Werk je als zzp’er, maar voelt het als een gewone baan?
Niet het etiket op je contract bepaalt of je werknemer bent, maar hoe het werk in de praktijk gaat. Blijkt het een arbeidsovereenkomst, dan kun je aanspraak maken op onder meer loon bij ziekte, vakantie, ontslagbescherming en een transitievergoeding.
English: Read this article in English: False self-employment: are you an employee or a freelancer?
- Wij zetten de feiten van jouw werkrelatie naast de maatstaf van de Hoge Raad.
- Wij berekenen welke loon- en vergoedingsaanspraken er kunnen spelen en over welke periode.
- Wij bewaken de korte termijnen als je opdracht al is beëindigd.
Bel 070 450 0300Laat je werkrelatie beoordelen
Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.
Alle flexrechten op een rij. Oproepwerk, uitzendwerk, zzp en platformwerk, payroll en de termijnen die daarbij horen vind je samen in het overzicht arbeidsrecht voor flexwerkers.
Peildatum 27 september 2026
Schijnzelfstandigheid betekent dat je als zzp’er werkt, terwijl de werkrelatie juridisch een arbeidsovereenkomst is. Of dat zo is, beoordeelt de kantonrechter aan de hand van artikel 7:610 BW en alle omstandigheden samen: wat voor werk je doet, wie bepaalt hoe en wanneer, hoe je bent ingebed in het bedrijf en of je je als ondernemer gedraagt. Geen enkele factor beslist alleen; ook een KvK-inschrijving of het woord “opdracht” in je contract niet. Denk je dat je eigenlijk werknemer bent? Verzamel je stukken, vraag schriftelijk om erkenning en let op de termijn van twee maanden als je opdracht al is beëindigd.
Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Laatst bijgewerkt: 27 september 2026.
Niet het etiket maar de praktijk
Je tekent een “overeenkomst van opdracht”, staat bij de KvK ingeschreven en factureert elke maand. Toch kan de rechter oordelen dat er al die tijd een arbeidsovereenkomst was. De wet omschrijft die in artikel 7:610 BW: je verbindt je om “in dienst van” een ander, tegen loon, gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Arbeid, loon, gezag en tijd: zijn die elementen in de praktijk aanwezig, dan is het een arbeidsovereenkomst, hoe het contract ook heet.
De Hoge Raad heeft dat in het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:443) scherp gemaakt. Eerst stel je vast welke rechten en plichten partijen werkelijk zijn overeengekomen, ook via hun gedrag. Voldoen die aan de wettelijke omschrijving, dan is het een arbeidsovereenkomst. Of partijen die bedoeling hadden, is voor die kwalificatie niet van belang (rov. 3.2.4).
Hoe een echte opdrachtrelatie eruitziet, lees je bij de overeenkomst van opdracht voor zzp’ers.
Voor wie dit artikel is, en voor wie niet
Dit artikel is voor jou als je als zzp’er of freelancer bent ingehuurd en vermoedt dat het eigenlijk een dienstverband is: bijvoorbeeld als schoonmaker, klusser, chauffeur, zorgmedewerker of horecakracht die langdurig voor één partij werkt. Het is niet bedoeld voor:
- opdrachtgevers die fiscale risico’s willen beperken;
- zzp’ers die zelfstandig willen blijven en alleen een onbetaalde factuur hebben;
- bezorgers via een app: daarvoor is er een apart artikel over schijnzelfstandigheid bij maaltijd- en pakketbezorgers.
Hoe de rechter beoordeelt of je werknemer bent
In het Deliveroo-arrest somt de Hoge Raad omstandigheden op die van belang kunnen zijn (rov. 3.2.5). Het gaat onder meer om:
- aard en duur van het werk;
- wie het werk en de werktijden bepaalt;
- inbedding in de organisatie van de opdrachtgever;
- of je het werk persoonlijk moet doen;
- hoe het contract tot stand kwam;
- hoe de beloning wordt bepaald, uitbetaald en hoe hoog die is;
- of je commercieel risico loopt;
- of je je als ondernemer gedraagt of kunt gedragen: reputatie, acquisitie, fiscale behandeling, aantal opdrachtgevers en de duur waarvoor je je aan één opdrachtgever verbindt.
Belangrijk voor werkenden: de vrijheid om diensten te weigeren sluit een arbeidsovereenkomst niet uit; het gaat er vooral om wat geldt als je wel komt werken en hoe vaak dat gebeurt (rov. 3.3.4). Een vervangingsclausule weegt minder zwaar als die in de praktijk weinig betekenis heeft (rov. 3.3.5).
Geen rangorde tussen de omstandigheden
Op 21 februari 2025 beantwoordde de Hoge Raad in een zaak tussen FNV en Uber prejudiciële vragen over het gezichtspunt ondernemerschap (ECLI:NL:HR:2025:319). Er bestaat geen rangorde tussen de genoemde omstandigheden; ondernemerschap weegt niet anders dan de andere punten (rov. 3.3). Wel mag de rechter ook kijken naar ondernemerschap buiten de relatie met deze opdrachtgever, zoals je andere klanten en je fiscale positie (rov. 3.6.2). Daardoor kan hetzelfde werk voor dezelfde opdrachtgever voor de ene werkende een arbeidsovereenkomst zijn en voor de andere niet (rov. 3.5).
De beoordeling is dus persoonlijk. Eigen klanten, een website en eigen offertes wegen mee tegen werknemerschap; nooit zelf klanten geworven hebben wijst de andere kant op. Een automatische score bestaat niet.
Bewijsroute: welke omstandigheden wijzen welke kant op
Gebruik deze tabel om je bewijs te ordenen. Het is geen rekenmodel: een kolom die “wint” bepaalt niet de uitkomst.
| Onderdeel | Wijst eerder op werknemer | Wijst eerder op ondernemer |
|---|---|---|
| Aard van het werk | Gewone bedrijfsarbeid: het werk is de kernactiviteit van de opdrachtgever, collega’s in loondienst doen hetzelfde | Afgebakend project of specialistische klus buiten het vaste werk van de opdrachtgever |
| Duur en omvang | Maanden of jaren achter elkaar, vaste dagen of uren per week | Korte, losse opdrachten met een duidelijk eindresultaat |
| Werktijden en instructies | Opdrachtgever maakt het rooster, geeft werkinstructies, controleert via app of leidinggevende | Je bepaalt zelf wanneer en hoe je werkt en levert alleen een resultaat op |
| Inbedding | Bedrijfskleding, pasje, e-mailadres of telefoon van de opdrachtgever, deelname aan werkoverleg, klanten zien je als “iemand van het bedrijf” | Eigen bedrijfsnaam, eigen kleding en gereedschap, je treedt naar klanten op namens jezelf |
| Persoonlijke arbeid | Je moet het zelf doen; vervanging alleen met toestemming en gebeurt zelden | Je kunt vrij een vervanger of eigen personeel sturen en doet dat ook |
| Beloning | Uurtarief door opdrachtgever vastgesteld, betaling per maand vergelijkbaar met loon, geen onderhandeling | Je bepaalt zelf je tarief, offreert per klus, draagt het risico van tegenvallers |
| Ondernemerschap | Eén opdrachtgever, geen website of acquisitie, geen investeringen, geen eigen klanten | Meerdere opdrachtgevers, eigen marketing, investeringen, winst- en verliesrisico |
| Totstandkoming contract | Standaardcontract van de opdrachtgever, “tekenen of niet werken” | Je hebt zelf voorwaarden en tarieven voorgesteld en uitonderhandeld |
Het wettelijk rechtsvermoeden: nu en vanaf 31 december 2026
Nu: artikel 7:610a BW
Werk je tegen beloning gedurende drie opeenvolgende maanden wekelijks of ten minste twintig uur per maand voor een ander, dan wordt vermoed dat je dat doet krachtens een arbeidsovereenkomst (artikel 7:610a BW). De opdrachtgever mag dat vermoeden weerleggen. Het vermoeden helpt je in de startpositie, maar in de praktijk gaat een procedure toch over alle omstandigheden uit de tabel hierboven.
Vanaf 31 december 2026: rechtsvermoeden bij een laag uurtarief
Het kabinet diende op 4 juli 2025 het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) in. Met een nota van wijziging van 10 maart 2026 is het verduidelijkingsdeel geschrapt; alleen het rechtsvermoeden bleef over. Dat voorstel is op 21 april 2026 door de Tweede Kamer en op 16 juni 2026 door de Eerste Kamer aangenomen (Kamerstuk 36 783). De wet staat in Stb. 2026, 158 en treedt volgens het inwerkingtredingsbesluit (Stb. 2026, 207) in werking op 31 december 2026.
Het nieuwe artikel 7:610aa BW bepaalt dan: wie werkt tegen een beloning tot een bepaald uurtarief, wordt vermoed werknemer te zijn. De wettekst noemt € 36 per uur. Dat bedrag wordt geïndexeerd en voor de eerste toepassing bij ministeriële regeling vastgesteld; controleer daarom het actuele bedrag, bijvoorbeeld op Ondernemersplein. Het vermoeden geldt niet bij werk voor een particulier die niet handelt in beroep of bedrijf, en de opdrachtgever mag het weerleggen.
Voor platformwerk ligt een apart conceptwetsvoorstel met een eigen rechtsvermoeden; dat is nog geen geldend recht. Zie de Wet platformwerk en het rechtsvermoeden.
Wat je kunt claimen als je werknemer blijkt te zijn
Is er een arbeidsovereenkomst, dan gelden in beginsel de regels van titel 7.10 BW over de hele periode. De belangrijkste aanspraken:
- Loon en minimumloon. Verdiende je omgerekend minder dan het wettelijk minimumloon, of minder dan het loon uit een toepasselijke cao, dan kan een loonvordering ontstaan over het verschil.
- Vakantie. Een werknemer bouwt vakantie op van ten minste vier keer de wekelijkse arbeidsduur per jaar (artikel 7:634 BW). Niet-opgenomen dagen kunnen bij het einde worden uitbetaald, maar wettelijke dagen kunnen vervallen.
- Loondoorbetaling bij ziekte. Artikel 7:629 BW geeft een werknemer die ziek is 104 weken recht op 70% van het loon, in de eerste 52 weken ten minste het minimumloon. Een cao kan meer geven. Meer uitleg vind je bij de loondoorbetalingsplicht van de werkgever.
- Ontslagbescherming. Een werkgever kan een arbeidsovereenkomst niet zomaar opzeggen. Zonder jouw schriftelijke instemming is toestemming van UWV of ontbinding door de kantonrechter nodig (artikel 7:671 BW). Blijkt het om een arbeidsovereenkomst te gaan en beëindigt de “opdrachtgever” de samenwerking zonder die route, dan kun je de kantonrechter vragen de opzegging te vernietigen of je een billijke vergoeding toe te kennen (artikel 7:681 BW). Zie ook wat je kunt doen als je opdrachtgever de opdracht beëindigt.
- Transitievergoeding. Eindigt een arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever, dan is in beginsel een transitievergoeding verschuldigd van een derde maandloon per dienstjaar (artikel 7:673 BW). Zie de transitievergoeding in 2026.
- WW. UWV beoordeelt zelf of je verzekerd was als werknemer. Een oordeel van de kantonrechter helpt, maar leidt niet vanzelf tot een uitkering. Zie onze hulp bij een WW-uitkering.
Wat je niet automatisch krijgt
Een erkenning als werknemer is geen pot met geld:
- Een opdrachtgever zal stellen dat je tarief al een vergoeding voor vakantie, ziekte en risico bevatte. Of de rechter dat verrekent, hangt af van de feiten.
- Facturen zijn geen loonstroken. Welk deel van je factuurbedrag als bruto loon geldt, en wat er gebeurt met eerder afgedragen btw of ondernemersaftrek, moet fiscaal worden uitgezocht. Laat dat bekijken door een belastingadviseur.
- Een verklaring voor recht betekent niet dat je automatisch een vast contract voor onbepaalde tijd hebt. Ook dan gelden de regels over tijdelijke contracten en de ketenregeling.
- Oude aanspraken kunnen verjaard of vervallen zijn (zie de termijnen hieronder).
Fiscale handhaving door de Belastingdienst is iets anders
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid (Wet DBA); het moratorium is opgeheven. Over 2025 legde de Belastingdienst volgens Rijksoverheid in beginsel nog geen boetes op; er gold een overgangsperiode met een zogeheten zachte landing. Actuele informatie staat op de pagina van de Belastingdienst over handhaving arbeidsrelaties.
Die handhaving gaat over loonheffingen, tussen de Belastingdienst en de opdrachtgever. Jouw civiele claim op loon, vakantie of een vergoeding staat daar los van. Een naheffing geeft jou geen geld, en het uitblijven van een controle zegt niets over jouw rechten. Je aanspraken moet je zelf instellen.
Uitzonderingen en de rol van de cao
- Cao. Blijkt er een arbeidsovereenkomst, dan kan een cao gelden: omdat de werkgever eraan gebonden is of omdat de cao algemeen verbindend is verklaard. Dat kan een hoger loon, toeslagen of een aanvulling bij ziekte betekenen, maar ook eigen regels over vakantie of termijnen voor claims.
- Werk voor een particulier huishouden. Werk je doorgaans minder dan vier dagen per week voor het huishouden van een particulier, dan geldt een beperkte loondoorbetaling bij ziekte van zes weken (artikel 7:629 lid 2 BW) en is voor opzegging geen toestemming van UWV nodig (artikel 7:671 lid 1 onder d BW). Het nieuwe uurtarief-vermoeden geldt niet voor werk voor een particulier die niet handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf.
- AOW-leeftijd. Na het bereiken van de AOW-leeftijd gelden kortere termijnen voor loondoorbetaling bij ziekte (artikel 7:629 lid 2 BW).
Termijnen: verjaring en verval
Verjaring en verval werken verschillend:
- Loon verjaart na vijf jaar (artikel 3:308 BW). Een duidelijke schriftelijke aanmaning stuit de verjaring; zie loonvordering: verjaring en stuiten.
- Vernietiging van de opzegging of een billijke vergoeding: twee maanden. Het verzoek moet binnen twee maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter liggen (artikel 7:686a lid 4 onder a BW). Dit is verval: een brief houdt die termijn niet tegen.
- Transitievergoeding: drie maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:686a lid 4 onder b BW). Ook dat is verval.
Over de verhouding tussen beide vergoedingen lees je meer bij billijke vergoeding naast transitievergoeding.
Stappenplan: van vermoeden naar claim
- Noteer de einddatum. Is je opdracht beëindigd? Zet de datum plus twee maanden in je agenda.
- Verzamel je stukken voordat je toegang tot apps, mail of planning verliest. Maak screenshots met datum.
- Zet je situatie naast de bewijsroute en noteer per regel welk stuk het laat zien.
- Vraag schriftelijk om erkenning van de arbeidsovereenkomst en om betaling van loon en andere aanspraken, met een redelijke termijn. Zo’n brief stuit de verjaring, maar niet de vervaltermijnen.
- Laat de aanspraken berekenen, inclusief wat een toepasselijke cao toevoegt.
- Stap naar de kantonrechter. Vraag een verklaring voor recht dat er een arbeidsovereenkomst is, samen met een loonvordering. Gaat het om de beëindiging, dan dien je binnen de vervaltermijn een verzoekschrift in; samenhangende vorderingen kunnen daarin mee (artikel 7:686a lid 3 BW). Een advocaat is bij de kantonrechter niet verplicht.
- Meld je bij UWV als je werkloos bent. UWV neemt een eigen besluit.
Bewijsstukken die je nodig hebt
- De opdrachtovereenkomst en eerdere versies, plus algemene voorwaarden;
- alle facturen en bankafschriften waaruit betalingen blijken;
- roosters, planningen, urenregistraties en screenshots uit apps;
- werkinstructies, protocollen, e-mails en WhatsApp-berichten van leidinggevenden;
- afspraken over tarieven en wie die bepaalde;
- bewijs over vervanging: mocht dat, gebeurde het, en met wiens toestemming;
- foto’s van bedrijfskleding, pasjes, bedrijfsauto of gereedschap van de opdrachtgever;
- je KvK-uittreksel, eventuele website, andere opdrachtgevers en je belastingaangiften (ook als die tegen je pleiten: de rechter ziet ze toch);
- het bericht waarin de samenwerking werd beëindigd, met datum.
Fictief voorbeeld: een schoonmaker met één opdrachtgever
Dit is een fictief praktijkvoorbeeld. Dilan werkt sinds 1 september 2024 als “zzp-schoonmaker” voor één schoonmaakbedrijf: 32 uur per week, volgens een rooster uit de app van de planner, in een shirt met het bedrijfslogo. Het bedrijf stelde het uurtarief van € 20 vast. Vervanging mag alleen met goedkeuring en is nooit gebeurd. Dilan heeft geen andere klanten en nooit zelf offertes gemaakt.
Op 1 september 2026 krijgt ze een appje dat “de opdracht per direct stopt”. Bijna alle feiten staan in de kolom “werknemer” en het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW is van toepassing. Toch blijft het een weging van alle omstandigheden. Wil Dilan de beëindiging aanvechten of een billijke vergoeding vragen, dan moet haar verzoekschrift binnen twee maanden na het einde bij de kantonrechter liggen.
Fictief rekenvoorbeeld
Aannames: het uurtarief van € 20 geldt als bruto uurloon, er is geen cao met afwijkende regels, de arbeidsovereenkomst duurde precies twee jaar en er zijn geen andere looncomponenten zoals vakantiebijslag meegenomen.
| Onderdeel | Berekening | Uitkomst (bruto) |
|---|---|---|
| Maandloon | € 20 x 32 uur x 52 weken / 12 maanden | € 2.773,33 |
| Transitievergoeding | 1/3 x € 2.773,33 x 2 jaar | € 1.848,89 |
| Loon bij ziekte, 3 weken onbetaald ziek geweest | 70% x € 20 x 32 uur x 3 weken; in het eerste ziektejaar ten minste het minimumloon | € 1.344,00, of meer als dit onder het minimumloon ligt |
In werkelijkheid telt bij de transitievergoeding bijvoorbeeld ook vakantiebijslag mee, kan een cao meer geven en kan de opdrachtgever betogen dat het tarief deze kosten al dekte.
En de klusjesman met een eigen busje?
Ook fictief: Ruud werkt vier dagen per week voor één vastgoedbeheerder, die de planning maakt en zijn werk keurt. Hij rijdt in een eigen bus met eigen gereedschap en werkt op vrijdag voor eigen klanten via zijn website. De planning en controle wijzen op gezag; bus, gereedschap en eigen klanten op ondernemerschap, dat volgens de Hoge Raad gewoon meeweegt. Zonder alle stukken is de uitkomst hier niet te voorspellen.
Veelgestelde vragen
Is het hebben van één opdrachtgever genoeg voor schijnzelfstandigheid?
Nee, niet op zichzelf. Het aantal opdrachtgevers is één van de omstandigheden die de rechter weegt. Werk je langdurig uitsluitend voor één partij, volgens haar rooster en instructies, dan wijst dat samen met andere feiten eerder op een arbeidsovereenkomst.
Maakt een KvK-inschrijving verschil?
Weinig. Een inschrijving zegt iets over hoe je jezelf presenteert, maar de rechter kijkt naar wat er in de praktijk gebeurt. Wel kan de rechter je ondernemerschap buiten deze opdrachtgever meewegen, zoals andere klanten, acquisitie en je fiscale behandeling.
Kan ik achteraf loon claimen als ik werknemer blijk te zijn?
Dat kan, bijvoorbeeld het verschil met het minimumloon of een cao-loon, loon over ziekteperiodes en niet-opgenomen vakantie. Loonvorderingen verjaren in beginsel na vijf jaar. Een schriftelijke aanmaning stuit die verjaring. De opdrachtgever kan wel aanvoeren dat je tarief die posten al dekte.
Ben ik werknemer als ik zelf mijn opdrachten of diensten kies?
Dat kan nog steeds. Volgens de Hoge Raad sluit de vrijheid om te komen werken of opdrachten te weigeren een arbeidsovereenkomst niet uit. Beslissend is vooral wat er geldt als je wel werkt, hoe vaak en hoe lang dat gebeurt.
Krijg ik geld als de Belastingdienst mijn opdrachtgever controleert?
Nee. Fiscale handhaving gaat over loonheffingen tussen de Belastingdienst en de opdrachtgever. Jouw aanspraken op loon, vakantie of een vergoeding moet je zelf bij de opdrachtgever en zo nodig bij de kantonrechter instellen.
Welke termijn geldt als mijn opdracht al is beëindigd?
Wil je de beëindiging aanvechten of een billijke vergoeding vragen, dan moet je verzoek binnen twee maanden na het einde bij de kantonrechter liggen. Voor de transitievergoeding is dat drie maanden. Dit zijn vervaltermijnen die een brief niet verlengt.
Twijfel je nog of je als flexwerker onder andere regels valt, bijvoorbeeld als oproepkracht of via payroll? Bekijk dan alle rechten voor flexwerkers op een rij. Wil je weten of jouw zzp-opdracht eigenlijk een dienstverband is en wat je dan kunt claimen? Leg je werkrelatie aan ons voor, ook als je opdracht net is gestopt.
Bronnen en juridische basis
- Burgerlijk Wetboek Boek 7: artikelen 7:610, 7:610a, 7:629, 7:634, 7:671, 7:673, 7:681 en 7:686a.
- Burgerlijk Wetboek Boek 3: artikel 3:308 (verjaring).
- Hoge Raad 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443 (Deliveroo), rov. 3.2.2 tot en met 3.3.5.
- Hoge Raad 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319 (Uber, prejudiciële beslissing), rov. 3.3 tot en met 3.6.2.
- Eerste Kamer, wetsvoorstel 36 783: rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief, met nota van wijziging (Vbar).
- Staatsblad 2026, 158 (wet) en Staatsblad 2026, 207 (inwerkingtreding 31 december 2026).
- Ondernemersplein (RVO): laag uurtarief van zzp’er kan leiden tot arbeidsovereenkomst.
- Rijksoverheid, 18 december 2024: handhaving schijnzelfstandigheid vanaf 1 januari 2025.
- Belastingdienst: arbeidsrelaties en handhaving.
- Rijksoverheid, 29 juni 2026: conceptwetsvoorstel platformwerk in internetconsultatie.
Bronnen geraadpleegd op 27 september 2026. De voorbeelden zijn fictief; of jouw werkrelatie een arbeidsovereenkomst is, hangt af van alle omstandigheden van je eigen geval.



