Uit de praktijk · Eigen zaak · Verzekeringsrecht en letselschade
Allianz stelde dat een aanrijding met een taxi in scène was gezet. De cliënt bewees in hoger beroep dat het om een echt ongeval ging. Het gerechtshof Den Haag bekrachtigde op 18 februari 2025 het vonnis waarin Allianz aansprakelijk was gehouden. Mr. Onur Arslan stond de taxichauffeur bij in eerste aanleg; mr. M. Ciftci-Incekara behandelde het hoger beroep.
Het resultaat kwam niet tot stand door alleen het fraudeverwijt te ontkennen. Een onafhankelijke ongevalsanalyse, getuigenverhoren en de verklaring van de cliënt waren belangrijk voor de bewijswaardering. Deze praktijkzaak laat ook zien waarom aansprakelijkheid, de echtheid van een ongeval, eigen schuld en de uiteindelijke schadevergoeding afzonderlijk moeten worden beoordeeld.
De zaak in het kort
In de nacht van 29 op 30 april 2019 botsten een taxi en een gehuurde bestelbus. De bestuurder van de bestelbus had de taxi op de voorrangsweg geen voorrang verleend. Allianz was de WAM-verzekeraar van de bestelbus. De taxichauffeur hield de verzekeraar aansprakelijk voor de schade, maar Allianz betwistte dat sprake was van een authentieke, niet-geënsceneerde aanrijding.
De rechtbank Rotterdam wees de aansprakelijkheidsvordering toe en verwees voor de vaststelling van de schade naar een schadestaatprocedure. Allianz ging daartegen in hoger beroep. Na bewijslevering bleef de aansprakelijkheidsbeslissing in stand. Daarmee is niet gezegd dat de volledige schade al was vastgesteld of betaald.
Van de rechtbank naar het gerechtshof: drie belangrijke uitspraken
4 augustus 2021: aansprakelijkheid vastgesteld
In ECLI:NL:RBROT:2021:8069 stelde de rechtbank Rotterdam de aansprakelijkheid van Allianz vast. Allianz werd veroordeeld tot vergoeding van de schade, op te maken bij staat. Het ging dus niet slechts om toestemming om later bewijs te verzamelen. Mr. O. Arslan trad op voor de taxichauffeur.
4 april 2023: bewijsopdracht aan de cliënt
Het gerechtshof oordeelde in ECLI:NL:GHDHA:2023:960 dat de taxichauffeur moest bewijzen dat sprake was van een authentiek ongeval. Allianz had omstandigheden aangevoerd die volgens het hof nadere bewijslevering nodig maakten. Dit tussenarrest was nog geen eindoverwinning voor de cliënt. In hoger beroep trad mr. M. Ciftci-Incekara op.
18 februari 2025: de cliënt slaagt in het bewijs
In ECLI:NL:GHDHA:2025:821 concludeerde het hof dat de taxichauffeur het gevraagde bewijs had geleverd. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd. Allianz werd daarnaast veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, begroot op € 6.065. Dat bedrag betreft proceskosten, waaronder getuigenkosten, en niet de totale letselschadevergoeding.
Waarom vond Allianz de aanrijding verdacht?
De verzekeraar wees onder meer op de bewegingen van de voertuigen vóór de botsing, verschillen tussen verklaringen en geregistreerde ritgegevens, de snelheid van de taxi en een verondersteld financieel motief. Ook waren er vragen over de situatieschets op het schadeformulier. Allianz zag daarin aanwijzingen voor een afgesproken aanrijding.
Bij de beoordeling van zulke vermoedens is het belangrijk waarnemingen en conclusies te scheiden. Dat twee voertuigen eerder bij elkaar in de buurt waren, bewijst bijvoorbeeld niet zonder meer een afspraak tussen de bestuurders. En een onduidelijke verklaring van de bestuurder van de bestelbus maakt nog niet duidelijk wat de taxichauffeur wist of zou hebben afgesproken.
De procedure draaide daarom niet alleen om de vraag of er afwijkingen in het dossier zaten. De rechter moest beoordelen welke betekenis die afwijkingen hadden, welke verklaringen daarvoor mogelijk waren en of de cliënt voldoende bewijs voor zijn eigen lezing had geleverd.
De bewijslast lag hier bij de taxichauffeur
Een belangrijk punt is dat het hof in deze WAM-zaak de taxichauffeur opdroeg de authentieke aanrijding te bewijzen. Het is dus onjuist deze zaak samen te vatten als: Allianz moest fraude bewijzen en kon dat niet. De cliënt moest actief bewijs leveren en slaagde daarin.
Dat maakt deze procedure anders dan een geschil waarin een verzekeraar zich tegenover zijn eigen verzekerde op een opzetuitsluiting beroept. Ook een eerdere erkenning van aansprakelijkheid kan van betekenis zijn voor de beoordeling. Vergelijk onze praktijkzaken over Univé en de bewijslast bij een SVI-claim en HDI en het terugkomen op een aansprakelijkheidserkenning.
Een goede analyse begint daarom bij de juridische grondslag van de claim en het concrete verweer. Onze algemene uitleg over bewijslast bij verzekeringsfraude helpt om die vragen uit elkaar te houden.
Wat maakte het bewijs overtuigend?
De cliënt liet een rapport opstellen door Ongevallen Analyse Nederland. De analyse behandelde zowel de technische kant van de botsing als de bewegingen van de voertuigen. Het hof sloot zich aan bij verschillende argumenten die tegen een opzettelijke aanrijding pleitten.
Een daarvan was de combinatie van de relatief hoge botsingssnelheid en het beperkte zicht dat de bestuurders op elkaar hadden. Volgens de analyse paste het bijbehorende letselrisico niet goed bij een vooraf georganiseerde botsing. De beperkte zichtlijnen konden bovendien helpen verklaren waarom geen voorrang was verleend en nauwelijks was afgeremd.
Ook de vermeende ontmoetingen vóór de aanrijding en het gestelde motief werden onderzocht. Het hof achtte de verklaring van de cliënt geloofwaardig en vond geen plausibel onderbouwd motief voor de gestelde opzetaanrijding. Het dossier bevatte evenmin direct bewijs van een afspraak tussen de bestuurders.
Daarmee ging het om meer dan een rapport tegenover een ander rapport. Ook onderzoekers die voor Allianz hadden gewerkt werden als getuigen gehoord. Het hof kon de bevindingen, verklaringen en tegenargumenten in samenhang wegen. Een deskundigenrapport in een verzekeringsgeschil moet daarom inhoudelijk worden gelezen en getoetst aan de overige stukken.
Waarom bleef eigen schuld nog wel een onderwerp?
Een ongeval kan echt zijn en toch mede zijn veroorzaakt door een verkeersfout van de benadeelde. Het hof maakte dat onderscheid uitdrukkelijk. De snelheid van de taxi kon volgens het hof relevant zijn voor de verdeling van de schade, ook al vormde zij in de bewijswaardering geen overtuigend aanknopingspunt voor enscenering.
De rechtbank had de discussie over eigen schuld naar de schadestaatprocedure verwezen. Het hof liet dat in stand en achtte een causale bijdrage van de taxichauffeur van 25% voorshands aannemelijk. Dat was geen definitieve vaststelling dat exact 25% van alle schade moest worden gekort. De beoordeling van de uiteindelijke schadeverdeling bleef voor de schadestaat.
Het behaalde resultaat is dus dat het fraudeverweer de aansprakelijkheidsvordering niet liet stranden en dat de aansprakelijkheidsbeslissing in hoger beroep standhield. Het arrest mag niet worden gepresenteerd als een onvoorwaardelijke toewijzing en betaling van 100% van iedere schadepost.
Wat kunt u doen bij een verwijt van een geënsceneerd ongeval?
Bewaar het oorspronkelijke bewijs. Denk aan foto’s, verklaringen, ritgegevens en correspondentie. Maak zichtbaar welke gegevens direct na het ongeval zijn vastgelegd en welke informatie later is toegevoegd. Probeer ontbrekende onderdelen niet met veronderstellingen op te vullen.
Laat het onderzoeksrapport inhoudelijk beoordelen. Vraag welke waarnemingen vaststaan en welke conclusies daarop worden gebaseerd. Een zinvolle reactie bespreekt ook mogelijke andere verklaringen en de grenzen van het gebruikte onderzoek. Niet ieder meningsverschil vraagt om een nieuwe deskundige, maar soms kan onafhankelijk onderzoek veel verschil maken.
Houd toedracht en schade gescheiden. Een gunstig oordeel over de authenticiteit van de aanrijding vervangt de onderbouwing van uw schade niet. Bij de verdere letselschadeafwikkeling blijven de gevolgen van het ongeval, eerdere betalingen en een eventueel beroep op eigen schuld relevant.
Veelgestelde vragen
Heeft Allianz deze procedure in hoger beroep verloren?
Ja. Het hof bekrachtigde het vonnis waarin Allianz aansprakelijk was gehouden en veroordeelde de verzekeraar in de kosten van het hoger beroep. De schadeomvang en mogelijke eigen schuld moesten nog afzonderlijk worden beoordeeld.
Moest Allianz in deze zaak de fraude bewijzen?
Nee, dat is niet de bewijsopdracht die het hof gaf. De taxichauffeur moest bewijzen dat sprake was van een authentieke, niet-geënsceneerde aanrijding. Het hof oordeelde uiteindelijk dat hij daarin was geslaagd.
Is de € 6.065 de schadevergoeding voor de taxichauffeur?
Nee. Dat is de begroting van de kosten van het hoger beroep. De persoonlijke en materiële schade stond daarmee niet definitief vast.
Sluit een echte aanrijding eigen schuld uit?
Nee. Authenticiteit en eigen schuld zijn verschillende vragen. In deze zaak bleef het mogelijke aandeel van de snelheid van de taxi onderwerp voor de schadestaatprocedure.
Hulp bij een fraudeverwijt van uw verzekeraar
Arslan Advocaten beoordeelt de grondslag van de claim, de bewijspositie en de rapporten waarop de verzekeraar zich beroept. Bekijk onze dienstverlening op het gebied van verzekeringsrecht of leg uw situatie aan ons voor. Vermeld welke beslissing u heeft ontvangen en of er al een gerechtelijke procedure loopt.
Bronnen en afbakening: rechtbank Rotterdam 4 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:8069; gerechtshof Den Haag 4 april 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:960; gerechtshof Den Haag 18 februari 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:821. Het eindarrest noemt daarnaast een tussenarrest van 18 juni 2024. De bespreking is gebaseerd op de gepubliceerde beslissingen. De latere schadeafwikkeling en eventuele cassatie zijn hiermee niet vastgesteld. De illustratie is symbolisch en geen reconstructie van het ongeval.


