Dat een paardrijongeval op een manege plaatsvindt, maakt de manege niet automatisch aansprakelijk voor het gedrag van het paard. De rechtbank Midden-Nederland wees op 22 juli 2026 een verzoek af om de manege als bedrijfsmatig gebruiker aan te merken. Het paard behoorde aan een derde en de concrete verhouding tussen de betrokkenen was beslissend. Daarmee was niet vastgesteld dat het slachtoffer niemand kon aanspreken.
Bij een ernstig paardrijongeval lopen verschillende relaties door elkaar: de bezitter van het paard, de stallinghouder, de instructeur en degene die de les boekt. Voor een schadeclaim moet worden vastgesteld op welke grond welke partij wordt aangesproken. Alleen de plaats van het ongeval biedt daarvoor niet altijd genoeg houvast.
Bespreking door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Deze gepubliceerde zaak wordt niet als eigen kantoorzaak gepresenteerd.
Wat speelde er bij de paardrijles?
Een ruiter viel tijdens een les van een paard en liep ernstig letsel op. Het paard was van een andere persoon en stond bij de manege gestald. De ruiter vroeg de rechtbank in een deelgeschil om vast te stellen dat de manege bedrijfsmatig gebruiker van het paard was.
Die kwalificatie is belangrijk omdat artikel 6:181 BW onder voorwaarden de risicoaansprakelijkheid voor een dier bij de bedrijfsmatige gebruiker legt in plaats van bij de bezitter. De rechtbank onderzocht daarom hoe het paard feitelijk binnen de onderneming werd ingezet en hoe de verschillende betrokkenen zich tot elkaar verhielden.
De gevraagde verklaring werd afgewezen. De manege was in deze situatie niet als bedrijfsmatig gebruiker aan te merken. De uitspraak is ECLI:NL:RBMNE:2026:5766, rechtbank Midden-Nederland, 22 juli 2026, gepubliceerd op 2 september 2026. Het gaat om een deelgeschil en een specifieke aansprakelijkheidsgrond.
Bezitter en bedrijfsmatig gebruiker: wat is het verschil?
Artikel 6:179 BW kent een risicoaansprakelijkheid voor de bezitter van een dier, met de in de wet beschreven begrenzing. Daarbij is niet steeds vereist dat de bezitter zelf een onvoorzichtige handeling heeft verricht. Wel moet worden onderzocht of de schade onder die wettelijke aansprakelijkheid valt. Een ongeval waar een paard bij betrokken is, levert niet zonder meer iedere denkbare aanspraak op.
Bezit is bovendien een juridisch begrip. Wie eigenaar is, wie het dier verzorgt en wie het op de ongevalsdag onder zich had, zijn relevante gegevens, maar die rollen vallen niet altijd samen. Het is daarom verstandig de afspraken over het paard op te vragen in plaats van uitsluitend af te gaan op wie de stalrekening betaalt.
Wanneer het paard wordt gebruikt in de uitoefening van een bedrijf, kan artikel 6:181 BW tot verlegging van de aansprakelijkheid leiden. Niet ieder bedrijf dat contact heeft met het paard is daarmee automatisch bedrijfsmatig gebruiker. De aard van de activiteit en de feitelijke verbinding tussen dier en onderneming moeten worden onderzocht.
Welke omstandigheden onderzocht de rechtbank?
De rechtbank keek naar verschillende gezichtspunten, waaronder de herkenbaarheid van het paard als onderdeel van het bedrijf, het profijt van de inzet, de verzekerbaarheid, de zeggenschap en de verbondenheid met het dier. Dat zijn geen vakjes waarvan er willekeurig drie moeten worden aangekruist. Zij helpen de concrete verhoudingen te beoordelen.
Een manege die een eigen paard structureel inzet voor lessen aan verschillende klanten, verkeert bijvoorbeeld in een andere positie dan een onderneming die uitsluitend een paard stalt en daarnaast een ruiter instructie geeft. Ook dat voorbeeld vraagt nadere feiten; het is geen automatische beslisregel.
In de besproken zaak was de stalling en de lesrelatie onvoldoende om de gevraagde bedrijfsmatige gebruikspositie aan te nemen. Voor andere ongevallen moet opnieuw worden bekeken wie het paard beschikbaar stelde, wie besliste over de inzet en in wiens bedrijfsuitoefening dat gebeurde.
Niet aansprakelijk op één grond betekent niet dat iedere route is afgesloten
De afwijzing van het verzoek tegen de manege ziet op de aangevoerde kwalificatie als bedrijfsmatig gebruiker. Daaruit volgt niet zonder meer dat de bezitter van het paard evenmin aansprakelijk kan zijn. Ook volgt er geen algemeen oordeel uit over iedere mogelijke fout in instructie, materiaal of begeleiding.
Een lesgever kan bijvoorbeeld op een andere grond worden aangesproken wanneer onvoldoende zorgvuldig is gehandeld. Daarvoor moeten dan wel de passende feiten worden gesteld: welke instructie ontbrak, welk materiaal was ongeschikt, welke risico’s waren bekend en hoe hield dat verband met het ongeval? Een andere juridische grond is geen oplossing voor een ontbrekend feitelijk dossier.
Onze algemene gids letselschade door een paard en aansprakelijkheid bij een paardrijongeval bespreekt de verschillende routes. Dit artikel gaat specifiek over de vraag wanneer een manege als bedrijfsmatig gebruiker kan worden aangemerkt.
Wat betekent de keuze voor een deelgeschil?
Een deelgeschil is bedoeld om een afgebakend knelpunt in de buitengerechtelijke afwikkeling van letsel- of overlijdensschade aan de rechter voor te leggen. Een beslissing kan partijen helpen verder te onderhandelen. De procedure is niet automatisch geschikt om alle mogelijke aansprakelijke partijen en alle nog onbekende feiten tegelijk te onderzoeken.
Daarom moet vooraf duidelijk zijn welke verklaring wordt gevraagd en wat die beslissing voor de verdere afwikkeling oplevert. Een te smal verzoek kan een belangrijk alternatief onbesproken laten. Een te breed verzoek kan juist veel aanvullend bewijs vergen. Zie ook wanneer een deelgeschil helpt en welke kosten daarbij spelen.
In de besproken uitspraak werden de kosten begroot, maar volgde niet automatisch een betalingsveroordeling voor de manege. Begroting en verplichting tot betaling zijn verschillende beslissingen. Dat onderscheid is belangrijk wanneer iemand uit een kostenbedrag in het dictum afleidt dat aansprakelijkheid toch zou zijn aangenomen.
Welk bewijs verzamelt u na een paardrijongeval?
- Gegevens over de bezitter, eigenaar, stallinghouder, lesgever en eventuele verzekeraars.
- De lesovereenkomst en afspraken over het beschikbaar stellen en gebruiken van het paard.
- Informatie over wie het paard koos, zadelde, verzorgde en voor lessen inzette.
- Een feitelijke beschrijving van de val, getuigengegevens en beschikbare beelden.
- Medische stukken en een overzicht van kosten, gemiste inkomsten en benodigde hulp.
Maak duidelijk welke gegevens u uit eigen waarneming kent en welke informatie u van anderen hebt gehoord. Een aansprakelijkstelling aan de verkeerde partij kan tijd kosten, maar ongericht iedereen aansprakelijk stellen zonder onderbouwing is evenmin een goede aanpak. Onderzoek eerst de relevante rollen en bewaak ondertussen de termijnen voor de mogelijke aanspraken.
Hoe zit het met eigen schuld van de ruiter?
De vraag wie risicoaansprakelijk is, moet worden onderscheiden van een eventueel beroep op eigen schuld. De ervaring van de ruiter, de gegeven instructies en het concrete gedrag kunnen onderwerp van debat zijn. Dat iemand vrijwillig ging paardrijden, betekent niet automatisch dat alle schade voor eigen rekening blijft.
De besproken procedure gaf geen algemene verdeling voor alle paardrijongevallen. Neem daarom geen percentage over uit een andere zaak zonder de grondslag en omstandigheden te vergelijken. Ook bij een mogelijke vermindering van de vergoeding kan een substantiële aanspraak overblijven.
Bij ernstig letsel verdient de schadeontwikkeling bovendien afzonderlijke aandacht. Lees over verlies aan verdienvermogen en wees zorgvuldig bij een voorstel voor finale kwijting.
Veelgestelde vragen
Is de manege altijd aansprakelijk omdat ik voor de les betaalde?
Nee. Betaling voor instructie is niet op zichzelf voldoende om bedrijfsmatig gebruik van dit specifieke paard vast te stellen. De lesafspraken, inzet van het paard en feitelijke verhoudingen moeten worden onderzocht.
Is degene die eigenaar is automatisch de juiste wederpartij?
Eigendom is belangrijk, maar de wettelijke grondslag gaat onder meer over bezit en bedrijfsmatig gebruik. Laat de relevante rollen vaststellen voordat u de claim uitsluitend tegen één partij richt.
Kan de instructeur los van de manege aansprakelijk zijn?
Dat kan worden onderzocht wanneer een concrete fout in begeleiding of instructie wordt gesteld. Daarvoor zijn een passende juridische grondslag, voldoende feiten en causaal verband nodig. Deze uitspraak beslist die mogelijkheid niet voor iedere andere zaak.
Moet ik wachten tot ik volledig ben hersteld?
Nee. De aansprakelijkheidsvraag en het veiligstellen van bewijs kunnen al eerder worden opgepakt. Een definitieve schaderegeling vraagt wel voldoende inzicht in de huidige en toekomstige gevolgen.
Laat de betrokken rollen eerst zorgvuldig uitzoeken
Na een ernstig paardrijongeval is de eerste juridische vraag niet alleen hoeveel schade u heeft, maar ook wie op welke grond kan worden aangesproken. Het team letselschade kan dat samen met u beoordelen. Via onze contactpagina kunt u de toedracht, lesafspraken en ontvangen afwijzingen voorleggen.
Bron: rechtbank Midden-Nederland, 22 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5766, onder meer r.o. 3.4–3.10. Zaakgebonden beoordeling van bedrijfsmatig gebruik.



