Beschuldigd van fraude bij een autoschadeclaim: vergissing of opzet?

12 september 2026
Foto van Arslan Advocaten

Arslan Advocaten

Foto van Arslan Advocaten

Arslan Advocaten

Snel hulp nodig?

Kies een vestiging

Kort antwoord. Twijfelt uw verzekeraar aan uw autoschadeclaim, dan gaat het meestal over een handvol concrete punten: was de schade er al, klopt de opgegeven schadedatum, wie reed er, kunt u het aankoopbewijs tonen, en sluiten de foto’s aan op het schadebeeld. Een vergissing op zo’n punt is juridisch iets heel anders dan opzet tot misleiding. Voor volledig verval van uw recht op uitkering moet de verzekeraar aantonen dat u de bedoeling had hem te bewegen tot een uitkering die hij anders niet zou hebben gedaan.

De maatstaf: vergissing of opzet?

Artikel 7:941 lid 5 BW bepaalt dat het recht op uitkering vervalt als u uw inlichtingenplicht heeft geschonden met het opzet de verzekeraar te misleiden. De Hoge Raad heeft in HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:311 uitgelegd wat daarvoor nodig is: onderzocht moet worden of bij de schending "de bedoeling heeft voorgezeten de verzekeraar te bewegen tot het verstrekken van een uitkering die hij zonder die schending niet zou hebben verstrekt" (rechtsoverweging 3.1.5). De klacht dat ook voorwaardelijk opzet daaronder valt, werd verworpen.

Dat is een hoge drempel, en die is er niet voor niets: verval van recht is de zwaarste sanctie die de wet kent. Tussen "u heeft iets verkeerd opgegeven" en "u wilde de verzekeraar misleiden" zit ruimte, en die ruimte is precies waar het verweer zit. Wel kan de verzekeraar bij een minder ernstige schending de uitkering verminderen met de schade die hij daardoor lijdt (artikel 7:941 lid 3 BW). Dat is een ander en veel beperkter gevolg.

De punten waar het bij autoschade in de praktijk op vastloopt

Punt Wat de verzekeraar onderzoekt Waarmee u het weerlegt
Oude schade of de schade al aanwezig was vóór de gemelde gebeurtenis eerdere APK-rapporten, onderhoudsfacturen, verkoopadvertentie met foto’s, taxatierapport
Schadedatum of de opgegeven datum en tijd kloppen tankbonnen, parkeertransacties, telefoongegevens, camerabeelden, getuigenverklaringen
De bestuurder wie er reed, en of die persoon als bestuurder was opgegeven verklaringen, agenda, werkrooster, communicatie rond het moment
Eigendom en waarde aankoopbewijs, betaalde prijs, kilometerstand koopovereenkomst, bankafschrift, RDW-gegevens, onderhoudshistorie
Schadebeeld of het beeld past bij de beschreven toedracht contra-expertise door een eigen schade-expert
Eerdere claims het claimverleden in de CIS-databank een claimmelding is geen fraudesignaal; vraag om onderbouwing als die zo wordt gepresenteerd

Wat er verder kan volgen

Een fraudeconclusie blijft zelden bij de afwijzing van één claim. Houd deze gevolgen uit elkaar, want ze worden ook los getoetst:

  • Afwijzing van de claim en beëindiging van uw polissen. Bij meerdere polissen bij dezelfde maatschappij kan dat er meer dan één raken.
  • Registratie. In het incidentenregister en mogelijk in het EVR. Wat daarvoor nodig is, staat in EVR-registratie verwijderen of verkorten.
  • Terugvordering en onderzoekskosten. Reeds betaalde bedragen kunnen worden teruggevorderd en de onderzoekskosten kunnen via SODA worden geclaimd. Die vordering moet zelfstandig worden onderbouwd; zie onderzoekskosten en SODA betwisten.
  • Aangifte. Bij hogere bedragen of herhaling kan de verzekeraar aangifte doen. Loopt dat spoor, dan heeft een sepot of vrijspraak gevolgen voor de registratiediscussie; zie EVR-registratie na vrijspraak of sepot.

Grenzen aan het onderzoek van de verzekeraar

Gaat de verzekeraar over tot persoonlijk onderzoek, dan gelden er grenzen. In HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:942 oordeelde de Hoge Raad dat handelen in strijd met de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek van het Verbond van Verzekeraars een onrechtmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer oplevert, waarbij de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit gelden.

Belangrijke nuance: onrechtmatig verkregen bewijs is in een civiele procedure niet automatisch onbruikbaar. Artikel 152 Rv kent vrije bewijsleer; uitsluiting is alleen aan de orde als bijkomende omstandigheden dat rechtvaardigen. Wijzen op een geschonden gedragscode is dus zinvol, maar het verweer moet ook onderbouwen welk gevolg die onrechtmatigheid in dit geval moet hebben. Meer hierover in fraudeonderzoek door de verzekeraar: uw rechten.

Wat u nu het beste doet

  • Reageer, maar niet improviserend. Vraag eerst schriftelijk om het onderzoeksrapport en de conclusies waarop de verzekeraar zich baseert.
  • Vraag om de gelegenheid te reageren vóórdat een definitief besluit valt, en leg dat verzoek schriftelijk vast.
  • Verzamel de stukken uit de tabel hierboven, ook de stukken die op het eerste gezicht niet in uw voordeel lijken. Een dossier dat een lastig punt zelf benoemt en verklaart, is sterker dan een dossier waarin dat punt later opduikt.
  • Overweeg een contra-expertise als het schadebeeld ter discussie staat.
  • Laat een reactie op een fraudeconclusie nalezen voordat u die verstuurt. Wat u nu schrijft, komt terug in de registratiediscussie en eventueel in een strafzaak.

Veelgestelde vragen

Ik heb me vergist in de schadedatum. Is dat fraude?

Niet zonder meer. Voor verval van recht op grond van artikel 7:941 lid 5 BW moet de verzekeraar aantonen dat u de bedoeling had hem te bewegen tot een uitkering die hij anders niet zou hebben gedaan. Een vergissing, een verkeerde herinnering of een slordige formulering voldoet daar niet aan. Wel kan de verzekeraar bij een schending van de inlichtingenplicht de uitkering verminderen met de schade die hij daardoor lijdt.

De verzekeraar zegt dat de schade oud is. Wat nu?

Vraag de onderbouwing op: op welk onderzoek, welke foto’s en welke expertise baseert de verzekeraar dat oordeel? Stel daar eigen bewijs tegenover, bijvoorbeeld eerdere APK-rapporten, onderhoudsfacturen of de foto’s uit de verkoopadvertentie waarmee u de auto kocht. Bij verschil van inzicht over het schadebeeld is een contra-expertise vaak de enige manier om verder te komen.

Mag de verzekeraar mijn sociale media gebruiken?

Openbaar toegankelijke informatie mag worden bekeken, maar gericht en stelselmatig onderzoek naar uw persoon valt onder de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek en moet proportioneel en subsidiair zijn. Uit HR 18 april 2014 volgt dat schending daarvan een onrechtmatige inbreuk oplevert; wat daarvan het gevolg is voor het bewijs, beoordeelt de rechter per geval.

Moet ik meewerken aan een gesprek met de onderzoeker?

Uit artikel 7:941 lid 2 BW volgt dat u de verzekeraar de inlichtingen moet geven die hij nodig heeft om zijn uitkeringsplicht te beoordelen. Meewerken is dus het uitgangspunt. Dat betekent niet dat u onvoorbereid een gesprek in moet gaan. U mag vragen wat het onderwerp is, om een schriftelijk verslag verzoeken en u laten bijstaan.

Wat als er ook aangifte is gedaan?

Dan lopen er twee procedures met verschillende maatstaven. Het strafrecht kent een zwaardere bewijsmaatstaf dan het civiele recht, dus een sepot of vrijspraak betekent niet automatisch dat de registratie verdwijnt. Het is wel een zwaarwegend argument, zeker als de verzekeraar zich op dezelfde feiten baseert.

Lees ook

Bronnen en verantwoording

De maatstaf voor opzet tot misleiding komt uit HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:311, rechtsoverweging 3.1.5, die aansluit bij HR 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:507 over artikel 7:930 lid 5 BW. De grenzen aan persoonlijk onderzoek en het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs volgen uit HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:942 en artikel 152 Rv. Iedere uitspraak is gewezen in een eigen feitencomplex en biedt geen garantie voor de uitkomst in uw zaak. Bronteksten gecontroleerd op 11 september 2026.

Juridisch gecontroleerd door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Gecontroleerd op 11 september 2026.


Gerelateerde juridische diensten

Deel dit bericht
Facebook
Twitter
LinkedIn
Snel hulp nodig?

Kies een vestiging