Belasting over transitievergoeding: hoeveel houdt u netto over?

30 september 2026
Foto van Arslan Advocaten

Arslan Advocaten

Snel hulp nodig?
Drag & Drop Files, Choose Files to Upload Je kunt tot 5 bestanden uploaden.

Kies een vestiging

Wij gebruiken uw gegevens alleen om contact met u op te nemen over uw vraag. Lees hoe wij daarmee omgaan in onze privacyverklaring.

Ontslag of een conflict op het werk? Dit telt eerst.

U heeft in beginsel twee maanden om ontslag aan te vechten bij de rechter. Daarna vervalt dat recht, ook als het ontslag onterecht was.

  • Nog niets getekend? Teken ook niets voordat u het heeft laten nakijken.
  • Een vaststellingsovereenkomst getekend? Daarna geldt meestal veertien dagen bedenktijd.
  • Wij lezen uw contract en de brief van uw werkgever en zeggen waar u staat.

Direct naar uw situatie: Loon niet doorbetaald tijdens ziekte

Bel 070 450 0300WhatsApp onsStuur uw stukken op

Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.

Transitievergoeding ontvangen en schrikt u van de inhouding?

Een transitievergoeding is bruto. De inhouding op uw eindafrekening is een voorheffing op basis van uw jaarloon van vorig jaar; wat u definitief betaalt, volgt pas uit uw aangifte inkomstenbelasting.

  • Wij controleren of de transitievergoeding zelf juist is berekend.
  • Wij beoordelen of de vaststellingsovereenkomst bruto, netto, einddatum en opzegtermijn goed regelt.
  • Wij signaleren gevolgen voor WW en toeslagen en verwijzen voor fiscale planning naar een belastingadviseur.

Bel 070 450 0300Laat uw eindafrekening beoordelen

Het eerste gesprek is kosteloos en vertrouwelijk. Zes vestigingen in Nederland. Wij spreken ook Turks, Pools en Engels.

Een transitievergoeding is een brutobedrag waarover u belasting betaalt. Uw oud-werkgever houdt loonheffing in volgens het bijzonder tarief, dat afhangt van het jaarloon dat u in het vorige kalenderjaar bij hem verdiende. Voor werknemers onder de AOW-leeftijd loopt dat percentage in 2026 bij een jaarloon vanaf € 8.714 van 35,75% tot 49,50%. Dat is een voorheffing, geen eindafrekening: wat u definitief betaalt, volgt uit uw aangifte inkomstenbelasting over het jaar van uitbetaling. Controleer daarom eerst het gebruikte jaarloon en percentage.

Geschreven door Onur Arslan, advocaat bij Arslan Advocaten. Ingeschreven in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse orde van advocaten voor arbeidsrecht en letselschade. Inhoudelijk bijgewerkt: 30 september 2026.

De pagina over de transitievergoeding: recht, hoogte en netto-effect behandelt de belastingkant kort. Hier gaan we dieper in op de inhouding, het verschil met uw belastingtarief, twee rekenvoorbeelden en de gevolgen voor toeslagen, WW, pensioen en vakantiegeld. Het brutobedrag zelf berekent u met de rekenhulp transitievergoeding 2026.

Is een transitievergoeding bruto of netto?

De transitievergoeding uit artikel 7:673 BW is een brutobedrag. Fiscaal is een ontslagvergoeding loon uit vroegere dienstbetrekking, zo staat in het Handboek Loonheffingen 2026 (paragraaf 4.7.1 en 17.2.6). Uw werkgever houdt loonbelasting en premie volksverzekeringen in en maakt het restant netto over.

Een vrijstelling voor het uitbetaalde bedrag bestaat niet. Volgens de Belastingdienst over ontslagvergoedingen telt de vergoeding in de regel mee als inkomen in het jaar waarin het geld op uw rekening komt. Dat geldt ook voor een hogere vergoeding uit een vaststellingsovereenkomst en voor een billijke vergoeding naast de transitievergoeding.

De werkgeversheffing Zvw betaalt de werkgever zelf; die gaat niet van uw bedrag af. Staat in een vaststellingsovereenkomst uitdrukkelijk een nettobedrag, dan komt de loonheffing in beginsel voor rekening van de werkgever. Kijk dus goed of er bruto of netto staat voordat u tekent.

Hoe werkt de inhouding: het bijzonder tarief

Een eenmalige betaling valt niet onder de maandtabel. De werkgever gebruikt de tabel voor bijzondere beloningen, en bij een ontslagvergoeding is dat de groene tabel voor loon uit vroegere dienstbetrekking. Het gevonden percentage heet in de praktijk het bijzonder tarief.

Het jaarloon van vorig jaar bepaalt het percentage

Volgens paragraaf 9.3.6 van het handboek gaat de werkgever uit van het loon dat hij u in het voorafgaande kalenderjaar betaalde. Werkte u maar een deel van dat jaar bij hem, dan herleidt hij dat tot een jaarloon. Kwam u pas dit jaar in dienst, dan schat hij een jaarloon op basis van het lopende jaar. Het bijzonder tarief kijkt dus terug: het weet niet dat u dit jaar misschien maar een paar maanden salaris had, of juist snel een beter betaalde baan vond.

Percentages 2026

Uit de groene tabel bijzondere beloningen 2026, voor inwoners van Nederland onder de AOW-leeftijd bij wie de werkgever de loonheffingskorting toepast:

Jaarloon vorig kalenderjaar Standaardtarief Verrekeningspercentage Inhouding op de vergoeding
tot € 8.714 0,00% 0,00% 0,00%
€ 8.714 tot € 29.737 35,75% 0,00% 35,75%
€ 29.737 tot € 38.884 35,75% 6,40% 42,15%
€ 38.884 tot € 78.427 37,56% 6,40% 43,96%
vanaf € 78.427 49,50% 0,00% 49,50%

Zonder loonheffingskorting geldt alleen het standaardtarief. Wie de AOW-leeftijd heeft bereikt, heeft lagere percentages in de eerste schijf.

Een lager of hoger percentage laten toepassen

Leidt het bijzonder tarief tot een inhouding die ten minste 10% hoger is (minimaal € 227) dan de inkomstenbelasting die u vermoedelijk verschuldigd bent, dan kunt u de Belastingdienst om een machtiging voor een lager percentage vragen. Andersom mag de werkgever met uw toestemming meer inhouden, zodat u later niet hoeft bij te betalen.

Belastingtarief versus bijzonder tarief

Het bijzonder tarief is geen apart belastingtarief maar een inhoudingspercentage: een inschatting vooraf van de belasting over een extra bedrag bovenop uw jaarloon. Uw werkelijke belasting wordt achteraf berekend over uw totale inkomen van dat jaar, met de tarieven van box 1 (Belastingdienst over box 1, artikel 2.10 Wet IB 2001) en de heffingskortingen.

Schijf 2026 (onder AOW-leeftijd) Belastbaar inkomen Tarief
1 tot en met € 38.883 35,75% (8,10% belasting en 27,65% premie volksverzekeringen)
2 meer dan € 38.883 tot en met € 78.426 37,56%
3 meer dan € 78.426 49,50%

Welke heffingskortingen meetellen

Dat de tabel 43,96% geeft terwijl de tweede schijf 37,56% is, komt door de algemene heffingskorting. Die is in 2026 maximaal € 3.115 en daalt met 6,398% van het verzamelinkomen boven € 29.736, tot nul bij € 78.426 (artikel 8.10 Wet IB 2001, tabel algemene heffingskorting 2026). De vergoeding verhoogt uw verzamelinkomen en verlaagt die korting.

De arbeidskorting telt niet mee. Die wordt berekend over arbeidsinkomen, en dat is volgens artikel 8.1 lid 1 onderdeel e Wet IB 2001 wat u met tegenwoordige arbeid verdient. Over de transitievergoeding krijgt u dus geen arbeidskorting, maar zij verlaagt uw arbeidskorting over uw salaris ook niet.

Het percentage op uw loonstrook is daarom niet uw definitieve belastingdruk. Het gaat uit van het jaarloon van vorig jaar; de aangifte gaat uit van al uw inkomen in het jaar van uitbetaling, inclusief WW, een nieuwe baan en aftrekposten.

Rekenvoorbeelden: van bruto naar netto

Beide voorbeelden zijn fictief en vereenvoudigd. Aannames: 2026, jonger dan de AOW-leeftijd, geen fiscale partner of aftrekposten, loonheffingskorting toegepast en de inhouding op salaris en WW zelf precies juist. We kijken alleen naar de extra belasting door de vergoeding. Bedragen zijn afgerond.

Fictief voorbeeld 1: te veel ingehouden

Sanne verdiende in 2025 € 80.000. Haar dienstverband eindigt op 31 maart 2026, na € 20.000 salaris. In april ontvangt zij € 30.000 bruto transitievergoeding en daarna tot en met december € 15.000 WW.

  • Inhouding bij jaarloon € 80.000: 49,50%, dus € 14.850. Netto: € 15.150.
  • Inkomen 2026 stijgt door de vergoeding van € 35.000 naar € 65.000. Extra belasting over de schijven: ongeveer € 11.200; de algemene heffingskorting daalt met ongeveer € 1.900. Samen ongeveer € 13.100, circa 43,7%.
  • Uitkomst: naar verwachting ongeveer € 1.700 terug via de aangifte.

Fictief voorbeeld 2: te weinig ingehouden

Murat verdiende in 2025 € 36.000. In 2026 verdient hij tot en met september € 27.000, ontvangt hij € 40.000 bruto transitievergoeding en verdient hij bij een nieuwe werkgever nog € 12.000.

  • Inhouding bij jaarloon € 36.000: 42,15%, dus € 16.860. Netto: € 23.140.
  • Inkomen 2026 stijgt van € 39.000 naar € 79.000, deels in de derde schijf. Extra belasting over de schijven: ongeveer € 15.100; de algemene heffingskorting van ongeveer € 2.500 verdwijnt. Samen ongeveer € 17.600, circa 44,0%.
  • Uitkomst: naar verwachting ongeveer € 750 bijbetalen.
Fictief Bijzonder tarief Ingehouden Extra belasting na aangifte Verschil
Voorbeeld 1 (€ 30.000) 49,50% € 14.850 ca. € 13.100 ca. € 1.700 terug
Voorbeeld 2 (€ 40.000) 42,15% € 16.860 ca. € 17.600 ca. € 750 bijbetalen

Een fiscale partner, aftrekposten, dubbel toegepaste loonheffingskorting of de AOW-leeftijd kunnen uw eigen uitkomst anders maken.

Aangifte: terugkrijgen of bijbetalen

De ingehouden loonheffing is een voorschot. In de online aangifte staat de ontslagvergoeding vooringevuld bij ‘pensioen en andere uitkeringen’; staat zij er niet, dan vult u haar zelf in bij ‘andere uitkeringen’, op basis van de jaaropgaaf. Wilt u het verwachte verschil niet pas volgend jaar verrekenen, dan kunt u een voorlopige aanslag aanvragen; u ontvangt of betaalt dan al per maand. Het deel van de vergoeding dat op 1 januari nog op uw rekening staat, telt mee voor box 3, al betaalt u pas belasting boven het heffingsvrij vermogen.

Toeslagen, WW, pensioen en vakantiegeld

Toeslagen

De vergoeding telt mee voor uw toetsingsinkomen. Bij zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget of kinderopvangtoeslag kan dat leiden tot een lagere toeslag of terugvordering; ook het vermogen op 1 januari kan meetellen. Geef de wijziging binnen vier weken door via Mijn toeslagen (Dienst Toeslagen) en pas het inkomen voor het volgende jaar weer aan.

WW-uitkering

Het UWV noemt de transitievergoeding en de ontslagvergoeding als inkomsten die u naast uw WW niet hoeft door te geven; de uitkering wordt er dus niet op gekort. Let wel op de opzegtermijn: is die in een vaststellingsovereenkomst niet of te kort aangehouden, dan gaat het UWV uit van de fictieve opzegtermijn en begint de WW later. Lees meer over de opzegtermijn in een vaststellingsovereenkomst en WW-problemen na een vaststellingsovereenkomst.

Pensioen, stamrecht en lijfrente

De stamrechtvrijstelling, waarmee een ontslagvergoeding onbelast kon worden ondergebracht, is per 1 januari 2014 vervallen. Alleen stamrechten die op 31 december 2013 al bestonden vallen onder overgangsrecht. Zelf lijfrentepremie aftrekken kan alleen bij een pensioentekort, binnen uw jaarruimte en reserveringsruimte en in het jaar van betaling (Belastingdienst over lijfrenteaftrek). Dat is fiscale planning: laat het berekenen door een belastingadviseur. Over pensioenopbouw na het einde van uw dienstverband leest u bij vaststellingsovereenkomst en pensioen.

Vakantiegeld en vakantiedagen

Opgebouwd vakantiegeld en uitbetaalde vakantiedagen op de eindafrekening vallen ook onder de tabel voor bijzondere beloningen, maar als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking via de witte tabel, waarin ook de arbeidskorting wordt verrekend. Twee verschillende percentages op één strook zijn dus niet zonder meer een fout. Wat verder op de eindafrekening bij ontslag hoort, leest u in dat artikel.

Stappenplan en documenten

  1. Controleer het brutobedrag van de transitievergoeding.
  2. Controleer of het percentage past bij uw jaarloon van vorig jaar in de groene tabel.
  3. Ga na of het UWV of een nieuwe werkgever in dezelfde maanden ook loonheffingskorting toepast; dan wordt mogelijk te weinig ingehouden.
  4. Schat uw totale inkomen in het jaar van uitbetaling.
  5. Vraag bij een verwacht verschil een voorlopige aanslag of een machtiging lager percentage aan.
  6. Geef het hogere inkomen binnen vier weken door aan de Dienst Toeslagen.

Houd deze stukken bij de hand:

  • vaststellingsovereenkomst, ontslagvergunning of beschikking van de kantonrechter;
  • eindafrekening en loonstrook met de vergoeding;
  • jaaropgaaf van vorig jaar en van het jaar van uitbetaling (oud-werkgever, UWV, nieuwe werkgever);
  • WW-beslissing en voorschotbeschikkingen van de Dienst Toeslagen.

Termijnen

Wat Termijn Soort en bron
Vaststellingsovereenkomst ontbinden Veertien dagen na totstandkoming Bedenktermijn, artikel 7:670b lid 2 BW
Transitievergoeding vorderen bij de kantonrechter Drie maanden na einde arbeidsovereenkomst Vervaltermijn, artikel 7:686a lid 4 BW
Inkomenswijziging doorgeven voor toeslagen Vier weken Dienst Toeslagen
Aangifte inkomstenbelasting Datum in de aangiftebrief, vaak 1 mei van het jaar daarna Belastingdienst
Bezwaar tegen de aanslag Zes weken na de datum van de aanslag Belastingdienst; daarna nog verzoek om vermindering

Een vervaltermijn kan niet worden gestuit. Meer termijnen staan bij termijnen in het arbeidsrecht.

Veelgemaakte fouten

  • Het loonstrookpercentage zien als eindbelasting. Uw definitieve belasting kan hoger of lager uitvallen.
  • Onduidelijk bruto of netto afspreken. Leg het vast; zie ook onderhandelen over uw vaststellingsovereenkomst.
  • Alles uitgeven terwijl bijbetalen dreigt, bijvoorbeeld na een snelle nieuwe baan of een laag jaarloon vorig jaar.
  • Toeslagen niet aanpassen. Een terugvordering komt soms pas veel later.
  • Opzegtermijn inleveren voor een hoger bedrag. De WW start later en het extra bedrag wordt belast.

Wat geldt nu en wat verandert

Huidig recht (in werking, peildatum 30 september 2026). Voor uitbetalingen in 2026 gelden de tarieven en tabellen van 2026 hierboven. De stamrechtvrijstelling is sinds 1 januari 2014 vervallen. De middelingsregeling is afgelopen: volgens de Belastingdienst was 2022 tot en met 2024 de laatste periode.

Toekomstig recht (wetsvoorstel). Het wetsvoorstel Belastingplan 2027 is op 15 september 2026 ingediend en nog niet aangenomen, dus de tarieven voor 2027 staan niet vast. Bij uitbetaling in januari 2027 gelden de tabellen van 2027, met het loon dat de werkgever u in 2026 betaalde als jaarloon (zo nodig herleid). Of dat gunstiger is, hangt af van uw inkomen in beide jaren.

Veelgestelde vragen

Is de transitievergoeding bruto of netto?

Bruto. Fiscaal is het loon uit vroegere dienstbetrekking: uw oud-werkgever houdt loonheffing in en betaalt het restant uit. Noemt een vaststellingsovereenkomst uitdrukkelijk een nettobedrag, dan komt de loonheffing in beginsel voor rekening van de werkgever.

Waarom is er zoveel ingehouden op mijn transitievergoeding?

De werkgever past het bijzonder tarief uit de groene tabel toe, gebaseerd op uw jaarloon van vorig jaar en inclusief de afbouw van de algemene heffingskorting. In 2026 is dat onder de AOW-leeftijd, bij een jaarloon vanaf € 8.714, 35,75%, 42,15%, 43,96% of 49,50%. Dat is een voorheffing, niet uw definitieve belasting.

Krijg ik belasting terug over mijn transitievergoeding?

Mogelijk. Is uw inkomen in het jaar van uitbetaling lager dan uw jaarloon van vorig jaar, bijvoorbeeld door WW, dan is vaak te veel ingehouden. Vindt u snel een baan, was uw jaarloon laag of komt uw inkomen door de vergoeding in de hoogste schijf, dan moet u mogelijk bijbetalen. De aangifte bepaalt de uitkomst.

Heeft de transitievergoeding invloed op mijn WW-uitkering?

In beginsel niet: het UWV noemt de transitievergoeding en ontslagvergoeding als inkomsten die u niet doorgeeft. Wel begint de WW pas na de fictieve opzegtermijn als in een vaststellingsovereenkomst geen of een te korte opzegtermijn is aangehouden.

Telt de transitievergoeding mee voor mijn toeslagen?

Ja. Zij telt mee voor uw toetsingsinkomen in het jaar van uitbetaling, en wat op 1 januari nog op uw rekening staat kan meetellen voor de vermogensgrens. Geef de wijziging binnen vier weken door aan de Dienst Toeslagen.

Kan ik mijn transitievergoeding belastingvrij in een stamrecht of lijfrente storten?

Niet in een stamrecht: die vrijstelling is per 1 januari 2014 vervallen. Lijfrentepremie is alleen aftrekbaar bij een pensioentekort en binnen uw jaarruimte of reserveringsruimte. Laat dat door een belastingadviseur berekenen.

Is het gunstiger om de transitievergoeding in januari te laten uitbetalen?

Dat hangt af van uw inkomen in beide jaren. Een betaling in januari 2027 wordt belast met de tarieven van 2027, die op 30 september 2026 nog niet vaststaan. De betaaldatum is onderhandelbaar; laat de fiscale gevolgen door een belastingadviseur doorrekenen.

Kan ik mijn transitievergoeding nog middelen?

Nee. Volgens de Belastingdienst was 2022, 2023 en 2024 de laatste middelingsperiode. Een vergoeding uit 2026 kunt u dus niet meer over meerdere jaren spreiden.

Heeft u een ontslagbrief, VSO of loonprobleem? Stuur uw documenten mee voor beoordeling via ons contactformulier. Wij beoordelen of uw vergoeding juist is berekend en of de vaststellingsovereenkomst bruto, netto, einddatum en opzegtermijn goed regelt; voor fiscale planning verwijzen wij naar een belastingadviseur. Zie ook arbeidsrecht voor werknemers, wat er in een vaststellingsovereenkomst moet staan en onze pagina over arbeidsrecht.

Bronnen en juridische basis

Bronnen geraadpleegd op 30 september 2026.


Gerelateerde juridische diensten

Deel dit bericht
Facebook
Twitter
LinkedIn
Snel hulp nodig?
Bel WhatsApp Stukken