Een registratie die u in de weg zit?
Een registratie kan worden verwijderd als die onjuist is of als het belang van bewaren niet langer opweegt tegen uw belang.
- Hypotheek of krediet geweigerd door de registratie? Dat weegt mee in de beoordeling.
- Vraag eerst uw overzicht op, dan weten we precies wat er staat.
- Wij zeggen eerlijk of een verzoek kans maakt voordat u kosten maakt.
Bel 070 450 0300WhatsApp onsStuur uw stukken op
Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.
De meeste mensen ondernemen niets tegen een registratie omdat zij denken dat het toch niet helpt. Drie dingen zijn goed om te weten: een BKR-registratie is een kredietregistratie en geen fraudesignaal, beëindigde kredieten verdwijnen in beginsel vijf jaar na de werkelijke einddatum, en een EVR-registratie mag alleen als uw betrokkenheid bij de gedragingen in voldoende mate vaststaat – een vermoeden is niet genoeg.
Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Onur Arslan heeft jarenlange ervaring met privaatrechtelijke geschillen, waaronder verzekeringsrechtelijke en BKR-gerelateerde geschillen. Laatst bijgewerkt: 17 september 2026.
Rond BKR en EVR circuleren hardnekkige verhalen. Hieronder staan de acht die wij het vaakst horen, met wat er juridisch werkelijk geldt.
1. “Een bank mag altijd registreren”
Nee. Beide registraties zijn gebonden aan voorwaarden. Voor een BKR-achterstandsmelding geldt dat er daadwerkelijk een achterstand moet zijn volgens het Algemeen Reglement van Stichting BKR, en dat de kredietaanbieder u vooraf moet waarschuwen dat hij tot melding overgaat. Voor een EVR-registratie vereist het PIFI dat de gedragingen een bedreiging vormen voor de financiële sector of haar cliënten, dat uw betrokkenheid in voldoende mate vaststaat, en dat opname proportioneel is – met een uitdrukkelijke afweging of een lichter middel volstaat. Ontbreekt een van die onderdelen, dan is de registratie aanvechtbaar.
2. “Na vijf jaar verdwijnt alles vanzelf”
Dat geldt voor het BKR, en zelfs daar met een belangrijke nuance. Beëindigde kredieten worden in beginsel vijf jaar na de werkelijke einddatum van het krediet verwijderd. Die einddatum is het moment waarop het krediet feitelijk is afgelost en beëindigd – niet de oorspronkelijke looptijd en niet de datum waarop de achterstand ontstond. Dat verschil kost mensen regelmatig jaren: wie in de veronderstelling verkeert dat de klok al liep, ontdekt pas bij een hypotheekaanvraag dat de einddatum nooit correct is doorgegeven. Controleer die datum dus in uw overzicht.
Voor het EVR geldt een heel ander regime: verwijzingsgegevens worden uiterlijk acht jaar na opname in het Incidentenregister verwijderd, en de instelling moet per geval afwegen of een kortere duur passend is. Die twee termijnen hebben dus niets met elkaar te maken.
En een onjuiste registratie? Die hoeft u niet uit te zitten. Bij feitelijke fouten – een verkeerde codering, een verkeerde einddatum, een registratie zonder waarschuwing vooraf – kunt u rectificatie vragen, en dat kan op ieder moment. Wachten heeft dan geen enkele zin.
3. “Als de schuld is afgelost, heb ik geen rechten meer”
Juist na aflossing wordt uw positie vaak sterker. De vraag is dan of voortzetting van de registratie nog een gerechtvaardigd doel dient en of uw belang niet zwaarder weegt. Meegewogen worden onder meer: hoe lang geleden de achterstand speelde, hoe groot het bedrag was, of er een verklaarbare oorzaak was (ziekte, scheiding, faillissement van een werkgever), of u daarna zonder problemen heeft betaald, en welke concrete gevolgen de registratie nu heeft – bijvoorbeeld een geweigerde hypotheek met een schriftelijke afwijzing erbij.
Dat maakt handhaving niet automatisch onverdedigbaar. Het BKR-systeem is er juist voor om ook afgeloste betalingsproblemen zichtbaar te houden; kredietaanbieders mogen dat meewegen. Maar bij een klein bedrag, een lang verleden en zware persoonlijke gevolgen kan de balans doorslaan in uw voordeel. Het is dus een belangenafweging, geen automatisme in welke richting dan ook.
4. “Voor een EVR-registratie hoeft fraude niet bewezen te worden”
Er is geen strafrechtelijke veroordeling vereist – dat klopt. Maar een vermoeden is onvoldoende. Het protocol eist dat uw betrokkenheid bij de gedragingen in voldoende mate vaststaat, gebaseerd op concrete, objectief vast te stellen feiten. In de rechtspraak is dat ingevuld als een zware bewijslast voor de bank. Een openstaande vordering, een verdachte transactie zonder verdere onderbouwing of een fout in een aanvraagformulier is geen fraude. Vraag daarom altijd op welke feiten de instelling zich baseert, en welke bepaling van het protocol zij toepast.
5. “De bank heeft het laatste woord”
Nee. Een beslissing van een bank of kredietaanbieder is een beslissing van een private partij, geen rechterlijk oordeel. U kunt haar laten toetsen: eerst via de interne klachtenprocedure, daarna bij Kifid (bij consumentenzaken en een aangesloten instelling) of bij de rechtbank. Die toetsing gebeurt aan de AVG, aan het toepasselijke reglement of protocol en aan de eisen van proportionaliteit en zorgvuldigheid. Voor de gang naar de rechtbank op grond van artikel 35 UAVG geldt een termijn van zes weken na ontvangst van het antwoord van de instelling; die termijn wordt vaak gemist.
6. “Een EVR-registratie zie je toch niet, dus het maakt niet uit”
Het omgekeerde is waar. Een BKR-registratie kunt u zelf opvragen en inzien; een EVR-registratie is voor u minder zichtbaar, maar sectorbreed juist zeer merkbaar. Andere deelnemers krijgen bij bevraging een hit-melding en vragen dan bij de bron om toelichting. Aanvragen worden afgewezen zonder dat u de reden hoort, bestaande relaties worden beëindigd en ondernemers kunnen zonder betaalrekening komen te zitten. Juist omdat het register minder transparant is, wordt het risico onderschat.
7. “Een standaard bezwaarbrief is genoeg”
Soms is een brief genoeg – namelijk bij een aantoonbare fout: een verkeerde einddatum, een onjuist bedrag, een codering die niet klopt. Die corrigeren kredietaanbieders vaak zonder discussie zodra u het bewijs meestuurt.
Waar een standaardbrief zelden werkt, is bij een registratie die feitelijk klopt maar volgens u disproportioneel is. Dan draait het om uw persoonlijke omstandigheden en die staan per definitie niet in een voorbeeldbrief: welke concrete gevolgen ondervindt u, welke stukken tonen dat aan (de schriftelijke afwijzing van de geldverstrekker, een koopovereenkomst, een werkgeversverklaring), en waarom weegt uw belang zwaarder dan het belang bij voortzetting? Een verzoek zonder die onderbouwing wordt doorgaans standaard afgewezen – en een tweede poging wordt daarna niet makkelijker.
8. “Het heeft pas zin om iets te doen als ik word afgewezen”
Een afwijzing is juist een nuttig bewijsstuk: zij maakt concreet welk nadeel u ondervindt. Toch is wachten niet verstandig. Een verwijderingsverzoek en een eventuele procedure kosten tijd – reken op weken tot maanden – terwijl een hypotheekaanvraag of een financieringsronde vaak niet kan wachten. Laat uw positie daarom beoordelen voordat u een aanvraag doet, en vraag bij een afwijzing altijd om een schriftelijke onderbouwing waarin staat dat de registratie de reden was.
Wat wel verstandig is
- Vraag inzage. Uw BKR-overzicht vraagt u kosteloos op via bkr.nl; dat recht vloeit voort uit artikel 15 AVG (en niet uit de Wet op het financieel toezicht). Voor een EVR-registratie dient u een schriftelijk, gelegitimeerd inzageverzoek in bij de bank of verzekeraar zelf.
- Controleer de gegevens. Bedragen, coderingen, begin- en vooral de werkelijke einddatum.
- Verzamel uw gevolgenbewijs. Schriftelijke afwijzingen, correspondentie, en stukken waaruit blijkt wat de registratie u kost.
- Richt uw verzoek tot de juiste partij. De kredietaanbieder of de registrerende instelling – Stichting BKR en Stichting CIS beheren alleen het systeem en kunnen uw registratie niet zelfstandig aanpassen.
- Bewaak de termijnen. Een maand voor het antwoord, daarna zes weken voor de gang naar de rechtbank.
Veelgestelde vragen
Verdwijnt een BKR-registratie automatisch na vijf jaar?
Beëindigde kredieten worden in beginsel vijf jaar na de werkelijke einddatum van het krediet verwijderd. Die einddatum is het moment waarop het krediet feitelijk is afgelost en beëindigd, niet de datum waarop de achterstand ontstond. Is die einddatum nooit correct doorgegeven, dan loopt de termijn niet zoals u denkt. Controleer dat in uw overzicht en vraag zo nodig om correctie.
Blijft een onjuiste registratie dan eindeloos staan?
Nee. Een feitelijke fout – een verkeerde codering, een onjuiste einddatum, een melding zonder de vereiste waarschuwing vooraf – kunt u op ieder moment laten rectificeren op grond van artikel 16 AVG. Daarvoor hoeft u geen termijn af te wachten. Alleen bij een registratie die feitelijk klopt maar die u onevenredig treft, gaat het om een belangenafweging.
Is een BKR-registratie hetzelfde als een fraudemelding?
Nee. Het BKR registreert kredieten en betalingsachterstanden; dat zegt niets over fraude. Een fraudesignaal loopt via het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister onder het PIFI, met eigen en veel strengere voorwaarden. Omgekeerd is het EVR ook geen register voor wanbetaling als zodanig: een betalingsachterstand hoort daar niet thuis, tenzij die samenhangt met gedragingen die aan de protocolvoorwaarden voldoen.
Moet fraude bewezen zijn voor een EVR-registratie?
Een strafrechtelijke veroordeling is niet vereist, maar een vermoeden volstaat evenmin. Uw betrokkenheid bij de gedragingen moet in voldoende mate vaststaan op basis van concrete feiten, en opname moet proportioneel zijn. Vraag altijd op welke feiten en welke protocolbepaling de instelling zich baseert.
Heb ik na aflossing nog rechten?
Ja. Na aflossing moet worden beoordeeld of voortzetting van de registratie nog een gerechtvaardigd doel dient en of uw belang niet zwaarder weegt. Dat is een belangenafweging: de hoogte van het bedrag, het tijdsverloop, de oorzaak van de achterstand en de concrete gevolgen voor u tellen mee. Automatisch verdwijnt de registratie niet, maar kansloos is een verzoek zeker niet.
Helpt een voorbeeldbrief van internet?
Bij een aantoonbare fout vaak wel: stuur het bewijs mee en vraag om rectificatie. Bij een registratie die feitelijk klopt werkt een standaardbrief zelden, omdat het dan draait om uw persoonlijke omstandigheden en de concrete gevolgen. Die moeten met stukken worden onderbouwd; zonder die onderbouwing volgt doorgaans een standaardafwijzing.
Hulp nodig?
Onze BKR- en EVR-advocaten beoordelen kosteloos of uw registratie kans maakt om te worden gecorrigeerd of verwijderd. Alles daarna is betaald werk; wat een vervolgstap kost, hoort u vooraf. Neem vrijblijvend contact op en houd uw registratieoverzicht en eventuele afwijzingsbrieven bij de hand.
Gerelateerde juridische diensten
Lees ook
- EVR-registratie verwijderen of verkorten: uw rechten en mogelijkheden
- BKR-registratie opvragen: in drie stappen
- EVR-registratie door uw bank: wanneer gaat die te ver?
- Alles over BKR- en EVR-registraties
Bronnen en verantwoording
Voor BKR-registraties en bewaartermijnen is Stichting BKR leidend. Voor het onderscheid met verzekeringsregistraties: Stichting CIS over de soorten registraties. Voor het EVR geldt het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI 2026, in werking op 1 april 2026). Registerinformatie gecontroleerd op 14 september 2026; de juridische eindcontrole ligt bij de behandelend advocaat.
Juridisch gecontroleerd door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Gecontroleerd op 14 september 2026.



