Letsel opgelopen? Dit is belangrijk om te weten.
Een vordering wegens letsel verjaart in beginsel vijf jaar nadat u bekend bent met de schade en de aansprakelijke persoon.
- Was u minderjarig? Dan gaat die termijn pas lopen op uw achttiende verjaardag.
- Bewaar alles: medische stukken, foto’s, het schadeformulier en uw eigen aantekeningen.
- Wij beoordelen kosteloos of u een zaak heeft en zeggen het eerlijk als dat niet zo is.
Bel 070 450 0300WhatsApp onsStuur uw stukken op
Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.
Als voetganger aangereden?
Bent u aangereden door een motorrijtuig, dan heeft u een sterke positie: de eigenaar of houder is aansprakelijk tenzij hij overmacht aantoont. Maar “minimaal 50%” werkt anders dan vaak wordt uitgelegd.
- Wij stellen de aansprakelijke partij aansprakelijk en vragen een voorschot aan.
- Wij voeren het debat over de causale verdeling en de billijkheidscorrectie.
- Wij bewaken de verjaringstermijnen en brengen uw volledige schade in kaart.
Bel 070 450 0300Laat uw zaak beoordelen
Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.
Wordt u als voetganger aangereden, dan bent u de meest kwetsbare partij. De gevolgen lopen uiteen van schaafwonden tot blijvend letsel. De wet geeft u een sterke positie, maar die is genuanceerder dan vaak wordt geschreven. Hieronder leest u precies hoe de aansprakelijkheid wordt bepaald, wat u het eerst moet doen en welke schade meetelt.
Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 17 september 2026.
Eerst: uw gezondheid
Ga na een aanrijding altijd naar een arts of het ziekenhuis, ook als de klachten meevallen. Dat is in de eerste plaats van belang voor uzelf: hersenletsel, inwendig letsel en nekklachten openbaren zich soms pas na uren of dagen. Daarnaast is de medische registratie later doorslaggevend voor het aantonen van het verband tussen het ongeval en uw klachten. Laat de arts noteren wat er is gebeurd en welke klachten u heeft, en ga terug als er nieuwe klachten bij komen.
Pas daarna komt de rest: gegevens, bewijs en de juridische route.
Artikel 185 WVW: risicoaansprakelijkheid, met een uitzondering
De bescherming van voetgangers en fietsers berust op artikel 185 WVW. Bij een aanrijding tussen een motorrijtuig en een niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer is de eigenaar of houder van dat motorrijtuig aansprakelijk, tenzij hij overmacht aannemelijk maakt. U hoeft dus niet te bewijzen dat de bestuurder een fout maakte.
Overmacht is een zware maatstaf: daarvan is pas sprake als de bestuurder rechtens geen enkel verwijt treft en de fout van de ander zo onwaarschijnlijk was dat hij daarmee redelijkerwijs geen rekening hoefde te houden. In de praktijk slaagt dat beroep zelden – maar “bijna nooit” is geen garantie, en bij een volstrekt onverwacht de weg oprennen is het een reeel verweer.
De 50%-regel: hoe die werkelijk wordt berekend
Hier gaat het in vrijwel alle publieksteksten mis. De gedachte “u krijgt 50%, en over de andere helft wordt onderhandeld” klopt niet. De juiste volgorde is:
- Causale verdeling (art. 6:101 lid 1 BW). Eerst wordt beoordeeld in welke mate het gedrag van elk van beide partijen heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade. Dat levert een verdeling op, bijvoorbeeld 70% voor de kant van het motorrijtuig en 30% voor u.
- Billijkheidscorrectie. Daarna kan die verdeling worden bijgesteld als de billijkheid dat eist, gelet op de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten en de overige omstandigheden – waaronder de ingrijpendheid van uw letsel en het feit dat een motorrijtuig een veel groter gevaar schept. Dat werkt in uw voordeel.
- De ondergrens van 50%. Pas als die twee stappen samen zouden leiden tot minder dan de helft, wordt de vergoeding opgetrokken naar ten minste 50%. De 50% is dus een bodem, geen startpunt waar nog iets bovenop komt.
Praktisch betekent dit: is uw eigen aandeel beperkt, dan komt u via stap 1 en 2 vaak ver boven de 50% uit – soms op 80% of meer. Is uw aandeel groot, dan vangt de bodem u op bij 50%. De rechtbank Amsterdam heeft die volgorde recent nog uitgewerkt (ECLI:NL:RBAMS:2025:5733, r.o. 3.3-3.8); de grondslag staat in HR 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1426, r.o. 3.6.
De uitzonderingen op de ondergrens
De 50%-bodem geldt niet onvoorwaardelijk. Er zijn twee uitzonderingen:
- Overmacht van de bestuurder: dan is er in het geheel geen aansprakelijkheid op grond van artikel 185 WVW.
- Opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van uzelf: dan vervalt de bescherming. Denk aan bewust voor een rijdende auto springen. Gewone onoplettendheid valt daar nadrukkelijk niet onder.
Kinderen jonger dan 14 jaar: de 100%-regel
Voor een voetganger of fietser jonger dan 14 jaar geldt een sterkere regel: de schade wordt in beginsel volledig vergoed, ook als het kind zelf een fout maakte. Kinderen zijn onberekenbaar in het verkeer, en daar moet een bestuurder rekening mee houden.
Ook hier geldt een uitzondering: bij opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van het kind vervalt die bescherming. Die maatstaf is voor een kind nog zwaarder en wordt vrijwel nooit gehaald.
En bij ouderen of op een zebrapad?
Hier moeten twee hardnekkige misverstanden worden weggenomen.
- Er bestaat geen aparte 100%-regel voor ouderen. Vanaf 14 jaar geldt voor iedereen dezelfde regel, ongeacht leeftijd. Wel kan hoge leeftijd – net als een lichamelijke beperking – meewegen in de billijkheidscorrectie: van een bestuurder mag extra oplettendheid worden verwacht bij iemand die zichtbaar slecht ter been is. Dat is dus een factor in de weging, geen automatisch recht op 100%.
- Een zebrapad geeft geen automatische 100%. Artikel 49 lid 2 RVV verplicht bestuurders voetgangers op een voetgangersoversteekplaats voor te laten gaan. Schending daarvan is een sterk argument en leidt er vaak toe dat de causale verdeling volledig of vrijwel volledig ten laste van de bestuurder komt – maar dat is de uitkomst van de weging, geen aparte regel. Bovendien geldt artikel 49 alleen bij een gemarkeerde zebra, niet bij elke plek waar mensen oversteken.
En over oversteken buiten een zebrapad: dat is op zichzelf geen verkeersfout. Het RVV verbiedt het niet; voetgangers mogen in beginsel oversteken waar zij willen, mits zij daarbij het overige verkeer niet hinderen en zich niet onnodig ophouden op de rijbaan. Een verwijt ontstaat pas als u zonder te kijken de weg oploopt, pal voor naderend verkeer overstak of een nabijgelegen oversteekplaats negeerde terwijl dat in de omstandigheden onzorgvuldig was.
Aangereden door een fiets, scooter of step?
Artikel 185 WVW geldt alleen bij een motorrijtuig. Wat de tegenpartij bestuurde, bepaalt dus uw hele uitgangspositie – en juist bij elektrische voertuigen is dat vaak niet wat mensen denken.
| Voertuig van de tegenpartij | Motorrijtuig? | Gevolg voor u |
|---|---|---|
| Snorfiets (blauw kenteken, 25 km/u), bromfiets of bromscooter (geel kenteken, 45 km/u) | Ja | Artikel 185 WVW beschermt u: aansprakelijkheid tenzij overmacht, met de 50%-bodem vanaf 14 jaar en 100% daaronder. |
| Elektrische scooter of e-scooter | Meestal ja | Let op: een elektrische scooter is doorgaans een snorfiets of bromfiets met kenteken – dus een motorrijtuig. Hij hoort niet op een lijn met een gewone fiets. Kijk naar het kenteken en de constructiesnelheid, niet naar het uiterlijk. |
| Speedpedelec, of een opgevoerde fatbike of e-bike die als snor- of bromfiets moet worden gekwalificeerd | Ja | Artikel 185 WVW beschermt u. De technische kenmerken zijn bepalend, niet de verkoopnaam. |
| Gewone fiets of bakfiets | Nee | De grondslag is artikel 6:162 BW: er moet een fout van de bestuurder worden aangetoond, met de normale bewijslast en eigen schuld. |
| E-bike of fatbike die aan de eisen voldoet (trapondersteuning tot 25 km/u, maximaal 250 watt) | Nee | Ook hier geldt artikel 6:162 BW. |
| Elektrische step zonder kenteken | Afhankelijk van het model | Steps zonder toelating mogen niet op de openbare weg; toegelaten modellen kunnen als bijzondere bromfiets zijn aangemerkt en dan wél motorrijtuig zijn. Laat dit per geval controleren. |
Geen motorrijtuig betrokken? Dan geldt er geen ondergrens. Ook dat is een veelgemaakte fout. De stelling dat u bij een aanrijding met een fietser “meestal 50 tot 100%” krijgt, is niet te onderbouwen: buiten artikel 185 WVW is er geen wettelijke bodem. U moet dan een fout van de fietser stellen en zo nodig bewijzen, en bij eigen schuld wordt de schade verdeeld op grond van artikel 6:101 BW – waarbij de billijkheidscorrectie u wel kan helpen, maar geen minimumpercentage garandeert.
Wel praktisch van belang: vraag bij een fietser of voetganger als veroorzaker altijd naar een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP). Die dekt doorgaans schade die iemand in de prive-sfeer aan een ander toebrengt, en is vaak de enige verhaalsroute.
Wat u doet na de aanrijding
- Zorg voor uw gezondheid. Bel bij letsel 112 en laat u onderzoeken, ook bij lichte klachten.
- Noteer de gegevens van de bestuurder: kenteken, naam, adres en verzekeraar. Bij een fietser: naam, adres en of hij een aansprakelijkheidsverzekering heeft.
- Vraag getuigen om hun contactgegevens en, als het kan, om een korte schriftelijke verklaring nog diezelfde dag.
- Maak foto’s van de plek, de eindpositie, de weginrichting, verkeersborden en zichtbaar letsel.
- Doe aangifte of vraag om een politieregistratie, zeker bij letsel, doorrijden of een betwiste toedracht. Is de veroorzaker doorgereden en ging het om een motorvoertuig, doe dan binnen 48 uur aangifte met het oog op het Waarborgfonds Motorverkeer.
- Houd een klachtendagboek bij en bewaar alle bonnen, facturen en loonstroken.
- Teken niets voor finale kwijting zolang uw medische situatie nog niet stabiel is; vraag om voorschotten.
Welke schade wordt vergoed?
| Schadepost | Toelichting |
|---|---|
| Medische kosten | Eigen risico, niet-vergoede behandelingen, fysiotherapie, medicatie en hulpmiddelen – ook verwachte toekomstige kosten. |
| Verlies aan verdienvermogen | Het inkomen dat u misloopt doordat u tijdelijk of blijvend niet of minder kunt werken, inclusief pensioenschade. Zie verlies aan verdienvermogen. |
| Smartengeld | Vergoeding voor pijn, angst, psychische klachten en gederfde levensvreugde (art. 6:106 BW), door de rechter naar billijkheid begroot. Sinds 1 januari 2026 hanteert de Rechtspraak daarbij niet-bindende aanbevelingen op basis van de Rotterdamse schaal. |
| Huishoudelijke hulp | Kosten van hulp die u nodig heeft doordat u uw taken niet meer zelf kunt doen. Ook hulp van familie wordt gewaardeerd, ook als daarvoor niets is betaald. |
| Overige kosten | Reiskosten naar behandelaars, parkeerkosten, extra kinderopvang, beschadigde kleding, bril of telefoon, en aanpassingen in huis. |
| Wettelijke rente | Over de schade, vanaf het moment waarop die is geleden. |
Termijnen
Een vordering op de aansprakelijke partij verjaart vijf jaar na de dag volgend op die waarop u bekend bent geworden met zowel de schade als de aansprakelijke persoon (art. 3:310 BW); bij letselschade geldt voor gebeurtenissen vanaf 1 februari 2004 geen absolute termijn van twintig jaar. Spreekt u uw eigen verzekeraar aan, dan geldt drie jaar (art. 7:942 BW). Beide zijn schriftelijk te stuiten. Bij het Waarborgfonds gelden bovendien korte actietermijnen: 48 uur bij een gezien voertuig met onbekend kenteken, en maximaal veertien dagen in andere gevallen.
Wat kost juridische bijstand?
Redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte zijn op grond van artikel 6:96 lid 2 BW verhaalbaar op de aansprakelijke partij. Daarvoor gelden drie voorwaarden: de aansprakelijkheid moet vaststaan of worden erkend, de kosten moeten de dubbele redelijkheidstoets doorstaan, en proceskosten in een gerechtelijke procedure vormen een afzonderlijk risico. Bij gedeelde schuld worden de kosten bovendien vaak naar rato vergoed. Wij leggen daarom vooraf schriftelijk vast wat geldt en wat er gebeurt als de aansprakelijkheid niet wordt erkend – een “volledige” of gegarandeerde vergoeding kunnen wij niet toezeggen.
Conclusie
Als voetganger staat u sterk wanneer u wordt aangereden door een motorrijtuig: aansprakelijkheid tenzij overmacht, met 50% als ondergrens vanaf 14 jaar en in beginsel 100% daaronder. Maar die 50% is een bodem, geen startpunt: eerst wordt de causale verdeling bepaald en zo nodig bijgesteld naar billijkheid – en juist daar valt vaak veel meer te halen. Zorg eerst voor uzelf, laat uw klachten registreren, en laat vaststellen wat de tegenpartij precies bestuurde: dat bepaalt de hele route.
Lees ook
- Letselschade als fietser na een aanrijding door een auto
- Artikel 5 WVW en aansprakelijkheid bij verkeersongevallen
- Letselschade berekenen na een verkeersongeval
- Verlies aan verdienvermogen
Veelgestelde vragen
Wat moet ik doen als ik als voetganger ben aangereden?
Zorg eerst voor medische hulp en laat uw klachten vastleggen, ook als die meevallen. Noteer daarna de gegevens van de bestuurder, vraag getuigen om hun contactgegevens, maak foto’s van de situatie en vraag om een politieregistratie. Teken geen regeling voordat uw schade in beeld is.
Krijg ik altijd minimaal 50% vergoed?
Bij een aanrijding met een motorrijtuig en vanaf 14 jaar geldt 50% als ondergrens, tenzij de bestuurder overmacht aantoont of er sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van uzelf. Let op de volgorde: eerst wordt de causale verdeling bepaald en zo nodig bijgesteld naar billijkheid; pas als de uitkomst onder de helft zou liggen, geldt de bodem van 50%. Bij een beperkt eigen aandeel komt u dus vaak ruim boven de 50% uit.
Geldt de 100%-regel ook voor ouderen of op een zebrapad?
Nee. Een aparte automatische 100%-regel bestaat alleen voor kinderen jonger dan 14 jaar, behoudens opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid. Hoge leeftijd kan wel zwaar meewegen in de billijkheidscorrectie, en het negeren van de voorrangsregel op een zebrapad leidt vaak tot een verdeling die volledig of vrijwel volledig ten laste van de bestuurder komt – maar dat is de uitkomst van de weging, geen aparte regel.
Is oversteken buiten een zebrapad een verkeersfout?
Op zichzelf niet. Het RVV verbiedt het niet: voetgangers mogen in beginsel oversteken waar zij willen, mits zij het overige verkeer niet hinderen en zich niet onnodig op de rijbaan ophouden. Een verwijt ontstaat pas als u zonder te kijken de weg opliep, pal voor naderend verkeer overstak of een nabijgelegen oversteekplaats onzorgvuldig negeerde.
Ik ben aangereden door een elektrische scooter. Beschermt artikel 185 WVW mij?
Waarschijnlijk wel. Een elektrische scooter is doorgaans een snorfiets of bromfiets met kenteken en dus een motorrijtuig – hij hoort niet op een lijn met een gewone fiets. Kijk naar het kenteken en de constructiesnelheid, niet naar het uiterlijk. Een e-bike of fatbike die aan de eisen voldoet, is wel een fiets; dan geldt artikel 6:162 BW.
Wat als een gewone fietser mij heeft aangereden?
Dan geldt artikel 185 WVW niet en is de grondslag artikel 6:162 BW: u moet een fout van de fietser stellen en zo nodig bewijzen. Er is dan geen wettelijke ondergrens van 50%; bij eigen schuld wordt de schade verdeeld op grond van artikel 6:101 BW, waarbij de billijkheidscorrectie kan helpen. Vraag altijd of de fietser een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren heeft – dat is vaak de enige verhaalsroute.
Is juridische bijstand kosteloos?
Niet onvoorwaardelijk. Redelijke buitengerechtelijke kosten zijn verhaalbaar op de aansprakelijke partij (art. 6:96 lid 2 BW), maar alleen als de aansprakelijkheid vaststaat of wordt erkend en voor zover de kosten de dubbele redelijkheidstoets doorstaan. Bij gedeelde schuld worden ze vaak naar rato vergoed, en proceskosten vormen een apart risico. Wij maken de afspraken vooraf schriftelijk.


