deskundigenrapport kon laten uitbrengen. Kunt u geen deskundige betalen, benoem dat dan uitdrukkelijk en vraag de rechtbank om benoeming van een onafhankelijke deskundige.

Mijn Ziektewet-uitkering is geweigerd, gekort of beëindigd

Recht op ziekengeld bestaat bij ongeschiktheid tot het verrichten van uw arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte — de discussie gaat vrijwel altijd over dat "objectief medisch vast te stellen" en over wat in uw geval als "uw arbeid" geldt. De grondslag is artikel 19 lid 1 van de Ziektewet.

Dat tweede punt wordt onderschat: de maatstaf verschuift. Voor wie geen werkgever meer heeft geldt op grond van artikel 19 lid 5 ZW een eigen maatstaf: ongeschiktheid tot het verrichten van werkzaamheden die bij een soortgelijke werkgever gewoonlijk kenmerkend voor zijn arbeid zijn. Na de eerstejaars-ZW-beoordeling verschuift de maatstaf bovendien naar wat u met algemeen geaccepteerde arbeid nog kunt verdienen (artikel 19ab ZW, dat spreekt van een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek). Dat verklaart waarom mensen "ziek blijven" maar toch hun ZW-uitkering verliezen: niet omdat het UWV vindt dat zij beter zijn, maar omdat de meetlat een andere is geworden.

Weigering en korting kennen een eigen catalogus in artikel 45 ZW: het UWV weigert het ziekengeld geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend, onder meer als de verzekerde niet binnen redelijke termijn geneeskundige hulp inroept of zich niet onder behandeling blijft stellen, als hij zich schuldig maakt aan gedragingen waardoor zijn genezing wordt belemmerd, als hij zonder deugdelijke grond niet verschijnt op een oproep, of als hij zich niet houdt aan de controlevoorschriften.

En hier geldt de korte termijn. Een hersteldverklaring is een geschil van geneeskundige aard over het voortbestaan van ongeschiktheid tot werken in de zin van artikel 75j ZW. Daarvoor geldt op grond van artikel 75k ZW in beginsel een bezwaartermijn van twee weken — tenzij het geschil ziet op een beoordeling als bedoeld in artikel 19ab ZW, want dan geldt de gewone zes weken. Wie het onderscheid niet ziet, is te laat voordat hij een advocaat heeft gesproken. Lees dus altijd de rechtsmiddelenclausule onderaan de beslissing, en handel binnen twee weken als u twijfelt.

De loonsanctie: het UWV verlengt de loondoorbetaling van mijn werkgever

Vindt het UWV dat de werkgever zonder deugdelijke grond te weinig aan re-integratie heeft gedaan, dan verlengt het de periode waarin die werkgever het loon moet doorbetalen, met ten hoogste 52 weken. Dat staat in artikel 25 lid 9 van de Wet WIA: het UWV verlengt het tijdvak waarin de verzekerde recht heeft op loon op grond van artikel 7:629 BW "opdat de werkgever zijn tekortkoming ten aanzien van de bedoelde verplichtingen of re-integratie-inspanningen kan herstellen", waarbij de verlenging ten hoogste 52 weken bedraagt.

Voor de werknemer is dit in de regel goed nieuws: de loondoorbetaling loopt door en de WIA-beoordeling schuift op. Voor de werkgever is het een belastend besluit met forse financiële gevolgen, waartegen hij bezwaar kan maken.

Bij de beoordeling staat het bereikte resultaat voorop. Is er een bevredigend re-integratieresultaat, dan volgt geen sanctie; is dat er niet, dan beoordeelt het UWV of de werkgever voldoende inspanningen heeft verricht en, zo niet, of hij daarvoor een deugdelijke grond had. Omdat het besluit belastend is, rust de bewijslast bij het UWV (ECLI:NL:RBZWB:2026:2648). Twee termijnen zijn hard: op grond van artikel 25 lid 10 Wet WIA geeft het UWV de beschikking uiterlijk zes weken vóór afloop van de wachttijd, en op grond van lid 11 vindt verlenging niet plaats als zij niet vóór afloop van de wachttijd is gegeven.

Boete en terugvordering wegens schending van de inlichtingenplicht

Wie niet zo spoedig mogelijk doorgeeft wat van invloed kan zijn op zijn uitkering, riskeert naast terugvordering van het te veel betaalde een bestuurlijke boete van ten hoogste het benadelingsbedrag — en bij opzet aanzienlijk meer. De inlichtingenplicht in de WIA staat in artikel 27 lid 1 Wet WIA, de boete in artikel 91 Wet WIA; voor de WW gelden de artikelen 25 en 27a WW in vrijwel gelijke bewoordingen.

De boete bedraagt ten hoogste het benadelingsbedrag: het brutobedrag dat als gevolg van de schending ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering is ontvangen. Is de overtreding opzettelijk begaan, dan geldt als maximum het bedrag van de vijfde categorie van artikel 23 lid 4 Sr; is zij niet opzettelijk begaan, de derde categorie. Leidde de schending niet tot een benadelingsbedrag, dan de tweede categorie.

Waar bezwaren tegen boetes op slagen, is vrijwel altijd de verwijtbaarheid. Volgens vaste rechtspraak moet het bestuursorgaan de hoogte afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten, en zo nodig rekening houden met de omstandigheden waaronder zij is begaan; de rechter toetst zonder terughoudendheid of het boetebesluit daaraan voldoet en tot een evenredige sanctie leidt (ECLI:NL:CRVB:2022:1957, met verwijzing naar CRvB 24 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3754). De onderscheiden categorieën lopen van opzet via grove schuld en gewone verwijtbaarheid tot verminderde verwijtbaarheid, elk met een ander percentage van het benadelingsbedrag; de stelplicht en bewijslast van feiten die tot verlaging kunnen leiden rusten op de betrokkene.

Een bezwaar tegen een boete is daarom een ander soort stuk dan een bezwaar tegen een weigering: u onderbouwt met stukken waarom u redelijkerwijs niet hoefde te begrijpen dat u iets moest melden, welke informatie u wél heeft doorgegeven, en wat uw financiële draagkracht is.

Ter illustratie. Iemand met een uitkering doet enkele maanden onregelmatig betaald werk via een uitzendbureau en gaat ervan uit dat het UWV die uren al ziet, omdat er loonstroken zijn en er belasting wordt ingehouden. Maanden later valt er een besluit met een terugvordering en een boete op de mat. Waar het juridisch op draait is niet of hij het geld nog heeft, maar of hem redelijkerwijs duidelijk moest zijn dat die inkomsten van invloed konden zijn op zijn uitkering, en in welke mate hem het niet melden valt te verwijten. Dat is een andere vraag dan of hij te goeder trouw was — en het is de vraag waarop de hoogte van de boete moet worden afgestemd. Dit is een voorbeeldsituatie ter illustratie van de regel, geen zaak van ons kantoor.

Het UWV wijst mijn bezwaar af: hoe ga ik in beroep bij de rechtbank?

Tegen de beslissing op bezwaar stelt u binnen zes weken beroep in bij de bestuursrechter van de rechtbank; daarna staat binnen zes weken hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht. Beroep bij de bestuursrechter staat open voor belanghebbenden op grond van artikel 8:1 Awb, en dat bezwaar aan beroep voorafgaat volgt uit artikel 7:1 Awb.

Op het bezwaar moet het UWV op grond van artikel 7:10 Awb binnen zes weken beslissen, of binnen twaalf weken als een adviescommissie is ingesteld, met verdaging van ten hoogste zes weken.

Dat de Centrale Raad van Beroep de hogerberoepsrechter is voor de Werkloosheidswet, de Ziektewet en de Wet WIA volgt uit artikel 9 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (bijlage 2 bij de Awb), waarin die drie wetten uitdrukkelijk worden genoemd. Dat artikel kent bovendien schorsende werking toe: op grond van artikel 8:106 lid 1 onder a Awb wordt de werking van de uitspraak van de rechtbank opgeschort tot de hogerberoepstermijn is verstreken of daarop is beslist. Wint u bij de rechtbank en gaat het UWV in hoger beroep, dan hoeft er dus nog niet meteen te worden uitbetaald.

Wat er in beroep verandert: u staat tegenover een onafhankelijke rechter, er wordt griffierecht geheven, en de rechtbank kan een onafhankelijke deskundige benoemen. Dat laatste is in medische zaken vaak de kern van de strategie — juist met het oog op de wapengelijkheid die hierboven aan de orde kwam.

Beslist het UWV niet? Op grond van artikel 6:12 Awb is beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet aan een termijn gebonden, en kan het worden ingesteld zodra het bestuursorgaan in gebreke is en twee weken zijn verstreken na de dag waarop u het schriftelijk in gebreke heeft gesteld. Die ingebrekestelling is een noodzakelijke tussenstap.

Voor de bredere context van procederen tegen de overheid: zie bestuursrecht.

Ik heb nu geen inkomen: kan ik iets vragen dat sneller gaat?

Ja: u kunt de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening vragen zodra u bezwaar heeft gemaakt, mits onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. De grondslag is artikel 8:81 lid 1 Awb: is tegen een besluit beroep ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar gemaakt, dan kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat vereist.

Let op de volgorde: er moet eerst bezwaar zijn gemaakt. Zonder lopend bezwaar is er geen ingang bij de voorzieningenrechter; in de praktijk gaan het bezwaarschrift en het verzoek daarom vaak op dezelfde dag de deur uit.

U onderbouwt twee dingen tegelijk. Het spoedeisend belang: dat u nu geen inkomen heeft, dat de vaste lasten doorlopen, dat er een huurachterstand of een aangekondigde ontruiming is, dat er geen ander vangnet is — met stukken, niet met woorden. En een voorlopige inschatting dat het besluit geen stand houdt: de voorzieningenrechter beslist niet de hele zaak, maar weegt de belangen mede aan de hand van hoe kansrijk het bezwaar er op het eerste gezicht uitziet.

Wees realistisch over de uitkomst: een voorziening is naar haar aard voorlopig en geldt in de regel tot de beslissing op bezwaar. Wordt het bezwaar daarna afgewezen, dan vervalt zij en kan het uitbetaalde bedrag onderwerp van terugvordering worden. Het overbrugt precies de periode waarin de meeste schade ontstaat, maar het is geen definitieve oplossing.

Wat kost bezwaar en beroep tegen het UWV?

Voor de behandeling van het bezwaar zelf is geen recht verschuldigd, maar de kosten die u in bezwaar maakt worden alleen vergoed als het besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid én u daar tijdig om heeft gevraagd. Dat staat in artikel 7:15 Awb: lid 1 bepaalt dat voor de behandeling van het bezwaar geen recht verschuldigd is; lid 2 dat de kosten uitsluitend worden vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid; lid 3 dat het verzoek wordt gedaan voordat het bestuursorgaan op het bezwaar heeft beslist.

Dat derde lid is een valkuil die veel geld kost. Vraagt u de kostenvergoeding pas als u het gelijk binnen heeft, dan bent u te laat. Zet het verzoek dus standaard al in uw bezwaarschrift — ook in een pro-formabezwaar.

In beroep geldt een ander regime. Artikel 8:75 Awb geeft de bestuursrechter de bevoegdheid een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep, en van het bezwaar, redelijkerwijs heeft moeten maken. De hoogte wordt vastgesteld volgens een forfaitair stelsel, zodat een toegewezen proceskostenveroordeling doorgaans niet de volledige kosten van rechtsbijstand dekt. In beroep en hoger beroep is bovendien griffierecht verschuldigd (artikel 8:41 Awb); die bedragen worden periodiek geïndexeerd, dus laat het actuele bedrag opgeven bij de rechtbank.

Financieringsvorm Waar u op moet letten
Kostenvergoeding in bezwaar alleen bij herroeping wegens aan het UWV te wijten onrechtmatigheid, en het verzoek moet vóór de beslissing op bezwaar zijn gedaan (artikel 7:15 lid 3 Awb)
Proceskostenveroordeling in beroep forfaitair stelsel; dekt in de regel niet alle kosten
Gefinancierde rechtsbijstand (toevoeging) via de Raad voor Rechtsbijstand, met een eigen bijdrage; er gelden inkomens- en vermogensgrenzen
Rechtsbijstandverzekering of vakbond controleer of sociaal zekerheidsrecht onder de dekking valt; bonden stellen vaak een minimale lidmaatschapsduur

Wij noemen op deze pagina bewust geen bedragen voor griffierecht, eigen bijdrage of proceskostenvergoeding: die worden regelmatig geïndexeerd, en een verkeerd bedrag leidt tot een verkeerde beslissing. Bij ons kunt u uw situatie kosteloos laten beoordelen, inclusief de vraag of u in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand.

Veelgemaakte fouten bij een UWV-bezwaar

De meeste zaken tegen het UWV worden niet verloren op het recht maar op de termijn en op de onderbouwing. Dit zijn de fouten die achteraf zelden nog te herstellen zijn.

  1. Eerst bellen, dan pas schrijven. Een telefoongesprek of een bericht in Mijn UWV is geen bezwaar en stuit de termijn niet.
  2. De rechtsmiddelenclausule niet lezen. Bij een medisch geschil over ziek zijn geldt in beginsel twee weken, niet zes.
  3. Wachten tot het dossier compleet is. Dien een pro-formabezwaar in en vul aan; de termijn wacht niet op uw specialist.
  4. Alleen het meest zichtbare besluit aanvechten. Maatregel, herziening, terugvordering en boete zijn afzonderlijke besluiten.
  5. Geen medische onderbouwing leveren. Uw eigen beleving van de klachten is volgens vaste rechtspraak onvoldoende; er is in beginsel informatie van een arts nodig.
  6. De functionele mogelijkhedenlijst en de voorbeeldfuncties overslaan. Daar wordt het percentage gemaakt, niet in de diagnose.
  7. Niet reageren op de uitnodiging voor de hoorzitting. Wie niet binnen de gestelde termijn laat weten gehoord te willen worden, verliest dat recht (artikel 7:3 onder d Awb).
  8. De kostenvergoeding pas achteraf vragen. Het verzoek moet vóór de beslissing op bezwaar zijn gedaan.
  9. Geen voorlopige voorziening vragen terwijl er geen inkomen is. Bezwaar schorst de beslissing in beginsel niet.

Over dit advies

Arslan & Arslan Advocaten staat cliënten bij in geschillen met het UWV over WW, WIA en Ziektewet — van bezwaar en hoorzitting tot beroep bij de rechtbank en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep — vanuit kantoren in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Tilburg en Eindhoven. Wij beoordelen uw situatie kosteloos. Naast Nederlands spreken wij Turks en Pools.

**Bel [070 450 0300](tel:+31704500300) of stuur ons uw vraag via het contactformulier.** Heeft u net een brief gekregen, houd die dan bij de hand: de datum en het kenmerk zijn het eerste wat wij nodig hebben.

Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies over uw eigen zaak. Aan de genoemde uitgangspunten kunnen geen rechten worden ontleend.