Kort antwoord. Een "CIS-registratie bij banken" bestaat als zodanig niet. De CIS-databank van Stichting CIS is de databank van de verzekeringsbranche: daarin registreren deelnemende verzekeraars en gevolmachtigden, geen banken. Stichting CIS vermeldt uitdrukkelijk dat EVR- en EVA-registraties op bancaire en hypothecaire producten niet in de CIS-databank staan. Loopt u bij een bank tegen een registratie aan, dan gaat het vrijwel altijd om het incidentenregister van die bank, het Intern Verwijzingsregister (IVR), het Extern Verwijzingsregister (EVR) dat banken via de EVA van BKR raadplegen, of om Stichting Fraudebestrijding Hypotheken (SFH). Welk register het is, bepaalt bij wie u moet zijn en welke termijn geldt.
Waarom "CIS-registratie bij banken" bijna altijd iets anders is
De verwarring is begrijpelijk. CIS, EVR, IVR, EVA, incidentenregister en SFH zijn allemaal registers waarin financiële instellingen elkaar waarschuwen, en de namen lijken op elkaar. Toch zijn het gescheiden systemen met verschillende beheerders, deelnemers en termijnen.
Stichting CIS beheert één databank, en die is van de verzekeringsbranche. Deelnemers zijn verzekeraars, gevolmachtigden en enkele door het CIS-bestuur erkende organisaties. Een bank krijgt daarmee niet zomaar inzage in de CIS-databank, en een bank plaatst er ook geen registratie in.
Banken hebben hun eigen registers. Die vallen onder hetzelfde Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI) als de registraties van verzekeraars. Daar zit de overlap. Maar de gegevens staan op een andere plek, en u klopt dus bij een andere partij aan.
Welke registers gebruikt een bank wél?
| Register | Wie registreert | Wie kan het zien | Waar vraagt u inzage |
|---|---|---|---|
| Incidentenregister van de bank | De bank zelf | Alleen die bank (en haar groep) | Bij de bank |
| Intern Verwijzingsregister (IVR) | De bank zelf | Alleen die bank (en haar groep) | Bij de bank |
| Extern Verwijzingsregister (EVR), bancair | De bank, via de EVA van BKR | Andere aangesloten financiële instellingen | Bij de bank; het register loopt via BKR |
| Stichting Fraudebestrijding Hypotheken (SFH) | Hypotheekverstrekkers | Aangesloten hypotheekverstrekkers | Bij SFH en bij de verstrekker |
| CIS-databank | Verzekeraars en gevolmachtigden | Deelnemers van Stichting CIS | Bij Stichting CIS |
Het praktische gevolg: een correctie- of verwijderingsverzoek gaat altijd naar de partij die de registratie heeft geplaatst. Schrijft u Stichting CIS aan over een bancaire registratie, dan komt u niet verder: die gegevens staan daar niet.
Wat staat er dan wél in de CIS-databank?
Stichting CIS onderscheidt onder meer claimmeldingen, waarborgfondsmeldingen over onverzekerde motorvoertuigen, ontzeggingen van de rijbevoegdheid, vertrouwelijke mededelingen (royement of wanbetaling) en EVR-registraties die dóór een verzekeraar zijn geplaatst. De termijnen verschillen per type: vijf jaar voor een claimmelding, drie jaar voor een vertrouwelijke mededeling wegens wanbetaling, maximaal acht jaar voor een EVR-registratie.
Belangrijk onderscheid: een claimmelding is geen fraudesignaal. Zij betekent alleen dat er ooit aanspraak is gemaakt op dekking. Wie de termijnen per registratiesoort wil nalopen, vindt die in ons artikel over de registratieduur bij CIS.
Hoe komt u erachter welk register het is?
Zolang u niet weet waar de registratie staat, kunt u niets gericht aanvechten. Deze volgorde werkt in de praktijk het snelst.
- Vraag het de bank schriftelijk. Doe een inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG en vraag daarbij uitdrukkelijk: in welk register ben ik opgenomen, op welke datum, op welke grondslag, voor welke duur, en welke afweging is over die duur vastgelegd?
- Vraag het onderliggende besluit op. Het protocol verplicht de instelling om de beslissing tot opname en de proportionaliteitsafweging te onderbouwen en vast te leggen. Vraag die vastlegging op, niet alleen de mededeling dat u geregistreerd bent.
- Doe daarnaast inzage bij BKR als het om een bancaire EVR-registratie kan gaan, en bij SFH als er een hypotheekaanvraag speelde.
- Doe inzage bij Stichting CIS als er óók een verzekeraar bij betrokken is geweest, bijvoorbeeld bij een geroyeerde polis of een afgewezen claim.
Het komt regelmatig voor dat iemand met twee afzonderlijke registraties te maken heeft: één bij de bank en één bij de verzekeraar, naar aanleiding van hetzelfde voorval. Dat zijn dan twee dossiers, twee verantwoordelijke partijen en twee verzoeken.
Gevolgen van een registratie bij een bank
Hoe zwaar de gevolgen zijn, hangt af van het register.
Incidentenregister en IVR werken binnen één bank en haar groepsmaatschappijen. De gevolgen blijven daarmee in beginsel beperkt tot die bank: geen nieuwe producten, mogelijk opzegging van de relatie.
Een EVR-registratie is ingrijpender, omdat andere aangesloten instellingen bij toetsing een treffer krijgen. Dat kan een nieuwe bankrekening, een krediet of een hypotheek in de weg staan. Een EVR-treffer is overigens geen mededeling van de inhoud: de andere instelling ziet dat er een verwijzing is en moet zelf navraag doen.
Een SFH-registratie raakt vooral hypotheekaanvragen bij aangesloten verstrekkers.
Wat een registratie níét doet, is doorwerken naar de andere sector via één gedeelde databank. Die deling bestaat niet. Ondervindt u tegelijk problemen bij banken én verzekeraars, dan wijst dat op twee registraties, en die moet u ook allebei aanpakken.
De voorwaarden waaraan een EVR-registratie moet voldoen
Voor het EVR gelden strikte voorwaarden. Artikel 5.2.1 van het PIFI 2026, van kracht sinds 1 april 2026, eist cumulatief:
- de gedraging vormde, vormt of kan een bedreiging vormen voor de belangen van cliënten of medewerkers, voor de instelling zelf, of voor de continuïteit en integriteit van de financiële sector;
- het staat in voldoende mate vast dat u bij die gedraging betrokken bent; van strafbare feiten wordt in principe aangifte gedaan;
- het proportionaliteitsbeginsel is in acht genomen.
Het criterium onder b is in de praktijk het scherpst. Een vermoeden is niet genoeg, en een intern onderzoeksrapport dat op aannames rust evenmin. Ontbreekt bovendien een aangifte zonder dat de instelling uitlegt waarom die achterwege bleef, dan is dat een aanknopingspunt.
Hoe lang mag een registratie duren?
Artikel 4.3.3 PIFI (incidentenregister) en artikel 5.3.2 PIFI (EVR) bepalen dat verwijdering uiterlijk acht jaar na opname in het incidentenregister plaatsvindt. Beide artikelen voegen daaraan toe: ten aanzien van de duur wordt getoetst aan het proportionaliteitsbeginsel.
Die twee zinnen samen bepalen de speelruimte. Acht jaar is een bovengrens, geen automatisme. Tegelijk gaat de toelichting bij het protocol ervan uit dat een opnameduur van acht jaar, gelet op de aard van incidenten, in beginsel gerechtvaardigd is. U kunt zich dus niet beroepen op een ongeschreven regel dat lichtere gevallen "standaard" korter duren; die regel bestaat niet.
Wat wél werkt, is laten zien dat de verplichte afweging over de duur niet is gemaakt, niet is vastgelegd, of relevante omstandigheden buiten beschouwing heeft gelaten. Het protocol noemt als voorbeelden van omstandigheden die een kortere duur kunnen rechtvaardigen een zeer jonge leeftijd van de betrokkene, of handelingen die onder bedreiging hebben plaatsgevonden. En artikel 5.3.1 verplicht de instelling om uit zichzelf te verwijderen zodra niet langer aan artikel 5.2.1 wordt voldaan.
Uw rechten en de route per register
Inzage en informatie
De instelling die registreert moet u daarover informeren. Daarnaast heeft u op grond van de AVG recht op inzage in de gegevens die over u worden verwerkt. Bij de bank vraagt u dat bij de bank; bij een verzekeringsregistratie doet u een inzageverzoek bij Stichting CIS.
Rectificatie en verwijdering
Zijn de gegevens onjuist of is de registratie onrechtmatig, dan verzoekt u om rectificatie of verwijdering bij de partij die heeft geregistreerd. Bij een registratie van een verzekeraar legt Stichting CIS een correctieverzoek voor aan die verzekeraar; CIS kan de gegevens niet zelf wijzigen. Bij een bancaire registratie loopt het verzoek langs de bank.
Als de instelling weigert
Dan zijn er drie routes, en de volgorde is niet vrijblijvend:
- Interne klachtenprocedure. Vrijwel altijd de verplichte eerste stap, en vaak ook de snelste.
- Kifid. Voor consumenten, na de interne klachtprocedure. Kifid hanteert eigen termijnen voor het aanhangig maken van een klacht; die zijn kort, dus laat ze niet verlopen. Een Kifid-uitspraak kan bindend zijn wanneer partijen daarvoor kiezen.
- De rechter. Een bodemprocedure, of een kort geding als de gevolgen acuut zijn, bijvoorbeeld een hypotheek die anders niet doorgaat. Voor de rechter geldt geen vervaltermijn zoals bij Kifid, maar dat is geen reden om te wachten: de rechter weegt ook mee hoe lang u stil heeft gezeten.
Meer over de keuze tussen deze wegen leest u in registratie verwijderen: de juridische routes en, bij spoed, in kort geding bij een CIS-registratie.
Geen bankrekening meer? Het recht op een basisbetaalrekening
Komt u nergens meer binnen voor een betaalrekening, dan is er een vangnet. Artikel 4:71f van de Wet op het financieel toezicht verplicht banken die in Nederland betaalrekeningen aanbieden om consumenten die rechtmatig in de EU verblijven een basisbetaalrekening in euro’s aan te bieden, ongeacht nationaliteit of woonplaats. De bank moet binnen tien werkdagen na een volledige aanvraag beslissen.
Weigeren mag alleen op de gronden van artikel 4:71g Wft. Die lijst is limitatief en bevat onder meer: de bank kan bij opening niet voldoen aan de Wwft; u verblijft niet rechtmatig in de EU; u heeft al een betaalrekening met een NL-IBAN; of u bent minder dan acht jaar geleden veroordeeld voor bijvoorbeeld valsheid in geschrifte, oplichting of witwassen.
Een registratie in het EVR of een incidentenregister staat als zodanig niet in dat rijtje. Dat is geen formaliteit: een bank die uitsluitend naar de registratie verwijst, motiveert haar weigering niet op een wettelijke grond. Wel kan hetzelfde feitencomplex een Wwft-oordeel opleveren, en dan is er wel een grond. Het onderscheid maken is daarom het eerste wat moet gebeuren.
Wat u kunt verzamelen voor een beoordeling
- De brief of e-mail waarin de registratie is aangekondigd of bevestigd, met datum.
- Het onderzoeksrapport en de conclusies waarop de instelling zich baseert.
- De vastgelegde afweging over opname én over de duur.
- De uitkomst van uw inzageverzoeken bij bank, BKR, SFH en zo nodig Stichting CIS.
- Correspondentie over de opzegging van producten of de afwijzing van aanvragen.
- Stukken waaruit blijkt welke concrete gevolgen u ondervindt (afwijzing hypotheek, geweigerde rekening, beëindigde polis).
Hoe vollediger dit dossier, hoe scherper te beoordelen is of de registratie de toets van artikel 5.2.1 doorstaat en of de duur is onderbouwd.
Wat wij voor u kunnen doen
Wij beoordelen eerst welk register het betreft en wie de verwerkingsverantwoordelijke is. Dat bepaalt de hele vervolgroute. Daarna toetsen wij de registratie aan artikel 5.2.1 PIFI en aan de AVG, vragen wij de onderbouwing en de duurafweging op, en voeren wij het verzoek en zo nodig de procedure. Loopt er tegelijk een verzekeringsdossier, dan pakken we beide sporen op.
Wat een beoordeling oplevert, hangt af van de feiten en de onderbouwing van de instelling. Wij zeggen vooraf wat wij wel en niet kunnen inschatten en wat de vervolgstap kost. Afhankelijk van uw inkomen kan een toevoeging via de Raad voor Rechtsbijstand mogelijk zijn; wij toetsen dat bij de intake. Beloften over gegarandeerde verwijdering doen wij niet.
Veelgestelde vragen over CIS-registratie bij banken
Kan een bank mij registreren in de CIS-databank?
Nee. De CIS-databank is de databank van de verzekeringsbranche; deelnemers zijn verzekeraars en gevolmachtigden. Banken registreren in hun eigen incidentenregister, in het IVR, of in het EVR via de EVA van BKR. Stichting CIS vermeldt uitdrukkelijk dat EVR- en EVA-registraties op bancaire en hypothecaire producten niet in de CIS-databank staan.
Kan een bank mijn CIS-registratie zien?
De CIS-databank is toegankelijk voor de deelnemers van Stichting CIS: verzekeraars, gevolmachtigden en door het CIS-bestuur erkende organisaties. Een bank krijgt daarmee niet automatisch inzage. Ondervindt u tegelijk problemen bij een bank en bij verzekeraars, dan gaat het doorgaans om twee afzonderlijke registraties naar aanleiding van hetzelfde voorval.
Waar vraag ik inzage aan als ik niet weet welk register het is?
Begin bij de instelling die u de mededeling stuurde, met een inzageverzoek op grond van artikel 15 AVG. Vraag daarin expliciet naar het register, de datum van opname, de grondslag, de duur en de vastgelegde afweging. Doe daarnaast inzage bij BKR (bancair EVR via EVA), bij SFH als er een hypotheek speelde, en bij Stichting CIS als er ook een verzekeraar betrokken was.
Hoe lang blijft een registratie staan?
Voor het incidentenregister en het EVR geldt op grond van artikel 4.3.3 en 5.3.2 PIFI dat verwijdering uiterlijk acht jaar na opname in het incidentenregister plaatsvindt, waarbij ook de duur aan het proportionaliteitsbeginsel wordt getoetst. Voor registraties in de CIS-databank verschilt de termijn per registratiesoort: bijvoorbeeld vijf jaar voor een claimmelding en drie jaar voor een vertrouwelijke mededeling wegens wanbetaling.
Mag een bank mij een basisbetaalrekening weigeren wegens een registratie?
Niet op die enkele grond. Artikel 4:71g Wft bevat een limitatieve lijst weigeringsgronden; een EVR- of incidentenregistratie staat daar niet in. Wel kan de bank weigeren als zij bij opening niet aan de Wwft kan voldoen, of als u minder dan acht jaar geleden onherroepelijk bent veroordeeld voor onder meer valsheid in geschrifte, oplichting of witwassen.
Ik ben zowel bij mijn bank als bij mijn verzekeraar geregistreerd. Is dat één zaak?
Juridisch zijn het twee zaken, met twee verwerkingsverantwoordelijken en twee verzoeken. Feitelijk hangen ze vaak samen, en de onderbouwing die de ene instelling geeft, is bruikbaar bij de andere. Het loont om beide sporen tegelijk op te pakken.
Lees ook
- Frauderegistraties bij banken en verzekeraars: EVR, IVR, CIS en incidentenregister
- EVR-registratie wegens fraude: wanneer gaat een bank te ver?
- IVR-registratie bij banken
- Incidentenregister: hoe komt u erin?
- CIS-registratie bij verzekeraars
- Advocaat bij een EVR- of CIS-registratie
Bronnen en verantwoording
Deze uitleg volgt de informatie van Stichting CIS over de soorten registraties, waarin staat dat EVR- en EVA-registraties op bancaire en hypothecaire producten niet in de CIS-databank zijn opgenomen en waarin de termijnen per registratiesoort worden genoemd; voor bancaire registraties verwijst Stichting CIS naar BKR (EVA) en Stichting Fraudebestrijding Hypotheken. De artikelen 4.3.3, 5.2.1, 5.3.1 en 5.3.2 en de toelichting op de opnameduur zijn ontleend aan het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen 2026, dat sinds 1 april 2026 van kracht is. De basisbetaalrekening berust op de artikelen 4:71f en 4:71g van de Wet op het financieel toezicht. Bronteksten gecontroleerd op 11 september 2026.
Juridisch gecontroleerd door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Gecontroleerd op 11 september 2026.



