Aansprakelijkheid van de werkgever voor uitzendkrachten

18 november 2025
Foto van Arslan Advocaten

Arslan Advocaten

Snel hulp nodig?
Drag & Drop Files, Choose Files to Upload Je kunt tot 5 bestanden uploaden.

Kies een vestiging

Wij gebruiken uw gegevens alleen om contact met u op te nemen over uw vraag. Lees hoe wij daarmee omgaan in onze privacyverklaring.

Letsel opgelopen? Dit is belangrijk om te weten.

Een vordering wegens letsel verjaart in beginsel vijf jaar nadat u bekend bent met de schade en de aansprakelijke persoon.

  • Was u minderjarig? Dan gaat die termijn pas lopen op uw achttiende verjaardag.
  • Bewaar alles: medische stukken, foto’s, het schadeformulier en uw eigen aantekeningen.
  • Wij beoordelen kosteloos of u een zaak heeft en zeggen het eerlijk als dat niet zo is.

Bel 070 450 0300WhatsApp onsStuur uw stukken op

Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.

Ongeval als uitzendkracht: wie spreekt u aan?

Bij inleenwerk zijn er twee partijen met een zorgplicht: het uitzendbureau als werkgever en de inlener op wiens werkvloer u staat. Stel beide aansprakelijk – de onderlinge verdeling is hun probleem, niet het uwe.

  • Wij stellen bureau en inlener aansprakelijk en vragen het RI&E-deel en het inspectierapport op.
  • Wij brengen uw volledige schade in kaart, inclusief toekomstschade.
  • Wij maken vooraf schriftelijk afspraken over de kosten en over het procesrisico.

Bel 070 450 0300Laat uw zaak beoordelen

Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.

Als uitzendkracht loopt u dezelfde risico’s als iedere andere werknemer, maar bij een ongeval is de vraag “wie is aansprakelijk?” ingewikkelder: het uitzendbureau, de inlener, of allebei? Hieronder leest u hoe de wet dat regelt, wie wat moet bewijzen en welke verweren u kunt verwachten.

Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 17 september 2026.

Twee partijen, twee zorgplichten

Artikel 7:658 BW verplicht de werkgever tot een veilige werkomgeving. Bij uitzendwerk werkt dat via twee sporen:

Partij Rol Grondslag
Het uitzendbureau Uw formele werkgever: u heeft een arbeidsovereenkomst met het bureau (art. 7:690 BW). Artikel 7:658 lid 1 en 2 BW. Het bureau is aansprakelijk tenzij het aantoont dat het zijn zorgplicht is nagekomen. In de praktijk gaat het bij een bureau vooral om selectie en voorlichting: is de werkplek vooraf beoordeeld, is het relevante deel van de RI&E opgevraagd bij de inlener en aan u doorgegeven, en bent u ingezet op werk dat bij uw ervaring paste?
De inlener Het bedrijf waar u dagelijks werkt en dat de instructies geeft en toezicht houdt. Artikel 7:658 lid 4 BW. Dit lid verruimt de kring van beschermde personen: wie buiten dienstbetrekking arbeid verricht in de uitoefening van het beroep of bedrijf van een ander, kan die ander op dezelfde voet aanspreken. De inlener wordt dus behandeld alsof hij uw werkgever was, met dezelfde omgekeerde bewijslast.

Belangrijk om te weten wat lid 4 wel en niet doet. Het breidt de kring uit van wie bescherming geniet; het maakt niet automatisch twee partijen aansprakelijk. Of de inlener aansprakelijk is, wordt beoordeeld aan de hand van zijn zorgplicht: de veiligheid van de werkplek, de instructies, het toezicht en de beschermingsmiddelen.

Hoofdelijke aansprakelijkheid: niet automatisch

Hier is een correctie op iets wat vaak te kort door de bocht wordt geschreven. Artikel 7:658 lid 4 BW bepaalt niet dat bureau en inlener altijd hoofdelijk aansprakelijk zijn. Hoofdelijkheid volgt uit artikel 6:102 BW: als twee of meer personen aansprakelijk zijn voor dezelfde schade, is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk.

Dat betekent in drie stappen:

  1. Er moeten twee aansprakelijke partijen zijn. Heeft alleen de inlener zijn zorgplicht geschonden – bijvoorbeeld door een onveilige machine zonder afscherming – en heeft het bureau alles goed gedaan, dan is alleen de inlener aansprakelijk. Omgekeerd kan het bureau alleen aansprakelijk zijn, bijvoorbeeld als het u zonder enige instructie naar een bekend risicovolle werkplek stuurde.
  2. Zijn ze allebei aansprakelijk voor dezelfde schade, dan geldt hoofdelijkheid en kiest u wie u aanspreekt voor het geheel.
  3. De onderlinge verdeling regelen zij daarna zelf, via regres (art. 6:102 jo. 6:10 BW). Dat is voor u niet van belang.

Praktisch advies blijft daarom: stel in een aansprakelijkstelling beide partijen aan, en laat het aan hen om uit te zoeken wie welk deel draagt. Dat voorkomt dat u tussen wal en schip valt als zij naar elkaar wijzen.

Wie moet wat bewijzen?

Dit is de kern van uw positie, en die is gunstig.

Wat Wie moet het aantonen
Schade geleden in de uitoefening van de werkzaamheden U. U moet stellen en – bij betwisting – aannemelijk maken dat u schade heeft geleden tijdens het werk. Dat is een lichte drempel: u hoeft de precieze toedracht niet te bewijzen, en ook niet wat de werkgever fout deed.
De zorgplicht is nagekomen De werkgever of inlener. Hij moet aantonen dat hij alle maatregelen heeft getroffen en aanwijzingen heeft gegeven die redelijkerwijs nodig waren. Slaagt hij daar niet in, dan is hij aansprakelijk.
Opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer De werkgever of inlener. Hij moet aantonen dat de schade in belangrijke mate het gevolg daarvan is. “Bewust roekeloos” betekent dat u zich onmiddellijk voorafgaand aan het handelen daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter ervan – een zware maatstaf die zelden wordt gehaald.

Verweren die u kunt verwachten

  • “Er was een RI&E en een veiligheidsinstructie.” Instructies geven is niet genoeg als er geen toezicht op naleving was. De rechtspraak verlangt dat een werkgever rekening houdt met het ervaringsfeit dat werknemers door dagelijkse routine niet altijd de nodige voorzichtigheid betrachten.
  • “De beschermingsmiddelen lagen klaar.” Beschikbaar stellen is iets anders dan zorgen dat ze worden gebruikt.
  • “De uitzendkracht handelde eigenmachtig.” Dat is in feite een beroep op bewuste roekeloosheid – met de hoge drempel hierboven.
  • “Het ongeval viel buiten de werkzaamheden.” Hier gaat het om de vraag of de schade is geleden in de uitoefening van het werk; dat wordt ruim uitgelegd, maar is wel een zelfstandig punt.
  • “Wij zijn niet de werkgever.” Van de inlener is dat geen verweer: lid 4 maakt hem aanspreekbaar.

Wie levert welke veiligheidsinformatie?

De taakverdeling is wettelijk geregeld, en de volgorde is belangrijk:

  1. De inlener verstrekt het uitzendbureau vóór aanvang van de werkzaamheden het deel van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) dat betrekking heeft op de in te lenen functie: de risico’s, de te nemen maatregelen en de vereiste vakbekwaamheid (art. 5 lid 5 Arbowet jo. art. 11 Waadi).
  2. Het uitzendbureau geeft die informatie door aan u, vóór aanvang van het werk.
  3. De inlener zorgt vervolgens voor de concrete voorlichting, instructie en het toezicht op de werkvloer, en voor veilige arbeidsmiddelen.

Ontbreekt die doorgeleiding, dan is dat een concreet aanknopingspunt: vraag beide partijen om het document en om het bewijs dat het aan u is verstrekt.

Melding bij de Arbeidsinspectie

Een arbeidsongeval moet direct worden gemeld bij de Nederlandse Arbeidsinspectie als het leidt tot overlijden, ziekenhuisopname – waaronder ook een dagopname valt – of blijvend letsel. Die meldplicht rust op de werkgever; bij inleenwerk is dat in beginsel de inlener op wiens werkplek het ongeval plaatsvond, maar ook het bureau heeft er belang bij dat het gebeurt. Daarnaast geldt voor alle arbeidsongevallen met verzuim een registratieplicht in het ongevallenregister (art. 9 Arbowet).

Een melding leidt vaak tot een onderzoek en een ongevals- of boeterapport. Dat rapport is in uw civiele zaak vaak het belangrijkste bewijsstuk. Vraag het op zodra het beschikbaar is.

Verzekeringen: wat wel en niet verplicht is

Hier moet een hardnekkig misverstand worden rechtgezet. Er bestaat geen algemene wettelijke plicht voor een uitzendbureau of inlener om een ongevallenverzekering te sluiten voor werknemers. Wat er wel is:

Regeling Wat het is Verplicht?
Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB) Dekt de aansprakelijkheid van het bedrijf, onder meer voor letsel van werknemers. Niet wettelijk verplicht, maar vrijwel elk bedrijf heeft er een. Er kunnen uitsluitingen, een eigen risico en een maximum gelden, en u heeft in beginsel geen directe actie tegen deze verzekeraar.
Collectieve ongevallenverzekering Keert een vast bedrag uit bij overlijden of blijvende invaliditeit, los van aansprakelijkheid. Niet wettelijk verplicht. Een cao of een individuele arbeidsovereenkomst kan die verplichting wel opleggen – controleer daarom altijd de toepasselijke cao.
Verzekeringsplicht bij verkeersdeelname Neemt u in de uitoefening van uw werk deel aan het verkeer, dan kan op de werkgever op grond van artikel 7:611 BW een plicht rusten een behoorlijke verzekering te sluiten. Wel, als zelfstandige verplichting uit goed werkgeverschap. Ontbreekt die verzekering, dan kan de werkgever aansprakelijk zijn voor de schade die daardoor onvergoed blijft.
WIA en Ziektewet Sociale zekerheid bij arbeidsongeschiktheid. Verplicht verzekerd via premieafdracht, maar dit zijn geen aansprakelijkheidsregelingen: zij vergoeden geen smartengeld, geen volledig inkomensverlies en geen kosten. Wat u eruit ontvangt, wordt bovendien verrekend met uw schadeclaim.

Welke schade kunt u claimen?

Materiele schade: medische kosten en eigen risico, revalidatie, reiskosten naar behandelaars, inkomensverlies en – bij blijvende beperkingen – verlies aan verdienvermogen inclusief pensioenschade, huishoudelijke hulp en mantelzorg, aanpassingen in huis of vervoer, en kosten van omscholing. Daarnaast smartengeld voor pijn, verdriet, angstklachten en gederfde levensvreugde (art. 6:106 BW), en wettelijke rente.

Houd er rekening mee dat uitkeringen uit de Ziektewet of WIA en loondoorbetaling in mindering komen: de schadevergoeding vult het gat aan.

Wat u zelf doet

  1. Zorg eerst voor veiligheid en medische hulp, ook bij lichte klachten.
  2. Meld het ongeval bij zowel het uitzendbureau als de inlener en vraag om registratie en om een schriftelijk ongevalsrapport.
  3. Leg de situatie vast: foto’s van de plek, de machine of het materiaal en de beveiliging, plus de gegevens van getuigen.
  4. Vraag de veiligheidsstukken op: het relevante deel van de RI&E, de instructie die u heeft gehad, en het rapport van de Arbeidsinspectie.
  5. Stel beide partijen schriftelijk aansprakelijk en stuit daarmee de verjaring.
  6. Teken geen verklaring over de toedracht zonder dat die is beoordeeld, en ga niet zelf in gesprek met een verzekeraar.

Verjaring

Een vordering verjaart vijf jaar na de dag volgend op die waarop u bekend bent geworden met zowel de schade als de aansprakelijke persoon (art. 3:310 BW) – dus niet zonder meer vanaf de ongevalsdatum. Bij letselschade geldt geen absolute termijn van twintig jaar voor gebeurtenissen vanaf 1 februari 2004. Stuit schriftelijk en aantoonbaar (art. 3:317 BW).

Wat kost onze hulp?

Wij zijn daar vooraf duidelijk over. Redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte zijn op grond van artikel 6:96 lid 2 BW verhaalbaar op de aansprakelijke partij, mits de aansprakelijkheid vaststaat of wordt erkend en de kosten de dubbele redelijkheidstoets doorstaan. Wordt aansprakelijkheid afgewezen en blijft die afwijzing in stand, dan is er niets te verhalen. Proceskosten in een gerechtelijke procedure vormen bovendien een afzonderlijk risico: de verliezende partij kan daarin worden veroordeeld volgens het liquidatietarief. Wij nemen dat risico niet zonder meer over; wel bespreken wij vooraf welke afspraak bij uw zaak past, of een rechtsbijstandverzekering of gefinancierde rechtsbijstand in beeld komt, en wat er gebeurt als de zaak anders loopt dan verwacht.

Conclusie

Als uitzendkracht staat u sterk: zowel het bureau als de inlener heeft een zorgplicht, en beide moeten aantonen dat zij die zijn nagekomen. Hoofdelijke aansprakelijkheid is echter geen automatisme – die vereist dat beide partijen aansprakelijk zijn voor dezelfde schade. Stel daarom beide aan, vraag de RI&E en het inspectierapport op, en reken de verjaring vanaf uw bekendheid met schade en aansprakelijke persoon.

Hulp nodig? Onze letselschadeadvocaten staan voor u klaar. Neem vrijblijvend contact op voor een eerste beoordeling van uw zaak.


Lees ook

Veelgestelde vragen

Wie is aansprakelijk als ik als uitzendkracht letsel oploop?

Beide partijen kunnen aansprakelijk zijn. Het uitzendbureau als werkgever op grond van artikel 7:658 lid 1 BW, en de inlener op grond van lid 4, dat de kring van beschermde personen uitbreidt naar wie buiten dienstbetrekking arbeid verricht in de uitoefening van het bedrijf van een ander. Wie werkelijk aansprakelijk is, hangt af van wiens zorgplicht is geschonden.

Zijn het uitzendbureau en de inlener altijd hoofdelijk aansprakelijk?

Nee, dat is geen automatisme. Hoofdelijkheid volgt uit artikel 6:102 BW en vereist dat beide partijen aansprakelijk zijn voor dezelfde schade. Is dat zo, dan mag u kiezen wie u voor het geheel aanspreekt en regelen zij de onderlinge verdeling zelf. Stel daarom in uw aansprakelijkstelling beide partijen aan.

Wat moet ik zelf bewijzen?

Alleen dat u schade heeft geleden in de uitoefening van uw werkzaamheden. Vervolgens moet de werkgever of inlener aantonen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen, of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van uzelf. Die laatste drempel is zwaar en wordt zelden gehaald.

Zijn het bureau en de inlener verplicht een ongevallenverzekering te sluiten?

Nee, een algemene wettelijke plicht daartoe bestaat niet. Een cao of arbeidsovereenkomst kan die verplichting wel bevatten. Wel hebben bedrijven vrijwel altijd een aansprakelijkheidsverzekering, en bij verkeersdeelname in de uitoefening van het werk kan op de werkgever een verzekeringsplicht rusten op grond van artikel 7:611 BW.

Vergoedt de WIA mijn letselschade?

Nee. WIA en Ziektewet zijn sociale zekerheid en vergoeden geen smartengeld, geen volledig inkomensverlies en geen kosten. Wat u eruit ontvangt, wordt bovendien verrekend met uw schadeclaim: de vergoeding vult het gat aan en komt er niet bovenop.

Welke veiligheidsinformatie had ik moeten krijgen?

De inlener moet het uitzendbureau vóór aanvang het relevante deel van de RI&E verstrekken: de risico’s, de maatregelen en de vereiste vakbekwaamheid. Het bureau geeft die informatie aan u door. De inlener zorgt daarnaast voor concrete instructie en toezicht op de werkvloer. Ontbreekt die doorgeleiding, dan is dat een concreet aanknopingspunt voor aansprakelijkheid.

Is juridische bijstand kosteloos?

Niet onvoorwaardelijk. Redelijke buitengerechtelijke kosten zijn verhaalbaar op de aansprakelijke partij (art. 6:96 lid 2 BW), maar alleen als de aansprakelijkheid vaststaat of wordt erkend en voor zover de kosten de dubbele redelijkheidstoets doorstaan. Proceskosten in een procedure vormen een afzonderlijk risico dat wij niet zonder meer overnemen. Wij maken de afspraken vooraf schriftelijk.


Gerelateerde juridische diensten

Deel dit bericht
Facebook
Twitter
LinkedIn
Snel hulp nodig?
Bel WhatsApp Stukken